bijlage 2 landschapsplan De Flierefluiter
Tekst van het document
.. .. .. .. .. Landschapsplan
RECREATIEBEDRIJF” DE FLIEREFLUITER” Hogebroeksweg 15 Raalte
Landschapsplan
Opdrachtgever; Recreatiebedrijf “De Flierefluiter” Hogebroekweg 15 8102 SZ Raalte
Planvorming Groenpartner Avereest Heinbaaswijk 10 7701 PA Dedemsvaart Tel 0654271712 Email lisser.jeroen@gmail.com Datum landschapsplan:30 november 2022
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
2 Tel 0654271712
Landschapsplan
INHOUD
1.
INLEIDING. ....................................................................................................................................................4
2.
DE BESTAANDE SITUATIE. ......................................................................................................................5
2.1
Omgeving plangebied . ............................................................................................................ 5
2.2
De Flierefluiter. ..........................................................................................................................5
3.
ANALYSE LANDSCHAP EN ONTWIKKELINGEN IN HET BELEID. ................................ 8
3.1.
Ligging. ....................................................................................................................................... 8
3.2.
Historie. ...................................................................................................................................... 9
3.3.
Beleid. .......................................................................................................................................10
4.
5.
UITGANGSPUNTEN VOOR DE INRICHTING ..................................................................................... 12
4.1
Van analyse naar ontwerp. ................................................................................................... 12
4.2.
De inrichting. ........................................................................................................................... 13
4.3
Meerwaarde ............................................................................................................................. 15
EINDBEELD. ............................................................................................................................................... 17
Bijlage 1 Ontwerp. ............................................................................................................................. 20
Bijlage 2 LOP ......................................................................................................................................21
Bijlage 3 Bestaande situatie. ........................................................................................................... 22
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
3 Tel 0654271712
Landschapsplan
1.
INLEIDING.
Op verzoek van de opdrachtgever is Groenpartner Avereest benaderd voor het maken van een landschapsplan. Dit is nodig voor de herontwikkeling van de locatie aan de Hogebroeksweg 15 te Raalte. Hiervoor wordt het huidige bestemmingsplan aangepast. De opdrachtgever is in het bezit van een recreatiebedrijf bedrijf met bijbehorende gebouwen aan de Hogebroeksweg 15. Dit landschapsplan geeft een uitwerking van de inpassing van de recreatieve activiteiten van deze camping. De “Flierefluiter” is een recreatiebedrijf voor jong en oud. De locatie is geschikt voor kinderfeestjes, schoolreisjes, personeelsfeesten, dagrecreatie en een camping. Er zijn daarvoor de volgende voorziening aanwezig: • • • • • • •
Een speeltuin (buiten en binnen); Een kinderboerderij met educatieve voorzieningen; Een doolhof; Een minicamping; Ondergeschikte horeca-activiteiten; Twee bedrijfswoningen; Parkeer- en groenvoorzieningen.
Eigenaar wenst het gebruik van de locatie op onderdelen te wijzigen en uit te breiden. Hiervoor is bij de gemeente Raalte een principeverzoek ingediend, waarop de gemeente onder voorwaarden een positief principebesluit heeft genomen. De gewenste ontwikkeling, waar de gemeente dit besluit op heeft genomen, gaat samengevat uit van het volgende: • • • • •
Het vergroten van het bestaande bouwvlak ten behoeve van uitbreiding van de bebouwing. Voor de toename van bebouwing van maximaal 1.800 m2 wordt elders in het buitengebied maximaal 4.800 m2 gesloopt. Het vergroten van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ ten behoeve van het parkeren en de opwekking van duurzame energie; Het realiseren van een brede groenstrook omzoomd langs het uit te breiden deel; Het centraliseren van de horeca op het terrein; Het toestaan van speelvoorzieningen binnen de gehele bestemming ‘Cultuur & Ontspanning.
Om de uitbreidingsplannen beter in te passen is voor de opdrachtgever een inrichtingsplan gemaakt.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
4 Tel 0654271712
Landschapsplan
2.
DE BESTAANDE SITUATIE.
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van de bij de ontwikkeling betrokken percelen beschreven. Daarbij wordt ingegaan op de ligging, de locatie en vindt een omschrijving plaats. De recreatieboerderij De Flierefluiter van de opdrachtgever ligt aan de Hogebroeksweg 15 in het buitengebied van Raalte. De huidige boerderij is niet meer in gebruik als boerderij maar wordt nu gebruikt als recreatiebedrijf. De boerderij dateert uit 1923. Vroeger was het een veeteeltbedrijf. Bij de boerderij behoort ongeveer nog 4 ha grond. Op de volgende figuur 2 is de ligging van De Flierefluiter zichtbaar gemaakt.
Figure 2.
2.1 Omgeving plangebied. De Flierefluiter ligt in het landelijk gebied van Raalte-Noord. Het landelijk gebied van Raalte-Noord ligt ingeklemd tussen de stedelijke noordrand van de kern Raalte en een brede bosstrook, onderdeel van het NNN In het gebied zijn melkveehouderijen en intensieve veehouderijen gevestigd als eilanden in een overwegend open landschap. Het grootschalige landgoed ’t Reelaer en een regionale zandwinning zijn nu en in de toekomst beeldbepalende elementen. In het gebied is sprake van een forse dynamiek op het gebied van landbouw, waterbeleid, stedelijke uitbreiding, natuurontwikkeling en grootschalige zandwinning. Er zijn verschillende functies op het gebied van verblijfs- en dagrecreatie aanwezig. 2.2 De Flierefluiter. In 1994-1995 is de initiatiefnemer gestart met het recreatiebedrijf. Het gaat om een voormalig agrarisch bedrijf, dat in eigendom was bij de ouders van de initiatiefnemer. In 1994 heeft initiatiefnemer het bedrijf van zijn ouders overgenomen, inclusief 5,5 ha aan grond, en is toen gestart met de recreatie activiteiten. De activiteiten werden voorheen als nevenactiviteit uitgevoerd. Sinds 2007 is het bedrijf aan te merken als zelfstandig recreatiebedrijf. Het bedrijf heeft voor het grootste gedeelte een dag recreatieve functie gericht op kinderen.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
5 Tel 0654271712
Landschapsplan Op dit moment bestaat het bedrijf uit de volgende onderdelen:
• • • • • • •
Een speeltuin (buiten en binnen); Een kinderboerderij met educatieve voorzieningen; Een doolhof; Een minicamping; Ondergeschikte horeca-activiteiten; Wonen in twee bedrijfswoningen; De bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen.
De Flierefluiter ligt op de hoek van de Raarhoeksweg en de Hogebroeksweg. Deze wegen vormen aan de oost- en noordzijde de grens. Aan de beide andere zijden liggen agrarische gronden. Op het perceel staan twee bedrijfswoningen en verscheidene gebouwen ten behoeve van het bedrijf. Rondom de gebouwen liggen de eerdergenoemde functies, waaronder een speeltuin, een zwembad, dierenweide, terras en groen. De ontsluiting van het bedrijf is gericht op de Hogebroeksweg, waar ook het huidige parkeerterrein aanwezig is. In onderstaande afbeeldingen 2.1en 2.2 zijn een luchtfoto en impressies weergegeven van de huidige situatie op de Flierefluiter. Bestaande situatie is als bijlage 3 toegevoegd.
Afbeelding 2.1 Bestaande situatie
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
6 Tel 0654271712
Landschapsplan
Afbeelding 2.2.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
7 Tel 0654271712
Landschapsplan
3.
ANALYSE LANDSCHAP EN ONTWIKKELINGEN IN HET BELEID.
3.1.
Ligging.
De recreatieboerderij “De Flierefluiter” ligt in het buitengebied van Raalte, in het landelijk gebied van Raalte-Noord. Dit gebied ligt ingeklemd tussen N35, de stedelijke noordrand van de kern Raalte, het Overijssels Kanaal een brede bosstrook die onderdeel is van de (p)EHS. In dit gebied is de agrarische sector vanouds sterk vertegenwoordigd. Daarnaast zijn er recreatieve functies als het recreatiebedrijf “De Flierefluiter” in het gebied gevestigd. Het perceel met de twee woonhuizen en diverse bijgebouwen liggen in het zogenaamde kampenlandschap. Het weiland langs de wetering ligt in een beekdal.
Figuur 3.1 Dekzand landschap
Bron kaart provincie Overijssel
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
8 Tel 0654271712
Landschapsplan Het gebied ligt tussen de Sallandse Heuvelrug en de IJssel. Afwatering vindt plaats van de hoge gelegen stuwwallen naar het lagergelegen al van de IJssel. Er is dus sprake van een oost-west structuur. Dit is ook te zien aan de stroomrichting van het water in de beken en weteringen in het gebied. De bodemkaart van Nederland geeft ook de oost-westgerichtheid weer. Ten noorden van Raalte vinden we een rivierduin, ontstaan door zandverstuivingen. Ten zuiden hiervan vinden we dekzandlaagtes en vlaktes tegen de beekeerdgronden aan. Het recreatiebedrijf “De Flierefluiter” ligt in het gebied dat we kennen als jong heide- en broekontginngingslandschap. Dit landschap is ontstaan op de dekzandlaagtes en vlaktes (Hn23) ten noorden van Raalte. Deze dekzandlaagtes en vlaktes liggen tegen beekeerdgronden (Zg23) aan. De dekzandvlakten en laagjes zijn wat droger dan de beekeerdgronden. Figuur 3.1.2 Uitsnede uit Bodemkaart van Nederland.
Het grootste deel van het recreatiebedrijf “De Flierefluiter” ligt op het dekzandgebied. Het weiland bij het bedrijf ligt grotendeels op de beekeerdgronden. We vinden hier zwaklemig fijn zand en sterk lemig fijn zand.
3.2.
Historie.
Het gebied waarin het recreatiebedrijf ligt is rond 1900 ontgonnen en in gebruik genomen. (Zie historische kaart). Het gebied kenmerkt zich door de rechte wegen die als ontginningsassen toegang gaven tot het achterliggende gebied, vanwaar heide werd omgezet in grasland of bos. Door latere schaalvergroting zijn de meeste houtwallen op kavelgrenzen verdwenen.
Figuur 3.2 Historische kaart 1900
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
figuur 3.2.1 Kaart 1970
9 Tel 0654271712
Landschapsplan
3.3.
Beleid.
In deze paragraaf wordt ingegaan op het huidige geldende beleid voor het gebied waarin het recreatiebedrijf ligt. De Omgevingsvisie Overijssel. In de Omgevingsvisie Overijssel 2021 zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit leidende thema’s. Ook geldt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn mogelijk als de sociaaleconomische structuur versterkt wordt. Onnodige versnippering moet hierbij worden tegengegaan. Duurzaamheid kan worden gerealiseerd door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen. Hierbij is een sleutelrol weggelegd voor de gebiedskenmerken. Dit zijn de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit ervan. In de gekozen benadering zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijke laag en de lust- en Leisure laag bepalend voor de kenmerken van een gebied. Die lagen staan niet los van elkaar en liggen vaak over elkaar heen. De natuurlijke laag is ontstaan door inwerking van abiotische en biotische processen op de ondergrond. In de Omgevingsvisie worden gebieden onderscheiden.
Het gaat in het gebied waarin het recreatiebedrijf ligt om de dekzandvlaktes en –ruggen, maar ook om de beekdalen en natte laagtes. Voor het gebied waarin bedrijf ligt geldt het ontwikkelingsperspectief ‘buitengebied – accent veelzijdige gebruiksruimte (mixlandschap). Hier is ruimte voor mengvormen van landbouw, natuur, wonen, werken, zorg en recreatie die de gevarieerde opbouw van cultuurlandschappen versterken. In die zin past de camping, annex kinderboerderij en speeltuin in deze visie. Het recreatiebedrijf ligt in grotendeels in het gebied van ‘jonge heide- en broekontginningslandschap. Het bijbehorende weiland ligt in een beekdal en is te omschrijven als een beekeerdgrond. Visie LOP Salland. Over het deelgebied dekzandvlaktes wordt in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP 2016) vermeld dat het ruimtelijk beeld van dit gebied voornamelijk wordt bepaald door karakteristieke lanen langs wegen en de aanwezigheid van landbouw. Ingezet wordt op de versterking van het lanenstelsel. Voor de hoofdstructuur bij de dekzandlaagstes zijn de rechte lanen met de erven en de open ruimtes ertussen bepalend. Hierbij is het landschapsbeleid gericht op het behouden en versterken van karakteristieken van dit type gebied. Bij de verdere ontwikkeling van erven is het inspelen op het nattere karakter van dit deelgebied wenselijk.
Bij de keuze van beplanting moet met dit nattere karakter rekening worden gehouden. Langs de weteringen sluit de ontwikkeling van natuurlijke oevers aan bij de sterk functionele en agrarische karakteristieken van dit deelgebied. De landschappelijke karakteristiek laat zich als volgt omschrijven: (blz. 36 LOP, visie): - Open ruimtes omsloten door rechte wegen; - Erven met rationele opzet gekoppeld aan wegen; - Bebouwing gericht op weg; - Weg- en erfbeplantingen zijn belangrijkste ruimtevormende elementen; - Doorgaande structuren (weg, kanaal) passen zich aan de omgeving aan, variatie open/ gesloten; - Erfbeplantingen langs lanen zijn rationeel en kennen heldere overgang van erf naar landschap (door middel van bijvoorbeeld een haag); - Blokvormige verkaveling; - Rationele bosblokken. Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
10 Tel 0654271712
Landschapsplan
In de LOP-visie staat in de bijlage 2 aandachtspunten die bij de inpassing van erven in het buitengebied opgenomen zijn. Volgens deze bijlage zijn bij de inpassing van erven in het landschap de volgende aspecten belangrijk: • Situering en afstemming op de omgeving; • Compositie, indeling en inrichting van het erf; • Beplantingsvormen en de sortiment keuze. Volgens de LOG-visie zijn onderstaande punten belangrijk voor de inrichting van de erven. Deze uitgangspunten worden hieronder beschreven en bij de keuze van de inrichting verantwoord. Bij de situering en afstemming op de omgeving is de inbedding van het erf in het landschap belangrijk. Gevolg hiervan is dat maatregelen in landschapsplannen ook gericht kunnen zijn op het landschap buiten het erf, bijvoorbeeld om • Landschapstype en verkavelingspatroon (onregelmatig of recht); • Ligging (aan de weg of van de weg af); • Korrelgrootte: maat bouwkavel ten opzichte van kavelpatroon en ruimtemaat landschap. Bij compositie, indeling en inrichting van het erf gaat het vooral om de historische waarde (oud en jong) van het erf • Behoud herkenbare positie voor- en achterhuis en de doorwerking ervan in de opzet van de kavel met de sier- en moestuin; • Bebouwing op het erf (compact of gespreid); • Losse opbouw oude erven of strakke ordening jonge en moderne erven; • Open erf, overgaand in landschap of gesloten, juist scherp begrens erf.
Bij beplantingsvormen en sortiment komen de optimale relatie tussen het erf en het landschap aan bod: • Markerende beplantingsvormen als bosjes, boomweide, solitaire bomen, singel, haag, siertuin, moestuin en weide; • Bodem gebonden sortiment, behorend bij landschapstype; • Versterking relatie met de omgeving door landschappelijke beplantingen op het erf; • Ecologische aspecten als inheemse beplantingen die aansluiten bij ecologische structuren. In dezelfde bijlage staan aandachtspunten genoemd die niet wenselijk zijn met betrekking tot beplanting, zoals: - Aarden wallen en schuttingen voor het waarborgen van privacy of weren van geluid; - Aanleg grote waterpartijen.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
11 Tel 0654271712
Landschapsplan
4.
UITGANGSPUNTEN VOOR DE INRICHTING
Het belangrijkste uitgangspunt is het perceel zo in te richten dat het past in het beeld en de structuur van het Overijsselse landschap. 4.1
Van analyse naar ontwerp.
In de ruimtelijke basis van staat de relatie tussen de percelen van de opdrachtgever en de omgeving centraal. Dit houdt onder meer in dat de percelen bijdragen aan de karakteristieken van het jonge ontginningslandschap. Om deze oorspronkelijke structuur te behouden moeten de karakteristieken van deze landschappen in het plan behouden of versterkt worden. Het voorste deel van het erf ligt op het dekzand en behoort tot het jonge ontginningslandschap. Hoofduitgangspunten voor het hele ontwerp zijn: - Het herstellen van singels en lanen; - Het terugbrengen van de karakteristieke beplantingstypen en -soorten; Het beheer dient gericht te zijn op het behoud en versterken van deze karakteristieken. Als we kijken naar de visie op het erf in relatie tot het landschap, dan zijn de volgende inrichtingsprincipes gehanteerd: - Respect voor kenmerkende grote ruimtematen; - Behoud en herstel karakteristieken van aanwezige oude structuren. Voor de visie op het erf is uitgegaan van behoud en versterken van de karakteristieken van het erf: - Respect voor de open ruimte; - Herstellen van de beplanting langs de oude watergangen; - Keuze voor bodem gebonden inheemse beplanting.
Randvoorwaarden voor erfinrichting bij een wetering zijn: - Wetering als structuurdrager; - Rationeel karakter wetering en rechtlijnige verkaveling haaks op wetering; - Open en nat karakter laagte; - Waterberging ruimtelijk inpassen in de dalvormingen laagten; - Natte natuurontwikkeling binnen rechtlijnig karakter verkaveling; - Wegen en doorgaande structuren niet beplant, met uitzondering van historische lanen langs wegen; - Beplanting passend in open landschap (knotwilgen, transparante elzensingels). Het achterste deel, de grote weide, ligt op de beekeerdgronden en heeft de kenmerken van een beekdal, het weteringenlandschap. Een transparante beplanting is één van de kenmerken van dit landschap. Voor dit deel van het erf is handhaving en versterking van de transparante beplanting uitgangspunt. Door omwonenden is aanvullend de eis gesteld dat het zicht op “De Flierefluiter” beperkt dient te worden. Om deze zicht beperking te realiseren zijn in het verleden afspraken gemaakt en zijn deze uitgevoerd. Daarom is een zicht beperkende aarden wal door de buurman aangelegd en is de ingang verplaatst. Beplantingskeuze: Bij het herstel en de versterking van de aanwezige lanen langs weg en waterlopen wordt uitgegaan van de daar al aanwezig soorten eik, wilg en zwarte els.
Op deze bodem komen onder andere de volgende boomvormers en struiken veelvuldig voor: zwarte els, ruwe berk, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, zomereik en lijsterbes. Verder vinden we er kamperfoelie, vogelkers, hondsroos.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
12 Tel 0654271712
Landschapsplan 4.2.
De inrichting.
In de inrichtingsschets (bijlage 1) is weergegeven hoe de ruimtelijke inrichting zal plaatsvinden. Verder wordt in deze schets aangegeven welke landschappelijke verbeteringen zullen plaatsvinden. De inrichtingsschets is op basis van de gegevens uit het vorige hoofdstuk en de wensen van de initiatiefnemer en de buurt tot stand gekomen. De toekomstige, nog aan te leggen beplanting langs de speelweide wordt aangesloten op de al aanwezige omliggende beplanting. Dit betekent een versterking van de huidige al aanwezige patronen, waarbij aangesloten wordt bij de uitgangspunten van het jonge ontginningslandschap. Hierdoor krijgen het erf een meer natuurlijke en karakteristieke uitstraling. Op het erf versterkt de beplanting de eenheid en daardoor de ruimtelijke kwaliteit. Om de oorspronkelijke uitstraling van het gebied in ere te herstellen wordt ook gekozen voor gebied gebonden plantsoorten zoals genoemd in 4.1. De bestaande poelen worden gedempt. Voor het dempen van de bestaande waterpartijen zal er nog een natuurtoets moeten plaats vinden. Hieronder een korte toelichting op de bij het plan behorende kaart. Struweel. Struweel bestaat vooral uit licht minnende struiken die laag blijven (bijvoorbeeld braam) of hoog uitgroeien (zoals meidoorn). Struwelen kunnen zelfstandige begroeiingen zijn of randen van houtopstanden vormen.
Kenmerkend voor struwelen is de overheersing van struiken die minimaal 1 meter, maar meestal 2 tot 5 meter hoog zijn, zoals meidoorn, sleedoorn, vlier, kornoelje, grauwe wilg en braam. Verder komen in struwelen klimplanten voor als hop, kamperfoelie en bosrank. Behalve natuurlijke zijn er ook aangeplante struwelen. Struwelen dienden vroeger vaak en fungeren soms nog steeds als perceel scheiding. Doelstellingen. Voedsel-, broed- en/ of schuilplek voor vogels en andere dieren behoud van de functie als (brede) perceel scheiding - bijdrage aan een aantrekkelijk landschap Winst voor de natuur In verder open landschappen vergroten struwelen de landschappelijke en ecologische variatie. Struwelen bestaan vooral uit struiken als vuilboom, geoorde wilg, grauwe wilg en gagel. Op droge plekken op zeer schrale zandgronden kunnen in natuurlijke struwelen jeneverbesstruiken groeien. Op droge tot vochtige grond bestaan struwelen uit sleedoorn, meidoorn, hondsroos, egelantier, wegendoorn en andere doornige struiken. Verder kan men hier vlier, rode kornoelje, Spaanse aak en liguster aantreffen. Struwelen bieden broedgelegenheid aan vogels als braamsluiper, heggenmus, roodborst. Koperwiek, merel en zanglijster vinden er voedsel. Bovendien kunnen er diverse soorten kleine zoogdieren schuilen, zoals muizen en marterachtigen, maar ook amfibieën, zoals padden.
Dagvlinders als landkaartje, bont zandoogje en bruin blauwtje zijn vaak langs struwelen op zoek naar voedsel en een plek om eieren af te zetten. Meest geschikte locaties langs houtopstanden: struwelen zijn vooral aantrekkelijk als deze langs houtwallen, graften en dergelijke worden aangelegd, er zijn snel allerlei soorten dieren te verwachten die er gebruik van maken; - langs poelen of waterlopen: deze plekken bieden amfibieën de mogelijkheid om op korte afstand van de plek waar zij zich voortplanten te kunnen overzomeren en te overwinteren; op reliëfrijke plaatsen onderhoud uit. Struwelen kenmerken zich door hun natuurlijke karakter. Dat betekent dat u er beter zo weinig mogelijk in kunt werken. Uitval van de jonge beplanting kunt u tolereren tot ongeveer 30 - 50 % van de hoeveelheid aangebracht plantgoed. Desgewenst kunt u het volgende plantseizoen erg grote gaten inboeten. Vormt het optreden van brandnetel- en akkerdistelhaarden een probleem voor u of uw buren, maai de haarden dan enkele keren per jaar met een zeis of bosmaaier. Doe dat voor de bloei en tijdens vochtige weersomstandigheden. U heeft dan kans dat de planten weg- rotten. Kleefkruid kan in akkerbouwgebieden een risico vormen. Wilt u dat vermijden, dan kunt u dat milieuverantwoord alleen met de hand goed bestrijden (uittrekken).
• Ga verbossing tegen Het feit dat u heeft gekozen voor een struweel betekent waarschijnlijk dat u het als zodanig in stand wilt houden. Dat betekent dat u in de Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
13 Tel 0654271712
Landschapsplan gaten moet houden of het struweel niet langzaam maar zeker bos wordt. Is dat het geval, dan kunt u boomvormers het beste verwijderen. Doe dit liefst gefaseerd. Deze vorm van onderhoud kunt u het beste eens in de vijf tot tien jaar uitvoeren. Dik hout kan dienstdoen als brandhout en het dunnere hout kunt u verwerken in een takkenhoop of ril. Vak A Struweel/ struiken. Langs het perceel naar de wetering wordt voorgesteld als onder begroeiing van de bestaande bomen(wilgen) een struweel met struikvormers aan te leggen bestaande uit de volgende soorten bosplantsoen; hazelaar, Gelderse roos, vuilboom en wilde lijsterbes. De beplanting wordt doorgetrokken tot aan de wetering en is 10 meter breed. De plantafstand bedraagt 1,25 bij 1.25 meter bestaand uit 4 rijen beplanting. Plantlijst Handelsnaam
Nederlandse naam
Kwaliteit
Plantafstand Aantal
1 Corylus avellana
Hazelaar/Hazelnoot
50-80 bospl. 60-100 bospl. 60-100 bospl. 60-100 bospl.
1.25 : 1.25
167
1.25 : 1.25
167
1.25 : 1.25
167
1.25 : 1.25
167
Vak A Oppervlakte 1503 m2
2 Rhamnus frangula Vuilboom/Sporkehout 3 Sorbus aucuparia
Wilde lijsterbes
4 Viburnum opulus
Gelderse roos
Beheer. 1 keer per 6 jaar de beplanting te dunnen zodat het een gesloten struikenlaag blijft. Vak B Kniphaag. Kniphagen zijn een lintvormig element die jaarlijks één tot meerdere keren wordt gesnoeid om een beperkte omvang te behouden. Een kniphaag kan bestaan uit één of meerdere soorten struiken. Ontstaan De geschiedenis van kniphaag gaat terug tot ver voor de jaartelling. De eerste bewoners planten aan de randen van hun nederzettingen dichte struiken en hielden deze in beperkte vorm om ze ondoordringbaar te maken. Hierdoor kreeg deze een functie als eigendomsmarkering, perceelscheiding en windkering. Op de zandgronden werd aan één of aan beide zijden een greppel gegraven zodat deze als vee, - en wildkering dienst kon doen. Later werden hagen ook gebruikt als militair obstakel. Een ondoordringbare haag hield de vijand tegen (zie de stadswallen van Brielle). Op een boerenerf is de kniphaag vaak gebruikt als afzetting tussen diverse onderdelen op het erf zoals rond de boomgaard, moestuin of bloementuin. In sommige gebieden werd de kniphaag voor gebruikt als afzetting tussen de verschillende graslandkavels als veekerend raster, maar ook tussen diverse tuinbouwgronden ter bescherming tegen verstuiven of harde wind. Later werden de hagen ook gebruikt als sierbeplanting (buxushagen).
Van functieverlies naar hernieuwde belangstelling Vanaf het begin van deze eeuw is het aantal kniphagen met landbouwfunctie sterk afgenomen. Door de uitvinding van prikkeldraad verloren ze hun functie als veekering. Bovendien veranderde de agrarische bedrijfsvoering, waardoor stukken land werden samengevoegd en veel kniphagen als sta-in-de-weg werden opgeruimd. Wat overbleef, werd veelal verwaarloosd. Kniphagen hebben echter nog steeds belangrijke functies voor de landbouw. Zij geven beschutting aan het gewas en beschermen het vee tegen extreme weersomstandigheden. Ook buiten de landbouwfunctie heeft de kniphaag een nieuwe 14 Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
Tel 0654271712
Landschapsplan taak gekregen. Ze kunnen dienen als aankleding van een erf. Ze moeten daarvoor wel worden beschermd, aangeplant en onderhouden. Op veel plaatsen gebeurt dit gelukkig weer volop. Kniphagen hebben als linten in het landschap bovendien een grote natuurlijke en landschappelijke waarde. De waarde voor landschap en natuur Kniphagen hebben momenteel meestal een eenvormige beplanting. Een gevarieerde beplanting kwam vroeger aanzienlijk vaker voor. Onder de hagen komen in sommige gevallen een gevarieerde kruid laag voor. De kniphaag zijn het leefgebied (en vaak het laatste toevluchtsoord) van veel verschillende vogels, insecten, weekdieren en amfibieën. De kniphagen vormen bovendien een lang aaneengesloten lint in gebieden waar geen andere verplaatsingsmogelijkheden (meer) zijn en dienen dan als verbindingszone voor kleine zoogdieren, vlinders en vleermuizen. Kniphagen zijn verder van groot belang voor onze leefomgeving. Ze verfraaien het landschap en vergroten de beslotenheid ervan. Beheer Goed onderhouden kniphagen zijn strak en hebben een aaneengesloten beplanting zonder gaten en uitval. De twijgen raken de grond. Kniphagen die niet goed worden onderhouden, groeien uit tot een met gaten onevenredige lijnbeplanting waar in de winter dwars doorheen gekeken kan worden. Regelmatig onderhoud is dus een vereiste.
Dit bestaat uit eens per jaar tot meerder keren per jaar snoeien. Opengevallen plekken worden opgevuld met nieuwe aanplant. Het is van groot belang veevraat tegen te gaan door middel van een afrastering. Doel van deze haag is de onttrekking aan het zicht van de daar aanwezige parkeerplaatsen en speelobjecten. De minimale hoogte van de haag zal uiteindelijk 1.30 m worden. De haag zal worden beheerd als een geschoren gemengde haag die 1 keer per jaar te snoeien. Met het aanleggen van deze haag en de voorgestelde beheersvorm wordt voldaan aan de eisen die de gemeente Raalte stelt aan het aan het zicht onttrekken van de parkeerplaatsen. De haag is 5 meter breed en wordt twee rijig aangeplant. Er worden 5 st struiken in een meter geplant. Vak B
Gemengde haag.
Opp.
650 m2 Plantafstand 5 in een meter Twee rijen
4.3
Handelsnaam
Nederlandse naam
Kwaliteit
Aantal
1
Acer campestre
Spaanse aak/Veldesdoorn/Veldahorn 60-100 CM ZKL 1+1
166
2
Carpinus Betulus
Haagbeuk
80-120 CM ZKL 1+2
166
3
Corylus avellana
Hazelaar/Hazelnoot
80-120 CM ZKL 1+2
166
4
Frangula alnus
Vuilboom/Sporkehout
60-100 bospl.
166
Meerwaarde
De voorgestelde ontwikkelingen leiden tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Raalte. Deze meerwaarde vertaalt zich in het volgende: 1. 2.
De oude waterlopen komen weer beter tot hun recht; De parkeerplaatsen en speelobjecten zijn aan het zicht onttrokken en goed ingepast in het landschap; 3. Grotere biodiversiteit; 15 Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
Tel 0654271712
Landschapsplan 4
Hogere natuurwaarde (gemengde haag).
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
16 Tel 0654271712
Landschapsplan
5.
EINDBEELD.
Het eindbeeld is een ideale woonomgeving voor mens en dier, ingepast in het landschap met herstelde oude structuren met; -
Een recreatieterrein met bijgebouwen passend in haar omgeving; Camouflage van de parkeerplaatsen en speelvoorzieningen; Het zichtbaar houden van het landschap van het beekdal.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
17 Tel 0654271712
Landschapsplan 6. ONTWERPTEKENING. Op het terrein van De Flierefluiter vinden we: -
Woonhuis; Gebouw met een ontvangsthal, loket en kantine; Zwembad; Speeltuin; Ligweide; Dierenverblijf; Doolhof; Terrein voor volleybal; Voetbalveld; Kippenren; Onoverdekte manche-rijbaan; Weide.
Uiteraard zijn er alle voorzieningen voor de gasten van de camping, evenals de parkeerplaatsen. Onderstaande plattegrond geeft een indruk van het ontwerp.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
18 Tel 0654271712
Landschapsplan 7.
LITERATUUR.
Bij het maken van het ontwerp is gebruik gemaakt van de volgende informatie: 1. Thema-uitwerkingen LOP voor het landschap van Salland, handvatten en inspiratie voor de ontwikkeling van erven, weteringen en laanbeplantingen. 2. Omgevingsvisie Overijssel, visie en uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel, 2021. 3. Bodemkaart van Nederland. 4. De bodem van Nederland, toelichting bij de bodemkaart, Stiboka. 5. Geomorfologische kaart van Nederland. 6. Bodemkunde, drs. ir. S.F. Kuipers, Educaboek. 7. Grote historische topografische atlas plusminus 1905 Overijssel, uitgeverij Nieuwland, 2005. Verder is onder andere gebruik gemaakt van informatie van de volgende websites: 1. www.raalte.nl 2. www.sallandbuiten.nl 3. www.bodemdata.nl 4. www.overijssel.nl (thema’s, ruimte en wonen, Omgevingsvisie Overijssel)
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
19 Tel 0654271712
Landschapsplan
Bijlage 1 ontwerp.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
20 Tel 0654271712
Landschapsplan
Bijlage 2. LOP
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
21 Tel 0654271712
Landschapsplan Bijlage 3 bestaande situatie.
Oktober 2021 Planuitwerking: Groenpartner Avereest
22 Tel 0654271712