CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 180436 EV_Sallandse Poort 08-10-2020 cmplt

Informatievoorziening raad 30 juni 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Principeverzoek wijziging plan Sallandse Poort5.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Externe Veiligheid

Raalte, Sallandse Poort

Gemeente Raalte

Datum: 2-10-2020 Projectnummer: 180436 Versie: 1.0

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2

Situering Toekomstige situatie

3 4

2

Wettelijk kader

5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Algemeen Risicoaspecten Verantwoording Risicoaandachtsgebieden Aanwijzen onderzoeksgebied

5 5 7 7 8

3

Onderzoeksgebied

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Risicovolle inrichtingen Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg Conclusie

10 10 10 11

4

Risicoanalyse

12

4.1 4.2 4.3

Onderzoeksgegevens Onderzoeksresultaten Samenvatting risicoanalyse

12 12 14

5

Beperkte verantwoording groepsrisico

15

5.1 5.2 5.3

Wettelijk kader Beheersbaarheid / bestrijdbaarheid Zelfredzaamheid

15 15 15

6

Advies veiligheidsregio

17

Bijlage 1.

QRA huidige situatie

Bijlage 2.

QRA toekomstige situatie

1

Inleiding In Raalte bestaat het voornemen in het project ‘Sallandse Poort’ nieuwbouw voor zorg en woningen te realiseren. Het plan voorziet in een beoogde ontwikkeling van 41 grondgebonden tus2 sen-/hoekwoningen en een zorgcomplex van 3 lagen (per verdieping circa 940 m ) met circa 35 eenheden en bijbehorende voorzieningen. De nabijheid van een Provinciale weg en de realisatie van zorgeenheden maakt het noodzakelijk dat voor een goede ruimtelijke ordening het beoogde plan in het kader van externe veiligheid wordt onderzocht.

1.1

Situering De ontwikkellocatie ligt in het noorden van het centrum van Raalte aan de Burgemeester Zuidwijklaan. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere woningen, infrastructuur (Provinciale weg N35/N348) en bedrijven. Ten noordwesten van de ontwikkellocatie bevindt zich het nieuwbouwgebied Franciscushof, dit is (deels) nog in aanbouw en derhalve niet zichtbaar op de topografische weergave. Figuur 1 geeft de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving weer en Figuur 2 is een luchtfoto van de ontwikkellocatie (op de navolgende pagina).

Figuur 1 Topografische situering van het plangebied (in blauw)

Figuur 2 Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in blauw)

1.2

Toekomstige situatie Het plan voorziet de realisatie van 41 grondgebonden tussen-/hoekwoningen en een zorgcom2 plex van 3 lagen (per verdieping circa 940 m ) met circa 35 eenheden en bijbehorende voorzieningen. Figuur 3 geeft het stedenbouwkundig concept ontwerp van het plan weer.

Figuur 3 Stedenbouwkundig concept ontwerp

2 2.1

Wettelijk kader Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor of buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) en het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit, circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, Besluit ruimte en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet.

Vooruitlopend op de introductie van de Omgevingswet heeft het RIVM op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het “Handboek Omgevingsveiligheid” invulling gegeven aan een gemoderniseerde aanpak van het externe veiligheidsbeleid. Het handboek is digitaal gepubliceerd en dient als levend document dat aansluit op recente besluitvorming en inzichten. De actuele en gearchiveerde versies zijn te vinden op omgevingsveiligheid.rivm.nl.

2.2

Risicoaspecten Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, namelijk de plasbrandgevaar (PAG), het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

2.2.1

Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties wordt uitgegaan van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lij-6 nen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 /jaar contour (welke als wettelijk 1 harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor be1

Objecten waar mensen doorgaans dag en nacht verblijven, genieten bijzondere bescherming (denk hierbij aan woningen). Dit geldt ook voor bepaalde groepen mensen die op basis van fysieke of psychische gesteldheid extra kwetsbaar zijn (denk hierbij aan verblijfruimten voor kinderen, ouderen, zieken of psychisch kwetsbare personen).

-6

perkt kwetsbare objecten geldt de 10 /jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. 2.2.2

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 4 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Het groepsrisico geeft aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarbij rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: -5  10 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers;

Bovendien is het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gebaseerd op het aantal en de verblijftijd van groepen mensen en op de aanwezigheid van adequate vluchtmogelijkheden.

 10 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; -9  10 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers;  enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). -7

De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: -4  10 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; -6  10 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; -8  10 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers;  enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde).

2.3

Verantwoording In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.

Figuur 5 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

2.4

Risicoaandachtsgebieden In aanvulling op de voorgaande risicoaspecten wordt er in het Handboek Omgevingsveiligheid onderscheid gemaakt van drie soorten gevaren voor de omgeving: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie van giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Ten behoeven van deze drie gevaren zijn respectievelijk drie aandachtsgebieden getypeerd, namelijk het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied.

2.4.1

Brandaandachtsgebied In een brandaandachtsgebied is de berekende warmtestraling, als gevolg van een brand met gevaarlijke stoffen groter dan of gelijk aan 10 kW/m2 (Besluit kwaliteit leefomgeving [Bkl] artikel 5.12, lid 1). In de geldende regelgeving zijn er voor het brandaandachtsgebied vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. Bij het transport van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorwegen wordt het brandaandachtsgebied, dus de nabije zone van de transportroute, in de vigerende regelgeving benoemd als het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). In het Basisnet is voor het PAG een zone van 30 meter naast de infrastructuur opgenomen, afhankelijk van de soort infrastructuur wordt het meetpunt bepaald. De aanwezigheid van een PAG wordt bepaald aan de hand van de in het Basisnet opgenomen gegevens. Voor plangebieden binnen een PAG gelden conform paragraaf 2.3 van de Regeling Bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen.

2.4.2

Explosieaandachtsgebied In het explosieaandachtsgebied is de berekende overdruk, als gevolg van een explosie van gevaarlijke stoffen, gelijk aan of hoger dan 10 kPa (0,1 bar). De berekeningen voor dit aandachtsgebied komen overeen met de berekeningen voor het plaatsgebonden risico.

2.4.3

Gifwolkaandachtsgebied Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waarbinnen de concentratie giftige stoffen binnenshuis groter is dan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW3). Bei ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde vergunningen ten behoeve van milieubelastende activiteiten, geldt een beleidsmatige afkapgrens van 1,5 km. Binnen dit gebied dient rekening gehouden te worden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk (Bkl artikel 5.12, lid 4).

2.5

Aanwijzen onderzoeksgebied Uitgaande van de voorgaande wettelijke kaders is de beleidsmatige afkapgrens van 1,5 km voor het gifwolkaandachtsgebied bij ruimtelijke ontwikkelingen de maximale zone waarbinnen risicobronnen dienen te worden meegenomen in de omgeving van een ontwikkellocatie. In dit onderzoek wordt derhalve stilgestaan bij alle risicobronnen in een straal van 1,5 km vanaf de ontwikkellocatie.

3

Onderzoeksgebied De ontwikkellocatie ligt in de directe nabijheid van de Provinciale weg N35/N348 die als transportroute voor gevaarlijke stoffen dient. Figuur 6 geeft de potentiele risicobronnen conform de risicokaart weer.

Figuur 6 Potentiële risicobronnen nabij de ontwikkellocatie

In het kader van de waarborging van de externe veiligheid is het van belang om de risicobronnen rondom het plangebied in kaart te brengen. Figuur 6 voorziet hierin en toont alle in de nabije omgeving van het plangebied gelegen risicobronnen. In navolgende risico-inventarisatie is gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op het plangebied, op maximaal 1,5 km afstand:  risicovolle inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg.

3.1

Risicovolle inrichtingen In de nabijheid, op maximaal 1,5 km afstand, van de ontwikkellocatie bevinden zich drie inrichten waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Tabel 1 geeft de kenmerken van de risicovolle inrichtingen weer. Tabel 1 Kenmerken risicovolle inrichtingen Inrichting Tinq Raalte Hotel De Zwaan Texaco Raalte Noord

Installatie

Invloedsgebied PR

Invloedsgebied GR

Vulpunt

± 25 meter

± 150 meter

LPG-reservoir

± 25 meter

± 150 meter

LPG-afleverinstallatie

± 15 meter

± 150 meter

Chloorbleekloog opslag

± 20 meter

± 220 meter

Vulpunt

± 25 meter

± 150 meter

LPG-reservoir

± 25 meter

± 150 meter

LPG-afleverinstallatie

± 15 meter

± 150 meter

Afstand ontwikkellocatie ± 900 meter ± 1.100 meter ± 1.450 meter

Geconcludeerd wordt dat de drie inrichtingen gezien de afstand tot de ontwikkellocatie geen belemmering vormen voor het plan. Een nader onderzoek van de overige inrichtingen is derhalve niet noodzakelijk.

3.2

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen In de nabijheid, op maximaal 1,5 km afstand, van de ontwikkellocatie bevindt geen de aardgasleiding. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

3.3

Transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg

3.3.1

Spoor In de nabijheid, op maximaal 1,5 km afstand, van de ontwikkellocatie bevindt zich geen voor transport van gevaarlijke stoffen relevant spoortraject. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

3.3.2

Water In de nabijheid, op maximaal 1,5 km afstand, van de ontwikkellocatie bevindt zich geen voor transport van gevaarlijke stoffen relevante binnenvaartroute. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

3.3.3

Weg In de nabijheid, op maximaal 1,5 km afstand, van de ontwikkellocatie bevindt zich één relevant wegvak. De provinciale weg N35: Zwolle – afrit N348 (Raalte, Ommerweg) bevindt zich op circa 90 meter afstand van de ontwikkellocatie. Tabel 2 geeft de kenmerken van het wegvak weer.

Tabel 2 Invloedsgebied weg Stofcategorie

Aantal wagens

Invloedsgebied (m)

Afstand tot ontwikkellocatie

LF1

2.756

45

± 90 meter

LF2

4.833

45

± 90 meter

LT1

0

730

n.v.t.

LT2

0

880

n.v.t.

LT3

0

>4.000

n.v.t.

LT4

0

n.v.t.

n.v.t.

GF1

0

40

n.v.t.

GF2

0

280

n.v.t.

GF3

500

355

± 90 meter

GT2

0

245

n.v.t.

GT3

0

560

n.v.t.

GT4

0

>4.000

n.v.t.

GT5

0

>4.000

n.v.t.

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie in het invloedsgebied van het wegvak ligt. Een nader onderzoek van het wegvak als potentiele risicobron is derhalve vereist.

3.4

Conclusie In voorliggend rapport worden de potentiele risicobronnen beschouwd voor wat betreft het aspect externe veiligheid. Uit de inventarisatie van nabije risicobronnen blijkt het volgende:  De ontwikkellocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen, spoor en water.  De ontwikkellocatie bevindt zich in het invloedsgebied van wegtraject N35: Zwolle – afrit N348 (Raalte, Ommerweg). Een nader onderzoek is derhalve vereist. De navolgende hoofdstukken voorzien in het onderzoek en de verantwoording van het groepsrisico.

4

Risicoanalyse Aan de hand van de Regeling Basisnet en de risicokaart is het nabije wegtraject N35: Zwolle – afrit N348 (Raalte, Ommerweg) verkend. Hierbij is tevens de ‘lijst wegvakken data tellingen en basisnet’ gebruikt om de aanwezige stofcategorieën en het bijbehorende invloedgebied van het wegvak te bepalen. Deze zijn in voorgaand hoofdstuk, in tabel 3, nader toegelicht.

4.1

Onderzoeksgegevens

4.1.1

Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich op de locatie van de beoogde ontwikkeling een braakliggend perceel. Om inzicht te krijgen in het wegtraject als potentiële risicobron voor de ontwikkellocatie en de omgeving is de huidige populatie in meegenomen. De gegevens over aantallen aanwezigen zijn berekend in de BAG populatieservice en geëxporteerd ten einde deze te kunnen invoeren in het programma RBM II (versie 2.3 en versie 2.4). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk ook reeds vastgestelde bestemmingsplannen mee te nemen, ook al zijn deze niet of gedeeltelijk gerealiseerd. Dit is van toepassing op het nieuwbouwgebied Franciscushof (bestemmingsplan 2011) ten noordwesten van de ontwikkellocatie. Hiervoor is in het programma RBM II een aanvullend bouwvlak voor circa 255 woningen á 2,4 personen, zijnde 613 aanwezigen opgenomen. De gegevens uit de BAG populatieservice en het toegevoegde bouwvlak dienen derhalve als populatiebestand voor de huidige situatie.

4.1.2

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie ontstaan er op de locatie 41 grondgebonden tussen-/hoekwoningen en een zorgcomplex met circa 35 eenheden en bijbehorende voorzieningen. In het programma RBM II dient hiervoor een nieuw bouwvlak toegevoegd te worden met het aantal aanwezigen. Type gebouw

Aantal

Kencijfer aanwezigen

Totaal aanwezigen

Woonhuis

41 woningen

2,4 per verblijfsobject

98,4

Zorgcomplex

2.820 m2 (35 zorgeenheden)

30 m2 bvo per persoon

Totaal (afgerond)

94 193

De toekomstige situatie betreft derhalve m.b.t. het aantal aanwezigen de gegevens uit de BAG populatieservice, het bouwvlak voor nieuwbouwgebied Franciscushof en het bouwvlak voor deze beoogde ontwikkeling.

4.2

Onderzoeksresultaten Om de haalbaarheid van deze ontwikkeling aan te tonen zijn respectievelijk de huidige situatie en de toekomstige situatie getoetst aan het aspect ‘externe veiligheid’ in relatie tot het transport van gevaarlijke stoffen via het nabije wegvak N35. In het navolgende worden de onderzoeksresultaten nader toegelicht aan de hand van het Plasbrandaandachtsgebied, het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.

4.2.1

Plasbrandaandachtsgebied De aanwezigheid van een Plasbrandaandachtsgebied (PAG) wordt bepaald aan de hand van de in het Basisnet opgenomen gegevens. Uit de gegevens van de ‘Lijst wegvakken data tellingen en basisnet’ blijkt dat het wegvak N35 geen plasbrandaandachtsgebied kent. Geconcludeerd kan worden dat het plangebied niet binnen een PAG valt en derhalve geen aanvullende bouweisen voor bouwen in een PAG gelden.

4.2.2

Plaatsgebonden risico De aanwezigheid van een Plaatsgebonden risico (PR) kan onder andere worden bepaald aan de hand van de in de ‘Lijst wegvakken data tellingen en basisnet’ opgenomen gegevens. Hieruit -6 -7 blijkt dat het wegvak N35 geen PR-contour 10 /j kent, wel is er sprake van een PR 10 /j contour van 47 meter. Figuur 7 geeft het plaatsgebonden risico van het wegvak weer.

Figuur 7 PR-contouren (10-7/jaar contour in paars en 10-8/jaar contour in groen)

4.2.3

Groepsrisico Het groepsrisico is berekend met het programma RBM II en de voorafgaand genoemde huidige situatie en de toekomstige situatie met bijbehorende populatiegegevens. In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van een toenamen van het aantal aanwezigen met 193 personen. In de navolgende figuren worden de fN-curves van de huidige situatie en de toekomstige situatie weergegeven. In beide figuren is het rode gebied het groepsrisico hoger dan de oriënterende waarde (normwaarde hoger dan 0,01), in het gele gebied is het groepsrisico gelegen tussen 0,1 maal oriënterende waarde en de oriënterende waarde (normwaarde tussen 0,001 en 0,01). In het groene gebied is het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriënterende waarde (normwaarde lager dan 0,001).

Figuur 8 Huidige situatie fN-curve

Figuur 9 Toekomstige situatie fN-curve

Voor beide situaties is de overschrijdingsfactor berekend, deze is de verhouding tussen de fNcurve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor de maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de fN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de fN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Tabel 3 Aantal slachtoffers Situatie

Figuur

Max. N slachtoffers

Overschrijdingsfactor

(Hoogste GR per km) Huidige situatie

Figuur 8

276

0,0012

Toekomstige situatie

Figuur 9

276

0,0014

Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de huidige situatie evenals in de toekomstige situatie voor wat betreft het hoogste groepsrisico per kilometer van de route en het gesommeerde groepsrisico van de route de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.

4.3

Samenvatting risicoanalyse Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de personendichtheid in het invloedsgebied van het wegvak N35 toenemen. Het wegvak kent in de nabijheid van de ontwikkellocatie geen plas-6 brandaandachtsgebied en geen PR 10 /j contour. Tevens is gebleken dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden en het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. Ingevolge artikel 8 kan een volledige verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven als de verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan 10% toeneemt en de ori-8 entatiewaarde niet wordt overschreden. Wel is het wenselijk het groepsrisico van de in de 10 /j plaatsgebonden risicocontour liggende bebouwing zoveel mogelijk te minimaliseren. In het navolgende hoofdstuk zal door middel van een beperkte verantwoording van het groepsrisico hierin voorzien.

5

Beperkte verantwoording groepsrisico In Raalte bestaat het voornemen in het project ‘Sallandse Poort’ nieuwbouw voor zorg en woningen te realiseren. Het plan voorziet in een beoogde ontwikkeling van 41 grondgebonden tus2 sen-/hoekwoningen en een zorgcomplex van 3 lagen (per verdieping circa 940 m ) met circa 35 eenheden en bijbehorende voorzieningen. In het kader van externe veiligheid zijn de huidige en toekomstige situatie onderzocht. Zowel in de huidige situatie evenals in de toekomstige situatie wordt de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet overschreden en is het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriënterende waarde. Derhalve kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

5.1

Wettelijk kader Ten aanzien van het groepsrisico van de genoemde risicobronnen dient te worden ingegaan op de elementen van de verantwoording uit artikel 7 van het Bevt. Het heeft hier dan betrekking op zelfredzaamheid en beheersbaarheid/bestrijdbaarheid: a de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.

5.2

Beheersbaarheid / bestrijdbaarheid Allereerst is het voor de bestrijdbaarheid van een ramp of zwaar ongeval van belang om de aanrijdtijden van de brandweer voor het plangebied te inventariseren. Vanuit de brandweerkazerne Raalte is de locatie binnen 7 minuten te bereiken, vanuit de brandweerkazerne Heino binnen 8 minuten. Geconcludeerd wordt dat het plangebied en diens directe omgeving goed bereikbaar is voor de brandweer. Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid bij het toxische scenario worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Ten aanzien van het brandbare scenario, zet de brandweer eveneens in op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Wel is het van belang dat zich in het plangebied voldoende bluswatervoorzieningen bevinden. Het is te veronderstellen dat gezien het gegeven dat de locatie grenst aan een nieuwbouwwijk en nabije (zorg)voorzieningen, voldoende voorzieningen hiervoor aanwezig zijn.

5.3

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan glo-

baal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen en/of er een explosie plaatsvindt, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde toxische incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Om het effect van een explosie in de gebouwen beperkt te houden, dienen de ramen aan de zijde van de Heinoseweg klein en van splintervrij glas te zijn voorzien. Tevens dient het personeel van het zorgcentrum een extra BHV-opleiding te krijgen in hoe te handelen bij calamiteiten op de Heinoseweg. Bovenstaand advies is ook van toepassing op het brandbare scenario. Echter, ook vluchtwegen van de bron af, in dit geval in noordelijke en zuidelijke richting via de Burgemeester Zuidwijklaan of richting het tegenoverliggende woongebied, behoren tot de mogelijkheden om de zelfredzaamheid met opties voor schuilen te vergroten.

Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de vigerende veiligheidsplannen van de gemeente Raalte en de daarin gemaakte keuzes.

6

Advies veiligheidsregio Er dient advies te worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio IJsselland en het advies dient aan de besluiten van het bevoegd gezag te worden toegevoegd. PM

BIJLAGE 1 QRA HUIDIGE SITUATIE

Rapportage RBM II

Project: Versie RBM 2.4: Releasedatum RBM: Rapport gegenereerd op:

Project onbekend 2.4.2017 Build: 33 19‐12‐2016 02‐10‐2020 14:49:58

1

Inhoudsopgave Titelpagina Inhoud 1. Projectgegevens 1.1 Samenvatting 1.2 Contouren 1.3 Versies 1.4 Werkgebied 1.5 Algemene gegevens 1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens 1.6.2 Meteorologische gegevens 2. Situatieplot 3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve 3.2 Kenmerken van het groepsrisico 4. Route en transportgegevens 5. Bouwvlakken

1 2 3 3 3 3 4 4 4 4 5 6 7 7 8 9 10

2

1. Projectgegevens' Project onbekend' 1.1 Samenvatting Beschrijving Naam Omschrijving Modaliteit Weerstation Lengte van de totale route Berekend

Waarde Project onbekend ‐ Weg Twenthe 1186 PR en GR berekend

Eenheid

m

1.2 Contouren Beschrijving

Gemiddelde afstand tot de contouren m

N35

(1 traject).

10‐8 contour 10‐7 contour

108,4 44,2

Oppervlak onder de contouren m2 294047 110889

1.3 Versies Onderdeel RBM_II_v24.exe RBM_23_Conversie.exe Helpbestand Pop.service filter Scenariobestand Stofgegevens Transportmiddelen Systeemdatum

Versie 2.4.2017 Build: 33 2.2.0 Build: 884 2.4.1 ps20160701 scn20160701 stf20160701 tm20160701

Datum 19‐12‐2016 8‐11‐2016 14‐12‐2016 2016/11/1 20160701 20160701 20160701 2‐10‐2020

3

1.4 Werkgebied Punt X‐coördinaat van het meest ZW punt Y‐coördinaat van het meest ZW punt Grootte van het werkgebied

Waarde 214150 489200 2000

1.5 Algemene gegevens Eigenschap Naam Omschrijving

Waarde Project onbekend ‐

Uitgevoerd door: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 0000AA ‐

In opdracht van: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 0000AA ‐

1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens Eigenschap Weerstation Aantal windrichtingen Aantal weerklassen Begin van de dag Begin van de nacht

Waarde Twenthe 12 6 8:00 18:30

4

1.6.2 Meteorologische gegevens stabiliteit, windsnelheid Periode

Dag

Nacht

B

D

Richting 3

1,5

5

E

F

9

5

1,5

1

0,018

0,014

0,016

0,007

0,000

0,000

2

0,024

0,014

0,016

0,004

0,000

0,000

3

0,032

0,015

0,021

0,009

0,000

0,000

4

0,034

0,015

0,019

0,008

0,000

0,000

5

0,025

0,014

0,013

0,003

0,000

0,000

6

0,017

0,013

0,011

0,002

0,000

0,000

7

0,018

0,016

0,029

0,013

0,000

0,000

8

0,026

0,027

0,069

0,051

0,000

0,000

9

0,020

0,020

0,055

0,049

0,000

0,000

10

0,014

0,015

0,032

0,033

0,000

0,000

11

0,015

0,014

0,030

0,027

0,000

0,000

12

0,016

0,015

0,023

0,013

0,000

0,000

1

0,000

0,011

0,007

0,002

0,003

0,015

2

0,000

0,015

0,012

0,001

0,006

0,027

3

0,000

0,018

0,020

0,005

0,017

0,034

4

0,000

0,017

0,019

0,006

0,019

0,032

5

0,000

0,017

0,012

0,002

0,013

0,029

6

0,000

0,016

0,011

0,002

0,006

0,025

7

0,000

0,023

0,032

0,011

0,015

0,030

8

0,000

0,032

0,060

0,043

0,017

0,034

9

0,000

0,022

0,041

0,034

0,010

0,020

10

0,000

0,015

0,021

0,016

0,005

0,015

11

0,000

0,014

0,013

0,008

0,003

0,014

12

0,000

0,011

0,009

0,003

0,002

0,011

5

2. Situatieplot

6

3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve

7

3.2 Kenmerken van het groepsrisico FN‐curve

Normwaarde (N:F)

Max. F ( N:F )

Max. N ( N:F)

Verw.waarde

Project, Hoogste GR per punt.

0,00005 (88 : 5,8E‐009)

1,7E‐008 (11 : 1,7E‐008) 88 (88 : 5,8E‐009)

1,00E‐006

Project, Hoogste GR per km.

0,00042 (75 : 7,5E‐008)

3,0E‐007 (11 : 3,0E‐007) 276 (276 : 1,2E‐009)

1,54E‐005

Project, Gesommeerd GR.

0,00042 (75 : 7,6E‐008)

3,1E‐007 (11 : 3,1E‐007) 276 (276 : 1,2E‐009)

1,58E‐005

8

4. Route en transportgegevens Naam

Type traject

Modaliteit: Weg

Breedte Frequenti

Relatie route

1 N35

Buiten bebouwde kom

m

1/jaar

10

3,6E‐7

Lengte Stof

#

Transp. middel

stof

traject ID traject ID m Niet Niet 1186 verbonden verbonden

1/jaar

LF1 (brandbare vloeistof) LF2 (zeer brandbare vloeistof) GF3 (zeer brandbaar gas)

2756 4833 500

Transportverdeling Dag Werkweek ‐

Tankwagen (brandb. vloeistof) Tankwagen (brandb. vloeistof) Tankwagen (brandb. gas)

‐

0,61

1

0,61

1

0,61

1

9

5. Bouwvlakken Naam

Omschrijving

Oppervlak Herkomst Gebruiksfunctie gegevens m2

Franciscusho Niet ingevuld f

47181

Aanwezigen

Fractie buitenshuis

Aanwezigheid

Aanwezigheid per dag

# situaties

Capaciteit

Dag

Nacht

Dag

Nacht

Vanaf

Tot

1 / m2

‐

‐

‐

‐

uu : mm uu : mm

1/jaar

0.013

0,5

0,07

0,01

0:00

NVT

RBM v24 Woonbebouwing

1

24:00

m,di,w,do,vr,za,zo,

10

BIJLAGE 2 QRA TOEKOMSTIGE SITUATIE

Rapportage RBM II

Project: Versie RBM 2.4: Releasedatum RBM: Rapport gegenereerd op:

Project onbekend 2.4.2017 Build: 33 19‐12‐2016 02‐10‐2020 14:46:44

1

Inhoudsopgave Titelpagina Inhoud 1. Projectgegevens 1.1 Samenvatting 1.2 Contouren 1.3 Versies 1.4 Werkgebied 1.5 Algemene gegevens 1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens 1.6.2 Meteorologische gegevens 2. Situatieplot 3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve 3.2 Kenmerken van het groepsrisico 4. Route en transportgegevens 5. Bouwvlakken

1 2 3 3 3 3 4 4 4 4 5 6 7 7 8 9 10

2

1. Projectgegevens' Project onbekend' 1.1 Samenvatting Beschrijving Naam Omschrijving Modaliteit Weerstation Lengte van de totale route Berekend

Waarde Project onbekend ‐ Weg Twenthe 1186 PR en GR berekend

Eenheid

m

1.2 Contouren Beschrijving

Gemiddelde afstand tot de contouren m

N35

(1 traject).

10‐8 contour 10‐7 contour

108,4 44,2

Oppervlak onder de contouren m2 294047 110889

1.3 Versies Onderdeel RBM_II_v24.exe RBM_23_Conversie.exe Helpbestand Pop.service filter Scenariobestand Stofgegevens Transportmiddelen Systeemdatum

Versie 2.4.2017 Build: 33 2.2.0 Build: 884 2.4.1 ps20160701 scn20160701 stf20160701 tm20160701

Datum 19‐12‐2016 8‐11‐2016 14‐12‐2016 2016/11/1 20160701 20160701 20160701 2‐10‐2020

3

1.4 Werkgebied Punt X‐coördinaat van het meest ZW punt Y‐coördinaat van het meest ZW punt Grootte van het werkgebied

Waarde 214150 489200 2000

1.5 Algemene gegevens Eigenschap Naam Omschrijving

Waarde Project onbekend ‐

Uitgevoerd door: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 0000AA ‐

In opdracht van: Naam Telefoon Emailadres Bedrijf Adres Postcode Plaats

‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 0000AA ‐

1.6 Weer 1.6.1 Algemene weergegevens Eigenschap Weerstation Aantal windrichtingen Aantal weerklassen Begin van de dag Begin van de nacht

Waarde Twenthe 12 6 8:00 18:30

4

1.6.2 Meteorologische gegevens stabiliteit, windsnelheid Periode

Dag

Nacht

B

D

Richting 3

1,5

5

E

F

9

5

1,5

1

0,018

0,014

0,016

0,007

0,000

0,000

2

0,024

0,014

0,016

0,004

0,000

0,000

3

0,032

0,015

0,021

0,009

0,000

0,000

4

0,034

0,015

0,019

0,008

0,000

0,000

5

0,025

0,014

0,013

0,003

0,000

0,000

6

0,017

0,013

0,011

0,002

0,000

0,000

7

0,018

0,016

0,029

0,013

0,000

0,000

8

0,026

0,027

0,069

0,051

0,000

0,000

9

0,020

0,020

0,055

0,049

0,000

0,000

10

0,014

0,015

0,032

0,033

0,000

0,000

11

0,015

0,014

0,030

0,027

0,000

0,000

12

0,016

0,015

0,023

0,013

0,000

0,000

1

0,000

0,011

0,007

0,002

0,003

0,015

2

0,000

0,015

0,012

0,001

0,006

0,027

3

0,000

0,018

0,020

0,005

0,017

0,034

4

0,000

0,017

0,019

0,006

0,019

0,032

5

0,000

0,017

0,012

0,002

0,013

0,029

6

0,000

0,016

0,011

0,002

0,006

0,025

7

0,000

0,023

0,032

0,011

0,015

0,030

8

0,000

0,032

0,060

0,043

0,017

0,034

9

0,000

0,022

0,041

0,034

0,010

0,020

10

0,000

0,015

0,021

0,016

0,005

0,015

11

0,000

0,014

0,013

0,008

0,003

0,014

12

0,000

0,011

0,009

0,003

0,002

0,011

5

2. Situatieplot

6

3. Groepsrisico 3.1 Groepsrisicocurve

7

3.2 Kenmerken van het groepsrisico FN‐curve

Normwaarde (N:F)

Max. F ( N:F )

Max. N ( N:F)

Verw.waarde

Project, Hoogste GR per punt.

0,00005 (88 : 5,8E‐009)

1,7E‐008 (11 : 1,7E‐008) 88 (88 : 5,8E‐009)

1,00E‐006

Project, Hoogste GR per km.

0,00044 (75 : 7,8E‐008)

2,9E‐007 (11 : 2,9E‐007) 276 (276 : 1,4E‐009)

1,58E‐005

Project, Gesommeerd GR.

0,00045 (75 : 8,0E‐008)

3,2E‐007 (11 : 3,2E‐007) 291 (291 : 1,0E‐009)

1,66E‐005

8

4. Route en transportgegevens Naam

Type traject

Modaliteit: Weg

Breedte Frequenti

Relatie route

1 N35

Buiten bebouwde kom

m

1/jaar

10

3,6E‐7

Lengte Stof

#

Transp. middel

stof

traject ID traject ID m Niet Niet 1186 verbonden verbonden

1/jaar

LF1 (brandbare vloeistof) LF2 (zeer brandbare vloeistof) GF3 (zeer brandbaar gas)

2756 4833 500

Transportverdeling Dag Werkweek ‐

Tankwagen (brandb. vloeistof) Tankwagen (brandb. vloeistof) Tankwagen (brandb. gas)

‐

0,61

1

0,61

1

0,61

1

9

5. Bouwvlakken Naam

Omschrijving

Oppervlak Herkomst Gebruiksfunctie gegevens

Nieuwbouw Sallandsde Poort

47181

12938

Fractie buitenshuis

Aanwezigheid

Aanwezigheid per dag

# situaties

Capaciteit

Dag

Nacht

Dag

Nacht

Vanaf

1 / m2

‐

‐

‐

‐

uu : mm uu : mm

1/jaar

Woonbebouwing

0.013

0,5

1

0,07

0,01

0:00

24:00

m,di,w,do,vr,za,zo,

NVT

Woonbebouwing

0.0077

0,5

1

0,07

0,01

0:00

24:00

m,di,w,do,vr,za,zo,

NVT

Bedrijf continu

0.0073

1

1

0,05

0,01

0:00

24:00

m,di,w,do,vr,za,zo,

NVT

m2

Franciscusho Niet ingevuld f

Aanwezigen

Tot

RBM v24

RBM v24

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=df444302-fc9f-4e22-88f7-eded6e0acc49