CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Verordening adviescie CRK Raalte definitief

Raadsvergadering 10 maart 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen instellen Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (hamerstuk)1.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Raalte De raad van de gemeente Raalte;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Raalte

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

-

Commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9

van de wet, genaamd Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Raalte; -

Goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet;

-

Wet: de Omgevingswet.

Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden

1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te

adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

2. Ter uitvoering van haar taak:

a . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders

over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:

1. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument;

2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd

gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument;

3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan

als adviseur is aangewezen;

4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies

nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit;

b . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders

over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen

van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-

aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet;

c . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over

het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit;

d . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in

een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies

nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving;

e . informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en

wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f . voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders

vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning;

g . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders

over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen;

h . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de

omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg, standplaatsvergunning,

exploitatievergunning horecabedrijven en ligplaatsvergunning.

Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering

Burgemeester en wethouders winnen verplicht advies van de commissie in

omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling

1 . De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, de voorzitter daaronder

begrepen. De raad kan daarnaast maximaal vijf plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.

2 . De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel

op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de

advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3 . De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.

4 . De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en (archeologische) monumentenzorg.

5 . De advisering is opgedragen aan Stichting Het Oversticht te Zwolle, Genootschap tot bevordering en instandhouding van het landelijk en

stedelijk schoon, die personen voordraagt als lid en plaatsvervangend lid van de commissie.

6. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder

verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur en zijn onafhankelijk. Artikel 5. Benoeming

1. De leden en de plaatsvervangers worden door de raad voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd.

2. Herbenoeming van leden en de plaatsvervangers kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

3. Afgetreden leden zijn één jaar na hun aftreden weer benoembaar.

4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden

ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Artikel 6. Ondersteuning van de commissie

1. Het secretariaat van de commissie berust bij Het Oversticht te Zwolle. 2. Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter.

Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn

1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een

advies wordt verwacht.

2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld,

brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling

1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om

omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op

een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, of, indien de ‘Wet open overheid’ op dat moment al in werking is getreden, artikel 5.1 van de Wet open overheid, ten grondslag te leggen. De

openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.

2 . De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.

3 . Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid

van ten minste twee leden. Over een advies over een aanvraag om een

omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.

4 . Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij

de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de

besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.

5 . De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de

Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.

Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie

De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van

de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder

verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs

1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot

daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

2 . De commissie kan zich doen bijstaan door burgemeester en wethouders

aangewezen andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

3 . De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging

van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies

1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere

gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte.

2 . In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking

van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde

1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.

2 . In het reglement van orde komt ten minste aan de orde:

a . de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c;

b . de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f;

c . de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd;

d . het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de

vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid

wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen;

e . de notulering en dossiervorming;

f . de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g . de instelling van subcommissies;

h . de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9;

i . de selectie en voordracht van kandidaat-leden.

3 . Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het

door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs

Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere

adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor

een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.

Artikel 14. Vergoeding

Met Het Oversticht is een dienstverleningsovereenkomst gesloten. In deze dienstverleningsovereenkomst is de vergoeding bepaald. Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag

1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 april verslag als bedoeld in artikel

17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

2 . In het jaarverslag komt ten minste aan de orde:

a . de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in

artikel 17.9, derde lid, van de wet;

b . de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van

vergaderen.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht

Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is

ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het

gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Raalte wordt geacht

de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.

Artikel 17. Vervallen [en intrekking] oude regeling

De regels met betrekking tot de commissie uit artikel 9.1 en 9.2 van de Bouwverordening gemeente Raalte komen te vervallen. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016,

houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.

2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de

gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit Raalte.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum] De voorzitter, De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=22ab4b84-d299-41a3-9434-9307e9f67039