CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Tussenstand RES West-Overijssel januari 2023

Informatievoorziening raad 16 maart 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Informatienotitie Tussenstand RES West-Overijssel Januari 20236.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tussenstand RES 2.0 Januari 2023 Regio West-Overijssel

1

Voorwoord Voor u ligt de 2e Tussenstand RES West-Overijssel. De vorige dateert van juli 2022. Voorliggende Tussenstand geeft de stand van zaken weer met betrekking tot de afspraken uit de RES 1.0 tot en met november 2022. Het bevat de monitor en de duiding daarvan, waarbij we onszelf de vraag stellen: ’Wat zeggen deze cijfers, hoe moeten we die interpreteren en welk verhaal ligt er achter de cijfers?’. En ook ‘moeten we de aanpak wijzigen’, ‘vragen de conclusies om gerichte nieuwe acties?’. De betrokken gemeenten, provincie en de netbeheerder hebben bijgedragen aan het vullen van de monitor. Het rapport dat voorligt, is met de betrokken overheden en de netbeheerders opgesteld en besproken. Het is een gezamenlijk document. De maatschappelijke partners, georganiseerd in de Adviesgroep, hebben de 2e Tussenstand besproken en een krachtig advies hierover aan de bestuurder afgegeven. We lezen in deze Tussenstand dat we stappen vooruit zetten en ook dat deze stappen sneller en groter moeten worden om onze doelstellingen, vastgelegd in de RES 1.0, te halen. Zo staat het behalen van het bod van 1,8 TWh in 2030 onder flinke tijdsdruk, raken we verder verwijderd van ons streven naar een betere wind:zon verhouding wat nadelige gevolgen heeft voor o.a. de huidige netcongestie. De ruimte voor het aansluiten van nieuwe projecten op de korte termijn wordt daardoor aanzienlijk kleiner.

Het grotendeels ontbreken van regionale warmtebronnen en de inzet op groen gas vragen wellicht ook om een nauwere samenwerking op het warmtedossier. We zien verschillen tussen gemeenten. Waar de ene gemeente haar zoekgebieden wind voor na 2030 al in het vizier heeft, moet de andere gemeente nog aan de slag met het aanwijzen van een eerste zoekgebied. En we zien dat die zoektocht soms gehinderd wordt door juridische spelregels soms door politieke weerstand of door een te kort aan menskracht. De verschillen zullen overbrugt moeten worden om op korte termijn samen tot oplossingen te komen. Dit komt ook andere vraagstukken die in West-Overijssel spelen ten goede zoals bijvoorbeeld de transitie van de landbouw, natuuropgaven, woningbouw, et cetera. Een integrale gebiedsgerichte aanpak vergroot namelijk de slagingskansen en kan een versnelling te weeg brengen. Dit vraagt om extra inzet op de samenwerking. Die samenwerking krijgt, nu alle nieuwe bestuurders hun plek hebben gevonden, steeds meer vorm. Daarin zetten we verschillende stappen. Een daarvan is het ‘bestuurlijke gesprek’ op 10 februari a.s. waarin de bestuurlijke dilemma’s worden besproken en de acties om deze op te lossen worden geformuleerd.

Wij hebben er vertrouwen in dat voorliggende Tussenstand alles in zich heeft om de komende tijd met elkaar, bestuurders, volksvertegenwoordigers, ambtenaren en ook maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en inwoners, het gesprek te voeren over de uitdagingen en bovenal deze aan te pakken en tot uitvoering te komen. Namens de werkorganisatie West-Overijssel

Karin Komdeur Programmamanager RES West-Overijssel

2

Inhoudsopgave Voorwoord

pagina 2

1. Inleiding

4

2. De opgaven uit RES 1.0

5

3. Waar staan we nu, december 2022 7 3.1. Opwek

7

3.2. Leefomgeving

12

3.3. Netwerk

13

3.4. Warmte

14

3.5. Stand van zaken lokaal eigendom

16

4. Proces

17

4.1. Onderzoek m.e.r.-plicht

17

4.2. Monitoring, voortgang en verantwoording

17

4.3. Implementatie organisatie

17

4.4. Ontwikkelingen

17

3

1

Inleiding

Aanleiding Met de oplevering van de RES 1.0 op 1 juli 2021 heeft de RES-regio haar eerste mijlpaal geslagen voor de uitvoering en ontwikkeling van de RES West-Overijssel. De RES is één van de middelen om te komen tot een energieneutrale regio in 2050. Dat lijkt ver weg, maar die tijd is hard nodig voor deze complexe opgave. Om de voortgang te kunnen volgen en waar nodig bij te kunnen sturen op inhoud en/of proces, is de RES-monitor opgezet. Deze monitor bevat informatie over de onderwerpen van de RES: 1,8 TWh door opwek met zon en wind, leefomgeving, energienetwerk, warmte en participatie. De monitor is ontwikkeld door medewerkers van de RES-partners en de gegevens zijn aangeleverd door de gemeenten. De basis van de monitor ligt in de Quickscan van de NP RES. De NP RES zet deze Quickscan in om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de RES in Nederland. Ingediende moties op de RES 1.0, maar ook het verzoek van de bestuurders, hebben ertoe geleid onze RES West-Overijssel tweejaarlijks te monitoren. Cijfers en feiten zeggen echter een deel van het verhaal. De resultaten van de monitor zijn daarom geanalyseerd en daar waar nodig zijn die feiten en cijfers in de context geplaatst. Niet om iets te verhullen, maar om de juiste duiding aan de resultaten te kunnen geven.

Daarbij worden ook (geo)politieke en maatschappelijke ontwikkelingen betrokken en wordt ook gekeken naar de in de RES 1.0 opgestelde randvoorwaarden. Dit document geeft aan waar we staan op de verschillende onderdelen van de RES t/m november 2022. Het bevat de resultaten van de monitor en de duiding daarvan. We noemen het de Tussenstand. Dit is de tweede Tussenstand. Doel Doel van deze Tussenstand is het Bestuurlijk Platform inzicht te geven in de voortgang en de uitdagingen van de RES West-Overijssel op gemeentelijk- en op RES-regio niveau. De Tussenstand is daarmee de basis voor het bestuurlijk voortgangs- en verantwoordingsgesprek. Dit gesprek kan leiden tot het agenderen van nieuwe bestuurlijke issues, bijstelling van de RES op inhoud en/of proces of leiden tot nieuwe afspraken over inzet. Vervolgens wordt het ter informatie aan de volksvertegenwoordigers gezonden. Wat vindt u in de Tussenstand? Deze Tussenstand begint met een overzicht van de opgaven zoals die in de RES 1.0 zijn geformuleerd en/of tussentijds aan de opgaven zijn toegevoegd door de bestuurders (hoofdstuk twee). Dat is het vertrekpunt. Vervolgens wordt in hoofdstuk drie beschreven waar we staan ten opzichte van 1 juli 2021 toen de RES 1.0 werd ingediend.

We beschrijven de feiten en cijfers met betrekking tot de afspraken over de opwek van energie (TWh) en de verdeling daarvan tussen zon- en wind (paragraaf 3.1), de ruimtelijke aspecten (paragraaf 3.2), het netwerk (paragraaf 3.3), warmte (paragraaf 3.4) en participatie (paragraaf 3.5). We kijken daarbij ook naar de verschillen en overeenkomsten met de voorgaande Tussenstand. Hoofdstuk vier geeft de ontwikkelingen m.b.t. het te doorlopen proces en de in de RES 1.0 gestelde randvoorwaarden weer.

4

2

De opgaven uit RES 1.0

In de RES 1.0 zijn over de verschillende onderwerpen afspraken gemaakt om in de RES 2.0, 3.0 en verder aan te werken. Om het verder te ontwikkelen en/of te realiseren. Een deel van de opgaven valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten, een deel bestaat uit gezamenlijke opgaven. De opgaven zijn in onderstaande tabel (tabel 1) samengevat en per opgave is met kleur aangegeven wat de stand van zaken is in relatie tot de gestelde doelen. Vervolgens zijn de bijbehorende procesindicatoren uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. Tabel 1 - Samenvatting opgaven RES 1.0 en stand van zaken per 1 januari 2023 Onderwerp/Thema Datum 1/07/ 2022 Opwek Opwek met zon en wind: 1,826 TWh in 2030 2030 Zon- en windprojecten vergund 2025 Streven naar verdeling zon:wind=40:60 2023 en verder Leefomgeving Vaststellen zoekgebieden wind 1 juli 2023 Borging RES 1.0 in provinciaal en lokaal beleid RES 2.0 Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit 2022 en verder Subregionale samenwerking 2023 en verder M.e.r procedure 2023 Netwerk Afstemming projecten en opgaven netwerk 2022 en verder regionaal en lokaal Warmte Verdiepen aanwezigheid en verdeling boven- RES 2.0 lokale bronnen Afstemming TVW en RSW en consequenties RES 2.0 Verkenning regionaal of gemeentelijk energie- 2022 en verder bedrijf Kennisontwikkeling versleepbare bronnen RES 2.0 Participatie Borging minimaal 50% lokaal eigendom 1 juli

2023 Participatie 2022 en verder Proces Onderzoek PlanMER plicht 2022 Uitvoering PlanMER 2023 Monitoring, voortgang en verantwoording 2 keer per jaar Implementatie organisatie 2022

1/01 2023 Paragraaf 3.1 3.1 3.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.3

3.4 3.4 3.4 3.4 3.5 3.5 Afgerond 4.1 4.2 4.3

Rood: knelpunt / oranje: geen knelpunt maar nog niet afgerond / groen: op schema

Binnen de RES West-Overijssel wordt gewerkt met het afwegingskwadrant van de NP RES. De plannen en de zoekgebieden worden afgewogen binnen de hoekpunten ‘bijdrage energietransitie’, ‘maatschappelijke kostenefficiency’, ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘maatschappelijke acceptatie’. Dit afwegingskwadrant betrekken we dan ook bij de verdere duiding in hoofdstuk 3.

5

Figuur 1: Afwegingskwadrant RES West-Overijssel

6

3

Waar staan we nu: januari 2023

3.1.

Opwek

Ten opzichte van de vorige tussenstand is er weinig veranderd in het aantal gerealiseerde en/of de harde plannen voor grootschalige opwek. Circa 45% van het bod is gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. Vergunningen voor windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn verleend om het bod voor wind in 2030 te kunnen halen. In veel gemeenten volgt nog besluitvorming rondom ruimtelijke kaders, zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden. Daarnaast zien we de gewogen pijplijn langzaam opdrogen. Deze wordt onvoldoende aangevuld met nieuwe initiatieven. Dat betekent niet dat er geen initiatieven zijn maar wel dat deze beleidsmatig nog niet passen en nog niet boven water komen in de monitor. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een windproject dat al behoorlijk in de steigers staat maar wat speelt in een gemeente dat (nog) geen zoekgebied heeft vastgesteld. Met betrekking tot de opwek (1,8 TWh) verwachten we dat als de regio niet versnelt, de opwek van 1,8 TWh in 2030 niet gehaald wordt. Deze conclusie is gebaseerd op de cijfers van de monitor (figuur 2) in combinatie met de volgende procesindicatoren: - Aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind. - Aantal gemeenten die de RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid. - Aantal projecten (wind) in de initiatieffase en nog niet in behandeling (onder de radar).

- De tijd die realisatie van een windproject kost (gemiddeld zeven jaar).

Figuur 2: De gewogen pijplijn bevat die projecten die al in procedure/voorbereiding zijn en een redelijke kans van slagen hebben

Stand van zaken zon De realisatie van zonneparken loopt voorspoedig. Het is binnen de RES-periode haalbaar de doelstellingen die gesteld zijn voor zon-op-veld te behalen. Ook zon-op-dak loopt voorspoedig. Er wordt meer zon-op-dak gerealiseerd. Dit is positief want daaruit blijkt dat meer en meer de zonneladder wordt gevolgd. Ook in de communicatie naar inwoners toe is dat belangrijk. Een vaak gehoord argument is ‘Leg eerst de daken maar vol’. De problematiek op het netwerk werkt ook voor zon op dak vertragend.

7

Opgemerkt wordt dat het Fundament van de provincie Overijssel aangeeft dat vruchtbare landbouwgrond, die vooral in West-Overijssel ligt, beschikbaar moet blijven voor de landbouw. Dat heeft consequenties voor de ontwikkeling van zonneparken in het veld. De gevolgen zijn helemaal groot voor gemeenten die alleen inzetten op zon. Voor hen is de voortgang van zon-op-dak dan ook noodzakelijk.

Figuur3: Stand van zaken zon op veld

Figuur 4: Stand van zaken zon op dak

Stand van zaken wind Voor wind geldt dat we achterlopen. Niet overal, maar wel in veel gemeenten. Het grootste struikelblok is het gebrek aan beleid in gemeenten. De procesindicatoren: aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind, aantal gemeenten die RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid, aantal projecten (wind) in de initiatieffase, en de tijd die realisatie kost (gemiddeld zeven jaar), geven niet de indruk dat het tempo significant omhoog gaat de komende periode. Daarbij wordt opgemerkt dat het huidige aandeel gerealiseerde windparken (waarvan de opwek 8

is weergegeven in figuur 5) voornamelijk is gebaseerd op windparken waarvan de plannen zijn gemaakt voor de start van de RES. Er is sprake van een toename van het aantal gemeenten dat zoekgebieden heeft vastgesteld. Echter, een vastgesteld zoekgebied is nog geen garantie voor een snelle uitrol van projecten. We zien weinig concrete nieuwe initiatieven voor windparken en de initiatieven die er zijn, vertonen amper voortgang. Zo lopen gemeenten bijvoorbeeld vertraging op door verschillende (externe) oorzaken zoals het voorkomen van de Wespendief en het beleid dat Provincie Gelderland daarvoor opstelt. Daarnaast hebben we de afgelopen periode gezien dat naast de versnelling door een aantal gemeenten, er ook gemeenten zijn die een pas op de plaats maken en dit ook in het coalitieakkoord hebben vastgelegd. Ondanks dat, zien we ook dat er gewerkt wordt aan een narratief over de energietransitie om raadsleden van de juiste feitelijke informatie te voorzien en inzicht te geven in de problematiek die ontstaat als er alleen wordt ingezet op zon. Het gegeven dat de voortgang op wind achterblijft, heeft grote consequenties voor de verhouding wind:zon (zie hierna). Opgemerkt wordt dat is afgesproken dat gemeenten uiterlijk 1 juli 2023 de zoekgebieden voor wind hebben vastgesteld.

Voor gemeenten die deze deadline niet halen, zal de provincie, als een windinitiatief zich meldt en het past binnen het provinciaal beleid, het initiatief in behandeling nemen en een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) starten. Zij zal dit in samenwerking met de gemeente blijven doen maar daarmee verliest de gemeente wel haar regie op het initiatief.

Figuur 5: Stand van zaken wind

Stand van zaken verhouding wind en zon Het belang van een goede verhouding wind:zon Een juiste verhouding van zon en wind zorgt voor een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet. Zonneenergie levert relatief weinig op in de winter, maar juist relatief veel in de zomer. Bij windenergie is dit omgekeerd. Daarnaast waait het ook vaker dan dat de zon schijnt. Zowel ’s nachts als overdag kan het waaien, terwijl zonne-energie alleen overdag opgewekt kan worden. Een gelijkere verdeling van zon en wind zorgt dus voor een betere gemiddelde energieopwek en is daarom efficiënter én goedkoper. De opbrengst van een molen is in verhouding tot het grondbeslag groter. Een windpark vraagt minder ruimte dan een zonnepark wat van belang is nu de ruimte schaars wordt en dit komt ook het landschap ten goede.

9

Figuur 6: Verhouding wind/zon van het aandeel gerealiseerd + de gewogen pijplijn

De afspraak wind:zon van 60%:40% In de RES 1.0 is afgesproken toe te werken naar een verhouding wind 60%:zon 40%. Deze afspraak geldt op regionaal niveau. Dit betekent dat gemeenten ver boven de 60% en ver onder de 60% uit mogen komen zolang het netwerk dit aankan, het ruimtelijk passend is en we regionaal aan de afspraak voldoen. Als voorbeeld: Dalfsen lijkt boven de 60% uit te gaan komen, Zwolle eronder. Dit is ook logisch als je kijkt naar de grote hoeveelheid zon-op-dak-projecten in Zwolle. Zolang dit elkaar uit blijft middelen, is dit acceptabel. Daarvoor moeten er nu wel meer windprojecten in de pijplijn komen. De verhouding wind:zon is uit evenwicht De verhouding opgesteld vermogen wind ten opzichte van zon is te laag. Over de hele regio bezien, is deze verhouding 36% wind:64% zon. Figuur 7 geeft de relatie weer hoe de huidige voortgang zich verhoudt tot de nagestreefde wind:zon ratio. Hieruit wordt duidelijk dat zonne-energie al snel de grens van 730 GWh nadert. Zeker als we in ogenschouw nemen dat de realisatie van zon-op-dak sneller gaat dan we tot nu toe aannamen. Voor windenergie geldt het tegenovergestelde. Terwijl de huidige plannen goed zijn voor iets meer dan 300 GWh (realisatie en gewogen pijplijn), moet er dus nog concreet invulling gegeven worden aan ongeveer 800 GWh aan windprojecten.

Oorzaken van de scheve wind:zon verhouding zijn de toenemende realisatie van zon (op dak), het feit dat veel gemeenten voor wind nog in de beleidsvorming rondom zoekgebieden zitten en externe factoren zoals veranderende wet- en regelgeving. Daarnaast speelt ook de maatschappelijke discussie over windenergie een belangrijke rol. Er is regio breed nog geen versnelling richting de 60% wind te zien. Sterker, door het succes van zon-opdak dreigt de balans alleen maar verder richting zon door te slaan. Elke extra GWh zon moet eigenlijk vergezeld gaan van (minimaal) een gelijke inspanning op wind. De programmering van wind blijft echter achter. Versneld extra programmeren op wind is noodzakelijk om de gewenste verhouding 60:40 en het bod van 1,8TWh in 2030 te behalen. Het gaat hierbij om de realisatie van 50-77 windmolens, afhankelijk van de grootte.

10

Figuur 7: Voortgang in relatie tot zon:wind verhouding

De verhouding wind:zon staat overigens nog meer onder druk omdat er meer zon-op-dak wordt gerealiseerd zonder SDE subsidie. Omdat de monitoring loopt via SDE informatie (en hier ook geen goed alternatief voor is), is dit gedeelte niet volledig in beeld. Omdat zon-op-dak geen vergunningstraject behoeft, is hier ook minder sturing mogelijk. Een versnelling van zon-op-dak kan gecompenseerd worden door te minderen met zon op veld, om zo de wind:zon verhouding in de juiste richting te sturen. Financiële consequenties worden afgewenteld op de inwoner Als de verhouding tussen wind en zon niet wijzigt naar 60:40 heeft dit ook financiële consequenties. Om het huidige bod van 1,8 TWh te realiseren, wordt dan 100 tot 165 miljoen meer uitgegeven. De meerkosten zitten in extra uitbreidingen van het netwerk en extra SDE-subsidies. Dit zijn allemaal maatschappelijk kosten die uiteindelijk door de inwoners van West-Overijssel worden betaald. Daarnaast heeft een onvoordelige verhouding ook consequenties voor de leefomgeving in West-Overijssel. Oplossingsrichtingen Om aan de nagestreefde wind:zon verhouding te voldoen zullen er, gezien de gemiddelde doorlooptijd, op korte termijn concrete plannen moeten worden gemaakt voor de realisatie van 800 GWh aan windparken.

Dit verbetert de systeemefficiëntie van het elektriciteitsnet waardoor de kansen om de RESdoelstellingen te halen toenemen en er minder netwerkuitbreidingen nodig zijn. Oplossingsrichtingen zijn het naar voren halen van windprojecten, en vooral het op korte termijn invullen en concreet maken van de ambities door die gemeenten die dat nog niet gedaan hebben (afspraak RES 1.0). Hier moet ook bekeken worden waar overprogrammering mogelijk is. Daarnaast kunnen gemeenten ook verder met wind als zij zelf afstandsnormen gaan vaststellen en niet wachten op het Rijk. In de loop van dit jaar doet de Raad van State ook uitspraken over windprojecten met een lokaal normenkader. Dan worden ook de juridische mogelijkheden duidelijk. Er zijn al succesvolle voorbeelden in de regio. Subregionale samenwerking biedt kansen om versneld tot oplossingen te komen zoals ook in de RES 1.0 is voorzien. Door rondom de netwerkstructuur de samenwerking met de buurgemeenten te zoeken, kan afstemming plaatsvinden over realisatie van zon en wind om dichter bij de verhouding 60:40 te geraken en tot een integrale gebiedsgerichte aanpak te komen. Conclusie De productie van duurzame energie met wind en zon in West-Overijssel gaat niet snel genoeg om in 2030 de afgesproken 1,8TWh te halen. De productie van zonne-energie ligt op schema waarvan zon-op-dak een forse voortgang boekt.

Het aandeel wind blijft echter ver achter en dat heeft nadelige consequenties 11

voor het netwerk, de leefomgeving en de doelstelling vermindering van de CO-uitstoot. Daarmee is het Afwegingskwadrant uit balans. Het is daarom noodzakelijk om op (sub)regionaal niveau de samenwerking te zoeken om te komen tot zoekgebieden wind en in te zetten op een gebiedsgerichte integrale aanpak.

3.2.

Leefomgeving

Vaststellen gebieden voor wind Zes gemeenten, Dalfsen, Staphorst, Hardenberg, Zwolle, Zwartewaterland en Olst-Wijhe, hebben zoekgebieden voor wind vastgesteld. Dat zijn er twee meer dan een half jaar geleden. Kampen heeft uitsluitingsgebieden vastgesteld en geeft daarmee ook indirect aan waar wind dan wel mogelijk is. Drie gemeenten hebben nog geen zoekgebieden vastgesteld (Deventer, Ommen en Raalte). Ommen heeft de windambitie voor 2030 gerealiseerd maar is, in verband met discussie over zon op land, wel aan het onderzoeken of meer wind tot de mogelijkheden behoort. Hierover zal voor 1 juli een voorstel aan de Raad worden aangeboden. Steenwijkerland heeft vooralsnog geen windambitie. Overigens gaat de gemeente Steenwijkerland de ambities met betrekking tot de energietransitie van een nadere invulling voorzien, waarbij ook de invulling van het RES bod zal worden heroverwogen. Zijn er zoekgebieden vastgesteld en zijn deze voldoende om de resterende ambitie voor wind-op-land in te vullen (aantal gemeenten)?

In de RES 1.0 is aangegeven dat voor de uitvoering wordt ingezet op afstemming met buurgemeenten en een gebiedsgerichte integrale aanpak op subregionaal niveau. We zien subregionale samenwerking in het ZSDZ-gebied, maar nog niet integraal. Ommen en Hardenberg onderzoeken de mogelijkheden voor een windbos. Andere vormen van subregionale samenwerking en integrale gebiedsprocessen zijn er nog niet. Inzicht in geschikte/geschikt te maken gebieden voor windenergie Het bestuurlijk Platform heeft n.a.v. de gesprekken over de PlanMER aangegeven dat zij inzicht wil hebben in de bandbreedte van mogelijkheden voor de opwek van zon en wind. Dit wordt ambtelijk opgepakt waarbij het doel is om in het voorjaar met een brede groep van betrokkenen te komen tot een kaart met een overzicht van gebieden die geschikt en/of geschikt te maken zijn voor windenergie. Dit biedt houvast bij het vaststellen van de zogenoemde gemeentelijke zoekgebieden voor wind voor 1 juli 2023 en geeft inzicht in de mogelijkheden voor wind ook voor na 2030. Dit loopt op met de m.e.r procedure. De kaart met potentiele gebieden en het PlanMER leveren input voor de RES 2.0. 12

PlanMER Op 10 juni j.l. heeft het Bestuurlijk Platform ingestemd met het opstarten van een m.e.r.-procedure voor de RES 2.0 Herijking. Het PlanMER brengt de milieueffecten in beeld van een voorgenomen initiatief, in dit geval de realisatie van het RES-bod van 1,8 TWh en vormt uiteindelijk een bijlagenrapport bij de nader uit te werken RES 2.0. De eerste stap in deze PlanMER betreft de uitwerking van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft als doel inzicht te geven in de stappen die ten behoeve van het PlanMER doorlopen worden. De NRD beschrijft welke thema’s en milieueffecten in de m.e.r.-procedure onderzocht worden (de reikwijdte). Daarnaast geeft de NRD informatie over de manier waarop de effecten van de RES 2.0 onderzocht zullen worden en met welke diepgang (het detailniveau). De insteek is om in het PlanMER op basis van milieu-informatie inzichtelijk te maken welke gebieden binnen de regio West-Overijssel geschikt, geschikt te maken of ongeschikt zijn voor duurzame opwek via wind of zon. Vervolgens kunnen voor de geschikt of geschikt te maken gebieden de relevante milieueffecten in beeld worden gebracht. Daarmee brengt het PlanMER voor de gehele regio voldoende milieu-informatie in beeld, die gebruikt wordt in de afwegingen voor de RES 2.0 (en verder). De NRD is in besproken in het Bestuurlijk Overleg van december 2022 en vrijgegeven in januari 2023.

Vaststellen zoekgebieden i.r.t. normen voor wind In de RES 1.0 is afgesproken dat alle zoekgebieden voor oplevering van de RES 2.0 zijn vastgesteld. Dat betekent dat 1 juli 2023 alle zoekgebieden op kaart zijn vastgelegd. Naar verwachting gaat een deel van de gemeenten dat niet halen. Een deel van de gemeenten wacht op afronding van onderzoeken van het Rijk maar dat is niet noodzakelijk. Aangezien niet helder is wanneer deze landelijke normen worden vastgesteld, is het verstandig om als gemeente zelf normen op te stellen. Gemeenten kunnen namelijk zelf ook in eigen beleid normen opnemen voor wind. Geadviseerd wordt dit te doen. De op te stellen PlanMER is van invloed op de termijn van vaststelling van zoekgebieden. Onderzocht is hoe dat samen op kan gaan. Een en ander is goed op elkaar afgestemd. Kruisbestuiving van RES met andere programma’s biedt kansen Gemeenten hebben ieder een bod gedaan in de RES 1.0. Samen komen tot uitvoering en daarmee ook de ruimtelijke kwaliteit borgen, is nu de opgave en daar wordt verder vorm aan gegeven. De op te stellen PlanMER draagt daaraan bij. De wind- en zonopgaven op land, landen vooral in het landelijk gebied. Kruisbestuiving van de RES met programma’s als programma Landelijk Gebied en de Bossenstrategie, biedt kansen om te komen tot die integrale aanpak.

Daarnaast kunnen reeds geplande investeringen in groen, een businesscase voor wind/zon rendabeler maken (en andersom).

3.3.

Netwerk

Stand van zaken elektriciteitsnetwerk Door omstandigheden zullen de resultaten van de netimpactanalyse van RES 2.0 later beschikbaar komen en daarom geen onderdeel worden van de definitieve tussenstand. De netimpactanalyse zal op een later moment gedeeld en gecommuniceerd worden met de RES partners. Ondanks dat de specifieke analyse nog niet beschikbaar is, is het al wel mogelijk om hoog over een aantal aanbevelingen te doen met betrekking tot het elektriciteitsnetwerk. Momenteel kent het hele gebied van RES West-Overijssel transportschaarste voor invoeding. Tevens zijn er in kleine delen van West-Overijssel reeds gebieden waarbij transportschaarste voor de afname van elektriciteit gelden. Dit heeft impact op zowel duurzame opwek ambities alsook op economische ambities van gemeenten. De elektriciteitsinfrastructuur is een randvoorwaarde voor het realiseren van RES-plannen en verdient daarom niet voor niets een hoekpunt van het afwegingskwadrant. Het aanleggen van infrastructuur kost namelijk veel geld en, niet minder belangrijk, legt ook een groot beslag op fysieke ruimte en menselijke capaciteit. Daarnaast 13

kunnen sommige stations onvoldoende worden uitgebreid door bestaande beperkingen, bijvoorbeeld beschikbare fysieke ruimte in boven en/of ondergrond. Mensen, materialen en ruimte zijn steeds schaarser en moeten daarom zo optimaal mogelijk worden ingezet. Dat betekent zo veel mogelijk duurzame opwek met zo min mogelijk infrastructuur (capaciteit). Niet alleen helpt dit om het RES bod haalbaar te maken, maar zo streven we ook naar een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem. In de RES regio West-Overijssel is nog veel winst te behalen op het vlak van systeemefficiëntie. Systeem efficiëntie houdt in zo veel mogelijk duurzame opwek realiseren met zo min mogelijk infrastructuur (capaciteit). Maatregelen ten behoeve van een efficiënter energiesysteem kunnen uitbreidingen voorkomen, waardoor ook maatschappelijke kosten en fysieke ruimte worden bespaard. Dat kan door te werken aan een evenwichtiger verhouding zon:wind. Dit bijvoorbeeld door zon-op-land te vervangen door windenergie. Windturbines leveren 3x zoveel energie per megawatt dan zonne-energie. Niet alleen helpt dit om het RES-bod haalbaar te maken, maar zo streven we ook naar een betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem. Maar denk ook aan het dichter bij elkaar brengen van opwek en afname, het toepassen van cablepooling en potentiële opweklocaties toetsen aan beschikbare (toekomstige) capaciteit.

Gezien de tijdsdruk richting 2030 om het bod (met name het deel wind) te realiseren, is het belangrijk om zo snel mogelijk te starten met het voorbereiden van grote windprojecten, juist vanwege de huidige netcongestie. Omdat de volledige ontwikkelperiode van windenergie en netuitbreidingen beiden een gelijksoortige doorlooptijd hebben, moet goed worden nagedacht hoe de realisatie van windprojecten en netuitbreidingen optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Conclusie Er is nog veel winst te behalen met betrekking tot het hoekpunt systeemefficiëntie. In grote delen van West-Overijssel kunnen maatregelen ten behoeve van systeemefficiëntie de haalbaarheid en betaalbaarheid van het RES-bod vergroten. Gemeenten spelen hier een belangrijke rol in. Zij kunnen in vergunningverleningstrajecten voorrang geven aan windprojecten of een combinatie van zon-wind projecten. Daarnaast moet worden nagedacht over hoe we de verschillende ontwikkelstappen van (met name) windprojecten en het moment van aansluiten optimaal op elkaar af kunnen stemmen zonder dat businesscases in gevaar komen en animo onder initiatiefnemers zoals bijvoorbeeld de lokale energie-initiatieven afneemt.

Ten slotte spelen gemeenten een rol bij het versnellen van benodigde uitbreidingen en verzwaringen van de elektriciteitsinfrastructuur, door ruimte beschikbaar te stellen en/of RO procedures rondom uitbreidingen waar mogelijk te versnellen.

3.4.

Warmte

Stand van zaken Medio 2021 is de RSW 1.0 vastgesteld. In 2022 hebben alle West-Overijsselse gemeenten een lokale Transitievisie Warmte opgesteld en vast laten stellen door de gemeenteraad. Ook zijn het afgelopen jaar de eerste (wijk)uitvoeringsplannen opgesteld en wordt er volop gewerkt aan voorbereiding en uitvoering van allerlei warmteprojecten. De regie in de warmtetransitie ligt op lokaal (gemeentelijk) niveau. De RSW heeft als doel om de lokale warmtetransitie te ondersteunen door inzichtelijk te maken waar bovengemeentelijke meerwaarde ligt. Vertrekpunt/Kennisbasis uit RSW 1.0 In de RSW 1.0 is een regionale warmtematch uitgewerkt om de (regionale) warmtevraag en het aanbod met elkaar te vergelijken. Hierdoor is inzicht ontstaan in de kansen en belemmeringen voor de verdeling 14

van regionale warmtebronnen. In de regio West-Overijssel gaat dit samenvattend om de volgende bovengemeentelijk (hoogtemperatuur) warmtebronnen: • Geothermie: met name intergemeentelijk tussen Zwolle, Kampen en Zwartewaterland en mogelijk in de omgeving van Deventer. • Duurzame gassen: waarbij er veel potentie is voor de opwek van Biogas/Groengas en de wens is om de productie waar mogelijk op te schalen. • Waterstof (geen bron, maar energiedrager) waarbij het wel gewenst is om regionaal de ontwikkelingen te blijven volgen. • Overige warmtebronnen spelen met name lokaal een rol. In de RSW 1.0 is vastgesteld dat een regionale (fysieke) warmte-infrastructuur gelet op bovenstaande niet voor de hand ligt, maar dat er wel kansen zijn voor regionale samenwerking op het thema warmte. Eerste beeld uit lokale Transitievisie Warmte Uit een eerste analyse op basis van de database van het NPLW (nationaal programma lokale warmtetransitie)1 blijkt dat het overgrote deel van de gemeenten vooral inzet op een individuele aanpak: eerst isoleren/besparen en daarna overstappen op een (hybride)warmtepomp. Hierbij speelt de inzet van duurzame gassen soms ook een rol. Daarnaast zijn er bij enkele meer stedelijke gemeenten ook kansen voor grootschalige collectieve warmtenetten.

Het effect van deze inzet zien we ook terug in een aantal cijfers over de warmtetransitie zoals: • Een daling van het totale gasverbruik, waarbij dit natuurlijk ook (vooral) een gevolg is van de energiecrisis en gestegen gasprijzen. • Een daling van het aantal gasaansluitingen in de regio. • Een toename van het aantal geproduceerde kuubs groengas in de regio. • Een toename van het aantal (via ISDE of SEEH) gesubsidieerde apparaten zoals warmtepompen. Regionaal energiebedrijf In de regio zijn enkele gemeenten bezig met onderzoek naar de mogelijkheden van een eigen lokaal energiebedrijf. Kennis en ervaringen worden onderling gedeeld. Een aantal overkoepelende vraagstukken wordt samen met de provincie Overijssel onderzocht. Conclusie Door een zorgvuldige herijking van de bestaande RSW 1.0 maken we in de RSW 2.0 een aanscherping van de regionale meerwaarde op het thema warmte. Dit doen we op basis van een nadere analyse van de lokale TVW’s, WUP’s en recente regionale en landelijke onderzoeken naar bovenlokale bronnen. Dat leidt mogelijk tot een aantal denkrichtingen voor regionale afstemming en/of samenwerking.

Speerpunten die hierin naar verwachting terug zullen komen, zijn onder meer: 1) samen kennis ontwikkelen en ervaringen delen op het gebied van warmte, 2) verkennen van mogelijkheden om regionale warmteonderwerpen (meer) projectmatig op te pakken zoals een regionaal isolatieprogramma, 3) elektrificatie van de warmtevoorziening en de gevolgen daarvan voor opwek en het netwerk en 4) opschaling van Groen Gas productie al of niet de vorm van een regionaal Warmtebod. Om te werken aan de inhoud van de RSW 2.0 is een doorstart gemaakt met de regionale werkgroep warmte, waarin provincie, gemeenten, netbeheerders en BEON participeren. Deze werkgroep begeleidt en ondersteunt het proces om te komen tot de RSW 2.0. De RSW 2.0 is onderdeel van de Herijking RES 2.0.

1

https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/regie+en+organisatie/database+transitievisie+warmte/default.aspx

15

3.5

Stand van zaken lokaal eigendom

Stand van zaken De RES-regio West-Overijssel heeft als doelstelling dat minimaal 50% van de projecten voor grootschalige opwek in lokaal eigendom ontwikkeld worden. Lokaal eigendom is belangrijk om voldoende maatschappelijke acceptatie te realiseren voor de totstandkoming van grootschalige zonneparken en windmolens. De ambities van enkele gemeenten gaan verder dan in de concept-RES, soms met een streven naar 100% lokaal eigendom. De revenuen in de lokale gemeenschap houden en zeggenschap voor inwoners, zijn voor West-Overijssel belangrijke onderdelen van dat lokaal eigendom die in energieprojecten goed geborgd moeten zijn. De meeste gemeenten in West-Overijssel zijn al behoorlijk ver in hun beleidsvorming op dit onderwerp. Ook de provincie heeft beleid rondom lokaal eigendom geformuleerd. Slechts twee gemeenten geven aan lokaal eigendom nog niet in het lokaal beleid verankerd te hebben. Het zou kunnen dat er een waterbed effect in de regio gaat ontstaan waarbij actief geshopt gaat worden door commerciële ontwikkelaars tussen gemeenten waar de regelgeving optimaal in elkaar steekt voor de eigen businesscase. We monitoren dit effect via de monitor en hebben op dit moment nog geen aanleiding om te denken dat dit actief gebeurt.

Conclusie Beleidsmatig is de verankering van de afspraak rondom lokaal eigendom goed onderweg. Wel is het beleid en jurisprudentie op dit onderwerp voortdurend aan verandering (en toetsing door rechters) onderhevig. Kennisuitwisseling over zowel het beleidsmatig verankeren van lokaal eigendom als het vormgeven van projecten met lokaal eigendom blijft nodig. Daarnaast zien we dat het door de provincie ontwikkelde instrumentarium LEIF meer lokale initiatieven in staat stelt vorm te geven aan projecten met lokaal eigendom. Gemeenten zijn vaak nog zoekende naar welk instrumentarium zij zelf aanvullend in kunnen zetten op dit onderwerp en hoever zij hierin willen gaan. De gedachtevorming rond lokaal eigendom en warmte staat nog in de kinderschoenen. Het verdient aanbeveling ook hier komende periode aandacht aan te besteden.

16

4 Proces 4.1

Onderzoek m.e.r.-plicht

Het onderzoek naar de m.e.r.-plicht uitgevoerd in opdracht van de NP RES concludeert dat de RES onder de nieuwe Omgevingswet als kaderstellend kan worden beschouwd en derhalve m.e.r. plichtig is. In het geval van de RES 2.0 West-Overijssel is dat aan de orde. Nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe zoekgebieden voor wind worden opgenomen in de RES 2.0. In juni 2022 heeft het BPF besloten opdracht te geven voor het starten van een PlanMER. procedure. Overigens wordt het proces om te komen tot een PlanMER niet alleen gestart omdat het moet. Het zal de nodige inzichten opleveren die helpen om de opgaven van de RES West-Overijssel verder te brengen.

4.2

Monitoring, voortgang en verantwoording

In 2022 is de eerste Tussenstand RES 2.0 opgeleverd. Deze voortgangsrapportage is gespreksinput geweest voor het bestuurlijk gesprek. Ook voorliggende Tussenstand is input voor het bestuurlijke voortgangsgesprek. Het verzamelen van de juiste input en het duiden hiervan is een intensief proces waar veel mensen en organisaties bij betrokken zijn. De aanpak om te komen tot een goede Tussenstand blijft dan ook in ontwikkeling.

4.3

Implementatie organisatie

In de tweede helft van 2022 zijn alle trekkers voor langere duur aangesteld en is ook de functie van trekker Warmte en die van communicatieadviseur ingevuld. Daarmee is de werkorganisatie compleet, zijn taken en verantwoordelijkheden afgestemd en zijn we op volle sterkte om alle opgaven verder te helpen. De trekkers vormen samen met de communicatieadviseur, de projectsecretaris en de programmamanager de werkorganisatie RES-regio West-Overijssel. Het is slechts ten dele gelukt om de verschillende posities in de werkorganisatie te laten vervullen met medewerkers van de partners. Er zijn wel ambtenaren die in de werkgroepen participeren. Inzet van medewerkers van de partners is en blijft een punt van aandacht. Daarnaast is Bart Jaspers Faijer herbenoemd in zijn rol van bestuurlijk trekker West-Overijssel. En is Andre Schuurman verantwoordelijk voor de financiën. Ook zijn alle nieuwe wethouders ingewerkt.

4.4.

Ontwikkelingen

Procesverloop De bestuurlijke samenwerking komt langzaam op stoom nu de nieuwe wethouders in de RES op vlieghoogte zijn. Maar dit gaat niet vanzelf. Er wordt daarom extra tijd gemaakt om in het Bestuurlijk Platform met elkaar van gedachten te wisselen en bestuurders nadrukkelijker aan zet te laten zijn. De Stuurgroep denkt en stuurt actief mee op het proces. Ambtelijk vindt steeds vaker het gesprek onderling plaats i.p.v. met de werkorganisatie. Communicatie over de aanpak, de organisatie en het faciliteren van de partners vanuit de werkorganisatie helpen daarbij. Aandachtspunt is de betrokkenheid van de ambtenaren en wethouders RO vanwege het feit dat de energieopgave fysiek ruimte vraagt en ontwikkelingen in het ruimtelijk domein ook afhankelijk zijn van het energiesyteem. Deze twee sporen lopen vaak nog parallel. Er zijn nog steeds zorgen over de beschikbaarheid van mensen om de energietransitie in West-Overijssel vorm te geven. Er zijn (substantiële) middelen vrijgekomen maar de krapte op de arbeidsmarkt maakt het lastig om voldoende en gekwalificeerde mensen aan te trekken. Geadviseerd wordt om creatief met de inzet van menskracht om te gaan. Samenwerking en uitwisseling van personeel kan dit gedeeltelijk ondervangen. Zeker als het om specifieke expertise/kwaliteiten gaat.

Waarom allemaal zelf het wiel uitvinden? Inzet van mensen om opgaven te realiseren, is ook op de langere termijn een zorg. 17

Rol van de provincie De provincie is samenwerkende partner in de RES. Daarnaast heeft zij een eigen bevoegdheid als bevoegd gezag voor wind en de Wet Natuurbescherming. Vanuit die rol voert zij gesprekken met de gemeenten over de voortgang in de E-transitie en de RES. Daarnaast is het Provinciaal Programma Energie opgesteld waarin deze rol nog eens duidelijk wordt toegelicht. Alle gemeenten hebben een maatwerkbrief ontvangen en de bestuurlijk trekker is gewezen op het belang van de subregionale samenwerking in dit dossier. Deze acties hebben geleid tot verschillende reacties variërend van verbazing en instemming tot onbegrip en boosheid. Dit zet de bestuurlijke samenwerking onder druk. Ontwikkelingen om ons heen De urgentie voor een succesvolle uitvoering van de RES wordt steeds groter. De wereld blijft in beweging. Enerzijds zijn er factoren die om versnelling van de RES vragen. De huidige energieprijzen en geopolitieke ontwikkelingen maken de opgave om onze energievoorziening te verduurzamen nog urgenter. Anderzijds zijn er factoren die deze remmen. Denk hierbij aan de krappe arbeidsmarkt, de stikstofproblematiek en de veranderende regelgeving. Zoals aan cumulatieve effecten van windopstellingen op mens en natuur (bijvoorbeeld de wespendief).

Een groot aantal van deze ontwikkelingen ligt buiten het bereik van de RES West-Overijssel, maar zijn wel mede bepalend voor de voortgang. In tabel 2 zijn de voorwaarden, die in de RES 1.0 als randvoorwaardelijk zijn genoemd voor het slagen van de RES, opgenomen. Tabel 2 – Randvoorwaarden RES West-Overijssel Randvoorwaarden Stand van zaken december 2022 Beschikbaarheid elektriciteitsnetwerk in 2030 (in de huidige situatieVoldoende netcapaciteit voor zijn er knelpunten, in 2030 is het voldoende) opgave 2030 Financiële stimulering Rijk voor lokale initiatieven Beschikbaar (SDE-subsidie) Rijksmiddelen voor gemeenten ten behoeve van uitvoering RES Beschikbaar Rijksmiddelen inzet medewerkers energietransitie* Beschikbaar Financiering van ruimtelijke inpassingseisen In ontwikkeling Duidelijkheid over beleid van de Rijksoverheid rondom organisatie In ontwikkeling regionale (publieke) warmtebedrijven Aanpassing Elektriciteitswet en warmtewet In ontwikkeling *Deze middelen zijn niet gelabeld, dat vormt een risico; gemeenten zijn vrij om het aan andere opgaven te besteden

Provinciale verkiezingen In 2023 vinden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Net als bij de gemeenteraadsverkiezingen is het onvermijdelijk dat dit effect zal hebben op het RES proces. Dit zou kunnen leiden tot een andere positionering van de provincie na de verkiezingen en wellicht vertraging in het proces. Qua timing is dit spannend omdat precies in deze periode ook afspraken gemaakt moeten worden rondom de RES 2.0. Conclusie Het proces van de RES West-Overijssel krijgt steeds meer vorm. De randvoorwaarden zoals het hebben van een werkorganisatie met betrokken werkgroepen zijn vervuld. Wel komen er spannende tijden aan. Verkiezingen bij de provincie en nog maar een korte tijd om de afspraken van de RES 1.0 uit te voeren. Daarom zetten we de komende periode nog meer in op samenwerking en faciliteren we het goede (sub)regionale gesprek om versneld tot uitvoering van de opgaven uit de RES te komen. En daarmee bij te dragen aan de energietransitie. 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c3b6265b-dbca-4a69-988f-f3c226ece346