CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing rijtje van 4 De Veldegge

Informatievoorziening raad 31 maart 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel en -besluit start wabo procedure rijtje 4 woningen Veldegge13.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Veldegge ong., Heeten

Februari 2021

Status: Definitief

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Veldegge ong., Heeten

Plannaam: Plannummer: Plantype: Datum: Versie:

Veldegge ong., Heeten 2020-526 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Februari 2021 Definitief 01

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 PROJECTBESCHRIJVING ................................................................... 8 2.1 2.2 2.3

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 24 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEM.................................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 31 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 40 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 41 6.1 6.2

WETTELIJKE VOOROVERLEG.......................................................................................................................... 41 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 41

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 42 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VELDEGGE .......................................................................................... 42 BODEMBEOORDELING KAVELVERKOOP VELDEGGE .................................................................................... 42 WATERTOETS VELDEGGE ..................................................................................................................... 42

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

De Veldegge is een uitbreidingswijk van de kern Heeten. De ontwikkeling van deze wijk heeft in verschillende fases plaatsgevonden. Hiervan gaat de laatste fase, waar het projectgebied toe behoort, bijna in ontwikkeling. Door de tijd heen zijn nieuwe inzichten ontstaan en zijn vanuit ruimtelijk oogpunt kleine aanpassingen gedaan. Door het aanpassen van deze oplossing moet ter plaatse van het projectgebied de invulling veranderen. Hierbij is gekeken naar de verkaveling en het kwalitatieve aanbod van de woningen in de laatste fase voor de ontwikkeling van de wijk. Ter plaatse van het projectgebied zijn planologische gezien vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen toegestaan. Echter is initiatiefnemer voornemens het projectgebied in te richten ten behoeve van vier rijwoningen). De gemeente Raalte is eigenaar van deze gronden die bij het kadaster bekend staan onder de code RTE00, sectie H, perceelnummer 7782. De verkoop van de kavels in het projectgebied zal op korte termijn starten. Het doel is dat zodra de nieuwe eigenaren met een gezamenlijk bouwplan komen voor een rijtje van vier woningen dat de gemeente Raalte op basis van een projectbesluit al planologische afwijking hebben verleend voor de bouw van deze woningen. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan.

In voorliggend geval kan van het geldende bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking aan de ontwikkeling worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied bevindt zich aan de Meilerstraat, in het oosten van de kern Heeten. Het projectgebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door een parkeerterrein/infrastructuur. Aan de overige zijden is het projectgebied begrensd door braakliggende gronden waar planologisch woningen zijn toegestaan. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van de kern Heeten (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode kader).

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de bestemmingsplannen ‘Heeten, De Veldegge’ (vastgesteld 12 maart 2020) en ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ (vastgesteld 27 september 2018). In voorliggend geval is ten aanzien van het planologisch regime hoofdzakelijk het bestemmingsplan ‘Heeten, De Veldegge’ van belang. Het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ dient uitsluitend ter verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte in bestemmingsplannen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede vigerende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

1.3.2.1 Bestemmingsplan ‘Heeten, De Veldegge’ Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Heeten, De Veldegge’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – 2’, ‘Tuin’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Binnen de bestemming ‘Wonen -2’ zijn de gronden voorzien van een bouwvlak, de bouwaanduidingen ‘twee-aaneen’ en ‘–‘vrijstaand’ (afbeelding 1.2). Enkelbestemming ‘Wonen - 2’ De voor ‘Wonen - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met de daar bijhorende bedrijven, tuinen, erven en terreinen. Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden onder meer de regels dat deze uitsluitend op het bouwvlak mag worden gebouwd. Daarnaast gelden er maatvoeringseisen voor de maximale goot- en bouwhoogte,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing afstanden tot perceelsgrenzen en het bebouwingspercentage. Door de ter plaatse opgenomen bouwaanduidingen wordt geregeld dat er enkel ‘vrijstaand’ of ‘twee-aaneen’ gebouwd mag worden. Aan- en bijgebouwen dienen tenminste 3,00 meter achter het verlengde van de voorgevels van het gebouw te worden gebouwd. De gebouwen dienen dan wel tenminste 1,00 meter uit de perceelgrens te worden gebouwd. Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing niet meer mag bedragen dan 50% van het bouwperceel. De goothoogte, bouwhoogte en, bij toepassing van een hellend dak, de dakhelling van de aan- en bijgebouwen dienen te voldoen aan de maatvoeringseisen waarbij de bouwhoogte maximaal 3,25 meter bedraagt en de dakhelling maximaal 5,50 meter is en minimaal 25% tot 60% bedraagt. Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemde tuinen behorende bij op de aangrenzende hoofdgebouwen met daarbij horende verharding, erven en terreinen. Er mogen uitsluitend erkers, serres en andere gebouwen op de begane grond, luifels, balkons en dergelijke worden gebouwd tot een diepte van 1,5 meter en een totale oppervlakte overschrijding van niet meer dan 5 m2.

Enkelbestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden met de daarbij bijhorende erven en terreinen. Ondergeschikt aan deze gronden zijn onder meer parkeervoorzieningen, evenementen en (infiltratie)groenvoorzieningen 1.3.2.2 Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ Met het vaststellen van een ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, is op een efficiënte wijze binnen het gehele gemeentelijk grondgebied in één keer op een goede en eenduidige manier een toetsingskader met betrekking tot parkeren in de gemeente Raalte vastgelegd. Voor het projectgebied en de parkeernormen wordt gekeken naar de beleidsregels die gelden in het document ‘parkeernormen Raalte 2015’ Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte. De gemeente Raalte heeft namelijk de wens om de parkeerregeling van de gemeente vast te leggen in alle geldende bestemmingsplannen binnen de gemeentegrenzen. 1.3.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. De voorgenomen te bouwen vier rijwoningen staan deels buiten de woonbestemming en het bouwvlak geprojecteerd. Daarnaast is de beoogde woningtypologie niet toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 1.3

1.4

Uitsnede oude en nieuwe situatie (Bron: Gemeente Raalte)

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PROJECTBESCHRIJVING

Situatie projectgebied

De uitbreidingswijk Veldegge ligt aan de noordoostkant van Heeten. Deze gronden zijn vrijgekomen door de omlegging van de belangrijke verkeersader de N332 begin deze eeuw. Hierdoor is de ruimtelijke structuur van het dorp Heeten veranderd. De Veldegge heeft een van binnen naar buiten afbouwende intensiteit. Dat betekent dat aan de binnenzijde, aan weerszijde van de wadi (de centrale groenzone) de meest intensieve bebouwing is gelegen (rijwoningen). Verder naar de randen van het projectgebied liggen de vrijstaande en twee-onder-één kap woningen. Het projectgebied ligt op de kruising van de Gieterijstraat en de Meilerstraat. Het projectgebied is ingericht als grasland (braakliggende grond), wordt regelmatig onderhouden en ligt klaar om ontwikkeld te worden. De ligging en begrenzing van het projectgebied worden weergeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1 middels een rode omlijning. Op deze afbeelding is goed te zien dat een eerdere fase van het ‘masterplan/stedenbouwkundigplan Veldegge’ al in ontwikkeling is. In afbeelding 2.2 is ook het projectgebied te zien maar dan verder ingezoomd. In afbeelding 2.3 is een inrichtingsplan van de oude en nieuwe situatie te zien.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Luchtfoto ingezoomd op ligging projectgebied met bijhorende wegen (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.3

Inrichtingsplan oude en nieuwe situatie met parkeerplekken (Bron: Gemeente Raalte)

2.2

Gewenste situatie

Het voornemen is om binnen het projectgebied vier rijwoningen te realiseren. Deze rijwoningen komen op ongeveer dezelfde plek waar in eerste instantie ruimte was gemaakt voor een vrijstaande woning en parkeerplekken (zie afbeelding 2.3). Zoals ook in afbeelding 2.3 zichtbaar is, behelst de herverkaveling in het projectgebied tevens het niet tot ontwikkeling brengen van één vrijstaande woning in het projectgebied en drie rijwoningen ten westen van het projectgebied. Buiten de scope van voorliggende ruimtelijke onderbouwing, maar wel relevant om te BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing benoemen, is het gegeven dat ter plaatse van de drie niet te realiseren rijwoningen ten westen van het projectgebied een parkeergelegenheid wordt voorzien. Met deze parkeergelegenheid worden de te vervallen parkeerplaatsen in het projectgebied gecompenseerd. Een en ander wordt in paragraaf 2.3 nader uiteengezet. De te realiseren woningen in het projectgebied krijgen de dakvorm van een zadeldak waar de goothoogte 6 meter en de nokhoogte 10 meter bedraagt. De woningen zijn 12 meter diep en 6 meter breed wat neerkomt op een bebouwde oppervlakte van 72 m2 en een bouwblok van 12 bij 24 meter. Aan de voorgevelzijde is tevens ruimte voor erkers, luifels of balkons. De woningen hebben allen een tuin waarbij de hoekwoningen tevens aan de zijkant van de woning ruimte hebben voor een tuin, bijgebouw of voor parkeren. Bij de woningen zijn tevens bijgebouwen voorzien (zie afbeelding 2.3). Qua omvang en uitstraling wordt aangesloten op de bebouwing in de omgeving en de karakteristieke bouwstijl uit Heeten. Op deze wijze voegen de woningen zich in het bestaande en toekomstige straatbeeld.

Afbeelding 2.4

Aanzichten van de rijwoningen (Bron: gemeente Raalte)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Raalte stelt, in het parkeerbeleid dat is vastgelegd in het beleidsstuk ‘Parkeernomen Raalte 2015’, dat er in voldoende mate wordt voorzien van parkeerruimten. In dit beleidsstuk wordt gesteld dat berekeningen kunnen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. In het geldende bestemmingsplan wordt in artikel 15 ‘Algemene gebruiksregels’ gesteld dat bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van deze gebruiksregels als men op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. Samengevat worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Functie woning: rijwoning (koop, tussen/hoek) Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom;

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten wordt in de volgende twee subparagrafen op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie ingegaan. 2.3.2

Parkeren

Ter plaatse van het projectgebied worden vier rijwoningen gerealiseerd. Voor een rijwoning is sprake van een parkeerbehoefte van twee parkeerplaatsen per woning. Zodoende dient te worden voorzien in acht parkeerplaatsen. Ter plaatse van het projectgebied komen daarnaast 10 openbare parkeerplaatsen te vervallen. Deze parkeerplaatsen dienen te worden gecompenseerd. De parkeerbehoefte in de gewenste situatie bedraagt daarmee 18 parkeerplaatsen. Buiten de scope van voorliggende ruimtelijke onderbouwing, wordt ten westen van het projectgebied een woonkavel voor drie rijwoningen vervangen door een openbaar parkeerterrein. Ter plaatse zijn 16 parkeerplaatsen voorzien. Hiermee wordt een groot deel van de (te compenseren) parkeerbehoefte ondervangen. Naast het vorenstaande worden ten noorden van de rijwoningen in het projectgebied twee langsparkeerplaatsen voorzien. Met deze twee parkeerplaatsen is volledig voorzien in de parkeerbehoefte. Tot slot wordt opgemerkt dat als gevolg van het voornemen in en om het projectgebied drie rijwoningen en een vrijstaande woning niet worden gerealiseerd. Ook is het projectgebied reeds grotendeel voorzien van een woonbestemming waar op basis van het bestemmingsplan nog extra woningen konden worden gebouwd. Hierdoor neemt de parkeerdruk ter plaatse af en wordt temeer voorzien in ruim voldoende parkeergelegenheid. 2.3.3

Verkeer

Op basis van de genoemde veranderingen valt er één vrijstaande woning af en komt er per saldo één rijwoning bij. Per saldo veranderd de verkeersgeneratie nauwelijks. Daarbij kan gesteld worden dat de wegen rondom het projectgebied de verkeersgeneratie eenvoudig en veilig af kan wikkelen. 2.3.4

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Barro bevat onder andere regels voor grote rivieren, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, IJsselmeergebied en erfgoederen. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De SVIR heeft een dusdanig schaalniveau dat deze niet specifiek ingaat op kleinschalige lokale ontwikkeling zoals in de onderbouwing wordt behandeld. Het projectgebied ligt niet in een gebied waar de nationale regels van de Barro de beleidsruimte van andere overheden inperken. Ten aanzien van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met betrekking tot het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval worden er niet meer dan 11 woningen toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018/2019 gewijzigd vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: 1. Duurzaamheid; 2. Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Afbeelding 3.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

3.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) en ‘Realisatie nieuwe woningen’ (artikel 2.2.2) van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is er sprake van een binnenstedelijke ontwikkeling op gronden die reeds mogen worden benut voor stedelijke functies. Van nieuwe beslag op de groene omgeving is geen sprake. Gelet op het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met artikel 2.1.3 van de provinciale Omgevingsverordening. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.

2. 3.

4.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is sprake van kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de te realiseren woningen, aangezien deze voor lokale behoefte gebouwd wordt. De huidige aaneengesloten woning zorgt voor keuze en aanbod voor starters en doorstroom in het middendure segment. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel 3.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied ligt buiten het centrum van Heeten. Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen, waarbij het projectgebied met een rode omlijning is weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.2

Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Het projectgebied betreft een grasveld met de bestemming ‘Wonen - 2’. Ter plaatse van de gronden met deze bestemming mogen al vrijstaande en twee-aaneen gebouwde woningen gerealiseerd worden. Het voornemen ziet toe om ter plaatse van deze (bestemde) woningen, rijwoningen te realiseren. De gronden van het projectgebied in de nieuwbouwwijk bevinden zich op de grens van het agrarisch landschap en woonwerklocaties buiten de stedelijke netwerken. Gelet op de reeds nieuw aanwezige omliggende woonfuncties is het toevoegen van een nieuwe woning op deze locatie passend.

Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing 3.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Met behulp van de gebiedskenmerken, de 'Natuurlijke laag', de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving', wordt de doorwerking van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de Omgevingsvisie op gebieds- en uitvoeringsniveau geborgd. Bij ieder nieuw ruimtelijk initiatief moet getoetst worden aan deze gebiedskenmerken. Doordat het projectgebied reeds een stedelijke functie heeft en daartoe ook bouwrijp is gemaakt, worden se ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ buiten beschouwing gelaten. De oorspronkelijke waarden van deze lagen komen niet meer voor in het projectgebied. Doordat vanuit de ‘Laag van de beleving’ geen gebiedskenmerken gelden ter plaatse van het projectgebied, is ook deze laag buiten beschouwing gelaten. Hierna wordt ingegaan op de kenmerken vanuit de ‘Stedelijke laag’. 1.

De ‘Stedelijke laag’

In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is volgens de stedelijke laag gelegen in het gebiedstype ‘verspreide bebouwing’. In afbeelding 3.3 is het projectgebied met een rood kader weergegeven.

Afbeelding 3.3

Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing “Verspreide bebouwing” De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze ‘eenheid in handelen’ ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen, veenlandschappen etc. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” In het voorliggende geval wordt een woning gerealiseerd in de nieuwbouwwijk Veldegge. De stedelijke laag en gronden die hierbij horen zijn ‘verspreide bebouwing’. De voorgenomen woningbouw is passend binnen de structuur, aard- en omvang van de bestaande bebouwing. Gelet op het vorenstaande is het voornemen in overeenstemming met de ‘Stedelijke laag’. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

3.3.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie ‘’Horizon gemeente Raalte 2040’’ is in oktober 2020 definitief vastgesteld en wordt voortgebouwd op de “Structuurvisie Raalte 2025+”. De Omgevingsvisie is een strategisch document welke richting geeft aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie geeft eerst het verhaal van Raalte weer doormiddel van het DNA van de mensen, omgeving, organisatie en zijn identiteit te vertalen. Vervolgens worden de kernopgaven geformuleerd van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in de hele gemeente tot het jaar 2040. De Omgevingsvisie geeft richting aan hoe deze opgaven en ambities gerealiseerd kunnen worden en waar de gemeente Raalte naartoe wilt bewegen de komende jaren. Tevens bevinden zich in de visie enkele spelregels waarmee de gemeente en zijn stakeholders samenwerken en wat men kan verwachten van deze samenwerkingen. ‘Toekomstbestendige wijken en dorpen’ Eén van de geformuleerde kernopgaven is het aantrekkelijk en leefbaar blijven van de wijken en dorpen. Om dit te bereiken kiest de gemeente ervoor om in te zetten op duurzame ontwikkelingen en innovaties. Denk hierbij aan energie neutrale wijken, klimaatadaptatie en levensloopbestendige woningen. Dit geldt mede voor nieuwbouw projecten waarbij het groen van de locatie waardevol is en waar kan behouden moet blijven.

Met nieuwe woonconcepten en transformatie wil de gemeente de diversiteit en doorstroom blijven garanderen. Op deze wijze blijven de wijken en dorpen ook in de toekomst veel bieden. Dit betekent dat de gemeente een bovenlokale behoefte aan ruimte geeft aan woningbouw en bedrijvigheid zodat de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen. 3.3.1.2 Toetsing aan Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 De Veldegge, waar voorliggend project onderdeel van uitmaakt, is reeds benoemd en behoort bij de kern van Heeten. Deze nieuwe wijk is ontwikkeld met uitgangspunt op toekomstbestendig te zijn. Het sluit aan op

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing kernopgave die de gemeente stelt. Tevens zorgt door de realisatie van deze woningen voor doorstroom en een bovenlokale behoefte. De voorgenomen wijziging in de verkaveling en woningtypologie doet hier geen afbreuk aan. Geconcludeerd kan worden dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. 3.3.2

Woonvisie 2016-2020

3.3.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft in juni 2016 de Woonvisie 2016-2020, ‘kwaliteit van de kernen: van bouwen naar wonen’, vastgesteld. Hierin is de ambitie verwoord dat het wonen in de gemeente Raalte aantrekkelijk, duurzaam, levensloopbestendig en voor een ieder beschikbaar is. Ten opzichte van de vorige woonvisie verschuift in deze woonvisie duidelijk het accent van het (nieuw) 'bouwen' van woningen naar 'wonen' in brede zin. De onderdelen duurzaamheid/energetische kwaliteit van woningen, de levensloopbestendigheid van het wonen en de kwaliteit met de openbare ruimte hebben een belangrijke plaats in deze woonvisie. Dit wordt in de visie uitgewerkt in de volgende 4 thema's: 1. 2. 3. 4.

Kwaliteit van bestaande woningen en leefomgeving; Levensloopbestendige gemeente: verbinden wonen, welzijn en zorg en een levensloopbestendige openbare ruimte; Goed wonen voor elke portemonnee: betaalbaarheid en beschikbaarheid; Optimale woningvoorraad: passende woningbouw.

3.3.2.2 Optimale woningvoorraad: Passende woningbouw De mogelijkheden voor woningbouw (nieuwbouw) worden benut voor het behouden en versterken van de woonkwaliteit van de kernen in de gemeente. Uitgangspunt is dat nieuwe woningen voldoen aan de vraag van de toekomst: woningen moeten raak zijn. Dit betekent: levensloopbestendig, toekomstbestendig en duurzaam. Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de behoefte: primair bepalend is de match tussen vraag aan aanbod in prijs, type en eigendomsvorm. Dit betekent ook: aansluiten bij de lokale behoefte in de kernen (maatwerk per kern). Elke kern krijgt ruimte om te bouwen voor de eigen vraag. De regionale woonafspraken vormen een kader voor de lokale woningbouwprogrammering. Tot slot dient nieuwbouw een bijdrage te leveren aan het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de kernen. In de woonvisie is een gewenste woningbouwprogrammering voor de periode 2016 tot en met 2025 opgenomen (afbeelding 3.4). Het woningbouwprogramma kan zich bewegen tussen de aangegeven bandbreedte (middelduur grondgebonden).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.4

Gewenste kwalitatieve invulling woningbouwprogramma (Bron: Woonvisie 2016 – 2020)

3.3.2.3 Woonafspraken provincie Overijssel De gemeenten in West-Overijssel hebben eind 2014 een regionale woonvisie vastgesteld. Vervolgens zijn eind 2015 regionale woonafspraken gemaakt. Onderdeel daarvan zijn afspraken over de regionale woningbouwprogrammering. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een belangrijk uitgangspunt voor de regionale woningbouwprogrammering. 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2016 – 2020 Op basis van de woonafspraken kunnen er in de periode 2016-2026, circa 880 woningen worden gebouwd. De voorgenomen ontwikkeling is kwantitatief passend binnen deze aantallen. Mede gelet op het gegeven dat het voornemen per saldo niet resulteert in een toename van woningen. Daarnaast blijkt uit de jaarlijkse monitor van de provincie dat de programmering van de gemeente Raalte op 1-1-2018 90% is en er dus sprake is van ondercapaciteit. Op basis van het kwalitatieve woningbouwprogramma (zie afbeelding 3.5) is er sprake van een zekere bandbreedte voor het toevoegen van middendure grondgebonden woningen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hierin. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Woonvisie 2016 – 2020’ 3.3.3

Welstandsnota Raalte 2016

3.3.3.1 Algemeen De Welstandsnota 2016 Raalte is per 1 januari 2016 in werking getreden. Dit is vastgesteld in de vergadering van 29 oktober 2015. Het uitgangspunt van de welstandsnota is dat voor alle gebieden in de gemeente Raalte een welstandsvrij beleid geldt. In de van toepassing zijnde wetgeving betekent dit dat in de hoofdzaak geen redelijke eisen van welstand worden toegepast op een aanvraag in de omgevingsvergunning. De gemeente ziet dat vele initiatiefnemers de kwaliteiten van de omgeving en bestaande bebouwing meenemen in de nieuwe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing bouwplannen. De gemeente kan via de excessenregeling in buitensporige situaties (waarbij ernstige strijd met redelijke eisen van welstand) nog steeds invloed uitoefenen op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze regeling stelt de gemeente in staat om ook achteraf op te treden tegen excessen. In paragraaf 4.3 van de ‘Welstandsnota Gemeente Raalte 2016’ is deze excessenregeling nader uitgewerkt. 3.3.3.2 Toetsing aan Welstandsnota In de gemeente Raalte is het toegestaan welstandsvrij te bouwen en wordt er ingegaan op de beste bedoelingen van de initiatiefnemer. Verwachting is dan ook dat de gemeente op voorhand en na realisatie geen excessenregeling toepast op de woning aan de Statenweg. 3.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2

Situatie projectgebied

Voorliggend project voorziet in de realisatie van geluidsgevoelige objecten, namelijk woningbouw. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Uit jurisprudentie blijkt dat een 30 km/uur weg in de beoordeling moet worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Wat betreft de overige direct in de omgeving liggende wegen zoals de Veldegge, Meilerstraat en Gieterijstraat hebben een kleine verkeersintensiteit en hierop geldt een maximum snelheid van 30 km/uur Holterweg Hieronder volgen de conclusies uit een akoestisch onderzoek (akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Woningbouwplan Heeten, nr 2009-04) naar de geluidsproductie vanwege de Holterweg. De prognosegegevens van de Holterweg

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing voor het maatgevende jaar zijn afkomstig van de gemeente Raalte, namelijk de gemeentelijke geluidniveaukaart peiljaar 2013 en doorgerekend met 1% groei per jaar naar het maatgevende jaar 2020. De te bouwen woningen zal een geluidsbelasting ondervinden van de Holterweg, ten oosten van rotonde, die onder de voorkeursgrenswaarde, namelijk 48 dB, van de Wet geluidshinder ligt. Op de Holterweg,, ten westen van de rotonde, geldt een maximum snelheid van 30 km/h en dus geen zoneplicht ingevolge de Wet geluidhinder. In het kader van goede ruimtelijke ordening is echter wel onderzocht of de geluidbelasting afkomstig van deze weg acceptabel is. De nieuw te bouwen woningen zal een geluidbelasting ondervinden van de Holterweg (west) die onder de voorkeursgrenswaarde, namelijk 48 dB, van de Wet geluidhinder ligt. De nieuw te bouwen woningen zal een geluidbelasting ondervinden van wegverkeerslawaai die onder de voorkeursgrenswaarde, namelijk 48 dB van de Wet geluidhinder ligt. 4.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het projectgebied is gelegen. 4.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het projectgebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig.

Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen, wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (milieuzonering). 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is in 2017 al een onderzoek uitgevoerd. Dit bodemonderzoek en de bodembeoordeling is toegevoegd als bijlagen 1 en 2. 4.2.2

Situatie projectgebied

In voorliggend geval is voor de verkoop van de kavels binnen het plangebied Veldegge fase 3 te Heeten in september 2017 een verkennend onderzoek uitgevoerd. Er zijn mengmonsters samengesteld van de boven- en ondergrond. Ter plaatse van de uit te geven kavels zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. De waarden van de onderzochte parameters blijven onder de respectievelijke streefwaarden. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen aan de zware metalen barium en chroom. Barium is geen toetsingsparameter waardoor dit geen belemmerende parameter is. Het licht verhoogde gehalte aan chroom is ook in het verleden en in de directe omgeving waargenomen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten zijn zo licht verhoogd dat er geen beperkingen zijn en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Omgevingsvergunning, Veldegge ong., Heeten Ruimtelijke onderbouwing 4.2.3

Conclusie

Op basis van de resultaten van het beoordeelde bodemonderzoek, uitgevoerd door Hunneman Milieu Advies bv te Raalte, kan worden geconcludeerd dat de locatie geschikt is voor woningbouw. Het beschikbare onderzoek is te gebruiken voor vergunningen ‘activiteit bouwen’.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=2cbf167d-4426-4c06-a571-ea607234e39b