Bijlage 1 Inrichtings- en beeldkwaliteitplan
Tekst van het document
Landgoed Den Alerdinck II | Gemeente Raalte Inrichtings- en beeldkwaliteitplan Zuthemerweg | concept april 2023
Project Inrichting- en beeldkwaliteitplan Zuthemerweg Landgoed Den Alerdinck II Gemeente Raalte Projectnummer: 64.90.08
Initiatiefnemer BV Landgoed Den Alerdinck II
Opsteller Buro SRO Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem Contactpersoon: Erwin Stevens T (026) 35 23 125 E arnhem@buro-sro.nl
Datum Concept april 2023
2
Inhoud 1. Inleiding
5
2. Bestaande situatie
7
3. Uitgangspunten
12
4. Inrichtingsplan
14
5. Beeldkwaliteit
16
6. Beplantingsplan
24
3
5 N3 De Hofstee
‘Erf aan de Oude Zeedijk’ Havezathe Den Alerdinck
4
1. Inleiding Het particuliere Landgoed Den Alerdinck II is een oud landgoed, dat voor het eerst in de geschiedenisboeken wordt genoemd in 1427. Het gehele landgoed van zo’n 120 hectare vormt een belangrijke schakel in de natuurwaarden van de omgeving. Het landgoed is in de jaren 2007-2008 begonnen met een project om de ruimtelijke en ecologische kwaliteit te verbeteren. In ruil voor het slopen van 2.400 m2 aan opstallen en het aanleggen van een verbindingszone van 26 hectare bos en natuur, zou het landgoed vijf vrijstaande woningen mogen realiseren op ‘De Hofstee’, een kavel dichtbij de N35. Door de crisis op de woningmarkt en de geluidsoverlast van de (mogelijk uitbreidende) N35 zijn de woningen tot nog toe niet gerealiseerd. Begin 2019 is de gemeente Raalte verzocht om met het landgoed te zoeken naar een alternatieve plek voor de woningen, zonder geluidsbelasting van de N35. Aan de Zuthemerweg is een geschikte plek gevonden. Door Het Oversticht is een plan gemaakt voor een erf, passend op deze locatie. De initiatiefnemer heeft Buro SRO gevraagd dit plan verder uit te werken tot een schetsontwerp, beeldkwaliteitplan en beplantingsplan. Dit boekje bevat deze uitwerking. In voorliggende visie wordt eerst in Hoofdstuk 2 de locatie zelf onderzocht: wat is aanwezig en wat is kenmerkend? Daarna worden in Hoofdstuk 3 de uitgangspunten besproken.
Aan de hand van deze uitgangspunten wordt in Hoofdstuk 4 het inrichtingsplan omschreven. Vervolgens worden in Hoofdstuk 5 de richtlijnen ten aanzien van beeldkwaliteit aangegeven. Het hoofdstuk Beeldkwaliteit kan voor deze locatie gezien worden als aanvullend welstandsbeleid. In hoofdstuk 6 is het beplantingsplan uitgewerkt.
5
Topografische kaart (topotijdreis) 6
2. Bestaande situatie Omgeving Den Alerdinck is een oud landgoed, voor het eerst genoemd in 1427. Het
Het landgoed ligt op de overgang van een dekzandgebied (oosten) naar
vormde vroeger een groter geheel met de havezathe Den Alerdinck en de
het kommenlandschap (westen). Het dekzandlandschap bestaat uit ruggen
buitenplaats ’t Solenspijker. Deze buitenplaats werd in de 19e eeuw afge-
en laagten in oost-westrichting. De bebouwing ligt van oudsher op de dek-
broken. In 1868 werd de havezathe Den Alerdinck met park en een klein
zandruggen. Jongere erven en uitbreidingen van dorpen liggen soms ook
gedeelte van de landerijen verkocht. Het grootste deel van het landgoed
daarbuiten. Westelijk van het landgoed begint het kommenlandschap, dat
bleef voortbestaan onder de naam Den Alerdinck II. Sinds de afsplitsing
een rationeler en meer open karakter heeft. Op de hoogtekaart zijn deze
van de havezathe is er op het landgoed geen hoofdgebouw meer aanwe-
dekzandruggen goed te zien.
zig: het landgoed bestaat nu uit landelijke erven.
Hoogtekaart (AHN) 7
Landgoed Den Alerdinck II ligt op drie dekzandruggen. De meest noordelijke is smal en is het minst bebouwd. Op de middelste rug ligt een aantal verspreid gelegen erven. De zuidelijke rug is het grootst en kent de meeste bebouwing, waaronder de havezathe Den Alerdinck. Op deze rug ligt ook het plangebied. Noordelijk van het plangebied ligt het lager gelegen en open gebied van de Kolkwetering. Dit is een gaaf open landschap met lange zichtlijnen. Enkele lange bomenlanen verbinden het noordelijke en zuidelijke deel van het landgoed met elkaar. Over de weteringlaagte zijn de hogere ruggen met hun bebouwing duidelijk herkenbaar. Bijzonder is ook de nabijheid van een voormalige zeewaterkering die grotendeels in bezit is van het landgoed. In de 17e en 18e eeuw stond het
Beeld van locatie (Google Streetview)
gebied tijdens stormachtig weer onder invloed van de Zuiderzee. Door opstuwing van het water in de IJssel en het Zwartewater liep het landgoed meerdere keren onder water. Daarom is tussen 1825 en 1830 op het landgoed een dijk aangelegd met een lengte van 3,6 kilometer. Deze dijk is een monumentaal relict en uniek voor het landgoed. Tere hoogte van het plangebied ligt de dijk parallel aan de Zuthemerweg.
Beeld van locatie (Google Streetview)
8
Plangebied Het plangebied betreft een open perceel met grasland tussen twee bosper-
oosten. Tussen de bomen op deze zeedijk loopt een wandelpaadje. Waar
celen aan de Zuthemerweg. Ten noorden van het perceel liggen de lager
de zeedijk stopt, ligt aan de zuidrand van het perceel een bomenrij. Bij de
gelegen agrarische gronden. Tussen deze gronden en het plangebied staat
zuidoosthoek van het perceel ligt een inrit op de Zuthemerweg.
midden in de ruimte nog een solitaire boom. Langs de Zuthemerweg ligt op het westelijk deel van de zuidrand van het perceel de oude zeedijk. Ongeveer halverwege de kavel stopt deze zeedijk en loopt aan de overzijde van de Zuthemerweg weer verder richting het
Luchtfoto (PDOK-viewer) met plangebied 9
3. Uitgangspunten Uitgangspunten beleid Relevant voor het plangebied benoemt het landschapsontwikkelingsplan Landschapsontwikkelingsplan Salland (2008)
als landschappelijke karakteristiek:
Het landschapsontwikkelingsplan is een gezamenlijk product van de ge-
• Rug verdicht met landschapselementen als bosjes, landgoederen,
meenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe. De LOP-visie schetst het toekomstbeeld voor het plangebied. De opgave is om bestaande waarden te
houtwallen, hagen, singels en solitaire bomen; • Afwisseling van verdichte en open ruimtes; verrassende doorkijkjes;
behouden (beschermen) en de ruimtelijke karakteristiek van de onderscheiden deelgebieden (verder) te versterken en te ontwikkelen. Vanuit de visie wordt duidelijk welke ontwikkelingen op welke wijze passen in het Sallandse landschap en hoe het karakter van dit landschap versterkt kan worden. Het landschapsbeleid van het landschapsontwikkelingsplan is gericht op het versterken van de karakteristiek van het landschap. Nieuwe rode functies in het buitengebied (passend binnen bestaand beleid) zijn landschappelijk gezien het meest wenselijk op de ruggen onder de voorwaarde dat landschapselementen die het landschappelijke karakteristiek versterken worden aangelegd.
Gewenst landschapsbeeld ‘dekzandruggen’ (LOP) 10
• Perceelsscheidingen worden minimaal en terughoudend toegepast,
Uitgangspunten ontwerp
aansluitend aan open karakter; • Wegen veelal kronkelend, zich voegend naar de erven, soms over erf;
Advies Het Oversticht
• Erven langs rand van de es, grote dakvlakken tegen groene
Op 10 juni 2020 heeft Het Oversticht een advies ruimtelijke randvoor-
achtergrond; • Knooperven;
waarden “Erf aan de Oude Zeedijk” uitgebracht. In dit erfadvies geeft Het Oversticht het volgende aan:
• Erven gaan vloeiend over in landschap (geen strakke erfgrenzen); • Zandwegen;
In de afbeelding met de structuur (zie volgende pagina) is de inpassing
• Kleinschalige grillige blokverkaveling deels omzoomd met houtwallen.
van de nieuwbouw met in totaal 5 woningen zichtbaar.
Daarnaast geeft het Landschapsontwikkelingsplan handige uitgangspunten voor het inpassen van erven. Ze onderscheiden de volgende aspecten:
Een landschappelijke groene kamer omzoomd met bosschages met
• Situering en afstemming op omgeving;
aan de oostzijde een Sallands erfcluster met vier woningen (W)(en
-
Landschapstype, kavelpatroon, ligging en korrelgrootte.
• Compositie, indeling en inrichting van het erf; -
bijgebouwen (B)) en aan de westzijde één losse woning type veldschuur. Het erf is onderdeelvan het ervenlint. Aan de noordzijde een vrij zicht
Behoud van verwijzing naar de leeftijd van een erf in de positie van
op het lager gelegen open beekdal. Vanaf de doorgaande weg blijft
voor- en achtererf, mate van concentratie op het erf, opbouw en
ook doorzicht naar dit beekdal. Erf, perceel en landschap verweven met
mate van openheid.
‘groene vingers’.
• Beplantingsvormen en sortiment. -
Relatie tussen erf en landschap uitwerken in erf markerende
In rood de twee stenen hoofdvolumes, op Sallandse wijze, parallel bij
beplantingsvormen, bodemgebonden soortgebruik,
elkaar. Op het achtererf de volumes type bijgebouw. De toegang van
landschappelijk versterkende beplantingen en aansluiting bij
het erfcluster via de achterzijde met het zicht op de achtergevels van de
ecologische structuren.
twee hoofdvolumes (verhard), de toegang naar de veldschuur via een karrespoor (halfverhard).
11
Structuurschets Het Oversticht
12
Het perceel is niet openbaar, maar geheel toegankelijk voor de erf- en veldschuurbewoners en wordt gemeenschappelijk beheerd. Parkeren vindt
• Op het erf zijn 4 woningen gesitueerd, verderop is nog 1 woning aanwezig.
plaats op het erfperceel (informeel zoals op een erf, nabij de gebouwen),
• De woningen op het erf zijn direct aan het erf gesitueerd.
ook voor de gasten. De weide op het perceel kan voor parkeren worden
• Een veelvoud aan losse bijgebouwtjes moet worden voorkomen
benut wanneer incidenteel veel gasten op het erf worden ontvangen.
(de schuurwoningen verwijzen immers al naar de agrarische bijgebouwen).
Randvoorwaarden voor het ontwerp
• De woningen hebben allemaal een agrarisch-landelijke uitstraling.
Het ruimtelijk advies van Het Oversticht is als basis gebruikt om de
• Er dient een afwisseling van verdichte en open ruimtes te zijn die
volgende randvoorwaarden voor het ontwerp op te stellen:
verrassende doorkijkjes geeft. • Perceelsscheidingen worden minimaal en terughoudend toegepast,
• De nieuwe situatie dient te passen bij het landschapstype dekzandrug; • In de nieuwe situatie is sprake van een informeel (knoop) erf met agrarische en landelijke sfeer als verdichting op de dekzandrug. • Het erfcluster dient hiërarchie te kennen en aan de traditionele
aansluitend aan open karakter. • Er worden erf markerende beplantingsvormen toegepast, met bodemgebonden soortgebruik en landschappelijk versterkende beplantingen.
Sallandse erfopbouw te voldoen. Dit betekent dat er een duidelijke
• Het erf heeft een duidelijke relatie met het landschap.
‘hoofdwoning’ moet zjn die verwijst naar de boerderij en
• Huidige ecologische structuren worden behouden al dan niet versterkt.
‘schuurwoningen’ die verwijzen naar de agrarische bijgebouwen.
• Parkeren vindt plaats op eigen terrein of verdekt opgesteld op het erf.
13
4. Inrichtingsplan Op basis van de analyse en de beschreven uitgangspunten, is een inrichtingsplan opgesteld die aansluit bij het landschapstype dekzandrug en de oude opzet van de Sallandse erven. Bebouwing en situering
Erf
Op het perceel aan de Zuthemerweg wordt een nieuw landelijk erf gere-
Het erf kent een informele inrichting en bestaat uit halfverharding, ont-
aliseerd met een hiërarchische erfopbouw. Dit betekent dat er een onder-
sloten via de bestaande inrit van het huidige weiland. Op het erf is ruimte
scheid is tussen de ‘hoofdwoningen’ en de overige woningen. De ‘hoofd-
voor bezoekers om de auto te parkeren. Samen met het parkeren op ei-
woningen’ refereren aan een ‘dubbele’ Sallandse boerderij (boerderij met
gen terrein en in de (gras)parkeerkoffer aan het begin van het erf, wordt
parallel gesitueerde schuur in dezelfde bouwstijl) en de andere woningen
voldaan aan de parkeernorm (2,4 pp/w). Door de compacte opzet van de
refereren aan de schuren op het erf. Deze opzet verwijst naar de historische
bebouwing rondom het erf is er veel ruimte voor openheid en groen op de
opzet van erven in het landelijk gebied in de omgeving.
rest van het perceel. Het erf wordt via de bestaande uitrit van het perceel ontsloten op de Zuthemerweg.
De bebouwing staat rondom het erf en gedraaid ten opzichte van elkaar; één woning staat achteraf, met de uitstraling van en verwijzend naar een
In het midden van het erf staat een solitaire boom, vanuit dit punt lopen
veldschuur. Bergruimte wordt zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd om
zichtlijnen naar het open achterliggende landschap. De tuinen hebben
een wildgroei aan losse bijgebouwen te voorkomen. Er kan ook een ge-
streekeigen hagen en/of struiken die overlopen in een meer extensief in-
zamenlijke bergruimte in de vorm van een hooiberg gerealiseerd worden.
gericht gedeelte van de tuin en vervolgens in de weide. In de extensief beheerde weide staat een fruitboomgaard die beheerd en gebruikt kan
14
Het maximum bouwvolume per woning is 700 m3, wanneer sprake is van
worden door alle bewoners van het erf. Door de extensief beheerde weide
inpandige bergingen, kan dit groter zijn. De bouwhoogte bedraagt maxi-
en tussen de fruitboomgaard slingert een (uitgemaaid) pad. Tussen de inrit
maal 10 meter, de goothoogte maximaal 3 meter. Bij de hoofdwoningen
en de veldschuur loopt een karrespoor. De bomen langs de Zuthemerweg
kan hiervan voor delen worden afgeweken.
blijven behouden.
Legenda Nieuwe vrijstaande woningen in de vorm van een geschakelde Sallandse boerderij, met inpandige berging/garage via deeldeuren Nieuwe vrijstaande woningen in de vorm van schuurwoningen, georiënteerd op het erf Nieuwe vrijstaande woning in de vorm van een veldschuur, met inpandige berging Gezamenlijk bijgebouw, verwijzend naar de hooiberg
Extensief ingerichte tuin met zachte overgang naar weide
Gezamenlijk middenerf met solitaire boom
Streekeigen hagen als erfafscheiding
Boomgaard met informeel padenstelsel en bloemrijk grasland
Bestaande boom
Losse bomen verspreid over het erf
Karrespoor naar de veldschuur-woning met hekwerk
(Gras)parkeerplaatsen in opgaand struweel
Parkeerplaatsen op eigen terrein (parkeernorm = 2,4 pp/woning)
Schetsontwerp Zichtlijnen naar open landschap
15
5. Beeldkwaliteit 5.1 Stedenbouw
bied: het ‘informele woongedeelte’ met tuin en achterliggend het ‘formele
Sfeer en uitstraling
bedrijfsgedeelte’ met schuren.
Uitgangspunt voor de ontwikkeling is dat er gerefereerd wordt aan de be-
De uitstraling van de grote ‘hoofdwoningen’ uit zich voornamelijk in bakste-
staande hiërarchie van het agrarisch erf ter plaatse. Dit houdt in dat er
nen gevels en een grote wolfskap. De twee ‘hoofdwoningen’ liggen parallel
onderscheid is tussen de ‘hoofdwoningen’ (noordelijk gelegen geschakelde
aan een elkaar. De andere woningen liggen wat meer op de achtergrond,
woningen) en de 2 andere woningen die daarachter zijn gelegen. Deze
zijn meer informeler gesitueerd en refereren daarmee meer aan agrarische
opzet verwijst naar de stedenbouwkundige hiërarchie van het landelijk ge-
stallen. Ze kennen een rechthoekige plattegrond en hebben een zadeldak
Hoofdwoningen
Veldschuur
Bijgebouw
Bijgebouw
Hooischuur Schets met bebouwing rond het erf
16
met een relatief lage goothoogte en grote dakvlakken. De woningen liggen gedraaid ten opzichte van elkaar: dit past bij de Sallandse erfopzet op dekzandruggen. Wat meer ‘achteraf’ aan de westzijde is een woning in de vorm van een veldschuur gesitueerd, te bereiken door een karrespoor. Kenmerkend aan deze veldschuur is dan weer de asymmetrische kap. De bergruimte wordt zo veel mogelijk inpandig gesitueerd. Voorkomen moet worden dat er veel losse gebouwtjes staan die een verrommelde uitstraling kunnen geven. Beeldkwaliteitsaspecten stedenbouw • Vier woningen gepositioneerd rondom een erf met een hiërarchische erfopbouw, zoals de traditionele Sallandse erven.
Verwijzing naar beeld ‘dubbele’ hoofdwoning (Google Streetview)
• Hoofdwoningen zijn geschakeld en parallel naast elkaar (verwijzend naar ‘dubbele’ Sallandse boerderij) met het woongedeelte naar het landschap en deeldeuren naar het erf. De berging is inpandig. Maximum bouwvolume per woning: 1.000 m3. • Aan het erf liggen twee woningen die verwijzen naar de schuren op een erf. Deze woningen zijn wat kleiner dan de hoofdwoningen, maar de berging mag los of geschakeld gesitueerd worden. Maximum bouwvolume per woning: 700 m3. • Één woning achteraf, met de uitstraling van een veldschuur. Deze woning heeft ook een inpandige berging. Maximum bouwvolume: 800 m3. • Een gezamenlijke ruimte wordt vormgegeven in een gebouw dat de uitstraling heeft van een hooischuur, waar iedereen gebruik van kan
Verwijzing naar Sallands erf met geschakeld hoofdgebouw (Het Oversticht)
maken. 17
• De woningen hebben allemaal een relatief lage goothoogte en dominante dakvlakken (één bouwlaag met kap).
5.2 Architectuur Sfeer en uitstraling Zoals hiervoor reeds beschreven, vindt de opstelling van de woningen rondom het erf plaats in de vorm van een verwijzing naar de hoofdwoningen (dubbele boerderij) en agrarische bijgebouwen. De hoofdwoningen zijn voorzien van een wolfskap, bij de overige woningen aan het erf is sprake van een zadeldak, bij de veldschuur is sprake van een asymmetrische kap. Bij alle woningen zijn de dakvlakken dominant. De bouwhoogte is maximaal 10 meter en de goothoogte maximaal 3 meter. Hierdoor is het
Verwijzing naar veldschuur (Het Oversticht)
mogelijk om één woonlaag op de begane grond te realiseren en twee in de kap. Bij de hoofdwoning zijn verbijzonderingen mogelijk die deels een hogere goothoogte tot gevolg hebben. Ander kenmerk van de hoofdwoningen zijn de grote gevelopeningen aan de zijde van het erf, dit verwijst naar de grote deeldeuren die vroeger aanwezig waren. Het materiaalgebruik van de gevels bestaat uit baksteen, met details in hout en/of glas. De daken bestaan uit antracietkleurige pannen of zink (of qua uitstraling gelijkwaardig metaal). Bij de hoofdwoning is ook een dak in een andere kleur of riet ook mogelijk. Het materiaalgebruik mag modern zijn, zonder dat het contrast met de omgeving te groot wordt. Geschikte kleuren in gedekte tinten die voortkomen uit de genoemde materialen zijn bruin, grijs, zwart, bruinrood. Gebruik van kunststof (uitstraling) en onnatuurlijke kleuren zijn niet toegestaan.
18
Hiërarchie op het erf met hoofdwoning en bijgebouwen
Beeldkwaliteitsaspecten architectuur nieuwe woningen • Verschijningsvorm verwijst naar agrarische bedrijfsbebouwing • Verschil in bouwvorm tussen hoofdwoningen en overige woningen • Dominante dakvlakken • Bouwhoogte maximaal 10 meter • Goothoogte maximaal 3 meter, behalve bij wolfseind hoofdwoningen • Materiaalgebruik hoofdwoningen: (donkere) baksteen en/of hout, details in glas of metaal zijn mogelijk; materiaalgebruik overige woningen: hout met delen in baksteen, glas of metaal. • Materiaalgebruik daken: antracietkleurige pannen of zink (of qua uitstraling gelijkwaardig metaal); bij de hoofdwoning is een andere kleur of riet ook mogelijk • Kleurgebruik gedempt en niet contrasterend met de omgeving.
Moderne uitstraling van schuurwoning met aangebouwde berging (Het Oversticht)
• De hoofdwoningen hebben grote gevelopeningen richting het erf die verwijzen naar deeldeuren.
5.3 Erfinrichting Parkeren en infrastructuur Zoals benoemd loopt de ontsluiting van het erf via een centrale uitrit vanaf de Zuthemseweg. Deze toegangsweg dient een informeel en landelijk karakter te krijgen, maar wel geschikt te zijn voor gebruik dat hoort bij een viertal woningen. Indien gewenst zou de inrit met zand, grint, dichte klinkers of andere halfverharding uitgevoerd kunnen worden. De weg naar de veldschuur wordt vormgegeven als karrespoor en ‘slingert’ door de weide Woningen met bijgebouw uitstraling (Het Oversticht)
19
heen. Deze weg kan met grasbetontegels of als zandweg uitgevoerd worden. De centrale ruimte vanwaar de verschillende kavels bereikt kunnen worden, wordt uitgevoerd in een combinatie tussen grind en klinkerverharding. Dit geeft een informele uitstraling en voldoende stabiliteit. In de centrale ruimte is plek voor parkeerplaatsen voor de bezoekers. Bovendien is er parkeerruimte op de (gras)parkeerkoffer aan het begin van het erf. Parkeren voor de bewoners kan, al dan niet inpandig, op eigen terrein. Er zijn minimaal 2,4 parkeerplaatsen per woning aanwezig. Beeldkwaliteitsaspecten erfinrichting • Een informele toegangsweg met uitstraling van een landelijke
Uitstraling gezamenlijk bijgebouw
zandweg, bestaande uit grasbetonklinkers / klinkers / halfverharding. • Een weg naar de veldschuur, vormgegeven als karrespoor. • Ruimte voor bezoekers parkeerplaatsen op centraal erf, het erf bestaat uit klinkerverharding en grind. • Minimaal 2,4 parkeerplaatsen per woning conform parkeernota Raalte. Erfbeplanting Om de woningen privacy te geven zijn in de perceelshoeken natuurlijke hagen aanwezig. Deze lopen over van een meer extensief ingericht gedeelte van de tuin naar weide. Door deze inrichting als weide en/of landschapstuin blijft de openheid zoveel mogelijk gewaarborgd. Schuttingen en hoge Uitstraling gezamenlijke bijgebouw in de vorm van een hooiberg
20
Schets met de groene (erf)inrichting
erfafscheidingen zijn niet gewenst. De streekeigen soorten die hier toe-
Rondom de (gras)parkeerkoffer wordt aangesloten bij het bestaande bos-
gepast worden, passen van oorsprong in het aanwezige landschapstype,
perceel met een mening van streekeigen vruchtdragende struikvormers zo-
zoals haagbeuk, meidoorn en veldesdoorn.
als lijsterbes, inheemse vogelkers, hazelaar en hondsroos.
21
Beeldkwaliteitsaspecten erfbeplanting • Kavelgrenzen laten opgaan in het landschap: -
Verloop van intensieve ingerichte tuin naar extensief ingericht gedeelte met lage vrijgroeiende haag naar weide.
-
Geen hoge beplanting of schuttingen tussen de kavels.
• Rondom parkeerkoffer vruchtdragende struik- en boomvormers die aansluiten bij bestaand bosperceel. Weide Aan de westzijde van het erf wordt een door de bewoners extensief beheerde weide gerealiseerd met een boomgaard. Het gaat hier om hoogstam fruitbomen, afhankelijk van de persoonlijke voorkeur kunnen pruim, kersen, appel, peer en andere fruitsoorten die geschikt zijn voor de zandVloeiende overgang tussen weide en tuin (Het Oversticht)
Parkeerplaats omgeven door groen
22
Halfverharding (Het Oversticht)
gronden, geplant worden. Door de weide loopt een onverhard gemaaid pad als informeel padenstelsel. Beeldkwaliteitsaspecten weide • Realiseren nieuwe boomgaard met hoogstamfruitbomen. • Extensief beheerde weide. • Gemaaid pad door de weide. Voor een meer gedetailleerd beeld wordt verwezen naar het hierna opge-
Landschapsstuin (Het Oversticht)
nomen beplantingsplan en de bijbehorende plantlijst.
Karrespoor naar veldschuur
Gemaaid pad door extensief beheerde weide (Het Oversticht)
Extensief beheerd met kruidenrijk grasland (Het Oversticht)
23
6. Beplantingsplan
F
A
C E E F
B
E
C E D
24
F
Voorwaardelijk verplicht Type
Maatvoering en aantal
Soort
Beheer
A.
Bestaande boom
1 stuks
Eik
Behoud
B.
Solitaire boom
3 stuks, diameter 14-16 cm
Bijv.: fruitbomen, walnoot, linde, zoete kers, tamme kastanje, eik
Aanplant en instandhoudingsbeheer
C. Fruitboomgaard
13 stuks, diameter Hoogstamfruitbomen, bijv 14-16 cm appel, peer, kers, pruim
Aanplant en instandhoudingsbeheer
D.
Struweel
circa 160 m2
Streekeigen (bloeiende en besdragende) struikvormers zoals lijsterbes, vogelkers, hazelaar, hondsroos
Aanplant en gevarieerd beheer (afzetten, uit laten groeien en opkronen)
E.
Natuurlijke haag
circa 80 m 1 of 2 rijig, 4 stuks/m1
Gemengde haag, soorten: haagbeuk, meidoorn, veldesdoorn
Aanplant en instandhoudingsbeheer
F.
Bloemrijk grasland circa 7.080 m2
Bloem/kruidenrijk gras
Zaaien en cyclisch maaibeheer (max. 2x per jaar) of (extensieve) begrazing
Overig Type Gemaaid pad
Tuininrichting
Bebouwing
Parkeerplaats
Verharding
Ondergrond (kadastraal + BGT)
25
buro-sro.nl
stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement