Bijlage 1 Delegatiebesluit vaststellen delen van het omgevingsplan (aangepast)
Tekst van het document
Delegatiebesluit voor het vaststellen van delen van het omgevingsplan1 GEDELEGEERDE ONDERDELEN In de volgende gevallen is het college van B&W bevoegd om delen van het omgevingsplan vast te stellen. Voor de leesbaarheid spreken we hierna over ‘wijzigen van het omgevingsplan’: a.
b. c. d.
Wijzigingen van technische aard. Het gaat om: i. Herstel van omissies. ii. Aanpassing van waarden2 die geborgd zijn in dubbelbestemmingen als blijkt dat de betreffende waarde feitelijk niet meer bestaat. iii. Wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan. iv. Verwerken van een omgevingsvergunning nadat deze onherroepelijk in werking is getreden. Wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, zonder bestuurlijke afwegingsruimte. Wijzigingen die voldoen aan de wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten die onderdeel zijn van het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan. Wijzigingen voor de volgende inhoudelijke onderwerpen: i. Erfontwikkelingen: projecten die passen in het geldende door de raad vastgestelde beleid voor functieverandering en/of rood voor rood in het buitengebied, met uitzondering van hoofdstuk 5 ‘Experimenten’ van de beleidsnota ‘Erven in beweging’. i.ii. Woningbouw: plannen die maximaal 20 woningen of wooneenheden met bijbehorende voorzieningen toevoegen binnen de bebouwde kom, mits het plan voldoet aan het beleid in de Omgevingsvisie, het programma Wonen en vergelijkbaar door de gemeenteraad vastgesteld beleid voor de fysieke leefomgeving, zoals een stedenbouwkundige visie.
Waar nodig wordt het onderdeel hierna toegelicht. TOELICHTING A. Wijzigingen van technische aard Het gaat hier om beleidsneutrale wijzigingen van het omgevingsplan: i.
i.
ii.
iii.
Herstel van omissies Het herstel van omissies. Zoals foutjes waarbij duidelijk is dat de bedoeling van de raad ten tijde van het vaststellen van het betreffende onderdeel anders was, een verschrijving, verkeerde verwijzing etc. Het kan ook gaan om weeffouten in de bruidsschat (de gedecentraliseerde Rijksregels) die een evident onbedoeld effect in het Omgevingsplan hebben. Aanpassing van waarden die geborgd zijn in dubbelbestemmingen als blijkt dat de betreffende waarde feitelijk niet meer bestaat Het kan bijvoorbeeld gaan om een archeologische waarde die in het omgevingsplan beschermd is met een dubbelbestemming, terwijl uit later uitgevoerd onderzoek is gebleken dat er geen te beschermen archeologische waarden op het perceel zijn. Wijziging toelichting Het college mag de toelichtende delen van het omgevingsplan wijzigen. De toelichting is juridisch niet bindend, maar een onduidelijkheid in de toelichting kan juiste toepassing van een regel in de weg zitten. Onduidelijkheden kunnen op deze wijze snel hersteld worden. Verwerken omgevingsvergunningen Het gaat hier om het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (OPA). Vanaf 2029 is het verplicht een onherroepelijke vergunning voor een buitenplanse OPA binnen 5 jaar in het omgevingsplan te verwerken. Het is denkbaar dat we dit
1 Zoals bedoeld in artikel 2.8 Omgevingswet 2 Niet te verwarren met Omgevingswaarden zoals bedoeld in de Omgevingswet.
al eerder willen doen. Het verwerken hiervan heeft feitelijk geen juridische gevolgen en is om die reden gedelegeerd aan het college. B. Wijzigingen noodzakelijk vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, zonder bestuurlijke afwegingsruimte Het is denkbaar dat provincie of Rijk instructieregels stellen die vereisen dat het omgevingsplan hiermee in overeenstemming wordt gebracht. Als dit instructies zijn die zondermeer vertaald moeten worden, zonder dat daar bestuurlijke afwegingsruimte bij is, dan is het college van B&W bevoegd deze wijziging in het Omgevingsplan door te voeren. Het kan ook gaan om een gewijzigde normstelling, meetmethode of begrip in hogere wetgeving die het nodig of wenselijk maakt het Omgevingsplan hiermee in overeenstemming te brengen. C. Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten Plannen die voldoen aan de wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan (afkomstig uit de in het omgevingsplan opgegane bestemmingsplannen) kunnen met een wijziging van het omgevingsplan door het college van B&W worden gefaciliteerd. Dit sluit aan de bevoegdheid die het college onder de Wro ook had. D. Inhoudelijke onderwerpen In dit onderdeel zijn thema’s opgenomen die naar verwachting relatief veel voorkomen en die dusdanig beperkt van omvang zijn of een uitvoerend karakter hebben dat delegatie op zijn plaats is.
Hierna volgt per onderwerp een korte toelichting. i. Erfontwikkelingen: projecten die passen in het geldende door de raad vastgestelde beleid3 voor functieverandering en/of rood voor rood in het buitengebied, met uitzondering van hoofdstuk 5 ‘Experimenten’ van de beleidsnota ‘Erven in beweging’ Dit beleid is dusdanig ingekaderd dat toepassing ervan in een omgevingsplan voor een concrete ontwikkeling (bijvoorbeeld een nieuwe functie in een vrijkomende schuur of de bouw van een Rood voor Rood woning) vooral een uitvoerend karakter heeft. Delegatie is daarom wenselijk. In veel gevallen kan de ontwikkeling ook met een (binnenplanse of buitenplanse) OPA worden vergund. In sommige gevallen kan een wijziging van het omgevingsplan juist gewenst zijn, bijvoorbeeld om een agrarische bestemming te verwijderen. Het ‘experimentenhoofdstuk’ in het huidige beleid (Erven in beweging) is uitgezonderd omdat het toepassingsbereik daarvan niet voldoende begrensd is om aan het college te delegeren. ii. Woningbouw: plannen die maximaal 20 woningen of wooneenheden met bijbehorende voorzieningen toevoegen binnen de bebouwde kom, mits het plan voldoet aan het beleid in de Omgevingsvisie, het programma Wonen en vergelijkbaar door de gemeenteraad vastgesteld beleid voor de fysieke leefomgeving, zoals een stedenbouwkundige visie.
Met dit onderdeel is de uitvoering van door de raad vastgesteld beleid voor woningbouw tot maximaal 20 woningen binnen de bebouwde kom (inbreiding) aan het college gedelegeerd. Wijzigingen van het omgevingsplan voor woningbouw buiten de bebouwde kom (uitbreiding) blijven de bevoegdheid van de gemeenteraad omdat de verandering van de fysieke leefomgeving bij uitbreiding over het algemeen ingrijpender is dan bij inbreiding. Woningbouw in het kader van Rood voor Rood valt niet onder dit onderdeel, maar onder i ‘Erfontwikkelingen’.
3 Op dit moment is dit beleid vervat in de beleidsnota’s ‘Erven in beweging’ en ‘Rood voor Rood’. Dit kunnen
ook andere beleidsnota’s zijn als de raad besluit in de toekomst ander beleid vast te stellen op dit thema.