CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Presentatie NPLG webinar 14 juni 2022-samengevoegd

Informatievoorziening raad 22 september 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Informatienotitie stand van zaken van de Gebiedsgerichte aanpak Stikstof voor Salland en de landelijke en provinciale ontwikkelingen van een Programma Landelijk Gebied1.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nationaal Programma Landelijk Gebied

Nationaal Programma Landelijk Gebied ›

Kwaliteit van natuur verbeteren → Vogel en Habitat Richtlijn

›

Watersysteem robuuster en gezonder maken → Kader Richtlijn Water

›

Klimaatneutraal landelijk gebied → Klimaatafspraken

Vragen? Mailadres: nplg@minlnv.nl Denk mee met het NPLG!

Veelgestelde vragen webinar Nationaal Programma Landelijk Gebied 14 juni 2022 De gestelde vragen in de chat tijdens het webinar staan onderstaand met antwoorden erbij. Er is gekeken naar algemene vragen, niet gebiedsspecifieke vragen. Mocht u naar aanleiding nog specifieke vragen hebben, kunt u deze stellen via NPLG@minlnv.nl. 1. Tijdsplanning: wordt er rekening gehouden met doorlooptijden van instellen vergunningen en procedures voor het vaststellen van gebiedsprogramma’s? Het is aan de provincies om deze doorlooptijden goed in te plannen in de gebiedsprogramma’s. Deze lopen vanaf 2024 tot en met 2035. Niet alles kan al gerealiseerd worden in 2024. 2. Tijdsdruk capaciteit: is in het tijdspad van het opstellen van de gebiedsprogramma’s rekening gehouden met het signaal binnen de provincies en gemeenten dat er een groot capaciteitstekort is? We zijn ons ervan bewust dat het tijdspad voor het opstellen van de gebiedsprogramma’s een uitdaging is. Om de aanpak te ondersteunen en waar nodig bij te sturen richten het kabinet en het Interprovinciaal Overleg (IPO) daarom een gezamenlijke regieorganisatie in. Deze regieorganisatie kan het Rijk, provincies, en andere overheden ondersteunen in de uitvoering van de transitie van het landelijk gebied. 3.

Wat is de juridische grond van de doelen in de kaarten zoals gedeeld in de startnotitie NPLG? Het NPLG is een programma in het kader van de Omgevingswet. De Gebiedsprogramma's van de provincies vallen daar weer onder. De richtinggevende doelen zoals deze nu zijn gepubliceerd, leggen de basis voor de doelstellingen in de gebiedsprocessen. Daarmee geven ze richting aan de omvang van de opgave. Tegelijkertijd zal de uitwerking van het gebiedsproces leiden tot de nadere invulling en bestaat daarin ook de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van deze doelstellingen. Daarnaast geldt dat de doelstellingen, die in juli 2023 definitief worden gemaakt, nog onderhevig kunnen zijn aan onder andere de invloed van de nog aankomende klimaat- en waterdoelstellingen, maar bijvoorbeeld ook de actualisatie van de Klimaat en Energie Verkenning (KEV). Het kabinet werkt daarnaast ook nog aan doelen voor de reductie van de NOx-uitstoot, waarvoor de sectoren mobiliteit, industrie en bouw met name verantwoordelijk zijn. 4.

Welke hulp mogen de provincies van de Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied regieorganisatie (RTLG) verwachten bij de gebiedsuitwerkingen? De RTLG biedt hulp en bijstand vanuit het Rijk bij gebiedsprocessen en organiseert onder andere de feedback- en leerloop tussen Rijk (beleidsvorming) en de provincies die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het NPLG via gebiedsprogramma’s. Dit alles wordt lerend en ontwikkelend vormgegeven. De komende tijd wordt de ondersteuningsbehoefte van provincies nader in kaart gebracht en wordt onderzocht hoe de RTLG hierop in kan spelen. 5. Hoe wordt er geborgd dat provincies, de gemeenten voldoende betrekken bij het vormgeven van de gebiedsuitwerking? Hoe blijven we als gemeente hierbij betrokken om input te geven op de uitwerking? De provincies zijn de regisseur van het gebiedsproces. Zij beschikken met gemeenten en waterschappen over de gebiedskennis en hebben ervaring met dit soort processen. Wij gaan hierbij niet op de stoel van de provincie zitten. Als gebiedsregisseur gaan de provincies om tafel met alle gebiedspartijen in de gebiedsprocessen. In het op te stellen kader voor de gebiedsprogramma’s wordt als randvoorwaarde gesteld dat relevante stakeholders betrokken worden en dat provincies zich in het gebiedsprogramma verantwoorden over de wijze waarop participatie heeft

plaatsgevonden. Om ervoor te zorgen dat belanghebbenden op een gelijk kennisniveau kunnen deelnemen aan de gebiedsprocessen, stellen Rijk en provincies de benodigde informatie beschikbaar. Vanuit de gebiedsprocessen kunnen aanvullende gebiedseigen uitgangspunten of opgaven toegevoegd worden, mits deze de uitgangspunten van het NPLG niet tegenspreken. 6. Wanneer zijn de gebiedsspecifieke kaarten te verwachten? In oktober 2022 worden de gebiedsspecifieke opgaven per provincie bekend gemaakt. De gedeelde doelen en bijbehorende kaarten in de startnotitie NPLG geven hier al een richting in: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2022/06/10/startnot itie-nplg-10-juni-2022/startnotitie-nplg-10-juni-2022.pdf. 7. Van welke registratie is uitgegaan in het opstellen van de kaart, 2018? De peildatum is 2018, en gegevens zoals vastgelegd in de emissieregistraties. 8. Waarom worden meerdere natuuropgaven ingekleurd op de specifieke N-kaart? Dit werkt verwarrend. Dus niet alleen de N2000 gebieden maar ook NatuurNetwerkNederland. De natuuropgave op de kaart is breder dan alleen de stikstofopgave, ook kenmerken als bodemtype en hydrologie zijn belangrijk, evenals opgaven op het gebied van waterkwaliteit. Dit is deels meegenomen in het opstellen van de kaart. In volgende versies van de opgave per provincie wordt dit meegenomen in de communicatie.

De natuuropgave is afhankelijk van de situatie in het gebied. We hebben niet een doel gezet voor deze gebieden, maar ze zijn wel meegenomen in de modelberekeningen met 95% emissiereductie. Deze gebieden zijn zeer verschillend. Daarom zal de benodigde reductie afhankelijk zijn van de specifieke lokale omstandigheden, en welke vormen van landbouw nog passend kan zijn. Hier wordt in de gebiedsprogramma’s rekening mee gehouden. 9. Hoe gaat het NPLG straks samen met andere plannen, zoals het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)? Dat gaat in de meeste gevallen heel goed samen, het is aan de provincies om dit goed aan elkaar te koppelen richting 2023. Het Rijk ondersteunt hierin om deze koppeling te leggen. Het ANLb draagt bij aan het behalen van de brede natuurdoelen en ook het GLB is een instrument wat ingezet kan worden. 10. In de startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt naast gebiedsprogramma's ook gesproken over Nationale Omgevingsvisie (NOIVI)/Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX-gebieden? Hoe verhouden deze zich tot elkaar - ook in relatie tot de beoogde uitwerking van NOVEX-gebieden? Bij de NOVEX gebieden zit het Rijk actief aan tafel. De verwachting is dat de NOVEX gebieden die in het platteland liggen als herkenbare eenheid worden opgenomen in de gebiedsprogramma's.

We sluiten daar aan op de wijze van de RO-brief en de concepten van het programma NOVEX. In het najaar wordt hier meer uitwerking op verwacht. 11. Waarom zijn de grondwaterbeschermingsgebieden niet opgenomen in de kaart in de startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)? Niet alle relevante gebieden zijn opgenomen in de kaarten in de startnotitie. Hier wordt op een later moment meer invulling aan gegeven. 12. Waarom nemen we genoegen met 74% kritische depositie waarde? Is dat al een afgezwakt doel? Het gaat erom dat 74% van de N2000 gebieden in 2030 onder de kritische depositiewaarde (KDW) scoort op het gebied van stikstof. In 2025 moet al 40% onder de KDW zijn. Het maakt dus onderdeel uit van een stappenplan. De wettelijke waarde van 74% is nodig om de natuurkwaliteit in de N2000 gebieden op het gewenste niveau te krijgen en verslechtering tegen te gaan.

13. Hoe zit het met de evenredigheid van de bijdrage uit andere sectoren? Het kabinet hecht eraan dat alle sectoren een evenredige bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen voor natuur, water en klimaat. Zo ligt er naast de landbouw ook in de sectoren industrie, bouw en mobiliteit een grote verduurzamingsopgave. De verspreiding van ammoniakbronnen (NH3) is relevanter voor de gebiedsgerichte opgave dan die van stikstofoxiden (NOx), omdat ammoniakemissies dichtbij neerslaan. NOx-sectoren hebben een relatief kleinere bijdrage op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, reductie vindt voornamelijk plaats via de landelijke stikstofdeken. Voor regionale doelen is gerekend met reductie van ammoniakbronnen (veehouderij). De doelen kunnen nog worden aangepast aan de hand van nieuwe inzichten, bijvoorbeeld vanuit de natuurdoelanalyses of vanwege de interactie met de natuur-, klimaat- en waterdoelstellingen. Het kabinet werkt ook nog aan doelen voor de reductie van de NOx-uitstoot, waarvoor de sectoren mobiliteit, industrie en bouw met name verantwoordelijk zijn. Deze doelen voor industrie en mobiliteit (NOx) kunnen naar verwachting leiden tot een neerwaartse bijstelling van de regionale doelstellingen (NH3). Voor luchthaven Schiphol bijvoorbeeld is in juni 2022 door het kabinet een uitspraak gedaan dat de wens is om het aantal vluchten drastisch omlaag te brengen. 14.

Hoe denkt LNV over doelen die elkaar niet versterken maar tegenwerken? Bijvoorbeeld natuurbeheer door boeren en stikstof. Per gebied wordt maatwerk geleverd. De verwachting is dat in de overgangsgebieden natuur inclusieve landbouw, met agrarisch natuurbeheer meestal mogelijk is. Het kan zijn dat in bepaalde gebieden zelfs dat niet mogelijk is. Uiteindelijk is het gebiedsplan een integrale afweging van maatregelen voor natuur, stikstof, klimaat en water, met meekoppel-doelen voor o.a. het gewenste landschap. Het gaat dus niet alleen om stikstof. 15. Voor de landbouw wordt water en bodem sturend voor wat waar haalbaar en wenselijk is. Zou dit principe ook niet voor natuur moeten gelden waarbij we de natuurgebieden zoveel mogelijk ook ruimtelijk moeten clusteren? Is dit mogelijk? Haalbaar? Factoren die van invloed zijn op een gunstige staat van instandhouding van de natuur zijn stikstofdepositie, areaal, hydrologie, voldoende robuuste droge en natte ecologische verbindingen tussen natuurgebieden en andere condities. In verband met Europese afspraken kunnen we natuurgebieden niet verplaatsen of verminderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=b2ff1f31-ec11-41d9-b328-f7c9c40b7fb5