Bestemmingsplan - Buitengebied Raalte, part. herz. 28, N35 deeltraject Heino-Raalte_vastgesteld
Tekst van het document
Wettelijk kader
De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. 4.7.2
Onderzoeksresultaten soortenbescherming
Uit het actualiserend verkennend natuuronderzoek (Aveco de Bondt, 2021) blijkt dat het in 2017 uitgevoerde gerichte veldonderzoek in combinatie met het actualiserend verkennend natuuronderzoek een voldoende actueel en dekkend beeld geeft van de onderzochte soorten. Uit het Rapport Wet natuurbescherming (Arcadis Nederland B.V., 2017) blijkt dat als gevolg van de werkzaamheden langs de N35:
Kunnen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden overtreden. Het gaat hier met name om effecten op vleermuizen, eekhoorn en algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën en vogels. Deze overtredingen kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (zie paragraaf 5.3). In deze paragraaf zijn de mitigerende maatregelen beschreven. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden worden deze uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol, zodat een juiste uitvoering van de maatregelen gegarandeerd is.
pagina 24 van 66
Kan overtreding van verbodsbepalingen wel worden voorkomen ten aanzien van das. In opdracht van RWS heeft Das&Boom een verdiepend onderzoek (2018) gedaan naar het leefgebied van de das in verband met de reconstructie van de N35. In het onderzoek is aangegeven welke mogelijke nadelige effecten de werkzaamheden hebben op de Das en welke maatregelen genomen kunnen worden om deze effecten te mitigeren en/of te compenseren. Ook is beschreven in hoeverre de al bestaande faunavoorzieningen, indien nodig, verbeterd kunnen worden. De uitkomsten van het verdiepende onderzoek zijn dat er geen ontheffing Wnb nodig is voor de das, indien door RWS invulling wordt gegeven aan de mitigerende maatregelen zoals gesteld in de rapportage van Das&Boom. Is er sprake van permanent ruimtebeslag op ZONW van de provincie Overijssel. De zone biedt ruimte voor groen ondernemerschap, maar heeft geen betrekking op het voorgenomen initiatief.
Hieronder worden voor Heino-Raalte de maatregelen beschreven, in aanvulling op de algemene zorgplicht, om overtredingen van de verbodsbepalingen te voorkomen (volgens N35 Rapport Wet natuurbescherming, Arcadis Nederland B.V. 2017). De volgende mitigerende maatregelen hebben betrekking op de maatregelen deeltraject Heino-Raalte. Das Uit nader onderzoek is niet gebleken dat de werkzaamheden leiden tot het verwijderen van essentiële wissels en dat het nemen van maatregelen noodzakelijk is. Wel worden de volgende mitigerende maatregelen getroffen:
Werk buiten de kwetsbare periode van das. De kwetsbare periode van de voortplanting begint bij de zwangerschap in december en eindigt op het moment dat de jongen zelfstandig hun weg kunnen gaan begin juli. Voor zonsondergang, maar niet later dan 19.00 uur, moet de bijkomende menselijke invloed zo veel als mogelijk tenietgedaan zijn. Wissels zijn weer toegankelijk, afval is opgeruimd, gebruikte machines en voertuigen zijn uit het gebied verwijderd.
Uit het onderzoek van Das&Boom blijkt dat geen ontheffing Wnb nodig is voor de das indien invulling wordt gegeven aan de mitigerende maatregelen zoals gesteld in de rapportage van Das&Boom. 4.7.3
Onderzoeksresultaten gebiedsbescherming
NNN-gebieden Effecten op NNN-gebieden als gevolg van de realisatie van de maatregelen op dit deeltraject zijn uitgesloten, er is immers geen sprake van ruimtebeslag op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 Nabijgelegen Natura 2000-gebieden betreffen:
Boeteleverd op circa 5 km ten zuiden; Rijntakken op circa 7,5 km ten westen; Vecht- en Beneden-Reggegebied op circa 10 km ten oosten; Sallandse Heuvelrug op circa 10 km ten zuiden; Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht op circa 11 km ten noorden;
Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen plan en de afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden, zijn negatieve effecten ten gevolge van geluid, trillingen, (kunst)licht, visuele verstoring, areaalvelies en aantasting van de hydrologie op voorhand uitgesloten. De effecten van de emissie van stikstof kunnen echter op een grotere afstand invloed hebben op stikstofgevoelige natuur. Middels een AERIUS-berekening zijn de effecten van de emissies die tijdens de aanlegfase plaatsvinden op depositie in nabij gelegen natura 2000 gebieden in beeld gebracht. Uit de uitgevoerde AERIUS berekening blijkt dat de werkzaamheden niet leiden tot stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Significante negatieve effecten vanwege stikstofdepositie tijdens de realisatiefase zijn op voorhand uitgesloten. Onderhavig plan leidt niet tot wijzigingen met betrekking tot de gebruiksfase. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
pagina 25 van 66
4.7.4
Conclusie
Verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten kunnen worden overtreden. Het gaat hier met name om effecten op vleermuizen, eekhoorn en algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën en vogels. Deze overtredingen kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen. In het rapport Wet natuurbescherming (Arcadis Nederland B.V., 2017) worden de mitigerende maatregelen nader toegelicht. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden moeten deze worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol, zodat een juiste uitvoering van de maatregelen gegarandeerd is. Rekening houdend met de mitigerende maatregelen kan geconcludeerd worden dat het aspect natuur, onderdeel soortenbescherming, zich niet tegen de uitvoering van het bestemmingsplan verzet. Uit de uitgevoerde AERIUS berekening blijkt dat de werkzaamheden niet leiden tot stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden.Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
4.8
Projectgebonden risicoanalyse
In opdracht van Arcadis Nederland is door Ortageo Noordoost B.V. een Projectgebonden Risico Analyse (PRA) opgesteld voor de uitvoering van diverse reconstructie werkzaamheden aan de N35 tussen Nijverdal en Wijthmen (zie Bijlage 12). Door Envita is in november 2017 een vooronderzoek naar niet gesprongen Conventionele Explosieven (CE) uitgevoerd voor dit deel van de N35. De conclusie van het vooronderzoek is dat een aantal toekomstige werkgebieden verdacht zijn op CE uit de Tweede Wereldoorlog. De mogelijke aanwezigheid van CE vormt een risico voor werknemers, personeel en/of omwonenden tijdens de realisatie van het project, doordat CE in de bodem door contact of grondtrillingen ongecontroleerd in werking kunnen treden. Voor de veilige en verantwoorde uitvoering van het project is het noodzakelijk om de specifieke risico's van CE voor de projectwerkzaamheden te inventariseren en te beoordelen, gevolgd door een advies over de te nemen maatregelen. Voor ORBIS is het van belang hoe de voorgenomen werkzaamheden met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van CE op een veilige en verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Het doel van een PRA is om na te gaan of er op de locaties sprake is van actuele te verwachten risico's van eventueel aanwezige CE op basis van de verdenking en naoorlogse activiteiten.
Hiermee is beoordeeld in hoeverre de voorgenomen grondroerende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder specifieke maatregelen zoals vrijgavemetingen of waarbij deze zo veel mogelijk worden beperkt. 4.8.1
Wettelijk kader
De arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) stelt regels voor zowel werkgevers als werknemers ten aanzien van de gezondheid, de veiligheid en om het welzijn te bevorderen. De Arbowet is een kaderwet met algemene bepalingen en richtlijnen over het arbeidsomstandighedenbeleid. Het Arbobesluit geeft de meer concrete regelgeving. De belangrijkste regelgeving voor het opsporen van CE volgt uit artikel 4.10 van het Arbobesluit (Staatsblad 2006, nummer 142). Het betreft de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE). In de BRLOCE werden proceseisen gesteld aan het opsporen van CE. In 2012 is de BRL-OCE vervangen door het Werkveld Specifieke Certificatie Schema OCE (WSCS-OCE). Deze PRA is opgesteld conform de vigerende regelgeving WSCS- OCE van juli 2016. Het opsporen van CE omvat het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied.
pagina 26 van 66
Meer algemeen is er vanuit de gemeentewet aandacht voor de openbare orde en veiligheid. De gemeente Raalte, in geval van deze PRA, is bevoegd gezag voor het opsporingsproces met betrekking tot CE. Deze PRA is gebaseerd op informatie afkomstig uit rapporten, kaartmateriaal en overige informatie aangeleverd door de opdrachtgever en opgesteld conform het WSCS-OCE. 4.8.2
Onderzoeksresultaten
Uit de risico-analyse van de PRA blijkt dat voor het deeltraject Heino-Raalte, geen werkzaamheden zijn gepland binnen de vastgestelde gebieden. 4.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat uitkomsten uit de PRA zich niet tegen de uitvoering van het bestemmingsplan verzetten.
4.9
Kabels en leidingen
4.9.1
Onderzoeksresultaten
Rondom het deeltraject liggen diverse leidingentracés. Vanwege de omvang van het tracé zijn er veel verschillende K&L aanwezig. Een uitgebreidere inventarisatie en analyse is te vinden in het deelrapport Kabels en Leidingen (zie Bijlage 13). 4.9.2
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de uikomsten van de inventarisatie niet tegen de uitvoering van het bestemmingsplan verzetten.
4.10
Waterparagraaf
4.10.1
Wettelijk kader
Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Omdat het plangebied in overstroombaar gebied ligt is in paragraaf 4.11 een overstromingsrisico paragraaf opgenomen. 4.10.2
Watertoets
Waterschap Drents Overijsselse Delta is in 2019 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Daaruit is gebleken dat sprake is van een normale procedure met bijbehorende uitgangspuntennotitie. De uitgangspuntennotitie is toegevoegd in Bijlage 14. In deze paragraaf is aangegeven hoe de daarmee om is gegaan. Watersysteem In de huidige situatie stroomt het hemelwater langs het wegtracé in de sloot die parallel aan de N35 loopt. Dit zal in de toekomstige situatie niet veranderen. Deze sloot wordt waar nodig bij bajonetkruisingen omgelegd zodat deze hun functie behouden en er geen afname of onderbreking van deze sloot is. De nieuwe bermsloten komen overigens niet op de legger van het waterschap, maar worden opgenomen in de bestemming 'Verkeer' van het bestemmingsplan. De wijzigingen bestaan uit het dempen van watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het wijzigen (verwijderen, aanleggen) van duikers.
pagina 27 van 66
Voor die activiteiten, die raakvlak hebben met de primaire watergang en diens beschermingszone en de waterhuishouding in het algemeen, wordt een watervergunning aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De aanvraag van de watervergunning vindt gecoordineerd plaats tegelijkertijd met de besluitvorming over onderhavig bestemmingsplan en daarover heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden (zie paragraaf 6.3.2). Wateroverlast De berging en infiltratievoorziening moeten dusdanig gedimensioneerd worden dat er geen inundatie optreedt bij T=100-bui, waarbij een extra +10% wordt gerekend vanwege de toename door klimaatontwikkeling. Dit kan op verschillende manieren vormgegeven worden, bijvoorbeeld in de vorm van doorlatende verharding met waterberging in de fundering van de verharding of het toepassen van infiltratiekratten onder de verharding. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's geniet daarbij de voorkeur. Om deze reden is gekozen voor de aanleg van wadi's in de oksels van de bajonetkruisingen. De toename aan verhard oppervlak wordt gecompenseerd door de wadi's. Waterkwaliteit Het afvalwater uit het plangebied wordt afgevoerd via het bestaande gemengde rioolstelsel.
Indien nodig wordt een voorziening getroffen (olieafscheiders e.d.) waarmee het geloosde water voldoet aan het Activiteitenbesluit Milieubeheer voor een inrichting type C. Schoon hemelwater wordt geïnfiltreerd, indien mogelijk, en anders gebufferd in een bovengrondse voorziening. Externe werking ruimtelijk plan Ten behoeve van de realisatie van het plan zijn hooguit tijdelijke grondwateronttrekkingen benodigd. Indien daar op grond van de Waterwet een melding of vergunning van het waterschap voor nodig is wordt dit in de uitvoering georganiseerd. Van structurle grondwateronttrekking is geen sprake. Het bestaande grond- en oppervlaktewaterregime is het uitgangspunt. Beheer en onderhoud Bij het opstellen van het ontwerp van de waterhuishouding is rekening gehouden met eisen en wensen ten behoeve van beheer en onderhoud van het watersysteem, zoals het voorzien in een onderhoudspad langs de watergangen. Waterkeringen Het plangebied ligt niet in de buurt van bestaande waterkeringen en/of waterstaatswerken. 4.10.3
Conclusie
Onderhavig plan is in het kader van het vooroverleg in 2021 nogmaals aan het Waterschap Drents Overijsselse Delta is voorgelegd (zie ook paragraaf 6.3.5). Het Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft per mail aangegeven in te stemmen met het voorliggende ontwerp bestemmingsplan.
4.11
Overstromingsrisicoparagraaf
Bij nieuwe ontwikkelingen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen, waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden.
pagina 28 van 66
4.11.1
Wettelijk kader
Artikel 2.14.4 Overstroombaar gebied van de verordening bij de provinciale Omgevingsvisie Overijssel schrijft voor dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in overstroombaar gebied een overstromingsrisicoparagraaf moet wordt opgenomen in de toelichting bij bestemmingsplannen. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal gesproken niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan) als gevolg van een extreme gebeurtenis. Het gaat zowel om buitendijkse gebieden die bij hoogwater overstromen (bijvoorbeeld uiterwaarden) als om de beschermde gebieden achter de dijk (binnendijkse gebieden) die alleen bij een calamiteit onder water komen te staan. De N35 ligt binnen dijkring 53. 4.11.2
Onderzoeksresultaten
Risico-inventarisatie De ernst van een overstroming wordt bepaald door:
de maximale waterdiepte tijdens een overstroming (is af te leiden uit de risicokaart); de kans op een overstroming; de beschikbare tijd voor evacuatie / noodmaatregelen (hoe lang duurt het tot het water er is?). Maximale waterdiepte bij en kans op overstroming
Op de risicokaart komt het volgende kaartbeeld naar voren bij overstromingen van een kleine kans (1/1000 tot 1/10.000 jaar). Dit zijn de overstromingen vanuit het primaire systeem (bijvoorbeeld de IJssel of de Vecht) waar de dijken een strenge norm hebben. Voor de N35 wordt een waterdiepte van 0,2 – 0,8 m gevonden met op bepaalde plekken een waterdiepte van 0,8 – 2 m. Voor het omringende gebied van deze weg worden waterdieptes van 0,8 – 2 m gevonden. De maximale stroomsnelheid wordt op deze locatie minder relevant gevonden.
Figuur : Waterdiepte kleine overstromingskans Ter vergelijking is hieronder het kaartbeeld toegevoegd van een situatie bij een overstroming met middelgrote kans (1/100 jaar). Dit zijn overstromingen vanuit het regionale systeem zoals bijvoorbeeld de Sallandse Weteringen. Deze keringen hebben een norm van 1/200 per jaar. De betreffende locatie blijft in deze situatie droog.
pagina 29 van 66
Figuur : Waterdiepte milddelgrote overstromingskans 4.11.3
Conclusie
Ondanks dat de kans op een overstroming klein is, wordt er toch voor gekozen om met een overstroming rekening te houden. Er verandert ten opzichte van de huidige situatie weinig waardoor er geen extra maatregelen genomen worden.
4.12
M.e.r. beoordelingsplicht
Voor de activiteiten voor een ontwikkeling, in dit geval het verbeteren van de verkeersveiligheid op de rijksweg N35, die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben is een m.e.r. procedure doorlopen (zie Bijlage 15). Het doorlopen van een m.e.r.-procedure kan voortkomen uit wettelijke verplichtingen of vrijwillig opgestart worden. Een m.e.r.-procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er zijn drie onafhankelijke aanvliegroutes die kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht en die alle drie getoetst moeten worden. Bepalend hierbij is de activiteit (of zijn de activiteiten) waarop het plan of besluit betrekking heeft: 1. 2.
3.
Toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming voor dit plan verplicht is. Wanneer dit zo is dan is het plan mogelijk m.e.r.-plichtig. Toetsing aan de provinciale milieuverordening.
Conclusie In de memo m.e.r. beoordeling zijn de maatregelen die nodig zijn voor het verbeteren van de verkeersveiligheid op de N35 getoetst of zij m.e.r. plichtig zijn. Voor de ruimtelijke inpassing van de maatregelen is een bestemmingsplanwijziging nodig. Bij toetsing aan het besluit m.e.r. blijken de aanpassingen aan de N35 geen m.e.r.-plichtige of m.e.r. beoordelingsplichtige activiteit te zijn. Ook blijken de activiteiten niet m.e.r plichtig in het kader van de Wet natuurbescherming, omdat voor deze werkzaamheden geen passende beoordeling vereist is én de werkzaamheden niet voldoen aan een van de activiteiten als genoemd in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het project is ook niet m.e.r. beoordelingsplichtig, aangezien de werkzaamheden niet kunnen worden aangemerkt als een van de activiteiten genoemd in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
pagina 30 van 66
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk behandelt de juridische planopzet van dit bestemmingsplan. Na een korte inleiding is in de volgende paragraaf de opzet van regels en verbeelding toegelicht. Paragraaf 5.3 bevat een korte toelichting per bestemming / regels. Het bestemmingsplan vindt zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening. In artikel 3.1 van deze wet is bepaald dat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. De uitvoering is een taak van burgemeester en wethouders. Ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening bestaat een bestemmingsplan uit (plan)regels en de verbeelding. Deze twee onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden en motivatie uiteen worden gezet. Het bestemmingsplan is een gemeentelijk instrument waarin regels zijn opgenomen voor het gebruik (in de ruime zin van het woord) van gronden en bouwwerken. Zowel de burger als de overheid moet zich houden aan het bestemmingsplan. Door middel van een bestemmingsplan kan een gemeente haar doelstellingen op ruimtelijk ordeningsgebied handen en voeten geven. Dit geschiedt door het leggen van bestemmingen en daarbij aan te geven wat wel en niet is toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan is ontwikkelingsgericht: het maakt de benodigde aanpassingen aan de N35 mogelijk. Daarnaast is het bestemmingsplan ook behoudend van karakter.
Reeds geldende bepalingen, onder andere met betrekking tot bestaande en te behouden leidingen zijn conform het geldende bestemmingsplan buitengebied overgenomen. Sowieso is qua regeling en systematiek voor zover mogelijk - aangesloten bij de regeling van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen.
5.2
Opzet regels en verbeelding
Op de verbeelding zijn de (dubbel)bestemmingen toegekend ten behoeve van de aanpassingen aan de N35. Zo kunnen de nieuwe parallelweg en het nieuwe bajonetkruispunt worden aangelegd. De bestemmingen zijn voorzien van bouwregels en gebruiksregels. Deze zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan zodat deze naadloos aansluiten. Naast de hoofdbestemming zijn er dubbelbestemmingen opgenomen om specifieke regelgeving of nadere afwegingen op te nemen. Dit is met name aan de orde voor de regels en mogelijkheden, als gevolg van de aanwezigheid en de bescherming van landschappelijke waarden en/of kabels en leidingen in het plangebied.
5.3
Toelichting op de bestemmingsregeling
In deze paragraaf is per artikel een korte toelichting / onderbouwing opgenomen over de essentie van het artikel. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
pagina 31 van 66
Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer Binnen de bestemming Verkeer zijn de gronden bestemd omwille van de door te voeren aanpassingen aan de bestaande N35. In het artikel worden de parallelweg en het nieuwe bajonetkruispunt met bijbehorende voorzieningen mogelijk gemaakt. De reeds bestaande N35, maar ook de ruimte die nodig is om de N35 op te waarderen heeft de bestemming 'Verkeer' gekregen. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn dus ook de wegen opgenomen die aansluiten op de N35. Artikel 4 Waarde - Landschap 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de essen. Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover ingeval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten.
In alle overige gevallen is de regeling van toepassing voor het oprichten van nieuwe bebouwing of uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm met een groter oppervlak dan 2.500 m². Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Antidubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaars wisselen. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene uitgangspunten voor bouwen, zoals bestaande afmetingen, afstanden en bebouwingspercentages, en afstanden tot wegen en water. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Overgangsrecht bouwwerken Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in artikel 9.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met een omgevingsvergunning voor afwijken van burgemeester en wethouders.
Overgangsrecht gebruik Artikel 9.2 betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 10 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald. pagina 32 van 66
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
6.1
Inleiding
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk komen zowel de financiële als de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. Zowel de formele procedure als het proces dat is doorlopen met de omgeving en andere betrokkenen wordt omschreven onder maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.2
Financiële uitvoerbaarheid
6.2.1
Financiële dekking
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierna wordt inzicht gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Het realiseren van dit plan maakt onderdeel uit van een pakket van maatregelen dat voortvloeit uit de Bestuursovereenkomst N35 Wijthmen - Nijverdal van 27 oktober 2014 (hierna: Bestuursovereenkomst) die is gesloten tussen Rijkswaterstaat, de provincie Overijssel en de gemeenten Raalte, Hellendoorn en Dalfsen. Het taakstellend budget voor dit maatregelenpakket is € 15 miljoen: hiervan is de bijdrage van de Provincie Overijssel € 10 miljoen en van het Rijk € 5 miljoen vanuit het programma 'Meer Veilig 3'. Alle hierboven genoemde bijdragen van de partijen zijn op prijspeil 2014. Het taakstellend budget dekt de kosten voor de uitvoering van de maatregelen inclusief de BTW. Deze kosten voor uitvoering van de maatregelen bestaan onder andere uit planvorming, verwerving van gronden, de kosten van het verleggen van kabels en leidingen voor zover ten laste van Rijkswaterstaat, de aanleg van parallelwegen langs en aansluitingen op de N35, mitigerende maatregelen in het kader van natuurbescherming, landschappelijke inpassing en planschade.
Ten aanzien van de kosten voor beheer en onderhoud is overeengekomen dat de beheerder van de infrastructuur, Rijkswaterstaat, de kosten voor het beheer en onderhoud voor zijn rekening neemt. 6.2.2
Grondverwerving, nadeelcompensatie en planschade
Grondverwerving Voor het realiseren van projecten - zoals de aanleg van een weg of de realisatie van een bedrijventerrein - heeft de overheid grond nodig. Die grond is vaak in handen van particulieren of bedrijven. Als de grondeigenaar en de overheid het niet eens kunnen worden over de aankoop of de vergoeding, dan kan de overheid een zogenaamde onteigeningsprocedure inzetten. De onteigeningswet schrijft voor hoe de overheid kan onteigenen. Onteigening is alleen mogelijk in het algemeen belang en onder strikte wettelijke voorwaarden, omdat eigendom een fundamenteel recht is. Wie onteigend wordt, heeft recht op een volledige schadeloosstelling. Een deel van de gronden voor de aanleg van de parallelweg en de bajonetkruising is nog niet in eigendom en moet worden verworven om de parallelwegen inclusief bermsloten te kunnen aanleggen. Uitgangspunt is dat de gronden minnelijk worden verworven. Waar nodig kan en zal in het uiterste geval tot onteigening worden overgegaan. De administratieve onteigening zal van start gaan nadat het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad Raalte.
pagina 33 van 66
Nadeelschadecompensatie/planschade Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan met een planologische wijziging kan in beginsel aanleiding geven tot planschade. De schade kan bijvoorbeeld bestaan uit waardevermindering van een woning of verlies van inkomsten. Of sprake is van vergoedbare planschde dient vastgesteld te worden door een onafhankelijke adviseur. De gemeente stelt het bedrag van de eventuele schadevergoeding vast. U krijgt geen tegemoetkoming als er al op een andere manier iets voor de schade is geregeld. De minister kent degene die schade lijdt of zal lijden als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens de minister van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak, op verzoek een vergoeding toe, voor zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende anderszins is verzekerd. 6.2.3
Conclusie
Voorliggend bestemmingsplan is in financieel-economische zin uitvoerbaar.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.3.1
Inleiding
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. Dit vooroverleg wordt met alle relevante instanties gevoerd. Ook is er vooraf met omwonenden en grondeigenaren overleg geweest met de plannen. Hierover meer in paragraaf 6.3.3. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het bestemmingsplan. Zie hierover meer in paragraaf 6.3.4. Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, wordt kennisgegeven van het vaststellingsbesluit. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de terinzagelegging in werking. Indien er beroep wordt ingesteld, treedt het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn in werking. Alleen indien er een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend treedt het bestemmingsplan pas in werking indien het verzoek is afgewezen. De procedure eindigt (indien er beroep is ingesteld) met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.3.2
Coördinatieregeling
Rijkswaterstaat heeft de gemeente Raalte verzocht om ten behoeve van de realisatie van dit project de gemeentelijke coördinatieregeling zoals neergelegd in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening toe te passen. De gemeenteraad van de gemeente Raalte heeft op 4 december 2017 besloten om de coordinatieregeling op basis van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening toe te passen. De toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling leidt ertoe dat de voorbereiding van de te coördineren besluiten zoveel mogelijk gelijktijdig en gecoördineerd plaatsvindt. De besluiten waarop de coördinatieregeling van toepassing is, doorlopen tegelijkertijd dezelfde (voorbereidings)procedure. Het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-vergunningen worden tegelijkertijd ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid bestaat om zienswijzen in te dienen tegen de ontwerpbesluiten. Bij eventueel beroep tegen de gecoördineerde besluiten worden die besluiten als één besluit aangemerkt. Tevens betekent dit dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in beginsel binnen zes maanden (in plaats van binnen één jaar) uitspraak doet over eventuele beroepen.
pagina 34 van 66
In dit geval wordt het bestemmingsplan met toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling gecoördineerd voorbereid met:
een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen; een watervergunning voor wijzigingen aan de waterhuishoudingen; het intrekken en verlenen van een de Wbr-vergunning voor het hebben, behouden, gebruiken en onderhouden van een oversteek c.q. in- en uitrit; het verkeersbesluit voor het aanbrengen van verkeerstekens op het wegdek en het plaatsen van verkeersborden.
Het bestemmingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld, terwijl de omgevingsvergunning voor kappen door het college van burgemeester en wethouders wordt verleend. De watervergunning wordt verleend door het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Het intrekken en het eventueel opnieuw verlenen van de Wbr-vergunnig en het Verkeersbesluit worden genomen door Rijkswaterstaat. 6.3.3
Participatie
Omwonenden van de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal hebben sinds 2016 op verschillende momenten meegepraat over de uitwerking van de maatregelen op dit traject. De opmerkingen van geïnteresseerden hebben geleid tot aanpassingen aan het ontwerp. Inmiddels is de periode van meedenken over de maatregelen afgerond. Van de bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de georganiseerde bijeenkomsten. Terugblik Mei 2016 – Tijdens twee informatiemarkten voor de omgeving zijn de plannen gepresenteerd. Tijdens deze avonden is contact gelegd met mensen die wilden meepraten over de maatregelen. Juni - september 2016 – In deze periode is een meepraatbijeenkomst en zijn 'keukentafelgesprekken' georganiseerd. De maatregelen uit de Bestuursovereenkomst zijn altijd het vertrekpunt geweest in deze bijeenkomsten. Aanpassen van de maatregelen was –binnen randvoorwaarden- wel mogelijk. Zo mochten nieuwe maatregelen niet meer kosten dan het bedrag dat voor de geplande maatregel was berekend. Verder moesten nieuwe ideeën minstens hetzelfde effect hebben op de verkeersveiligheid als de geplande maatregelen. December 2016 – Besluit van bestuurders betrokken bij de Bestuursovereenkomst om 12 maatregelen langs de N35 tussen Wijthmen en Nijverdal uit te werken tot voorlopig ontwerp. Zie hoofdstuk 2 voor een beschrijving van de deeltraject specifieke maatregelen.
Voorjaar 2017 – Bijeenkomst met toelichting op het besluit van de bestuurders en de uitwerking van de maatregelen voor de deeltrajecten. Najaar 2017 – In september is een informatiemarkt over het hele project georganiseerd. De maatregelen zijn uitgewerkt tot voorlopig ontwerp. Deze ontwerpen zijn besproken met de geïnteresseerden tijdens een openbare meepraatbijeenkomst. Daarnaast zijn 'keukentafelgesprekken' gevoerd met direct aanwonenden. Op basis van deze input zijn de voorlopig ontwerpen verder verfijnd. In november zijn bijeenkomsten georganiseerd om geïnteresseerden te laten weten wat er met hun wensen is gedaan. December 2017 – Bestuurlijk standpunt over de voorkeursoplossing en schriftelijke terugkoppeling hierover. Opbrengst participatie en overleg Het oorspronkelijke plan voor Heino Raalte voorzag naast het opheffen van de diverse ontsluitingen de woningen, bedrijven en percelen aan de oostzijde rechtstreeks op de N35 in een ontsluiting op een nieuwe oostelijke parallelweg en verder via bestaande paden en wegen op het landgoed 't Reelaer en de Knapenveldsweg zou plaatsvinden. De Knapenveldsweg sluit met een bestaande kruising met verkeerslichten aan op de N35. De rechtstreekse aansluiting op de N35 van het restaurant zou worden opgeheven.
pagina 35 van 66
Tijdens de participatie in 2016 is gewezen op een aantal nadelen van deze oplossing. De onverharde interne wegenstructuur op het landgoed bleek niet geschikt voor zwaarder verkeer zoals vrachtwagens of trailers naar de manege. Opwaarderen hiervan zou een hoge investering vergen. Ook zijn er zorgen geuit over de sociale veiligheid van deze oplossing. Op basis van de participatie uitkomsten hebben Rijkswaterstaat, de provincie Overijssel en de gemeenten Raalte, Hellendoorn en Dalfsen eind 2017 besloten om de plannen zo aan te passen dat het plan nu bestaat uit een parallelweg aan de oostzijde van de N35, aansluitend op de N35 met een nieuwe bajonetaansluiting. Ook restaurant Jan Steen gaat van deze nieuwe aansluiting gebruik maken. Deze variant is sindsdien bestuurlijke voorkeursvariant. Bij de nadere uitwerking van dit nieuwe ontwerp is daarbij bijvoorbeeld ook invulling gegeven aan de volgende wensen:
Bossages aan binnenzijde parallelweg bij Restaurant Jan Steen verwijderen voor verbeterd zicht in verband met de verkeersveiligheid; Bruine borden plaatsen op twee strategische punten langs de N35 met een verwijzing naar restaurant Jan Steen ivm het beperken van planschade; Indien rechtdoor oversteken niet mogelijk is, zorg dan voor een voldoende brede middenberm zodat 2 landbouwvoertuigen elkaar in tegengestelde richting kunnen passeren. (>= 3,5m breed per strook). In verband met medegebruik door landbouwverkeer.
Afgewezen wensen:
Een speciale paardenoversteek over de N35, omwille van de doorstroming en het voorkomen van kop-staartbotsingen in de wachtrij (overigens buiten dit plan); Realisatie van een tunnel voor paarden onder de N35, omwille van de kosten (overigens buiten dit plan); Afsluiting van restaurant Jan Steen alleen doordeweeks doorvoeren, omwille van voorspelbaarheid voor de weggebruiker; Toepassen van stoplichten, omwille van de doorstroming.
Rijkswaterstaat maakt de nieuwe bajonetaansluiting geschikt om ook manage 't Relaer hierop aan te sluiten. Aansluiting van manage 't Relaer en van de achter deze manege gelegen woning maakt geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanherziening. De reden is dat de interne ontsluiting van het landgoed een aangelegenheid van de eigenaar van het landgoed is. Rijkswaterstaat voert hierover overleg met de landgoedeigenaar omdat Rijkswaterstaat ook hier voornemens is om de inritten op de N35 voor gemotoriseerd verkeer op te heffen. 6.3.4
Inspraak
Over de aanpak van de veiligheid op de N35 is in mei 2016 een informatiemarkt gehouden. In juni, juli en september 2016 hebben meepraatbijeenkomsten per deeltraject en keukentafelgesprekken met de belanghebbenden plaatsgevonden. Op basis van de reacties zijn nieuwe alternatieven bedacht en beoordeeld door de bestuurders. In december 2016 hebben de bestuurders het besluit genomen tot de uitwerking van twaalf maatregelen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen zogenaamde 'algemene' maatregelen die op het hele traject uitgevoerd moeten worden en locatie-specifieke maatregelen (gerelateerd aan specifieke knelpunten). Ook op de verdere uitwerking van de plannen is inspraak geweest door middel van meepraatbijeenkomsten en keukentafelgesprekken in het najaar van 2017. Voorafgaand hieraan is een algemene informatiemarkt gehouden over het hele project. Gezien dit voortraject is er voor gekozen om de inspraakprocedure over te slaan en direct over te gaan tot het ter visie leggen van het ontwerp bestemmingsplan.
pagina 36 van 66
6.3.5
Wettelijk (voor)overleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De gemeente heeft het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro aangeboden aan de provincie Overijssel en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Zowel de provincie als het waterschap hebben aangegeven in te kunnen stemmen met het bestemmingsplan. 6.3.6
Verslag zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft van 17 maart tot en met 27 april 2022 als ontwerp ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om het plan in te zien en een zienswijze in te dienen. In Bijlage 16 is de zienswijzennota opgenomen waarin de ingekomen zienswijzen zijn beantwoord. De zienswijzen hebben niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Wel zijn enkele ambtelijke aanpassingen verricht die doorwerken in het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn omschreven in de zienswijzennota.
pagina 37 van 66
Bijlagen bij toelichting
pagina 38 van 66
Bijlage 1
Rapportage bomen, Arcadis
pagina 39 van 66
Bijlage 2
Bureauonderzoek Archeologie, Hamaland Advies
pagina 40 van 66
Bijlage 3
Verkennend booronderzoek, RAAP
pagina 41 van 66
Bijlage 4
Notitie effecten omliggend wegennet, Arcadis
pagina 42 van 66
Bijlage 5 N35,
Verkennend (water)bodemonderzoek reconstructiegebied
pagina 43 van 66
Bijlage 6
Memo Externe veiligheid N35, Arcadis
pagina 44 van 66
Bijlage 7
Rapportage akoestisch onderzoek Wet geluidhinder, Arcadis
pagina 45 van 66
Bijlage 8
Rapportage Luchtkwaliteitsonderzoek N35, Arcadis
pagina 46 van 66
Bijlage 9
Rapport Onderzoek Wet Natuurbescherming N35, Arcadis
pagina 47 van 66
Bijlage 10 de Bondt
Rapportage actualisatie verkennend natuuronderzoek, Aveco
pagina 48 van 66
Bijlage 11
AERIUS-calculatie, Aveco de Bondt
pagina 49 van 66
Bijlage 12
Rapportage Projectgebonden Risico Analyse, Ortageo
pagina 50 van 66
Bijlage 13
Memo beschrijving kabels en leidingen, Arcadis
pagina 51 van 66
Bijlage 14
Uitgangspuntennotitie Watertoets
pagina 52 van 66
Bijlage 15
MER-aanmeldnotitie, Rijkswaterstaat
pagina 53 van 66
Bijlage 16
Zienswijzennota
pagina 54 van 66
Regels
pagina 55 van 66
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan N35 deeltraject Heino-Raalte met identificatienummer NL.IMRO.0177.BP20180011-GV01 van de gemeente Raalte; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels; 1.3
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie, bestaande uit de kaart NL.IMRO.0177.BP20180011-GV01 ; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.7
archeologische verwachtingswaarde
de kans op het aantreffen van archeologische resten in een bepaald gebied; 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wabo. 1.11
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. pagina 56 van 66
1.13
bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwvlak
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19
hop-over
Een hop-over is een natuurlijke of kunstmatige aanplant van bomen die de vliegroute van vleermuizen in stand houden of nieuw creëeren; 1.20
kunstwerk
bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke; 1.21
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid van gebiedskenmerken en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur; 1.22
maaiveld
de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein; 1.23
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
pagina 57 van 66
1.24 1. 2.
peil voor een bouwwerk, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: een horizontaal vlak gelegen op 30 cm boven de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 10 cm boven de hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter hoogte van de hoofdingang, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
pagina 58 van 66
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
2.3
bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenkant van de begane grondvloer, de binnenzijde van de buitenmuren en/of scheidsmuren en de binnenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.
pagina 59 van 66
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken en voeten fietspaden.
met daarbij behorende b.
geluidswerende voorzieningen, verkeers- en informatieborden, parkeervoorzieningen, kunstobjecten, tunnelbakken, tunnels, taluds, viaducten, bruggen, duikers, faunapassages, nutsvoorzieningen, hopovers, reclame-uitingen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen, waterberging en waterlopen.
3.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b.
op de als 'Verkeer' bestemde gronden mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de bestemming en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende maatvoeringseisen:
de inhoud van een gebouw
ten hoogste 25 m³
de bouwhoogte van gebouwen
ten hoogste 4 m
c.
voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:
bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of verlichting
ten hoogste 15 m
bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding
3m
3.3
Gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. b.
het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; een verkooppunt voor motorbrandstoffen.
pagina 60 van 66
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologische verwachtingszone met een hoge archeologische verwachting. 4.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 1.
2.
3.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder 2a en 2b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b.
een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; de aanleg van verhardingen > 50 m² (zoals verharde wandel- of fietspaden en kavelpaden); het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen.
pagina 61 van 66
4.3.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het verbod van 4.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. b. c. d. e.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 4.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m²; een diepte hebben van ten hoogste 50 cm onder maaiveld; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.3.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 4.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien a.
b.
de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
pagina 62 van 66
Artikel 5 5.1
Waarde - Landschap - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Landschap - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van waarden die samenhangen met de essen, te weten: a. b.
openheid; reliëf.
5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.2.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Landschap - 1' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; het aanbrengen van opgaande beplanting uitgezonderd erfbeplanting; het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; de aanleg van verhardingen > 50 m² (zoals verharde wandel- of fietspaden en kavelpaden).
5.2.2
Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod
Het verbod van lid 5.2.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
plaatsvinden binnen een bouwvlak; reeds vergunningplichtig zijn ingevolge de andere voor deze gronden geldende bestemming(en); normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.
5.2.3
Voorwaarde voor een omgevingsvergunning
De werken of werkzaamheden, zoals in lid 5.2.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waarden, zoals in lid 5.1 bedoeld, niet onevenredig worden aangetast.
pagina 63 van 66
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 7.1 a.
b. c. 7.2
Algemene bouwregels
Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. Overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a.
b. c.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
Artikel 8 8.1 a.
b.
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: 1. gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; 2. gebruik van gronden als stalling- en/of opslagplaats van aan het gebruik onttrokken machines, voer- vaar- en vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; 3. het gebruik van gronden als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfmiddelen; 4. het gebruik van grond voor prostitutie; Onder verboden gebruik wordt niet verstaan het (tijdelijke) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden.
pagina 64 van 66
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 9 9.1 a.
b.
c.
9.2 a. b.
c.
d.
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%; Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan; Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 10
Slotregel
Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte, part. herz. 28, N35 deeltraject Heino-Raalte'.
pagina 65 van 66
Verbeelding
pagina 66 van 66
3
3a
eela
't R
er
WR-L-1
11
no Hei e sew g
WR-A-1 Hei nos
V
WR-A-1
eg ew
V
WR-A-1
Plangebied Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. Herz. 28, N35 deeltraject Heino-Raalte