CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan rondkomen met je inkomen

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen beleidsplan 'rondkomen met je inkomen' (bespreekstuk)7.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RONDKOMEN MET JE INKOMEN Ondersteuning bij een laag inkomen, schulden en geldzorgen in Raalte

1

Inhoud 1. Inleiding .........................................................................................................................................................................3 2. Armoede, schulden en bestaansonzekerheid ...............................................................................................................4 3. Invloedrijke ontwikkelingen ..........................................................................................................................................7 4. Input ..............................................................................................................................................................................9 5. Visie en speerpunten ...................................................................................................................................................13 6. Aan de slag ..................................................................................................................................................................16 7. Financiën & monitoring ..............................................................................................................................................24

2

1. Inleiding In 2019 en 2020 zijn in Raalte het Minimabeleidsplan en het beleidsplan Schulddienstverlening vastgesteld. We hebben belangrijke stappen gezet om inwoners met een laag inkomen of schulden te ondersteunen rond te komen met het inkomen. Ook heeft de wereld niet stilgestaan. De inkt van onze plannen was nog niet droog toen crisissituaties kwetsbaarheden in de samenleving veroorzaakten. Inwoners maakten zich zorgen of zij aan het eind van de maand hun rekening wel konden betalen. Niet alleen mensen met een uitkering of laag inkomen, maar ook hogere inkomens hadden moeite met rondkomen. Deze zorgen zijn vandaag de dag nog steeds aanwezig. Gelukkig zien we hartverwarmende initiatieven vanuit lokale partners. Bijvoorbeeld de actie Warm voor elkaar, waarbij talloze vrijwilligers en maatschappelijke organisaties zich inzetten om inwoners te helpen met energiebesparende maatregelen. We zien ook dat steunmaatregelen vanuit de overheid helpend zijn en problemen voorkomen. Door nieuwe inzichten is ook het beeld van armoede veranderd. Een tekort aan geld neemt het denken van mensen zodanig over, dat zij constant bewegen van de ene dringende taak naar de volgende. Deze mindset kan worden vergeleken met jongleren. Hoe ga ik de huur betalen, eten kopen en voor mijn kinderen zorgen? Je focust op de bal die op het punt staat te vallen, en negeert de ballen hoog in de lucht.

Dit beleidsplan geeft richting aan ons beleid over inwoners met een laag inkomen, schulden of geldzorgen. Soms betekent dit dat we doorgaan op de ingeslagen weg en die versterken. Maar we leggen ook nieuwe accenten. Meer dan voorheen richten we ons op het versterken van bestaanszekerheid, stress-sensitieve dienstverlening en een benadering vanuit de ‘eropaf’-gedachte. Nieuw is dat we ons richten ons op rondkomen in brede zin. Want armoede, geldzorgen en schuldsituaties gaan vaak hand in hand. Raakvlakken met andere beleidsterreinen verliezen we daarbij niet uit het oog. Om inwoners te ondersteunen rond te komen met hun inkomen werken we aan een toereikend, veerkrachtig en toegankelijk vangnet. Daarbij heeft iedereen een rol: de mensen zelf, maatschappelijke organisaties en de gemeente. Laten we gezamenlijk inzetten op ondersteuning, vertrouwen en samenwerking. Leeswijzer We bouwen het beleidsplan op via de volgende stappen. Allereerst gaan we in op de betekenis en omvang van armoede, schulden en bestaanszekerheid (hoofdstuk 2). Vervolgens blikken we terug op de belangrijkste ontwikkelingen uit de afgelopen beleidsperiode (hoofdstuk 3). Daarna gaan we na wat nodig is voor de komende beleidsperiode. In hoofdstuk 4 brengen we de inbreng vanuit maatschappelijke partners en onderzoeken naar ons beleid samen.

Deze input gebruiken we bij de invulling van onze speerpunten (hoofdstuk 5) en actiepunten (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7, ten slotte, staan we stil bij de financiën en monitoring.

3

2. Armoede, schulden en geldzorgen Armoede is ...

✓ bij elke uitgave nadenken of het echt nu moet; ✓ je vrienden en familie in andere plaatsen niet op kunnen zoeken; ✓ hopen dat je wasmachine niet kapotgaat; ✓ schrikken bij elk poststuk dat binnenkomt; ✓ je schamen over je situatie vanwege het oordeel dat anderen hebben.

Betekenis en omvang Over de vraag wat (inkomens)armoede is bestaan verschillende benaderingen. In de kern zijn die duidelijk: mensen beschikken niet over de financiële middelen om een menswaardig bestaan op te bouwen. Een veelgebruikte methode om armoede te meten is de budgetmethode, specifiek het niet-veel-maartoereikend-budget. Dit budget omvat naast basisbehoeften zoals eten, kleding en een dak boven je hoofd, ook bescheiden uitgaven voor ontspanning, zoals het lidmaatschap van een sportvereniging. De laatste armoedecijfers dateren uit 2022. In dat jaar leefden er in Nederland meer dan een miljoen mensen onder de armoedegrens (6.7% van de bevolking).1 Onder deze huishoudens zijn meer dan 200.000 werkenden, die vaak op oproepbasis werken, weinig uren werken of zzp’er zijn. Naast het budget speelt ook het inkomen in ons beleid een rol. We bepalen de inkomensgrens aan de hand van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) dat gelijk is aan de bijstandsnorm. In Raalte liggen de armoedecijfers ruim onder het landelijk gemiddelde en iets lager dan in vergelijkbare kleine gemeenten. Zo wonen er in 2023 naar schatting 738 huishoudens met een inkomen op het Wsm (4.6%) en 1330 huishoudens met een inkomen tot 130% van het Wsm (8.3%) en laagvermogen. Van de inwoners met een laag inkomen en vermogen is ongeveer 10-15% actief als werknemer of kleine zelfstandige.

1 In deze cijfers zijn de koopkrachtmaatregelen van het kabinet nog niet verwerkt.

4

Bestaansonzekerheid We zien ook een groep huishoudens die niet per se arm is, maar wel te maken heeft met financiële onzekerheid. Die groep is de laatste jaren gegroeid. Een peiling onder de inwoners van onze gemeente laat zien dat 1/3e van de huishouders zich zorgen maakt of zij de rekeningen nog wel kunnen betalen. Inwoners hebben vaak geen spaargeld om tegenslagen op te vangen. Er spelen regelmatig zorgen op meerdere gebieden tegelijk, zoals wonen, werken en gezondheid. Hadassah (een gefingeerde casus) is een moeder van twee kinderen in de puberleeftijd. Zij zou graag willen werken, maar vanwege chronische pijnklachten (fibromyalgie) is zij daar niet toe in staat. Hadassah ontvangt een bijstandsuitkering van de gemeente. Voor bijna de helft van haar inkomen is zij afhankelijk van aanvullende landelijke en lokale aanvullingen. Doordat Hadassah alle ondersteuningsregelingen heeft aangevraagd, lukt het haar net om het hoofd boven water te houden. Gelukkig helpt Humanitas Hadassah met financiële administratie. Desondanks trekken de combinatie van pijn, geldstress en de opvoeding van de kinderen een zware wissel op het leven van Hadassah.

Schulden Inwoners met een uitkering of laag inkomen hebben naar verhouding vaker te maken met (problematische) schulden (verder: schulden)2. Maar we zien ook dat schulden voorkomen bij mensen tot op de hoogste inkomensniveaus. De exacte omvang van het aantal mensen met schulden in Nederland is onbekend. We weten dat ruim 600.000 Nederlanders kampen met (geregistreerde) problematische schulden. Dat is 7,6% van alle huishoudens en waarschijnlijk de top van de ijsberg. In Raalte is het percentage geregistreerde schulden met 4% lager dan het landelijke gemiddelde.

2 Problematische schulden zijn schulden die niet binnen drie jaar zijn af te lossen.

5

De gevolgen en oorzaken De oorzaken en gevolgen van een bestaan met geldzorgen zijn niet los van elkaar te zien: er is sprake van een zelfversterkende dynamiek. Gevolgen Een leven in armoede is vaak zeer ingrijpend. Behalve dat mensen niet beschikken over alle basale behoeften, hebben ze over het algemeen een minder goede gezondheid en een kortere levensverwachting. Zo leven mensen met een laag inkomen gemiddeld zelfs zeven jaar korter dan mensen met een hoger inkomen. Invloedrijk onderzoek laat zien dat ook de psychologische gevolgen van armoede ver strekken. Mensen ontwikkelen een vermogen om bedreigingen razendsnel op te merken, maar verliezen door deze focus de lange termijn uit het oog. We spreken over ‘doenvermogens’, die onder druk komen staan. Bijvoorbeeld een plan maken, in actie komen en omgaan met verleidingen en tegenslag. Armoede heeft ook te maken met niet kunnen meedoen in de samenleving. Kwetsbare groepen vinden minder makkelijk hun weg naar de gezondheidzorg, het onderwijs en de arbeidsmarkt. Dat begint al op jonge leeftijd. Het opgroeien in een gezin waar sprake is van geldstress kan littekens meebrengen: een minder voorspoedige (hersen-)ontwikkeling, schoolloopbaan en -uitval. Naast gevolgen voor mensen zelf, raken geldzorgen de samenleving als geheel.

Mensen die te maken hebben met bestaansonzekerheid, ervaren afstand tot groepen die het meer voor de wind gaat. Dat vertaalt zich ook in vermindering van vertrouwen in instituties. Hoewel maatregelen om de bestaanszekerheid van mensen te versterken niet goedkoop zijn, kunnen zij onze samenleving dus ook veel opleveren. Oorzaken Armoede houdt vaak verband met een opeenstapeling van elkaar versterkende problemen. Deze problemen tasten het vermogen van mensen om problemen zelf op te lossen aan. Soms gaan aan die problemen ongelukkige keuzes vooraf, maar vaak ook ingrijpende levensgebeurtenissen of botte pech. Denk aan het verlies

6

van een familielid, een ziekte of echtscheiding. Onder de oppervlakte spelen ook structurele factoren een rol. Zo hebben het opleidingsniveau, het gezin en de buurt waarin je opgroeit een belangrijke invloed op de latere kansen. Waar je wieg staat, bepaalt je kansen op latere leeftijd.

3. Invloedrijke ontwikkelingen De afgelopen beleidsperiode werd gekleurd door turbulente ontwikkelingen. De coronapandemie, toeslagenaffaire, inflatie en energiecrisis maakten ons bewust van kwetsbaarheden in de samenleving. Maar we zijn ook onder de indruk van de veerkracht die onze samenleving liet zien. Hieronder beschrijven we de verschillende ontwikkelingen in een notendop. We sluiten dit hoofdstuk af met de belangrijkste wettelijke ontwikkelingen. Coronapandemie, inflatie en energiecrisis Tijdens de coronapandemie vreesden veel inwoners voor hun inkomen. Het besef groeide dat plotselinge inkomensverliezen iedereen kan treffen. Ondanks dat we een toename van betalingsproblemen verwachten, bleken de steunmaatregelen van de overheid en de economische situatie de ergste schokken te dempen. Als gemeente hebben we inwoners en ondernemers ondersteund met verschillende steunmaatregelen (Tozo en Tonk). In de herstelfase van corona volgden zorgen over de inflatie en energiecrisis. Al jarenlang stijgt het deel van het inkomen dat huishoudens met lage tot modale inkomens kwijt zijn aan vaste lasten (zie onderstaande grafiek). De explosieve stijging van de boodschappen en energiekosten komt daar nog eens bovenop. Hoe de prijzen zich verder ontwikkelen is onzeker. In 2022 is er een (tijdelijk) landelijk koopkrachtpakket tot stand gekomen om huishoudens te ondersteunen.

Via de energietoeslag komen we inwoners financieel tegemoet. We hebben de doelgroep van de regeling uitgebreid om werkenden met een laag inkomen extra te ondersteunen. We zijn blij dat we een grote groep inwoners hebben bereikt (86%). Om energiekosten structureel omlaag te brengen zijn er in onze gemeente vrijwillige energiebespaarcoaches en -klussers opgeleid. Maatschappelijke organisaties sloegen de handen ineen om bij gezinnen met een kleine portemonnee energiezuinig witgoed te installeren.

7

In Raalte zorgden de coronapandemie, inflatie en energiecrisis niet tot meer betalingsproblemen of verzoeken om schuldhulpverlening. Dat is opvallend. Verschillende koopkrachtmaatregelen, de coronabeperkingen en economische situatie spelen hierin een rol. Dit betekent overigens niet dat de onzekerheid is weggenomen. Dat komt onder andere dat de meeste koopkrachtmaatregelen tijdelijk zijn. Volgens een landelijke commissie (de Commissie sociaal minimum) is het besteedbaar inkomen van veel huishoudens op het minimumniveau (met name gezinnen met kinderen) te laag en zijn maatregelen nodig om de inkomens van deze huishoudens blijvend te versterken. In het volgende hoofdstuk komen de inkomensposities van huishoudens in Raalte in 2023 aan bod. Toeslagenaffaire Tijdens de toeslagenaffaire zijn vele Nederlandse gezinnen onterecht van fraude beticht en geconfronteerd met rigide handhaving. Als gevolg hiervan klinkt de roep om meer menselijke maat. Als gemeente vervullen we een belangrijke rol bij het ondersteunen van gedupeerden van de toeslagenaffaire. In Raalte is de groep gedupeerden kleiner dan in veel andere gemeenten. We hebben alle gedupeerden benaderd met een persoonlijk hulpaanbod. Het aantal inwoners dat daadwerkelijke ondersteuning nodig had bleef beperkt.

Wettelijke ontwikkelingen Bijstandswetgeving De roep om meer menselijke maat richt zich ook op de bijstand (de Participatiewet). De Minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen maakte in 2023 beleidsmaatregelen bekend om hardheden in de wet tegen te gaan en meer ruimte te maken voor maatwerk. We volgen deze ontwikkelingen op de voet en waar wetswijzingen vragen om een lokale vertaling heeft dat onze prioriteit.

8

Schuldhulpverlening In 2021 is vroegsignalering van betalingsachterstanden in de wet opgenomen als gemeentelijke taak. Landelijk is nog altijd 5 op de 6 mensen met schulden niet in beeld bij hulpinstanties. Inmiddels zijn de eerste ervaringen met vroegsignalering opgedaan. Ongeveer 10% van de groep mensen die een hulpaanbod ontvangt reageert hierop. Het beeld in Raalte wijkt hier niet veel vanaf. De precieze oorzaken zijn onbekend, al spelen schaamte en onderschatting van de financiële situatie een rol. Wel zien we dat vroegsignalering als een wake-up call geldt. Meer mensen treffen een betalingsregeling met de schuldeiser. Behalve betere toeleiding naar schulddienstverlening, zijn er ook stappen gezet om mensen in een schuldentraject eerder perspectief te bieden. Met ingang van 1 juli 2023 is de duur van de wettelijke en minnelijke schuldsanering teruggebracht (van 3 jaar naar 1,5 jaar). Dit betekent dat de schuldregelingsovereenkomsten die we vanaf nu aangaan, worden gebaseerd op een aflostermijn van 18 maanden. De halvering van de aflostermijn zegt niet alles over de duur van de schuldhulpverlening. Begeleiding geven we zo kort als kan maar ook zo lang als nodig is.

4. Input Bij de totstandkoming van een vernieuwd beleidsplan kijken we vanuit verschillende invalshoeken naar wat nodig is voor de nieuwe beleidsperiode. We brengen de ervaringen en opvattingen van inwoners en maatschappelijke partners in beeld. Ten slotte hebben we onderzoek laten doen naar de effecten van onze regelingen, het bereik ervan en de omvang van de doelgroep. 4.1 Ervaringen inwoners We hebben onderzoeksbureau ZorgfocuZ gevraagd de ervaringen van inwoners die gebruik maken van onze regelingen in beeld te brengen. Soortgelijke onderzoeken zijn (eenmalig) uitgevoerd onder deelnemers van Humanitas en Leergeld Salland. De resultaten van het onderzoek zijn op vrijwel alle onderdelen positief.

9

Wat verder opvalt, is dat meer dan de helft van de inwoners kampt met gevoelens van schaamte (55%) en een drempel ervaart bij het aanvragen van regelingen (54%). Bij de vormgeving van onze dienstverlening houden we hiermee rekening. 4.2 Ervaringen partners Maatschappelijke partners zijn de oren en ogen van onze samenleving. We zijn dankbaar voor die samenwerking en kijken uit naar een voortzetting ervan. Over het algemeen ervaren organisaties, waaronder Humanitas en Leergeld Salland, een goede samenwerking en korte lijnen met de gemeente en (andere) organisaties die werken met inwoners met geldzorgen – bijvoorbeeld via gezamenlijke casus-overleggen. Niet de organisatie, maar de inwoner staat centraal. Samenwerking in de schil daaromheen (het brede sociaal domein) blijkt soms een uitdaging. Netwerkbijeenkomsten en voorlichtingen over het thema rondkomen dragen bij aan de onderlinge verbinding. 4.3 Adviesraad sociaal domein De Adviesraad sociaal domein is op verschillende manieren betrokken geweest bij de totstandkoming van dit beleidsplan. Aan de voorkant is met de adviesraad gesproken over het proces en in een gesprek met de werkgroep Participatie is gevraagd naar aandachtspunten voor het te vormen beleid. Vervolgens heeft de Adviesraad op 4 oktober 2023 formeel advies uitgebracht over het concept-beleidsplan.

De Adviesraad ziet veel van haar aanbevelingen terug en ondersteund de maatregelen. Ten slotte geeft de Adviesraad nog enkele aandachtspunten mee, zoals aandacht voor jongeren die tijdens hun opleiding 18 worden, goede informatievoorzieningen, rekening houden met minder digitaal vaardige inwoners en het centraal stellen van positieve gezondheid. Het volledige advies is als bijlage opgenomen. 4.4 Onderzoek effecten beleid We hebben het Nationaal Bureau voor Budgetvoorlichting (Nibud) gevraagd onderzoek te doen naar de effecten van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van inwoners in gemeente Raalte in 2023. De conclusies zijn als volgt. Rondkomen in Raalte Ondanks de hoge prijzen kunnen (model)huishoudens in Raalte in de meeste gevallen goed rondkomen. Het Nibud noemt dat opvallend en wijdt dat aan landelijke koopkrachtmaatregelen en onze lokale inkomensondersteunende regelingen. Zonder onze regelingen zouden de meeste huishoudens in Raalte 10

tekortkomen. In enkele situaties is er nog steeds sprake van een krap budget. Met name een tweeoudergezin met oudere kinderen en een tweeoudergezin met vier kinderen kunnen hun uitgaven niet of nauwelijks bekostigen. Tekorten nemen toe naarmate er meer (oudere) kinderen in het gezin zijn. De onderstaande tabellen geven inzicht in de bestedingsruimte van huishoudens (blauwe lijn = alleen landelijke ondersteuning, oranje lijn = landelijke en lokale ondersteuning).

Werken loont Het onderzoek van het Nibud laat ook zien dat de overgang van (gedeeltelijke) werkloosheid naar (meer) werk in onze gemeente in de meeste situaties zorgt voor een gunstiger financieel plaatje. Hier gelden een paar kanttekeningen. Bij een tweeoudergezin met kinderen ontstaat volgens het Nibud op enkele inkomensniveaus een uitstroomval (inkomen is lager of vergelijkbaar met inkomen bijstandsniveau). Daarnaast is bij de meeste huishoudens sprake van een doorstroomval (een hoger inkomen leidt niet tot een hoger bestedingspatroon) bij een inkomen van 130%van de bijstandsnorm, wegens het wegvallen van de meedoenregelingen en de energietoeslag. Volgens het Nibud is de doorstroomval in Raalte minder omvangrijk dan in de meeste andere gemeenten, omdat we bij de energietoeslag een staffel hebben gebruikt. Het Nibud beoordeelt deze keuze als positief vanwege de 11

kwetsbaarheid van de groep werkenden armen. Zonder energietoeslag zou er in Raalte geen doorstroomval meer zijn. Op basis van haar onderzoek doet het Nibud een aantal aanbevelingen. De meeste hiervan nemen wij over. • • • • • • •

Werk met een staffel om de armoedeval te dempen; Verstrek een vergoeding voor werkgerelateerde kosten, als dit niet door de werkgever wordt aangeboden, bijvoorbeeld in de vorm van een uitstroompremie; Biedt huishoudens actief hulp bij het omgaan met geld en aanvragen van regelingen; Leg de nadruk op het tegengaan van niet-gebruik en het beter bereiken van werkenden; Maak bij de Individuele Inkomenstoeslag onderscheid voor wat betreft de hoogte bij huishoudens met en zonder kinderen; Verruim de inkomensgrens van de gemeentepolis voor zorghuishoudens of bevorder het bereik van de gemeentepolis; Neem maatregelen om de energielasten te verlagen.

4.4 Onderzoek doelgroep en bereik regelingen Onderzoeksbureau KWIZ heeft onderzoek gedaan naar de omvang en samenstelling van huishoudens met een minimuminkomen. Voor een volledig overzicht van de resultaten verwijzen wij naar het rapport (zie bijlage). Daarnaast heeft KWIZ het bereik van de regelingen in kaart gebracht. De individuele inkomenstoeslag, de collectieve zorgverzekering en de meedoenregeling 18- wordt verhoudingsgewijs door een groot gedeelte van de doelgroep benut. Hetzelfde geldt voor de energietoeslag. Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen (DOWR) ligt lager dan in andere gemeenten.

12

5. Visie en speerpunten 5.1 Coalitieakkoord Versterken, verbinden, vernieuwen Op basis van ons Coalitieakkoord ‘Versterken, verbinden, vernieuwen (2022-2026)’ zetten we in op gelijke kansen, een effectief minimabeleid en het vroegtijdig signaleren van geldzorgen. Deze ambities vertalen we naar drie speerpunten: we werken aan een toereikend, veerkrachtig en toegankelijk vangnet. Bij keuze en uitwerking van de speerpunten is gebruikt gemaakt van de verschillende aandachtspunten uit de Rond de Tafel-bijeenkomst van 6 februari 2023 en de inbreng die we beschreven uit het vorige hoofdstuk. 5.2 We werken aan een toereikend vangnet In de Rond de Tafelgesprekken kwam aan de orde dat onze regelingen inwoners moeten helpen om zonder zorgen met het inkomen te kunnen rondkomen. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Samen met maatschappelijke partners werken we aan het versterken van bestaanszekerheid en een toereikend vangnet. De toename van geldzorgen onder inwoners onderstreept dat (financiële) bestaanszekerheid belangrijk is. We zien bij zorgvraagstukken dat basisbehoeften, zoals een dak boven je hoofd en zekerheid over je inkomen, noodzakelijke randvoorwaarden zijn. Juist bij complexe zorgvraagstukken is die basis vaak niet op orde. Zoals tijdens de Rond de Tafel is benadrukt, houden we rekening met de groeiende groep inwoners die ondanks een baan geldzorgen heeft.

De coronapandemie en explosieve stijging van de kosten, zijn voorbeelden die laten zien dat inwoners in staat moeten zijn een gezonde buffer aan te houden om onverwachte uitgaven op te vangen. Het bieden van een toereikend bestaansminimum is allereerst een taak van de Rijksoverheid. Ook als gemeente leveren we hieraan een beperkte, maar belangrijke bijdrage. Zoals het Nibud laat zien maken lokale regelingen verschil voor de vraag of inwoners kunnen rondkomen met hun inkomen. 5.3 We werken aan een veerkrachtig vangnet We willen niet alleen een toereikend vangnet bieden. Dat vangnet moet ook veerkrachtig zijn, zo klinkt door in het Rond de Tafelgesprek. Het gaat om deze twee kanten van dezelfde medaille. Met een veerkrachtig vangnet bedoelen we dat regelingen een soepele overgang van (gedeeltelijke) werkloosheid naar werk stimuleren. Maar ook dat we inwoners een brug bieden naar meer financiële regie. Omdat we weten dat geldstress de veerkracht om aan de situatie te werken ondergraaft. Een veerkrachtig vangnet spannen we niet alleen. Maatschappelijke organisaties hebben hierin een belangrijke rol. We vinden het belangrijk dat inwoners ook zelf een actieve bijdrage leveren. Door samen aan onderliggende kwetsbaarheden te werken, bijvoorbeeld op het gebied van financiële redzaamheid of het doorbreken van isolement.

13

Weliswaar richten we ons allereerst op de financiële situatie, maar we leggen ook de link met gezondheid en andere levensterreinen. Door middel van vroegsignalering voorkomen we dat beginnende schulden uitmonden in een moeilijk te beheersen schuldenspiraal. We volgen het Landelijk Convenant Vroegsignalering en maken afspraken met tal van signaalpartners, zoals bijvoorbeeld Salland Wonen. Tijdens een schuldentraject willen we zo snel mogelijk perspectief bieden. Na afloop willen we het risico op terugval in schuldsituaties terugdringen door via nazorg ondersteuning te bieden. In onze begeleiding laten we ons leiden door uitgangspunten gericht op stressvermindering. Belangrijke ingrediënten zijn het versterken van het geloof in eigen kunnen, positieve waardering en aandacht voor langetermijn doelen. Dit sluit aan bij de aandachtspunten van zowel de gemeenteraad als het Nibud om rekening te houden met het gedrag en de invloed van stress hierop. 5.4 We werken aan een toegankelijk vangnet Onze dienstverlening vertrekt vanuit vertrouwen, is laagdrempelig en outreachend. Zo werken we aan een toegankelijk vangnet. Het bestaansminimum kan op papier mooi zijn vormgegeven, maar om te kunnen rondkomen is het nodig dat alle regelingen worden benut. Met het zoeken, aanvragen en up-to-date houden van de benodigde regelingen wordt veel van inwoners gevraagd.

Alhoewel in Raalte al veel goed gaat (rapportage KWIZ en het tevredenheidsonderzoek) blijven we alert op verbeteringen. In lijn met de oproep vanuit de Rond de Tafel maken we het aanvragen van regelingen zo eenvoudig mogelijk, geven we informatie positief vorm en zoeken we inwoners ook buiten het gemeentehuis op, zeker bij gezinnen met geldproblemen waarover we ons extra zorgen maken. Wij passen digitale mogelijkheden slim toe. Digitalisering is mooi, maar geen doel op zich. Zoals de Adviesraad terecht aangeeft is het belangrijk ook rekening te houden met minder of niet-digitaal vaardige inwoners. Vanuit de gedachte dat we één overheid zijn hebben we niet alleen aandacht voor lokale maar ook voor landelijke regelingen. En niet alleen voor inwoners met een uitkering, maar ook voor werkenden met een laag 14

inkomen. Dit is in lijn met de oproep van de raad en het Nibud om bij het tegengaan van niet-gebruik rekening te houden met inwoners met een baan. We gaan uit van vertrouwen. Vertrouwen maakt controle niet overbodig. Zoals in de Rond de Tafel naar voren kwam gaat het vooral om de balans. Hier geldt dat we er kritisch op zijn middelen die bestemd zijn voor inwoners met een laag inkomen ook daadwerkelijk aan hen ten goede komen. Vertrouwen betekent wél dat we kritisch zijn dat we niet meer gegevens opvragen dan strikt noodzakelijk is. We leggen de nadruk op het vroegtijdig signaleren van schulden. Door schulden vroegtijdig te signaleren beheersbaar te maken, kan worden voorkomen op dat schulden escaleren. De huidige vormgeving van schulddienstverlening, waarbij we de intake- en stabilisatiefase in eigen beheer uitvoeren, sluit hierbij goed aan.

15

6. Aan de slag In het vorig hoofdstuk staan de speerpunten van ons beleid over de ondersteuning van inwoners met geldzorgen. De verschillende speerpunten werken we in dit hoofdstuk uit in verschillende actiepunten.

Toereikend vangnet

Veerkrachtig vangnet

Toegankelijk vangnet

Toereikende budgetten voor huishoudens: verhoging individuele inkomenstoeslag voor tweeoudergezin

Werken met e-learning financiële regie

Positieve communicatie

Gelijktrekken vermogensgrens bijzondere bijstand met algemene bijstand

Verstevigen samenwerking met aandracht voor stresssensitieve dienstverlening

Automatisch toekennen meedoen 18+

Inzetten op uitstroom wanbetalersregeling

Extra ondersteuning kinderen en jongeren

Outreachende benadering werkende inwoners

Ruim baan voor ondersteuning aan elkaar

Gezondheidsbevordering via collectieve zorgverzekering minima

Voorzieningswijzer

Introductie uitstroompremie

Spreekuur geldzorgen

Nazorg

Huisbezoek bij risicovolle betalingsachterstanden

Inzet saneringskredit

Vergemakkelijken toets individuele inkomenstoeslag

16

6.1 Werken aan een toereikend vangnet 6.1.1 Toereikende budgetten voor inwoners: verhoging individuele inkomenstoeslag voor tweeoudergezin Zoals eerder benoemd zijn de budgetten van verschillende huishoudens in Raalte over het algemeen toereikend én gaan inwoners erop vooruit als zij (meer) gaan werken, maar tweeoudergezin met oudere en/of meerdere kinderen hebben het niet ruim. Dat geldt met name op bijstandsniveau en rond de 130-140% van de bijstandsnorm. We zoomen hierna verder in op deze groepen. Verhoging individuele inkomenstoeslag voor tweeoudergezinnen Voor een tweeoudergezin op bijstandsniveau zorgt de Individuele Inkomenstoeslag na verloop van tijd voor meer financiële ruimte. Het Nibud benadrukt het belang van de Individuele Inkomenstoeslag, adviseert deze regeling in stand te houden en bij dit instrument meer rekening te houden met de kosten van kinderen bij tweeoudergezinnen. In Raalte bestaat voor dit huishoudtype namelijk geen afzonderlijke norm. We kiezen ervoor een nieuwe, verhoogde norm voor gehuwden met (ten laste komende) kinderen in te voeren. We maken hierbij geen onderscheid naar het aantal kinderen of de leeftijd van de kinderen, omdat dit de uitvoering complex maakt. De wijziging is in het onderstaande schema inzichtelijk gemaakt. Huishoudtype Alleenstaande Alleenstaande ouder Gehuwde zonder kinderen Gehuwde met kinderen

Geldende norm €1.216,62 €1.216,52

% van norm 39,00 50,14

Bedrag €474 €610

€1.738,02

39,00

€678

€1.738,02

46,84

€814

Handhaven inkomensnormen meedoenregelingen We kiezen ervoor de huidige inkomensnormen van de meedoenregelingen te handhaven. Een verruiming van de meedoenregeling komt het budget van tweeoudergezinnen met een inkomen rond de 130-140% van de bijstandsnorm ten goede. Echter, de meerkosten zijn hoog en ook huishoudens met voldoende budget gaan er dan verder op vooruit. Het tijdens de Rond de Tafel-bijeenkomst genoemde idee van de glijdende schaal (ook wel staffel genoemd) vermindert kosten, maar daar staat tegenover dat een glijdende schaal de complexiteit van de regeling en uitvoeringslast vergroot. De middelen komen dan onvoldoende aan de doelgroep ten goede. Rijk aan zet Door middel van lokale regelingen kunnen we enige rekening houden met extra kosten voor kinderen. Maar lokale regelingen zijn niet het middel om de ontoereikendheid van landelijke kindgebonden toeslagen volledig te compenseren. In individuele situaties proberen we via maatwerk mogelijk te maken wat nodig is. In onze gemeente zijn veel partijen actief die hieraan een belangrijke bijdrage leveren, zoals Leergeld Salland, Voedselbank Raalte en Fonds voor ONS.

17

Veel door het Kabinet genomen koopkrachtmaatregelen zijn tijdelijk van aard. Wij onderschrijven de oproep van de Commissie sociaal minimum (zie hoofdstuk 3) dat het nodig is om het inkomen van huishoudens rond het wettelijk sociaal minimum te versterken, met name voor gezinnen met kinderen. 6.1.2 Gelijktrekken vermogensgrens bijzondere bijstand Inwoners met een laag inkomen en vermogen bieden we ondersteuning bij bijzondere, noodzakelijke kosten – bijvoorbeeld uitvaartkosten of kosten voor een medisch voorgeschreven dieet. Dit heet de bijzondere bijstand. Gert (een gefingeerde casus) heeft een spierziekte en ontvangt een klein inkomen als (parttime) administrateur. Als gevolg van zijn ziekte kan hij niet goed bewegen. Om zichzelf warm te houden, stookt Gert meer dan een huishouden gebruikelijk doet. Tot voor kort kon Gert dit zelf dragen, maar door de stijging van energiekosten kan hij dit niet langer. Gert doet bij de gemeente een beroep op bijzondere bijstand vanwege hogere stookkosten. Bij de beoordeling kijkt de gemeente naar het spaargeld van Gert.

Vanuit de uitvoeringspraktijk en maatschappelijke partijen horen wij dat de hoogte van de vermogensgrens in Raalte als laag wordt ervaren. In onze Verordening domein sociaal is de vermogensgrens vastgelegd op €2.500 voor een alleenstaande en €5.000 voor een alleenstaande ouder/ gehuwde. Het merendeel van de gemeenten sluit aan bij de grenzen die gelden voor de algemene bijstand (artikel 34 lid 3 Participatiewet), namelijk €7.605 voor alleenstaanden en €15.210 voor een alleenstaande ouder/ gehuwden. Wij kiezen ervoor de vermogensgrenzen voor de bijzondere bijstand hiermee gelijk te trekken, zodat inwoners niet worden belemmerd een gezonde buffer aan te houden. Het gelijktrekken van de vermogensgrenzen heeft een belangrijk bijkomend voordeel. Als eenmaal het vermogen is getoetst bij iemand die (algemene) bijstand ontvangt, hoeft dit niet opnieuw te gebeuren bij de bijzondere bijstand. Dit beperkt uitvoeringskosten en administratieve ballast voor de inwoner. De vermogensgrenzen zijn vastgelegd in de Verordening domein sociaal (artikel 7.2.1 lid 2) en de beleidsregels bijzondere bijstand (artikel 3.4 lid 1). Deze bepalingen worden aangepast. 6.1.3 Inzet uitstroom wanbetalersregeling Wanneer een inwoner minimaal 6 maanden geen zorgpremie heeft betaald, wordt hij aangemeld in de zogenoemde ‘Regeling Wanbetalers’.

Er volgt een boetepremie, terwijl de aanvullende dekking van de verzekering stopt. De gevolgen zijn dus ingrijpend. Inwoners met een bijstandsuitkering lopen extra risico. Zij moeten de mogelijkheid krijgen uit te stromen, terug te keren naar het normale premieregime en hulp krijgen bij het op orde krijgen van hun financiën. In het kader van de collectieve zorgverzekering voor minima werken wij samen met Salland Zorgverzekeringen. Wij maken afspraken over inhouding en doorbetaling van de premie, een bedrag voor aflossing van de schuld en kwijtschelding van de schuld.

18

6.1.4 Ruim baan voor ondersteuning aan elkaar In onze gemeente zijn tal van organisaties die, via giften of materiele hulp, betrokken zijn met inwoners die weinig te besteden hebben. Bijvoorbeeld fondsen, de voedselbank of geloofsgemeenschappen. Wetten en regels mogen niet in de weg staan aan vrijgevigheid van organisaties of mensen onderling. Dat geldt ook voor giften aan inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen. Giften mogen uiteraard niet leiden tot een bestedingsniveau dat onverenigbaar is met wat op bijstandsniveau gebruikelijk is. 6.2 Werken aan een veerkrachtig vangnet 6.2.1 Werken met e-learning financiële regie In samenwerking met Humanitas is in 2022 een proef gestart met een op maat gemaakte e-learning. Met behulp van de e-learning werken deelnemers onder begeleiding van een vrijwilliger aan het vergroten van inzicht in het financiële gedrag en de invloed van stress hierop, inzicht in schuldhulpverlening en praktische tools voor het omgaan met geldzorgen - bijvoorbeeld het maken van een budgetplan. Niet alleen inwoners met (beginnende) schulden, maar bijvoorbeeld ook jongeren die meer willen leren over omgaan met geld kunnen de e-learning volgen. We onderzoeken samen wat er nodig is om de e-learning verder te ontwikkelen en deze zo goed mogelijk te laten aansluiten op de lokale situatie van Raalte. Schulden en geldstress kunnen veel invloed hebben op je leven.

Zo weet de geboren Sallander met Antilliaanse roots Farley Heijdoorn. Hij worstelde zo’n 10 jaar lang met schulden en geldstress, waardoor hij goed weet wat dit met iemand doet en wat iemand nodig heeft. Farley ontwikkelde een e-learning om mensen met geldstress perspectief te bieden. De cursus bestaat uit lessen die over verschillende onderwerpen gaan, zoals de effecten van geldstress op je gedrag en de rol van bewindvoerders en gemeenten in schuldhulpverlening. Farley legt uit: “De lessen bevatten video's, tekst en interactieve vragen om de deelnemers actief te betrekken. Een fictief personage genaamd Angela vraagt advies over het aanpakken van haar situatie. Hierdoor kan de deelnemer zijn of haar kennis direct toetsen. Door herkenning, persoonlijke verbinding en praktisch advies willen we mensen helpen.”

19

6.2.2 Verstevigen samenwerking en stress-sensitieve dienstverlening Een veerkrachtig vangnet vraagt om professionaliteit en goede samenwerking tussen professionals van verschillende organisatie. Gezamenlijke kennisontwikkeling was al onderdeel van het afgelopen beleidsplan, maar kwam in de coronaperiode onvoldoende van de grond. De komende beleidsperiode geven we hier aandacht aan. Stress-sensitieve dienstverlening is een thema dat hier onderdeel van uitmaakt, onder meer via trainingen. De Adviesraad Sociaal Domein noemt in een eerder advies dat de inbreng van ervaringsdeskundigheid belangrijk is. Ervaringsdeskundigheid zien we als een belangrijke component van deze trainingen. 6.2.3 Extra ondersteuning kinderen en jongeren De afgelopen jaren zagen we een toename van jongeren met geldzorgen. Om achterstanden te voorkomen blijven we kinderen en jongeren ondersteunen. We zien hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid met het onderwijs. In 2022 zijn we een samenwerkingsproject tussen de bibliotheek en Positive Minds gestart. We bieden een lesprogramma waarbij leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs op een laagdrempelige manier aan de slag gaan met opdrachten rond het thema armoede.

We blijven betrokken bij de voortgang van het project en houden contact met het onderwijs om geldproblemen onder jongeren te signaleren en waar nodig aanvullende maatregelen te verkennen. 20

6.2.4 Gezondheidsbevordering via collectieve zorgverzekering voor minima Voor inwoners met geldzorgen is een gezonde leefstijl moeilijker dan voor inwoners zonder geldzorgen. In het afgelopen beleidsplan was al aandacht voor de gezondheidsgevolgen van inwoners met geldzorgen. De komende beleidsperiode onderzoeken we samen met Salland Zorgverzekeringen en gemeenten in onze regio hoe de collectieve zorgverzekering voor minima kan bijdragen aan de gezondheid van inwoners met geldzorgen en maken daarover afspraken met elkaar. Het Nibud adviseert de doelgroep van de zorgverzekering voor minima te verruimen of de regeling nog beter onder de aandacht te brengen. Wij vinden het belangrijk dat inwoners passend verzekerd zijn. In vergelijking met andere gemeenten bereiken we al veel inwoners. In onze voorlichting blijven we aandacht besteden aan de gemeentepolis en een verzekerpakket dat past bij de individuele situatie. Via Humanitas ondersteunen we mensen bij het maken van een passende keuze. We handhaven de huidige inkomensgroep, omdat hierin verhoudingsgewijs de meeste inwoners met een kwetsbare gezondheid zitten. 6.2.5 Introductie uitstroompremie Het Nibud adviseert een vergoeding te verstrekken voor kosten in verband met werk, bijvoorbeeld in de vorm van een uitstroompremie. Een uitstroompremie is een positieve prikkel om te werken en draagt bij aan een veerkrachtig vangnet.

In regionaal geharmoniseerd beleid rond re-integratie naar werk is aandacht voor de invoering van een eenmalige bonus bij duurzame uitstroom naar werk. De hoogte van de uitstroompremie is €500 voor een alleenstaande, €600 voor een alleenstaande ouder en €750 voor een echtpaar.

21

6.2.6 Nazorg Als gevolg van de explosieve stijging van energiekosten focusten we ons afgelopen periode op het vroegtijdig signaleren van schulden. De komende periode behouden we deze focus (zie verderop) en willen we daarnaast nog meer inzetten op nazorg bij schulden, bijvoorbeeld bij laagdrempelige begeleiding na afloop van een schuldentraject of een stapsgewijze afbouw van budgetbeheer. De in dit beleidsplan genoemde verkorting van de schuldsanering, versterkt het belang van goede begeleiding na afloop van een schuldentraject om blijvend te kunnen rondkomen. 6.2.7 Inzet saneringskrediet We regelen schulden zo veel mogelijk via saneringskrediet. Door middel van een saneringskrediet worden alle schuldeisers ineens afgelost. Om dit te betalen sluit de klant een lening af bij de Gemeentelijke Kredietbank. Door de rust die ontstaat bij een saneringskrediet is er meer ruimte bij de klant om aan andere zaken te werken. Er is nog maar één resterende schuldeiser. Door de ontstane schuldenrust is er meer ruimte bij om aan andere zaken te werken. 6.3 Werken aan een toegankelijk vangnet 6.3.1 Positieve communicatie In de afgelopen beleidsperiode hebben we veel gedaan om gemeentelijke regelingen onder de aandacht te brengen. Bijvoorbeeld het maken van folders, animaties en sociale-media-campagnes.

Maatschappelijke partners, zoals Humanitas, bieden ondersteuning bij het aanvragen van regelingen. We gaan hiermee door en blijven onze materialen vernieuwen. We houden specifiek rekening met laaggeletterden. We gaan uit van een positieve en uitnodigende boodschap. 6.3.2 Automatisch toekennen meedoenregeling 18+ We doen veel, maar willen meer stappen te zetten. Het verstrekken van informatie brengt de inwoner niet altijd in de actiestand, zeker niet als sprake is van geldstress of laaggeletterdheid. Aan inwoners die een vorm van bijstand (algemene bijstand of periodieke bijzondere bijstand) ontvangen, kennen we de meedoenregeling 18+ automatisch toe. Zo gaan we niet gebruik effectief tegen, ontlasten we de inwoner én besparen we uitvoeringskosten. In de Verordening domein sociaal staat dat de meedoenregeling 18+ moet worden aangevraagd (artikel 7.6.1 lid 3). De verordening wordt aangepast. 6.3.3 Outreachende benadering werkende inwoners We kunnen niet alle regelingen automatisch toekennen, onder andere omdat we niet van alle inwoners de benodigde gegevens hebben. Het gaat hier vooral om werkende inwoners met een laag inkomen, die minder geneigd is om aan te kloppen voor ondersteuning. Deze inwoners zoeken we actief op.

Bij de uitvoering van de energietoeslag zijn we in contact gekomen met een nieuwe groep inwoners die normaal gesproken geen gemeentelijke regelingen of ondersteuning aanvraagt. We zien ook dat inwoners in een bepaald jaar een regeling aanvragen, maar dit het jaar erop vergeten. Deze inwoners gaan we persoonlijk benaderen om hen alert te maken op het aanvragen van regelingen.

22

Ook maken we gebruik van vindplaatsen voor werkende armen en zelfstandigen. Bijvoorbeeld via vroegsignalering van betalingsachterstanden, Geldfit.nl, voorlichting via werkgevers of partner-organisaties in het sociale domein. 6.3.4 Spreekuur rondkomen Samen met Humanitas willen we proefdraaien met spreekuren over geldzaken op plekken waar we inwoners verwachten met vragen hierover. Bijvoorbeeld bij de bibliotheek, partner-organisaties in het inwoner domein, werkgevers, etc. Op die manier bereiken we mensen die normaal gesproken niet zo snel bij ons aankloppen. Om werkende armen beter te bereiken organiseren we spreekuren in de avond. Inwoners kunnen bij ons terecht met vragen de invloed van ingrijpende levensgebeurtenissen, het aanvragen van regelingen, het maken van een begroting of gewoon een financiële ‘APK’. 6.3.5 De Voorzieningenwijzer De Voorzieningenwijzer is een op maat ingerichte tool voor het vinden van gemeentelijke én landelijke regelingen. Dit biedt met name digitaal vaardige inwoners met een uitkering en/of baan de mogelijkheid zelfstandig na te gaan voor welke regelingen en voorzieningen zij mogelijk aanspraak maken, zonder zelf alle regelingen en voorwaarden te moeten onderzoeken. Naast het gebruik van regelingen, bevordert dit de financiële regie van inwoners.

Door de Voorzieningenwijzer aan onze website en Geldfit.nl te koppelen, worden zoveel mogelijk inwoners met geldzorgen in staat zijn na te gaan of zij geen regelingen laten liggen. 6.3.6 Vergemakkelijken toets Individuele Inkomenstoeslag De financiële positie van mensen die voor langere tijd op een minimuminkomen zijn aangewezen kan onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen mogelijkheid is om het inkomen te verhogen. In die situatie ontvangen inwoners de Individuele Inkomenstoeslag. Het automatisch toekennen van de Individuele Inkomenstoeslag is niet mogelijk. Wel kunnen we de beoordeling vergemakkelijken. De huidige beoordeling of er zicht is op inkomensverbetering is complex en de positie van inwoners hierdoor onzeker. Om inwoners meer zekerheid te bieden willen we die toets vergemakkelijken. Het college kan via de beleidsregels aan deze wens invulling geven. 6.3.7 Huisbezoek bij risicovolle betalingsachterstanden Geldstress kan ertoe leiden dat inwoners niet reageren op post of andere signalen. Ook laaggeletterdheid speelt een rol. Inwoners die het moeilijkst te bereiken zijn, zijn misschien wel het belangrijkst om te bereiken. Daarom gaan we eerder over tot het afleggen van een huisbezoek. Uit onderzoek blijkt dat huisbezoeken het meest effectief zijn in het bereiken van inwoners met schulden, in het bijzonder bij relatief hoge schuldbedragen (zoals huur).

We kennen kinderen een speciale positie toe. Om die reden willen we extra aandacht besteden aan het herkennen van gezinnen met problematische schulden. Door het koppelen van technologie (het systeem van vroegsignalering en de Basisregistratie personen) komen huishoudens met kinderen voortaan eerder in beeld. Zo nodig zullen we warm doorverwijzen naar partners, bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd & Gezin. 23

7. Financiën & monitoring 7.1 Financiën De afgelopen jaren zijn de uitgaven voor het totale minimabeleid toegenomen. De onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de kosten. Overzicht kosten bijzondere bijstand, minima en schuldhulpverlening (bedragen in €) Omschrijving Werkelijke Werkelijke Prognose Budget kosten 2021 kosten 2022 2023 2024 Bijzondere bijstand

445.598

481.341

500.000

477.000

Minima subsidies

268.927

270.854

344.697

365.379

Meedoen 18+

134.541

138.354

141.617

144.814

Collectieve zorgverzekering

245.283

257.578

262.305

278.043

Totaal

1.088.358

1.148.127

1.248.619

1.265.236

Schuldhulpverlening (GKB)

224.820

155.232

180.000

*203.716

* In budget 2024 is overheveling 1 fte consulent schuldhulpverlening verwerkt.

Toelichting Bij de bijzondere bijstand zien we dat de uitgaven voor bewindvoering en inrichtingskosten voor statushouders zijn gestegen. Dit is een landelijke trend, waar gemeenten slechts beperkt invloed op hebben. De toename van subsidies en meedoen heeft te maken met autonome ontwikkelingen, waaronder de prijsstijgingen en een toename van uitvoeringskosten bij gesubsidieerde instellingen. Meer recent neemt ook het beroep op minimaregelingen toe. Tijdens de coronaperiode was het beroep op de meedoenregelingen laag. Inmiddels is sprake van een inhaaleffect. Op het terrein van schuldhulpverlening via de GKB zien we juist een afname vanwege een lagere instroom in de schuldhulpverlening. Ook speelt mee dat we de intake- en stabilisatiefase in eigen beheer uitvoeren. De extra inzet op vroegsignalering & preventie en nazorg betekent deels ook een verschuiving van middelen van de technische schuldhulpverlening (schuldregeling) naar de preventieve schuldhulpverlening. We stellen voor om structureel 1 FTE consulent schuldhulpverlening toe te voegen aan de formatie sociaal en de kosten van €111.000 (waarvan €25.000 overhead) ten laste te brengen van het budget schuldhulpverlening. Het gaat om een budget-neutrale wijziging. Het beleidsplan heeft vanaf 2024 naar verwachting een kostenverhogend effect van €21.700 (zie ook de volgende tabel).

De extra uitgaven passen binnen de bestaande budgetten 2024, doordat we afgelopen jaren op het budget schuldhulpverlening middelen over hebben gehouden. De inzet op bereik en verruiming van de vermogensgrenzen bijzondere bijstand brengt een kostenstijging met zich mee. Echter, deze kostenstijging wordt voor een belangrijk deel gecompenseerd door een besparing van uitvoeringkosten. Vanwege de andere manier van werken (meer gericht op preventie, vroegsignalering en outreachende dienstverlening), maar ook omdat de verwachting is dat we meer inwoners bereiken. Dit vraagt om capaciteit in de uitvoerende teams.

24

Nieuwe acties Wijziging normen Individuele Inkomenstoeslag Verruimen vermogensgrens bijzondere bijstand

Financieel effect (raming) €4.000

Toelichting op hoofdlijnen

€5.000

Een verruiming van de vermogensgrenzen zorgt voor meer kosten bijzondere bijstand. Tegelijk zien we een substantiële besparing van uitvoeringslasten, waardoor totale kostenstijging beperkt blijft.

Automatisch toekennen regelingen De Voorzieningenwijzer E-learning financiële regie Koppeling vroegsignalering aan Brp Stopzetten kennisbank Schulinck Totaal

€5.000 €8.000 €6.400 €2.300 €-9.000 €21.700

Hoe de toekomstige ontwikkelingen zijn is onzeker. Het is belangrijk een vinger aan de pols te houden. Het kabinet stelt in 2024 naar verwachting extra middelen beschikbaar vanwege de gevolgen van de energiecrisis. Dit is enerzijds om problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen en anderzijds tegemoet te komen voor de extra inzet die nodig is op het gebied van vroegsignalering en extra beroep op bijzondere bijstand. De komende periode zullen we de financiële ontwikkelingen blijven monitoren en als er afwijkingen zijn informeren we daarover via de P&C-cyclus.

25

7.2 Wat willen we bereiken We willen onze ambities, speerpunten en acties goed volgen. Daarom monitoren we de effecten en resultaten periodiek. Mochten data, ervaringen of andere signalen daartoe aanleiding geven, dan gaan we over tot bijsturing. We willen met dit beleidsplan onder andere: • • •

Het bereik van de regelingen vergroten; Inwoners met geldzorgen in een vroegtijdig stadium bereiken; Een goede tevredenheid bewaren over onze dienstverlening.

Dit doen we onder andere door te kijken naar het bereik van onze regelingen binnen de doelgroep, onze acties naar aanleiding van betalingsachterstanden en schulden en het resultaat daarvan. We koppelen hieraan een aantal specifieke doelstellingen. • • • • •

Het bereik van de meedoenregeling 18+ is jaarlijks boven het landelijke gemiddelde (minimaal 40%). We gaan na of sprake is van (ervaren) vooruitgang in financiële redzaamheid onder deelnemers van de elearning financiële regie. Het aantal inwoners dat reageert op een hulpaanbod naar aanleiding van een betalingsachterstand stijgt naar minimaal 20%. De algemene tevredenheid van inwoners met onze dienstverlening blijft ruim voldoende (afgerond minimaal 7.5). De maximale wachttijd voor een intake schuldhulpverlening is in Raalte nooit langer dan 4 weken. Voor bedreigende schulden (crisissituaties) geldt een maximum van 3 dagen. Dit is het geval wanneer er een noodsituatie is, bijvoorbeeld bij dreigende huisuitzetting.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=ce022700-938d-47bb-968a-ee6d24447f98