CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen raad begroting 2026 en MJR 2027-2029

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 20298.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

4 november 2025

Aan

De leden van de gemeenteraad

Kopie aan Van

College van Burgemeester en wethouder van de gemeente Raalte

Informant

Jannie Lozeman 06-1276 6991

Onderwerp

Beantwoording technische vragen begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Inleiding Onderstaand treft u de beantwoording aan van de gestelde technische vragen begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Technische vragen van Lokaal Belang, genummerd van 1 t/m 3. Vraag 1 Blz. 80 Hoog bedrag begroting afvalstoffen 2025. Waarom is er in 2025 een hoog bedrag begroot voor afvalstoffenheffing. Aanvulling van LB op de vraag dd 23 oktober 2025: “Zag dat in de begroting van 2025 een heel hoog bedrag voor milieu beheer is opgenomen (3948) Vraag me af of daar een specifieke reden voor is”. Antwoord Het hoge bedrag in de begroting 2025 is (grotendeels) veroorzaakt door eenmalige budgetten op milieubeheer van middelen Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (1,5 mln.), eenmalige middelen isolatie (3 ton), energiearmoede (4 ton) en energiefonds (9 ton). Vraag 2 Blz. 173 Hoog exploitatietekort Sallandse poort 620.000 Euro Is het juist dat dit bedrag zo sterk afwijkt van de begroting. Antwoord Het bedrag wijkt niet af. Voor het tekort is een voorziening getroffen. Zie voor een nadere toelichting de Projectenrapportage 2025 (bijlage van de Zomernota 2025). Vraag 3 Blz. 197 Groot verschil structureel begrotingssaldo over de jaren heen. We zien dat er grote verschillen zijn in de begrote bedragen door de jaren heen. Antwoord Dat klopt. Het betreft hier het overzicht van incidentele baten en lasten.

Zoals het woord al zegt worden incidentele baten en lasten incidenteel, dus voor één of meerdere jaren, geraamd. Dit incidentele karakter is ook de reden dat er tussen de verschillende jaren grote verschillen zijn.

Technische vragen van het CDA, genummerd van 4 t/m 14. Hoofdstuk 3 Financiële Positie en nieuw beleid Vraag 4 Stelpost en volumeontwikkelingen – pagina 28 In de eerste zin wordt gesproken over een tweetal stelposten. We lezen alleen over een eerste stelpost die betrekking heeft op de volumeontwikkelingen Wmo. Wat is de tweede stelpost? Antwoord De tweede stelpost is de algemene stelpost volumeontwikkelingen welke in de tweede alinea, onder het kopje ‘Stelpost en volumeontwikkelingen’ op blz. 28, is toegelicht. Vraag 5 Formatie-uitbreiding leidinggevende functies door organisatieontwikkeling – pagina 33 Daar staat een structureel bedrag van € 325.000 begroot. De verklaring staat op pagina 156. Hoe is het bedrag van € 325.000 opgebouwd? Wij willen wel graag meer specificatie. Antwoord Met de invoering van de teamleidersrol, toevoeging van de rol van concerncontroller en versterking op bestuursen managementadvisering zijn meerkosten ontstaan tot een totaalbedrag van € 675.000. Hiervoor kan tot een bedrag van € 350.000 dekking gevonden worden binnen de bestaande begroting (CDOKE gelden, toerekening overhead en toerekening naar grondexploitatie en investeringsbudgetten). Er resteert dan nog een bedrag van €325.000, dat in de begroting 2026 is opgenomen als nieuw beleid.

Vraag 6 Algemene bestemmingsreserve - pagina 38 Wij zien hier de hoogte van 2025 en de verwachte hoogte voor de komende jaren tot en met 2029 Wij willen wel graag inzicht in de ontwikkeling van de algemene bestemmingsreserve van de afgelopen 12 jaar. Waar komen we vandaan? Antwoord In onderstaande grafiek is het werkelijk verloop van de algemene bestemmingsreserve weergegeven over de periode 2014 tot en met 2024 en het verwachte verloop over de periode 2025-2029.

stand reserve € 40.000.000 € 35.000.000 € 30.000.000 € 25.000.000 € 20.000.000 € 15.000.000 € 10.000.000

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

€-

2014

€ 5.000.000

2

Programma 1 Ruimtelijke Ontwikkeling, woon- en werkomgeving Vraag 7 Ontsluiting het Fiester Mariënheem - pagina 49. Benoemd wordt dat voor de voorbereiding ontsluiting Het Fiester voor 2026 t/m 2028 jaarlijks éénmalig € 100.000 beschikbaar wordt gesteld. Lezen we goed dat dit betrekking heeft op de planvorming? Wanneer kan gestart worden met de uitvoering? Antwoord Dit betreft inderdaad kosten voor de planvorming. De verwachting is dat er over 3 tot 5 jaar gestart kan worden met de realisatie vanwege het nog benodigde ontwerpproces, procedures, grondverwerving en werkvoorbereiding. Programma 2 Integraal Openbare Ruimte Vraag 8 Evaluatie GRP, voortschrijdend inzicht – pagina 53. Benoemd wordt: “Op basis van inspectiegegevens verwachten we ook meer te moeten investeren in grootschalige vervangingen. Dat biedt ook kansen om gebieden integraal aan te pakken, koppelkansen te benutten en toekomstbestendig te maken.” Zijn deze locaties al in beeld zodat we inzicht kunnen krijgen in de koppelkansen? Zo ja, dan kunnen we afwegingen maken in prioritering Antwoord Er is voorgesteld om middelen voor grootschalige vervangingen op programmaniveau beschikbaar te stellen. Deze middelen zijn geraamd via TIO (Toekomstig investeringsoverzicht). Deze projecten nemen we op in het meerjaren investeringsplan (MIP), ten laste van TIO. De raad beslist hier uiteindelijk over.

Bij de afweging van de MIP-projecten worden altijd koppelkansen meegenomen en houden we ook rekening met de prioritering die de raad heeft vastgesteld met het Koersdocument wijken & dorpen.

Programma 4 Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Vraag 9 Relevante ontwikkelingen - Aanbesteding WMO – pagina 68. Op pagina 68 wordt benoemd dat in 2026 de WMO hulpmiddelen opnieuw worden aanbesteed. Dit kan leiden tot gewijzigde tarieven. Op pagina 72 zien we dat ten opzichte van de begroting 2025 een lager bedrag is opgenomen voor 2026 t/m 2029. Is dit realistisch? Worden lagere tarieven verwacht? En wat betreft de WMO middelen: gaat het over koop- of huur middelen? Antwoord Er worden geen lagere tarieven verwacht. Het budget hulpmiddelen en diensten (blz 72) is in 2026 lager doordat er minder ambtelijke uren aan hulpmiddelen en diensten zijn doorbelast. Echter het beschikbare budget voor “directe kosten” van Wmo hulpmiddelen en diensten is bij de begroting 2026 niet verlaagd. Momenteel werken we met een koop-met-depotconstructie. Een ervaren nadeel vanuit inwoners, gemeenten maar ook de leverancier is dat er bij een aanvraag van een hulpmiddel eerst in het depot wordt gekeken, het hulpmiddel naar de leverancier gaat voor aanpassing en daarna pas naar de inwoner. Dit werkt vertragend, levert meer administratieve lasten op voor depotbeheer en vergt meer productkennis bij de gemeente. Daarnaast

3

betaalt de gemeente voor de hulpmiddelen die in het depot staan ook onderhoudskosten terwijl het hulpmiddel niet wordt gebruikt. Het voorstel is om bij een nieuwe aanbesteding over te stappen naar koop zonder depot. Door over te stappen op koop zonder depot, vervalt voor de gemeente de verplichting tot het bekostigen van onderhoud aan hulpmiddelen die in depot worden opgeslagen. De werkwijze bevordert daarnaast ook circulair gebruik omdat de hulpmiddelen niet alleen vanuit het eigen depot worden gehaald maar er een landelijk depot van de leverancier beschikbaar is waar hulpmiddelen uit kunnen worden gehaald. Het verminderd administratieve lasten voor de gemeente en door te kunnen putten uit een groter depot, is een hulpmiddel sneller bij een inwoner. Programma 5 Duurzaamheid, energie- en warmte transitie Vraag 10 Tabel indicatoren programma 5 – Restafval per inwoner - pagina 79 In de tabel van indicatoren en bij 2.7 op die pagina wordt aangegeven dat er wordt gestreefd naar minder restafval per inwoner. Bij 2.7 wordt benoemd dat er gerichte communicatie wordt ingezet. Is gerichte communicatie voldoende om minder restafval per inwoner te bereiken? Hoe vindt die communicatie plaats? Antwoord Door beter afvalstromen te scheiden kan de hoeveelheid restafval verminderen. Sorteeranalyses tonen aan dat er nog herbruikbare stromen in de restafvalcontainer zitten.

We starten binnenkort met het communicatie traject om inwoners van de dorpskern Heeten gerichte informatie te verstrekken over afvalscheiding en schonere gft- en pmd-stromen. We starten in Heeten als pilot zodat we kunnen kijken wat het effect van dit communicatietraject is. De communicatie gaat plaatsvinden via de dorpsapp, via het verspreiden van flyers, sandwichborden plaatsen in de dorpskern e.d. We gaan, aan de hand van de pilot bekijken, of communicatie een goed middel is om de hoeveelheid restafval te verlagen. Vraag 11 Energiefonds Overijssel – pagina 80 Daar wordt benoemd dat voorgesteld wordt om het energiefonds met € 500.000 te vullen. Hoe werkt dat met het Energiefonds Overijssel? Is dit een gezamenlijk energiefonds? Doen wij dit als gemeente? Waarop wordt het bedrag gebaseerd? Wij willen graag meer verduidelijking. Antwoord Het kopje in de begroting had Energiefonds Raalte moeten heten. Energiefonds Raalte levert een bijdrage aan de versnelling van de gemeentelijke duurzaamheids-doelen doordat duurzaamheidsinitiatieven van (mkb) bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen worden uitgevoerd. Het betreft projecten op het gebied van energiebesparing en duurzame energieopwekking van relatief kleine omvang, met subsidiebedragen tussen de 5.000 euro en 50.000 euro.

Het Energiefonds Overijssel is bedoeld voor grote projecten met een subsidiebedrag tussen de 1 miljoen euro en 20 miljoen euro. Het energiefonds Raalte is een revolverend fonds: het geld dat wordt verstrekt moet binnen maximaal 15 jaar weer terug worden betaald. Bedrijven betalen maandelijks een vast bedrag totdat de lening volledig is terugbetaald. De administratie is uitbesteed aan Energiefonds Twente. Zij verzorgen o.a. de aanvragen en de beoordeling daarvan en stellen de contracten op. Het betreft hier een initiatief voor alleen de gemeente Raalte. Wel hebben ook andere gemeenten een soortgelijke regeling. De gemeente stelt hiervoor (aanvullend op eerder beschikbaar gestelde bedragen tot totaal € 502.000) € 500.000 beschikbaar. Het bedrag van (aanvullend) € 500.000 is mede gebaseerd op advies van een extern adviseur van Energiefonds Twente die aangeeft dat meerdere bedrijven in onze gemeente concrete behoefte hebben aan financiering voor verduurzaming.

4

De rentekosten en de beheerkosten bedragen structureel € 25.500. Dit bedrag van 25.500 euro is structureel opgenomen in de begroting. Programma 6 Economie Vraag 12 5.3 Overijssels Kanaal – pagina 85 Gesproken wordt over het plan dat verder wordt uitgewerkt in 2026. Wanneer wordt gestart met de uitvoering? Antwoord We hebben in 2025 de kansen van de MOK-werf en omgeving in beeld gebracht. We proberen ondernemers te bewegen om deze kansen te verzilveren. Vanaf najaar 2025 voert het waterschap bagger- en herinrichtingswerkzaamheden uit. Naar verwachting zijn alle werkzaamheden in het voorjaar van 2026 afgerond. Vanuit onze rol binnen de verkenning Nationaal Park Sallandse Heuvelrug & Twents Reggedal gaan wij in 2026 aan de slag om belevingsroutes te ontwikkelen voor het Overijssels kanaal. Vraag 13 7.1. Merk Raalte geeft Ruimte - pagina 85 Gesproken wordt over het verder promoten en verder uitvoeren van initiatieven in het kader van Raalte geeft Ruimte. Wat zijn voorbeelden van initiatieven? Antwoord Raalte geeft Ruimte is een initiatief dat zich richt op het versterken van de leefbaarheid en economische vitaliteit in onze gemeente door ruimte te geven aan talent, innovatieve ideeën en lokale initiatieven. Enkele voorbeelden van initiatieven: - Young Potentials Leiderschapsprogramma: Een programma dat jonge talenten helpt zich te ontwikkelen tot leiders van morgen.

- MBO Traineeship: Een initiatief dat mbo-studenten de kans geeft om werkervaring op te doen bij verschillende bedrijven in onze gemeente. - Next Level Leergang: Een programma voor gevestigde leiders die zich verder willen ontwikkelen. - Promotiecampagnes voor het centrum van Raalte (zoals deurmatten, bordjes, etc.) en ontwikkeling centrumondernemers door organisatie van workshops. - De bedrijven in de gemeente op de kaart zetten door het delen van lokale verhalen op de website raaltegeeftruimte.nl. - Podium bieden voor vacatures van bedrijven in onze gemeente. Programma 7 Sport, Cultuur en Maatschappelijk vastgoed Vraag 14 Wat gaan we daarvoor doen – punt 1.3. – pagina 90 Vermeld staat: “Actief informeren over en uitvoering geven aan de Subsidieregeling Sociaal Beleid voor wat betreft de waarderingssubsidies voor sportverenigingen en sportstimuleringssubsidies.” De waarderingssubsidies moeten jaarlijks aangevraagd worden. Kunnen deze automatisch uitgekeerd worden? Antwoord Nee, het is wettelijk verplicht een subsidie te verstrekken op grond van een subsidie aanvraag. Het is wel mogelijk om een subsidie voor meerdere jaren toe te kennen.

5

Technische vragen van Burger Belangen, genummerd van 15 t/m 26. Vraag 15 Pagina 73: praktisch alle bedragen in de meerjarenraming op deze pagina zijn om en nabij gelijk aan de begrotingswaarde voor 2026. In de beantwoording van onze vragen over de huishoudelijke hulp bij de zomernota bleek dat er in twee jaar tijd 11.000 uur meer huishoudelijke hulp is geleverd. De verwachting is dat de vraag verder toeneemt gezien vergrijzing. Waarom wordt er in de meerjarenraming hierbij gerekend met een lager bedrag dan het begrootte bedrag voor 2026? (specifiek dus punt 6.711) Antwoord Bij de zomernota 2025 is gemeld dat het budget huishoudelijke hulp in 2025 en 2026 met € 400.000 en vanaf 2027 structureel met € 200.000 is verhoogd. De lagere ophoging vanaf 2027 houdt verband met de verwachte invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage Wmo die het vaste abonnementstarief Wmo vervangt. Het wmo abonnementstarief heeft een aanzuigende werking op de kosten huishoudelijke hulp en we verwachten dat de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage een remmend effect heeft op de kosten huishoudelijke hulp. Dit is de reden dat het budget huishoudelijke hulp in 2027 lager is begroot dan in 2026. Inmiddels lijkt door het demissionaire kabinet en stemming in de 2e kamer de wetswijziging niet eerder dan in 2028 plaats te vinden.

Voor 2025 en 2026 zijn we voor uitstel van de wetswijziging door het rijk gecompenseerd. We verwachten dat bij uitstel naar 2028 het rijk ook in 2027 compenseert voor de hogere kosten en dat dit een budgetneutraal effect heeft op de begroting. Vraag 16 Pagina 94: regeling topsport & talentontwikkeling. Hier staat: “Aanvullend beleid hiervoor opstellen is gewenst zodat we de betreffende doelen in het Sportakkoord kunnen ondersteunen.”. Omdat er jaarlijks 100.000 euro voor beschikbaar wordt gesteld, wordt dat beleid in 2026 opgesteld en hoe wordt de gemeenteraad hierin betrokken? Antwoord Tijdens de Rond de tafel van 12 juni 2025 heeft de raad aangegeven dat het op te stellen Sport- en beweegbeleid kan worden uitgebreid met een beleidskader, wat we als gemeente gaan doen om de Sportakkoorddoelen voor talentontwikkeling en topsport(prestaties) te ondersteunen. De op te stellen subsidieregeling waarvoor nu € 100.000 voor 3 jaar is aangevraagd, wordt een uitvoeringsregeling passend binnen dit beleidskader. Vaststelling van Sport- en Beweegbeleid en de subsidieregeling is voorzien voor 2026. Vraag 17 Pagina 95, 5.6 media: vanaf 2028 vervalt de wettelijke plicht van gemeenten om de basisbekostiging van de lokale publieke omroep te dragen.

Gezien in de meerjarenraming wel een gelijk bedrag is opgenomen voor 2028 en 2029: is het college voornemens te blijven bijdragen in dezelfde mate als nu gebeurt, of is hierover nog geen keuze gemaakt? Antwoord De gemeente ontvangt nu een bijdrage van het Rijk voor de lokale omroep, die wij geheel doorzetten naar de lokale omroep. Als het Rijk dat bedrag zelf direct gaat overmaken naar de omroep, hoeven wij dat niet meer te doen en krijgt de omroep dus geen bijdrage meer van de gemeente. Als dat straks realiteit is dan zullen we dat in de begroting verwerken. Vraag 18 Pagina 104: “Ook gaan we zelf contact opnemen met mensen die misschien hulp of geld kunnen krijgen, maar dat nog niet weten.” Hoe verhoudt dit zich tot het implementeren van de aanbevelingen vanuit het Berenschotrapport over doelmatigheid sociaal domein, waarbij juist is gekozen om minder actief allerlei mogelijkheden aan te dragen (en meer te sturen op eigen verantwoordelijkheid van de inwoner).

6

Antwoord Het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en het bevorderen van het gebruik van inkomensondersteunende regelingen hoeven elkaar niet in de weg te zitten: ze vullen elkaar juist aan. Een toereikend sociaal minimum is namelijk een belangrijke voorwaarde om verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Als mensen financiële rust hebben, kunnen ze beter keuzes maken en zelf regie voeren. Regelingen worden helaas vaak niet aangevraagd. Dat komt bijvoorbeeld doordat mensen niet weten dat ze ergens recht op hebben, omdat het aanvragen ingewikkeld is, of door schaamte en stress. Berenschot stelt dat het versimpelen van regelingen dan ook kan helpen om ze doelmatiger te maken (p. 33 van het rapport). Tegelijkertijd mogen we van mensen verwachten dat ze afhankelijk van de vaardigheden, gezondheid of omstandigheden zelf ook stappen zetten, zoals actief zoeken naar werk, hun geldzaken beheren of eigen verantwoordelijkheid nemen in de opvoeding van kinderen. Vraag 19 Pagina 107, Klantgeleidingsproducten: “Deze software kent vernieuwing die kansen biedt voor betere dienstverlening naar onze inwoners.”: kan worden toegelicht welke kansen dit precies zijn? Antwoord De software maakt het mogelijk om inwoners sneller, persoonlijker en efficiënter te helpen – via slimme afsprakenplanning, veilige dienstverlening en betere inzet van medewerkers.

Dit leidt tot kortere wachttijden en hogere klanttevredenheid. Vraag 20 Bijlagen, pagina 57: de reserves burgerparticipatie initiatieven derden en Inwonersinitiatieven hebben op 1 januari dezelfde waarde als op 31 december. Betekent dit dat er wordt voorzien dat er in 2026 geen geld wordt besteed aan inwonersinitiatieven? Antwoord Nee, dat betekent het niet. In de begroting is structureel een bedrag van €25.000 opgenomen voor de subsidieregeling Inwonersinitiatieven. Tot nu toe is dit budget toereikend gebleken en is er geen overschrijding geweest. Mocht het budget in de loop van het jaar toch ontoereikend blijken, dan kan er een beroep worden gedaan op de genoemde reserves. Pagina 38, de verwijzing naar het maximaal doorvoeren van de besparingsmaatregelen vanuit het Berenschot-rapport, roepen een aantal vragen op: Vraag 21 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 34: Er wordt 15.000 euro bespaard met het vernieuwen van de gemeentepagina in het WvS. Deze is dit jaar ook al vernieuwd. Berenschot merkt hierbij op: de interne capaciteit moet hiervoor wel beschikbaar zijn. Is deze capaciteit momenteel beschikbaar? Antwoord Dit betreft een besparing n.a.v. de recente vernieuwing. De capaciteit voor de regievoering, vormgeving en redactie is beschikbaar.

Vraag 22 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 31: “De praktijk laat zien dat ambtenaren vaak zeer gedetailleerde antwoorden formuleren, waardoor de raad overmatig veel informatie ontvangt.” De aanname is dat met antwoorden op hoofdlijnen er 0,4 FTE besparing wordt gerealiseerd. Dat is grofweg 15 uur per week minder tijd die wordt besteed aan vragen. In de afgelopen jaren worden er jaarlijks zo’n 30 documenten met schriftelijke vragen ingediend bij het college. Dat is dus ongeveer 1,5 setje vragen per week. Dat zou zich (globaal) vertalen naar tien uur minder tijd die wordt besteed per document met schriftelijke of technische vragen. Daarbij is het zo dat vragen de ene keer gaan over duurzaamheid en een andere keer over een rood-voor-roodtraject. Kortom: steeds een andere medewerker is betrokken bij het beantwoorden. Waar wordt uiteindelijk de besparing van 0,4 7

FTE zichtbaar? En ligt het niet ook in lijn der verwachting dat wanneer raadsleden meer hoog-over antwoorden krijgen, zij eerder geneigd zijn nogmaals vragen te stellen om wel de details te krijgen die zij graag willen (of ervoor zullen kiezen om een openbaarheidsverzoek in te dienen)? Antwoord De besparing van 0,4 fte wordt zichtbaar binnen de loonsom van de verschillende domeinen. Omdat deze capaciteit betrekking heeft op meerdere beleidsvelden krijgen de betrokken domeinen een taakstelling opgelegd binnen hun loonsom. Invulling van deze taakstelling vindt plaats door herschikking van taken via ‘natuurlijk verloop’ (door bijvoorbeeld verzoeken tot formatievermindering van medewerkers of bij invulling van vacatures ’s deze voor net iets minder uren open te stellen). Door, in afstemming met uw raad, heldere richtlijnen op te stellen voor de beantwoording van raadsvragen en de voorbereiding van de gesprekken met uw raad verwachten we juist de rolverdeling tussen raad, college en ambtelijke organisatie te versterken met minder ambtelijke ondersteuning. Door vanuit de ambtelijke organisatie meer informatie op hoofdlijnen te verstrekken wordt naar ons beeld de kader stellende en controlerende rol van uw raad versterkt én kan de ambtelijke organisatie de hiervoor benodigde ambtelijke capaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten. Het mes snijdt dan aan twee kanten.

Uiteraard blijft, indien hiertoe een duidelijke bestuurlijke of inhoudelijke aanleiding is, de mogelijkheid bestaan om in detail te treden. Dit is dan de uitzondering. Vraag 23 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 33: “Optimalisatie van de baliebezetting bij Burgerzaken en receptie”. Als we het goed begrijpen gaat het aantal opengestelde balies van twee naar een. Als je nu een afspraak wilt maken voor het aanvragen van een paspoort moet je een week wachten voordat je terecht kan op het gemeentehuis. Door het aantal balies te halveren: klopt onze verwachting dat je in dat geval dus pas na twee weken een afspraak kunt plannen? Antwoord Door het openstellen van 1 balie in plaats van 2 voorkomen we lege plekken in de afsprakenplanning, waardoor we efficiënter kunnen werken en tegelijk onze dienstverlening op niveau houden. We monitoren continu onze wachttijd voor een afspraak en we zorgen dat het mogelijk is om binnen 5 werkdagen een afspraak te maken. Voor spoedgevallen is altijd ruimte om op kortere termijn een afspraak te maken. Vraag 24 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 40: “Sub maatregel 4.

Het versoberen van de ondersteuning bij bouw- en ontwikkelplannen” is er een inschatting gemaakt hoeveel procent van de gevallen die nu tot een “ja” hebben geleid (vanwege de meedenkende houding van de gemeente) in het afgelopen jaar, nu tot een “nee” zouden leiden vanwege de zakelijkere houding? Antwoord Nee, we hebben niet de inschatting gemaakt hoeveel procent van de gevallen nu tot een 'nee’ zou leiden. Een zakelijkere houding betekent ook niet dat 'nee’ vaker het antwoord is. De winst behalen we door aan de voorkant duidelijker aan te geven welke informatie we nodig hebben en daarvoor ook strakkere termijnen te hanteren voor het aanleveren van de benodigde stukken. Zo kunnen we zaken eerder van een antwoord voorzien en afronden. Vraag 25 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 46: “Omvormen sportsubsidies via buurtsportcoaches” Betekent dit dat de gemeente geen waarderingssubsidies meer verstrekt aan de verenigingen? En indien dit zo is (als we het goed begrijpen gaan de buurtsportcoaches dan over “het geld”): verschuif je de administratieve last hiermee niet van de gemeente naar Sportbedrijf Raalte? En: kan iets worden geduid wat de ontvangers van deze waarderingssubsidies gaan merken van deze verandering?

8

Antwoord Het betreft nadrukkelijk een verkenning naar mogelijke besparingen en geen vastgesteld besluit. De gedachte is om de middelen voor waarderings- en sportstimuleringssubsidies anders in te zetten. Namelijk als een programmatisch werkbudget dat via Sportbedrijf en de buurtsportcoaches wordt ingezet voor activiteiten van sportverenigingen die in samenwerking met het Sportbedrijf bijdragen aan de doelen uit het gemeentelijk sporten beweegbeleid. Voor verenigingen zou dit dan betekenen, dat zij geen vaste waarderingssubsidie meer ontvangen, maar in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage wanneer zij actief bijdragen aan beleidsdoelen, bijvoorbeeld op het gebied van sportstimulering of verenigingsondersteuning. De administratieve lasten worden hiermee niet verschoven, maar verkleind, doordat de verantwoording plaatsvindt via prestatieafspraken met het Sportbedrijf in plaats van via individuele subsidieverantwoordingen per vereniging. Vraag 26 Bijlagen, rapport Berenschot, pagina 46. Over het Lokaal Gezondheidsbeleid wordt gezegd dat dit een post is van 60.000 euro en dat er vorig jaar 40.00 is overgehouden. Is dit werkelijk zo, of wordt hier 40.000 bedoeld (en mist er dus een 0)? Antwoord Er is in 2024 € 40.000 overgehouden op het budget lokaal gezondheidsbeleid, er mist dus een 0.

Technische vragen van Gemeente Belangen, genummerd van 27 t/m 61 Programma 1 Ruimtelijke Ontwikkeling, woon en werkomgeving Vraag 27 1.1. Groeiopgave, jaarlijks werkbudget van € 345.000,-/ € 245.000,-. Komt dit bedrag tlv grondbedrijf? Zo nee, waarom niet? Antwoord Nee. Dit budget wordt besteed om te komen tot nieuwe woningbouw- en werklocaties (verkenning) en opgave brede vraagstukken zoals de effecten voor het verkeer, voorzieningen etc. Zodra er een keuze is gemaakt voor een locatie, openen we een grondexploitatie (GREX). Vanaf dat moment mogen de kosten worden geboekt bij het grondbedrijf, omdat ze dan direct te maken hebben met de ontwikkeling van die specifieke locatie. Vraag 28 1.2. Groeiopgave. Zolang kruispunt Bos niet aangepakt is, zijn er verkeersproblemen. Door de ambitie van het college om meer te bouwen dan de lokale behoefte en deze uitbreiding te projecten in Raalte Noord zullen de verkeersproblemen nog verder toenemen. Heeft het college een analyse en een oplossing van de (toenemende) verkeersproblemen? Antwoord Het college voert, mede om deze redenen, een verkeersonderzoek uit naar de effecten van de groeiopgave voor onze infrastructuur. 19 november worden de uitkomsten van het verkeersonderzoek met de gemeenteraad in een Rond de Tafel gedeeld. Vraag 29 1.3. Vervolgaanpak buitengebied: € 160.000,- en € 180.000,-.

Is bij deze bedragen ook rekening gehouden met capaciteit/ budget voor het oplossen van de problematiek van woningsplitsing in het buitengebied?

9

Antwoord Nee, niet specifiek. De middelen zoals die voor 2026 begroot zijn worden ingezet om te komen tot richtinggevende keuzes voor het buitengebied, wat het vervolg is van de gebiedsperspectieven die we opstellen. En de middelen worden ingezet voor maatregelen en instrumentarium die daaruit voortvloeien zoals beleidsontwikkeling, het faciliteren van initiatieven uit de samenleving en de samenwerking met partners in het buitengebied. Afhankelijk van de uitkomsten van het participatieproces geven we hier nadere invulling aan. Programma 2. Integraal beheer Openbare Ruimte Vraag 30 2.1. Implementatie organisatieplan maatschappelijk vastgoed € 55.000, -. Waarom kan dit niet binnen de huidige formatie gedaan worden? Antwoord Het zijn werkzaamheden die boven het reguliere werk uitgevoerd moeten worden. Daarnaast is de kennis die nodig is om de basis voor een organisatie van het beheer van het maatschappelijk vastgoed neer te zetten niet in huis, waardoor we genoodzaakt zijn hierop in te huren. Programma 3. Onderwijs, werk en inkomen Vraag 31

3.1. Statushouders/uitkeringen Op blz. 61 staat geschreven dat door toename van het aantal statushouders o.a. de druk op de uitkeringen groter wordt. Als we dan kijken op blz. 64 bij 4.3.7. Wat mag het kosten? Zien wij in plaats van een stijging van de inkomensregelingen (6.3) een lichte daling van de inkomensregelingen. Graag een verklaring hieromtrent. Antwoord De kosten voor sociale uitkeringen zijn in 2025 toegenomen mede door de instroom van statushouders die een sociale uitkering ontvangen. Vanaf 2026 en verder zetten we in om de kosten van sociale uitkeringen te doen afnemen door extra inzet op re-integratie en hiermee zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden te begeleiden naar werk en daarmee de kosten van sociaal uitkeringen te verlagen. Dit zie je terug in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 op blz. 64. Programma 4. Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Vraag32 4.1. Maatschappelijke ondersteuning In de voortgangsrapportage Grip op Sociaal Domein van juni 2025, wordt niet gesproken over het implementatieplan met daarbij een uitvoeringscapaciteit van 4,15 fte (blz. 71). Waar is het aantal van 4,15 fte op gebaseerd en wat gaan zij doen? Antwoord Het aantal fte is gebaseerd op de in het rapport Berenschot uitgewerkte besparingsmaatregelen die ook extra ambtelijke capaciteit vergen.

Het betreft: - Projectleiding - Meer sturing op clientdoelen Wmo - Herbeoordeling van meervoudige complexe casussen bij Wmo, jeugd en participatie - Het vergroten van de inzet op casusregie - Het vergroten van juridische kennis bij de consulenten jeugd

10

Vraag 33 4.2. Toekomstbestendig CJG, jaarlijks € 250.000,- extra Wat levert deze investering concreet aan besparing op? Antwoord De afgelopen jaren zijn er incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het CJG. De raad heeft in december 2024 besloten het huidige CJG structureel te financieren. In de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 is voor de jaren 2026 en 2027 nog een eenmalig bedrag geraamd van € 250.000. Daarnaast is voor de jaren 2026 en 2027 een structureel bedrag geraamd van € 250.000 oplopend naar structureel € 500.000 vanaf 2028. Hiermee is het huidige CJG vanaf het jaar 2028 structureel gedekt. Dit om de huidige capaciteit (14,22 FTE) van het CJG te kunnen continueren. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het rapport van Kokx DeVoogd ‘een toekomstbestendig CJG Raalte’ en van het rapport van Berenschot ‘zicht op het verbeter- en besparingspotentieel’. Het toekomstbestendig maken van het CJG is een randvoorwaarde om de besparing van € 0,5 miljoen in 2025 oplopend naar € 1,75 miljoen structureel vanaf 2027 te kunnen realiseren. Zie voor een nadere inhoudelijke toelichting ook blz. 70 en 71 van de programmabegroting 2026. Programma 5. Duurzaamheid, energie en warmte transitie. Vraag 34 5.1. Doelstellingen. o In 2030 wekken we 100GWh hernieuwbare energie op; o In 2030 willen we het aardgasverbruik teruggebracht hebben tot 15 miljoen m3 per jaar. a.

Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. bovenstaande ambitie? Antwoord Op dit moment wekken wij +/- 93 GWh uur aan energie op. Dit kun je onderverdelen in 36,4 GWh zon op land en 56,2 GWh zon op dak. De afgelopen maanden is de opwek sterk gestegen doordat het zonnepark aan de Kanaaldijk-zuid en het zonnepark Rekoplas gereed zijn. Het aardgasverbruik van de gebouwde omgeving was in 2023 21 miljoen m3 (bron: regionale klimaatmonitor) b. Welke concrete stappen worden in de komende jaren genomen om de ambitie te bereiken? Antwoord In het overkoepelend beleidsplan duurzaamheid staat in actielijnen uitgewerkt waar de komende jaren aan wordt gewerkt. Samenvattend en specifiek voor genoemde doelstellingen; Opwek: - Los van nieuwe actielijnen wordt er gewerkt aan het realiseren van grote zon-op-land projecten in de pijplijn; - Om de (autonome) groei van zon-op-dak te ondersteunen onderzoeken we hoe we op wijkniveau de opgewekte energie efficiënt kunnen benutten. - De potentie van biogasproductie wordt onderzocht en het beleid voor kleine vergistingsinstallaties wordt, indien nodig, geactualiseerd.

Aardgasverbruik gebouwde omgeving: - Er wordt ingezet op het isoleren van slecht geïsoleerde koopwoningen door middel van een subsidieregeling; - Onder (uitbreiding van) ‘warm voor elkaar’ wordt verder gewerkt aan energiebesparende maatregelen bij minder koopkrachtige huishoudens; - Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed wordt verduurzaamd waarbij gebouwen in 2027 minimaal een energielabel C moeten hebben. - In het warmteprogramma wat momenteel wordt opgesteld wordt gekeken welke concrete stappen aanvullend nodig zijn. 11

c. Wat zijn de gevolgen voor onze inwoners van deze ambitie, in de portemonnee of anderszins? Antwoord In de openbare ruimte wordt er de komende jaren hard gewerkt aan het realiseren van de energietransitie. Zo worden er om aan de vraag en aanbod van elektriciteit te kunnen blijven voldoen transformatorhuisjes en grotere verdeelstations gebouwd en meer kabels gelegd. Om duurzame energie op te wekken wordt er momenteel gewerkt aan zonneparken die zichtbaar zijn in onze omgeving. Daarnaast kunnen er in het buitengebied op termijn meer vergistingsinstallaties en andere nodige installaties voor de ontwikkeling van groengas komen. We hebben rijksmiddelen beschikbaar gekregen om een isolatiesubsidie te introduceren. Inwoners die hier gebruik van gaan maken kunnen rekenen op een (forse) tegemoetkoming in de kosten om te isoleren wat leidt tot een lagere energierekening. Voor minder koopkrachtige huishoudens komt een aanvullende subsidie beschikbaar om te isoleren. Daarnaast wordt er voor deze doelgroep een witgoedregeling opgesteld. Door in te zetten op het isoleren en besparen van energieverbruik zorgen we ervoor dat de energierekening betaalbaar blijft voor onze inwoners. Door bovenstaande subsidies willen we inwoners zo veel als mogelijk ondersteunen bij het doen van deze investeringen.

Programma 6. Economie Vraag 35 6.1. Kwaliteitsimpuls Centrum Raalte voor € 900.000,-. Wordt er naast Heino ook geïnvesteerd in andere buurtdorpen? Antwoord De investering van € 900.000,- is specifiek bestemd voor de kwaliteitsimpuls van het centrum van Raalte, omdat het centrum van Raalte een belangrijke regionale, economische en sociale functie heeft voor Raalte en alle omliggende buurtdorpen. Heino staat bekend als een ‘boodschappendorp’ en voor beperkt deel ‘niet-dagelijkse boodschappen’. Om dit te behouden en te versterken investeren we samen met de ondernemers en inwoners in het project centrumvisie Heino. De overige buurtdorpen hebben geen of beperkte specifieke economische centrumfunctie. Economische kwaliteitsinvesteringen vinden hier naar behoefte plaats. Programma 7. Sport, cultuur en maatschappelijk vastgoed Vraag 36 7.1. Voortzetting doelgroepgerichte inzet combinatiefunctionarissen, extra bedrag vanaf 2027 afgerond € 300.000,-. a. Is gemeten wat het effect is van de huidige inzet van de combinatiefunctionarissen en specifiek, wat is het effect voor de buurtdorpen? Antwoord De inzet van buurtsportcoaches is een essentieel beleidsinstrument om te voorkomen dat het aantal inwoners dat voldoet aan de sport- en beweegnorm afneemt.

Dankzij hun gerichte, data-gestuurde inzet per doelgroep, wijk en dorp blijven de cijfers nu voor alle kernen stabiel, ondanks maatschappelijke trends die juist tot een daling zouden leiden zoals vergrijzing, ongezondere leefstijl, minder motorisch vaardige jeugd. Daarnaast draagt hun werk kwalitatief bij aan de ervaren gezondheid en vitaliteit van inwoners. Dit is ook toegelicht in de presentatie van het Sportbedrijf aan de raad op 12 juni. De Verenigingsadviseur zoekt de sportverenigingen in de buurtdorpen actief op en ondersteunt bij hun vragen en behoeften. De verenigingsadviseur organiseert jaarlijks per dorp een bijeenkomst voor de sportaanbieders. Zo 12

blijven verenigingen vitaal en wordt de samenwerking tussen lokale sportaanbieders versterkt. b. Is concreet in beeld wat het effect moet zijn van uitbreiding? Antwoord Er is geen sprake van uitbreiding. Het voorstel is de bestaande inzet van buurtsportcoaches niet meer met incidentele middelen te dekken, maar structureel. Dit past bij bestaand beleid en de meerjarige doelen op het gebied van gezondheid, leefstijl en het Sportakkoord, die we met hun inzet willen bereiken. Vraag 37 7.2. Geactualiseerde IHP. Is er een indicatie te geven van de financiële effecten? Antwoord Het geactualiseerde IHP wordt nog ter vaststelling voorgelegd aan de raad en dan zijn de financiële effecten volledig bekend. Wel kan alvast worden aangegeven dat de investeringsopgave significant is. Zoals aangegeven tijdens de Ronde Tafel van 2 oktober wordt er uitgegaan van de Ruimte OK norm, met een 5% bijdrage van de schoolbesturen. De Ruimte OK norm is hoger dan het wettelijk minimum, waarvan uitgegaan wordt in het vigerende IHP. Vraag 38 7.3. Sportbedrijf Kan concreet aangegeven worden wat de beoogde beleidseffecten zijn? Antwoord Zie antwoord op vraag 36 a.

Met onze tweeledige maatschappelijke opdracht aan het Sportbedrijf (beheer en exploitatie gemeentelijke sportvoorzieningen en inzet buurtsportcoaches) zetten we ons ervoor in, dat het aantal inwoners dat voldoende sport en/of beweegt minimaal behouden blijft. Omdat we voldoende sporten en bewegen als een must voor een gezonde leefstijl van onze inwoners zien. Vraag 39 7.4. klokuurvergoeding bewegingsonderwijs. a. wat zijn de kosten van het ingehuurde externe bureau? Antwoord Het externe bureau ondersteunt de gemeente tijdelijk op het beleidsterrein onderwijs(huisvesting). Binnen deze ondersteuning heeft zij onze toepassing van de regelingen en berekeningen met betrekking tot de klokuurvergoeding getoetst. De kosten van dit specifieke onderdeel zijn niet afzonderlijk inzichtelijk, omdat het niet ging om een aparte opdracht. b. kunnen de eerste conclusies van het bureau gedeeld worden? Antwoord Het bureau geeft aan dat onze aanpak, de vergoedingen en de jaarlijkse indexatie in lijn zijn met de wet- en regelgeving. De organisaties die eigenaar en/of exploitant zijn van de sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs ontvangen een klokuurvergoeding. De vergoeding is in het verleden bepaald door het rijk, gebaseerd op een maximale bezetting van 26 klokuren. De link tussen de werkelijke kosten en de vergoeding is verdwenen.

Hoe lager het aantal klokuren voor bewegingsonderwijs, hoe lager de vergoeding. De klokuurvergoeding is niet toereikend voor de lopende exploitatie en voor bijv. vernieuwing en verduurzaming. In het verleden is afgesproken dat de accommodatie buiten de uren van het bewegingsonderwijs anders in te zetten is. Aanvullend op het aantal uren bewegingsonderwijs moet de eigenaar/exploitant de resterende exploitatiekosten opvangen via medegebruik, verhuur of op een andere manier. Wij hebben de stichtingsbesturen 13

in juli 2025 geïnformeerd over de uitkomsten. Eind oktober heeft er een vervolggesprek met de stichtingen plaatsgevonden (zie onderstaand c.). c. wanneer komt het college met een definitieve oplossing? Antwoord In de conceptbegroting 2026 wordt voorgesteld eenmalig een totaalbedrag van € 100.000 beschikbaar te stellen voor de stichtingen aanvullend op de klokuurvergoeding. Eind oktober vond een vervolggesprek met de stichtingen plaats over verdeling van het totaalbedrag (onder voorbehoud van instemming raad). Dit voorstel is positief ontvangen. Vraag 40 7.5. Gebreken gebouw Tijenraan € 120.000,Al eerder is er geld beschikbaar gesteld om een aantal gebreken op te lossen. Nu wordt opnieuw een bedrag gevraagd van € 120.000,--. a. Hoeveel hebben nu de gebreken in totaal gekost? Antwoord Er worden jaarlijks middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoud van Tijenraan. In de jaren 2021-2024 zijn er geen aanvullende middelen gevraagd voor het oplossen van de gebreken in Tijenraan. Onderstaand is er wel aan aanvullende kosten verantwoord: - In 2021 is er voor €80.000 aan kosten gemaakt wegens waterschade die niet vergoed werd door de verzekeraar. - In 2022 is er structureel €18.000 aanvullend beschikbaar gesteld, omdat het onderhoudsbudget niet toereikend was. b. Dekking uit reserve onderhoud gebouw Tijenraan.

Is in de opbouw van de reserve hiermee rekening gehouden? Antwoord De reserve is een egalisatiereserve, jaarlijks vindt er een gelijkblijvende dotatie plaats. In de opbouw van de reserve is rekening gehouden met jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden. Periodiek wordt beoordeeld of de jaarlijkse toevoeging aan de reserve voldoende is om de toekomstige onderhoudslasten te dekken. Op basis van de nu beschikbare informatie is de verwachting is dat er voldoende middelen aanwezig zijn om het onderhoud uit te voeren. Vraag 41 7.6. Sportmaterialen Athletics Skills model voor bewegingsonderwijs (eenmalig € 130.000,-) en regeling topsport en talentontwikkeling, jaarlijks € 100.000,-) a. In hoeverre zijn deze voorstellen met de bijbehorende bedragen afgestemd met en gedragen door het kernteam Sport? Antwoord Het kernteam Sportakkoord is op de hoogte van deze voorstellen en staat hier positief in. Met het investeren in Athletic Skills sportmaterialen voor het bewegingsonderwijs sluiten we aan bij de hoofdambitie van het kernteam in het Sportakkoord II om - in het bijzonder kinderen - veelzijdig te laten bewegen om daarmee de achteruitgang in de motorische ontwikkeling tegen te gaan.

14

b. Eenmalige aanschaf. Wie gaat op termijn de vervanging betalen? Antwoord Onderhoud en vervanging materialen is onderdeel van de jaarlijkse begroting van de verschillende sportaccommodaties. Vraag 42 7.7. Verbouwing publieksbalie voor € 100.000,-. Met welke afschrijvingstermijn is gerekend en wat is het voordeel van deze investering voor de inwoners? Antwoord De sobere en doelmatige investering in de verbouwing van de publieksbalie wordt deels in 10 jaar en deels in 20 jaar afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn toegepast conform de vastgestelde nota afschrijvingsbeleid. Pas wanneer definitief besloten is in welk jaar het gemeentehuis vervreemd wordt, kan er afgeweken worden van de nota afschrijvingsbeleid. Uiteraard wordt er bij elke investering in het gemeentehuis beoordeeld of het noodzakelijk is en past binnen het toekomstperspectief. De investering in de publieksbalie is noodzakelijk uit veiligheids- en gezondheidsredenen en komen voort uit de uitgevoerde Risico-inventarisatie en evaluatie. Dankzij deze verbouwing ontstaat er een betere zichtlijn voor bezoekers, komt er een balie die toegankelijk is voor mindervaliden, en wordt er een afgesloten spreekruimte gerealiseerd voor meer privacy. Ook wordt de publieksruimte prettiger ingericht en is er meer ruimte voor ondersteuning bij (aan)vragen.

De gehandicaptenadviesraad is actief betrokken geweest bij het ontwerp, zodat de publiekshal en balie voor iedereen goed toegankelijk is. 7.8. Verduurzaming van technische installaties gemeentehuis voor € 440.000,-. Met welke afschrijvingstermijn is gerekend en waarom de keuze om deze investering te doen omdat de investering niet rendabel is? Antwoord De componentenmethode is toegepast, per onderdeel zijn er verschillende termijnen gehanteerd. Deels 10 jaar en deels 20 jaar. De afschrijvingstermijnen zijn toegepast conform de vastgestelde nota afschrijvingsbeleid. Pas wanneer definitief besloten is in welk jaar het gemeentehuis vervreemd wordt, kan er afgeweken worden van de nota afschrijvingsbeleid. Uiteraard wordt er bij elke investering in het gemeentehuis beoordeeld of het noodzakelijk is en past binnen het toekomstperspectief. De investering is noodzakelijk voor instandhouding (zonder maatregelen vallen er mogelijk installaties uit) en om te voldoen aan wettelijke verplichtingen op het gebied van duurzaamheid.

Programma 8. Openbare orde en veiligheid Vraag 43 8.1. aandacht voor femicide, geweld tegen vrouwen en meisjes en onveilig gevoel bij vrouwen en meisjes. We missen specifieke aandacht voor dit onderwerp in dit hoofdstuk. Wat gaat het college doen in 2026? Antwoord Gemeenten spelen een belangrijke rol in het voorkomen van femicide en het verminderen van onveiligheidsgevoelens bij vrouwen en meisjes. Dit is niet onder programma 8 te vinden, maar onder programma 4.4: maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. We werken aan een sterk Veilig Thuis IJsselland dat nauw samenwerkt met het Centrum voor Jeugd en Gezin en maatschappelijk werk, zodat casussen waarin huiselijk geweld, kindermishandeling of ouderenmishandeling speelt, zo snel mogelijk en zoveel mogelijk lokaal worden opgepakt en wachtlijsten worden voorkomen. Het implementeren van de nieuwe regiovisie, het concretiseren en het verder uitvoeren van de uitgangspunten van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zijn voor 2026 belangrijke aandachtspunten. Daarnaast steunen we jaarlijks de campagne van Orange de World voor een brede bewustwording en aandacht voor dit thema bij alle inwoners. 15

Programma 9 Bestuur en dienstverlening Vraag 44 9.1 Hoe wordt gemeten of de gemeente daadwerkelijk "een open en herkenbare overheid" is geworden in 2026? (Is hier een concrete meetlat voor of KPI's? Bijvoorbeeld vanuit waar staat je gemeente? Antwoord Met een open en herkenbare overheid bedoelen we het voornemen dat gemeente Raalte dichtbij inwoners wil staan: we zijn benaderbaar, dienstverlenend en communiceren tijdig en duidelijk. Deze wens, om in 2026 een open en herkenbare overheid te zijn, staat bovenaan in programma 9 benoemd. Dit wordt vervolgens onderbouwd met diverse ambities en daaronder beschreven acties. Het slagen van deze acties zijn belangrijke maatstaven om te kunnen toetsen of we ons voornemen om een open en herkenbare overheid aan het realiseren zijn. Vraag 45 9.2 Hoe wordt geborgd dat het 'ja, mits'-principe op de initiatieftafel niet leidt tot willekeur of ongelijkheid tussen dorpen/wijken? Antwoord Op dit moment wordt gewerkt aan de opzet van de initiatieftafel. Wel staat vast dat de Scan Wijken en Dorpen en het koersdocument Wijken en Dorpen leidend zullen zijn bij de beoordeling van initiatieven. Dit kan betekenen dat er meer ambtelijke capaciteit beschikbaar komt voor een wijk die laag scoort in de scan dan voor een dorp dat op alle punten goed scoort. Dit sluit echter niet uit dat we ook voor dat dorp blijven kijken naar passende ondersteuning.

Vraag 46 Welke risico's zijn er verbonden aan het teruggeven van overgebleven middelen uit het programma Dienstverlening, terwijl er in 2026 weer investeringen worden gedaan? Antwoord Omdat dienstverlening nu structureel in de lijn is ondergebracht, verwachten we geen risico’s. Ook voorzien we de komende jaren geen substantiële investeringen op dit vlak. Wel is er budget beschikbaar gesteld voor gerichte activiteiten, zoals het herijken van de visie op dienstverlening, de initiatieven vanuit ‘De Bende’ en het bevorderen van kennisdeling. Vraag 47 9.3 Wordt er al geëvalueerd hoe effectief de verbinders zijn per wijk/dorp op basis van de wijk- en dorpenmonitor? Zo ja, kunnen we die resultaten inzien? Zo nee, wanneer wordt dat verwacht? Antwoord De Scan Wijken en Dorpen geeft inzicht in hoe de verschillende delen van Raalte ervoor staan, op basis van objectieve indicatoren uit het fysieke en sociale domein. De scan monitort echter niet specifiek de inzet van de verbinders. Hun inzet is één van de factoren die invloed hebben op een wijk of dorp, maar deze is via de scan niet direct te herleiden. In het implementatieplan van het koersdocument Wijken en Dorpen, dat momenteel wordt opgesteld, wordt de rol en inzet van de gemeente en de verbinders uitgewerkt op basis van de specifieke behoeften per wijk of dorp.

De effectiviteit van de totaalaanpak wordt gemonitord via de tweejaarlijkse scan. Vraag 48 9.4 In hoeverre krijgen inwoners daadwerkelijk het 'uitdaagrecht'? Wordt dit actief gecommuniceerd en ondersteund, of blijft het vooral een theoretisch recht?

16

Antwoord Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereidingen voor de participatieverordening, waarvan het uitdaagrecht een onderdeel vormt. In 2026 bepaalt de gemeenteraad hoe dit recht vorm krijgt. Op basis daarvan wordt uitgewerkt hoe inwoners actief worden ondersteund en geïnformeerd over hun mogelijkheden. Vraag 49 9.5. Hoe wordt de effectiviteit van de nieuwe participatieverordening gemeten, en wat gebeurt er als participatie onvoldoende blijkt? Antwoord De participatieverordening vervangt de inspraakverordening en biedt inwoners en belanghebbenden ruimte om mee te denken, praten en doen bij beleid. De gemeenteraad beoordeelt bij gemeentelijke besluiten of participatie voldoende is geweest. Bij onvoldoende participatie kan de raad besluiten het proces aan te passen of te heroverwegen. Bij initiatieven van derden kan de gemeente wel participatie eisen, maar niet bepalen hoe deze wordt vormgegeven. Vraag 50 9.6 Welke garanties zijn er dat de digitale toegankelijkheid in 2026 daadwerkelijk op orde is voor alle inwoners, inclusief laaggeletterden en digibeten? Antwoord De gemeente Raalte wil dat alle inwoners gebruik kunnen maken van onze digitale diensten, ook mensen met een beperking, laaggeletterden en inwoners die minder digitaal vaardig zijn. We kunnen niet garanderen dat dit in 2026 volledig op orde is, maar we werken daar wel planmatig naartoe.

De voortgang is geborgd via een actieplan 2025–2026, periodieke onafhankelijke toetsen (waaronder een nieuwe toegankelijkheidstoets voor www.raalte.nl in 2026), afspraken met leveranciers en samenwerking met partners zoals de bibliotheek. Ook blijft fysieke dienstverlening beschikbaar voor inwoners die niet digitaal geholpen kunnen worden. Zo bieden we de garantie dat digitale toegankelijkheid structureel aandacht krijgt en blijvend onderdeel is van onze dienstverlening. Vraag 51 9.7 Welke concrete verbeterpunten zijn er uit het 'Waar staat je gemeente'-onderzoek 2025 gekomen die invloed hebben op deze begroting? Antwoord De resultaten van het onderzoek ‘Waar staat je gemeente’ worden deze maand gedeeld met de verschillende domeinen, met het verzoek om hier actief mee aan de slag te gaan. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 waren de uitkomsten van het onderzoek nog niet bekend. Op dit moment verwachten we geen financiële gevolgen voor de begroting 2026 als gevolg van dit onderzoek.

Vraag 52 9.8 Hoe wordt voorkomen dat de aanschaf van nieuwe klantgeleidingssystemen slechts leidt tot technologische vernieuwing zonder daadwerkelijke verbetering van dienstverlening aan balie? Antwoord De nieuwe software maakt het mogelijk om inwoners sneller, persoonlijker en efficiënter te helpen – via slimme afsprakenplanning, veilige dienstverlening en betere inzet van medewerkers. Dit leidt tot kortere wachttijden en hogere klanttevredenheid. Vraag 53 9.9 Waarom wordt er gekozen voor een eigen applicatie voor procesgericht werken i.p.v. gezamenlijke ontwikkeling binnen DOWR, terwijl samenwerking wel wordt genoemd?

17

Antwoord De applicaties die de gemeente Raalte nodig heeft, schaft zij aan samen met de DOWR-partners. Gezamenlijke aanbesteding van software is namelijk één van de uitgangspunten van onze DOWR-samenwerking. Dat geldt dus ook voor deze applicatie. De mate waarin de DOWR-gemeenten de focus leggen op procesgericht werken verschilt. Dit betekent dat de wijze waarop en de mate waarin de applicatie gebruikt gaat worden hoogstwaarschijnlijk ook gaat verschillen. Vraag 54 9.10 Wat zijn gevolgen als ID-scanners niet tijdig worden aangeschaft? Zijn er al concrete gevallen van identiteitsfraude geweest in Raalte? Antwoord Er zijn nog geen concrete gevallen van identiteitsfraude gemeld in Raalte. Wel zien we een landelijke trend dat deze criminaliteit zich verplaatst naar plattelandsgemeenten. Daarom nemen we maatregelen om de risico’s op identiteitsfraude te beperken. Naast het goed opleiden van onze medewerkers is het belangrijk dat de medewerkers worden ondersteund door ID scanners zodat zij identiteitsfraude sneller kunnen herkennen en voorkomen.

Zijn geschatte jaarlijkse kosten voor ID-scanners ook meegenomen in toekomstige vervangingsinvesteringen (levensduur / onderhoud)? Antwoord Ja, er is rekening gehouden met de jaarlijkse kosten.

Vraag 55 9.11 Wat is plan om hoogste opkomstpercentage van Overijssel te behalen? Welke interventies zijn voorzien en op welke doelgroepen wordt gemikt (jongeren, lage opkomst-wijken)? Antwoord De gemeenteraadsverkiezingen zijn hét moment om inwoners te betrekken en deel te laten nemen aan de lokale politiek. Door middel van een campagne worden inwoners geïnformeerd en geactiveerd. De boodschap wordt via verschillende offline en online middelen verspreid. Een belangrijk onderdeel is het gebruik van een stemhulp. Zo worden inwoners geholpen bij het maken van een keuze en is de kans groter dat ze hun stem laten horen. De campagne richt zich op alle stemgerechtigde inwoners van de gemeente. Er is extra aandacht voor nieuwe inwoners en mensen die voor het eerst mogen stemmen. Beide doelgroepen ontvangen een persoonlijke kaart. Daarnaast worden middelen die stemmen toegankelijker maken, zoals de verkiezingskrant in begrijpelijke taal en een tolk op afstand, onder de aandacht gebracht. Het campagneplan is toegelicht tijdens de agendacommissie van 6 oktober. Vraag 56 9.12 Hoe wordt effect van jaarlijkse €45.000 voor raadscommunicatie gemeten? Leidt dit aantoonbaar tot meer betrokkenheid, of is het vooral zenden? Antwoord Het doel van raadscommunicatie is het zichtbaar maken van de gemeenteraad bij inwoners van onze gemeente.

Daarbij is het belangrijk dat inwoners weten wat de gemeenteraad doet en hoe ze mee kunnen denken. De gemeentepolitiek heeft een gezicht gekregen door het vertellen van verhalen van raadsleden. Online zorgden deze verhalen voor een bereik van meer dan 75.000 views. De websitepagina’s gerelateerd aan de gemeenteraad zijn meer dan 13.500 keer weergegeven. Een online campagne rondom de cursus ‘Kennismaken met de gemeentepolitiek’ bereikte meer dan 43.500 mensen en leverde 22 aanmeldingen op. Bijna het dubbele aantal

18

aanmeldingen in vergelijking met een vorige cursus. Naast online worden ook offline middelen ingezet. Bijvoorbeeld de gemeentepagina in het Weekblad voor Salland met een oplage van 29.500. In overleg met de werkgroep raadscommunicatie wordt gewerkt aan verschillende vervolgacties die inwoners en raadsleden met elkaar verbinden. Denk bijvoorbeeld aan de organisatie van ‘Eet met de Raad’, het verkennen van de mogelijkheden voor een jongerenraad en het ontwikkelen van een (les)programma voor basisscholen. Ook het betrekken van inwoners bij de lokale politiek tijdens de gemeenteraadsverkiezingen is een onderdeel. Vraag 57 9.13 Waarom nemen lasten bij 'Bestuur' en 'Burgerzaken' juist af na 2026, terwijl er nieuwe structurele investeringen plaatsvinden (zoals ID-scanners, procesapplicatie, klantgeleiding)? Antwoord Dat heeft te maken met incidentele budgetten die maar voor 1 tot 4 jaar in de begroting staan en dus aflopen. Voorbeelden hiervan zijn budget voor ‘de 5 wetten’, Fractievolgers, Raadscommunicatie en gemeenteraadsverkiezingen. Daarnaast nemen de lasten afdracht leges Rijk af omdat wij minder reisdocumenten verwachten te verstrekken vanaf 2028. Daar staat tegenover dat er ook minder leges baten reisdocumenten zijn.

Vraag 58 9.14 Wat betekent aflopende programma Dienstverlening voor toekomstige beleidsruimte? Gaat dienstverlening als thema voldoende geborgd blijven zonder apart programma? Antwoord Dienstverlening is de kern van ons dagelijks handelen en één van de pijlers in het coalitieakkoord. Daarom is bewust gekozen om deze verantwoordelijkheid in de lijn te beleggen, via de functie van ontwikkelaar dienstverlening, en niet langer in een programma. De focus ligt op het verankeren van dienstverlening binnen bestaande processen en overlegstructuren. Dienstverlening is geen extra taak, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijkse werk. Vraag 59 9.15 In hoeverre is samenwerking met Deventer en Olst-Wijhe bij andere aanbestedingen dan ID-scanners en klantgeleidingssoftware? Zijn daar kostenvoordelen behaald? Antwoord Gezamenlijke aanbesteding van software is vanaf het begin één van de uitgangspunten van onze DOWRsamenwerking opdat we voordelen behalen bij zowel aanschaf als beheer van de software.

19

Paragraaf 5. Bedrijfsvoering. Vraag 60

5.1. Omvang en uitbreiding formatie a.

Er worden diverse voorstellen gedaan voor uitbreiding van de formatie. Graag een beknopt overzicht van de extra gevraagde formatie en de kosten hiervan.

Antwoord Hieronder een overzicht van de extra aangevraagde structurele formatie en de kosten. Fte

Bedrag(exclusief overhead) Omschrijving € 99.000 Subsidie adviseur (0,67 fte) en subsidie beheerder (0,4 fte) Formatie-uitbreiding leidinggevende functies, concerncontrol en continuering € 325.000 versterking op bestuurs- en management ondersteuning € 206.404 Formatieuitbreiding riolering (budgetneutrale mutaties) Raadsbesluit toekomstbestendig Centrum voor Jeugd en Gezin (medewerkers € 1.106.000 CJG in gemeentelijke dienst) Voortzetting doelgroepgerichte inzet Combinatiefunctionarissen 2026-2029, 4,25 fte Ondersteuning Vitale aanbieders en drie doelgroepen verstevigen € 382.500 sociale basis.

1,07 2,5 2 11,59 4,25

21,4

b.

€

2.118.904

Graag een overzicht van de totale formatie per 1 januari 2023 (eerste begroting huidig college) en de totale formatie zoals opgenomen in meerjarenbegroting 2026 inclusief de gevraagde uitbreiding.

Antwoord Het totale loonsomkader bij de begroting 2023 was € 19,2 miljoen (228 fte) en bij de begroting 2026 is dit € 27,9 miljoen (284 fte). Inclusief de extra gevraagde formatie is dit 30 miljoen (305,4 fte). Vraag 61

5.2. Arbeidsvoorwaarden/ reiskostenregeling € 175.000,- structureel Wat is de gemeente hierin minimaal verplicht en welk bedrag is gemoeid met de minimale verplichting? In hoeverre wordt de gemeente hierin gecompenseerd? Antwoord a. Volgens artikel 3.22 van de Cao Gemeenten wordt lokaal bepaald voor welke vervoersmiddelen een reiskostenvergoeding wordt toegekend. Ook het verstrekken van een OV-abonnement is een vorm van reiskostenvergoeding. Er is geen minimale verplichting vastgesteld, behalve het feit dat de huidige regeling waarbij een medewerker de reiskosten voor het woon-werkverkeer kan uitruilen met het opgebouwde IKB niet meer voldoende is. Aangezien er geen minimale verplichting is vastgesteld, kunnen we niet aangeven welk bedrag hiermee gemoeid zou zijn. b. Er is geen compensatie.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=16db2995-8fce-4017-b38f-7e7a18ae59c8