CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen begroting 2025 en MJR 2026-2028

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 20286.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum

24 oktober 2024

Aan

De leden van de raad

Kopie aan Van

College van Burgemeester en wethouders van Raalte

Informant

Jannie Lozeman 06-1276 6991

Onderwerp

Beantwoording technische vragen begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028

Inleiding Onderstaand treft u de beantwoording aan van de gestelde technische vragen begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Technische vragen van het CDA, genummerd van 1 t/m 3 Vraag 1 Blz. 30 Brandweerkazerne Heino. Daar wordt de reeds begrote huuropbrengst Heino van € 33.000 benoemd. Welke huuropbrengst is dit? Voor de brandweer Heino wordt nu een tijdelijke locatie gehuurd. Waar vinden we de kosten hiervan terug in de begroting? Antwoord De € 33.000 die hier benoemd is zijn de begrote huuropbrengsten voor de gemeente. De Veiligheidsregio IJsselland betaalde deze huur aan de gemeente. Doordat de Veiligheidsregio nu op een tijdelijke locatie zit (en het pand dus niet meer huurt) zijn de huuropbrengsten voor gebruik van de huidige brandweerkazerne komen te vervallen. Zie zomernota. De huur van de tijdelijke locatie waar de brandweer Heino nu gevestigd is, is niet opgenomen in de begroting. De Veiligheidsregio betaalt de huur aan de verhuurder van het pand.

Vraag 2 Blz. 63 en 70 De post Samenkracht en burgerparticipatie in programma 4 Op blz. 63 bij 6.1 staat een lasten-post en een baten-post. Wat zijn de uitgaven en inkomsten? Idem op blz. 70 en 71. We hebben bijlage B1 erbij gepakt. Maar we kunnen de bedragen op blz. 70 en 71 niet 1 op 1 achterhalen. Kunnen we meer toelichting op deze posten krijgen?

Antwoord: Programma 3

Programma 3

baten

Nieuwe wet inburgering

899.000

Rijksbijdrage inburgering

797.000

Kinderopvang

245.000

leges kindervang

7.000

Doorbelaste ambtelijke uren

110.000 Totaal taakveld 6.1

804.000

Programma 4

baten

Totaal taakveld 6.1

Programma 4

Lasten

1.254.000

Lasten

Zorg- en hulpverlening

803.000

Adviesraad Sociaal

37.000

Vrijwilligersbeleid

168.000

Zelfstandig thuis wonen

183.000

Mantelzorgondersteuning

548.000

Jeugdregio

128.000

Sociaal cultureel werk

583.000

Collectief vervoer Wmo

641.000

GALA sociale basis

137.000

Doorbelaste ambtelijke uren

683.000

Totaal taakveld 6.1

3.911.000

Rijksbijdrage GALA sociale basis

137.000

Totaal taakveld 6.1

137.000

3. Blz. 93 Programma 4 - Overzicht 4.7.7. Wat mag het kosten? Wij begrijpen de trendbreuk in de cijfers niet bij: - 0.3 Gebouwen: het cijfer van begroting 2025 laat een heel ander cijfer zien dan 2024 en ook 2026 en verder; - 5.2 Sportaccommodaties: het getal van 2024 is afwijkend ten opzichte van 2023 en 2025 en verder. Antwoord Het verschil bij 0.3 Gebouwen wordt verklaard door verschil in de jaarschijf onderhoud gemeentelijke welzijnsgebouwen. Voor het jaar 2025 is namelijk meer onderhoud gepland, dat uit de reserve “onderhoud gemeentelijke gebouwen” gefinancierd wordt. Wat betreft het “afwijkende getal” in 2024 bij 5.2. Sportaccommodaties wordt de verklaring gevonden in de eenmalige bijdrage voor de renovatie van de Sporthal Hoogerheyne. Deze bijdrage is geaccordeerd in de raadsvergadering van 14 maart 2024. Het gaat hier om een (maximale) eenmalige bijdrage van € 2.049.000. Technische vragen van Lokaal belang, genummerd van 4 t/m 10 Vraag 4 Op pagina 92 wordt gesproken over maatschappelijke instellingen. Wat bedoelt het college hiermee? Voor alle duidelijkheid: vallen hier sportverenigingen en MFA’s ook onder? Waarom wordt slechts de helft van de OZBaanslag gecompenseerd en niet het hele bedrag? Antwoord Met maatschappelijke instellingen worden vrijwilligersorganisaties bedoelt met een maatschappelijk belang.

Hieronder vallen sportverenigingen en ook de Multifunctionele accommodaties (MFA’s). Daarnaast zijn de 2

volgende type vrijwilligersorganisaties meegenomen: gemeenschapsgebouwen, Wijk/Buurtcentrum, zwembad, tennisbaan, clubhuis, bibliotheek, sporthal/sportzaal, sportterrein, recreatie/sportcentrum, manege, kantoor, opslag/distributie. Doormiddel van de tegemoetkoming van 50% wordt een blijk van waardering gegeven aan de vrijwilligersorganisaties die bijdragen aan het maatschappelijke belang van de Raalter samenleving. Wordt er gekozen voor het compenseren van de gehele OZB-aanslag dan worden de kosten voor de gemeente verdubbeld. Vraag 5 Op pagina 92 wordt voorgesteld een eenmalige storting van 400.000 euro over te maken aan het Sportbedrijf, zodat daarmee voldoende weerstandsvermogen kan worden opgebouwd. Moet dit bedrag worden gezien als een lening, die dient te worden terugbetaald? Welke andere (financiële) voorwaarden zijn er nog meer gesteld? Antwoord De exacte vorm en voorwaarden voor deze bijdrage moeten nog ingevuld worden, maar hierbij zal nauw aansluiting gezocht worden bij de reeds bestaande exploitatie-overeenkomst en de statuten van de BV. Het meest aannemelijk is om dit via uitgifte van aandelen te doen. De gemeente heeft al voor 550.000 aan geplaatst aandelenkapitaal en dit zal dan verhoogd worden naar 950.000. Van een lening kan geen sprake zijn, aangezien dit het weerstandsvermogen niet zal doen toenemen.

De lening moet immers als schuld worden opgenomen op de balans.

Vraag 6 Op pagina 12 wordt gesteld, dat de inflatie index in 2023 en 2024 is opgelopen tot 13 procent. Volgens de DNB komt de inflatie voor 2023 en 2024 in totaal uit op 6, 5 procent. Kan het college toelichten waarop dat percentage van 13 procent is gebaseerd? Antwoord De prijs- en inflatie index in onze begroting is gebaseerd op de cijfers van het CBS, CEP ramingen maart 2023 en maart 2024, ontwikkeling Bruto Binnenlands Product (BBP). Deze index wordt jaarlijks opgenomen in de begrotingsrichtlijnen met een herrekening over de afgelopen 3 jaar om begroting en werkelijkheid meerjarig zo dicht mogelijk bij elkaar te laten komen. Voor 2023 komen we hierbij uit op 5% en voor 2024 op 8%, totaal 13%.

Vraag 7 Op pagina 46 wordt voorgesteld om de dynamische investeringsreserve te laten doorgroeien naar 15 miljoen. Wanneer moet die reserve op dat plafond zitten? Welk bedrag wil het college jaarlijks bijtanken? Antwoord Doorgroei van de dynamische investeringsreserve van € 7,5 mln. naar € 15 mln. kan mogelijk gemaakt worden door uw raad bij het vaststellen van de jaarrekening voor te stellen (een deel van) het rekeningsaldo te bestemmen ten gunste van de dynamische investeringsreserve. Het doorgroeien naar het plafond van € 15 mln. zal daarom meerdere jaren in beslag nemen. Hoe groot dit deel is en in welk tempo is onder andere afhankelijk van het daadwerkelijk rekeningsaldo in de komende jaren en de ontwikkeling van de algemene bestemmingsreserve. Dit ook in combinatie met het beroep dat jaarlijks op de algemene bestemmingsreserve wordt gedaan vanuit de integrale afweging nieuw beleid bij de begroting. Vraag 8 Op pagina 9 wordt gesproken over het IHP en de noodzaak om de school in Broekland te vernieuwen. Zijn de destijds genoemde bedragen nog wel reëel? Is een herziening van het IHP wenselijk? Antwoord De in het IHP genoemde investeringsbedragen zijn indicaties, uitgaande van de destijds geldende normbedragen. Naarmate de renovatie of nieuwbouw later in de tijd is ingepland stijgen de kosten vaak.

Daarom is in het IHP aangegeven dat per project het bedrag geraamd wordt conform de dan geldende normen uit de 3

huisvestingsverordening. Dit is in het geval van de Gerardus Majella ook gebeurd. Mede vanwege dit kostenaspect is in het IHP aangegeven dat het plan eens in de vier jaar in zijn geheel wordt herijkt. Deze herijking zal in 2025 plaatsvinden.

Vraag 9 De NPO gelden lopen door tot de zomer van 2025. Is al duidelijk of het kabinet dit programma ook na 2025 zal financieren? Het is een breed scala aan thema’s. Zijn de behaalde resultaten dusdanig, dat het college bereid is de samenwerking desnoods zonder rijkssteun door te zetten? Antwoord Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) loopt af in juli 2025 en wordt niet verlengd. Er zijn geen middelen beschikbaar om de initiatieven zonder rijkssteun voort te zetten. Omdat bij aanvang al bekend was dat de middelen zouden aflopen, wordt er ingezet op het tijdelijk extra investeren in diverse interventies en samenwerkingen waarin, voor zover mogelijk, aandacht is voor structurele borging. Een voorbeeld daarvan is de versteviging van de samenwerking tussen het onderwijs, het jongerenwerk en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Daar plukken we ook na juli 2025 de vruchten van. Vraag 10 We zien bij veel domeinen dat extra structurele of tijdelijke formatie wordt gevraagd. Wat betekent dit voor de afspraken over de hoogte van de loonsom en de beheersbaarheid van kosten voor overhead en inhuur? Antwoord De ontwikkeling van het loonsomkader 2024-2025 is conform de met uw raad gemaakte afspraken in de begroting 2025 verwerkt. Zie blz. 157 van de begroting. We werken met een loonsomkader en sturen hierbij op het loonsombudget en niet meer op fte’s.

Op deze manier is ruimte gecreëerd voor meer flexibiliteit binnen de organisatie. Voor 2025 wordt aan de raad voorgesteld om het loonsomkader vast te stellen op € 25,2 mln. Binnen dit kader heeft het college de mogelijkheid medewerkers in dienst te nemen voor uitvoering van gemeentelijke taken. Daarnaast is een flexibele schil noodzakelijk om wendbaar te zijn in het uitvoeren van projecten, tijdelijke opgaven en opvangen van piekmomenten. Door te monitoren op de loonsom, de kosten van overhead en inhuur binnen de door de raad vastgestelde budgetten, is de beheersbaarheid geborgd.

Technische vragen van Burger Belangen, genummerd van 11 t/m 19 Vraag 11 Begroting pagina 70: als je de getallen in de kolom ‘Begr. 2024’ vergelijkt met de getallen in daadwerkelijk de begroting van 2024 dan komen ze niet overeen. Bijvoorbeeld voor ‘Samenkracht en burgerparticipatie’: in de programmabegroting 2024 is er 4.322K begroot. In de huidige begroting staat in de kolom ‘Begr. 2024’ het getal 4.087. Dit geldt voor bijna alle kolommen. Waar komen deze verschillen vandaan? Antwoord Dit wordt veroorzaakt doordat na de vaststelling begroting 2024 er begrotingsmutaties zijn geweest over 2024 via de zomernota 2024. Dit zie je bijvoorbeeld ook bij pagina 78 bij ‘Milieubeheer’, daar staat nu ‘3.457’ bij ‘Begr. 2024’ maar werkelijk was er vorig jaar ‘1.198’ begroot. Hoe ontstaat dat verschil? Antwoord Dit wordt veroorzaakt door wijzigingen in 2024, zoals overheveling kredieten vanuit de rekening 2023 naar 2024, CDOKE gelden vanuit het rijk en gevolgen zomernota 2024.

4

Vraag 12 Begroting pagina 83: Onze fractie probeert een beeld te vormen bij de ontwikkeling van de financiën van het sociaal domein. Daarom hebben we onderstaande optelling gemaakt (gebaseerd op wat hier staat). Klopt onze interpretatie dat met het terugdraaien van de taakstelling hervormingsagenda jeugd, de nieuwe besparingsmaatregelen en het nieuwe structureel geld er volgend jaar 1.345 miljoen euro extra naar het sociaal domein gaat?

Antwoord Dit klopt niet. Er is bij de begroting 2025 € 2 miljoen in 2025, € 2,5 miljoen in 2026 en € 3 miljoen vanaf 2027 toegevoegd aan middelen sociaal domein. Dit wordt gedekt door een structurele toevoeging vanuit de algemene middelen van € 1,5 miljoen in 2025 en € 1,25 miljoen vanaf 2026 en een taakstelling besparingsmaatregelen sociaal domein van € 0,5 miljoen in 2025, € 1,25 miljoen in 2026 en € 1,75 miljoen vanaf 2027. Vraag 13 Begroting pagina 92: het college stelt voor een storting te doen van 400.000 euro bij het Sportbedrijf. Worden er condities aan deze storing verbonden, en zo ja welke? Daarnaast specifiek de vraag: wordt er ook afgesproken of en wanneer SBR dit moet terugbetalen? Antwoord Zie antwoord op vraag 6. Vraag 14 Bijlagen pagina 45: Bij de taakstelling ‘nieuw voor oud’ staat bij een aantal punten ‘Onderzoek volgt’. In hoeverre zijn kosten met deze onderzoeken gemoeid? En specifiek voor het onderzoek naar het verlagen van het onderhoudsniveau openbare ruimte? Antwoord De eventueel aanvullende onderzoeken worden in eigen beheer uitgevoerd. Er worden dus geen kosten gemaakt voor extern advies. Vraag 15 Bijlagen pagina 49: Bij nieuw beleid, nog niet eerder aangekondigd, staat een ‘Strateeg/Regisseur Samenleving’.

Wat doet iemand die deze functie heeft? Antwoord Het betreft hier nieuw beleid, reeds besloten bij de begroting 2023 Bij deze begroting is voor 4 jaar eenmalig (periode 2023 t/m 2026) budget beschikbaar gesteld voor een strateeg/regisseur samenleving. Iemand die de functie strateeg/ regisseur samenleving heeft houdt zich o.a. bezig met (mondiale) ontwikkelingen die op ons afkomen. Deze ontwikkelingen brengen uitvoeringsvraagstukken van de overheid met zich mee die bij de gemeente zijn/ worden belegd. Denk hierbij aan de inrichting van de organisatie, het aanpassen van werkprocessen en het regelen van capaciteit. Voorbeelden hiervan zijn o.a. Coronacrisis, de noodzakelijk opvang van vluchtelingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, en het ‘managen’ van de gemeentelijke inzet bij maatschappelijke onrust, bijvoorbeeld rond de boerenprotesten.

5

Vraag 16 Bijlagen pagina 50: Vorig jaar werd het volgende geraamd voor de regio Zwolle:

Dit jaar staat er

Wat is de reden dat de bijdrage voor de Regio Zwolle structureel zoveel verlaagd is? Antwoord De structurele bijdrage voor de Regio Zwolle (Public affairs en communicatie) is niet verlaagd. € 13.592 is het verschil tussen het bedrag dat in 2024 beschikbaar was en het bedrag dat in 2025 beschikbaar is + index. Hetzelfde geldt voor de jaren daarna. Vraag 17 Bijlagen pagina 107: in de tabel met financiële informatie van de verbonden partij Sportbedrijf Raalte wordt aangegeven dat het eigen vermogen van het Sportbedrijf Raalte 360.000 euro bedraagt bij de jaarrekening over 2023. Klopt het dat het SBR dus een positief eigen vermogen heeft? Antwoord Formeel klopt het dat het SBR een eigen vermogen heeft van 360.000. Dit wordt echter wel voor een heel groot gedeelte verklaard doordat het geplaatst aandelenkapitaal ter grootte van 550.000 en de agioreserve (257.000) hiertoe behoort. Dit is echter een "boekhoudkundige waarde” en zegt niets over het weerstandsvermogen en het werkkapitaal. Het weerstandsvermogen (overige reserves) kent namelijk een negatieve waarde van – 390.000 en het werkkapitaal is ook negatief (- 189.000). Daarnaast de specifieke vraag: betekent het, mocht deze begroting worden goedgekeurd, dat door de storting van 400.000 euro, het eigen vermogen van het sportbedrijf toeneemt tot 760.000 euro? Antwoord Op basis van de jaarrekening 2023 klopt dat.

Dit is zoals hierboven beschreven echter puur een "boekhoudkundig getal”. In het verlengde hiervan neemt het werkkapitaal ook toe door de voorgenomen storting van € 400.000. Vraag 18 Begroting pagina 52: hier staat dat er nieuw beleid is aangevraagd voor het achterstallig onderhoud van elementverhardingen van voet- en fietspaden. In de toelichting op pagina 132 wordt uitgelegd dat er is gekozen om eerder het asfaltonderhoud te doen, en dat daarom dus de voet- en fietspaden niet of minder zijn gedaan. Allereerst, kan toegelicht worden waarom het wegwerken van achterstallig onderhoud ‘nieuw beleid’ is? Antwoord Er wordt (nog) niet structureel begroot voor investeringen in wegbeheer. De middelen die structureel beschikbaar zijn worden ingezet voor het uitvoeren van kleinschalig onderhoud. De nieuwe investeringsmiddelen worden conform de nota afschrijvingsbeleid (BBV) gezien als investering en alle (nieuwe) investeringen worden opgenomen als nieuw beleid, omdat de raad budgetrecht heeft.

6

De volgende maatregelen worden bijvoorbeeld gezien als investering: - Meer dan 50% herstraten van Elementenverhardingen - Groot onderhoud aan Asfaltverhardingen In het Meerjaren investeringsplan (MIP) worden de investeringen wegbeheer jaarlijks bij de begroting aan de Raad voorgelegd (gepresenteerd als Nieuw beleid). En kunnen wij een toelichting krijgen wanneer iets ‘nieuw beleid’ is, en wanneer wordt er gekozen om gewoon bestaande budgetten op te hogen? Antwoord In bovengenoemde aanvraag nieuw beleid gaat het om investeringsbedragen die in principe altijd via de raad gaan, omdat de raad budgetrecht heeft. Ook gezien de omvang (€ 450.000 per jaar). We verhogen niet het reguliere onderhoudsbudget (voor klein onderhoud), maar activeren het investeringsbedrag achteraf op de balans, waarbij we het in x-aantal jaren gaan afschrijven. Hiervoor is altijd accordering door de raad noodzakelijk. Wanneer het reguliere werkzaamheden met exploitatiebudgetten betreft, waarbij we een gering bedrag extra nodig hebben, dan is de werkwijze dat we het bestaande budget ophogen met dat bedrag. Daarnaast de vraag: als het asfaltonderhoud naar voren is gehaald, dan zou je verwachten dat er de komende jaren minder asfaltonderhoud nodig is en dat er daarom automatisch meer financiële ruimte ontstaat binnen de bestaande budgetten om het onderhoud van de voet- en fietspaden te doen.

Kunnen wij hier een toelichting op krijgen? Antwoord In de huidige wegbeheersystematiek worden onderhoudsmaatregelen uitgevoerd op basis van uitgevoerde inspecties. Deze werkwijze is gericht op het rekken van levensduur van de weg (dus uitstellen van investeringen), ten koste van de onderhoudsinspanning. Er is niet tot nauwelijks sprake van planmatig onderhoud. De uitgevoerde onderhoudsmaatregelen zijn kleine onderhoudsmaatregelen. Ter illustratie, in een asfaltweg die einde levensduur nadert, worden slechte plekken geconstateerd. Deze plekken worden lokaal hersteld (bakken frezen). De rest van de weg blijft onveranderd liggen. Bij de volgende inspectieronde kan diezelfde weg wederom voor onderhoud in aanmerking komen. Momenteel wordt de weginspectie weer uitgevoerd. Door de geringe hoeveelheid uitgevoerd groot-onderhoud en de gemiddelde leeftijd van het areaal is het niet de verwachting dat de omvang van het benodigde onderhoud zal afnemen. Op basis van de inspectie worden de maatregelen voor 2025 en 2026 bepaald. Deze worden geprioriteerd op basis van wegveiligheid, kapitaalvernietiging en pas daarna op comfort en eventueel beleving. Door specifiek voor voet-/fietspaden budget beschikbaar te stellen, waarborgen we dat de voetpaden voldoende aandacht krijgen.

Een bijkomend voordeel is dat het budget ons in staat stelt om wijkgericht de voetpaden aan te pakken, hetgeen bijdraagt aan kostenefficiency boven ad-hoc maatregelen. Vraag 19 Begroting pagina 30: Voor de groeiopgave wordt er 13 FTE uitbreiding gevraagd. We begrijpen dat dit wordt gedekt uit de toekomstige grondopbrengsten. Hierover twee vragen. Allereerst: dit wordt gevraagd als structureel geld. De groeiopgave is echter van tijdelijke aard: er wordt toegewerkt naar de realisatie van 3.000 woningen en daarvoor moeten plannen worden gemaakt. Structureel geld doet vermoeden dat er vanaf nu ieder jaar zoveel capaciteit nodig is. Echter: gezien op een gegeven moment het doel is bereikt (we blijven immers niet in hetzelfde tempo doorgroeien tot in oneindigheid), vinden we het

7

‘structurele’ karakter lastig te plaatsen. Waarom is er gekozen om dit structureel in te boeken, en niet als eenmalig geld voor de komende jaren? Antwoord De groeiopgave gaat over een periode van 10 jaar en alleen al de duur van de periode leidt er toe dat er is gekozen voor een structurele oplossing. Daarbij komt dat zowel de huidige zeer krappe arbeidsmarkt als het arbeidsrecht (beperkte verlenging van tijdelijke contracten) er ook toe nopen om de voor de groeiopgave benodigde fte's structureel te ramen. Daarnaast gaan er vanaf 2025 dus 1,9 miljoen euro jaarlijks aan lasten ontstaan door deze personele uitbreiding. Echter, de kavels worden niet volgend jaar al verkocht. Stel dat over drie jaar blijkt dat de kavelverkoop tegenzit, bijvoorbeeld door een verslechterende economische situatie. In hoeverre loopt de gemeente dan een risico: er zijn veel kosten gemaakt, maar er worden wellicht minder kavels verkocht. Graag ontvangen we een toelichting in hoeverre de gemeente een risico loopt wanneer kavelverkoop tegen blijkt te zitten, maar deze kosten wel gemaakt worden. Antwoord Bij een opgave als de groeiopgave en de daarmee gepaard gaande gebiedsontwikkeling is er altijd sprake van (economische) risico's zoals geschetst in de vraag.

Zeker bij de huidige omvang van de opgave (3.000 woningen in 10 jaar) betekent dit in de praktijk dat aan de voorkant veel geïnvesteerd moet worden in allerlei onderzoeken en in planvorming voordat er uiteindelijk gronden bouwrijp kunnen worden gemaakt en uitgegeven kunnen worden. Met deze risico's wordt ook zoveel mogelijk rekening gehouden in het verdere proces van de groeiopgave.

Technische vragen van de VVD, genummerd van 20 t/m 21 Vraag 20 De afgelopen jaren bleek nog wel eens dat er meer ozb was opgehaald dan de bedoeling. Kan er een overzicht komen hoeveel dit de afgelopen jaren, per jaar, is geweest? Antwoord Omschrijving OZB-opbrengst gebruikers OZB-opbrengst eigenaren OZB-opbrengst eigenaren niet-woningen Totaal gerealiseerd Totaal begroot Verschil

2019 1.185.589 5.242.294 1.838.909 8.266.792 8.233.160 33.632 (V)

2020 1.257.738 5.256.180 1.926.733 8.440.651 8.434.594 6.057 (V)

2021 1.242.696 5.362.730 1.935.723 8.541.149 8.536.153 4.996 (V)

2022 1.306.728 5.478.213 2.006.775 8.791.716 8.788.223 3.493 (V)

2023 1.383.305 5.565.215 2.107.059 9.055.579 8.836.521 219.058 (V)*

* Voordeel 2023 werd voor de helft veroorzaakt door areaaluitbreiding. De andere helft door het aanpassen/corrigeren van bedragen na de tariefberekening. Vraag 21 En als vvd hebben we nog de toezegging gekregen dat er een overzicht komt rondom het doorschuiven van kredieten en hoeveel er daadwerkelijk gerealiseerd wordt. We nemen aan dat deze ook gemaakt wordt? Antwoord Zie onderstaand overzicht. Het betreft een overzicht over het verloop van de kredieten over de afgelopen 21 jaar (van 2003 t/m 2023), Dit overzicht wordt elk jaar bij de jaarrekening opgemaakt en dateert van april 2024 (jaarrekening 2023).

8

Kapitaalkredieten over de jaren heen jaar

2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027

over van vorig dienstjaar (kolom B)

nw beleid begroting en wijzigingen (kolom C)

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

9.264.077 26.938.132 20.631.861 24.423.479 21.120.936 16.961.376 12.811.204 22.462.602 23.956.871 21.525.619 17.704.448 13.359.385 15.574.680 8.657.116 7.382.812 14.504.772 16.686.683 11.572.987 6.734.854 4.078.508 5.166.915 8.125.080 -

23.417.102 3.918.049 27.619.960 20.361.342 11.039.683 12.023.154 22.525.381 22.652.040 15.638.253 12.224.329 19.460.667 21.560.397 7.170.653 10.349.666 27.258.260 10.636.678 7.463.288 3.398.398 13.663.312 27.053.406 24.578.400 14.692.058 11.349.069 4.987.411 3.066.735

Gemiddeld besteed per jaar

doorschuiven / vervallen kredieten oa bij zomernota (kolom D)

€ € € € € € €

begroting totaal beschikbaar (kolom E)

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € 7.666.165- € 12.217.899- € 2.250.331- € 9.842.769 € 1.842.731 € 1.063.589 € 100.000 €

32.681.179 30.856.181 48.251.821 44.784.821 32.160.619 28.984.530 35.336.585 45.114.642 39.595.124 33.749.948 37.165.115 34.919.782 22.745.333 19.006.782 34.641.072 25.141.450 24.149.971 14.971.385 12.732.001 18.914.015 27.494.984 32.659.907 13.191.800 6.051.000 3.166.735

werkelijk besteed (kolom F)

werkelijk besteed ten opzichte van oorspronkelijk begroot in % (kolom F gedeeld door kolom B+C)

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

5.604.632 8.803.139 24.280.920 22.993.309 10.720.868 14.445.986 11.674.344 18.229.541 16.515.501 11.587.636 18.583.233 19.617.741 12.484.287 10.118.377 20.382.452 7.630.372 13.031.051 8.498.923 8.128.619 13.214.219 16.609.805

17% 29% 50% 51% 33% 50% 33% 40% 42% 34% 50% 56% 55% 53% 59% 30% 54% 57% 40% 42% 56%

€

13.959.760

44%

Technische vragen van Gemeente belangen, genummerd van 22 t/m 30

Vraag 22 Uitbreiding formatie In de conceptbegroting wordt in verschillende programma’s voorstellen gedaan voor uitbreiding van formatie. Kan een totaaloverzicht gemaakt worden waaruit blijkt: a. Huidige formatie + kostenplaatje hiervan; b. Gewenste uitbreiding formatie met: ➢ Onderscheid in tijdelijk en structureel met de daarbij behorende kosten; ➢ Gewenste uitbreiding inclusief kostenplaatje ten behoeve van wettelijke taken; ➢ Gewenste uitbreiding ten behoeve van de ambities van het college inclusief kostenplaatje met daarin aangegeven welke ambitie het betreft. Antwoord Zie onderstaand totaaloverzicht. Uit dit overzicht blijkt dat voor 2025 een formatieuitbreiding wordt gevraagd van 28,42 fte aflopend naar 13,8 fte vanaf 2028. Een belangrijk deel van deze uitbreiding is gekoppeld aan de groeiopgave (13 fte). De formatie voor de groeiopgave is structureel geraamd, evenals de dekking ervan ten laste van het grondbedrijf/ anterieure overeenkomsten. Zie voor een nadere toelichting hierop ook het antwoord op vraag. 19 Alle overige formatie is incidenteel (aflopend) geraamd.

9

Overzicht uitbreiding formatie begroting 2025 S = structureel E = eenmalig

Bedragen in € Pr. Omschrijving

1

7 9 Ovz 2 2 3

4

7

9 9

Groeiopgave 13 fte uitbreiding, waarvan 2 fte op inhuurbasis Groeiopgave dekking doorbelasting grondbedrijf en anterieure overeenkomsten Tijdelijke formatie onderwijshuisvesting Tijdelijke formatie onderwijshuisvesting overhead Zaakgericht werken en vervanging zaaksysteem, projectleiding en uitvoering op inhuurbasis Overbrengen historische archieven; 2,5 fte, in 2026 0,8 Tijdelijke formatie domein Beheer; 3 fte op inhuurbasis Overhead tijdelijke formatie domein Beheer Begeleiding statushouders Begeleiding statushouders overhead 2 fte Dekking reserve opvang vluchtelingen Implementatie besparingsmaatregelen sociaal domein Overhead tijdelijke formatie Dekking reserve sociaal domein Tijdelijke formatie maatschappelijk vastgoed; 1 fte Overhead tijdelijke formatie Dekking ten laste van de reserve gebouwenonderhoud Capaciteit klantportaal 2,11 fte extra Vooronderzoek scannen akten Burgerlijke Stand, op inhuurbasis Overhead scannen akten Burgelijke Stand Totaal

Aantal fte's

S/E 13

Invest.

- is voordeel 2025

2026

2027

2028

S

1.937.000

1.937.000

1.937.000

1.937.000

S

-1.937.000 -1.937.000 -1.937.000 -1.937.000

0,8

E E

91.200 20.000

91.200 20.000

91.200 20.000

1,5

E

150.000

150.000

75.000

2,5

E

202.500

64.800

E

273.000

273.000

E E E E

75.000 182.000 50.000 -232.000

75.000 182.000 50.000 -232.000

E

205.000

E E

50.000 -255.000

E

91.000

91.000

E

25.000

25.000

E

-116.000

-116.000

2,11

E

139.260

139.260

0,5

E

50.000

E

12.500 1.013.460

3 2

2

1

28,41

813.260

186.200

91.200 20.000

111.200

Vraag 23 Algemene uitkering uit Gemeentefonds. N.a.v. de kamer brief van 7 oktober 2024: Correctie volumedeel accres Gemeente- en Provinciefonds. Is bekend wat het financieel effect hiervan is voor Raalte en is hiermee rekening gehouden in de conceptbegroting? Antwoord De brief van de kamer van 7 oktober heeft betrekking op een correctie op de gepubliceerde cijfers volumedeel bij de septembercirculaire 2024. De correctie zal het rijk verwerken in de cijfers van de decembercirculaire 2024. Bij de begroting is volgens bestendige lijn het beeld t/m de meicirculaire 2024 verwerkt en is dus geen rekening gehouden met bovenstaande correctie. Hierover wordt u geïnformeerd via de raadsinformatienotitie septembercirculaire 2024. Vraag 24 1. Sociaal domein. a. Wmo. In de begroting 2024 werd op wmo voor 2025 en verdere jaren een structureel overschot geraamd van € 951.000,--. In de begroting 2025 is dit overschot structureel teruggebracht naar 0 euro. De geraamde uitgaven zijn gelijk aan de geraamde inkomsten. Het verschil heeft vooral betrekking op een enorme stijging van de uitgaven. Zie onderstaand staatje. Kan een toelichting gegeven worden op deze

10

stijging met daarbij de vraag in hoeverre de stijging gecompenseerd wordt door het rijk i.v.m. toename inwoners en indexering loon en prijsstijgingen

Antwoord In bovenstaand vergelijk hebben de cijfers jaarrekening 2022/2023 betrekking op de taken Wmo vanaf 2025 en de cijfers vanaf begroting 2024 betrekking op alle Wmo maatwerkvoorzieningen (incl. huishoudelijke hulp, Wmo hulpvoorzieningen). Bij de begroting 2024 zijn de middelen die we overhielden op de taken Wmo vanaf 2015 (€951.000) toegevoegd aan de jeugd, omdat het budget daar niet toereikend was. De kostenstijging Wmo in de vergelijking in bovenstaande tabel wordt met name veroorzaakt door jaarlijkse indexering en een hogere bijstelling van tarieven bij de huishoudelijke hulp. In de algemene uitkering krijgen we via het accres een compensatie voor loon-en prijsstijging. Het is complex om een één op éen vergelijk stijging Wmo kosten en compensatie rijk voor accres en volumestijging te maken. In totaal ligt er een sluitende begroting. b.

Jeugdzorg. Het is bekend dat er sprake is van een aantal zeer intensieve zorgtrajecten met een fors bedrag aan kosten. Hoeveel trajecten zijn er van € 100.000,- of meer, welke kosten zijn hier mee gemoeid en in hoeverre zijn deze kosten structureel?

Antwoord Op dit moment zijn er 34 jeugdigen die een zorgtraject hebben met een contractwaarde van € 100.000,of meer. Bij 14 van deze jeugdigen gaat het om voogdij en/of pleegzorg. Deze trajecten lopen langjarig door tot de jeugdige de leeftijd van respectievelijk 18 en 21 jaar heeft bereikt en verklaart daarmee de trajectprijs van meer dan € 100.000,-. De lopende zorgtrajecten van deze jeugdigen hebben op dit moment gezamenlijk een waarde van 1,8 miljoen euro. Voor de overige 20 jeugdigen gaat het om zorgtrajecten voor een vorm van verblijf bij een zorgaanbieder en/of zeer intensieve vormen van ambulante ondersteuning. Deze trajecten worden over het algemeen voor maximaal 1 á 2 jaar afgegeven waarna onderzocht wordt óf en welke zorg na dit traject nodig is. In de meeste gevallen wordt er vervolgzorg afgegeven. De waarde van de zorgtrajecten die voor deze jeugdigen momenteel openstaat is ongeveer 4 miljoen euro. De bedragen kunnen lager uitvallen als niet de volledige trajectprijs wordt uitgenut en gedeclareerd door de zorgaanbieder.

11

c.

Rapport Berenschot. Berenschot komt met 12 besparings- c.q. bezuinigingsmaatregelen met een gemiddeld bedrag van 2,1 tot 2,3 miljoen euro per jaar. Hoewel de adviesraad Sociaal Domein nog geen advies heeft uitgebracht over het rapport en de raad nog geen besluit genomen heeft over het rapport, verwerkt het college op basis van het rapport al wel besparingen in de begroting 2025 van 0,5 miljoen euro in 2025 tot 1,75 miljoen euro structureel vanaf 2027. Graag een onderbouwing van de ingeboekte besparingen

Antwoord Er is bij de begroting 2025 € 2 miljoen in 2025, € 2,5 miljoen in 2026 en € 3 miljoen vanaf 2027 toegevoegd aan middelen sociaal domein. Dit wordt gedekt door een structurele toevoeging vanuit de algemene middelen van € 1,5 miljoen in 2025 en € 1,25 miljoen vanaf 2026 en een taakstelling besparingsmaatregelen sociaal domein van € 0,5 miljoen in 2025, € 1,25 miljoen in 2026 en € 1,75 miljoen vanaf 2027. Een deel van deze besparingen kunnen we realiseren door aanpassingen te doen in onze uitvoeringspraktijk. Deze aanpassingen kunnen we doen binnen de huidige kaders die de raad heeft vastgesteld. Het vertrekpunt hierbij is niet dat het voorzieningenniveau omlaag gaat voor kwetsbare inwoners. We gaan op een systemische en daardoor integralere manier naar de casussen kijken. Daarnaast gaan we ervan uit dat terugroep acties en meer kostenbewustzijn van onze medewerkers en partners besparingen gaan opleveren. Het plan van aanpak voor de uitvoering van de maatregelen uit het Berenschotrapport is in de 1e helft van 2025 gereed. Vraag 25 Sport a. Sportbedrijf. Het college stelt voor om € 400.000,- extra beschikbaar te stellen aan het Sportbedrijf t.b.v. de weerstandsreserve van het Sportbedrijf. Uit de jaarrekening 2023 van het sportbedrijf blijkt het volgende

Eigen vermogen geplaatst kapitaal agioreserve overige reserves tekort 2023 totaal eigen vermogen

€ € € € €

31-12-2023 550.000 256.556 -389.826 -56.895 359.835

-

Is het bedrag van 400 k bedoeld ter dekking van het tekort van € 389.826,- ? Antwoord De overige reserves ter waarde van –389.826 betreft feitelijk het weerstandsvermogen. Het SBR kan hierdoor geen risico's opvangen, wat ongewenst is. De “bijdrage” van 400.000 is inderdaad bedoeld om enerzijds het weerstandsvermogen weer positief te krijgen en in het verlengde hiervan ook weer een positief werkkapitaal te realiseren (zie ook antwoord op vraag 17)

-

De agioreserve blijkt betrekking te hebben over inventaris dat de gemeente om niet heeft overgedragen. Het bedrag staat al jaren in de boeken voor een bedrag van € 256.556, --. Moet hierop niet afgeschreven worden omdat het inventaris betreft? Antwoord Bij de inbreng van inventaris is er indertijd voor gekozen om dit via een agioreserve-constructie te doen. Deze reserve kan dan gezien worden als aandelenkapitaal (extra bedrag dat betaald wordt voor een aandeel boven de nominale waarde). De agioreserve (is eigen vermogen van het SBR) zal dus wel tegen dezelfde waarde op de passiva zijde van de balans moeten blijven staan.

12

Op de inventaris zelf, dat op de activa zijde van de balans staat, zal logischerwijs wel afgeschreven moeten worden. -

In januari 2020 heeft de raad een extra bedrag beschikbaar gesteld van € 800.000, -- om zodoende de tekorten bij het Sportbedrijf over de periode 2019 t/m 2022 af te dekken., waarbij voorts is aangegeven dat in 2023 weer een positief resultaat werd verwacht. Bij het besluit heeft de raad de bezuinigingsmaatregelen vastgesteld zoals dat in het rapport van Synarchis is aangegeven. Gezien de ernst van de situatie heeft de raad met grote meerderheid daarbij een amendement aangenomen waarbij het college opgedragen is de raad te informeren over significante afwijkingen t.o.v. het herstellende evenwicht van de exploitatie. Uit de werkelijke cijfers van het Sportbedrijf blijkt dat de afgesproken besparingen (deels) niet gerealiseerd zijn. Graag ontvangen wij de stukken waaruit blijkt dat het college in de afgelopen jaren de vastgestelde bezuinigingsmaatregelen heeft gemonitord, bij afwijkingen actie heeft ondernomen en de raad hierover heeft geïnformeerd. Voor de goede orde, het betreft stukken naast de info die in de reguliere P&C stukken staan., want daarin wordt niet of nauwelijks ingegaan op afwijkingen. Antwoord Het SBR stelt ieder kwartaal de cijfers beschikbaar aan de gemeente, welke met het SBR besproken worden. De jaren 2020, 2021 en 2022 werden voor een groot deel door corona beïnvloed en door SPUK IJZ uitkeringen van het rijk bleven de resultaten “acceptabel".

Naast de exploitatiebijdrage is er vanuit de gemeente in deze jaren geen aanvullende bijdrage richting het SBR gegaan. Voor het jaar 2023 werd een negatief resultaat begroot (-128.000), zoals ook via de paragraaf verbonden partijen richting de raad kenbaar werd gemaakt (jaarrekening gemeente 2022). In dat jaar is de gemeente via maandcijfers op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. De raad is vervolgens in juli 2023 bijgepraat over deze ontwikkelingen. Daarnaast is de raad via de reguliere P&C cyclus (o.a. jaarrekening 2023 bij programma 7) op de hoogte gehouden. Hoewel het resultaat in 2023 weliswaar nog steeds negatief was (-57.000), was dit substantieel beter dan begroot. Voor 2024 heeft het SBR, na intensief overleg tussen SBR en de gemeente, een begroting gepresenteerd met een positief resultaat (22.000). Op basis van de tussentijdse cijfers (tot en met september) lijkt dit ook daadwerkelijk gerealiseerd te worden.

-

Reparatie cofinanciering buurtsportcoaches. Het college stelt voor om voor 2025 als in 2026 een extra bedrag beschikbaar te stellen van ruim € 91.000,-- aan het Sportbedrijf voor de financiering van buurtsportcoaches. De begroting 2024 van het Sportbedrijf kent een voordelig saldo van € 22.000,- . In hoeverre is het bedrag van € 91.000,- verwerkt in de begroting 2024 van het Sportbedrijf en is er een meerjarenbegroting van het Sportbedrijf? Zo ja, dan ontvangen wij die graag. Antwoord De gemeente draagt niet kostendekkend bij in de maatschappelijke opdracht voor de inzet van buurtsportcoaches. In de begroting 2024 draagt het sportbedrijf zelf 91K van de loonkosten van buurtsportcoaches. Het SBR gaat vanaf 2025 een product begroting opstellen. Dat geeft beter inzicht dat het SBR een tekort heeft op de inzet van buurtsportcoaches. Het SBR heeft nog geen meerjarenbegroting

13

b.

Compensatie ozb. Voor Tegemoetkoming OZB maatschappelijke instellingen met eigen onroerend goed stelt het college voor om een tegemoetkoming OZB te verlenen van 50%. Hier is een structureel bedrag mee gemoeid van € 57.000,--. 1. Welke maatschappelijke instellingen betreft dit? Valt daar bijvoorbeeld ook onder de dorpshuizen, de kulturhusen, de scouting, de hondenclubs, de scholen, de niet commerciële zorgaanbieders, de kerken en overige verenigingen en stichtingen die onroerend goed in eigendom hebben? Antwoord Met maatschappelijke instellingen worden vrijwilligersorganisaties bedoelt die bijdragen aan het maatschappelijk belang van de samenleving. Hieronder vallen de dorpshuizen, de MFA’s, de scouting, de hondenclubs en overige verenigingen en stichtingen die onroerend goed in eigendom hebben. Kerken en de Moskee zijn vrijgesteld van OZB en kunnen daardoor geen subsidie ontvangen. Scholen zijn geen vrijwilligersorganisaties en vallen daardoor ook buiten de subsidieregeling. 2.

OZB-compensatie wordt gegeven vanwege de aanname dat de ozb waarde voor deze panden gebaseerd is op commerciële panden. Kan dit toegelicht worden? Ook in relatie tot het omgevingsplan waarin dit soort gebouwen zijn aangemerkt als maatschappelijke doeleinden. Met ander woorden in hoeverre strookt de ozb taxatie met de bestemming maatschappelijke doeleinden?

Antwoord In de OZB-belasting wordt een onderscheid gemaakt tussen woningen en niet woningen. Panden die niet gebruikt worden als woning worden automatisch bestempeld als niet woning. Dit is het hogere tarief. In de categorie niet woningen wordt geen onderscheid gemaakt tussen panden die worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden en commerciële panden, waardoor voor deze panden op dit moment het hoge/zakelijke tarief wordt gerekend. De OZB taxatie “an sich” is geen item in de overwegingen. Vraag 26 Blz. 18. Bestuurlijke vernieuwing/participatie Citaat: “”Ook gaan we actief op zoek om inwoners die we minder horen, zodat ook zij betrokken zijn en worden bij het werk van de gemeente Raalte”” Kan het college aangeven hoe ze dit gaan doen? Antwoord We willen dat iedereen mee kan praten in de gemeente Raalte. Dat is niet voor iedere inwoner vanzelfsprekend. Daarom maken we dit zo laagdrempelig mogelijk en zoeken we inwoners actief op. Dit doen we bijvoorbeeld door aanwezig te zijn op de plek en het tijdstip wanneer inwoners bereid zijn om mee te denken. Denk aan de gesprekken in de buurtdorpen over groei, het ophalen van input voor de profielschets van de burgemeester of de aanpak van een speeltuin. Ook organiseren we activiteiten om basisschoolleerlingen, leerlingen van het Carmel College en hun ouders te betrekken.

Andere manieren om de drempel te verlagen zijn het koppelen van een beloning aan meedenken, zoals bij eenvoudig geregeld of het inzetten van netwerken in de samenleving, bijvoorbeeld via sportverenigingen. Tot slot draagt onze (social) mediastrategie met bijvoorbeeld campagnes op Snapchat bij aan een zo groot mogelijk bereik. Per vraagstuk kijken we wat de beste aanpak is om in contact te komen.

14

Vraag 27 blz. 54. Vervanging voertuigen. Wordt nu voor de 2e keer een krediet gevraagd voor vervanging en /of is er sprake van uitbreiding van voertuigen? Antwoord Het gaat om vervanging van voertuigen waarvoor eerder een vervangingsbudget is aangewend. Deze voertuigen zijn destijds niet ingeleverd, maar ingezet voor twee nieuw aangetrokken medewerkers die een voertuig nodig hadden voor hun werk en geen beschikking hadden over een privé voertuig. Het gaat dus in feite om uitbreiding van het wagenpark. Vraag 28 blz. 63 van de programmabegroting staat bij 4.3.7 Wat mag het kosten? 6.3 Inkomensregelingen begroting 2025 €8648 terwijl de jaarrekening over 2023 €15.540 en de begroting van 2024 €15.288, dit is bijna een halvering Vraag: Hoe komt het dat de baten van de inkomensregeling voor de begroting van 2025 bijna worden gehalveerd? Antwoord Dit wordt veroorzaakt doordat de rijksbijdrage opvang Oekraïners aan dit taakveld gekoppeld zit en wel in de jaren 2023, 2024 verwerkt is en nog niet in de cijfers begroting 2025 zowel aan baten als uitgavenkant. Na beschikking van het rijk over 2025 zal hier een begrotingsmutatie op volgen. Het is dus niet zo dat de baten van inkomensregelingen gehalveerd worden. Vraag 29 Blz.

182 5.9.7 Hoe verhoudt zich de begroting SWR zich in deze begroting? De SWR vraagt in hun begroting van 2025 €16.502 extra, Is dit verwerkt in de concept gemeentebegroting? Antwoord De cijfers van de begroting SWR 2025 zijn verwerkt in de gemeentelijke begroting en voor de SW is er een begrote onttrekking aan de reserve sociaal domein. Vraag 30 Blz 91 Noodlokalen Raalte Noord Om de leerlingen te kunnen huisvesten is tijdelijk extra onderwijsruimte bij OBS Vogelaar nodig. Het gaat hier om twee noodlokalen voor de duur van twee jaar. Insteek is om deze noodlokalen te huren. Voorgesteld wordt om voor 2025 € 100.000 en voor 2026 € 50.000 op te nemen. Het gaat hierbij om eenmalige middelen. Vraag: In hoeverre is ruimte in andere nabijgelegen scholen zoals bijvoorbeeld De Kwintijn? En welke bepalingen staan hierover in de verordening onderwijshuisvesting? Antwoord De Vogelaar heeft momenteel in vier locaties onderwijsruimten in gebruik. In het hoofdgebouw, in het Eibernest, in de noodlokalen van het Eibernest en in de Rietkraag. De Vogelaar blijft groeien waardoor extra ruimte nodig is. Het neerzetten van twee extra noodlokalen is op dit moment de meest optimale oplossing voor de korte termijn. Voor de langere termijn wordt een actualisatie van het IHP gemaakt. Hier wordt naast de situatie in Raalte Noord ook de Groei opgaven betrokken.

Het betrekken van onderwijsruimten in de Kwintijn is geen oplossing voor de situatie in Raalte Noord. De afstand tussen het hoofdgebouw van De Vogelaar en de Kwintijn is meer dan 1 km en tevens is er sprake van een barrière, zijnde de N35. 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=66b13520-4209-48d0-a2b9-12777ba34a50