CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Afspraken GGD IJsselland en Gemeenten 2025

Informatievoorziening raad 23 april 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Jaarverantwoording Kinderopvang 20253.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afspraken GGD IJsselland – gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle 2025. Over toezicht en handhaving Wet kinderopvang, versie 2025 status concept vaststelling wordt voorgelegd op 18 november Algemene kaders Voor de afspraken tussen GGD en gemeenten gelden de volgende algemene kaders: - de Wet kinderopvang (Wko) en onderliggende regelgeving; - de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang (hierna: de Beleidsregel) en de daaruit voortvloeiende toetsingskaders, modelrapportages en selectieformulieren. GGD-taken af te stemmen met de gemeenten: 1. Onderzoek na aanvraag tot exploitatie kinderopvangvoorziening (art. 1.62 lid 1 Wko) Afspraken hoe gemeente geïnformeerd wordt over al dan niet kunnen starten met exploitatie. -

-

-

-

De gemeente beoordeelt of de aanvraag compleet is en informeert de toekomstige houder dat de aanvraag wordt doorgestuurd aan de GGD. De gemeente stuurt de aanvraag pas door naar de GGD als de aanvraag compleet is en wanneer de VOG verificatie in orde is. Wanneer een aanvraag niet compleet is of wanneer de VOG-verificatie niet in orde is heeft de gemeente de mogelijkheid om de termijn van de aanvraag op te schorten. De gemeente meldt de voorziening aan in het Landelijk Register Kinderopvang. Binnen twee weken na een aanvraag tot exploitatie vraagt de gemeente de GGD, via toezichtkov@ggdijsselland.nl een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, lid 1 Wko uit te voeren en geeft daarbij het LRK-nummer en de naam van het kindercentrum/gastouderbureau/voorziening voor gastouderopvang (hierna: kinderopvangvoorziening) aan de GGD door. De GGD rapporteert uiterlijk binnen 6 weken na aanvraag van een onderzoek en adviseert over al dan niet kunnen starten met exploitatie en opname in het LRK. Bij (dreiging van) “niet akkoord” wordt door de toezichthouder zo spoedig mogelijk en binnen de termijn van 6 weken mondeling overleg gevoerd met de gemeente over hoe verder. In het kader van ‘Streng aan de Poort’ vindt er uitgebreider en meer diepgaand onderzoek vooraf plaats. De gemeente beslist, eventueel in overleg met de toezichthouder van de GGD, over de manier van onderzoek.

De gemeente neemt na ontvangst van het onderzoeksrapport voor registratie een beslissing op het verzoek tot registratie. Als op basis van het onderzoek voor exploitatie blijkt dat er sprake is van een dusdanig strijdige situatie dan treedt de gemeente op richting houder en kan o.a. o.g.v. art. 1.66 lid 2 Wko het in exploitatie nemen verbieden. De GGD controleert of dit ook wordt nageleefd, zo niet dan kan de gemeente handhavend optreden. Binnen 3 maanden na toestemming tot exploitatie controleert de GGD de nieuw geopende kinderopvangvoorziening (artikel 3 van de Beleidsregel). Wettelijk gezien is dit het geval maar onderling binnen GGD IJsselland is afgesproken: Binnen 3 maanden na de datum van exploitatie controleert de GGD de nieuw geopende kinderopvangvoorziening. De GGD vraagt bij het onderzoek voor exploitatie naar de datum van exploitatie. Vanaf 2023 vindt er bij nieuwe gastouders binnen drie maanden na exploitatie een onderzoek na registratie plaats. Dit in het kader van de intensivering van het toezicht op de gastouderopvang. Dit onderzoek wordt in de GIR aangemaakt als een incidenteel onderzoek en telt mee met het percentage jaarlijkse bezoeken van de betreffende gemeente.

2. Reguliere en incidentele onderzoeken (Art. 1.62 lid 2, 3 en 4Wko)

1

Afspraken over wanneer deze inspectieonderzoeken worden uitgevoerd. Inspectieonderzoeken (kunnen) worden uitgevoerd in geval van: - Onderzoeken o.g.v. art. 1.62 lid 2 en 3 Wko (de reguliere onderzoeken); - (Ernstige) vermoedens van overtredingen van bijv. beroepskracht-kind-ratio of inzet van niet-bevoegd personeel; - Gerede twijfel over de kwaliteit van de kinderopvangvoorziening; - Ontvangen klachten/signalen (zie ook punt 7); - Op verzoek van de gemeente, eventueel in overleg met de GGD; - Indien een wijzigingsverzoek is ingediend (bv uitbreiding kindplaatsen); - Indien handhavingsinstrumenten zijn opgelegd aan de houder. - Een aanvraag voor een VE-registratie in het LRK. In dat geval wordt een incidenteel onderzoek uitgevoerd waarvoor de toezichthouder 4 uur rekent (zie ook punt 9). Afspraken over uitbreiden van een inspectie op locatie - Indien de toezichthouder van mening is dat de te inspecteren items of het aantal uren onvoldoende is om de kwaliteit van een locatie goed te beoordelen breidt de toezichthouder de inspectie uit met die items en/of het aantal uren wat hij/zij nodig acht.

Indien mogelijk neemt de toezichthouder tijdens de inspectie contact op met de desbetreffende gemeente; - Indien dit zich heeft voorgedaan en de toezichthouder tijdens de inspectie geen contact heeft gehad met de gemeente, koppelt de toezichthouder dit na de betreffende inspectie terug aan de ambtenaar kinderopvang van de betreffende gemeente. Afspraken over onderzoeken bij gastouders - Ieder jaar in het overleg tussen GGD en gemeente in september geeft de gemeente zijn wens door voor een percentage te inspecteren gastouders in haar gemeente. - Vanaf 2023 wordt hierbij, in het kader van de intensivering van het toezicht op de gastouderopvang, in ieder geval uitgegaan van het wettelijk vastgestelde percentage van 50%. Afspraken over flexibel toezicht Met de invoering van de flexibele inspectieactiviteit laten toezichthouders de vaste (verplichte) set van minimaal te toetsen items los. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten/afspraken: -

-

De toezichthouder selecteert de verplichte voorwaarden (verklaringen omtrent het gedrag (VOG’s) en registraties/koppelingen in het personenregister kinderopvang (PRK) en vult deze aan met voorwaarden op basis van de inspectiegeschiedenis, het risicoprofiel en de quickscan op locatie. De inspiratiesets met de betreffende inspectie items worden gebruikt ter inspiratie. Hierbij is er ruimte om af te wijken. Ook besteden de toezichthouders altijd aandacht aan de pedagogische kwaliteit van de geïnspecteerde locatie. De voorwaarden die horen bij een VE-locatie worden altijd getoetst. Het uitgangspunt is dat alle inspectie-items ééns in de drie jaar beoordeeld worden.

3. Herstelaanbod Afspraken over wanneer herstelaanbod wordt toegepast en hoe dat wordt ingezet -

Het herstelaanbod kan aangeboden worden bij alle types kinderopvangvoorzieningen. Het herstelaanbod kan worden aangeboden bij een onderzoek na registratie, een jaarlijks onderzoek en een incidenteel onderzoek. Het wordt niet aangeboden bij een onderzoek voor registratie of bij een nader onderzoek.

2

-

-

Elke overtreding kan in beginsel in aanmerking komen voor een herstelaanbod. De toezichthouder beoordeelt of de aard en omstandigheid van de overtredingen zich leent voor een herstelaanbod. Als de toezichthouder van mening is dat de aard of de hoeveelheid van de geconstateerde overtredingen zich niet lenen voor het doen van een herstelaanbod geeft de toezichthouder dit in het inspectierapport gemotiveerd weer en geeft het advies handhaven. De gemeente bepaalt dan welke handhavingsstrategie moet worden gevolgd. De periode tot herstel is maximaal 4 weken. Dit is afhankelijk van de ernst van de overtreding. De toezichthouder beschrijft in het inspectierapport het verloop van het aanbod (zie ook punt 5.) De houder is niet verplicht om van het aanbod gebruik te maken. De toezichthouder waarschuwt de houder dat er dan handhaving volgt vanuit de gemeente. Het herstelaanbod kan ook aangeboden worden voor een deel van de overtredingen. In opdracht van de gemeente doet de toezichthouder in ieder geval geen herstelaanbod als er sprake is van recidive. Onder recidive wordt verstaan: een overtreding van dezelfde wettelijke eis binnen drie jaar na de eerste overtreding door dezelfde voorziening. De toezichthouder controleert voor aanvang van de inspectie of en welke overtredingen in de laatste drie jaar zijn geconstateerd, en wordt beoordeeld tijdens de inspectie of er sprake is recidive.

4. Nader onderzoek (Art. 1.62 lid 5 Wko) Afspraken over wanneer dit onderzoek plaats vindt en wie initiatief neemt (art. 6 Beleidsregel) -

-

-

Wanneer bij een onderzoek na registratie, een regulier of incidenteel onderzoek tekortkomingen worden geconstateerd die zich niet lenen voor een herstelaanbod of waaraan niet aan het herstelaanbod is voldaan, geeft de toezichthouder het advies handhaven. De gemeente stelt in het handhavingsbesluit een begunstigingstermijn. Na het opstellen van het handhavingsbesluit met daarin de begunstigingstermijn geeft de gemeente opdracht aan de GGD tot het uitvoeren van een nader onderzoek zo spoedig mogelijk na afloop van die begunstigingstermijn. De gemeente stuurt die opdracht via e-mail naar toezichtkov@ggdijsselland.nl Bij een nader onderzoek is er overleg tussen de gemeente en de toezichthouder. De toezichthouder van de GGD neemt contact op met de gemeente. De toezichthouder controleert in het nader onderzoek of de tekortkomingen zijn verholpen. Indien bij een nader onderzoek nog steeds tekortkomingen bestaan, geeft de toezichthouder het advies handhaven.

5. Rapportages (Art. 1.62 en 1.63 Wko) Afspraken over zienswijze en openbaarmaking rapport -

-

De houder ontvangt van de GGD de voorlopige versie van het rapport en kan binnen de gestelde termijn reageren op het rapport (zienswijze). Dit geldt niet in het geval van een rapport n.a.v. een nader onderzoek, waarbij geen gelegenheid is om een zienswijze te geven. In het rapport wordt de zienswijze van de houder vermeld. Indien de houder via de zienswijze (onderdelen van) het rapport bekritiseert en de GGD ziet daarin geen aanleiding om het rapport te wijzigen, maakt de toezichthouder het rapport definitief. Alleen als de zienswijze tot wijzigingen in het rapport heeft geleid wordt dat expliciet vermeld en gemotiveerd.

3

-

-

Gemeente en houder ontvangen beiden van de GGD de definitieve versie van het rapport. De GGD zorgt voor openbaarmaking binnen drie weken na definitief maken van het rapport door opname van het rapport in het LRK. De gemeente ontvangt van de GGD tevens de digitale versie van het definitieve rapport in PDF-formaat. Indien een herstelaanbod is gedaan beschrijft de toezichthouder in ieder geval: welke overtreding is geconstateerd, de inhoud van het herstelaanbod en de termijn voor herstel en of en hoe de houder heeft voldaan aan het aangenomen aanbod. Indien is voldaan wordt in het rapport het advies ‘niet handhaven’ gegeven. De toezichthouder benoemt bovenin het rapport dat het advies niet handhaven wordt gegeven vanwege het voldoen aan een herstelaanbod. In het rapport van een nader onderzoek komt duidelijk tot uitdrukking of binnen de hersteltermijn de tekortkomingen voldoende zijn hersteld.

6. Schriftelijk bevel (Art. 1.65 lid 3 Wko) Afspraken over hoe gemeente hierbij betrokken wordt -

-

GGD informeert gemeente direct telefonisch/per mail met kennisgeving van voornemen tot het verstrekken van een schriftelijk bevel en motiveert de noodzaak tot het geven van een bevel. De GGD geeft uiteindelijk binnen een zo kort mogelijke tijd het schriftelijke bevel (wetende dat de gemeente dit volledig ondersteunt). Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. De gemeente stuurt vervolgens eveneens een brief aan de houder waarin aangekondigd wordt dat wanneer het bevel niet wordt opgevolgd de gemeente bestuursrechtelijk zal optreden en dat tegelijkertijd om een zienswijze wordt gevraagd op grond van art. 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht. Indien het probleem niet binnen de gestelde termijn is opgelost zal de gemeente het bevel bevestigen/verlengen.

7. Klachten en signalen (taak van GGD en gemeenten) Afspraken hoe er om wordt gegaan met klachten en signalen en wanneer dit tot onderzoek leidt -

-

-

Klachten met betrekking tot het handelen van een toezichthouder worden via de interne klachtenregeling van de GGD behandeld. Als er klachten/signalen over een kinderopvanglocatie bij de GGD of een gemeente binnenkomen van ouders vraagt de toezichthouder of de gemeenteambtenaar of de betreffende ouder de volgende stappen heeft doorlopen: 1. Klacht intern gemeld bij kinderopvanglocatie volgens klachtenregeling? 2. Klacht bij geschillencommissie neergelegd? 3. Situatie voorgelegd aan OC? Als dit niet het geval is zal de toezichthouder of de gemeenteambtenaar de ouder eerst hiernaar verwijzen. Indien de klacht bij de GGD is binnengekomen, die stappen zijn doorlopen en de toezichthouder toch vermoedt dat er raakvlakken zijn met de Wet kinderopvang en die mogelijk moeten leiden tot actie van de gemeente omdat er sprake is van een overtreding van de wettelijke bepaling of een sterk vermoeden van overtreding van een wettelijke bepaling zal de toezichthouder van de GGD de ouder doorverwijzen naar de betreffende gemeente. De toezichthouder verstrekt het opgegeven emailadres van de gemeente. Indien er klachten bij de GGD binnenkomen van anderen dan ouders ( bijv. buurtbewoners of beroepskrachten) die raakvlakken hebben met de Wet kinderopvang wordt deze doorverwezen naar de betrokken gemeente.

4

-

Als daarvoor naar de mening van de gemeente aanleiding bestaat verstrekt de gemeente een schriftelijke opdracht (via toezichtkov@ggdijsselland.nl) tot het uitvoeren van een onderzoek bij de houder waarover de klacht of het signaal gaat. De gemeente overlegt met de GGD om na te gaan of deze klachten o.g.v. eerdere bezoeken bekend zijn. Indien signalen of klachten die bij GGD of gemeenten binnenkomen raakvlakken heeft met de meldcode wordt de klager verwezen naar de vertrouwensinspecteur (tel. 09001113111). Indien er een signaal bij de GGD binnenkomt vanuit de continue screening pakt de GGD dit volgens de handleiding continue screening op. Indien de betreffende gemeente op het moment van het signaal niet bereikbaar is kan de toezichthouder van de GGD zelfstandig bepalen om actie te ondernemen, bijvoorbeeld door het inzetten van een incidenteel onderzoek. Dat betekent dat in dat geval stap 2 van de genoemde handleiding wordt overgeslagen.

Gemeentetaken af te stemmen met GGD 8. Register Afspraken over het doorgeven van wijzigingen aan de GGD. -

Wijzigingen worden door gemeente doorgevoerd in het LRK. Bij sluiting of het niet in exploitatie treden van alle kinderopvangvoorzieningen m.u.v. voorzieningen voor gastouderopvang worden wijzigingen per e-mail (toezichtkov@ggdijsselland.nl) doorgegeven aan de GGD. Wijzigingen over uitbreiding van het aantal kindplaatsen van KDV’s en BSO’s worden door de gemeente aan de GGD doorgegeven per e-mail naar toezichtkov@ggdijsselland.nl met een verzoek om advies uit te brengen of onderzoek op locatie wel of niet nodig is. Als de gemeente daartoe opdracht geeft, wordt door de GGD een incidenteel onderzoek op locatie uitgevoerd. De GGD adviseert de gemeente via een rapport incidenteel onderzoek over de wijziging van het aantal kindplaatsen.

9. Incidenteel onderzoek bij wijzigingsverzoek t.b.v. verkrijgen van VE-registratie. Afspraak over afstemming verzoek, onderzoek, registratie en het verlenen van subsidie. Indien er een wijzigingsverzoek bij de gemeente binnenkomt met betrekking tot het verkrijgen van een VE-registratie wordt de volgende werkwijze gevolgd: - De gemeente geeft na binnenkomst en ontvankelijkheidstoets per e-mail aan toezichtkov@ggdijsselland.nl een opdracht aan de GGD voor het uitvoeren van een incidenteel onderzoek bij de locatie die VE wil gaan aanbieden. - Na het onderzoek geeft de toezichthouder een advies aan de gemeente over het doorvoeren van de wijziging. - Bij een positief advies voert de gemeente de VE-registratie door in het LRK. - Na het registreren in het LRK zorgt de gemeente voor interne afstemming aangaande subsidieverlening. - Indien geen subsidie wordt verleend aan de locatie wordt de VE-registratie verwijderd. - Voor dit type incidenteel onderzoek wordt in de tarievenlijst een specifiek aantal uren en tarief afgesproken. Deze werkwijze heeft als doelstelling dat aan de wettelijke definitieomschrijving van VE wordt voldaan. 10.Opsporing Beleid niet gemelde opvang (art 5 van de Beleidsregel)

5

-

Gemeente doet niet aan opsporing in juridische zin, dat is een taak van de politie. Er wordt geen actief opsporingsbeleid gehanteerd. Als er meldingen of signalen binnenkomen die duiden op (een vermoeden van) illegale opvang beoordeelt de gemeente of actie wordt ondernomen richting GGD en in overleg wordt bepaald wat de vervolgactie is: (On)aangekondigd bezoek Onderzoeken of er sprake is van kinderopvang in de zin van de Wko. Indien na onderzoek door GGD blijkt dat geen sprake is van kinderopvang in de zin van de wet is registratie in het LRK niet nodig. Een en ander wordt digitaal of schriftelijk vastgelegd als sluitstuk voor het controlespoor (opbergen)

11.Financiering Afspraken over inzet gelden uit gemeentefonds voor toezicht en handhaving -

-

Afspraken over de financiering worden vastgesteld door het Dagelijks bestuur en de ureninzet wordt tijdig voor besproken in het ambtelijk overleg Kinderopvang. Alleen tenzij er meer fundamentele wijzigingen in de financiering plaats gaan vinden, zal dit eerst worden voorgelegd aan het Algemeen bestuur. De financiering van de kosten van de GGD is gebaseerd op de kosten per inspectie. De GGD factureert op de volgende wijze: Er vindt twee keer per jaar een halfjaarlijks voorschot plaats, aan het ‘eind van het jaar’ volgt dan de afrekening. Deze eindafrekening wordt uiterlijk 10 januari van het volgend jaar verstuurd naar de gemeenten. Deze datum is onder voorbehoud van bijzondere omstandigheden die de eindafrekening beïnvloeden (bijvoorbeeld corona).

12.Handhaving Algemene uitgangspunten -

-

De VNG heeft een format beleidsregels gemeentelijke taken Kinderopvang opgesteld. De gemeenten nemen het format van de VNG als uitgangspunt voor het eigen beleid. Het vaststellen van het beleid is een bevoegdheid van het college van iedere gemeente. Er kunnen daardoor verschillen bestaan. De gemeenten hebben regionaal afgesproken het Afwegingsmodel zoals dat door de VNG is opgesteld vast te stellen. Dit afwegingsmodel wordt door de gemeente toegepast om de ernst van een overtreding te kunnen bepalen om vervolgens daarop het sanctiebeleid en de hersteltermijnen te kunnen baseren. Die hersteltermijnen zijn 2 weken en 2 maanden. Een herstelaanbod is geen handhaving. Gemeenten hebben in hun handhavingsbeleid vastgelegd dat er in beginsel geen handhaving volgt indien de tekortkoming is verholpen door middel van een herstelaanbod. Er zijn een aantal gemeenten die boetebeleid hebben. Dan kan er alsnog een boete worden opgelegd.

Afspraken over het handhavingsproces -

De GGD benoemt in het inspectierapport welke overtredingen van de wet hebben plaatsgevonden en waarom deze niet middels een herstelaanbod zijn hersteld. GGD geeft in de rapportage bij “advies gemeenten” aan handhaven conform beleid. De opvangvoorziening en de gemeente ontvangen een exemplaar van het inspectierapport. Wanneer de GGD tekortkomingen constateert, schrijft de gemeente de opvangvoorziening aan middels bijvoorbeeld een aanwijzing of last onder dwangsom (afhankelijk van het handhavingsprotocol). De gemeente geeft hierin aan welke maatregelen binnen welke termijn genomen moeten worden. Hierbij volgt de gemeente ook een zienswijzentraject op grond van 4:8 Awb.

6

-

-

De toezichthouder voert in opdracht van de gemeente na afloop van de begunstigingstermijn zoals die is vastgelegd in de aanwijzing of het besluit last onder dwangsom een nader onderzoek uit om te kunnen beoordelen of de tekortkomingen zijn opgelost. De gemeente en de opvangvoorziening ontvangen een exemplaar van het rapport met de resultaten van het nader onderzoek. Indien de resultaten van het nader onderzoek positief zijn wordt het reguliere toezicht op basis van risico-gestuurd toezicht (kleuren) hervat. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat de tekortkomingen niet zijn verholpen handhaaft de gemeente conform het beleid. Dat kan zijn het verbeuren en invorderen van een dwangsom, een verhoogde last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang of een exploitatieverbod. De gemeente maakt hierna met de GGD afspraken over extra (incidentele) onderzoeken om te controleren of de tekortkomingen zijn verholpen.

13.Afstemming over handhaving Afspraken op dossierniveau -

De gemeente voegt de correspondentie met de kinderopvangvoorziening n.a.v. de rapportages toe aan GIR. Waar nodig vindt overleg plaats met de betreffende toezichthouder. Er kan afgeweken worden van het advies van de GGD. Indien van toepassing informeert de gemeente de GGD hierover.

14.Coördinatie Afspraken over afstemming met andere gemeentelijke toezichthouders. De gemeente vult de coördinatierol in, daarbij kan gedacht worden aan afstemming met: -

De Omgevingsdienst De gemeentelijke afdeling verantwoordelijk voor bouwen en wonen (bestemmingsplan en brandveiligheid) De gemeentelijke afdeling verantwoordelijk voor bijzondere wetgeving (bijvoorbeeld Alcoholwet). Juridische zaken rond handhaving Bij milieu gerelateerde zaken (bijvoorbeeld: verzoek exploitatie agrarische kinderopvang) neemt de gemeente contact op met team milieu en gezondheid van de GGD Eventueel regionale afstemming in verband met ‘Streng aan de Poort’.

15.Overleg tussen gemeente en GGD Afspraken over overlegstructuur gemeente en GGD. -

-

Vier keer per jaar vindt er overleg plaats tussen de GGD en de gemeenten over de taken in het kader van de Wet kinderopvang. De GGD en de gemeenten zorgen gezamenlijk voor de uitnodiging en agenda (agendacommissie). Tijdens het overleg kunnen gezamenlijke speerpunten worden vastgelegd. Overleg tussen individuele gemeenten en de GGD vindt plaats naar behoefte. De agendacommissie bestaat uit 4 personen (2 ambtenaren van een gemeente en 2 toezichthouders van de GGD). De leden van de agendacommissie worden voor 2 jaar aangesteld. Dat kan één keer met 2 jaar worden verlengd. Elk jaar in maart wordt de samenstelling en de vacatures besproken in het ambtelijk overleg kinderopvang.

7

15.Evaluatie Afspraken over het vaststellen, evalueren en afwijken van deze afspraken. -

Deze afspraken zijn op 18 november 2025 vastgesteld in het regionale ambtelijk overleg kinderopvang. Ieder jaar zullen deze afspraken worden geëvalueerd en zo nodig worden bijgesteld, jaarlijks zal dit onderwerp op de agenda van het ambtelijk overleg opgenomen worden. Zo nodig kunnen deze afspraken met wederzijdse instemming tussentijds worden aangepast. Ook als er tijdelijk wordt afgeweken van deze afspraken is daarvoor wederzijdse instemming nodig. De gemeente fungeert hierbij als opdrachtgever en wettelijk verantwoordelijk orgaan.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7ee4ef0d-011e-445b-bd97-f7462dd9b5f4