Aanvullend advies Het Oversticht 5 december 2024 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Gemeente Raalte t.a.v. Postbus 140 8100 AC Raalte Zwolle, 5 december 2024 Ons kenmerk: 3095 RLT – 24-282 Betreft: ruimtelijk advies zonnepark Energielandgoed Raalte, aanvulling op eerder afgegeven advies (17 maart 2021 en 15 mei 2024). Geachte In het kader van de aanvraag zonnepark Energielandgoed Raalte aan de Hondemotsweg heeft u ons gevraagd om een aanvulling op onze eerdere advisering van 15 mei 2024 en 17 maart 2021 op een aantal onderdelen. Uw vraag bestaat uit twee deelvragen. U vraagt ten eerste specifiek om het advies uit 2024 in overeenstemming te brengen met de uitgangspunten van uw beleid Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 (2021). Wij beperken ons hierbij op uw verzoek tot de beoordeling van ‘de omvang en inpassing in het landschap’. Hierin verwijst u als toetsingskader o.a. naar de Handreiking Zonnevelden (2020) met hierin de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden, de recyclebaarheid van de installaties en het tijdelijke karakter van het zonnepark. Daarbij plaatsen wij de opmerking dat het expliciet doorrekenen op getalwaarden zoals percentages bij uzelf ligt als gemeente. De uitkomsten nemen wij mee in ons advies. Ten tweede stelt u de vraag te reflecteren op het advies van 17 maart 2021 waarbij specifiek aandacht wordt gevraagd voor de inpassing van deelgebied 3.
Dit deelgebied ligt aan de zuidzijde van het spoor in de invloedssfeer van het landgoed Het Reelaer (destijds benoemd als locatie 2). U vraagt te adviseren of en op welke wijze deze door ons gedefinieerde waardevolle locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen vanuit de kenmerken in samenhang met een nieuwe ontwikkeling als deze. Zoals eerder gesteld betreft dit advies een aanvulling. In de eerdere adviezen hebben wij voor de deelgebieden op drie schaalniveaus geadviseerd over de waarden en de ruimtelijke randvoorwaarden. Op de schaal van het landschap als geheel, de omzoming van de zonnevelden en het zonneveld zelf. Destijds hebben wij impliciet voor de deelgebieden getoetst aan de uitgangspunten die in de Richtlijnen, de Handreiking en uw Landschapsontwikkelingsplan zijn vastgelegd. De eerdere adviezen zijn dan ook nog steeds richtinggevend bij verdere planuitwerkingen in de vervolgfase.
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531, 8000 AM Zwolle 038 – 4213257 mail@hetoversticht.nl www.hetoversticht.nl KvK BTW IBAN
40059486 NL0026.45.440.B01 NL47RABO0184885671
ADVIES Het aanvullende advies bestaat uit twee delen: 1. Toetsing advies 2024 aan Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 in relatie met een toets aan de Handreiking Zonnevelden, de bepaalde aanvaardbare onderlinge afstand tussen de zonnevelden, de recyclebaarheid van de installaties en het tijdelijke karakter van het zonnepark. 2. Reflectie op het eerder uitgebrachte advies van 17 maart 2021. Specifiek deelgebied 3. 1. Toetsing aan de Richtlijnen zonneparken in de gemeente Raalte 2.0 Er zijn in de richtlijnen vijf basisuitgangspunten voor zonneparken waaraan plannen moeten voldoen. U vraagt ons op het tweede uitgangspunt ‘omvang en inpassing passend bij de omgeving’ expliciet een aanvullende toets te doen. Het gaat hierbij over de inpassing en de balans van de ontwikkeling in relatie tot de kenmerken en waarden van het landschap. Voor dit uitgangspunt wordt gebruik gemaakt van de Handreiking Zonnevelden die is opgesteld door de provincie. Balans 80 - 20 De deelgebieden zijn verschillend qua maat, maar elk gebied is groter dan 2 ha en moet daarom voldoen aan de balans 80 - 20 (deelgebied 3 is het kleinste veld). Het huidige plan geeft onvoldoende helderheid op de ligging van de projectgrenzen waardoor een exacte toets op de balans 80 - 20 nu niet mogelijk is. In een volgend plan moet dit expliciet worden gemaakt.
Het gebied voor de zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) dient maximaal 80% te bedragen van het plangebied. Minimaal 20% van het plangebied moet worden ingericht voor inpassing en compensatie van het verlies aan ecologisch en landschappelijke waarden. In de huidige opzet wordt gesteld dat er sprake is van 9 ha aan oppervlak zonneveld (totaal 65%). De zonnevelden als geheel (inclusief de zone tot de hekwerken) omvat 75% van de totale oppervlakte wat landschappelijk wordt ingericht en wordt gecompenseerd op verlies van ecologisch en landschappelijke waarden. De balans voor het gehele park lijkt hiermee te voldoen aan de vereisten. Dit moet nog wel expliciet inzichtelijk worden gemaakt in het inrichtingsplan. Een aanvulling met een overzicht op kaartbeeld kan hierbij ondersteund zijn. Verhouding 2/3- 1/3 Het huidige plan voldoet aan de verhouding van 2/3 - 1/3 voor bodemkwaliteit gezien het zon-volgend systeem van de zonnepanelen. Er moet 1/3 van de grond tussen de rijen panelen worden vrijgehouden. Gaan we uit van gemiddeld 50% onbedekt (bron: bijlage 5 Trackersysteem Follow the Sun) dan is de verhouding 36% bedekt en 64% onbedekt. Wij adviseren expliciet de positieve effecten van het systeem van draaibare panelen ‘follow the sun’ inzichtelijk te maken in het inrichtingsplan.
In bijlage 6 reactie Endona op ons eerdere advies uit 2024 is dit wel benoemd, maar dat document is geen vergunningsdocument. Het betreft immers een meer efficiëntie benutting zonoppervlak ten opzichte van een traditionele opzet waardoor er minder oppervlak aan grond nodig is. Ook is er een meer open opzet mogelijk met minder bodembedekking. In de stukken wordt gesproken over een percentage van tot wel 58% minder bedekking. Dat is positief voor de ontwikkeling van een gezonde bodem. Omvang en inpassing passend bij de omgeving Wanneer de vereisten getalsmatig worden gehaald blijft het voor de deelgebieden alsnog ook een ruimtelijke voorwaarde dat de ‘omvang en inpassing passend is bij de omgeving’. Voor de deelgebieden 1 en 2 is in het advies van 2024 aangegeven dat de omvang passend is, maar dat aanvullend aan ruimtelijke randvoorwaarden moet worden voldaan om de inpassing in aansluiting op de specifieke kenmerken van het deelgebied landschappelijk te optimaliseren. In het eerdere advies worden voor deze twee deelgebieden passende ruimtelijke voorwaarden voor nadere uitwerking benoemd. Er kan vanwege wenselijk te behouden zichtlijnen verschil worden gemaakt in type aanplant als struwelen, hakhout en hogere aanplant.
De aanplant van deze structuren als onderdeel van een groter netwerk versterkt de kleinschaligheid wat als uitgangspunt in het Landschapsontwikkelingsplan wordt genoemd. Ook kan het verschil in hogere en lagere delen benadrukken. Deze aanplant heeft daarom bij voorkeur een permanent karakter.
Pagina 2 van 6
Voor deelgebied 3 geldt dat de omvang zoals nu voorgesteld niet past bij de waardevolle landschappelijke omgeving in de invloedssfeer van het landgoed, de bossen en lanen. De omvang zal sterk teruggebracht moeten worden. In de Richtlijnen wordt gesteld dat de omranding een positieve meerwaarde moet leveren voor het landschap op de schaalniveaus van het landschap als geheel, de overgang van het veld naar het landschap en het veld zelf. De schaal van de omranding moet passen bij het gebied en bijdragen aan de specifieke kwaliteiten en opgaven in het gebied. Er moet zorg zijn voor de belevingskwaliteit en meervoudig ruimtegebruik. Hierop moet het inrichtingsplan worden ontworpen. Onder punt 3 adviseren wij aanvullend over de verkleining (omvang) van het park. Onder welke aanvullende ruimtelijke randvoorwaarden voor dit deelgebied een mogelijk acceptabele inpassing verkregen zou kunnen worden. Onderlinge afstand van de parken In het advies van 2024 hebben wij benoemd dat de drie zonnevelden door de verspreide ligging mogelijk een meer negatieve impact hebben op de beleving van het gehele gebied wat door veel burgers (recreatief) wordt gebruikt. De drie velden grenzen aan de routes. Voor een objectieve beoordeling van de impact zijn afstanden gedefinieerd.
De afstand tussen de verschillende zonnepanelenvelden (inclusief hekwerk) dient volgens de Richtlijnen minimaal 500 meter te bedragen. De onderlinge afstand tussen de velden 1 en 2 en 2 en 3 voldoet aan de vereiste afstand, respectievelijk 1254 meter tussen veld 1 en veld 2 en 769 meter tussen veld 2 en veld 3. De afstand tussen veld 1 en 3 voldoet niet. Deze afstand bedraagt 456 meter. Deelgebied 3 zal dan ook verkleind en/of anders vormgegeven moeten worden. Op dit aspect komen we ruimtelijk terug onder punt 2. Recyclebaarheid van de installaties Dit toetsingscriterium van de Richtlijnen is niet benoemd in de stukken. Er dient duidelijkheid te worden verschaft over de mogelijke recyclebaarheid van de installaties. Het tijdelijke karakter van het zonnepark De Handreiking geeft aan dat het landschappelijke raamwerk wat wordt aangelegd een duurzame bijdrage moet zijn voor het landschap. Dit betekent dat als het zonneveld wordt weggehaald, het landschappelijk raamwerk grotendeels blijvend in stand moet worden gehouden. De initiatiefnemer moet inzicht geven in de wijze waarop dit plaatsvindt en waar dat duurzame netwerk zich ruimtelijk manifesteert. Het huidige plan geeft geen inzicht in welke landschappelijke structuren en elementen na verwijdering van het park blijvend zijn in het landschap.
Voor een duurzaam raamwerk adviseren wij landschappelijke elementen en structuren aan te planten die ook in een toekomstig agrarisch gebruik van meerwaarde kunnen zijn (agroforestry, strokenlandbouw, extensivering randen, snelgroeiend (brand)hout etc.). Dit is ‘werk met werk’ maken. Het betekent ook een verbreding van inkomsten voor de agrarische bedrijvigheid. De ontwikkeling van het zonnepark creëert zo voor de langere termijn een duurzame dooradering. Dit betekent een meerwaarde voor bedrijvigheid, landschap, de biodiversiteit en de recreatieve beleving.
Pagina 3 van 6
2. Reflectie op het eerder uitgebrachte advies van 17 maart 2021, specifiek deelgebied 3 In 2021 zijn wij gevraagd de (destijds vier) verschillende locaties te beoordelen op kansrijkheid voor een zonnepark. Wij hebben de locaties los beoordeeld, niet als een totaalpark. Voor deelgebied 3 concludeerden wij dat de locatie het meest gevoelig was van de vier en daarmee vanuit de waarden niet geschikt voor een zonnepark (waardevol vanwege relatie landgoed Het Reelaer, recreatieve routenetwerk, nabijheid NNN). We plaatsten daarbij de opmerking dat aan de noordzijde voldoende groene buffering moet zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed. In algemene zin hebben wij destijds geformuleerd dat de schaal van een zonnepark acceptabel is wanneer deze ruimtelijk gezien in balans wordt gebracht met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet ‘onderdeel zijn van’ en niet bepalend zijn in een landschap. Deelgebied 3 ‘zonnepark in balans met de omgeving’ U vraagt of en op welke wijze deze locatie een integrale landschappelijke meerwaarde kan krijgen met respect voor de waarden. Een zonnepark ontworpen in samenhang en balans met de omgeving. In het huidige voorstel is het zonneveld vanwege de forse maat in verhouding tot het gehele perceel niet in balans met de omgeving. Het zonneveld bepaalt in negatieve zien het karakter van de ruimte.
De akker, van waarde op deze locatie, wordt een ‘restrand’. Het geheel draagt ruimtelijk niet bij aan de gewenste omzoming, in specifiek het karakter wat bij een landgoedomgeving passend is. Wanneer de akker qua maat in balans wordt gebracht is de vernieuwing met zon misschien wel zichtbaar, maar niet bepalend. Wij adviseren voor dit zonneveld een verkleining tot minimaal de helft. Daarbij als voorwaarde dat de afstand tussen het zonneveld (incluis zone hekwerk) en de lanen moet worden vergroot tot minimaal driemaal de hoogte van de laanbomen. Aanvullend stellen wij als voorwaarde dat de akker jaarrond een agrarisch gebruik krijgt wat een positieve waarde aan de beleving geeft. De nieuwe struwelen moeten jaarrond bijdragen aan de verkleining van de schaal van het landschap, het landgoedkarakter, de positieve beleving. Een sortiment met bloei in het voorjaar, herfsttint in het najaar en een compact winterbeeld zijn daarbij een vereiste. Het sortiment kan deels bladverliezend zijn vanwege toepassing inheemse soorten. Menging met soorten als hulst, taxus en wilde liguster. Met genoemde aanpassingen zal het park minder bepalend zijn in de waardevolle context. Het park zal meer onderdeel worden van het landschap en daarmee dan ook beter in balans zijn.
De negatieve impact op de beleving wordt met name bepaald door gebiedsvreemde elementen als hekwerken, panelen, constructies, trafo’s, nieuwe (verharde)toegangswegen etc. De impact kan worden verminderd door deze elementen op een luwe plek te positioneren en in te bedden in een stevig landschappelijk kader wat passend is bij de locatie. Gebruik van bestaande ontsluiting in plaats van de aanleg van een nieuwe toegangsweg vermindert de negatieve impact op het landschap, de beleving. Ook is de afstand tussen het zichtpunt en de rand van een park bepalend voor de mate van visuele impact. De impact is op afstand vanwege het perspectief minder groot. Beplanting kan dan mogelijk ook op de hoogte van een ruig struweel met eventueel enkele verspreide boomvormers van een 2e orde voldoende zijn om impact te minimaliseren. Een aanplant die jaarrond een visuele aantrekkelijkheid heeft zal de negatieve impact ook verminderen. Het park in deelgebied 2 ligt op ruime afstand van de weg. De door ons gestelde aanvullende voorwaarde het veld in deelgebied 3 sterk te verkleinen zal ook hierop een positieve verandering teweegbrengen waardoor de balans mogelijk acceptabel wordt. Wij hopen dat met bovenstaande aanvullingen over de ruimtelijke componenten van het zonnepark uw vragen zijn beantwoord.
Omdat wij als organisatie staan voor de kwaliteit van de leefomgeving in algemene zin gaan wij aanvullend op uw specifieke vragen graag in op onderstaande. In het basisuitgangspunt ‘dialoog met de omgeving’ wordt aandacht besteed aan ‘Hoe het zonnepark zo goed mogelijk in het landschap past en de inpassing wordt samen met de omwonenden vormgegeven’. Dit uitgangspunt raakt direct aan ‘inpassing passend bij de omgeving’. Waar zorg voor belevingskwaliteit onderdeel is van een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld. Vanuit de dialoog worden ingrediënten aangedragen die van invloed zijn op de ruimtelijke uitwerking die een initiatiefnemer vervolgens doet.
Pagina 4 van 6
Het Oversticht kijkt enerzijds vanuit de kenmerken en waarden van (historische) landschappen en adviseert hoe nieuwe ontwikkelingen met respect hierin kunnen plaatsvinden op de schaal van het landschap als geheel, de plek in relatie tot de omgeving en de plek zelf. Dit betreft het fysieke landschap. Anderzijds staat Het Oversticht ook voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarin staan de burgers die het landschap beleven centraal. Wij werken voor hen dagelijks aan een aangename leefomgeving. De toets van een inrichtingsplan kan naar ons gevoel dan ook niet volledig zijn zonder kennis te nemen van de ingrediënten die worden aangedragen in de dialoog met bewoners. De toets aan het tweede uitgangspunt is voor ons dan ook onlosmakelijk met de toets van het eerste uitgangspunt verbonden. Bij de beoordeling van het gewijzigde inrichtingsplan in een volgende fase van het planproces hebben wij dan ook graag inzicht in de ingrediënten die zijn aangedragen door de bewoners en de keuzes die daarop vervolgens ruimtelijk zijn gemaakt. Het gaat daarbij niet om het individuele, maar de gezamenlijke waarden in beleving. In bijlage 6 reactie van Endona op ons eerdere advies uit 2024 wordt de dialoog met de omgeving benoemd, maar ook op dit punt adviseren wij het inrichtingsplan expliciet aan te vullen zodat het onderdeel wordt van het te vergunnen document. Met vriendelijke groet,
Landschapsarchitect, ervenconsulent
Pagina 5 van 6
Bijlage In het advies van 2021 hebben wij de locaties los beoordeeld. Wij hebben de gevoeligheden van de drie locaties als volgt beschreven: •
De erflocatie 1 aan de Stobbenbroekerweg is landschappelijk gevoelig vanwege de solitaire ligging in het agrarische gebied. Zon op agrarische grond is alleen wenselijk wanneer er een integrale meerwaarde ontstaat voor het landschap.
•
De locatie 2 aan het spoor is landschappelijk het minst gevoelig. Voor deze locatie zou een verkenning kunnen worden gedaan waarbij integraal wordt ontworpen aan nieuwe functies waaronder zon op een kleine schaal. Daarbij laten wij niet onbenoemd dat het park op deze locatie het zicht vanuit bewoners zal beïnvloeden.
•
De locatie 3 ten zuiden van Het Reelaer is vanuit de waarden niet geschikt voor een zonneveld (relatie landgoed, recreatieve routenetwerk, NNN). Aan de noordwestzijde moet voldoende groene buffering zijn voor een landschappelijke overgang naar het landgoed.
In algemene zin hebben wij destijds geformuleerd dat de schaal van een zonnepark acceptabel is wanneer deze ruimtelijk gezien in balans wordt gebracht met de bestaande of aan te passen omgeving. Energie moet ‘onderdeel zijn van’ en niet bepalend zijn in een landschap. Daarbij is het steeds de vraag of elke locatie zich leent voor een invulling met zon. Dit is afhankelijk van de locatie op zichzelf met een mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik, de locatie in relatie tot de directe omgeving met hierin het koppelen van kansen of een aansluiting bij andere activiteiten.
Pagina 6 van 6