Aanvraagformulier Basis VU 2025 Raalte
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Het college maakt gebruik van dit formulier wanneer het voldoet aan beide onderstaande voorwaarden:
1) Het college doet een aanvraag voor het reguliere vangnet (met een eigenrisicodrempel van 7,5%); en: 2) de gemeente heeft over 2023 en/of over 2024 geen vangnetuitkering ontvangen. Gemeenten die een aanvraag doen voor het uitgebreide vangnet of die over 2023 en/of 2024 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer er een aanvraag gedaan wordt voor het uitgebreide vangnet.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit 1
verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
1. Verklaring college bij een basisverzoek
Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
2
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In 2025 heeft Raalte een fors BUIG‑tekort van € 977.158 (11,52%), ruim boven de eigenrisicodrempel van 7,5%. Ook cumulatief over 2023–2025 ontstaat een tekort van € 825.657 (9,74%). Het deel boven de drempel (€ 341.216) komt in aanmerking voor 50% compensatie via de vangnetregeling, wat neerkomt op € 170.608. De instroom in de Participatiewet steeg sterk: van 123 personen in 2022 en 111 in 2023 naar 168 in 2024 en 150 in 2025. Het aandeel statushouders piekte in 2024 (39,3%) door versnelde huisvesting. In 2025 werden de financiële effecten hiervan zichtbaar.
Door gezinshereniging nam het aantal normwijzigingen toe tot 20,7%. Het landelijke verdeelmodel verklaart een deel van het tekort. Raalte heeft een lage bijstandsdichtheid (14 per 1.000 inwoners), waardoor een plotselinge hogere instroom harder doorwerkt. Compensatie volgt vertraagd, omdat het model weinig rekening houdt met actuele lokale instroom. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college van Raalte richt in de uitvoeringsplannen Raalte Werkt 2025 en 2026 de aandacht op jongeren, inwoners met complexe problematiek en statushouders. Hoewel de arbeidsmarkt gunstig is, hebben deze groepen extra ondersteuning nodig. Omdat het BUIG‑tekort vooral wordt veroorzaakt door de versnelde huisvesting van statushouders, ligt de nadruk op maatregelen voor deze doelgroep. De gemeente streeft naar een integrale uitvoering van de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet. Directe uitstroom naar werk is vaak niet haalbaar door inburgeringsverplichtingen, taalachterstanden en persoonlijke belemmeringen. Daarom wordt gewerkt aan groei richting volledige participatie, waarbij parttime werk vaak een eerste stap is.
3
In 2025 startte een traject met Stichting Werk Raalte waarin statushouders een jaar werkervaring opdoen met intensieve taalondersteuning. Daarnaast wordt ingezet op taalstages, werkervaringsplekken en duurzame plaatsingen via het Werkgevers Service Punt. Alle inburgeringsroutes koppelen taalontwikkeling aan praktijkervaring en arbeidsmarktkansen.
4
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het is nog te vroeg om de effecten van de ingezette maatregelen te meten, maar door vroeg te investeren in een combinatie van taal en werk verwacht de gemeente op termijn een positief effect op de bijstandsuitgaven. Cruciaal is dat werkgevers bereid zijn te investeren in statushouders en om te gaan met taalachterstanden en culturele verschillen; de gemeente ondersteunt hen hierbij samen met het WSP en taalaanbieders. Door vroegtijdige taalontwikkeling, werkervaring en kennismaking met de Nederlandse werkcultuur vergroten statushouders hun vaardigheden en neemt de kans op duurzame uitstroom uit de uitkering toe.
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Analyse tekort Voor het recht op een reguliere vangnetuitkering over 2025 geldt een eigenrisicodrempel van 7,5%. Dit betekent dat eerst wordt getoetst of het tekort over 2025, en het cumulatieve tekort over de jaren 2023–2025, deze drempel overschrijdt. Over 2025 is sprake van een tekort dat de eigenrisicodrempel overstijgt. Het definitief toegekende BUIG-budget voor 2025 bedraagt € 8.479.223, terwijl de relevante bestedingen uitkomen op € 9.456.381. Dit resulteert in een nadeel van € 977.158, wat neerkomt op 11,52% van het BUIGbudget. Daarmee wordt voldaan aan de eerste financiële voorwaarde, aangezien het tekort hoger is dan de vereiste 7,5%. Daarnaast moet over de jaren 2023, 2024 en 2025 sprake zijn van een gecumuleerd tekort van meer dan 7,5%, berekend over het BUIG-budget 2025. In 2023 en 2024 was nog sprake van voordelen van respectievelijk € 94.100 en € 57.401. Het grote nadeel in 2025 (€ 977.158) zorgt er echter voor dat het cumulatieve resultaat over deze drie jaren uitkomt op een tekort van € 825.657. Dit komt overeen met 9,74% van het BUIG-budget 2025 en ligt daarmee eveneens boven de 7,5%-grens. De eigen risicodrempel van 7,5% komt neer op € 635.942. Het tekort dat boven deze drempel uitkomt bedraagt € 341.216.
Omdat dit tekort binnen de bandbreedte van 7,5% tot 12,5% valt, wordt 50% hiervan gecompenseerd via de vangnetregeling. Op basis hiervan kan een bijdrage van € 170.608 bij het Rijk worden aangevraagd. In- en uitstroom Participatiewet De instroom in de Participatiewet steeg in de afgelopen jaren aanzienlijk, terwijl de uitstroom nagenoeg stabiel bleef. Waar in 2022 en 2023 respectievelijk 123 en 111 personen instroomden, liep dit in 2024 op naar 168 en bleef het in 2025 hoog met 150 nieuwe instromers. De uitstroom naar werk is redelijk stabiel, hoewel we in 2025 een opvallende stijging zien, waaronder uitstroom naar werk (2022: 99, 2023: 101, 2024: 94, 2025: 111).
7
Aandeel statushouders Het aandeel statushouders binnen de instroom fluctueerde sterk: van 10,6% (2022) en 25,2% (2023) naar een piek van 39,3% in 2024, gevolgd door 12,7% in 2025. De stijging valt te verklaren door extra en versnelde huisvesting in Den Alerdinck om te voldoen aan de wettelijke taakstelling en de druk op landelijke opvangketen te verlichten. De hogere instroom in 2024 vond met name in de 2e helft van het jaar plaats, waardoor de financiële gevolgen vanaf 2025 pas goed zichtbaar werden. Doorwerking via normwijzigingen De instroom van statushouders uit eerdere jaren werkte in 2025 ook door in de uitgaven voor de bijstandsuitkeringen. Door de komst van nareizigers vindt er een normwijziging plaats in de uitkering (een gezin ontvangt een hogere uitkering dan een alleenstaande). Waar het aandeel normwijzigingen in 2022 en 2023 stabiel bleef rond de 14–15%, daalde het naar 9,5% in 2024 maar steeg het in 2025 naar 20,7%. Dit bevestigt dat de instroom niet alleen op het moment zelf budgettair impact heeft, maar ook in de volgende jaren via gezinshereniging. Verdeelmodel BUIG-budget We zien in de analyse van het tekort dat Raalte vanaf 2025 een nadelig saldo heeft op het BUIGbudget1. In voorgaande jaren was dit nog positief.
Raalte heeft een relatief lage bijstandsdichtheid ten opzichte van gemeenten in dezelfde gemeentegrootteklasse (2024: Raalte 14 personen per 1000 inwoners versus 19 personen per 1000 inwoners2). Het zijn met name gemeenten met een relatief lage bijstandsdichtheid die grotere financiële consequenties ondervinden bij een plotselinge hogere instroom. Het rekenmodel dat het ministerie van SZW hanteert voor de bepaling van het BUIG-budget houdt weinig rekening met actuele instroomcijfers van statushouders op gemeentelijk niveau. Voor een middelgrote gemeente als Raalte betekent dit dat de financiële compensatie voor deze instroom pas met vertraging plaatsvindt, namelijk na circa twee jaar, via indicatoren in het verdeelmodel die onder meer verband houden met het land van herkomst.
1Het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten) is het jaarlijkse budget dat
gemeenten van het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en loonkostensubsidies. 2 Bron: Waar staat je gemeente.
8
Hoewel het tekort in 2025 grotendeels kan worden verklaard door het verdeelmodel van het bijstandsbudget blijft het beleid van het college onverminderd gericht op het ondersteunen richting werk en participatie en daarmee zelfredzaamheid en het beperken van de bijstandsafhankelijkheid van onze inwoners.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Beleidskader Ons college stelt jaarlijks het uitvoeringsplan Raalte Werkt vast en bespreekt dit met de raad. In het plan van zowel 2025 als 2026 kiest het college voor een focus op prioritaire doelgroepen, waaronder jongeren, inwoners met complexe problematiek en statushouders. In de huidige economische conjunctuur is er sprake van een relatief gunstige arbeidsmarkt, waardoor veel inwoners perspectief hebben op werk. Tegelijkertijd geldt dat niet iedereen deze kansen even gemakkelijk kan benutten, bijvoorbeeld door verschillen in vaardigheden en belastbaarheid. De genoemde prioritaire doelgroepen hebben vaak extra ondersteuning nodig en daar zetten we ook op in, bijvoorbeeld door het toepassen van loonkostensubsidies, IPS-trajecten (Individuele Plaatsing en Steun) voor inwoners met een ernstige psychische aandoening en jobcoaching. Omdat het tekort op de BUIG voornamelijk te verklaren is door de versnelde huisvesting van statushouders richten de getroffen maatregelen om dit tekort te reduceren, zich op deze groep. Focus op statushouders De ambitie is om de doelstellingen van de Wet inburgering 2021 en de Participatiewet zoveel 9
mogelijk geïntegreerd te realiseren. Tegelijkertijd blijkt in de uitvoering dat directe uitstroom naar werk niet altijd mogelijk is, onder meer door verplichte inburgeringsactiviteiten. Daarnaast spelen persoonlijke belemmeringen zoals taalniveau, psychische belasting en trauma’s of beperkte inzetbaarheid een rol. Parttime werk is vaak het hoogst haalbare en een aanvullende uitkering blijft nodig. Vanuit deze uitgangspositie wordt gericht gewerkt aan verdere ontwikkeling en groei richting volledige participatie. Daarbij zetten we consulenten Werk Statushouders in, die zich specifiek richten op het begeleiden van statushouders richting participatie en werk. Zij bieden individuele ondersteuning, houden rekening met de verplichtingen uit de inburgering en werken samen met werkgevers en maatschappelijke partners om stappen richting arbeidsdeelname mogelijk te maken. Snel een passende plek Een belangrijk speerpunt is dat statushouders snel een passende plek vinden om te participeren en intensief in contact komen met taal op de werkvloer. Om hier invulling aan te geven is in samenwerking met Stichting Werk Raalte (SWR) in 2025 een traject gestart waarin statushouders in de zelfredzaamheidsroute van hun inburgeringstraject gedurende een jaar werkervaring opdoen bij de SWR waarbij extra ingezet wordt op taalontwikkeling.
Deelnemers leren praktijktaal, werkprocessen en Nederlandse werkcultuur, ondersteund door taalbuddy’s. Het aanbod bestaat uit kleine groepen of 1op1-begeleiding, wekelijkse taalsessies, evaluaties en vaste feedbackmomenten. Door de nauwe samenwerking tussen taalcoach, buddy’s, teamleiders, jobcoach en taaldocenten sluit het programma aan bij de dagelijkse werkzaamheden. Omdat dit project nog maar relatief kort geleden gestart is hebben we de effecten hiervan nog niet kunnen meten. Doorstroom en werkgeversbenadering Daarnaast werken we aan een brede infrastructuur voor taalstages en werkervaringsplekken. Na de start bij Stichting Werk Raalte zorgen we voor doorstroom naar andere werkgevers. De komende periode zetten we, in samenwerking met het Werkgevers Service Punt (WSP), extra in op het vergroten van draagvlak bij werkgevers om ook deze groep kansen te bieden en onderzoeken we wat nodig is om meer (duurzame) plaatsingen te realiseren. Aansluiting op het inburgeringstraject Deze aanpak sluit aan bij onze wettelijke rol binnen de Wet inburgering 2021. De wet vraagt om een nauwe samenhang tussen taal, participatie en toeleiding naar onderwijs en werk. Binnen die kaders maken wij bewuste keuzes in de inrichting van alle routes. Waar de onderwijsroute en de B1-route regionaal worden ingekocht, organiseren wij de zelfredzaamheidsroute zelf.
In onze eisen aan aanbieders vragen wij taalaanbieders nadrukkelijk om samen te werken met partners in het participatiedeel, onder andere door vaktaal- en jargontraining te verzorgen die aansluit bij stageplekken. Maar ook in de B1-route wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het faciliteren van participatie. Zo vragen wij aanbieders het duale karakter van de leerroutes te borgen door praktijkgericht leren en participeren te integreren, de leerroute complementair te laten zijn aan de Module Arbeidsmarkt en Participatie en lesdagdelen zo in te richten dat participatie mogelijk is. 10
In de onderwijsroute vragen we aanbieders inburgeraars actief deel te nemen aan intensief en fysiek voorbereidend onderwijs. De focus ligt op het behalen van taalniveau B1 of hoger en op doorstroom naar regulier mbo dan wel hbo, zodat deelnemers duurzame kwalificaties opbouwen. Daarmee brengt het traject deelnemers via onderwijs dichterbij de arbeidsmarkt, op een wijze die duurzaam is.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Het is nog te vroeg om de effecten van de genoemde maatregelen te meten. Maar we verwachten door zo vroeg mogelijk inzetten op een combinatie van taal en werk dit op termijn een positief effect zal hebben op de bijstandsuitgaven. Hierbij is het van essentieel belang dat werkgevers ervoor open staan om te investeren in statushouders en kunnen omgaan met eventuele taalachterstanden en culturele verschillen. Hierin zullen we als gemeente samen met het WSP en andere (taal)aanbieders hen waar mogelijk faciliteren. Daarnaast verwachten we van de (taal)aanbieders dat zij hun lesaanbod zodanig inrichten dat het praktisch gezien meer ruimte biedt aan statushouders om naast hun inburgeringsactiviteiten te investeren in werk. Want door vroegtijdig en met extra begeleiding taal te leren in beschermde omgeving, werkervaring op te doen en kennis te maken met de Nederlandse (werk)cultuur, versterken deelnemers hun taalvaardigheid, werknemersvaardigheden en culturele inzichten. Op langere termijn vergroten we de kans op (duurzaam) werk en daarmee gedeeltelijke of volledige uitstroom uit de uitkering. Immers: leren op de werkvloer is één van de meest effectieve manieren om de kans op het vinden (en behouden) van een baan te vergroten.
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. 11
Datum: De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
12
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
13