CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Toelichting bijlage 3a, Aanvullend bodemonderzoek Boetelerveldweg 3

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan buitengebied, omgeving Boetelerveld 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16 en Pleegsterdijk 27 (hamerstuk)31.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

maart ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Projectnummer:

21-M9773/22-M10210-01

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

18 maart 2022

0

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

datum

18 maart 2022

projectnummer

21-M9773/ 22-M10210-01

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

maart ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Inhoud 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

2

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5

3

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 16

4

3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 16

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 21

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 23 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 23

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 25

grond en grondwater (NEN-5740+A1) ............................................................................................... 25

5

6

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 28

4.3.1

Verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 ............................................................... 28

4.3.3

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 ......................................... 38

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 41 5.1

verkennend milieukundig bodemonderzoek NEN-5740+A1 ................................................ 41

5.2

verkennend onderzoek asbest in grond NEN 5707+C2 ........................................................ 45

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 49

COLOFON ............................................................................................................................................. 50

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring 6. Verklarende woordenlijst

maart ’22

2

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in de periode maart-april 2021 en januari-februari 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 en een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 uitgevoerd op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Boetelerveldweg nr. 3 te Mariënheem (gemeente Raalte). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een voorgenomen herontwikkeling en geplande nieuwbouw op de locatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

maart ’22

3

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017 (literatuur 12). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

maart ’22

4

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

B 0

C

D

✓

✓

✓

✓

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

maart ’22

5

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een voorgenomen herontwikkeling en geplande nieuwbouw op de locatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie gemeente Raalte, verkregen van de Omgevingsdienst IJsselland (email d.d. 18-09-2020); • informatie bodemloket.nl; • informatie bodematlas Provincie Overijssel; • www.topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische werkzaamheden; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG)

Terreinverharding

Ondergrondse infrastructuur

maart ’22

Boetelerveldweg nr. 3 Mariënheem Raalte Zie bijlage 1 X = 217.890 Y= 487.589 Gemeente Raalte, sectie G, nr. 2245 Niet nagegaan. ca. 1.750 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van het onbebouwde gedeelte van de locatie gelegen aan de Boetelerveldweg 3 te Raalte. Op de locatie bevindt zich een woning. Recent zijn diverse stallen en schuren afgebroken. Het onbebouwde erf tussen de vm. stallen en schuren is deels verhard met bestrating. Het terreindeel ten oosten van de woning is als tuin in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het tot woonbestemming her te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Volgens informatie van het Kadaster dateert de bestaande woning van 1964. De naastgelegen stal dateert van 1978. De overige stallen dateren van de periode tussen 1968 en 2004. In de stallen en schuren bevinden zich meest betonvloeren en mestkelders. Het onbebouwde deel van de locatie is deels verhard met betonklinkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. 6

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". Niet bekend.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik op basis van topografische kaarten Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op de locatie is voor zover te beoordelen tot 1889 onbebouwd geweest. Op topografische kaarten tussen 1893 en 1955 is ten zuiden van de bestaande bebouwing een gebouw te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 1962 is een deel van de bestaande bebouwing te herkennen. De bebouwing is in de loop der tijd gewijzigd en uitgebreid. Huidig De onderzoekslocatie betreft een deel van het onbebouwde gedeelte van de locatie gelegen aan de Boetelerveldweg 3 te Raalte. Op de locatie bevindt zich een woning. Recent zijn diverse stallen en schuren afgebroken. Het onbebouwde erf tussen de vm. stallen en schuren is deels verhard met bestrating. Het terreindeel ten oosten van de woning is als tuin in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het tot woonbestemming her te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Toekomstig Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het tot woonbestemming her te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van topografische kaarten van voor 1900 is in de basis van omgeving van de onderzoekslocatie reeds verspreid topografische bebouwing te herkennen. kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noord-, oost-, zuid- en westzijde: omliggende agrarische toekomstig percelen.

maart ’22

Agrarisch bedrijf.

Agrarisch bedrijf.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft een deel van het onbebouwde gedeelte van de locatie gelegen aan de Boetelerveldweg 3 te Raalte. Op de locatie bevindt zich een woning. Recent zijn diverse stallen en schuren afgebroken. Het onbebouwde erf tussen de vm. stallen en schuren is deels verhard met bestrating. Het terreindeel ten oosten van de woning is als tuin in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het tot woonbestemming her te ontwikkelen terreindeel, zoals opgenomen in bijlage 2. Op de locatie is geruime tijd een veehouderijbedrijf gevestigd. De schuur ten noorden van de woning is in het verleden enige tijd als werktuigenschuur gebruik. Van oorsprong was dit een veestal (voorzien van een mestkelder). In deze ruimte staat nu nog een luchtwasser opgesteld. In de schuur ten westen van de woning stond op drie verschillende plaatsen een bovengrondse dieselolietank opgesteld. Ten zuiden van de naast de woning gelegen schuur bevindt zich een spoelplaats. Op basis van het historisch bodembestand wordt op de locatie een ondergrondse brandstoftank benoemd. Hierover is geen verdere informatie bekend.

Bouwvergunningen

Milieuvergunningen

Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks

maart ’22

Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de (vm.) bebouwing zijn de volgende bouwvergunningen verleend: ● 1976258; vergroten rundveestal ● 2000019; bouw werktuigenberging op bestaande mestkelder ● 1970001; bouw varkensschuur ● 1976314; bouw varkensschuur ● 1999182; vergoten varkensstal ● 1989198; vergroten wagenloods ● 1969289; bouw schuur voor landbouwwerktuigen ● 1991322 veranderen varkensstal ● 1995171; bouw varkensstal Op de onderzoekslocatie was in het verleden lange tijd een veehouderijbedrijf gevestigd. In 2014 is een milieuvergunning verleend voor een pluimvee- en varkensbedrijf. Op 18 december 2007 en 26 april 1983 zijn er twee milieuvergunningen verleend die zijn overgegaan in een melding Activiteitenbesluit. De locatie wordt in het handelsregister van de kamer van koophandel niet vermeld. Op de locatie wordt melding gemaakt van een bovengrondse dieselolietank met een inhoud van 1.200 liter. De tank heeft in het verleden op drie verschillende plaatsen gestaan.

8

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

figuur 1: situering bovengrondse tank periode 2014

figuur 2: situering bovengrondse tank periode 2003

figuur 3: situering bovengrondse tank periode 1999

maart ’22

9

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Op basis van het historisch bodembestand wordt op de locatie een ondergrondse brandstoftank benoemd. Over een ondergrondse brandstoftank is geen verdere informatie bekend. De evt. situering en status van een ondergrondse brandstoftank op de locatie is niet bekend. De eigenaar welke de locatie meer als 30 jaar in bezig heeft is niet bekend met een ondergrondse brandstoftank. Volgens de eigenaar is er op de locatie alleen een bovengrondse brandstoftank aanwezig geweest.

Aanwezigheid asbest

Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel worden de dak van de bestaande bebouwing aangemerkt als niet verdacht voor asbest.

figuur 4: asbestdakenkaart provincie Overijssel In de praktijk bestaan de daken van de schuren en stallen uit asbestverdachte dakplaten. Tijdens de uitvoering van het veldwerk werd een aantal daken gesaneerd. Volgens informatie van de eigenaar waren de daken deels voorzien van dakgoten of waterde deze af op verharde ondergrond. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht).

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

maart ’22

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. 10

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Gebruik omgeving < 25 m

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving bevinden zich agrarische percelen, enkele agrarische bedrijven en woningen in het buitengebied. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v.

de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► verkennend onderzoek, Boetelerveldweg 3, ref.CBB, d.d. 1-6-1995. Dit is een bodemonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van een bouwvergunning voor de middelste schuur aan de noordkant van het perceel. In de vaste bodem zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan koper, zink en cadmium aangetoond. ►historisch onderzoek Boetelerveldweg 3, ref. Hunneman, d.d. 1-6-1999. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bouwvergunning. Uit het onderzoek bleek dat de bouwlocatie onverdacht was. Buiten de bouwlocatie was een bovengrondse dieseltank aanwezig

Omgeving <25 m

►Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

►Niet bekend.

maart ’22

►De locatie is gelegen in de zone buitengebied.

11

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 5-7 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-5

5-33

beschrijving

formatie

zandige eenheid, hoofdzakelijk Boxtel bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk Kreftenheye bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

pakket deklaag

watervoerend pakket

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Raalte, sectie G, nr. 2245 niet nagegaan

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

maart ’22

12

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Hypothese en onderzoeksstrategie Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie aan de de Boetelerveldweg 3 te Raalte geruime tijd een veehouderijbedrijf gevestigd is. De schuur ten noorden van de woning is in het verleden enige tijd als werktuigenschuur gebruik. Van oorsprong was dit een veestal (voorzien van een mestkelder). In deze ruimte stond een luchtwasser opgesteld. In de schuur ten westen van de woning stond op drie verschillende plaatsen een bovengrondse dieselolietank opgesteld Ten zuiden van de naast de woning gelegen schuur bevindt zich een spoelplaats. Deze deellocatie valt buiten het in dit onderzoek onderzochte deel van de locatie, de bodemkwaliteit t.p.v. de spoelplaats is in dit onderzoek niet onderzocht. Op basis van het historisch bodembestand wordt op de locatie een ondergrondse brandstoftank benoemd. Over een ondergrondse brandstoftank is geen verdere informatie bekend.

De status en situering van deze mogelijk ondergrondse brandstoftank is op basis van de bekende gegevens niet bekend. Ook de eigenaar van de locatie is niet op de hoogte van de aanwezigheid een (vm.) ondergrondse brandstoftank op de locatie. Aangezien de situering van een evt. ondergrondse brandstoftank niet bekend is was het in dit onderzoek niet mogelijk de milieuhygiënische bodemkwaliteit t.p.v. een evt. tank te onderzoeken. Op een deel van het terrein is in het verleden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd hierbij zijn in de vaste bodem geen verontreinigingen aangetoond, in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan koper, zink en cadmium aangetoond.

maart ’22

13

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Binnen het in dit onderzoek onderzochte deel van de locatie valt de vm. werktuigenberging met luchtwasser, de drie vm. bovengrondse dieselolietanklocaties en de vm. spoelplaats. Deze deellocaties zijn in dit onderzoek als een potentieel verdachte deellocatie beschouwd en in dit onderzoek separaat onderzocht. Het onderzoek t.p.v. de vm. werktuigenberging is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, Heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) (literatuur 1). Het onderzoek t.p.v. de drie vm. bovengrondse dieselolietanklocaties en de vm. spoelplaats is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.3 strategie voor een verdachte locatie, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) (literatuur 1). Gezien het algemeen bedrijfsmatige gebruik van de locatie is het overige deel van het onderzochte deel van de locatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.

het onderzochte deel van de locatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740. verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Tijdens de uitvoering van het bodeonderzoek zijn in de grond t.p.v. een deel van de locatie puinresten aangetroffen. De herkomst van dit materiaal is niet eenduidig en er zijn hiervan geen kwaliteitsgegevens. Conform een uitspraak van de Raad van State uit 2017 dient bij het aantreffen van puin in en op de grond, een locatie als asbestverdacht te worden beschouwd. Dit geldt wanneer er geen informatie beschikbaar is omtrent de herkomst van het puin. De bodem t.p.v. het onderzochte deel van de locatie is in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of he onderzochte deel van de locatie al dan niet asbest verdacht is. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%).

Het onderzoek t.p.v. het onderzochte deel van de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte bovengrond). Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca. 50 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898

maart ’22

14

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie NEN-5740+A1 vm. werktuigenberging (270 m2) drie vm. bovengrondse dieselolietanks (10 m2 per tanklocatie) vm. spoelplaats (180 m2) overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 1.750 m2)

NEN-5707+C2 onbebouwde deel van het plangebied (ca. 1.750 m2)

maart ’22

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

PAK’s, zware metalen, minerale olie minerale olie / vluchtige aromaten zware metalen, minerale olie

-

VED-HE-NL (bovengrond) VEP

PAK’s, zware metalen, minerale olie

asbest

minerale olie / vluchtige aromaten zware metalen, minerale olie -

-

VEP VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater) VED-HE (bovengrond)

15

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)

dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. D. de Wilde (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

09-03-2021 12-01-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

18-03-2021 15-02-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik 20-04-2021 (erkend en geregistreerd) dhr. D. de Wilde (in opleiding) dhr. A.D.M. van Wuykhuyse 09-03 -2021 (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) 20-04-2021

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Het graven van inspectiegaten en het nemen van monsters (protocol 2018) locatie-inspectie

●een bijzonderheden, ●in de tussentijd tussen onderzoeksfase 2021 en 2022 zijn alle schuren en stallen afgebroken en is de grond t.g.v. de sloopwerkzaamheden deels vergraven en gevlakt ● t.p.v. bovengrondse tank A en de spoelplaats lijkt de grond na sloop gevlakt, het maaiveld is hier gelijk met het omliggende maaiveld ● het terreindeel t.p.v. de vm. stal ten westen van de bovengrondse tank A en B stond tijdens het veldwerk deels vol water, tussen het pad en de vm. stal lag een aarden wal (voor zover bekend gebiedseigen grond ter opvulling van de verlaging), de grondmonsters t.p.v. de vm. bovengrondse tanks A en B zijn genomen t.h.v. het oorspronkelijke maaiveld-niveau

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn de geen bijzonderheden waargenomen. maart ’22

16

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels. veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

maart ’22

17

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).

inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. In totaal zijn twee handboringen doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv.

Hierbij is gebruik gemaakt van een 12 cm edelman grondboor. De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

maart ’22

18

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0,5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal.

maart ’22

19

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

4

Ca.0.5

3 t/m 6

1

Ca.2.0

2

1

Ca.1.95

1

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 vm. werktuigenberging (ca. 270 m2) Boringen Peilbuis

vm. bovengrondse dieselolietank A (ca. 10 m2) Boringen

2

Ca.0.5

2A+3A

Peilbuis

1

Ca.2.6

1A

vm. bovengrondse dieselolietank B (ca. 10 m2) Boringen

2

Ca.0.5

5A+6A

Peilbuis

1

Ca.2.4

4A

vm. bovengrondse dieselolietank C (ca. 10 m2) Boringen

2

Ca.0.5

8A+9A

Peilbuis

1

Ca.2.5

7A

Boringen

3

Ca.0.5

11A+12A+13A

Peilbuis

1

Ca.2.8

10A

11

Ca.0.5

10 t/m 20

vm. spoelplaats (ca. 180 m2)

onbebouwde deel van het plangebied (ca. 1.750 m2) Boringen

2

Ca.2.0

8+9

Peilbuis

1

Ca.3.1

7

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 onbebouwde deel van het plangebied (ca. 1.750 m2) Inspectiegaten

5

Boringen 1 *=peilbuis is gecombineerd uitgevoerd

0.5

G1 t/m G5

2.0

G1

Alle geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven inspectiegaten zijn zodanig ruimtelijk verspreid over het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2.

maart ’22

20

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. In tabel 11 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 11: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied plangebied (ca. 1.750 m2)

inspectie-efficiëntie 50-70

conditie maaiveld tuin (>25% van het maaiveld is zichtbaar) betonklinkers

-

Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 12 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 12: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.7 0.7-3.1

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand

zwak siltig zwak siltig

bruin/grijs/geel geel/grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 13. tabel 13: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 7 1A 4A 7A 10A

1.95-2.95 2.1-3.1 1.6-2.6 1.4-2.4 1.5-2.5 1.8-2.8

1.17 1.40 1.01 0.83 0.87 1.19

5 5 5 5 5 5

6.5 7.2 6.7 6.1 6.7 5.9

EGV geleidingsvermogen µS/cm 660 490 380 450 490 370

troebelheid (NTU) 17.6 9.1 13.6 8.8 22.6 16.9

In de genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

maart ’22

21

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 14 weergegeven. tabel 14: afwijkende waarnemingen boring/inspectiegat

diepte m-mv.

zintuiglijke waarnemingen

1 2 3 4 5+6 7 8 9 11 12 13 19 20

0.15-0.6 0.05-0.2 0.15-0.5 0.15-0.4 0.07-0.5 0.35-0.7 0.0-0.5 0.4-0.5 0.15-0.5 0.0-0.5 0.07-0.5 0.15-0.5 0.4-0.5

baksteensporen baksteensporen baksteensporen baksteensporen, gestaakt op obstructie baksteensporen puinsporen puinsporen puinsporen puinsporen puinsporen puinsporen puinsporen puinsporen

G1 G2 G3 G4 G5 G6 G7 G8 G9 G10 G11

0.4-0.5 0.4-0.6 0.2-0.6 0.07-0.4 0.04-0.3 0.07-0.4 0.0-0.5 0.0-0.55 0.0-0.5 0.2-0.5 0.0-0.3

puinresten, fractie >20 mm: 0.4 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.1 kg puin-baksteenresten, fractie >20 mm: 1.1 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.4 kg puin- ijzerresten, fractie >20 mm: 0.5 kg puinresten, fractie >20 mm: 1.2 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.1 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.1 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.1 kg puin- ijzerresten, fractie >20 mm: 0.2 kg puinresten, fractie >20 mm: 0.1 kg

In het veld is gebleken dat de fractie > 20 mm. in de bodemlaag van 0.0-ca. 0.5 m-mv ter plaatse van de gegraven inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. Op basis van een steekproef van het uitgegraven bodemmateriaal is een in-situ dichtheid van het bodemmateriaal bepaald van 1.810 kg/m3. In verdere berekening is met deze bepaling gerekend. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest In tabel 15 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 15: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat

G1 t/m G11

asbestverdacht

asbestverdacht materiaal

materiaal

grond in de fractie >20 mm

maaiveld

diepte (m-mv)

aantal gram

nee

0.0-max. 0.6

-

* = veldvochtig

maart ’22

22

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. In onderstaande tabel 16 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 16: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

1+5+6

0.07-0.5

baksteenresten

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

2+3+4

0.05-0.5

baksteenresten

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater Pb 1

1

1.95-2.95

-

NEN-grondwater(**)

minerale olie / BTEXN+AS3000

vm. werktuigenberging grond

vm. bovengrondse dieselolietank A grond 1 grondwater

1A

0.0-0.2

-

Pb 1A

1A

1.6-2.6

-

minerale olie / BTEXN+AS3000

vm. bovengrondse dieselolietank B grond 2 grondwater

4A

0.0-0.2

-

Pb 4A

4A

1.4-2.4

-

maart ’22

minerale olie / BTEXN+AS3000 minerale olie / BTEXN+AS3000

23

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

vervolg tabel 16: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

vm. bovengrondse dieselolietank C grond minerale olie / BTEXN+AS3000

3 grondwater

7A

0.0-0.2

-

Pb 7A

7A

1.5-2.5

-

minerale olie / BTEXN+AS3000

4 grondwater

10A+11A+12A+13A 0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

Pb 10A overige onbebouwde deel van het plangebied

10A

1.8-2.8

-

NEN-grondwater(**)

MM3

7+9+19+20

0.15-0.5

puinresten

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

8+11+12+13

0.0-0.5

puinresten

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

14 t/m 17

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM6

7+8+9

0.9-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

vm. spoelplaats grond

grond

grondwater Pb 7 7 2.1-3.1 NEN-grondwater(**) verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen;

verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm en asbest verdachte materiaalmonsters zijn onderzocht volgens NEN-5898. In onderstaande tabel 17 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 17: analyseschema Monstercode

inspectiegat

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

grond M1

G1 t/m G4

0.0-max.0.6

puinresten

asbest (NEN5898)

M2

G5+G6+G10

0.0-max.0.55

puinresten

asbest (NEN5898)

M3

G7 t/m G9+G11

0.0-max.0.5

puinresten

asbest (NEN5898)

Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren. In de fractie <500 ųm is geen asbest aangetroffen.

maart ’22

24

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

4.2

Toetsingscriteria

grond en grondwater (NEN-5740+A1) Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 22335, 02 november 2012) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering.

Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek.

Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken.

Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

maart ’22

25

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.

Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.

maart ’22

26

verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in grond Boetelerveldweg 3 te Mariënheem

Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=80e3cc19-f2ec-4d7f-b2da-3abd8d7ca744