6. Nota van Zienswijzen en ambtelijke aanpassingen
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen en ambtelijke aanpassingen
Bestemmingsplan Luttenberg, woningbouwlocatie Luttenbergerweg
mei 2021
Inhoud 1 Inleiding 1.1 Zienswijze 1.2 Leeswijzer
3 3 3
2 Zienswijze 2.1 Ingediende zienswijzen 2.2 Behandeling zienswijze 1 2.3 Behandeling zienswijze 2 2.4 Behandeling zienswijze 3 2.5 Behandeling zienswijze 4
4 4 4 5 5 6
3 Wijzigingen bestemmingsplan 3.1 Inleiding 3.2 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen 3.3 Ambtelijke aanpassingen
8 8 8 8
Bijlagen
10
2
1 Inleiding 1.1 Zienswijze Het College van burgemeester en wethouders heeft het bestemmingsplan Luttenberg, woningbouwlocatie Luttenbergerweg als ontwerp vrijgegeven. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 25 maart 2021 tot en met 6 mei 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vier zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijze is het bestemmingsplan aangepast. Dit is verwerkt in deze nota. 1.2 Leeswijzer Deze Nota van Zienswijzen bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijze. Naar aanleiding van deze zienswijze is het bestemmingsplan aangepast. Dit is bij de beantwoording van de zienswijze expliciet opgenomen en samengevat in hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk worden ook de ambtelijke aanpassingen behandeld. Tot slot zijn de ontvangen zienswijzen als bijlage opgenomen.
3
2. Zienswijze 2.1 Ingediende zienswijzen Het bestemmingsplan Luttenberg, woningbouwlocatie Luttenbergerweg heeft van 25 maart 2021 tot en met 6 mei 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er vier zienswijzen ingediend bij de gemeenteraad. De zienswijzen zijn ingediend binnen de termijn en voorzien van alle benodigde gegevens en daarmee ontvankelijk. Hieronder zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van de beantwoording. 2.2 Behandeling zienswijze 1 1. Indiener geeft aan dat door de komst van de woningen het vrije uitzicht gaat verdwijnen en daardoor waardevermindering van de woning aannemelijk is. 2. Indiener geeft ook aan dat er door de komst van de woonwijk er meer geluids- en lichtoverlast gaat komen. Beantwoording: 1. In Luttenberg is behoefte aan nieuwe woningbouw. De vraag is op welke locatie deze woningen het beste kunnen worden gerealiseerd. Voor Luttenberg geldt dat na het gereedkomen van de locatie Borgwijk geen woningbouwlocaties meer voor handen waren, terwijl er nog wel vraag naar woningen wordt verwacht. Een nieuwe woningbouwlocatie is daarom gewenst. Deze in de kern gelegen locatie is geschikt voor een gemêleerd woningbouwprogramma. Gezien de ligging nabij voorzieningen, die ook nog eens goed bereikbaarheid zijn, is deze locatie zowel voor starters, doorstromers als senioren geschikt.
Ook vanuit landschap worden er mogelijkheden voor woningbouw gezien, als het groen rondom dit veld (laanstructuren) voldoende ruimte krijgt om goed tot zijn recht te komen. Onderhavig plangebied betreft een inbreidingslocatie wat een pré is in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik (inbreiding vóór uitbreiding). Het dorp Luttenberg wordt op deze manier rond gehouden. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt deze locatie daarom zeer geschikt geacht. In een stedelijke omgeving is altijd sprake van enige aantasting van de privacy en belemmering van uitzicht. Woningbouw binnen de kern is met de huidige woningbehoefte een normale ontwikkeling. In deze situatie is er bij de inpassing van de nieuwbouwplan voldoende afstand in acht genomen. Objectief beoordeeld is er geen sprake van een onacceptabele of ongebruikelijke situatie op grond waarvan afgezien moet worden van de voorgestelde nieuwbouw. Belanghebbenden die van mening zijn dat de waarde van hun woning vermindert door de wijziging van een bestemmingsplan kunnen op het moment dat dit plan onherroepelijk is een verzoek om planschade indienen. De behandeling hiervan is een afzonderlijke procedure die losstaat van de vaststelling van een bestemmingsplan.
Het indienen van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan, de inhoud van deze zienswijze en eventueel beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen invloed op de behandeling van een verzoek om planschade en de uitkomst hiervan. Een eventuele waardevermindering van de woning is echter geen aanleiding om medewerking aan een gewenste stedelijke ontwikkeling te weigeren.
4
2. Bij het toevoegen van woningen binnen de kern kan niet worden voorkomen dat buurtbewoners elkaar soms horen of er licht van de auto in de omgeving schijnt. Dit is echter geen aanleiding om af te zien van woningbouw binnen een kern. Gelet op de afstand van de nieuwbouw tot huidige woningen, zijn er ook geen aanleidingen om af te zien van woningbouw op de locatie. 2.3 Behandeling zienswijze 2 1. Indiener geeft aan dat door de komst van de woningen het vrije uitzicht gaat verdwijnen en daardoor waardevermindering van de woning aannemelijk is. 2. Indiener geeft ook aan dat er door de komst van de woonwijk er meer geluids- en lichtoverlast gaat komen. Beantwoording: 1. Zie beantwoording zienswijze 1, hoofdstuk 2.2 2. Zie beantwoording zienswijze 1, hoofdstuk 2.2 2.4 Behandeling zienswijze 3 1. Indiener geeft aan dat door de komst van de woningen het vrije uitzicht gaat verdwijnen en daardoor waardevermindering van de woning aannemelijk is. 2. Indiener geeft aan vraagtekens te hebben bij de gang van zaken voor de locatiekeuze voor woningbouw op de locatie Luttenbergerweg/Heuvelweg. Volgens indiener is er sprake van de wet van de grote getallen. 3. Indiener geeft ook aan dat er nog geen informatie is gegeven over het compenseren van het aantoonbare nadeel. Beantwoording: 1. Zie beantwoording zienswijze 1, hoofdstuk 2.2 2.
De locaties Elskampweg b, Lemelerweg en Luttenbergerweg zijn benoemd als kansrijke locaties. In totaal hebben 661 mensen digitaal hun voorkeurslocatie aangeven. Meerdere mensen hebben daarbij een uitgebreide schriftelijke reactie ingediend. Uiteindelijk hebben 325 mensen de locatie aan de Luttenbergerweg als absolute voorkeur aangegeven. Op basis van de input uit het dorp, de ketenpartners (Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, GGD, Waterschap, Provincie Overijssel en SallandWonen) en de vakspecialisten van de gemeente is onderstaand advies voor een uiteindelijke locatiekeuze tot stand gekomen. Dit is eerder besloten door de gemeenteraad (Locatiekeuze woningbouw Luttenberg, 26548-2019, 10 oktober 2019). 3. Zie beantwoording zienswijze 1, hoofdstuk 2.2
5
2.5 Behandeling zienswijze 4 1. Indiener geeft aan dat er een groenwal met een breedte van 6 meter als afscheiding moet komen aan de zuidzijde van het plangebied. Dit zou een mondelinge overeenkomst zijn. 2. Indiener geeft aan dat de wadi aan de zuidzijde van het plan niet is ingetekend in het stedenbouwkundig plan en niet is beschreven. 3. Indiener stelt dat er een vergroting is van de verkeersbewegingen en geeft aan dat deze meer gespreid moeten plaatsvinden over meerdere in-en uitgangspunten. Zeker omdat de weg aan de zuidzijde van het plan aansluit op de kruising Heuvelweg-Kerkpad-Holteveensweg die als gevaarlijk beschouwd moet worden. Suggestie: een uitweg halverwege de Heuvelweg plaatsen in verband met spreiding in en uitgaande verkeer van en naar de woonwijk, is besproken. Met zo’n plaatsing zal er in de wijk ook minder verkeer plaats vinden, wat de veiligheid ten goede komt. Dit alternatief is niet in de tekening opgenomen en beschreven. 4. Indiener geeft aan vraagtekens te hebben bij de rapportage rondom de LPGinstallatie en stelt twee vragen: a. In hoeverre is dit risicobesef voldoende bestudeert en wel objectief gerapporteerd. b. Wie is de eindverantwoordelijke hiervoor bij de gemeente Raalte, wanneer het toch fout gaat? Wie is daarvoor dan aan te spreken? 5.
Indiener vraagt zich af in hoeverre inwoners van Luttenberg voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van percelen. 6. Indiener vraagt op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan het tweede deel van het nieuwbouwplan. 7. Indiener geeft ook aan dat er nog geen informatie is gegeven over het compenseren van het aantoonbare nadeel. Beantwoording: 1. Aan de zuidzijde van het plan komt een groenstrook met de volgende breedte: Ter plaatse van de weg: ca. 7 meter breed Ter plaatse van enkele parkeervakken: ca. 5 meter breed Ter plaatse van toekomstige kavels: ca. 8 meter breed Het plan voorziet daarmee in de door indiener gewenste afstand tussen de bestaande kavelgrenzen en de toekomstige woonkavels en infrastructuur. Afscherming vindt gedeeltelijk al plaats door bestaand groen en de gemeente is bereid om dit bestaande groen te versterken. Daartoe zal in overleg getreden worden met indiener om de mogelijkheden te bespreken. Bij de aanplant van extra groen moet rekening gehouden worden met de benodigde ruimte voor waterberging (zie het volgende punt). 2. Aan de zuidzijde van het plan komt een greppel en een gedeeltelijk verlaagd maaiveld ten behoeve van de opvang van hemelwater. De greppel en het verlaagde maaiveld maken deel uit van de groenstrook aan de zuidzijde van het plan. De greppel is in het stedenbouwkundig plan ingetekend.
In het gedetailleerde inrichtingsplan wordt dit verder in detail uitgewerkt.
6
3. Voor de ontwikkeling van een woonlocatie met deze omvang volstaan twee verkeersontsluitingen, waarbij de tweede ontsluiting met name gewenst is vanuit een oogpunt van veiligheid. Hierover is advies ingewonnen bij de Omgevingsdienst IJsselland en de Veiligheidsregio. Het is beter om aansluitingen van wegen te concentreren op bepaalde plekken en juist niet meerdere aansluitingen op korte afstand van elkaar te creëren. Ten aanzien van de kruising Heuvelweg-Kerkpad-Holteveensweg gaat de gemeente nader onderzoek naar de invulling doen. Dat valt buiten deze bestemmingsplanprocedure. Het proces daarvoor is inmiddels opgestart. Mocht uit deze analyse blijken dat de kruising aanpassingen behoeft om de verkeersveiligheid te verbeteren, dan zullen voorstellen daartoe aan het gemeentebestuur voorgelegd worden. 4. Bij de locatiekeuze heeft een brede afweging plaatsgevonden op basis van allerlei beoordelingscriteria. Hierbij zijn veiligheidsrisico’s ten gevolge van de LPG-installatie in beeld gebracht en meegewogen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is nogmaals gekeken welke richtlijnen er gelden voor ontwikkelingen nabij LPGinstallaties en hoe het plan zich daartoe verhoudt. Daarvoor is een onafhankelijk adviesbureau ingeschakeld. Onder andere is het groepsrisico berekend, wat een indicator is voor de mate waarin risico’s verantwoord zijn.
De uitkomst van de groepsrisicoberekening bevindt zich ruim onder de oriëntatiewaarde. De uitkomsten van de veiligheidsanalyse geven geen aanleiding om de locatiekeuze te heroverwegen. De verantwoordelijkheid van de locatiekeuze berust bij het gemeentebestuur. 5. Gezien de woningbouwopgave in de gemeente Raalte en Luttenberg begrijpen we de wens om inwoners voorrang te geven bij de kaveluitgifte. Inwoners van Luttenberg kunnen geen voorrang krijgen bij de toewijzing van percelen, omdat de wet De Huisvestingswet 2014 zich daartegen verzet. In een bestemmingsplan kan niet worden vastgelegd dat de te realiseren woningen uitsluitend zijn bedoelde voor een bepaalde groep. 6. De ontwikkeling van de tweede fase van het plan wordt opgepakt afhankelijk van de ontwikkelingen op de woningmarkt en de behoefte aan (nieuwbouw)woningen in Luttenberg. De precieze invulling wordt bepaald op basis van de behoefte aan woningen op dat moment. Het college van B&W zal daar te zijner tijd besluiten over nemen voor zover deze vallen binnen de uitwerkingsbevoegdheid. Besluiten buiten de uitwerkingsbevoegdheid zijn aan de gemeenteraad. 7. Zie beantwoording zienswijze 1, hoofdstuk 2.2
7
3 Wijzigingen bestemmingsplan 3.1 Inleiding Als gevolg van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd. In de toelichting van het bestemmingsplan is de nieuwste versie van het stedenbouwkundig plan opgenomen. In de regels is een aanduiding opgenomen en de digitale plankaart is gelijkgesteld aan de analoge versie van de plankaart. 3.2 Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Zoals in hoofdstuk 2 bij de behandeling van de zienswijze is vermeld, heeft de zienswijze geleid tot een aanpassing in de toelichting van het bestemmingsplan. Hieronder wordt aangegeven om welke wijzigingen het gaat. 3.3 Ambtelijke aanpassingen Hieronder volgen enkele aanpassingsvoorstellen die ambtelijk, naar voren zijn gekomen. Archeologie Zoals in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan staat beschreven is ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het onderwerp Archeologie een karterend booronderzoek uitgevoerd omdat het terrein een archeologische verwachtingswaarde heeft. Het karterend booronderzoek heeft uitgewezen dat er geen indicatoren aangetroffen zijn die wijzen op een archeologische vindplaats. Er wordt daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd en het advies is de dubbelbestemming te verwijderen. Dit onderzoek is getoetst door regio-archeoloog A. Vissinga van Het Oversticht.
Hij onderschrijft het advies en adviseert om het plangebied vrij te geven. Hiermee is de basis gelegd om de artikelen 5 en 6 (respectievelijk Waarde – Archeologische verwachtingswaarde laag en Waarde – Archeologische verwachtingswaarde - hoog) uit het bestemmingsplan te verwijderen en het karterend booronderzoek als bijlage bij de toelichting te voegen. Rug aan rug woningen In het bestemmingsplan is in een woonvlek waar in het stedenbouwkundig plan rug aan rug woningen bedoeld zijn, geen aanduiding rug aan rug opgenomen in de plankaart en de regels. Voorgesteld wordt om deze aanduiding toe te voegen aan de regels en de plankaart, conform stedenbouwkundig plan.
8
Figuur 1 Rug aan Rug in stedenbouwkundig plan
Verbeelding In het bestemmingsplan is op de verbeelding binnen het bouwvlak een aanduiding opgenomen waar de aanduiding 4 wooneenheden (aaneengebouwd) is opgenomen. Dit is niet conform stedenbouwkundig plan. In het stedenbouwkundig plan zijn 8 rijwoningen getekend, zie ook figuur 1. Voorgesteld wordt om de aanduiding maximumaantal wooneenheden: 8 op te nemen, conform woningbouwprogramma, bestemmingsplantoelichting en stedenbouwkundig plan.
Figuur 2 Verkeerde aanduiding in plankaart
9
Bijlagen Bijlage 1 (zienswijze 1)
10
Bijlage 2 (zienswijze 2)
11
Bijlage 3 (zienswijze 3)
12
13
Bijlage 4 (zienswijze 4)
14
a. te vervallen voor de wadi aan de zuidkant. De wadi en de groenwal zouden met elkaar gecombineerd worden. Deze wadi is niet ingetekend en beschreven.
Laagste punt perceel; waarom geen wadi??
b. Nieuwe kruising en gevaren. De invalsweg aan de zuidzijde bij de kruising Heuvelweg-Kerkpad-Holteveensweg is een gevaarlijke kruising, vooral voor fietsers in verband de oversteekplaats. Bij een ontsluiting op “dit kruispunt” ontstaat nu een dermate grote verkeersintensiteit, waardoor het gevaar alleen maar groter wordt. Dit is te ontraden. In het bestemmingsplan wordt verwezen naar geringe verkeersintensiteit op wegen, die niet relevant zijn voor de invloed op de verkeersintensiteit die ontstaat door de nieuwe woonwijk op de aanliggende wegen. Een vage conclusie die de focus hierop vermindert. Er is wel degelijk sprake van vergroting van verkeersbewegingen. Zorg er dan voor dat dit gespreid kan plaatsvinden over meerdere in- en uitgangspunten.
c. de bewuste kruising c. Risicospreiding en verkeersintensiteit. Daarom: een uitweg halverwege de Heuvelweg plaatsen in verband met spreiding in en uitgaande verkeer van en naar de woonwijk, is besproken. Met zo’n plaatsing zal er in de wijk ook minder verkeer plaats vinden, wat de veiligheid ten goede komt. Dit alternatief is niet in de tekening opgenomen en beschreven.
15
extra in-uitgang i.v.m. verlaging extra verkeers-intensiteit, spreidingverkeer en vergroting veiligheid.
a. Risico en verantwoording. Gemeente Raalte houdt bewust een vergroot risico aan voor de bewoning in verband met de LPG installatie en het vulpunt van ATL aan de Luttenbergerweg. De meest minimale risicocirkel wordt toegepast voor de bepaling van het bouwplan op het perceel. Vraag: 1. In hoeverre is dit risicobesef voldoende bestudeert en wel objectief gerapporteerd. 2. Wie is de eindverantwoordelijke hiervoor bij de gemeente Raalte, wanneer het toch fout gaat? Wie is daarvoor dan aan te spreken? b. Toewijzing percelen. In hoeverre wordt met voorrang bewoning door Luttenbergers, dan wel aan Luttenberg gelieerde kandidaten, rekening gehouden. Hoe wordt dit gewaarborgd? c. Planning. Het bouwplan is opgesplitst in 2 delen. Deel 1 betreft de bouw van de eerste woningen vanaf de noordzijde, plan 2 betreft het laatste deel van 10-15 woningen aan de zuidzijde. Dit zou mogelijk zijn vanaf 2030. Op welke wijze wordt hieraan uitvoering gegeven?
plan2
Schade en overlast.Door het plaatsen van een woonwijk die zal uitkomen op maximaal 55 woningen zal er planschade ontstaan. Een schatting is dat dit kan oplopen tot 20% van de huidige marktwaarde van omringende woningen. Op welke
16
17
18