5b. Bijlagen bij de toelichting Luttenberg, woningbouwlocatie Luttenbergerweg 143 - 284
Tekst van het document
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)
voorkomen in:
Grondwater
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
anders vermeld)
Stof/niveau AW
I
S
I 20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
I.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)
4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140
22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
II.
Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat
3 5,5 6,0
20 50 20
100 (mg/l) 5 10 -
1500 1500 1500
III.
Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1,1 110 32 17 86 14 13 -
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -
30 150 1000 70 300 2000 200 -
IV.
Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)
1,5
40
0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -
70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05
Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085
15 19 11 2,2 6,7 2,0
7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009
180 50 10 2,5 1 0,5
monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
54 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
100 30 10 10 3
PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)
0,020 0,070 0,20
1 23 50 0,00018
0,01 -
0,01 6 30 -
V.
pentachlooraniline
kool-
0,000055 0,15
-
-
-
-
* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
voorkomen in:
Grondwater
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
anders vermeld)
Stof/niveau AW VI.
VII.
Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som) Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
I
S
I
0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -
0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090
2,5 4 0,71 0,45 0,017 -
0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,7 50 150 50 100 -
2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink
a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50
b
c
0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3
0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
Organische verbindingen
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Nader onderzoek
De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk
T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.
Bijlage 6
Toetsingskader Regeling Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)
Normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, voor de bodem waarop grond of bagger wordt toegepast en voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel (voor standaardbodem, in mg kg/d.s.). Achtergrondwaarden
Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie
Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen
Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie
over aangrenzend perceel (2) (mg/kg d.s.)
Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg d.s.)
Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg d.s.)
Maximale emissiewaarden
Emissietoetswaarden
(mg/kg L/S 10)
(mg/kg d.s.)
15 27 1,2 62 35 54 0,83 210 88 180 97 200
22 76 4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 900 250 720
0,070 0,61 0,051 0,17 0,24 1,0 0,49 15 0,48 0,21 0,093 1,9 2,1
9 42 4,3 180 130 113 4,8 308 105 100 450 146 430
3,0 5,5 6,0
3,0 5,5 6,0
20 50 20
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,20 *) 0,20 *) 0,20 *) 0,45 *) 0,25 *) 0,25 0,30 *) 0,35 *) 2,5 *)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1 1,25 1,25 1,25 86 1,25 5 0,35 2,5
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
stofniveau
(mg/kg d.s.) I.
II.
III.
IV.
V.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) kobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn) Overige anorganische stoffen chloride 3) cyanide (vrij) 4) cyanide (complex) thiocyanaten (som) Aromatische stoffen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (vinylbenzeen fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som) 6) Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) naftaleen fenantreen antraceen fluorantheen chryseen benzo(a)antraceen benzo(a)pyreen benzo(k)fluorantheen indeno(1,2,3cd)pyreen benzo(ghi)peryleen PAK's totaal (som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) 7) dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 7) 1,2-dichlooretheen (som) dichloorpropanen (som) trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra tetrachlooretheen (Per) b. chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som) trichloorbenzenen (som) tetrachloorbenzenen (som) pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen chloorbenzenen (som) c. chloorfenolen monochloorfenolen (som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol chloorfenolen (som)
4,0 *) 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 *) 35 6,5 80 140
x (*B) x en 7,5 x (*B) x x x (*B) x x
x x x x x x x x x x
Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem
1,5
6,8
40
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,10 *) 0,10 0,20 *) 0,20 *) 0,30 *) 0,30 *) 0,80 *) 0,25 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,15
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,30 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 0,20 4 0,30 0,30 0,80 3 0,25 0,30 2,5 0,7 4
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,20 *) 2,0 *) 0,015 *) 0,0090 *) 0,0025 0,0085
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,027
5 5 5 2,2 5 1,4
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,045 0,20 0,0030 1 1,4
5,4 6 6 6 5
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
x 0,045 0,20 *) 0,0030 *) 0,015 *) 0,0030 *) -
x
Bijlage 6
Toetsingskader Regeling Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie) Achtergrondwaarden
stofniveau
(mg/kg d.s.) d. polychloorbifenylen (PCB's) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB's (som 7) e. overige gechloreerde koolwaterstoffen monochlooranilinen (som) pentachlooraniline dioxine (som I-TEQ) chloornaftaleen (som) VI.
Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen
Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie
over aangrenzend perceel (2) (mg/kg d.s.)
Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg d.s.)
Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg d.s.)
x x x x x x x
Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem
Maximale emissiewaarden
Emissietoetswaarden
(mg/kg L/S 10)
(mg/kg d.s.) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,020
0,020
0,5
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,20 *) 0,15 *) 0,000055 *) 0,070 *)
0,20 0,15 0,000055 0,070
0,20 0,15 0,000055 10
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,0020 0,20 0,13 0,84
0,0020 1 1,3 34
0,04 0,00090 0,0010 0,0020 0,04
4,0 0,1 0,00090 0,5 0,5 0,5
0,00070 0,0020
0,1 0,1 0,0020
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bestrijdingsmiddelen a. organochloor bestrijdingsmiddelen chloordaan (som) DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin isodrin telodrin drins (som) endosulfansulfaat -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) -HCH HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) b. organofosforpesticiden azinfos-methyl
0,40
0,40
0,5
n.v.t.
n.v.t.
0,0075 *)
0,0075
0,0075
n.v.t.
n.v.t.
c. organotin bestrijdingsmiddelen organotin verbindingen (som)
0,15 0,065
0,5 0,065
2,5 (9) 0,065
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
0,55 *)
0,55
0,55
n.v.t.
n.v.t.
0,035 *) 0,15 *) 0,017 *) 0,60 *)
0,035 0,15 0,017 0,60
0,5 0,45 0,017 0,60
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0,090 *)
0,090
0,5
n.v.t.
n.v.t.
2,0 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,045 *) 190 0,15 *) 0,45 1,5 *) 0,20 *) 5,0 8,0 0,1 *) 0,1 *) 0,75 3,0 2,0 *) 2,0 *) 2,0 *) 0,20 *) 2,0 *)
100 2,0 9.2 5,3 1,3 5,0 2,6 18 8,3 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 60 5,3 1,7 36 48 60 60 500 1 2 8,8 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
8)
VII.
Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie
tributyltin (TBT) 8) d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA e. overige bestrijdingsmiddelen atrazine carbaryl carbofuran (7) 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som) Overige stoffen asbest 10) cyclohexanon dimethyl ftalaat 11) diethyl ftalaat 11) di-isobutylftalaat 11) dibutyl ftalaat 11) butyl benzylftalaat 11) dihexyl ftalaat 11) di(2-ethylhexyl)ftalaat 11) minerale olie 12) 13) pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan (bromoform) ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
0,0020 0,20 0,10 0,020
x x x x x x x x x
0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030
x x x x x x
0,00070 0,0020 0,003 *)
x x x
3.000
Bijlage 6
Toetsingskader Regeling Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)
Verklaring en de afkortingen en tekens 1)
2)
3)
4)
5)
6)
7)
8) 9) 10)
11)
12)
13) *)
(*A)
(*B)
Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden. De msPAF wordt berekend voor de met x aangegeven stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel * de gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem onder oppervlaktewater, en * voor organische stoffen: msPAF < 20%, en * voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAFberekening geldt de achtergrondwaarde (m.u.v. somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening). Barium, kobalt, molybdeen en minerale olie maken geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze vier stoffen de waarde, die vermeld is berekening, worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds.
Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde. Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht). Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten). De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden.
Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie. De Interventiewaarde van deze stoffen zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de -dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht. De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9. De eenheid van de Maximale Waarde Industrie voor organotinverbindingen (som) is mg organotin/kg d.s. Zijnde het gehalte serpentijnasbest plus tienmaal het gehalte amfiboolasbest. Deze eis bedraagt 100 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. Het is onzeker of de Achtergrondwaarden en Maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt. Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.
Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg d.s. Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikbaar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden. De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld. Als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron, dan kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen op basis van de voormalige Interventiewaarde (920 mg/kg d.s. voor droge toepassingen en 625 mg/kg d.s. voor toepassingen in oppervlaktewater). De individuele normen voor metalen voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen worden tijdelijk buitenwerking gesteld, totdat deze metalen zijn geïntegreerd in de ms-PAF.
Bijlage 3 Rapportage externe veiligheid
Luttenberg, w oningbouw locatie Luttenbergerw eg (ontw erp, versie 1)
161
Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Project Datum
204308, fase 1 en 2 11 december 2020
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Project
204308, fase 1 en 2
Datum
11 december 2020
Auteurs
ing. A.M. op den Dries S.J.M. van Veldhoven 1
Versie nr.
Opdrachtgever
BJZ.nu t.a.v. G. ten Bolscher Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Gegevens risicoberekening ______________________________________ 5 2.1 Inleiding ___________________________________________________ 5 2.2 _______________________________________ 5 2.3 ___________________________________ 5 2.4 BLEVE-frequentie tankauto ____________________________________ 6 2.5 Parameters ________________________________________________ 8 2.6 Bestemmingsplannen ________________________________________ 8 2.7 Aanwezigen rond het tankstation ______________________________ 10 3 Resultaten LPG-tankstation _____________________________________ 12 3.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 12 3.2 Groepsrisico_______________________________________________ 13 3.3 Effectafstanden ____________________________________________ 14 4 Overige risicobronnen _________________________________________ 15 4.1 Aardgasleidingen ___________________________________________ 15 4.2 Inrichtingen _______________________________________________ 15 5 Conclusie ____________________________________________________ 17 Referenties _____________________________________________________ 18
3
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
1 Inleiding Men is voornemens meerdere woningen te realiseren ten zuiden van de Luttenbergerweg in Luttenberg. Het plan wordt in twee fasen gerealiseerd. De locatie ligt binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation aan de Luttenbergerweg 14 in Luttenberg. De bestemming van dit terrein is nu agrarisch en laat geen woningen toe. Het bestemmingsplan dient daarom te worden aangepast. Inzicht in de externe veiligheid van het LPG-tankstation is daarom gewenst. In deze studie wordt het groepsrisico berekend dat wordt veroorzaakt door het LPGtankstation. De berekening kan worden gebruikt bij de verantwoording van het groepsrisico. Voor de berekening wordt uitgegaan van de vergunde maximale doorzet tot 1000 m3/jr.
4
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
2 Gegevens risicoberekening 2.1
Inleiding De gegevens van het LPG-tankstation zijn aangeleverd door de gemeente. De berekening van het groepsrisico wordt uitgevoerd voor de maximaal vergunde doorzet tot 1000 m3/jr. Voor een LPG-tankstation wordt het extern veiligheidsrisico bepaald door de van de tank en de tankauto die aanwezig is tijdens de bev bijvoorbeeld het falen van de vloeistofleiding tussen het vulpunt en de tank of tussen de tank en de afleverzuil, leveren een te verwaarlozen bijdrage aan het risico. De berekening van het risico wordt uitgevoerd volgens de voorschriften opgenomen in de Handleiding risicoberekeningen Bevi [2], het stappenplan groepsrisico [3] en een specifiek berekeningsvoorschrift [4]. Het stappenplan en het specifieke berekeningsvoorschrift houden rekening met de invloed van de omgeving op de BLEVE-frequentie van de lossende tankauto.
2.2 Er is een ondergrondse tank opgesteld met een volume van 20 m3 met een maximale inhoud van 9.2 ton (de maximale vullingsgraad). Tabel 1 toont de frequentie en bronsterkte voor de ong Scenario O.1
Instantaan
Frequentie [/jr] 5.0 10-7
Bron sterkte 9.2 ton
Toelichting Maximale inhoud
O.2
Continu 10 min
5.0 10-7
15.4 kg/s
Maximale inhoud in 600 s
O.3
Continu 10 mm
1.0 10-5
1.1 kg/s
Vloeistofuitstroming met uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
O.4
Vloeistofleiding - breuk
5.0 10-6
2.9 kg/s
O.5
Vloeistofleiding - lekkage
1.5 10-5
0.1 kg/s
O.6
Afleverleiding - breuk
3.8 10-5
2.9 kg/s
O.7
Afleverleiding - lekkage
1.1 10-4
0.1 kg/s
Lengte 10 m Lengte 75 m
Tabel 1.
2.3 Voor een doorzet tot 1000 m3/jr zijn er standaard 70 lossingen nodig van elk 30 min. De lostijd per jaar is dan 35 uur (0.4% van de tijd). Bevoorrading vindt plaats met een tankauto van 60 m3 en een maximale inhoud van 26.7 ton. De tankauto kan bij aankomst op de inrichting voor 100%, 67% of 33% gevuld zijn. Deze gegevens worden gebruikt om met een initiële ongevalfreq
5
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
initiële ongevalfrequentie vermenigvuldigd met de fractie gedurende het jaar dat de betreffende tankauto aanwezig is binnen de inrichting. Voor volledige breuk van de pomp is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een doorstroombegrenzer. De kans dat de doorstroombegrenzer niet sluit is 0.06. Voor volledige breuk van de losslang is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een andere doorstroombegrenzer. De kans dat deze doorstroombegrenzer niet sluit is 0.12. 1000 m3/jr. Scenario
Frequentie [/jr]
Bronsterkte
Toelichting
Instantaan vulgraad 100%
2.0 10-9
26.7 ton
Maximale inhoud
T.2
Continu grootste aansluiting
2.0 10-9
65.8 kg/s
Vloeistof 3 inch gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
P.1
Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit
3.8 10-7
20.8 kg/s
Breuk pomp, doorstroombegrenzer sluit niet
2.4 10-8
P.3
Lekkage pomp
1.8 10-5
0.7 kg/s
L.1
Breuk losslang, doorstroombegrenzer sluit
1.2 10-5
8.3 kg/s
L.2
Breuk losslang, doorstroombegrenzer sluit niet
1.7 10-6
8.3 kg/s
Lekkage losslang
1.4 10-3
T.1
P.2
L.3
Tabel 2.
2.4
5 s en leidinginhoud 102 kg 20.8 kg/s 1800 s Vloeistof 7.6 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60 5 s en leidinginhoud 65 kg duur 1800 s 0.3 kg/s
Vloeistof 5 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
1000 m3/jr
BLEVE-frequentie tankauto Voor de frequentie van een BLEVE van een tankauto tijdens bevoorrading wordt de specifieke modellering voor een LPG-tankstation gevolgd [3 en 4]. Drie oorzaken worden onderscheiden, te weten brand van het LPG-systeem, omgevingsbrand en mechanische inslag. De belangrijkste oorzaak van een BLEVE is een omgevingsbrand. De afspraak in het LPG-convenant om een hittewerende coating aan te brengen op de tankauto is mede ingegeven door de mogelijkheid om de gevolgen van een omgevingsbrand beter te kunnen beheersen. In het modelleringsvoorschrift is ook aangegeven dat, mits bepaalde afstanden tot objecten worden aangehouden, de frequentie op een BLEVE door een omgevingsbrand wel een factor tien kleiner kan zijn. Deze afstanden zijn voorgeschreven in het Besluit LPGtankstations Hinderwet uit 1988 (maar zijn aangepast in het stappenplan van het RIVM). Een andere belangrijke oorzaak is de mechanische inslag veroorzaakt door een voertuig dat botst met de lossende tankauto. Voor een BLEVE veroorzaakt door een brand van het LPG-systeem wordt uitgegaan van een frequentie van 5.8 10-10 /uur voor een onbeschermde tankauto. Door de hittewerende coating wordt de BLEVE-frequentie verlaagd met een factor twintig [4]. Voor een doorzet tot 1000 m3/jr
6
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
volgt dan een frequentie van 0.05 x 35 x 5.8 10-10 = 1.0 10-9 /jr op dit scenario B.1. Aangenomen wordt dat de tankauto maximaal is gevuld. Voor een omgevingsbrand geldt dat de afstand tussen de opstelplaats van de LPG-tankauto en een aantal met name genoemde objecten groter moet zijn dan de minimaal benodigde afstand. Toetsing wordt uitgevoerd voor de benzine en LPG-afleverzuil, gebouwen en voor de opstelplaats van de benzinetankauto. In het Besluit LPG-tankstations (en daarmee in de milieuvergunning) is opgenomen dat de benzinetankauto niet tegelijkertijd met de LPGtankauto op de inrichting aanwezig mag zijn. Deze oorzaak is daarmee uit te sluiten. Tabel 3 vat de beoordeling samen. De frequentie op een omgevingsbrand voor 100 verladingen is dan afgerond 2 10-7 /jr (zie tabel 2b in [3] of tabel 5 in [4]). Object omgevingsbrand LPGOpstelplaats benzinetankauto Gebouwen zonder brandbescherming (hoogte < 5 m) Tabel 3.
Toetsingsafstand [m] 17.5 5 25 10
Vulpunt binnen deze afstand? Nee Nee n.v.t. Nee
Toetsing bijdrage omgevingsbrand aan de BLEVE-frequentie (toetsingsafstand conform stappenplan RIVM)
Tabel 4 toont de specifieke BLEVE-frequentie voor de huidige situatie veroorzaakt door een externe brand afhankelijk van de vulgraad. De kans op een BLEVE gegeven een brand is afhankelijk van de vulgraad. Deze kans is 0.19, 0.46 of 0.73 voor een vulgraad van respectievelijk 100%, 67% en 33%. Verder wordt ervan uitgegaan dat de tankauto is voorzien van een hittewerende coating. Er wordt aangenomen dat de BLEVE-frequentie hierdoor wordt verlaagd met een factor twintig. Deze aanname is opgenomen in de notitie QRA berekening LPG-tankstations van het RIVM [4].
Scenario
B.2 B.3 B.4
BLEVE vulgraad 100% BLEVE vulgraad 67% BLEVE vulgraad 33%
Tabel 4.
Basis frequentie [per 100 verladingen] 2 10-7 2 10-7 2 10-7
Factor
Frequentie [/jr]
70/100 x 0.333 x 0.19 x 0.05 70/100 x 0.333 x 0.46 x 0.05 70/100 x 0.333 x 0.73 x 0.05
4.4 10-10 1.1 10-9 1.7 10-9
Specifieke BLEVE-frequentie tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door externe brand
aan 24.5 bara.
7
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Scenario B.2 B.3 B.4
BLEVE vulgraad 100% BLEVE vulgraad 67% BLEVE vulgraad 33%
Frequentie [/jr] 4.4 10-10 1.1 10-9 1.7 10-9
Bronsterkte 26.7 ton 17.8 ton 8.9 ton
Toelichting Maximale inhoud 100% Maximale inhoud 67% Maximale inhoud 33%
1000 m3/jr door externe brand
Tabel 5.
Een BLEVE van de tankauto kan ook plaatsvinden door externe impact (aanrijdingen). De frequentie is afhankelijk van het type opstelplaats. Voor dit tankstation wordt uitgegaan van de waarde voor een geïsoleerde opstelplaats. Tabel 6 toont de specifieke BLEVE-frequentie. Tabel evenwichtsdruk bij omgevingstemperatuur. Scenario
B.5 B.6 B.7
BLEVE vulgraad 100% BLEVE vulgraad 67% BLEVE vulgraad 33%
Basis frequentie [per 100 verladingen] 2.5 10-9 2.5 10-9 2.5 10-9
Factor
Frequentie [/jr]
70/100 x 0.333 70/100 x 0.333 70/100 x 0.333
5.8 10-10 5.8 10-10 5.8 10-10
Specifieke BLEVE-frequentie tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door mechanische inslag
Tabel 6.
(aanrijdingen)
Scenario B.5 B.6 B.7
BLEVE vulgraad 100% BLEVE vulgraad 67% BLEVE vulgraad 33%
Frequentie [/jr] 5.8 10-10 5.8 10-10 5.8 10-10
Bronsterkte 26.7 ton 17.8 ton 8.9 ton
Toelichting Maximale inhoud 100% Maximale inhoud 67% Maximale inhoud 33%
1000 tot m3/jr door mechanische inslag
Tabel 7. (aanrijdingen)
2.5
Parameters De standaard parameters van Safeti-NL versie 8.3 zijn gebruikt voor de berekening. De gegevens voor het weerstation Twente worden gebruikt voor de kans op het voorkomen van een bepaalde weersklasse. De ruwheidslengte is 0.3 m.
2.6
Bestemmingsplannen Binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation liggen twee bestemmingsplannen: Luttenberg (NL.IMRO.0177.BP20090035-0004) Buitengebied Raalte geconsolideerd (NL.IMRO.0177.BPGV20160001-0001)
8
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Het LPG-tankstation ligt in bestemmingsplan Luttenberg. Figuur bestemmingsplannen en het invloedsgebied van het LPG-tankstation.
Figuur 1.
1
toont
de
Bestemmingsplannen gelegen binnen het invloedsgebied
Binnen het invloedsgebied worden de bestemmingen Agrarisch, Dienstverlening, Bedrijventerrein, Bedrijf en Wonen mogelijk gemaakt. Voor de legenda van figuur 1 wordt verwezen naar de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 [6].
9
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
2.7
Aanwezigen rond het tankstation Voor een schatting van het aantal dodelijke slachtoffers van een BLEVE geldt dat binnen de (cirkelvormige) 35 kW/m2 contour iedereen zal overlijden, ongeacht beschermende factoren zoals kleding of het verblijf in een gebouw. Buiten deze contour geldt dat alleen personen gedood kunnen worden die zich buitenshuis bevinden, waarbij tevens conform PGS 3 het beschermende effect van de kleding (een reductiefactor voor de kans op overlijden van 0.14) nog mee dient te worden genomen. De bijdrage aan het totaal aantal dodelijke slachtoffers buiten de 35 kW/m2 contour is te verwaarlozen. In het Revi wordt daarom ook als invloedsgebied voor het groepsrisico een cirkelvormig gebied met een straal van 150 m voorgeschreven. Voor deze berekening is de aanwezigheid van personen geïnventariseerd tot een afstand van circa 150 m rond het vulpunt en de tank. De maximale effectafstand voor 1% letaliteit bij onbeschermde blootstelling is weliswaar circa 300 m, maar personen aanwezig op grotere afstand dan 150 m hebben een te verwaarlozen bijdrage aan het groepsrisico. Figuur 2 toont de omgeving van het LPG-tankstation in de huidige situatie inclusief de eerste en tweede fase van de ontwikkeling van de woningen. De figuur toont tevens de ligging van de gebieden die voor de berekening van het groepsrisico zijn gemodelleerd. Deze gebieden zijn roze en geel gemarkeerd.
De gele vlakken zijn bestaande woningen. De gegevens voor de aanwezigheid van personen in de roze vlakken zijn samengevat in tabel 8. De vlakken zijn gemodelleerd met een uniforme dichtheid per vlak. Er is onderscheid gemaakt tussen dag (8:00 tot 18:30 uur), avond (18:30 tot 23:30 uur) en nacht (23:30 tot 8:00 uur). Voor het modelleren van de bevolking wordt uitgegaan van de BAG-populatieservice. Waar nodig is deze aangevuld op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het aantal woningen is afgeleid uit de BAG-populatieservice. Voor bestaande (bedrijfs)woningen wordt in de BAG-populatieservice uitgegaan van een gemiddelde aanwezigheid van 2.5 personen per woning. Er zijn verder de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bewoners zijn op werkdagen overdag voor 50% aanwezig en anders voor 100% [5]. In de bedrijven zijn werknemers alleen op werkdagen en zaterdag overdag aanwezig. In de huidige situatie is het plangebied braakliggend. Er worden geen personen verondersteld binnen het plangebied in de berekening van de huidige situatie. Binnen het plangebied worden in fase 1 en 2 samen vijftig woningen mogelijk gemaakt. In de risicoberekening is uitgegaan van een bezetting van 2.5 personen per woning conform de uitgangspunten van de BAG-populatieservice. Verondersteld wordt dat de personen voor 50% overdag aanwezig zijn en verder voor 100%.
Er bevinden zich geen personen in de gebouwen die niet zijn gemarkeerd.
10
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Label
Dag
Avond
Nacht
B1
34
0
0
B2
22
0
0
B3
47
11
11
Opmerking
K1
4
0
0
Kantoor
W1
12
25
25
10 woningen
Plangebied
63
125
125
50 woningen
Tabel 8.
Schatting personen voor berekening van het groepsrisico
Figuur 2.
Aanwezigheidsgebieden binnen invloedsgebied LPG-tankstation
11
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
3 Resultaten LPG-tankstation 3.1
Plaatsgebonden risico De normstelling voor LPG tankstations is opgenomen in de Regeling externe veiligheid inrichtingen, afgekort tot Revi [2]. Het Revi is een ministeriële regeling die valt onder het Bevi [1]. De normstelling voor het plaatsgebonden risico gaat voor nieuwe situaties uit van een grenswaarde van 1.0 10-6 /jr voor kwetsbare objecten, dit betekent dat altijd moet worden voldaan aan deze grenswaarden. Voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde, dit betekent dat om gewichtige redenen daarvan mag worden afgeweken. De grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico zijn beide 10-6 per jaar (Bevi art. 6, 7 en 8). De afstanden tot de grens- en richtwaarde voor de zogenaamde categoriale inrichtingen (o.a. LPG-tankstations, Bevi art. 4.5) zijn vastgelegd in de Revi. Voor LPGtankstations met een ondergrondse opslagtank en een doorzet tot 1000 m3 per jaar, geldt dat de afstand tot grens- en richtwaarde gelijk is aan: 35 m vanaf vulpunt; 25 m tot de ondergrondse opslagtank; 15 m tot de afleverzuil. De contouren worden weergegeven in figuur 3. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contouren van het vulpunt, tank en afleverzuil.
Figuur 3.
PR 10-6 contouren
12
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
3.2
Groepsrisico Figuur 3 toont het groepsrisico voor de huidige en toekomstige situatie. Het groepsrisico in de huidige situatie is kleiner dan de oriëntatiewaarde. Door de ruimtelijke ontwikkeling neemt het groepsrisico niet zichtbaar toe. Het maximaal aantal slachtoffers is circa 65 in zowel de huidige als de toekomstige situatie. Het maximaal aantal slachtoffers wordt voornamelijk bepaald door de ondergrondse opslagtank.
Figuur 4.
Groepsrisicovergelijking bij doorzet tot 1000 m3/jr
Tabel 9 toont de mate van overschrijding van de oriëntatiewaarde. Een factor groter dan 1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. oriëntatiewaarde
Bij aantal slachtoffers
Huidig
0.03
38
Toekomstig
0.03
43
Tabel 9.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde
13
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
3.3
Effectafstanden Bij de verantwoording van het risico moet sinds 29 juni 2016 ook rekening worden gehouden met de zogeheten effectbenadering [8]. Voor (beperkt) kwetsbare objecten geldt de 60 m effectafstand en als (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze afstand komen te liggen, dan moet deze situatie gemotiveerd worden [9]. Hetzelfde geldt voor zeer kwetsbare objecten binnen de 160 m effectafstand. Beide afstanden worden gemeten vanaf het vulpunt. De afstanden gelden alleen bij besluiten waarbij het risico toeneemt. Bij bijvoorbeeld conserverende bestemmingsplannen gelden deze afstanden niet. Het gaat in de toekomstige situatie om kwetsbare objecten. Er zijn drie woningen in het noordwestelijke deel van het plangebied die (gedeeltelijk) binnen de 60 m effecafstand liggen. Het is voor deze woningen nodig hier aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstand. Beide effectafstanden worden getoond in figuur 5.
Figuur 5.
Effectafstanden rond vulpunt
14
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
4 Overige risicobronnen 4.1
Aardgasleidingen In de omgeving van het plangebied is er sprake van een aantal aardgasleidingen van Gasunie. Het plangebied ligt buiten alle 1%-letaliteitsafstanden en daarmee buiten de invloedsgebieden van deze leidingen. Dit wordt grafisch weergegeven in figuur 6.
Figuur 6.
Aardgasleidingen en bijbehorende invloedsgebieden in de omgeving het van het plangebied.
4.2
Inrichtingen Er zijn twee andere inrichtingen in de omgeving van het plangebied. Deze worden weergegeven in figuur 7. 1.
e van de opslag van maximaal 1500 l chloorbleekloog. 2. Op circa 715 m ten zuiden van het plangebied ligt recreatiepark De Luttenberg. Er is sprake van de opslag van maximaal 1000 l chloorbleekloog.
15
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Voor beide inrichtingen is het Bevi [1] niet van toepassing en gelden geen veiligheidsafstanden. In de Leidraad risico-inventarisatie gevaarlijke stoffen uit 2010 [10] worden voor dergelijke opslagen effectafstanden genoemd. Voor een opslag tot 1000 l (recreatiepark) geldt een 1%letaliteitsafstand van 60 m.Voor een opslag tot 2000 l (zwembad) wordt een 1%letaliteitsafstand van 90 m rond de installatie genoemd. Deze afstanden reiken niet tot over het plangebied. Het plangebied ligt daarmee buiten de invloedsgebieden van deze risicobronnen.
Figuur 7.
Overige risicobronnen in de omgeving het van het plangebied
16
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
5 Conclusie Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de vastgestelde PR 10-6-contouren rond de LPG-installaties. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is een factor 0.03 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Het maximaal aantal slachtoffers wordt voornamelijk door de ondergrondse opslagtank. Het groepsrisico moet in alle gevallen worden verantwoord conform artikel 13 van het Bevi [1]. Effectafstand Het plangebied wordt gezien als kwetsbaar object. Drie woningen binnen de ontwikkeling liggen (gedeeltelijk) binnen de 60 m effectafstand voor (beperkt) kwetsbare objecten. Het is daarom nodig aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstand.
17
Groepsrisico / LPG-tankstation Luttenbergerweg 14 in Luttenberg
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
RIVM
2020
Handleiding risicoberekeningen Bevi (versie 4.2 gedateerd 1 april 2020)
3.
RIVM
2008
Stappenplan groepsrisicoberekening LPG-tankstations (versie gedateerd 12 augustus 2008)
4.
RIVM
2008
QRA berekening LPG-tankstations (versie 1.1 gedateerd 29 mei 2008)
5.
VROM
2007
Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (versie 1.0 gedateerd november 2007)
6.
Geonovum
2012
Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (versie 1.2 gedateerd 18 april 2012)
7.
Provincie ZuidHolland
2015
http://populatieservice.demis.nl/
8.
Ministerie IenM
2016
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPGtankstations voor besluiten met gevolgen effecten ongeval Stcrt. 2016, 31453
9.
Rijkswaterstaat/ Infomil
2016
Effectbenadering besluitvorming rondom LPGtankstations (versie 1 juli 2016)
10.
Ministerie bzk
2010
Leidraad Risico inventarisatie deel Gevaarlijke Stoffen LRI-GS December 2010
18
Luttenberg, w oningbouw locatie Luttenbergerw eg 180
(ontw erp, versie 1)
Bijlage 4 Stikstof berekening
Luttenberg, w oningbouw locatie Luttenbergerw eg (ontw erp, versie 1)
181
AERIUS-Berekening
Luttenberg, Woningbouwlocatie
December
Status: Definitief
AERIUS-BEREKENING LUTTENBERG, WONINGBOUWLOCATIE
Auteur: Status: Datum: Projectnummer:
Mevr. K.J. Kloeze Definitief December 2020 2020-423
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1
INLEIDING .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3
Algemeen ............................................................................................................................................... 6 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 6 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 8
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN & CONCLUSIE ............................................................ 9
Aanlegfase ............................................................................................................................................. 9 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 9 Conclusie................................................................................................................................................ 9
BIJLAGEN
....................................................................................................10
Bijlage 1 Bijlage 2
Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 10 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 11
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Op basis van de woningprogrammering en behoefteonderzoek is in Luttenberg, gemeente Raalte behoefte aan nieuwe woningbouw van 20 à 30 woningen voor de komende 10 jaar. Bij deze gebiedsontwikkeling wordt actief ingezet op de realisatie van een inclusieve leefomgeving en de bouw van duurzame woningen. De omvang van het projectgebied leent zich echter naar huidige maatstaven voor 40 à 50 woningen. Gezien de ingesloten ligging van het projectgebied is ervoor gekozen om op voorhand een stedenbouwkundig plan te maken voor de gehele locatie (met maximaal 50 woningen).
Afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in de kern Luttenberg (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging project gebied (Bron: PDOK)
In het kader van de te doorlopen ruimtelijke procedure, is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2020. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voornemen voorziet in het realiseren van maximaal 50 woningen op de locatie aan de Luttenbergweg. De woningen worden aantrekkelijk gemaakt voor zowel starters, doorstromers als senioren. Door gebruik te maken van de bestaande gebiedskenmerken zal er minder grondverzet nodig zijn om het gebied geschikt te maken voor deze nieuwe functie. Er zal gebruik worden gemaakt van en aangetakt worden op de bestaande infrastructuur, om te voorkomen dat er onnodig infrastructuur en verharding aangelegd hoeft te worden. Ook de groenstructuren zullen zo veel mogelijk in het projectgebied worden ingepast en nieuwe groene ontmoetingsplekken zullen in het projectgebied worden gerealiseerd. Afbeelding 2.1 geeft een overzicht van de gewenste situatie met het maximum aantal van 50 woningen.
Afbeelding 2.1
Situatieschets projectgebied (bron: initiatiefnemer)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het projectgebied bevindt zich circa 4,7 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied
.
Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
3.2.1
Algemeen
Binnen de aanlegfase is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3. 3.2.2
Verkeersgeneratie bouwverkeer; Bouw van 50 woningen; Gebiedsinrichtingsmaatregelen. Verkeersgeneratie
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. In de AERIUS-berekening is ervan uitgegaan dat de onderstaande verkeersbewegingen tijdens de bouwperiode (dus tijdelijk) zullen plaatsvinden:
Type verkeer
Aantal voertuigen
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
4.800 720 720
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 9.600 1.440 1.440
Deze cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu1 In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van de bouwlocatie, van uitgegaan dat het bouwverkeer het projectgebied bereikt en verlaat via de Luttenbergerweg. Circa 180 meter na de rotonde met Bloemenbosweg, zal het verkeer op de Luttenbergerweg opgaan in het heersende verkeersbeeld.
1
De ervaringscijfers zijn afkomstig van verschillende projectontwikkelaars, aannemers en bouwbedrijven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief 3.2.3
Sloop- en bouwactiviteiten
Voor het slopen van de bestaande bebouwing in het projectgebied, het bouw- en woonrijp maken van de grond en het realiseren van het voornemen, zullen een aantal dagen werktuigen in het projectgebied worden ingezet. In voorliggend geval zijn hiervoor de volgende uitgangspunten gehanteerd: Type werktuig
Aantal uren project
Vermogen (KW)
Belasting (%)
Graafmachine (bouwjaar vanaf 2014) Betonstorter (bouwjaar vanaf 2014) Heistelling (bouwjaar vanaf 2015) Hijskraan (bouwjaar vanaf 2015)
300
200
100
Minishovel (bouwjaar vanaf 2015) Trilplaat/stamper (bouwjaar vanaf 2015) Graafmachine (bouwjaar vanaf 2014) Onvoorzien 10% Totale emissie
Emissiefactor NOx(g/kWh)
Emissiefactor NH3 (g/kWh)
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH3 (kg/jaar)
Bouw woningen 69 0,8
0,00241
33,12
0,09977
200
69
1
0,00276
13,80
0,0381
60
250
69
1
0,00276
10,35
0,0286
350
200
69
1
0,00276
48,30
0,1333
200
200
0,00293
6,93
0,0226
200
10
40
1.1
0,00062
0,88
0,0005
60
200
69
0,8
0,00241
6,62
0,0200
10,344 113,79
0,00293 0,29793
gebiedsinrichting 55 0,9
De kenmerken van de werktuigen in de berekening betreffen default-waarden die zijn opgenomen in de AERIUS-calculator. -calculator, voor dit werktuig zijn de defaultDe draaiuren zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu. In de berekening is rekening gehouden met een NOx emissie van 113,79 kg/jaar en een afgeronde NH3 emissie van 0,3 kg/jaar.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Woningen
Doordat woningen gasloos moeten worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woningen zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zijn daarom in de AERIUSberekening neutraal (zonder emissie) gemodelleerd. 3.3.2
Verkeersgeneratie
De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om publicatie 381 (december De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / Raalte (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld: Functie
Verkeersgeneratie 7,4
Aantal te realiseren woningen 24
Totale verkeersgeneratie 177,6
Koop, huis, twee-onderéén-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, vrijstaand Totaal
7,4 8,2
20 6
148 49,2 374,8
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woning komt neer op afgerond 375 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De verkeersbewegingen kunnen bij het verlaten van het projectgebied in vier verschillende richtingen plaatsvinden. Zoals in afbeelding 2.1 zichtbaar is, zijn er binnen het projectgebied twee in- en uitritten aanwezig. Er zijn voor de vier gemodelleerde routes, dus twee verschillende startpunten. Route 1 verloopt vanaf de Luttenbergerweg in westelijke richting. Bij de rotonde met de Bloemenbosweg gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Route 2 verloopt vanaf de Luttenbergerweg in noordoostelijke richting. Op de Hamelinkstraat ter hoogte van de kruising met de Butzelaarstraat gaat het woonverkeer op in het heersende verkeersbeeld. Route 3 verloopt vanaf de Heuvelweg in noordoostelijke richting, over Kerkpad. Ter hoogte van de kruising met de Butzelaarstraat gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Route 4 verloopt vanaf de Heuvelweg in zuidelijke richting. Na circa 400 meter heeft het verkeer een snelheid bereikt, waar het stop- en rijgedrag niet meer te onderscheiden valt van het heersende verkeersbeeld. In het kader van een worst-case scenario is voor elke route de totale verkeersgeneratie van 375 aangehouden.
Niet alleen is dit een verviervoudiging van het aantal verkeersbewegingen, maar ook wordt uitgegaan van de maximale mogelijkheden (maximaal 50 woningen) terwijl niet zeker is of deze daadwerkelijk zullen worden benut.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige NaturaBoetelerveld ura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 1 bijgevoegd.
4.2
Gebruiksfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 2 bijgevoegd.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
BIJLAGEN Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
AERIUS-Berekening Luttenberg, woningbouwlocatie Definitief
Bijlage 2
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Bijlage 5 Quickscan natuurwaardenonderzoek
Luttenberg, w oningbouw locatie Luttenbergerw eg (ontw erp, versie 1)
205
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
Gemeente Raalte Definitief
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
20-499
2 december 2020
Definitief
J. (Jonathan) Filius & A. (Astrid) van Teeffelen R. (Rutger) Olthof
Gemeente Raalte
© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Filius J., & A. van Teeffelen (2020). Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 20-499. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud Samenvatting
1
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer
3 3 3 4
2.
Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Onderzoeksmethode
5 5 6
3.
Bescherming gebieden en houtopstanden 3.1 Natura 2000 3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.3 Houtopstanden
8 8 9 9
4.
Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.3 Broedvogels 4.4 Amfibieën 4.5 Overige soortgroepen
10 10 10 11 12 13
5.
Geraadpleegde bronnen
14
Samenvatting Aanleiding en doelstelling Gemeente Raalte heeft het voornemen om ca. 50 woningen te realiseren aan de Luttenbergerweg in Luttenberg. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. Het plan voorziet tevens in het vellen van twee bomen aan de Luttenbergweg. De beoogde ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. In opdracht van de gemeente Raalte heeft Ecogroen een natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden door de beoogde ontwikkelingen.
Bescherming gebieden en houtopstanden De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Boetelerveld Vecht- en Beneden-Reggegebied , gelegen op een afstand van respectievelijk 4,5, 4,7 en 5,3 kilometer van het plangebied. Vanwege deze afstand worden negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, met uitzondering van stikstofdepositie, uitgesloten. Het plangebied ligt op circa 2,6 kilometer meter afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien deze afstand, de tussenliggende bebouwing en infrastructuur en de aard van de plannen worden negatieve effecten op het NNN uitgesloten. Het plangebied ligt binnen de grens van de bebouwde kom Wet natuurbescherming. Hier heeft de Wet natuurbescherming ten aanzien van de bescherming van houtopstanden geen werking. Vervolgstappen ten aanzien van houtopstanden zijn in het kader van de Wet natuurbescherming daarom niet aan de orde. Wel kunnen de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van toepassing zijn.
Soortbescherming Nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nestlocaties zijn binnen de invloedsfeer van de plannen niet aangetroffen en deze worden ook niet verwacht. Wel zijn gedurende de broedtijd enkele algemene vogelsoorten broedend te verwachten binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen verblijfplaatsen/groeiplaatsen van flora, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten die bescherming genieten, uitgezonderd soorten waarvoor vrijstelling geldt in de provincie Overijssel.
Advies erming staat de wijziging van de bestemming niet in de weg. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie tijdens de bouwfase en gebruiksfase kunnen over grote afstand optreden. Hoewel het in voorliggende situatie een ontwikkeling betreft op forse afstand van Natura 2000-gebied, kan een effect alleen op juridisch sluitende wijze worden gemotiveerd middels
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
01
een stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS. Het advies is daarom om een AERIUS-berekening uit te (laten) voeren om de stikstofdepositie in beeld te brengen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren en verblijfplaatsen van algemene zoogdieren en amfibieën verloren gaan. Voor deze soorten geldt in voorliggende situatie een provinciale vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze soorten niet aan de orde is. Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen dienen te worden voorkomen. Uitvoering van de werkzaamheden dient zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aangehouden als broedseizoen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, is het advies om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren.
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
02
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Gemeente Raalte heeft het voornemen om ca. 50 woningen te realiseren aan de Luttenbergerweg in Luttenberg. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. De beoogde ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In opdracht van de Gemeente Raalte heeft Ecogroen een natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden door de beoogde ontwikkelingen. In het voorliggende rapport worden de methodiek en de uitkomsten van deze toetsing beschreven.
1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt aan de Luttenbergerweg ten zuidwesten van Luttenberg. Het gebied is agrarisch (hobbymatig) van aard in de vorm van een schapenweide. Op het terrein, van ongeveer 3 hectare, is geen bebouwing aanwezig. Het plangebied bestaat grotendeels uit weiland en (permanent) oppervlaktewater ontbreekt. Aan de rand van het perceel bevinden zich enkele bosschages deze maken geen onderdeel uit van het plangebied. Aan de west- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door particulier terrein met een sterk groen karakter. Op het perceel is de bouw van circa 50 woningen beoogd. De ontwikkeling van het nieuwbouwplan wordt in twee fasen uitgevoerd. In eerste instantie worden ongeveer 30 bouwkavels gerealiseerd. In een tweede fase kunnen, al naar gelang de woningbehoefte binnen de gemeente, eventueel nog 20 kavels worden ontwikkeld. Voor de aanleg van een inrit worden aan de noordoostzijde van het perceel, langs de Luttenbergerweg twee bomen gekapt.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Gemeente Raalte.
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
03
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek beschreven. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde gebieden en houtopstanden (hoofdstuk 3) en soorten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.
Natuurtoets Nieuwbouwplan Luttenberg
04
2. Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden (Overheid, 2020). In dit rapport wordt ingegaan op alle drie deze onderdelen. Kader 2.1 bevat een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden.