3 A 57097 Zienswijze ProRail B4807D26960
Tekst van het document
Docnrl
ProRail
AANGETEKEND Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Raalte Postbus 140 8100 AC RAALTE
Datum
25 september 2025
Eigenaar
Ons kenmerk
LJV /TR/ZWI #23011
Onderwerp
Zienswijze ontwerp Programma groei, Bijlagen wonen en werken
Team Ruimte ro-prorail@prorail.nl 2
Geacht College,
Financiën
Leefomgeving, Juridische
zaken en Vastgoed Bezoekadres
Met veel interesse heeft ProRail kennisgenomen van het ontwerp Programma groei, wonen en werken, dat uw college ter inzage heeft gelegd. Het programma spreekt van ambitie en maakt keuzes om in de beperkte ruimte binnen uw gemeente, de grote opgaven en kansen op het terrein van bereikbaarheid, klimaat, wonen, werken en energie in samenhang te realiseren. ProRail heeft hier waardering voor.
Tul pen burg h
Moreelsepark 2 3511 EP Utrecht
Nederland Postadres
Postbus 2038
Met aandacht is uw programma gelezen, door collega's van de regiodirectie en op landelijk niveau, en is deze brief opgesteld. Met deze brief vraagt ProRail aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de uitwerking van het programma in concrete omgevingsplannen. In uw gemeente ligt een spoornetwerk1. Het spoornetwerk heeft ruimte nodig om nu en in de toekomst te functioneren en de effecten op de omgeving te beperken. Hierover is ProRail al regelmatig met u in gesprek.
3500 GA Utrecht
Nederland www.prorail.nl
1
Bescherming van het spoornetwerk en haar omgeving ProRail ziet bereikbaarheid van steden als een samenspel tussen ruimtelijke keuzes en het mobiliteitssysteem. Ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk kunnen de bereikbaarheid van woningen en werklocaties versterken. Echter, soms kunnen ontwikkelingen en spoor elkaar belemmeren. Om dit te voorkomen denkt ProRail graag vroegtijdig mee bij ontwikkelingen in de nabijheid van het spoornetwerk.
Rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) ligt een beperkingengebied (Omgevingsbesluit, artikel 3.5), ongeveer tot 11 meter buiten de HSWI. Doel van dit beperkingengebied is om het huidig functioneren en de veiligheid rondom het spoornetwerk zeker te stellen. Daarom is het bouwen in dit gebied vergunningplichtig. Meer informatie over het indienen van aanvragen of het doen van meldingen onder de Omgevingswet vindt u op onze website. Daarnaast vraagt ProRail u om de instructieregel uit artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de uitwerking van het programma in omgevingsplannen te respecteren. Deze regel vraagt dat u in een Omgevingsplan dat van toepassing is op de HSWI 1 Het gehele netwerk van sporen, vrije baan, stations, emplacementen en spoorgebonden bouwwerken naast of nabij de sporen. Spoorgebonden gebouwen zijn alle gebouwen en bouwwerken, niet zijnde stationsgebouwen, die nodig zijn voor het functioneren van de
spoorinfrastructuur, zoals onderstations, relaishuizen, verkeersleidingsposten.
ProRail b.v., Kvk 30124359
ProRail
in beheer bij ProRail geen regels mogen worden gesteld die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van die infrastructuur belemmeren.
Voor programma betekent dit dat bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties naast het spoor, ProRail u vraagt om toekomstige uitbreidingen van het spoornetwerk mogelijk te houden en de omgevingseffecten op de woon- en werklocaties te verminderen. Dit kan door het houden van de juiste afstand tot het spoor en door een zorgvuldig ruimtelijk ontwerp. ProRail herkent in uw programma ontwikkelingen richting het spoor die een relatie hebben met het bestaande en beoogde onderhoud, gebruik en vernieuwing van het spoor. Hierbij wil ProRail u erop wijzen dat het bouwen boven of op de HSWI vergunningplichtig is, privaatrechtelijke toestemming van ProRail vereist en een exclusief recht van ProRail is. Aan de vergunning en toestemming worden voorschriften verbonden met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de staat en werking van de hoofdspoorwegen en uitbreiding daarvan.
Specifiek vraagt ProRail u om bij de volgende ontwikkelingen voldoende afstand te houden van het spoor en rekening te houden met het beperkingengebied rondom het spoor: 1. Op kaart 1 is een aantal gebiedsontwikkelingen opgenomen, waarvan één rondom het station Raalte. ProRail steunt de ontwikkeling van woon-werkgebieden rondom stations, in het kader van de nabijheid (duurzame bereikbaarheid). 2. De planhorizon van het programma is 2040, maar de ontwikkelingen die het programma beoogt zullen hun ruimtelijke weerslag tot ver na 2040 hebben. Om die reden wil ProRail erop wijzen dat er in de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 voor de periode na 2040 de volgende bouwstenen zijn opgenomen: een gedeeltelijke tweesporigheid voor een extra intercity Zwolle-Almelo en een volledige tweesporigheid wanneer ook de Berlijntrein deze route neemt. De genoemde spoorverdubbelingen zullen na 2040 ruimte gaan vergen naast het bestaande spoor. ProRail hanteert voor de ontwikkeling van functies naast het spoor een afweegkader, zodat functies elkaar niet hinderen en waar mogelijk versterken. Het verzoek is om ProRail vroegtijdig een actieve rol te geven bij de verdere uitwerking van bovenstaande ontwikkelingen.
Verder vraagt ProRail nog uw aandacht voor het volgende: 1. De Verkenning Knooppunt Raalte N35/N348, met een onderdoorgang voor de provinciale weg N348 onder het spoor door. Deze Verkenning is door de provincie opnieuw opgestart. De voorlopige uitkomst is dat er in 2029 een tweetal treinvrije perioden zijn aangevraagd. Het verzoek van ProRail is om bij gemeentelijke werkzaamheden rondom de beoogde locatie voor de onderdoorgang rekening te houden hiermee. 2. Voor de gebiedsontwikkelingen op kaart 1 en de overige kaarten, die niet nabij stations gelegen zijn, vragen wij u om deze te voorzien van in ieder geval loop- en fiets-, en busverbindingen naar het station.
2 Voorkomen belemmeringen voor functioneren en veiligheid spoornetwerk Het spoornetwerk maakt gebruik van elektriciteit dat via onderstations, relaiskasten, ondergrondse infrastructuur en bovenleidingen naar de trein en stations wordt geleid. Deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor het rijden van treinen. In de uitwerking van uw plannen verzoekt ProRail uw college om deze onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing, bebouwing te realiseren op te dichte afstand en te allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds- en hulpdiensten. Voor deze voorzieningen dient rekening te worden gehouden met een afstand van 5 meter gemeten vanaf de
2/5 Ons kenmerk LJV / TR / ZW / #23011
ProRail
gevel met een hekwerk op de 5 meter-grens. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Dit geldt ook voor het overbouwen, onderbouwen of overkragen van deze voorzieningen. Uit onderzoek blijkt dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. 3 Bescherming van de omgeving tegen effecten van het spoor Bij het ontwikkelen in de nabijheid van het spoornetwerk, is het voor een goede leefomgeving belangrijk dat eventuele nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze worden gemitigeerd. Bij de uitwerking van het programma naar omgevingsplannen, vraagt ProRail aandacht voor de volgende aspecten (in bijlage 1 zijn deze verder toegelicht): Externe veiligheid; Geluid; Trillingen; Overwegveiligheid; Waterpeil/stabiliteit; Windbeleving en windhinderrisico’s; Schaduwwerking op zonnepanelen; Zonneparken / reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur.
4 Bureau Spoorbouwmeester Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt, te vinden op www.spoorbeeld.nl. Waar mogelijk kunt u hiervan gebruik maken bij de uitwerking van het programma. 5 Contact ProRail wenst u veel succes met de vaststelling van het programma en de uitwerking daarvan in concrete plannen. Graag denkt ProRail vroegtijdig mee over plannen in de nabijheid van het spoor. U kunt hiervoor contact opnemen met regiodirecteur Noordoost.
Met vriendelijke groet,
Directeur Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed
3/5 Ons kenmerk LJV / TR / ZW / #23011
ProRail
BIJLAGE 1: UITWERKING OMGEVINGSEFFECTEN
Externe Veiligheid ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Geluid Voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in akoestische onderzoeken, dient u gebruik te maken van de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden.
Aspect Trillingen Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers van bebouwing dicht bij het spoor, acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Informatiepunt Leefomgeving wordt aanbevolen. Overwegen Het streven van het Ministerie en ProRail is om de veiligheid op overwegen te verhogen. De ambitie is hierbij om het aantal risico’s op overwegen verder naar beneden te brengen. Verder wil ProRail voorkomen dat door nieuwe ontwikkelingen de veiligheid op overwegen afneemt. Overwegveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid voor spoor- en wegbeheerder.
De Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020- 2025 bevat verplichtingen voor initiatiefnemers van wijzigingen van (het gebruik van) een overweg. Hierin wordt onder andere gesteld dat er bij een wijziging van het gebruik van het spoor danwel van de weg een risicoanalyse opgesteld moet worden met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd. Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht. Waterpeil/stabiliteit De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Plannen en/of werkzaamheden mogen geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen.
In het bijzonder merkt ProRail op dat de initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen." Spoorwegdoeleinden ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft.
4/5 Ons kenmerk LJ V / TR / ZW / #23011
«
ProRail
Windbelevinq en windhinderrisico's Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein stopt. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen.
Schaduwwerking op zonnepanelen ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden. Zonneparken / reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en /of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet overstraald" kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert u om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten.
5/5 Ons kenmerk LJV / TR / ZW / #23011
“v
PxoRail Assetmanagement
Richtlijn Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hoofdspoor weginfrastructuur.
Beherende instantie. Inhoud verantwoordelijke Status
Datum van kracht: 01-06-2025 © 2025 Behoudens de in of krachten» de Auteurswet 1912 gestelde utzonderngen mag mets ut deze uitgave worden verveeivoudigd ervof openbaar gemaakt door rthddel van druk foto kopie, microfilm of op welke andere wge dan ook, zonder de voorafgaande schnftelije toe stemming ven de auteur
AM Techniek AM Treinbeveiliging lokale systemen Definitief
Versie: 004
Documentnummer: RLN00398
© 2025 Apart from the exceptsone inorby virtu of the 1912 copyngh law no part of the documert may Pa reproduced ot published by pnrt. photocopymg. macrofilm or any other meam wthout wntten permeson from the achor modei versie 2012
e RLN00398
PxoRail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
INHOUD
1
Revisiegegevens.....................................
3
2
Algemeen................................................. Scope............................................................ Van kracht verklaarde voorschriften en normen Geraadpleegde literatuur............................... Definities en afkortingen
4 .4 .4 .5 .6
2.1 2.2 2.3 2.4 3
Inleiding......................................................
•.......................................
7
4
Opsomming van ongewenste gebeurtenissen..................................
8
5
Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen..................... Algemeen........................................................................................................... Eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — ........................ HVDC-verbindingen.......................................... Eisen aan hoogspanningslijnen en -kabels bij railinfrastructuur met 25 kV AC TEV Unity study (in ontwikkeling)............. ................................................................
...9 ....9 ....9 .12 .13 .13 13 .14 14
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.6.1 5.6.2
6
EMC-detailstudie.......................................................................... Rapportage EMC-detailstudie.............................................................................. EMC-maatregelen vastleggen
15
Uitgangspunten ten behoeve van modellering Algemeen........................................................................ Modellering Hoogspanningsverbinding.............................. Faalwijzen Hoogspanningsverbinding/-kabel.................... Modellering Railinfrastructuur........................................... Faalwijzen Railinfrastructuur............................................. Modellering van de koppelweg.........................................
.15 .15 .17 .17 .18 .19
7
Beoordelingscriteria.......................................................................
20
8
Uitgangspunten tbv modellering mitigerende maatregelen
22
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Bijlage 1: BI bovenleidingsysteem geleiderconfiguratie......
24
Bijlage 2: 50 Hz immuniteit enkelbenige spoorstroom lopen
25
Bijlage 3: Template tbv basisrapportage EMC.........................
30
Bijlage 4: Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies........
34
Richtlijn
V004
pag 2/38
PxoRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
1
Revisiegegevens Wijziging
Datum
Versie
01-11-2013
001
Initiële versie
01-12-2020
002
Kleine wijzigingen uitgevoerd naar aanleiding van datums/versienummers geactualiseerde normen, vrijgegeven wijzigingen in OVS00111 en aangepaste RIS informatie.
01-11-2021
003
Kleine wijzigingen doorgevoerd in volledige richtlijn op basis van input van verschillende stakeholders (o.a. H5).
01-06-2025
004
Verschillende wijzigingen doorgevoerd. Integraal de richtlijn beter ge schikt gemaakt voor gebruikers, o.a flowcharts toegevoegd, eisen ge actualiseerd. etc..
Richtlijn
Hoofdstuk/ paragraaf
V004
pag 3/38
RLN00398
PxORail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2
Algemeen Deze richtlijn beschrijft het beleid van ProRail met betrekking tot de toegestane elektromagnetische invloed van hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden op de hoofdspoorweginfrastructuur (hswi) in Nederland.
2.1
Scope Deze richtlijn is van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — met een nominale spanning van > 1 kV en een nominale bedrijfsfrequentie van 50 Hz (AC) en 0 Hz (DC) op, onder, boven of naast de hoofdspoorweginfrastructuur. Tevens is de richtlijn van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — in de zone buiten het terrein behorende tot de hoofdspoorweginfrastructuur, voor zover het betreft: 1. 2.
Het beperkingengebied als beschreven in artikel 3.5 (beperkingengebied hoofdspoorweginfra structuur) van het Omgevingsbesluit; Het gebied daarbuiten, voor zover genoemde lijnen en kabels elektromagnetische ontoelaat bare invloed hebben op de spoorweginfrastructuur.
Dit document bevat de eisen aan de hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden en geeft een onderbouwing van deze eisen. Deze onderbouwing vloeit voort uit de eisen voor de veiligheid voor personen die zich op of nabij de spoorbaan bevinden en uit de RAMSHE eisen aan de systemen en apparatuur van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het feit dat de scope van deze richtlijn hoogspanningskabels > 1 kV betreft, betekent dat ook kabels aangeduid als middenspanningskabels met een nominale bedrijfsfrequentie van 50 Hz binnen de scope van deze richtlijn vallen.
Voor potentiële elektromagnetische beïnvloeding vanuit hoogspannings-gelijkstroomverbindingen (HVDC) wordt verwezen naar paragraaf 5.3. 2.2
Van kracht verklaarde voorschriften en normen Deze paragraaf geeft een opsomming van de referenties die gebruikt worden in dit voorschrift. Daar waar in dit voorschrift verwezen wordt naar een referentie, maakt deze referentie onderdeel uit van dit voorschrift. Indien eisen conflicteren dient de volgende prioriteitsvolgorde te worden aangehouden: 1. Wettelijke eisen (de Nederlandse wetgeving is van toepassing); 2. ProRail Ontwerpvoorschriften en Richtlijnen; 3 Overige ProRail bedrijfsvoorschriften; 4. NEN-EN-IEC-, NEN-EN- en NEN-normen voor railtoepassingen; 5. Overige NEN-EN-IEC-, NEN-EN- en NEN-normen; 6. Overige (internationale) normering.
Bij aanvang van elk project dient tussen betrokken partijen afgesproken en vastgelegd te worden welke versies gehanteerd worden van de genoemde normen en bedrijfsvoorschriften. Zonder expli ciete afspraak hierover, is altijd de laatst gepubliceerde versie van de norm of voorschrift van toepas sing
Richtlijn
V004
pag. 4/38
RLN00398
PxORail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2.3
Nummer
Ref. nr.
Naam document
[A]
Vervallen
[B]
Bovengrondse elektrische lijnen boven 45 kV wisselspan ning - Deel 1: Bovengrondse hoogspanningslijnen voor wisselspanning hoger dan 1 kV - Deel 1: Algemene eisen Gemeenschappelijke specificaties Deel 2-15: Overhead electrical lines exceeding AC 1 kV Part 2-15: National Normative Aspects (NNAs) for the Netherlands (based on EN 50341-1:2012) Deel 3: Verzameling van nationale normatieve aspecten
NEN-EN 50341-1:2013 NEN-EN 50341-2-15:2019 inclusief aanvullingen en correcties
[C]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Isolatiecoördinatie - Deel 1: Basiseisen - Slagwijdten en kruipwegen voor alle elektrische en elektronische uitrusting
NEN-EN 50124-1:2017 inclusief aanvullingen en correcties
[D]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Vaste installa ties - Elektrische veiligheid, aarding en retourstromen Deel 1: Eisen in verband met bescherming tegen elektri sche schok
NEN-EN 50122-1:2022
[E]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 4: Emissie en immuniteit van sein- en telecommunicatie-apparatuur
NEN-EN 50121-4:2016
[F]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 5: Emissie en immuniteit van vast opgestelde voedingsinstallaties en apparatuur
NEN-EN 50121-5:2017
[GJ
Ontwerpvoorschrift Tractieenergievoorzieningsysteem; Bo venleiding Bovenleidingsysteem B1
OVS00024-5.1-V005
[H]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagne tische compatibiliteit - Deel 3-1: Rollend materieel - Trei nen en complete voertuigen
NEN-EN 50121-3-1:2017
[I)
Ontwerpvoorschrift Treindetectie; Laagfrequent spoor stroomlopen 75 Hz secties in ET-gebied
OVS60111-2-V003
UI
Ontwerpvoorschrift Treindetectie; Laagfrequent spoor stroomlopen 75 Hz enkel- en dubbelbenige secties in ETgebied
OVS60111-3-V001
[K]
Ontwerpvoorschrift Treinbeveiligingsysteem, Tekenvoor schrift OR-bladen;
OVS60091-3-V008
Geraadpleegde literatuur Ref. nr.
Naam document
[1]
Ello Weits, Grenswaarden voor homopolaire stromen Statistische analyse van metingen aan een 110 kV-kabel (Hoogeveen) en twee 220 kV-lijnen (Hes senweg), Movares, Kenmerk CO-EW-120006291 - Versie 2 0 Utrecht, 13 april 2012
[2]
R. Koopal, R.M. Paulussen, UITGANGSPUNTEN EM-BEÏNVLOEDING BETUWEROUTE BESTAANDE PRORAIL INFRASTRUCTUUR, POBR, 29 september 2005 Versie 2.2
[3]
Ello Weits, Jeroen van Waes, Nick Stalman, Frank Gerritsen, Uitgangspunten EM-beinvloeding van de HSL-Zuid op de bestaande ProRail infrastructuur voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voor schriften, fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, IF11425O_32O.O2, Versie 2.0, 11 maart 2005
[4]
R. Koopal, Onderbouwing werkhypothesen m.b.t. GRS enkelbenige- en dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen. Aanvulling voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschriften; fase 3" t.b.v parallelloop met de HSL-Zuid, ProRail BB21/25kV Kenmerk BB21-25kV-060281, Versie 1.0,11 janu ari 2007
[5]
B. Vedelaar, G.W. Keijzer, M. Voesenek, Onderbouwing werkhypothesen m.b.t. GRS enkeibenigeen dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschrif ten; fase 3” t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, IF127500_230_3A0, Versie 1.5, 20 mei 2005
[6]
Harm van Dijk, Toegestane 50Hz CM stroom door het spoor bij dubbelbenige spoorstroomlopen op de parallelloop met 25kV baanvakken, Movares, VS-HDI-20100122-01, versie 2, 19 maart 2010
Richtlijn
V004
pag 5/38
PxoRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2.4
[7]
ITU-T K26 04/2008 Protection of telecommunication lines against harmful effects from electric power and electrified railway lines
[8]
RICHTLIJN 2013/35/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 26 juni 2013 betref fende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzon dere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG. Publicatieblad van de Europese Unie, L 179/1-21,29 juni 2013
[91
Vervallen
[10]
ICNIRP GUIDELINES for 'Limiting exposure to time-varying electric and magnetic fields (1 Hz - 100 kHz)', gepubliceerd in: HEALTH PHYSICS 99(6):818-836; 2010
[11]
Mail M. Nusselder/R. Koopal van 28 maart 2013
[12]
Mail V.J.P. Plasmeijer / H. Steenkamp dd. 21 november 2012
[13]
Besluit van 12 december 2016, houdende regels inzake elektromagnetische compatibiliteit van uit rusting ter implementatie van richtlijn 2014/30/EU (Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016)
[14]
Eindrapportage Onderzoeksfase homopolaire stroom [2021_0186], referentie [5] ESP-2023-008 Sa menvatting onderzoekspoor 2 homopolaire stroom v1.0, 29-09-2023
Definities en afkortingen Term
Verklaring
AC
Alternating Current = wisselstroom (& wisselspanning)
BS
Bovenkant spoorstaaf
CM
Common Mode
DC
Direct Current = gelijkstroom (& gelijkspanning)
DM
Differential Mode
EM
Elektromagnetische
EMC
Elektromagnetische compatibiliteit
GRS
General Railway Signalling
hswi
Hoofdspoorweginfrastructuur
HVDC
High Voltage DC
iB-kabel
Interlokale blokkabel t.bv. treinbeveiligingsinstallaties
IT-kabel
Interlokale telecomkabel (telecomkabel)
LCL
Longitudinal Conversion Loss
OR-blad
Overzicht Retour tekening van treinbeveiligingsinstallaties
OS
Onderstation van Energievoorziening
RAMSHE
Reliability, Availability, Maintainability, Safety, Health, Environment
RIS
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
RH
Relaishuis van Treinbeveiliging
SPW
Spoorwegwet
TPR
Track Repeater Relais
VLD
Voltage Limiting Device
Richtlijn
V004
pag 6/38
ProRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
3
Inleiding In het geval van een hoogspanningsverbinding, dat wil zeggen een hoogspanningslijn of hoogspan ningskabel in de nabijheid van de hoofdspoorweginfrastructuur (hswi) moet rekening worden gehou den met de elektromagnetische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Er is sprake van ontoelaatbare beïnvloeding in die gevallen dat de beïnvloeding kan leiden tot onveilige si tuaties voor personen en/of de aantasting van de RAMSHE criteria van de hswi. Deze richtlijn geeft invulling aan het beleid van ProRail in hoedanigheid van beheerder van de hswi met betrekking tot de aanleg, wijziging en instandhouding van hoogspanningsverbindingen. Deze richtlijn zal worden gehanteerd bij de behandeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet, artikel 5.1, tweede lid, sub f onder 4’, maar ook in (geschillen-)procedures in het kader van omgevingsvergunningen, bestemmingsplannen of tracébesluiten. Tevens dient deze richtlijn te worden gehanteerd bij spoorse functiewijzigingsprojecten, welke uitge voerd worden in de nabijheid van bestaande hoogspanningsverbindingen. Daarbij geldt dat dit van toepassing is voor functiewijzigingsprojecten waarbij één of meer van de volgende aspecten aan de orde is:
de positie van het spoor verandert (verplaatsing spoor, aanleg extra sporen); aanpassingen aan of leggen van IT/IB kabels; aanpassingen aan treindetectiesystemen; (ver)plaatsing van technische ruimtes. Hoofdstuk 4 bevat een opsomming van ongewenste gebeurtenissen ten aanzien van personen en systemen.
Hoofdstuk 5 bevat het ProRail beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen in beheer bij der den. Hoofdstuk 6 beschrijft de modellering van de locatiespecifieke EMC-detailstudie. Hoofdstuk 7 beschrijft de beoordelingscriteria van de EMC-detailstudie. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe mitigerende maatregelen bepaald en gemodelleerd dienen te worden
Het oogmerk van deze omgevingsvergunning voor activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot de hoofdspoorweg infrastructuur en de algemene regels in hoofdstuk 9 van het Besluit algemene regels leefomgeving is "het behoeden van de staat en werking van hoofdspoorwegen voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die spoorwegen, waartoe ook het belang van verruiming of wijziging van die spoorwegen behoort." Richtlijn
V004
pag. 7/38
PxORail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
4
Opsomming van ongewenste gebeurtenissen In het geval van een hoogspanningsverbinding in de nabijheid van de hswi moet rekening worden ge houden met de risico’s van elektromagnetische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Wanneer de beïnvloeding te groot wordt kan dit leiden tot onveilige situaties, verstoring van de functio naliteit van de hswi en/of de treindienstregeling of versnelde veroudering van de hswi. Spoorvoertuigen kunnen ook hinder ondervinden van de beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen. Daar waar dit beïnvloedingsmechanisme bekend is, is dit in deze richtlijn aangegeven. Algemeen geldt dat voldaan moet worden aan het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016 [13] die geldt voor de elektromagnetische beïnvloeding.
De volgende ongewenste gebeurtenissen worden onderscheiden 1. gevaar voor elektrisering of electrocutie van personen op spoorwegterrein a) Personen kunnen blootgesteld worden aan te hoge aanraakspanningen, bijvoor beeld bij het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen; b) Personen kunnen blootgesteld worden aan capacitieve ontladingen, bijvoorbeeld bij het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen 2. beïnvloeding van systemen in de hswi a) De goede werking van treindetectiecircuits, van het type GRS spoorstroomlopen, kan verstoord worden door 50 Hz verzadiging; b) Spoorvoertuigen kunnen, ten gevolge van de 50 Hz-beïnvloeding tussen bovenlei ding en spoorstaaf, te hoge 75 Hz stoorstromen produceren en daarmee de goede werking van treindetectie verstoren. Dit geldt ook voor ATB op basis van GRS spoorstroomlopen; c) Relaisschakelingen met diode (bijv grendel/HRDR) kunnen verstoord worden door 50 Hz beïnvloeding; Apparatuur kan ten gevolge van te hoge 50 Hz spanningen defect raken bij kort d) sluitingen in het hoogspanningsnet; e) Overspanningsbeveiligingen kunnen defect raken ten gevolge van 50 Hz beïn vloeding.
Richtlijn
V004
pag. 8/38
RLN00398
ProRail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
5
Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen
5.1
Algemeen Het beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen en de bijbehorende eisen zijn beschreven in hoofdstuk 5, inclusief de bijbehorende eisen. De flowchart in paragraaf 5.2 beschrijft de generieke ei sen en is van toepassing op potentiële beïnvloeding van niet-geëlektrificeerde railinfrastructuur en ge ëlektrificeerde railinfrastructuur voorzien van 1500 V DC Tractie-energievoorziening (TEV)
Voor potentiële beïnvloeding vanuit HVDC-verbindingen van de netbeheerder geldt het gestelde in pa ragraaf 5.3. Voor potentiële beïnvloeding op railinfrastructuur voorzien van 25 kV AC TEV geldt het gestelde in pa ragraaf 5.4.
Deze richtlijn dient toegepast te worden bij aanleg, wijziging en instandhouding van hoogspannings verbindingen. Onder wijziging van hoogspanningsverbindingen wordt hierbij verstaan wijziging van o.a.: • Maximale ontwerpstroom2 en homopolaire stroom in normaal bedrijf en/of kortsluitsituaties; (bijv, door wijziging van: Geleiderdoorsnede, Geleiderpositie's, Fasevolgorde, Transposities, etc.) • Wijze van aarding; (bijv.: direct geaard, blusspoel geaard, aanpassing aarddraden, etc.); • Tracé hoogspanningsverbinding; • Aantal circuits per mast. Daarnaast werkt deze richtlijn er naartoe doormiddel van een flowchart zo snel mogelijk te filteren, zo dat alleen de relevante situaties leiden tot een volledige EMC-detailstudie. 5.2
Eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels voor 50 Hz-systemen. De flowchart in Figuur 1 is wel geschikt voor zowel lijn- en kabelverbindingen Topeisen: •
•
Bij elke beschouwing conform deze Richtlijn dient de onderbouwing en uitkomst van onder staande flowchart te worden geleverd. Deze beschouwing dient qua opbouw en inhoud altijd minimaal invulling te geven aan het ge vraagde conform de templates3, welke van toepassing zijn.
Voor hoogspanningslijnen dient in aanvulling op bovenstaande eisen tevens te worden aangetoond dat voldaan wordt aan onderstaande eisen.
De volgende eisen aangaande hoogspanningslijnen zijn aanvullend aan de flowchart:
• •
De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijn tot de bovenleiding dient te vol doen aan NEN-EN 50341-1 en NEN-EN 50341-2-15 [BJ. De hoogspanningslijn dient in het kruisende veld met de spoorbaan in de masten aan weers zijden voorzien te zijn van een ophanging bestaande uit minimaal 2 isolatoren /
2 Dit
is de maximale bedrijfsstroom die kan lopen ook rekening houdend met zomer/winterwaarden, Dynamic Line Rating, etc. Voor de eenvoudigere beschouwingen voldoet generiek de ‘Template tbv basisrapportage EMC’, wanneer een EMCdetailstudie nodig is dient het rapport te voldoen aan het gevraasde in de checklist van bijlage 4.
3
Richtlijn
V004
pag 9/38
Pro Rail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
isolatorkettingen. Dit als impactreducerende maatregelen bij het enkelvoudig falen van de geleiderophanging aan de mast.
Doormiddel van het aantoonbaar voldoen aan de bovenstaande eisen en daarmee ook aan de eisen zoals genoemd in de flowchart wordt aangetoond dat er geen ontoelaatbare beïnvloeding kan zijn van de hoogspanningsinfrastructuur op het spoorse systeem. Onder de flowchart staat voor de punten waarvoor dat relevant is een toelichting; er dient voldaan te worden aan wat aangegeven en gevraagd wordt in de toelichting. De flowchart geeft aan wanneer een unity study (zie paragraaf 5.5) en/of een EMC-detailstudie uitge voerd dient te worden zoals beschreven in paragraaf 5.6.
Richtlijn
V004
pag 10/38
PxoRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
beschouwde situatie hoogspanningsverbinding spoor
Geen ontoelaatbare Bevndt de hoogspanningsverbinding zich: >24 kV buiten de 700 m uit het hart van het buitenste spoor <24 kV buiten de 31 m uit het hart van het buitenste spoor
{
Ja
>
\
beinvoeding Geen modelstudie
/
Geen ontoelaatbare
i
( beinvoeding > Geen modelstudie
ƒ
voldaan
Nee
(A)
1) Circuit in 1 kabel of in driehoek gebundelde single cores 2) geen pad voor homopolaire stroom (enkel geaard sterpunt) (zie ook G3) 3) kans op 1 fase sluiting met aarde nabij spoor voldoende klein (bij verbindingen <24 kV betekent dit: geen moffen binnen 31 m zone)
>
Ja
voldaan
Nee
(8) 4) loopt hoogspanningsverbinding >24kV buiten 700m zone (indringdiepte) <24kV buiten 11 m zone of is er binnen deze zones geen parallelloop en wordt voldaan aan (5) en (6) 5) kruist de verbinding het spoor ongeveer haaks (80 tot 100 graden) 6) bevindt de verbinding zich op een afstand >20m vanaf een dichtsbijzijnde technische ruimte (gebouw, geen kast) 7) wordt een eerste orde lijnfout binnen 100ms afgeschakeld
Geen ontoelaabare beinvoeding Geen modelstudie
\
I Memo met parameters
\
I
Ja
>
>-\
voldaan
ƒ
Nee
(C) 8) beschrijf netparameters van hoogspanningsverbinding onder studie (ligging, ontwerpstroom, kortsluitstroom, etc zie ook toelichting) 9) voldoet de situatie met te beschouwen verbinding aan RLN00398 op basis 20% van beoordelingscriteria (G2) (met kortsluitsituatie)
Ja
>
voldoen aan unity study I >Jl en volstaat j
voldaan
Nee
(D)
10) beschnjf de netparameters ven beschouwde verbinding en ovenge verbindingen (ligging, ontwerpstroom, kortsluitvermogen) 11) sommeer beïnvloeding alle verbindingen (niet voor kortsluitingen) 12) voldoet de paralletloop aan RLN00398
ƒ J
Ja
>
voldaan
Memo met parameters ) en voldoen aan unity study | I
>l volstaat
Net niet
Ruim met
Y
(E)
Overleg over vervolg, bijv. EMC detailstudie waarbij wordt vergeleken met unity study of 2e studie )
(F) voldaan aan entena
Nee
Overleg over mogelijke maatregelen bij zowel Netbeheerder en Spoorbeheerder
Ja (H)
(G) EMC detailstudie waarbij situatie met maatregelen wordt getoetst
Figuur 1: Flowchart ten behoeve bepaling benodigde beschouwing
Toelichting bij bovenstaande flowchart. Algemeen:
i
Richtlijn
Bij het doorlopen van een stap (A t/m D), dient aan alle eisen in het daarbij behorende blok te worden voldaan; Per eis dient een onderbouwing aangeleverd te worden waarom er wel of niet aan wordt vol daan; Als een aspect niet van toepassing is mag dat beschouwd worden als voldaan. Dit dient expli ciet in de rapportage vermeld te worden, inclusief reden; Tot aan (C) is het op basis van bekende parameters bepalen of het voldoet; vanaf (C) zijn er berekeningen nodig V004
pag. 11/38
ProRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
• •
Voor (A) en (B) dient de template in Bijlage 3: Template tbv basisrapportage EMC’ gebruikt te worden om de onderbouwing weer te geven. Voor (C) en (D) dient een EMC-detailstudie uitgevoerd te worden. (A) Is generiek geldig voor alle typen hoogspanningsverbindingen; Bij punt 3) geldt, dat als aan de van toepassing zijnde onderstaande bullits aantoonbaar voldaan wordt, de kans op eenfase sluiting met aarde nabij het spoor voldoende klein wordt geacht:
•
In geval van een kabelverbinding moet aangetoond worden dat er zich geen moffen binnen een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor bevinden of dat deze binnen deze 31 m voorzien zijn aanvullende elektrische isolatie ten opzichte van aarde, welke de mof en het kabeldeel 5 m voor tot en met 5 m na de mof be schermen
•
In geval van een lijnverbinding mogen zich geen fundatiepunten van masten bevin den binnen tenminste een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor.
•
Er dient voor alle verbindingen aangetoond te worden dat er geen aardpunten aan wezig zijn binnen een afstand van 31 m uit het hart van het buitenste spoor.
Als niet aan bovenstaande bullits wordt voldaan, maar wel aan punt 1 en 2 in de flowchart, of als het een verbinding <24 kV betreft4, is er geen volledige locatiespecifieke EMC-detailstudie vereist, maar volstaat een potentiaaltrechterbepaling rond de risicoverhogende assets (moffen en aardpunten).
(B) Bij punt 4) geldt dat als de situatie een parallelloop betreft (geen kruising) dat voldaan moet worden aan de liggingseis buiten 700 m uit het hart van het buitenste spoor en voor <24 kV buiten de 11 m uit het hart van het buitenste spoor. Betreft het wel een kruising en is er geen parallelloop binnen dezelfde zones, dan vervalt deze eis en kan 4) als voldaan worden beschouwd, indien aan 5) en 6) wordt voldaan. (C) Bij punt 8) dienen in ieder geval de gegevens aangeleverd te worden die voldoen aan het gevraagde in de ‘Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies’ blokken A t/m E (bijlage 4).
Voor toetsing van 9) dient een unity study te worden gebruikt. Hierbij geldt dat dient te worden voldaan aan alle beoordelingscriteria met inachtname van uitgangspunt G2. (D) Voor 11) en voor toetsing van 12) dient de unity study te worden gebruikt.
(E) Met 'Net niet’ wordt bedoeld dat als de inschatting van de modelleur is dat als er in meer detail gerekend wordt het dan zonder maatregelen alsnog zou kunnen voldoen, dan dient (E) als volgende stap te worden gevolgd. (F) Met ‘Ruim niet’ wordt bedoeld dat als op basis van de resultaten de inschatting van de modelleur is dat ook als er in meer detail gerekend wordt het nog steeds boven de limiet zal zitten, (F) als volgende stap wordt genomen en er dus naar maatregelen gekeken wordt.
5.3
HVDC-verbindingen Wanneer er hoogspannings-gelijkstroom (HVDC) infrastructuur in de nabijheid van de hswi wordt ge realiseerd of gewijzigd, dan dient ook voor deze situatie EMC aangetoond te worden. De eigenschap pen en kenmerken van HVDC zijn afwijkend van die van AC hoogspanningsinfrastructuur. Hiermee is deze richtlijn inhoudelijk niet zondermeer toe te passen op HVDC hoogspanningsinfrastructuur. Ontwikkeling van HVDC-verbindingen in de nabijheid van hoofdspoorweginfrastructuur vereist daar mee een maatwerk aanpak, waarvoor zo vroeg als mogelijk door de (beoogde) netbeheerder contact dient te worden opgenomen met ProRail. Gezamenlijk wordt dan locatiespecifiek gekeken naar moge lijke risicofactoren en wat er dient te worden onderbouwd om EMC aan te tonen
Nader toegelicht in memo "Inductieve beïnvloeding MS-verbindingen, d.d. 02-10-2023, Sjoerd Nauta" Richtlijn
V004
pag 12/38
PxoRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
5.4
Eisen aan hoogspanningslijnen en -kabels bij railinfrastructuur met 25 kV AC TEV indien de railinfrastructuur is uitgerust met 25 kV AC Tractie-EnergieVoorziening (TEV), gelden niet alle eisen van paragraaf 5.2 De reden is dat het 25 kV AC TEV-systeem een 'hard geaard' systeem is en met 50 Hz wisselspanning opereert, in tegenstelling tot de 'conventionele' railinfrastructuur die een 1500 V DC TEV-systeem met gelijkspanning heeft.
Er dient bij 25 kV AC TEV systemen voldaan te worden aan de volgende eisen: 1. De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijn tot de bovenleiding dient te vol doen aan NEN-EN 50341-1 en NEN-EN 50341-2-15 [B]; 2. De hoogspanningslijn dient in het kruisende veld met de spoorbaan in de masten aan weers zijden voorzien te zijn van een ophanging bestaande uit minimaal 2 isolatoren / isolatorkettingen. Dit als impactreducerende maatregelen bij het enkelvoudig falen van de geleiderophanging aan de mast. Dit betreffen alleen eisen aan hoogspanningslijnen. Voor kabelverbindingen zijn geen verdere eisen gesteld. 5.5
Unity study (in ontwikkeling) Er is op dit moment een ‘unity study’ in ontwikkeling Met deze unity study wordt het gat tussen de ve rificatie van een aantal ingangseisen (A & B uit de flowchart) en een locatiespecifieke EMCdetailstudie gevuld. De unity study is gereedschap waarmee op basis van gestandardiseerde doorge rekende situaties de EM-beïnvloeding van een specifieke situatie kan worden ingeschat. De toepassing van deze unity study is op hoofdlijnen al verwerkt in deze versie van de RLN00398. Dit zodat bij gereedkomen van de unity study deze eenvoudig verwerkt kan worden in de volgende versie van de RLN00398. Er is besloten verwijzingen naar de unity study op te nemen. Daarmee is voor de gebruikers van de RLN00398 nu al inzichtelijk welke plaats de unity study gaat krijgen in de RLN00398. Echter omdat de unity study nog niet gereed is dient gebruiker op dit moment nog over te gaan op het uitvoeren van een EMC-detailstudie zodra verwezen wordt naar het toepassen van de unity study.
5.6
EMC-detailstudie Hieronder wordt aangegeven welke vervolgstappen nodig zijn indien vanuit de flowchart in paragraaf 5.2 blijkt dat een locatiespecifieke EMC-detailstudie uitgevoerd dient te worden. Indien een EMCdetailstudie moet worden uitgevoerd dient afstemming plaats te vinden tussen de partij die de EMCdetailstudie uitvoert, de netbeheerder die verantwoordelijk is voor de betreffende hoogspanningsverbinding en ProRail. In de flowchart in figuur 2 is beschreven hoe dat proces er uitziet. Wat de flowchart poogt weer te geven is niet dat er in meerdere stappen/overlegmomenten bepaald moet worden wat er met de resultaten van de EMC-detailstudie dient te gebeuren. Wat de flowchart wel poogt weer te geven is dat ProRail graag betrokken is bij het bekijken en definiëren van maatregelen. Daarbij kan een IB wel al zelf initiatief nemen om bepaalde maatregelen door te rekenen. De flowchart in hoofd stuk 8 geeft daar kaders voor. Wat voorkomen dient te worden is dat er maatregelen doorgerekend worden die technisch of inpassingstechnisch niet mogelijk zijn aan ProRail zijde. Dat is zonde van de modelleringstijd. Het is niet zo dat alleen op de pijltjesmomenten in de flowchart contact mogelijk is. Het staat de netbe heerders of het IB wat de berekeningen uitvoert vrij om op elk gewenst moment contact te zoeken met ProRail.
Richtlijn
V004
pag 13/38
ProRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Initiatiefnemer (vaak is dat de Netbeheerder, maar kan ook ProRail of een andere partij zijn)
-geeft opdracht voor uitvoeren studie (indien dit is wat volgt uit flowchart) -levert input/haalt input op/laat externe partij input ophalen benodigd voor het uitvoeren van studie -als resultaten terugkomen, beoordeelt resultaten; als blijkt dat lengte afhankelijke berekeningen voor BI nodig zijn erkend IB-treinbeveiliging nodig -levert studie met resultaten (inclusief eventueel al doorgerekende maatregelen) aan aan ProRail -als er aanvullende maatregelen worden aangegeven, laat deze doorrekenen door IB
A
i
Resultaten met (eventueei) maatregelen
Y
Definitieve maatregelen
# Studie + Resultaten
Ingenieursbureau (IB)
Maatregelen
)
-voert studie uit -berekent (eventueei) ai mogeiijke maatregelen confom H8 -communiceert resultaten aan netbeheerder -als er nog andere maatregelen worden aangegeven, rekent deze door -communiceert resultaten met definitieve maatregelen aan initiatiefnemer V
ProRail -bepaalt in overleg met initiatiememer/netbeheerder en IB of maatregelen nodig zijn -beoordeelt studie en resultaten, daarbij ook of (eventueel) al doorgerekende maatregelen toepasbaar zijn -bepaalt of anderelaanvllende maatregelen nodig zijn -communiceert eventuele aandere/aanvuilende maatregelen aan netbeheerder -als resultaten met definitieve maatregelen bekend zijn, deze be telen
Figuur 2: Flowchart ten behoeve van EMC-detailstudie proces
5.6.1
Rapportage EMC-detailstudie Vanuit ProRail is er geen generieke template voor deze rapportage beschikbaar. Er dient een rappor tage te worden geleverd waarin de in 'Bijlage 4: Checklist tbv RLN00398 EMC-detailstudies’ ge noemde aspecten terugkomen. De hier genoemde checklist is een ingangscontrole checklist die niet als rapportage template gebruikt kan worden maar wel aangeeft welke aspecten relevant zijn. De door TenneT gehanteerde template is in lijn met de checklist uit Bijlage 4.
5.6.2
EMC-maatregelen vastleggen Indien een EM-beïnvloedingssituatie is beschouwd en leidt tot mitigerende maatregelen dient het ge bied waartoe de maatregelen zijn getroffen te worden gemarkeerd als parallelloop op de betreffende OR-bladen. Dit dient te worden aangegeven volgens OVS60091-3 paragraaf 6.12.2, 6.12.3 en 6.12.4 op de OR-bladen. Het beïnvloedingsgebied wordt gemarkeerd, zijnde het gebied tussen het TEVonderstation voor en na betreffende parallelloop. Deze markering dient te worden aangebracht, zodat toekomstige projecten in dit gebied een verwijzing aantreffen aangaande EMC. Doel hiervan is dat deze projecten nauwlettend EMC meenemen in hun projectuitwerking. Uitgangspunt hierbij is dat het realisatie project dat de mitigerende maatregelen realiseert ook zorg draagt voor de aanpassing op de OR-bladen inclusief het aangeven van de mitigerende maatregelen conform OVS60091-3 paragraaf 6.9.16 en/of 6.9.17.
Richtlijn
V004
pag. 14/3S
RLN00398
PxoRail Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
6
Uitgangspunten ten behoeve van modellering
6.1
Algemeen
6.2
Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
G1
Vervallen
Vervallen
G2
Indien een nieuwe hoogspanningsverbinding een bijdrage le vert van maximaal 20% van het beoordelingscriterium voor alle bedrijfstoestanden, uitgezonderd kortsluitingen, behoe ven niet alle bestaande verbindingen te worden gemodel leerd. Bij een hogere bijdrage dan 20% moeten ook de be staande verbindingen binnen een afstand van 700 m worden meegenomen in de berekeningen.
Wanneer op basis van G2 andere verbindingen meegenomen moeten worden, geldt dit alleen voor verbindingen met een nominale spanning > 24 kV en hoeven de andere verbindingen alleen in de normale bedrijfssituatie meegenomen te worden.
G3
Drie-aderige driefase hoogspanningskabels s 24 kV of in driehoek gebundelde driefase een-aderige kabels s 24 kV mogen buiten beschouwing gelaten worden. Drie-aderige driefase hoogspanningskabels > 24 kV of in driehoek gebundelde een-aderige kabels > 24 kV mogen buiten beschouwing gelaten worden, indien er in de normale bedrijfssituatie geen homopolaire aardstroom groter dan 1 A kan gaan lopen.
Voor verbindingen met een nominale spanning > 24 kV aannemelijk maken dat de homopolaire stroom in de normale bedrijfssituatie lager ligt dan 1 A, bijvoorbeeld indien het een drie aderige kabelverbinding betreft, waarbij van ten hoogste één zijde de aangesloten transformator het sterpunt is geaard.
G4
Capacitieve beïnvloeding: Dit wordt niet berekend.
Capacitieve beïnvloeding is geregeld in de overige ProRail regelgeving, zowel ten aanzien van de werk voorschriften in de omgeving van hoogspanningsverbindingen, als voor de ontwerpvoorschriften voor het plaatsen van geleidende objecten onder en in de omgeving van hoogspanningsverbindingen.
G5
Uitgangspunt bij de aanwezigheid van 50 Hz spoorstroomlo pen is dat deze omgebouwd worden van 50 Hz naar 75 Hz spoorstroomlopen.
Op basis van historische casussen is gebleken dat 50 Hz spoorstroomlopen dusdanig gevoelig zijn dat er altijd overschrijdingen van de beoordelingscriteria zijn. De aanpassing is technisch gezien relatief een voudig. Deze mitigerende maatregel daarom in ge val 50 Hz spoorstroomlopen direct meenemen. Daarbij dient wel getoetst te worden aan het 75 Hz criterium BI.
Modellering Hoogspanningsverbinding Bron, achtergrond en toelichting
Nr.
Uitgangspunt
T1
De hoogspanningslijn/-kabel wordt gemodelleerd volgens het werkelijke mastbeeld/werkelijke kabelbed.
T2
Bij hoogspanningslijnen dient voor het bepalen van de mag netische velden bij een spoorlijn, rekening gehouden te wor den met de minimale hoogten van de geleiders volgens het ontwerp De minimale hoogte van de geleiders is gebaseerd op de hoogste geleidertemperatuur, de hoogte van de mas ten en de afstand tussen de masten. Voor de mechanische beïnvloeding dient met breuk in één van de velden in een vak, niet zijnde het kruisende veld, re kening te worden gehouden met een grotere zeeg. Toepas sing van speciale ophangingen (halfverankeringen) of af spanningen aan beide zijden van de kruising kunnen het ex tra doorhangen van de geleiders bij breuk in een ander veld verkleinen. De minimale afstand boven spoorstaven bij breuk dient te voldoen aan NEN-EN 50341 -1:2001 en NENEN 50341-2-15 artikel 5.9.4 NL2 & NL3 en 5.9.5 NL3 [B]. Voor het berekenen van de inductieve beïnvloeding van een hoogspanningslijn wordt de hoogte van de geleiders bere kend door de gemiddelde ophanghoogte van een geleider aan beide zijden van het veld te verminderen met 2/3 deel van de maximale zeeg.
Bij geleiderbreuk wordt de hoogspanningslijn direct (normaliter binnen 100 ms) afgeschakeld. In de praktijk wordt hier voor wat betreft de elektrische be ïnvloeding dan ook geen rekening mee gehouden. Voor mechanische beïnvloeding (minimale afstand boven de spoorstaven en boven het bovenleiding systeem) moet er echter wel rekening mee worden gehouden
T3
Bij de berekening van lijnen en kabels dient minimaal reke ning te worden gehouden met:
Onder onderhoud wordt verstaan de situatie dat bij het uitschakelen van een verbinding het totale ver mogen wordt overgenomen door de overblijvende verbinding(en).
Richtlijn
V004
pag 15/38
ProRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
•
De maximale stroombelasting bij normaal bedrijf per cir cuit (op basis van de ontwerpstroom);
•
De maximale stroombelasting bij afwijkend bedrijf per circuit (onderhoud, op basis van de ontwerpstroom);
•
De maximale één-fase kortsluitstromen;
•
De maximale drie-fase kortsluitstroom, in geval van een blusspoel geaard netwerk.
Opmerking: Indien de netbeheerder de stroom / het kortsluitvermogen laat toenemen boven de bij T3 be paalde waardes, dan dient deze situatie opnieuw ge toetst te worden op basis van RLN00398.
Kortsluitingen in grondkabels ten gevolge van werkzaamhe den worden niet gemodelleerd.
T4
Bij de berekening dient voor de stroom in de fasegeleiders rekening te worden gehouden met een aanvullende homo polaire stroom l0 die 5% van de maximale normale compo nent van de fasestroom is. De faserichting van de homopo laire stroom dient zo te worden gekozen dat de optelling bij het beïnvloede systeem maximaal is Deze maximale nor male component is afhankelijk van de bedrijfstoestand. Voor niet-getransponeerde gecombineerde5 hoogspannings lijnen dient 10% van de maximale normale component van de fasestroom te worden gehanteerd.
!,
5% homopolaire stroom voor alle verbindingen, be houdens niet-getransponeerde gecombineerde hoogspannings lijnen, daarvoor dient 10% te worden gehanteerd.
Voorbeeld modellering homopolaire stromen in nor maal bedrijf (geen combilijn):
Een dubbelcircuit verbinding is ontworpen op een maximale stroom van 4000 A per circuit (en dus per fase);
r ƒ
In normaal bedrijf loopt er in dit voorbeeld maximaal 50% van deze ontwerpstroom per circuit in verband met N-1, dus 2000 A per cir cuit;
Ti
8
Op basis van onderbouwingsdocumentatie [14] is vast komen te staan dat gerekend moet worden met
I.
Per fase dient 5% van deze stroom opgeteld te worden. Dat is in normaal bedrijf dan 100 A per fase (5% van 2000 A).
_ la + lj + / e 3
I,o -
Merk op:
- Momenteel wordt aangenomen dat bij meer dere circuits de onderlinge homopolaire stro men in fase zijn. Dit is beschouwd als een conservatieve aanpak. Maar het is niet uit te sluiten dat dit in de praktijk zo uitpakt. Indien project specifiek dan wel generiek een vol doende onderbouwde verscherping wordt aangeleverd. Ook de geaarde retourgeleiders in het bronsysteem, zoals de bliksemdraden en mantels van kabels dienen voor de bereke ning correct te worden meegenomen. De stro men door alle geaarde geleiders inclusief de fasehoeken dienen in de beinvloedingsberekening meegenomen te worden Op basis van deze berekende stroomverdeling dient de be ïnvloeding bepaald te worden.
10 *
la
Ic > 410 De bedrijfstoestanden dienen te bevatten: • Normaal bedrijf; • Onderhoud. Bij onderhoud wordt het circuit dat in onderhoud is 2 zijdig geaard. Voor het circuit dat niet in onderhoud is dient de maximale homopolaire stroom genomen te worden. Voor een dubbelcircuit verbinding dient dan in de modellering ge rekend te worden met een homopolaire stroom van 5% van de ontwerpwaarde (10% bij niet-getransponeerde gecombi neerde hoogspanningslijnen). ' Homopofaire stroom dient niet te worden meegenomen als deze door de netwerktopologie onmogelijk kan lopen. Een voorbeeld is een zwevend middenspanningsnet waarbij het aannemelijk is dat de homopolaire impedantie groter dan 10kQis_De netwerkbeheerder dient hiervoor een onderbou wing aan te leveren.
5
- De aarddraden in het TenneT hoogspannings net zijn over de hele lengte van de verbindin gen doorverbonden. - De inverse component is nul verondersteld
Sommatie homopolaire stroom: Omdat de hoek tussen de normale en homopolaire stroom niet is vast te stellen kan er voor worden ge kozen de invloed van homopolaire stroom en nor male component apart uit te rekenen en de absolute uitkomsten bij elkaar op te tellen. Hetzelfde geld voor meerdere circuits voor de homopolaire stroom en zelfs de normale stroom indien faserelatie niet bekend is.
Hoogspanningslijnen met meerdere spanningsniveau^ gecombineerd op één mast; dit worden ook wel combilijnen genoemd.
Richtlijn
V004
pag. 16/38
ProRail
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
T5
6.3
Indien een beveiliging wordt toegepast waarbij een deel van het hoogspanningscircuit vertraagd wordt afgeschakeld (niet binnen 100 ms) zoals mogelijk is bij distantiebeveiliging, dient dit te worden gespecificeerd en indien van toepassing apart te worden gemodelleerd.
De kans op falen van de vermogensschakelaar/reiais tijdens een kortsluiting wordt voldoende klein ge acht. het falen behoeft dus niet te worden meegeno men
Faalwijzen Hoogspanningsverbinding/-kabel Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
FT1
Bij kortsluitingen dient rekening te worden gehouden met:
De opdrachtgever van de EMC-detailstudie dient te onderbouwen welke vigerende faalwijzen van toe passing zijn. Bij direct geaarde verbindingen hoeft geen rekening te worden gehouden met de driefasen kortsluiting.
• •
6.4
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de "total clearance" tijd van de vermogensschakelaar.
1 fase kortsluitingen; 3 fase kortsluiting indien het een blusspoel geaard net betreft.
Modellering Railinfrastructuur Nr
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
P1
Bovenleidingsysteem geleiderconfiguratie: zie bijlage 1
Voor de modellering wordt bovenleidingsysteem B1 toegepast.
P2
Locaties van onder- en schakelstations dienen conform vige rende OR bladen te worden gemodelleerd.
OR bladen kunnen opgevraagd worden via www spoordata "I onder https://www.spoor-
P3
Locaties van dwarsverbindingen tussen sporen dienen con form vigerende OR bladen te worden gemodelleerd.
OR bladen kunnen opgevraagd worden via www.spoordata.nl onder https://www.spoor-
P4
Afleidweerstand van spoorstaven, beschouwd worden confi guraties met een spoorstaaf-aarde weerstand van 100. 10 en 2,5 Qkm.
Genoemde waarden zijn per spoorstaaf.
P5
Retour van DC baanvakken worden afgesloten met een ka rakteristieke impedantie van;
Zangs (voor 50 Hz) berekenen uit de som van de pa rallelle impedantie van de spoorstaven en de impe dantie van het retourpad aarde waarbij: • Weerstand spoorstaven: 0,044 Q/km per spoorstaaf • retourpad aarde bij 50 Hz: (0,050 + j 0,330) Q/km Modellering van Ziangs mag ook op basis van meet waarden.
Zafsluit=V(Rafleid X Zlangs)
data.nl/stel-een-vraaq of via tel. 088-2315700.
data.ni/stel-een-vraag of via tel. 088-2315700.
P6
De minimale 50 Hz onderstationsimpedantie (tussen boven leiding en spoorstaven) op het 1500 V DC-baanvak is: (0,007 + j0,082) O.
Zie [2]
P7
Bij het recuperen van een trein (energie terugleveren) kan de gelijkrichter in een onderstation sperren.
Voor 50 Hz stromen gedraagt het onderstation zich als een open verbinding; de 50 Hz spanning tussen bovenleiding en spoor is dan maximaal.
Er kan vanuit gegaan worden dat de gelijkrichters in het onderstation uit diodegelijkrichters bestaan. P8
Richtlijn
Voor de afstand van het kabelbed tot het hart van het buiten ste spoor dient 4,5 m te worden gehanteerd
V004
pag. 17/38
ProRai1
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
P9
Het kabeibed bij paralielloop bevat.
Conform [2], [3],
3 kV 75 Hz kabel (2x16 mm2) met een aardschemi van 16 mm2 De 3 kV kabel is tweezijdig geaard bij de onderstations. De totale DC weerstand van de kabelmantel en twee aardverspreidingsweerstanden is 7.5 Q.
Voor de modellering wordt de 3 kV kabel geacht te lopen van OS naar OS.
IB-kabel (62 x 0,8 mm2 aderig), zwevend uitgevoerd
De totale DC weerstand van de kabelmantel en twee aardverspreidingsweerstanden kan variëren van 5 tot 10 O. De berekeningen hoeven slechts te worden uitgevoerd met 7,5 Q.
IT kabel: Gearmeerde PIWY-IT-kabel met een kabelscherm van 30 mm2, zwevend uitgevoerd.
Voor de modellering worden de IB en IT kabel ge acht te lopen van RH naar RH.
Omdat de mantel van de 3 kV kabel verbonden is met de metalen HS kast is deze spanning voor ge neriek publiek toegankelijk. P10
Voor de diepte van de kabelgeul dient 1,2 m onder BS (0,6 m onder maaiveld) te worden gehanteerd. Hierin liggen de IB en IT kabel. De 3 kV kabel dient hier 0,3 m onder te worden verondersteld (0,9 m onder maaiveld)
De feitelijke diepte van de kabelgeul is: tussen de 0,9 m en de 1,5 m onder BS. Voor de modellering wordt het gemiddelde toegepast. Uitgegaan wordt van een maximale breedte van de geul van 0,6 m