211028 BP Heino, woningbouwlocatie Molenweg bijlagenboek 2750-101
Tekst van het document
Bijlagenboek Bestemmingsplan Heino, woningbouwlocatie Molenweg
Gemeente Raalte 28 oktober 2021 Vastgesteld
Gemeente Bestemmingsplan Voorontwerp
Gemeente Raalte Bijlagenboek bij de toelichting van het Bestemmingsplan Heino, woningbouwlocatie Molenweg Vastgesteld
Plannummer: NL.IMRO.0177.BP20210003-VG01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….
adres
Arnhemseweg 6 3817 CH Amersfoort telefoon
033 2851685 e-mail
info@vp.nl website
www.vp.nl
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek Molenweg Heino, Hunneman Milieu-advies, 5 februari 2020
Bijlage 2
Resultaten bemonstering Molenweg, Tauw, 28 januari 2020
Bijlage 3
Plangebied Noordzijde Molenweg te Heino, Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, RAAP, 2 juli 2020
Bijlage 4
Plangebied Molenweg te Heino, Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), RAAP, 30 september 2020
Bijlage 5
Rapport ecologische onderzoek en advies Molenweg (ong.) te Heino, Econsultancy, 23 juni 2020
Bijlage 6
Rapportage mitigatie ooievaar en torenvalk, Molenweg ong. te Heino, Econsultancy, 26 oktober 2021
Bijlage 7
Rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Molenweg (ong.) te Heino, Econsultancy, 22 april 2021
Bijlage 8
Onderzoek stikstofdepositie Molenweg te Heino, Econsultancy, 25 maart 2021
Bijlage 9
Memo externe veiligheid, Aveco de Bondt, 18 maart 2021
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek bouwplan Molenweg te Heino, Aveco de Bondt, 3 mei 2021
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek bedrijven tbv bouwplan Molenweg te Heino, Aveco de Bondt, 21 mei 2021
Bijlage 12
Memo Geurhinder bouwplan Molenweg te Heino, Aveco de Bondt, 6 mei 2021
Bijlage 13
Waterhuishoudkundig plan, Woningbouw Molenwijk Heino, RPS advies- en ingenieursbureau bv, 15 februari 2021
Bijlage 14
Grondexploitatie 2021 Molenweg Heino, gemeente Raalte
Bijlage 15
Reactienota zienswijzen inzake ontwerpbestemmingsplan Heino, woningbouwlocatie Molenweg, gemeente Raalte, oktober 2021
Bijlage 1 Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek Molenweg Heino, Hunneman Milieu-advies, 5 februari 2020
Gemeente Raalte Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek op de locatie aan de Molenweg te Heino (kad. sectie G, nrs 574, 586 en 561 ged.) Projectnummer: 191149_02/dh/sh Datum: 5 februari 2020
Opdrachtgever Gemeente Raalte Postbus 140 8100 AC RAALTE Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 4 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, NEN-PARAMETERS................ 10 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, ASBEST .................................. 15 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; WATERBODEM ....................... 16
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 17
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ......................................................................... 17 VASTE BODEM, GRONDDAMMEN ........................................................................ 17 VASTE BODEM EN GRONDWATER, PERCEEL 561 VOORMALIGE ROTONDE ......... 17 VASTE BODEM EN GRONDWATER, PERCEEL 574 EN 586 .................................... 18 WATERBODEM .................................................................................................... 18 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 19
BIJLAGEN: 1 2 3
4 5 6
Topografisch en kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten 3.1 vaste bodem 3.2 grondwater 3.3 asbest 3.4 waterbodem Toetsingskader Monsternemingsplan en -formulier asbest en WABO Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van de Gemeente Raalte is in december 2019 en januari 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Molenweg (ong.) te Heino. Voor een topografisch en kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de gronden. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele (water)bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar.
Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens
eigendomssituatie hoogteligging 2. bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. gebruik/beïnvloeding van voormalig de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
C
D
E
F
G
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie Omgevingsrapportage Provincie Overijssel; • informatie Omgevingsdienst IJsselland; • voorgaand bodemonderzoek; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland; • www.topotijdreis.nl. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in paragraaf 2.2 en 2.3 en in bijlage 6. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie betreft de volgende kadastrale percelen: gemeente Heino, sectie G, nummers 561 (ged.), 574 en 586. Kadastraal perceel 561 ged. was tot circa 2017 in gebruik als rotonde en heeft een oppervlakte van 1.349 m2. Dit terreindeel ligt momenteel braak. De kadastrale percelen 574 en 586 zijn in gebruik als bouw-/weiland en zijn dat, voor zover bekend, ook altijd geweest. De percelen hebben een oppervlakte van 49.075 m2. Binnen de onderzoekslocatie is aan de zuidzijde een persleiding gesitueerd die parallel loopt met de Molenweg.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Op basis van informatie van de gemeente Raalte en informatie van topotijdreis.nl (zie figuur 2 t/m 4) zijn binnen of grenzend aan de onderzoekslocatie de volgende deellocaties aanwezig: A: voormalige bebouwing cq erf met boomgaard (grenzend aan onderzoekslocatie); B: 5 locaties met dammen; C: sloottrace’s, (in de loop der jaren deels gedempt), met voormalige kavelpaden; D: voormalige rotonde. figuur 1: situatie in 1910 kavelpad en bebouwing figuur 2: situatie in 1945 met bebouwing
figuur 3: situatie in 2018
Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.3
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit nadelig kunnen hebben beïnvloed. In 2006 is door Oranjewoud een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie en de directe omgeving (kenmerk 168218). Onderhavige locatie maakte deel uit van dit bodemonderzoek. De belangrijkste conclusies uit dit bodemonderzoek, met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie zijn: • zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen; • in de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten aangetoond; • in het grondwater zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en/of minerale olie aangetoond. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (het rapport 27 oost, 28 west (TNO-DGV, 1985)). Uit dit rapport en uit bodemkundig onderzoek ter plekke van de locatie zijn de volgende regionale gegevens samengevat. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket 1e WVP Form. van Twente en Kreftenheye scheidende laag Form. van Drenthe 2e WVP Form van Urk, Enschede, Harderwijk basis Form van Breda Toelichting:
diepte (m-mv) 0-30 30-70
samenstelling matig fijn tot matig grof zand klei
parameters kD-waarde ca. 2500 m2 *d-1 -
70-200
fijn tot matig grof zand
-
klei
-
>200
WVP = watervoerend pakket
kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit
Grondwaterstroming In het eerste watervoerende pakket stroomt het grondwater in noordwestelijke richting.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van: A: kavelgrens met voormalige bebouwing cq erf met boomgaard; B: 5 locaties met dammen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de geldende NEN-normen conform de NEN-5740 (bodem) en NEN-5707 (asbest) en NEN-5720 (waterbodem). In aanvulling op deze NENnormen is het standaard onderzoek uitgebreider uitgevoerd. Deze uitbreiding bestaat uit: • alle boringen zijn doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond; • de strategie onverdacht kleinschalig is verkozen boven het minder intensieve grootschalig onverdacht; • alle boringen, ook op het onverdachte terrein, zijn handmatig gegraven met een afmeting van 30 x 30 cm; • de slibbodem van de sloot is aanvullend onderzocht op bestrijdingsmiddelen. Onverdacht Voor de onderzoeksopzet voor het bouw-/weiland en de voormalige rotonde is uitgegaan van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op een onverdachte locatie (“ONV” uit de NEN-5740). Alle boringen voor het verkennend bodemonderzoek zijn doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. De boringen ter plaatse van de voormalige rotonde zijn niet gemengd met het overig terrein. De (grond)watermonsters zijn aanvullend geanalyseerd voor de gemeente Raalte kritische parameters arseen en chroom.
Naar aanleiding van de analyseresultaten is aanvullend veld- en chemisch onderzoek uitgevoerd. Verdacht Ter plaatse van de potentieel verdachte locaties is onderzoek uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, strategie “VEP” of VED-HE uit de NEN 5740. De volgende locaties zijn als verdacht beschouwd: A: kavelgrens met voormalige bebouwing cq erf met boomgaard; B: 5 locaties met dammen. Ad A: Op het oostelijk aangrenzend perceel is in de jaren 1930-1950 een boomgaard aanwezig geweest. De bovengrond is derhalve verdacht voor OCB’s. Ad B: Ter plaatse van gronddammen zijn separate monstergaten gegraven en zijn monsters samengesteld voor analyse op NEN-grond en asbest. De dammen zijn verdacht voor asbest. Waterbodem De kavelsloot welke midden door het perceel loopt is onderzocht conform de richtlijnen van de Nederlandse Norm voor verkennend waterbodemonderzoek (NEN 5720). Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend waterbodemonderzoek conform: strategie 5.4.16 “overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN)”. Asbest Op agrarisch perceel is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie op onverdachte locaties (grootschalig onverdacht, strategie 6.4.3 uit de NEN-5707).
Op de overige deellocaties is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie op onverdachte locaties (kleinschalig onverdacht, strategie 6.4.2 uit de NEN-5707). Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________ Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek veldonderzoek
sublocatie/onderdeel
boringen tot 0,5 m-mv*
waarvan tot > 2 m-mv
laboratoriumonderzoek met peilbuis
vaste bodem
Perceel 574 en 586 [49.075 m2]
61*
18
6
7 x NEN-grond(bg) 6 x NEN-grond(og)
Asbest cf 6.4.2. weiland
31@
10@
-
4 x asbest
uitsplisting MM-14 herbemonstering pb.38
-
-
-
6 x min. olie -
Waterbodem kavelsloot
1 x 10 grepen
grondwater 6 x NEN-water 1 x koper
1 x WABO + OCB 8 x boven- en ondergrond
-
PFAS
-
-
-
Locatie A vm boomgaard oostzijde
4*
2
1
Asbest cf 6.4.3. loc A
4
2
-
Locatie B: 5 gronddammen
5#
5
-
3 x NEN-grond 1 x asbest (grond)
-
Locatie C: vml. kavelpaden
10
-
-
2 x NEN-grond
-
Locatie D: vm. rotonde Perceel 561 < 1500 m2
8*
2
1
1 x NEN-grond(bg) 1 x NEN-grond(og) 1 x asbest in grond
1 x NEN-grond + OCB 1 x NEN-grond(og) 1 x asbest
1 x NEN-water -
1 x NEN-water
* : alle boringen zijn doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond #: putjes asbestonderzoek 30 x 30 cm @: in combinatie met onverdacht
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN-Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform bestrijdingsmiddelen [OCB]
NEN-wabo
NEN-grond
NEN-water
X
X
X
X X X X
X X X -
X X X X -
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan over de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 18, 20 en 23 december 2019 en 2, 3 en 23 januari 2020 door de gecertificeerde medewerkers dhr. J. Postma en dhr. W. Jansen van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 88 handboringen uitgevoerd (1 t/m 88) waarvan 8 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 2,8 mmv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 88 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld, voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 5 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de boringen, monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1.
Voor het waterbodemonderzoek zijn, gelijkmatig verdeeld over één ruimtelijke eenheid, 10 monsterpunten geselecteerd (boringen 90 t/m 99). De boringen zijn geplaatst met behulp van een zuigerboor. De maximale boordiepte bedraagt circa 0,6 m-waterspiegel. In bijlage 5 is het monsternemingsformulier waterbodem opgenomen. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5a:
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel perceel 561 ged.
traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5
hoofdnaam zand, matig fijn
toevoeging zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig
0,5 ~ 1,1
zand, matig fijn
zwak siltig, lokaal humeus, lokaal grindig
1,1 ~ 2,8
zand, matig fijn
zwak tot matig siltig, lokaal grindig grondwaterstand: circa 1,3 m-mv
Tabel 5b:
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel perceel 574 en 586
traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5
hoofdnaam zand, matig fijn
toevoeging zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus
0,5 ~ 1,0
zand, matig fijn
zwak tot matig siltig, lokaal grindig
1,0 ~ 2,4
zand, matig fijn
matig siltig, lokaal grindig grondwaterstand: circa 0,9 m-mv
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
8
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 5c:
samenvatting van het lokaal aangetroffen waterbodemprofiel
laagdikte [cm] 20 á 30 20 á 40 30 á 60
hoofdnaam water slib zand, matig fijn
toevoeging zwak siltig
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de bovengrond, ter plaatse van de voormalige rotonde en ter plaatse van de dammen, sporen tot zwakke bijmengingen aan puin waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem op het overige terrein geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal 1 week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 11 en 12.
Zintuiglijke waarnemingen waterbodem Zintuiglijk zijn in de waterbodem en onderliggende bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername waterbodem De monstername is uitgevoerd met behulp van een zuigerboor. De X- en Y-coördinaten zijn per boring vastgelegd. Voor het chemisch onderzoek zijn per ruimtelijke eenheid 10 afzonderlijke monsters genomen. Per monsterpunt is de waterbodem per maximaal 0,5 m of onderscheiden bodemlaag bemonsterd. Van de separate monsters is, conform de onderzoeksstrategie, in het laboratorium een mengmonster samengesteld van de waterbodem. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6 t/m 10 en 13. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 13. Validatie MM-03A: Tijdens een interne controle van het laboratorium is een onregelmatigheid aangetroffen in de analyseresultaten van mengmonster MM-03A. Na hervalidatie bleek dit een laboratoriumfout te zijn die is gecorrigeerd. De gecorrigeerde rapportage is opgenomen in de bijlagen. Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
9
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Afwijking op SIKB protocol 3001: Op het volgende punt is afgeweken van het SIKB protocol 3001: Als gevolg van het separaat analyseren van de individuele monsters uit mengmonster MM-14, kon de opdracht niet binnen de vastgestelde termijn worden geaccepteerd en is als zodanig aangegeven op het analysecertificaat. Overschrijding van een conserveringstermijn bedraagt over het algemeen niet meer dan enkele dagen. In die tijd worden de monsters altijd koel en donker bewaard. Gezien de geringe standaardafwijking van maximaal 5 % waarop een conserveringstermijn is gedefinieerd, wordt gesteld dat een meetresultaat bij een geringe overschrijding van de conserveringstermijn, ook slechts in geringe mate kan afwijken van het daadwerkelijke gehalte op het moment van monstername. In de genoemde deelmonsters zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. De genoemde afwijking wordt derhalve als niet-kritisch beschouwd, omdat de conserveringstermijn met slechts enkele dagen is overschreden. Derhalve is het toegestaan het keurmerk “Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB” te gebruiken. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten, NEN-parameters
Als bijlage 4 is het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater opgenomen. Het toetsingskader is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1: De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1:
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 t/m 12.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
10
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 6:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing (vml rotonde perceel 561)
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 1 t/m 8 1 t/m 8 0,0~0,5 0,5~1,0 < < @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
Tabel 7:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 % L*= 25
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MMmonster MM-04 MM-05 MM-06 23-01 MM-07 27-01 03/03A boring 9 t/m 12 9+11 13 t/m 16 14+16 23 24 t/m 26 27 traject (m-mv) 0,0-0,4 0,4-2,0 0,0-0,4 0,4-2,0 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 arseen < < < < < < < barium @ @ @ @ @ @ @ cadmium < < < < < < < chroom < < < < < < < kobalt < < < < < < < koper < < < < < < < kwik < < < < < < < lood < < < < < < < molybdeen < < < < < < < nikkel < < < < < < < zink < < < < < < < PAK (10)-tot. < < < < < < < PCB’s < < < < < < < min.olie < < < < < < < alfa-endosulfan < Hexachloorbenz. < DDD < DDE < DDT < drins (som) < chloordaan (som) < α-HCH < β-HCH < γ-HCH < PFAS som PFOA** < som PFOS** < Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AW½ Iwaarde (AW+I) waarde 20 48 76 @ @ @ 0,6 6,8 13 55 117,5 180 15 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 2 96 190 35 67,5 100 140 430 720 1,5 20,8 40 0,02 0,51 1 190 2595 5000
standaard bodem (mg/kg d.s.)
AW½ I-waarde waarde (AW+I) 20 48 76 @ @ @ 0,6 6,8 13 55 117,5 180 15 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 2 96 190 35 67,5 100 140 430 720 1,5 20,8 40 0,02 0,51 1 190 2595 5000 0,0009 2,0004 4 0,0085 1,004 2 0,02 17,01 34 0,1 1,2 2,3 0,2 0,95 1,7 0,015 2,008 4 0,002 2,001 4 0,001 8,501 17 0,002 0,801 1,6 0,003 0,602 1,2 AW wonen industrie 0,8 7 7 0,9 3 3
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk *: lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
11
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 8: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie PFAS som PFOA** som PFOS**
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-08 MM-09 MM-10 MM-11 MM-12 MM-13 MM-14 59 t/m 67
68 t/m 76
77 t/m 81
82 t/m 88 59,61,63,67 69,71,74
80,81,86
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,5 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,5 < @ < < < < < < < < < < < 1000•
< <
-
< <
-
< <
-
-
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AW½ I-waarde waarde (AW+I) 20 48 76 @ @ @ 0,6 6,8 13 55 117,5 180 15 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 2 96 190 35 67,5 100 140 430 720 1,5 20,8 40 0,02 0,51 1 190 2595 5000 AW wonen industrie 0,8 7 7 0,9 3 3
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk *: lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Tabel 9:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing (uitsplitsing olie MM-14)
% H* = 10 % L*= 25 Monster Boring traject (m-mv) min.olie
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] 80-02 80-03 81-02 81-03 86-02 86-03 80 80 81 81 86 86 0,4-0,9 1,0-1,5 0,4-0,9 1,0-1,5 0,4-0,9 1,0-1,5 < < < < < <
Tabel 10: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie PFAS som PFOA** som PFOS**
standaard bodem (mg/kg d.s.) AW½ I-waarde waarde (AW+I) 190 2595 5000
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-15 MM-16 MM-17 MM-18 MM-19 MM-20 MM-21 30 t/m 39
40 t/m 49
50 t/m 58 32,33,37,38 44,45,46
51,54,56
17 t/m 22
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,5 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,4-1,4 < @ < < < < < < < < < < < <
0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < <
< <
< <
< <
-
-
-
< <
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AW½ I-waarde waarde (AW+I) 20 48 76 @ @ @ 0,6 6,8 13 55 117,5 180 15 102,5 190 40 115 190 0,15 18,08 36 50 290 530 2 96 190 35 67,5 100 140 430 720 1,5 20,8 40 0,02 0,51 1 190 2595 5000 AW wonen industrie 0,8 7 7 0,9 3 3
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk *: lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
12
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 11: peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen som C+T 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform
analyseresultaten grondwater analyseresultaten (µg/l) 3 11 1,8-2,8 1,4-2,4 6,8 6,9 432 492 7,8 9,6 1,38 0,86
Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 38 1,3-2,3 6,8 522 0,74 9,0
51 1,3-2,3 6,8 516 5,2 0,75
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
< < < 2,2• < < < < < < <
< 68• < 5,3• < 33• < < < 41• <
< 64• < 7,1• < 56••/55h•• < < < < <
< 120• < 4,2• < < < < < 17• <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
<: geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde #: geen toetsingswaarden voor gegeven h : heranalyse
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
13
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 12: peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid (NTU) grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen som C+T 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform
analyseresultaten grondwater analyseresultaten (µg/l) 54 63 1,4-2,4 1,4-2,4 6,9 6,8 490 420 5,2 8,8 0,85 0,86
Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 74 1,4-2,4 6,8 438 9,2 0,84
80 1,4-2,4 6,8 454 12 0,85
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
< 120• < 4,2• < < < < < 18• <
< < < 2,1• < < < < < < <
< 58• < 2,2• < < < < < < <
< 68• < 5,4• < 33• < < < 41• <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
<: geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde #: geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
14
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten, asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 13:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend daarom indicatieve gehalten) monstergegevens
Monster RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06 RE-09
Sleuf/MP 1 t/m 8 9 t/m 12 30 t/m 44 46 t/m 58 60 t/m 72 74 t/m 86 23 t/m 27
traject (m-mv) 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) asbesttype materiaal- bodem/puin bodem/puin gewogen* soort monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte H/NH asbest >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem 2 n.a. 2 S+A NH <1 n.a. <1 <1 n.a. <1 <1 n.a. <1 <1 n.a. <1 <1 n.a. <1 <1 n.a. <1 -
Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
15
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.5
Toetsingscriteria en analyseresultaten; waterbodem
De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is op basis van de uitgevoerde toetsingen ingedeeld in de klassen, beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De klasse-indeling geeft een maat voor de kwaliteit van een partij toe te passen op landbodem [T.1] of in oppervlaktewater [T.3] of een partij te verspreiden op aangrenzend perceel [T.5] of in een zoet oppervlaktewaterlichaam [T.6]. Voorafgaand aan de toetsing dienen aan de hand van het lutum- en organische stofpercentage de gemeten waarden te worden gestandaardiseerd. Afhankelijk van de toepassing spreken we over: T.1 Toepassen op landbodem: Altijd toepasbaar altijd toepasbaar op landbodem; Wonen: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; Industrie: mag toegepast op landbodem met kwaliteitsklasse Industrie; Niet toepasbaar: mag niet worden toegepast op landbodems.
• • • •
T.3 Toepassen in oppervlaktewaterlichaam: altijd toepasbaar: voldoet aan de achtergrondwaarde; klasse A: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse A; klasse B: voldoet aan de maximale waarde waterbodemkwaliteitsklasse B; nooit: nooit toepasbaar (overschrijdt interventiewaarde).
• • • •
T.5 Verspreiden op aangrenzend perceel (landbodem): verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.
• •
T.6 Verspreiden in zoet oppervlaktewaterlichaam: verspreidbaar: mag worden verspreid; niet-verspreidbaar mag niet worden verspreid.
• •
In bijlage 3 zijn de rekenbladen van de toetsingen aan het BoToVa 2.0.0. opgenomen. In tabel 14 zijn de toetsingen weergegeven. Tabel 14: Monster (vak) MM-22 (90 t/m 99)
toetsing slib per toepassing T.1 Altijd toepasbaar
T.3 Altijd toepasbaar
T.5 verspreidbaar
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
T.6 verspreidbaar
16
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van de Gemeente Raalte is in december 2019 en januari 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Molenweg (ong.) te Heino. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de gronden. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele (water)bodemkwaliteit. 4.1
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijk zijn in de bovengrond, ter plaatse van de voormalige rotonde en ter plaatse van de dammen, sporen tot zwakke bijmengingen aan puin waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem op het overige terrein geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. 4.2
Vaste bodem, gronddammen
In de actuele contactzone binnen RE-09 [monsterpunten gronddammen 23 t/m 27] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Analytisch zijn in de zwak puinhoudende bovengrond ter plaatse van de gronddammen (boringen 23 t/m 27), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. 4.3
Vaste bodem en grondwater, perceel 561 voormalige rotonde
In de actuele contactzone binnen RE-01 [monsterpunten 1 t/m 8] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 2 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). Analytisch zijn in het mengmonster van de bovengrond (MM-01), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in het mengmonster van de ondergrond (MM-02), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in het grondwater (peilbuis 3), met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan chroom, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. Het aangetoonde gehalte aan chroom overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
17
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4.4
Vaste bodem en grondwater, perceel 574 en 586
A: voormalige bebouwing cq erf met boomgaard (grenzend aan onderzoekslocatie) In de actuele contactzone binnen RE-02 [boring 9 t/m 12] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Analytisch zijn in de mengmonsters van de boven- en ondergrond (MM-03, MM-03A en MM-04), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in het grondwater (peilbuis 11) licht verhoogde gehalten aan barium, chroom, koper en nikkel aangetoond. De aangetoonde gehalten aan zware metalen overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. C: sloottrace en voormalig kavelpad Analytisch zijn in de mengmonsters van de boven- en ondergrond (MM-05, MM-06 en MM-20), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Overige bouw-/weiland In de actuele contactzone binnen RE-03 t/m RE-06 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Analytisch zijn in de mengmonsters van de bovengrond (MM-08 t/m MM-11, MM-15 t/m MM-17), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden.
Analytisch zijn in de mengmonsters van de ondergrond (MM-12 t/m MM-14, MM-18 en MM-19), met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan minerale olie in MM-14, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het aangetoonde gehalte aan minerale olie overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. Naar aanleiding van het licht verhoogd aangetoonde gehalte aan minerale olie in MM-14 zijn de individuele monsters waaruit MM-14 is samengesteld ingezet op minerale olie. Hierbij zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. Analytisch zijn in het grondwater (peilbuis 38, 51, 54, 63, 74 en 80) licht verhoogde gehalten aan barium, chroom en nikkel en licht tot matig verhoogde gehalten aan koper aangetoond. Het maximaal aangetoonde gehalte aan koper in peilbuis 38 overschrijdt de tussenwaarde, maar blijft beneden de interventiewaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten aan zware metalen overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Naar aanleiding van het matig verhoogde gehalte aan koper is peilbuis 38 herbemonsterd voor analyse op koper. Het aangetoonde gehalte aan koper is hierbij bevestigd en overschrijdt de tussenwaarde. 4.5
Waterbodem
De bemonsterde waterbodem is bij toepassing op landbodem toepasbaar als Altijd toepasbaar. Bij toepassing in oppervlaktewater is de bemonsterde partij Altijd toepasbaar. De bemonsterde waterbodem is verspreidbaar op een aangrenzend perceel of in zoet oppervlaktewater.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
18
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4.6
Conclusies en aanbevelingen
Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijk zijn in de bovengrond, ter plaatse van de voormalige rotonde en ter plaatse van de dammen, sporen tot zwakke bijmengingen aan puin waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem op het overige terrein geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Perceel 561 (voormalige rotonde) In de actuele contactzone van de bovengrond ter plaatse van de voormalige rotonde is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 2 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt in geringe mate de bepalingsgrens (1 mg /kg d.s) maar blijft ruim onder de norm voor nader onderzoek (½ interventiewaarde = 50 mg/kg d.s.). In de vaste bodem zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan chroom aangetoond. Het aangetoonde gehalte vormt geen aanleiding tot nader onderzoek. Percelen 574 en 586 In de actuele contactzone is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de vaste bodem zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden.
In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Het maximaal aangetoonde gehalte aan koper overschrijdt de tussenwaarde maar blijft beneden de interventiewaarde. Het lokaal matig verhoogde gehalte aan koper in het grondwater wordt naar verwachting veroorzaakt door bemesting in combinatie met de ondiepe grondwaterstand en de aanwezigheid van arme zandgronden met weinig vastleggend vermogen. Ter plaatse van de verdachte deellocaties zijn in de vaste bodem en in het grondwater geen verhoogde gehalten aangetoond. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en/of ondergrond de toepassingsnorm ‘Achtergrondwaarde’ voor PFAS niet wordt overschreden. Op basis van de analyseresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen transactie en herontwikkeling van de gronden.
Verkennend bodem-, asbest- en waterbodemonderzoek, Molenweg (ong.) te Heino
19
BIJLAGE 1 Topografisch en kadastraal overzicht
Omgevingskaart
Klantreferentie: 191149
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Heino G 586 CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Uittreksel Kadastrale Kaart
71 a/ 1039 03 9 71 a 623 / 040
1046
1025
1047
1048 3 08 a/ 71
71 a/ 04 4
71 a/ 06 954 4 65 0 a/ 71
944 71 a/ 04 1
71 a/ 04 2
082 71a/
71a/ 081
628 629
5 08 a/630 71
626
074 5 1a/ 71a/ 07 7
80 71a/ 0 71a/ 07 9 71a/ 078 71a/ 077 71a/ 076
625
624 658
71a/ 067
71a / 06 6
/ 068 71a
69 1a/ 0 0 7 / 07 a 1 17 / 07 71a 656 72 0 / a 71
621
657
947
948
949
950
951
952
073 71a/
1035 1036
71 a/ 06 3
71 a/ 04 3
627
4 71a/ 08
71 a/ 06 2
943 945
4 12 a/ 71
983
Uw referentie: 191149
0 a/ 71
7 6481a/ 12 3
579
984 589
581 2662 574
586
2827 2b
4
591
590 3617 2a
3618 582
583
Mo
2849 3425 2735
M olenw eg
3338 de Hilde
24
22
3053054
3036
13
11
9
28 26 24
1
3052
15
30863037 32 3038 30 de Ri kke
3051
3035
3039 3040 de Egge
2 4
11 9 7
5
6 8
30303031 30323033 12 10 8
de Zeis 12 14
10
3034 21 19
3028 3024
17
20
15
18
3029 3025
20
3114 3115 3116 31173118
30223026 30233027
6
16 18
24 22
31263119
9 7
3120 3125 3121 3124
3123
24
26
30
3583 296229632964 2965 2966 2967 2968
5 3
28
2848 eer d
2
563
de Zeis
de H
4
1a
de Ploeg
6
42 40 38 36 34
de Spade
3065 3064 3063
7
2 5
3122
30553056 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 12 december 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
l en
20 m
100 m
Schaal 1:2000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Heino G 586
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
g we
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01 1 50 2 100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
02 1 50 2 100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
03 1 50 2 100 3
130 150
4
180
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel. zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
gras, m aaiveld
0 1 50
-50 2 100 -110
-120
05 0
50 -50 2 100 -110
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
06 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
-50
100 -110
150 4
200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an
200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig
250 280
-50
-110
-120
0
-50
-110
-120
gras, m aaiveld
0
50
-150
0
gras, m aaiveld
0 1
-120
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
gras, m aaiveld
0
50
0
gras, m aaiveld
0
1
04
gras, m aaiveld
0
0
-50
-100
-150
-200
-210
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a -280
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
07
gras, m aaiveld
0 1 50 2 100
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN M ole n w e g H e in o. 191149 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
1 van 13
0
-50
-110
-120
08
gras, m aaiveld
0 1 50 2 100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an, oorspronkelijk profiel.
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
11
1 0
weiland, m aaiveld
0 1 50
50
-50
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-40
90 100 -110 3 140
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig
-100
150
-120
4 200
09
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig
weiland, m aaiveld
0 1 50 2
100 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig
0
-40
240
12
-100
1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
0
-40
-60
-200
200
-240
weiland, m aaiveld
0
4
-200
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
150
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
13
10 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
0
1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-40
0
-40
-60 -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
weiland, m aaiveld
0
weiland, m aaiveld
0
50
0
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
14
weiland, m aaiveld
0 1 50 2
100 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig
0
-40
-100
150 4 -200
200
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN M ole n w e g H e in o. 191149 N EN 5 1 0 4
2 van 13
15
20
weiland, m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
0
weiland, m aaiveld
0 1
-40
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, schep
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 8 -1 2 -2 0 1 9 boorm eest er J. Post m a
0
-40
-60
t ype g r on d b or in g dat um 0 2 -0 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. Post m a
16
21
weiland, m aaiveld
0 1 50 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
0
weiland, m aaiveld
0 1
-40
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, schep
0
-40
-60 100 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig
-100
t ype g r on d b or in g dat um 0 2 -0 1 -2 0 2 0 boorm eest er J. Post m a