2. Richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2026-2029
Tekst van het document
Richtlijnen begroting 2026-2029 Inleiding Hierbij de richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. 1. Opstellen begroting 2026 1.1. Begroting op basis van bestaand beleid Evenals vorige jaren wordt de begroting 2026 vanuit de basis opgebouwd d.w.z. vanuit de taakvelden naar een programmabegroting. De ramingen in de vastgestelde begroting 2025 en in de meerjarenraming 20262028 incl. de daarbij behorende begrotingswijzigingen dienen als vertrekpunt voor de ramingen begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Autonome ontwikkelingen als gevolg van toename van areaal (m2 groen) of aantallen (bijvoorbeeld inwoners) mogen primitief worden geraamd. Dit geldt ook voor wettelijk verplicht beleid, taken waar een rijksvergoeding tegenover staat en onontkoombare en onuitstelbare autonome ontwikkelingen bestaand beleid, anders dan bovengenoemde toename van areaal. Substantiële afwijkingen bestaand beleid worden in de bestaande begroting toegelicht en komen ook tot uitdrukking in het in de begroting opgenomen analyse overzicht ‘mutaties bestaand beleid’. 1.2. Aanvragen nieuw beleid Voor aanvragen nieuw beleid moet altijd een format nieuw beleid/ extra uitgaven worden ingediend. De aanvragen nieuw beleid worden gemeente breed integraal afgewogen. Het college doet hierbij in het kader van de begrotingsvoorbereiding voorstellen aan de raad.
Hierbij is het van belang dat de uitgangspunten van Reëel begroten voor zowel eenmalige als investeringsbudgetten in acht worden genomen. 1.3. IJkpunten voor berekening van het renteomslagpercentage Bij het bepalen van het renteomslagpercentage is het van belang vooraf helderheid te hebben in de te hanteren ijkpunten. Voor de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 worden hierbij de volgende ijkpunten in acht genomen: • de door de accountant goedgekeurde jaarrekening 2024 en de daarbij behorende balans vormen de basis voor de berekening van het renteomslagpercentage. • hieraan worden toegevoegd de mutaties uit de begroting 2025 tot en met 1 mei 2025.
1
2. Rekenregels voor de ramingen in de begroting 2026 inclusief de meerjarenraming tot en met 2029 2.1. Volume mutaties en autonome ontwikkelingen
Aantal inwoners Omschrijving Aantal inwoners per 1 januari
2025 38.618
2026 38.800
2027 38.900
2028 39.000
2029 39.100
Per 1 januari 2025 had de gemeente Raalte 38.618 inwoners. Het aantal inwoners is in de periode 1-1-2024 tot 1-1-2025 gestegen met 251 (van 38.367 naar 38.618). Voor de jaren 2026-2029 hebben we rekening gehouden met een stijging van 100 inwoners per jaar tot 39.100 in 2029. Deze prognose is behoudend. Jaarlijks wordt op basis van het werkelijk aantal inwoners geëxtrapoleerd voor een periode van 4 jaar. Overigens, tussen 1 januari 2025 en 1 april 2025 is het aantal inwoners gestegen van 38.618 naar 38.705.
Aantal verblijfsobjecten Omschrijving Aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) per 1 januari
2025 16.572
2026 16.821
2027 16.985
2028 17.055
2029 17.113
Het aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) is ontleend aan het feitelijke aantal woningen in de BAGregistratie op 1-1-2025 en in meerjarenperspectief geëxtrapoleerd. De toename van het aantal woningen (verblijfsobjecten) in het eerste jaar is gebaseerd op de feitelijk verwachtte opleveringen op basis van verleende bouwvergunningen. De verdere toename is gebaseerd op de geprognosticeerde toename van de Primos prognose 2024. We gebruiken de Primos prognose omdat deze landelijk en door de Provincie Overijssel gebruikt wordt. Echter de afgelopen jaren is voor de gemeente Raalte gebleken dat Primos (veelal te) behoudend is. Ook houdt Primos geen rekening met de groeiopgave gemeente Raalte. 2.2. Loonkostenontwikkeling gemeentepersoneel De CAO gemeenten 2024/2025 had een looptijd tot en met 31-03-2025. Op 22-04-2025 is er een onderhandelingsresultaat bereikt over de nieuwe cao 2025-2027(01-04-2025 t/m 31-03-2027). Indien de leden hiermee instemmen zal op 6 juni dit akkoord definitief worden. Tot en met 2026 betekent dit een effectieve verhoging van 6,25% (inclusief na-ijl effect cao 2024/2025 t/m 31-03-2025). In onze begroting 2025 hebben we rekening gehouden met een loon en premiestijging van 4,4%. Dit betekent dat we voor 2026 nog 1,85% structureel moeten bijramen. Vanaf 2027 betekent dit een structurele bijraming t.o.v. 2026 van 2,2%.
Daarnaast staat in de nieuwe cao dat er een regeling voor een vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer moet worden vastgesteld. Hiermee houden we ook rekening (autonome ontwikkeling). 2.3. Uurtarieven medewerkers Jaarlijks berekenen we de uurtarieven voor de medewerkers. Via het berekenen van deze uurtarieven rekenen we de salariskosten en overhead toe aan de producten of projecten waarvoor we werken (deel van de organisatie via tijdschrijven), of passen we de uurtarieven toe bij de tariefberekening van verschillende lokale heffingen. De uurtarieven 2026 worden berekend op basis van de volgende uitgangspunten: 1. Bij de berekening van het uurtarief 2026 wordt voor de loongerelateerde componenten rekening gehouden met een verwachte loonkostenontwikkeling van 3,6% voor het jaar 2026 2. Bij de berekening van het uurtarief 2026 wordt voor de niet loongerelateerde componenten rekening gehouden met een gedifferentieerde prijsontwikkeling, zoals aangegeven in hoofdstuk 2.5. 3. Het uurtarief voor 2026 wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
2.4. Toerekening (extra) overheadkosten Op 10 oktober 2023 heeft het college het beleidskader ‘toerekening overhead bij groei op krimp van de organisatie gemeente Raalte overheadkosten’ vastgesteld. Hierbij is aangegeven dat jaarlijks bij de begrotingsvoorbereiding actualisatie plaatsvindt van zowel de opbouw als de hoogte van de kostencomponenten, gebaseerd op de actuele BBV-voorschriften en de dan actuele begrotingscijfers. We
2
gaan dit voor 2026 indexeren conform de loonkostenontwikkeling van 3,6%. Afgerond wordt de toerekening in 2026 € 26.000 per fte. 2.5. Prijsontwikkeling De verwachte prijsontwikkeling voor het begrotingsjaar 2026 bedraagt 2,7% ten opzichte van het begrotingsjaar 2025. Deze indexatie is gebaseerd op het bruto binnenlands product (bbp), zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan (CEP) van februari 2025. Per 2024 is vanuit het Rijk de bbp systematiek ingevoerd voor het gemeentefonds. Dat betekent dat de groei van het gemeentefonds is gekoppeld aan de stijging van het bbp. Hier sluiten wij nu bij aan. Deze prijsindex van 2,7% hanteren wij bij de volgende onderdelen: -
-
-
-
Subsidies en bijdragen De reeds gemaakte contractafspraken met gesubsidieerde instellingen worden gerespecteerd. Met nieuw beleid mag in de subsidieramingen voor het jaar 2026 geen rekening worden gehouden; deze moeten afzonderlijk worden aangemeld en gaan mee in de integrale afweging nieuw beleid begroting 2026. Leges en tarieven Jaarlijks worden de geraamde kosten, opbrengsten en kostendekkendheid van de tarieven in beeld gebracht. De tariefvoorstellen voor 2026 worden in principe gelijktijdig met de programmabegroting aan het college respectievelijk de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd (maar in ieder geval vóór 1 januari 2026). De geraamde kostendekkendheid geeft aan wat de maximale ruimte is om de tarieven te verhogen. Daar waar uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid worden de tarieven aangepast om dit te bereiken. In de gevallen waarbij niet uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid wordt rekening gehouden met verschillende factoren (sociaal-maatschappelijke motieven, acceptatie van tarief/verhoging, vergelijking met omliggende gemeenten en wettelijke (maximum) tarieven). Onroerendezaakbelasting Woonforensen- en precariobelasting Toeristenbelasting Het tarief voor 2025 is € 1,50 per overnachting. We berekenen dit tarief altijd op afgerond € 0,05.
Aangezien vorig jaar de prijsindex niet hoog genoeg was om het tarief met € 0,05 aan te passen is het € 1,50 gebleven. Als we de prijsindex van vorig jaar(2,5%) en dit jaar(2,7%) toepassen dan gaat het tarief voor 2026 naar € 1,55 per overnachting. Reclamebelasting De tarieven voor de reclamebelasting zijn in 2017 verhoogd als gevolg van het afschaffen van betaald parkeren en de verplichting van de ondernemers om € 750.000 daarin bij te dragen, in 10-jaarlijkse termijnen. De tarieven volgens de verordening 2017 blijven maximaal tien jaar in stand. Naast de bijdrage voor het afschaffen van betaald parkeren wordt er reclamebelasting geheven van de ondernemers voor activiteiten in het centrum. Uit overleg met het ROV en de SOR is gebleken dat een bedrag lager dan € 65.000 niet wenselijk is, omdat dit ertoe zou leiden dat er minder georganiseerd kan worden in het centrum. Vanaf 2022 wordt er een jaarlijkse inflatie indexering toegepast
2.6. Riool en afvalstoffenheffing We gaan uit van 100% kostendekkende tarieven voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. De rioolheffing 2026 wordt gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan GRP. De afvalstoffenheffing wordt gebaseerd op de te verwachten uitgaven 2026.
3
2.7. Kosten en opbrengsten aanpassingen grondexploitaties Voor de kosten en opbrengsten aanpassingen grondexploitaties worden de volgende kostenstijgingen en opbrengstenstijgingen gehanteerd. 2025
2026-2027
2028 e.v
Woningprijzen (bestaande bouw) Bouwkosten
8,0% 4,0%
5,0% 3,0%
2,0% 2,0%
GWW kosten Groenvoorziening
4,5% 5,0%
3,5% 3,5%
2,0% 2,0%
5,5% € 135,00
3,5%
2,0%
Disconteringsvoet Rente grondexploitaties
2,0% 2,4%
2,0% 2,4%
2,0% 2,4%
Grondopbrengst woningbouw Grondopbrengst bedrijventerrein
4,0% 1,0%
2,0% 1,0%
0,0% 1,0%
Plankosten extern / intern Plankosten intern / uurtarief
Bron: collegebesluit 14 januari 2025 nr. 1008-2025 Positionpaper parameters grondexploitatie 2025 onder andere gebaseerd op Metafoor; Outlook Grondexploitaties
4
2.8. Renteontwikkelingen en rentepercentages Het BBV schrijft voor dat alleen de werkelijk berekende rente mag worden toegerekend aan de taakvelden. Het renteomslagpercentage volgt uit de berekeningen bij de begroting 2026. Wel is er een keuze om het bij de begroting (voor) gecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% af te ronden. De gemeente Raalte hanteert het werkelijk berekende rentepercentage (zonder afronding). Hieronder zijn de cijfermatige uitgangspunten, die jaarlijks vastgesteld worden, aangegeven: Rentepercentage
Toelichting
PM
Het BBV schrijft voor dat alleen de werkelijke berekende rente mag worden toegerekend aan de taakvelden. Het renteomslagpercentage volgt derhalve uit de berekeningen bij de begroting 2026. Voor het jaar 2025 is het percentage berekend op 2,4 %
2,47 3,18 3,50
tarief 26 maart 2025 1 jaar Moneybroker World tarief 26 maart 2025 10 jaar fixe Moneybroker World tarief 26 maart 2025 30 jaar fixe Moneybroker World
PM
Bespaarde rente over het eigen vermogen is gemaximeerd op het gewogen gemiddelde rentepercentage over de aangetrokken financieringsmiddelen. Dit percentage wordt voor 2026 nog berekend. Voor het jaar 2025 is het percentage berekend op 2,56 %
PM
Conform de BBV notitie rente 2023 mag vanaf de begroting 2025 de rentetoerekening aan grondexploitaties plaatsvinden op basis van het renteomslagpercentage. Tot en met 2024 was de rentetoerekening aan grondexploitaties gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de leningenportefeuille waarbij over aandeel eigen vermogen geen rentetoerekening mag plaats vinden aan de grondexploitatie. Dit percentage wordt voor 2026 nog berekend, voor 2025 is een percentage gehanteerd van 2,4%.
2
Betreft disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties (conform BBV notitie; 2026: ook 2%
Rekenrente exploitatie renteomslagpercentage
Nieuwe investeringen
Extern financieringsmiddel financieringstekort)
(over
kortlopend middellang langlopend
Intern financieringsmiddel (rente reserves en voorzieningen)
bespaarde rente
Rekenrente Grondexploitatie Boekwaarden van de investeringen
Nieuwe investeringen
Disconteringsvoet
5
6