18 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Bijlage 10 M.e.r-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie m.e.rbeoordeling Bekabeling Raalte
projectnummer 474109.100 definitief revisie 02 7 februari 2023
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte
projectnummer 474109.100 definitief revisie 02 7 februari 2023
Auteur S. Hammink
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
b.a. datum vrijgave 07-02-2022
beschrijving revisie 02 definitief
gecontroleerd J. Postma
vrijgave R.S. Raap
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Waarom een m.e.r-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer en bronnen
1 2 3 5
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
6
2.1 2.2
Beschrijving van de activiteit Energie en emissie
6 8
3
Kenmerken van het potentiële effect
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Archeologie en cultuurhistorie Natuur Water Bodem Verkeer en transport Geluid Lucht Licht Gezondheid Veiligheid Effectkenmerken
9 10 15 16 16 17 17 18 19 20 21
4
Conclusie
23
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) is de netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet voor elektriciteit (110kV en hoger). Het bedrijf heeft kortgezegd drie taken: 1. 2. 3.
Het verzorgen van transportdiensten door het aanleggen en onderhouden van een robuust hoogspanningsnet; Het verzorgen van systeemdiensten door het evenwicht tussen vraag naar en aanbod van elektriciteit 24 uur per dag en 7 dagen per week te handhaven; Het faciliteren van een efficiënt functionerende, liquide en stabiele elektriciteitsmarkt.
In het kader van het landelijke verkabelingsprogramma op basis van de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) heeft de gemeente Raalte bij TenneT een verzoek ingediend om een Basisontwerp op te stellen voor de verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen in de kern van Raalte. De verkabeling betreft een gedeelte van een tweetal lijnverbindingen, te weten:
Harculo-Raalte vanaf mast 40 t/m 43 (lijncode HCL-RT110) Raalte-Nijverdal mast 1 t/m 4 (lijncode RT-NVD110)
Voor elk van deze lijnverbindingen is in een haalbaarheidsstudie uit 2018 een drietal mogelijke kabeltracés getoetst op maakbaarheid en haalbaarheid en met elkaar vergeleken. Door de gemeente Raalte en TenneT is afgesproken, dat de voorkeursvarianten uit de haalbaarheidsstudie in een basisontwerp nader worden uitgewerkt. Het Basisontwerp is opgesteld en komt kortweg op het volgende neer:
de bovengrondse lijnverbinding tussen Raalte en Harculo wordt vanaf mast 40 tot aan het hoogspanningsstation Raalte verkabeld de verbinding tussen Raalte en Nijverdal wordt vanaf het hoogspanningsstation Raalte tot aan mast 4 verkabeld.
Beide verbindingen bestaan uit twee circuits en het uitgangspunt is dat de capaciteit van de circuits gelijk is aan de situatie na de lijnvervanging, 153 MVA (800 A). In figuur 1.1. is de verkabeling weergegeven, linksboven bevindt zich mast 40 en rechtsonder mast 4. Blauw is open ontgraving en rood is HDD. Het tracé van de kabel volgt voor wat betreft het westelijke deel over een groot deel het tracé van de bestaande bovengrondse 110kV hoogspanningsverbinding. Het oostelijk deel verlaat het 110 kV station Raalte richting het speelveldje aan de oostzijde van het station. Vanaf het speelveldje wordt middels een horizontaal gestuurde boring de Acacialaan en een fietstunneltje gepasseerd. De boring ligt parallel aan het fietspad en komt uit aan de zuidkant van de volkstuintjes, nabij het Erf. Vanaf de zuidzijde van de volkstuintjes gaat het tracé in een horizontaal gestuurde boring richting mast 4.
Blad 1 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Figuur 1.1: Overzichtskaart bekabeling Raalte
1.2
Waarom een m.e.r-beoordeling? Volgens het Besluit milieueffectrapportage dient voor activiteiten van onderdeel D te worden bepaald of er ten gevolge van de voorgenomen activiteit sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor het voornemen is categorie D 24. 2 uit het Besluit milieueffectrapportage van belang:
Er is hier sprake van vormvrije m.e.r.-beoordeling, omdat de drempelwaarden van deze categorie D 24.2 uit het Besluit milieueffectrapportage niet worden overschreden. De voorgenomen wijziging heeft namelijk geen betrekking op een spanning van 150kV of meer. Het gaat om een spanning van 110kV.
Blad 2 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
De op te stellen aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling gaat in op de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu voor de gehele ondergrondse 110kV kabelverbinding. Met deze informatie kan het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordeling Volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer deelt de initiatiefnemer het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Bij deze mededeling dient in ieder geval de volgende informatie te worden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: 1) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; 2) een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1) indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van gevolgen voor het milieu.
Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17 Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria.
Blad 3 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele project; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder; f) het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). 2.
Plaats van de projecten De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect;
Blad 4 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
c) d) e) f) g)
het grensoverschrijdend karakter van het effect; de intensiteit en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
1.4
Leeswijzer en bronnen Het vervolg van het rapport is als volgt opgebouwd: • hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); • hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; • hoofdstuk 4: conclusie. Voor de projectinformatie zijn de onderstaande rapportages evenals de door de opdrachtgever aangeleverde stukken geraadpleegd.
Blad 5 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1
Beschrijving van de activiteit TenneT is voornemens om een bestaande 110kV-hoogspanningsverbinding van in totaal acht bestaande hoogspanningsmasten in Raalte te vervangen door een ondergrondse 110kV kabelverbinding. De verkabeling betreft een gedeelte van een tweetal lijnverbindingen, te weten: • Harculo-Raalte vanaf mast 40 t/m 43 (lijncode HCL-RT110) • Raalte-Nijverdal mast 001 t/m 004 (lijncode RT-NVD110) Het tracé van de kabel volgt over een groot deel het tracé van de bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsverbinding. Het leidingtracé Harculo-Raalte begint ten westen van de Nieuwe Deventerweg bij mast 40 en loopt richting het oosten achter de bestaande bebouwing van de Johanna van Burenlaan naar het trafostation Raalte. Het tweede leidingtracé RaalteNijverdal loopt van het trafostation tot aan mast 004 bij de Kanaaldijk oostzijde. Het bestaande trafostation is geen onderdeel van het plangebied. Het uitvoeren van dit project zal in twee fasen gebeuren. In de eerste fase worden de ondergrondse kabels gelegd, in de tweede fase worden de masten worden verwijderd. De uitvoerperiode wordt verwacht vanaf het derde en vierde kwartaal van 2023. Tussen het aanleggen van de kabels en het verwijderen van de masten kan een jaar tijd zitten. De hoogspanningsverbinding zal deels in open ontgraving en deels middels HDD-boringen worden aangelegd.
De dieptes van de HDD’s variëren tussen circa 10 en 25 meter minus maaiveld. Voor de open ontgravingen wordt een diepte opgegeven van onderkant sleuf van 1,50 meter minus maaiveld voor openbaar gebied en onderkantsleuf van 2,10 meter minus maaiveld voor agrarische percelen. De breedte van de sleuf bedraagt aan de bovenkant 5,30 m en aan de onderkant 3,00 m. Op vier locaties worden HDD-boringen gebruikt. Voor de uitlegstroken (werkstroken) wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande wegen en paden. De werkstroken zijn lichtblauw gearceerd weergegeven in figuur 2.1.
Blad 6 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Figuur 2.1 Overzichtskaart ondergrondse 110kV kabelverbinding (Bekabeling Raalte) (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring, lichtblauw = uitlegstrook en de grijze stippen zijn de bestaande hoogspanningsmasten) (bron: Esri).
Bij mast 40 wordt er een nieuwe eindmast geplaatst, het opstijgpunt zal tegen deze nieuwe eindmast aan komen te staan. Rond de eindmast en het opstijgpunt wordt een hek van circa 12 bij 30 meter geplaatst. Mast 4 wordt iets verplaatst. Het opstijgpunt wordt in de nieuwe mast 4 opgenomen. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen gebouwen of watergangen aangetast.
Blad 7 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Figuur 2.2: Voorbeeld opstijgpunt. In figuur 2.3 is een principedoorsnede van de ondergrondse 110kV kabelverbinding weergegeven
Figuur 2.3: Principe doorsnede van een open vergraving van het kabeltracé (bron: TenneT), omdat het een schematische weergave is komen de maatvoeringen mogelijk niet helemaal overeen met hetgeen hierboven is beschreven.
2.2
Energie en emissie Het actuele gebruik van het projectgebied verandert na afronding van de activiteiten niet. De kabel wordt ondergronds aangelegd en vervolgens weer in de oude situatie hersteld. De energie en emissie van voorgenomen ontwikkeling worden bij de effectbeschrijving beschouwd. Voor de aanlegwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (zoals vrachtwagens) gebruikt. De energie daarvoor wordt geleverd door dieselolie en ook door elektriciteit uit het net. In het kader van de werkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen in en in de omgeving van het projectgebied. Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van geluid, stikstof, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 3 wordt hierop nader ingegaan.
Blad 8 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
3
Kenmerken van het potentiële effect De werkzaamheden hebben mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten van de aanlegwerkzaamheden beschreven. De onderzoeken die worden genoemd zitten als bijlage bij het bestemmingsplan.
3.1
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald. In het kader van het bestemmingsplan is eerst een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en daarna een veldonderzoek door middel van boringen . Conclusies bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek wordt vastgesteld dat in het plangebied vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug een middelhoge verwachting geldt. Er kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied kunnen op basis van de eerdere onderzoeken podzolgronden verwacht worden op de hoger gelegen delen van het plangebied die vanaf de prehistorie gunstig zijn geweest voor menselijke activiteiten. Daarbuiten op de lager gelegen delen is de verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden laag. Bovendien kan worden geconcludeerd dat een deel van het actuele plangebied reeds onderzocht is. Daarbij gaat het concreet om het onderzoeksgebied vanaf het 110 kV-station tot aan de Nieuwe Deventerweg.
Antea Group adviseert binnen de zone met een middelhoge verwachting (dekzandrug) vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek op twee locaties. De eerste locatie (Iepensingel) ligt direct ten oosten van het transformatorstation, waar een HDD-kuip en aansluiting op het station is voorzien (in open ontgraving). Hier geldt een middelhoge verwachting. De tweede locatie betreft locatie het Erf in de wijk Vloedkampen waar twee HDDkuipen zijn voorzien met een korte aanleg in open ontgraving, en voorts een mogelijke uitlegstrook wordt voorzien. Of bij dit gebruik uiteindelijk bodemverstoring zal plaatsvinden is nog niet geheel bekend, aangezien het plan nog in voorbereidingsfase bevindt en dergelijke details nog uitgewerkt zullen worden. De HDD-boringen inclusief de in- en uitreedpunten vormen geen bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden vanwege de aanlegdiepte van de HDD circa 10 m tot 25 m – mv. Deze zones kunnen net als de gebieden waarin reeds onderzoek heeft plaatsgevonden (het 110kV station zelf en de aanleg tussen het station en de Nieuwe Deventerweg) worden vrijgegeven. Conclusies en advies verkennend booronderzoek Op deellocatie Iepensingel bestaat het profiel tot aanzienlijke diepte (minimaal 1,6 m -mv en maximaal 2,7 m -mv) uit opgebrachte en omgewerkte pakketten. Hieronder ligt direct een C-
Blad 9 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
horizont (boringen 02, 03 en 04) en in een enkele boring (01) een restant van een eerdlaag, gevormd in dekzand. Dit betreft een restant van een goor- of beekeerdgrond. Van de eerdlaag resteert slechts 15 cm. In de overige boringen is deze laag geheel verdwenen. De mate van verstoring, ondanks bedekking door aanzienlijke ophogingslagen, is vrij hoog. Op locatie het Erf is voor het meest oostelijke boringen geen reconstructie te maken van de oorspronkelijke bodem: het profiel bestaat onder een gering omgewerkt pakket uit een Chorizont, al dan niet iets roestig bovenin. Voor het westelijke deel is uit de absolute hoogteligging te herleiden dat het hier een dekzandrug aanwezig is. De bodem bestaat uit omgewerkte lagen die direct op een C-horizont ligt. De oorspronkelijke (historische) bodem zal hier hebben bestaan uit een humeuze ploegvoor op de C-horizont (maar geen duidelijk enkeerdgrond). Podzolbodems of geroerde resten daarvan zijn niet aangetroffen. De aangetroffen bodems zijn onvoldoende intact om de eventuele de aanwezigheid van intacte archeologische vindplaatsen te ondersteunen. Wij adviseren daarom om, in aanvulling op het advies uit het bureauonderzoek, ook de nader onderzochte locaties vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie.
Dit advies wordt gegeven voor het tracé zelf (de open ontgravingen en HDD-putten op beide onderzochte locaties), alsook voor een eventueel te realiseren werkstrook of uitlegstrook langs de weg het Erf (te weten binnen de begrenzing van het onderzoeksgebied zoals weergegeven op afbeelding 11 in dit rapport). In de uitvoeringsfase kunnen eventueel nog andere werkterreinen in en om het plangebied worden ingericht. Mits daarbij grondroering wordt voorzien en mits de locatie binnen de zone die op afbeelding 5 is aangemerkt als een zone met middelhoge verwachting valt, dan kan daar alsnog een archeologisch onderzoek verplicht zijn. Het bovenstaande selectieadvies is in de vorm van een eerdere revisie van het rapport (revisie 0A) voorgelegd aan de adviseur van de bevoegde overheid, Het Oversticht, en akkoord bevonden (d.d. 18 mei 2022). Meldingsplicht Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook
Cultuurhistorische waarden Raalte heeft geen beschermd dorpsgezicht, maar kent wel rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. In het plangebied zijn geen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten aanwezig. Conclusie Effecten als gevolg van de realisatie van het bestemmingsplan hebben voor wat betreft archeologie hebben geen plangrensoverschrijdend karakter. Er kan worden geconcludeerd, dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema archeologie en cultuurhistorie.
Blad 10 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
3.2
Natuur De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedssfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit is gedaan op basis van een Natuurtoets. De conclusies hiervan zijn hieronder uiteengezet. Conclusies gebiedsbescherming Natuurtoets Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ is gelegen op circa 2,2 kilometer afstand tot het projectgebied. Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ is gelegen op circa 7,7 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. Ten tijde van het uitvoeren van de natuurtoets, gold voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzigen of het verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Stikstofonderzoek naar de voor de aanlegfase was toen derhalve niet nodig.
Vanwege een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 is deze vrijstelling komen te vervallen. Onder het kopje 'stikstofonderzoek' wordt hier nader op ingegaan. NNN Het meest zuidelijke deel van het tracé (mast 4 en de uitlegstrook) ligt in het NNN. Het NNN heeft op deze locatie de beheertypen droog bos met productie en rivier- en beekbegeleidend bos. Doordat er bomen gekapt worden, worden deze beheertypen in de omvang aangetast. De werkzaamheden bij mast 4 kunnen geen doorgang vinden totdat er toestemming is van het bevoegd gezag. In tabel 3.1 zijn de conclusies en vervolgstappen met betrekking tot de gebiedsbescherming weergegeven.
Tabel 3.1: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming
Blad 11 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Stikstofonderzoek Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering met bijbehorende AMvB van kracht geworden. Deze wet voorzag in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. Door de (tussen)uitspraak van de Afdeling bestuursrechtsspraak d.d. 2 november 2022 (202107079/1/R4) komt er een eind aan de bouwvrijstelling. De bij de bouwactiviteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen bij de beoordeling niet meer buiten beschouwing worden gelaten. In de gebruiksfase is er geen sprake van stikstofemissie; die fase hoeft derhalve niet te worden onderzocht. Vanwege de uitspraak van de Afdeling d.d. 2 november 2022 is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de bouwfase. Dit onderzoek is uitgevoerd met het AERIUS-model 2022 dat 26 januari 2023 beschikbaar is gesteld en als bijlage 6 bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek volgt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een depositietoename op Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen significante gevolgen uitgesloten worden en is het project niet vergunningsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming dan ook niet in de weg.
Conclusies beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: • jaarrond beschermde nesten (roekenkolonie aanwezig); • algemene broedvogels (nestplaatsen aanwezig); • vleermuizen • steenmarter en kleine marterachtigen (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig); • eekhoorn (nesten aanwezig) • egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig). In tabel 4.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. De verwijzingen in kolom 'is een ontheffing noodzakelijk' verwijzen naar de paragraaf van de natuurtoets die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.
Blad 12 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Blad 13 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Tabel 3.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming
Ontheffing vanwege jaarrond beschermde nesten Uit de natuurtoets volgt dat er mogelijk ontheffing nodig is voor het verwijderen van de bomen ten zuiden en zuidoosten van het TenneT station. vanwege een aanwezige roekenkolonie. Uitgangpunt van het plan is dat deze bomen gepasseerd worden middels een HDD-boring en niet worden verwijderd. Indien de plannen wijzigen en de bomen toch verwijderd dienen te worden, dan dient er een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het verwijderen van jaarrond beschermde nesten. Indien de bomen behouden blijven kan er verstoring optreden van broedende vogels doordat er voor fase één, een intredepunt van een HDD-boring op enkele meters afstand zal worden gerealiseerd. Bij het verwijderen van de bestaande hoogspanningsmasten worden er jukken in de bermen van de Acacialaan geplaatst en zullen de masten verwijderd worden. Ook door deze werkzaamheden ontstaat er mogelijk verstoring, indien in het broedseizoen van de roeken gewerkt wordt. Het verstoren van broedende vogels is een overtreding op de Wet natuurbescherming. Er wordt daarom buiten het vogelbroedseizoen (15 maart tot 15 juli) gewerkt. Nader onderzoek Er wordt nader onderzoek uitgevoerd naar het daadwerkelijk voorkomen van de steenmarter en kleine marterachtigen en de egel.
Steenmarter en kleine marterachtigen In de struiken en bosschages bij mast 4, bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen worden mogelijk fysiek aangetast. Dit is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn (en deze worden aangetast en/of de functionaliteit ervan wordt verstoord ten gevolge van de werkzaamheden) van één of meerdere soorten, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode (15 maart tot en met augustus) wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende
Blad 14 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat marterachtigen afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. Egel Langs het gehele tracé zijn meerdere geschikte rust- en leefgebieden aanwezig in de vorm van struiken en bosschages voor egels. Voor de meeste locaties geldt dat potentiële verblijfplaatsen niet fysiek worden aangetast. Aan de westzijde van het TenneT station worden echter wel struiken gerooid en mogelijk worden er bomen en struiken verwijderd aan de zuidzijde van het TenneT station. Ook bij mast 4 wordt er een bosschage met ondergroei verwijderd waar mogelijk verblijfplaatsen van de egel aanwezig kunnen zijn. Het verwijderen en ongeschikt maken van deze verblijfplaatsen is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Door het uitvoeren van nader onderzoek kan duidelijkheid worden verkregen van de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de egel. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen van egel aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag.
Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat egels afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema ecologie.
3.3
Water Met de ondertekening van de Startovereenkomst 'Waterbeheer in de 21e eeuw' is in februari 2001 de watertoets in het leven geroepen. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor onder andere bestemmingsplannen. De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Blad 15 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Er zijn twee belangen van het waterschap aan de orde vanwege tijdelijke onttrekking van grondwater (bij de aanlegfase) en omdat het plan een 'overige waterkering' raakt. Voor grondwateronttrekkingen van meer dan 70.000 m3 in 30 dagen, of meer dan 200.000 m3 in 6 maanden, of meer dan 6 maanden geldt een vergunningplicht. Voor kleinere onttrekkingen geldt een meldingsplicht. Wanneer aan de orde zal in het kader van de uitvoering een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan. Overige keringen spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van wateroverlast in het regionale watersysteem. De overige keringen staan op de legger van het waterschap en de Keur is van toepassing. Volgens de Keur zijn alle activiteiten die plaatsvinden in, op of langs een waterkering van het waterschap vergunningplichtig. Voor minder ingrijpende activiteiten zijn algemene regels vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van vrijstelling of hoeven deze activiteiten alleen te worden gemeld. Er is in het plan rekening gehouden met de Keur van het waterschap. Er wordt tijdig melding gemaakt of een vergunning aangevraagd. De wijze waarop de bekabeling wordt gerealiseerd is afgestemd met het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven dat er overeenstemming bereikt op het ontwerp ter hoogte van de kruising met het Overijssels Kanaal en de Overige kering (zie figuur hieronder).
Wanneer van dit afgestemde ontwerp wordt afgeweken zal het vooroverleg opnieuw moeten worden gevoerd.
Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema water.
3.4
Bodem Ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is een historisch vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Blad 16 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Historisch onderzoek De verzamelde informatie geeft in beperkte mate aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Uitsluitend de gedempte kavelsloten zijn mogelijk verdacht wegens mogelijk gebruik van bodemvreemde materialen. Daarnaast zijn de bodemgegevens van het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg verouderd. Verder wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein niet negatief hebben beïnvloed. Voor de opzet van het bodemonderzoek volgen wij de richtlijnen uit de NEN 5740. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte nietlijnvormige en lijnvormige locatie (ONV-NL en ONV-L) aangehouden, waarbij wel aanvullend aandacht is besteed aan de locatie van de vermeende dempingen en het voormalig benzineservice-station. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd, dat de locatie op voorhand als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt, tenzij tijdens het veldonderzoek nabij de dempingen antropogene bijmengingen worden aangetroffen.
Blad 17 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Verkennend bodemonderzoek Zintuigelijk waarnemingen Uit de boringen komt naar voren dat er plaatselijk sprake is van bijmengingen met baksteen, metselpuin en/of slakken (zeer plaatselijk). Deze waarnemingen komen in (zeer) geringe mate voor (sporen of zwak). Verder is in enkele boringen nog sprake van sporen slib, aardewerk, houtskool of plastic. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Ook in de boringen nabij het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg en in de boringen in de dempingen zijn geen bijzonderheden waargenomen. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). Grond Op basis van de onderzoeksresultaten komt naar voren dat er ter plaatse van 2 mastlocaties matig verhoogde waarden aan zink zijn aangetroffen. Mogelijk ten gevolge van een metallisch deeltje in een grondmonster. Verder zijn er plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetroffen aan enkele zware metalen, PAK en in het slibhoudende monster van boring 076 ook minerale olie. PFAS Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS in de mengmonsters van de bovengrond binnen de normering voor Landbouw/Natuur vallen.
De grond komt niet in alle gevallen in aanmerking voor het 'toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden' (toepassingsnorm: bepalingsgrens = van 0,1 ìg/kgds). Grondwater In het grondwater van een tweetal peilbuizen zijn waarden aan zink gemeten boven de interventiewaarde. In het grondwater zijn verder enkele lichte verhoogde concentraties aan cadmium, barium en/of nikkel aangetoond. Verder zijn er geen verhoogde concentraties gemeten van de onderzochte parameters. Samenvattend kan worden gesteld, dat in het grondwater van twee peilbuizen sterk verhoogde concentraties aan zink zijn aangetroffen. Deze peilbuizen zijn gesitueerd nabij de mastennummers 1 en 41. Verder zijn ter plaatse van 2 (mast)locaties matig verhoogde waarden aan zink aan- getroffen (mastnummers 4 en 40). Mogelijk is er een relatie met de hoogspanningsmasten ter plaatse. Aanvullend onderzoek kan hieromtrent nadere informatie verschaffen. De bovengenoemde verhoogde waarden aan zink zijn de enige gehalten boven de 1/2Index waarde. De overige onderzoeksresultaten bevatten maximaal licht verhoogde waarden (boven de achtergrond- en streefwaarden) en geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de meeste grond voldoet aan de "Achtergrondwaarde".
In enkele gevallen is sprake van grond die valt in de categorie "Wonen", "Industrie" of "Niettoepasbaar". Bij grondbewerking en eventuele afvoer van grond van de locatie dient hiermee rekening te worden gehouden. Op basis van de voorgaande onderzoek is de locatie ook niet verdacht op asbest in de bodem. In de boringen zijn verder geen bijmengingen met asbestverdachte materialen waargenomen. Ook is geen noemenswaardige hoeveelheid puin in
Blad 18 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
de opgeboorde grond waargenomen. Het voorkomen van asbest in de bodem wordt daarom niet verwacht. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Conclusie De ontwikkeling betreft geen bodembedreigende activiteit. De aanleg van een ondergrondse 110kV kabelverbinding brengt geen relevante risico’s op bodemverontreiniging met zich mee. Significante effecten op de omgeving voor wat betreft bodem kunnen daarmee worden uitgesloten.
3.5
Verkeer en transport Aanleg De aanlegwerkzaamheden hebben geen gevolgen voor de infrastructuur in het gebied. Wel kan er tijdens de uitvoering mogelijk beperkt hinder ondervonden worden door een toename van verkeersintensiteiten in de nabijheid van het projectgebied. Naar verwachting kan het bestaande wegennetwerk de tijdelijke toename van het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase goed verwerken. In het kader van de voorbereiding van de uitvoeringsactiviteiten zal in overleg met de wegbeheerders worden nagegaan of/welke specifieke verkeersmaatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld in de vorm van bebording). Daarnaast worden tijdelijke bouwwegen aangelegd. Na aanleg wordt de situatie weer hersteld. Gebruik In de gebruiksfase vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer en transport.
3.6
Geluid Aanleg Ten behoeve van de realisatie vindt een aantal werkzaamheden plaats. De werkzaamheden vinden overdag plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de ondergrondse 110kV kabelverbinding en de sloop van de bestaande hoogspanningsmasten. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. Mogelijk is wel de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing op de aanlegfase. De werkzaamheden zullen binnen de gestelde normen van de APV worden uitgevoerd. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding is vanuit het aspect geluid aanvaardbaar.
Blad 19 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Gebruik De uiteindelijke ondergrondse kabels zijn volledig geluidloos. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema geluid.
3.7
Lucht Aanleg Het in te zetten materieel tijdens de aanlegwerkzaamheden hebben een tijdelijke emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond bij graafwerkzaamheden door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. Gezien het feit dat de werkzaamheden plaatsvinden in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de aanlegwerkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant (verwaarloosbaar) geacht. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Gebruik In de gebruiksfase vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen. Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer in de gebruiksfase. Conclusie Derhalve wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema luchtkwaliteit.
3.8
Licht Aanleg Uitgangspunt is dat de aanlegwerkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Het gaat hierbij om een kans op tijdelijke lichthinder veroorzaakt door het in te zetten materieel. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde mede gezien de tijdelijke duur van de werkzaamheden. Gebruik Er zijn drie soorten effecten van kunstmatige verlichting: hinder voor de mens; hinder/verstoring voor de natuur; horizonvervuiling. Hinder voor de mens Hinder bij mensen ontstaat wanneer men zich niet kan onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl er wel behoefte aan is. Bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Bij de beoordeling van lichthinder voor mensen wordt er een afweging gemaakt tussen maatschappelijke belangen
Blad 20 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
(veiligheid op straat of bijvoorbeeld bruikbaarheid sportvelden) en de hinderbeleving. Er zijn in de gebruiksfase geen lichtbronnen die lichthinder kunnen veroorzaken voor de mens. Hinder voor natuur Nachtelijk kunstmatige verlichting kan het gedrag van dieren (negatief) beïnvloeden. Naast mogelijke aanpassingen van de levenscyclus aan de kunstmatige verlichting, kan er sprake zijn van desoriëntatie, afstoting of aantrekking. Deze effecten kunnen leiden tot uitputting en sterfte. Ook kan kunstmatige verlichting als een barrière werken bij migrerende dieren. De verschillende negatieve effecten van kunstmatige verlichting hebben niet alleen een individueel effect. Er zijn in de gebruiksfase geen lichtbronnen die lichthinder kunnen veroorzaken voor de natuur. Horizonvervuiling Bij horizonvervuiling gaat het om de zichtbaarheid van licht op langere afstand. Bijvoorbeeld het zichtbaar zijn van een open stal of een verlicht sportveld in een open landschap. Het gaat hierbij om grotere afstanden. Er zijn in de gebruiksfase geen lichtbronnen die lichthinder kunnen veroorzaken voor de mens. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema licht.
3.9
Gezondheid Magneetvelden hoogspanningsverbindingen Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling. Voor wat betreft de sterkte van elektrische en magnetische velden geldt dat deze afhankelijk is van de aanwezige spanning (elektrisch veld) of de stroomsterkte (magnetisch veld), maar ook sterk afhankelijk is van de afstand tot de bron. Net als bij een warmtebron geldt voor elektrische en magnetische velden dat de veldsterkte snel afneemt wanneer de afstand tot de bron groter is. Bij ondergrondse hoogspanningskabels spelen elektrische velden geen rol. Door de metalen beschermingsmantel om de kabel wordt het elektrisch veld volledig afgeschermd. Voor wat betreft magneetvelden rond hoogspanningsinfrastructuur geldt een grenswaarde van maximaal 100 microtesla. Deze waarde komt voort uit aanbevelingen van de Europese Unie en geldt als norm voor de maximale blootstelling aan burgers. Het volledige hoogspanningsnet van TenneT voldoet aan deze norm op alle voor publiek toegankelijke plaatsen. Het toenmalige ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) heeft aanvullend in 2005 een beleidsadvies aan gemeenten, provincies en netbeheerders voor bovengrondse hoogspanningslijnen gegeven.
De kern van het beleidsadvies luidt als volgt: Op basis van het voorgaande adviseer ik u om bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in
Blad 21 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Het beleidsadvies is dus niet van toepassing op de ondergrondse kabelverbinding die in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk wordt gemaakt. Landbouwkundige besmettingen en invasieve exoten Voor het tracé zijn gegevens met betrekking tot mogelijk aanwezige bodemkundige ziekten, plagen en/of onkruiden ter plaatse van twee percelen nabij Raalte opgevraagd bij de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De twee percelen zijn in gebruik als cultuurgrond (grasland) waardoor mogelijk landbouwkundige besmettingen aanwezig kunnen zijn op de percelen. Zie figuur 3.2 voor de ligging van de percelen.
Figuur 3.2: Ligging percelen
Invasie exoten Bij de provincie Overijssel zijn (telefonisch) gegevens opgevraagd over de aanwezigheid van invasieve exoten ter plaatse van het tracé ter plaatse van de agrarische percelen. De dienstdoende ecoloog heeft aangegeven dat bij de provincie geen gegevens over de aanwezigheid van invasieve exoten aanwezig zijn. Het voorkomen van invasieve exoten ter plaatse van het tracé zal dan ook moeten worden vastgesteld doormiddel van visuele inspectie voorafgaand aan de uitvoering van het plan.
Blad 22 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Landbouwkundige besmettingen Volgens de informatie van de NAK en de NVWA zijn in de directe omgeving van het tracé geen (bodemgebonden) besmettingen met (overdraagbare) plantenziekten bekend. Tevens ligt het tracé buiten een beregeningsverbodgebied. Doordat er geen besmettingen met (overdraagbare) plantenziekten bekend zijn bij de NAK en de NVWA kan in het kader van d euitvoering van het plan het bedrijfshygiënisch werkplan volstaan met de basismaatregel (B-maatregel). Indien de werkzaamheden in een volgend groeiseizoen worden uitgevoerd dient voor aanvang van de werkzaamheden, door de aannemer bij de NAK en de NVWA opnieuw te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van besmettingen binnen het onderhavige tracé. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema gezondheid.
3.10
Veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.2. zijn deze bronnen zichtbaar. Er liggen geen risicobronnen in of nabij de ondergrondse 110kV kabelverbinding.
Figuur 3.3: Uitsnede risicokaart met risicobronnen (ondergrondse kabelverbinding indicatief met oranje lijn weergegeven)
Blad 23 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
De ondergrondse 110kV kabelverbinding valt zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De realisatie van de ondergrondse 110kV kabelverbinding heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de in figuur 3.3 weergegeven risicobronnen. Er is geen sprake van vaststelling van een ruimtelijk besluit, dat de bouw, vestiging of aanleg van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Er worden met dit plan geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. Een nadere verantwoording hoeft dan ook niet te worden opgesteld. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema veiligheid.
3.11
Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) • Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.10. • Bereik van het effect: lokaal tot zeer lokaal. • Getroffen bevolking: niet van toepassing. Aard van het effect • Aard van de effecten: zie paragraaf 3.1 t/m 3.10. Grensoverschrijdende karakter van het effect • Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect • De effecten zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Waarschijnlijkheid van het effect • Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker. Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect • Verwachte aanvang: 2023. • Duur en periode indicatief: circa 1 jaar. • Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. • Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Er zijn geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten, door bijvoorbeeld een toename van het verkeer.
Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden. Mogelijkheid om de effecten doeltreffende te verminderen
Blad 24 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
Per onderdeel worden de effecten van het plan zo summier mogelijk gehouden. Zoals gesteld worden in het kader van de Omgevingswet maatregelen genomen om de emissie van stikstof zoveel mogelijk te beperken. Eventuele maatregelen die volgen uit nader natuuronderzoek en een mogelijke ontheffing zullen in het kader van de uitvoering worden genomen. Tot slot zal om lichthinder te voorkomen bij de aanleg alleen overdag worden gewerkt.
Blad 25 van 26
Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling Bekabeling Raalte projectnummer 474109.100 7 februari 2023 revisie 02 TenneT TSO B.V.
4
Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig. Deze beoordeling ligt formeel bij het bevoegd gezag.
Blad 26 van 26
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 06 - 51 81 97 64 E. stephan.hammink@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.