CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Bijlage 4 Bodem - Veldonderzoek

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan verkabeling hoogspanning Raalte (bespreekstuk)34.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte 110kV ZLS-RT-110 (masten 40 t/m 43) en RTNVD-110 (mast 001 en 004

projectnummer 0474109.100 definitief revisie 00 29 september 2022

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte 110kV ZLS-RT-110 (masten 40 t/m 43) en RT-NVD-110 (mast 001 en 004 projectnummer 0474109.100 definitief revisie 00 29 september 2022

Auteurs G.A. van der Laan

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

datum vrijgave 29-09-2022

definitief revisie 00 definitief

goedkeuring G.A. van der Laan

vrijgave R.S. Raap

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Vooronderzoek

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet

4 4 6 7 9 9 9 9

3

Verrichte werkzaamheden

11

4

Onderzoeksresultaten

13

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater

13 14 14 15 17

5

Conclusies en aanbevelingen

18

5.1 5.2

Conclusies Aanbevelingen

18 19

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

Toelichting op het bodemonderzoek Relevante gegevens vooronderzoek Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Veldwerkfoto’s Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Normwaarden grond Wet bodembescherming Normwaarden grondwater Wet bodembescherming Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit Normen Besluit bodemkwaliteit Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Analysecertificaat PFAS Toetsingsresultaten PFAS Verantwoording uitvoering onderzoek Tekeningen

Blad 1 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

1

Inleiding In opdracht van TenneT is door Antea Group een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De opdrachtgever is voornemens om een bestaande 110kV-hoogspanningsverbinding van in totaal acht bestaande hoogspanningsmasten te vervangen door een ondergronds liggend kabeltracé. Het tracé is gelegen in Raalte, gemeente Raalte in de provincie Overijssel. Het onderzoek heeft betrekking op het verkabelen van ‘110 kV-verbindingen ZLS-RT-110 (masten 40 t/m 43) en RTNVD-110 (mast 001 en 004)’. In figuur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven. Het uitvoeren van dit project is zal in twee fasen gebeuren. In de eerste fase worden de kabels gelegd, in de tweede fase zullen de masten worden verwijderd. De uitvoerperiode wordt pas verwacht vanaf het derde en vierde kwartaal van 2023. Tussen het aanleggen van de kabels en het verwijderen van de masten kan een jaar tijd zitten. De hoogspanningsverbinding zal deels in open ontgraving en deels middels HDD-boringen worden aangelegd. Voor de open ontgraving wordt een verwachte werkbreedte van 15 meter gehanteerd. Op vier locaties worden HDD-boringen gebruikt. Voor de uitlegstroken wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande wegen en paden. Bij mast 4 en mast 40 wordt er een nieuwe eindmast geplaatst, het opstijgpunt zal tegen deze nieuwe eindmast aan komen te staan.

Op deze locaties worden er graafwerkzaamheden uitgevoerd en wordt bemaling toegepast. Tevens zal er een nieuwe fundering van de masten komen en wordt er een hek van circa 12 bij 30 meter geplaatst. Enkel bij eindmast 4 zullen er ten behoeve van het verkabeling project bomen en struiken verwijderd worden. Nabij het hoogspaningsstation Raalte zullen er ten behoeve van het verkabeling project geen bomen of struiken worden gekapt. Bij de werkzaamheden worden geen gebouwen of watergangen aangetast. In totaal zullen er 2x 3 masten definitief geamoveerd worden.

Figuur 1.1: Globale ligging van het tracé (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring, Oranje= uitlegstrook en de groene stippende locaties van de hoogspanningsmasten) (bron: Esri).

Blad 2 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen (zie bovenstaand). Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen verkabeling de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 3 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: ‘Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek – aanleiding A’ De te beantwoorden onderzoeksvragen behorende bij deze aanleiding betreffen:  Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?  Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?  Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?  Is de bodem asbestverdacht?  Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?  Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het

grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?  Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich?  Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord  Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. In bijlage 2 zijn de belangrijkste gegevens uit deze bronnen opgenomen. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Bodeminformatiesysteem provincie Overijssel Basisregistratie Adressen en Gebouwen Street Smart Topotijdreis.nl Nationaal Water Model Bodemkwaliteitskaart Bodemkwaliteitskaart PFAS

2.2

Website, contactpersoon of archief https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Datum raadplegen Januari 2022

https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bagviewer https://streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart www.topotijdreis.nl Nationaal Water Model 2018 Bodemkwaliteitskaart regio IJsselland, kenmerk: 10J114, d.d. 30-01-2013, door: CSO Bodemkwaliteitskaart PFAS regio IJsselland, kenmerk: 1272549, d.d. 19-11-2019, door: TAUW

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Nieuwe Deventerweg, het plantsoen ten noorden van de Hartkampweg en ten zuiden van de Johanna van Burenlaan tot op het hoogspanningsterrein aan de Westdorplaan 211. Vervolgens loopt het onderzoeksgebied naar het zuiden verder via het

Blad 4 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

plantsoen naast de Acacialaan, Het Erf en eindigt bij de Kanaaldijk Westzijde en Kanaaldijk Oostzijde. Het gaat hier om kadastrale percelen Raalte, sectie L, nummers 5102, 7594, 9463, 8968, 8780, 8928, 9516, sectie F, nummers 4417, 4418, 5831, 5509, 5469, 5470, 4784, 4696 en 6047. De percelen zijn in gebruik als landbouwgrond, plantsoen (groenstrook), openbare weg met wegbermen en hoogspanningsterrein. De onderzoekslocatie is opgedeeld in 8 werkterreinen rond te amoveren hoogspanningsmasten (totale oppervlakte 16.350 m2) en te graven tracés voor te leggen elektriciteitskabels over een lengte van 2x 886 meter en horizontaal gestuurde boringen (HDD’s: 2x 4 stuks) over een lengte van 2.340 meter. Het onderzoeksgebied is gelegen nabij de coördinaten X: 215182 en Y: 488094 (volgens het Rijksdriehoekstelsel). De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening 0474109.100-O1 en op onderstaande figuur 2.1.

Figuur 2.1: Globale ligging van het tracé (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring, lichtblauw= uitlegstrook en de grijze stippen zijn de hoogspanningsmasten) (bron achtergrond: Esri).

In figuur 2.2 is de verkabeling zichtbaar, linksboven bevindt zich mast 40 en rechtsonder mast 004. Blauw is open ontgraving en rood is HDD. Het tracé van de kabel volgt over een groot deel het tracé van de bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsverbinding.

Figuur 2.2: gewenste situatie / BO 110 kV verkabeling Raalte

Blad 5 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie De lokale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: Lokale bodemopbouw (bron Dinoloket) Diepte Formatie 5 - 2 +NAP Formatie van Boxtel, tweede, derde en vierde zandige eenheid 2 – 32 -NAP Formatie van Kreftenheye, derde en vierde zandige eenheid 32 -45 -NAP Formatie van Kreftenheye, laagpakket van Twello, kleiige eenheid 45 - 58 – NAP Formatie van Drente, eerste en tweede zandige eenheid Laagpakket van Gieten, eerste kleiige eenheid 58 - 80 -NAP Formatie van Peize en Waalre, tweede, derde en vierde zandige eenheid, Formatie van Peize, complexe eenheid 80 en dieper - Formatie van Oosterhout, tweede zandige eenheid en comNAP plexe eenheid

Bodemtype Zeer tot matig fijn zand Matig tot uiterst grof zand, matig tot sterk grindhoudend Matig fijn tot grof zand, kleiig, kalkhoudend Grof zand, grindig Klei, leem, zandig, siltig en grindig Grof zand en uiterst fijn zand.

Zeer fijn tot zeer grof zand, schelphoudend Klei

In figuur 2.3 is een weergave van de lokale bodemopbouw opgenomen.

Afkoringen BX – Formatie van Boxtel KR – Formatie van Kreftenheye DR – Formatie van Drente DN – Formatie van Drachten PZWA – Formatie van Waalre en Peize OO - Formatie van Oosterhout z - zand k – klei of overig slecht doorlatende lagen

Figuur 2.3: Geohydrologische bodem structuur (bron: REGIS II.2, Dino-loket)

Blad 6 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

De regionale grondwaterstroming is hoofdzakelijk in noordwestelijke richting (1e watervoerende pakket; DinoLoket). Lokale grondwaterstroming wordt vooral bepaald door het nabijgelegen oppervlaktewater (het kanaal aan de oostzijde en de wadi’s in de plantsoenen).

2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodeminformatiesysteem Uit het bodeminformatiesysteem is een omgevingsrapportage opgevraagd. Hieruit blijkt dat aan de Nieuwe Deventerweg, binnen het onderzoeksgebied, een benzine-service-station aanwezig is geweest. Verder zijn op het hoogspanningsterrein aan de Westdorplaan 211 transformatoren aanwezig waar olie wordt gebruikt. De overige bekende activiteiten hebben op voldoende afstand van onderhavig onderzoeksgebied plaatsgevonden. Uit het bodeminformatiesysteem blijkt dat niet alle rapportages meer beschikbaar zijn. De beschikbare gegevens bieden echter wel voldoende informatie om een hypothese op te stellen. Een volledig overzicht is in de tabellen opgenomen in bijlage 2. De belangrijkste bevindingen betreffen: De locatie van het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg is in de jaren ’90 van de 20e eeuw onderzocht. De grond en het grondwater bleken sterk verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. Er wordt melding gemaakt van een grondsanering in 1993. Een evaluatieverslag uit 1994 toont aan dat een grondwatersanering niet langer noodzakelijk is daar er uitsluitend licht tot matig verhoogde concentraties zijn achtergebleven. In 2003 heeft Hunneman Milieu advies de grondwaterkwaliteit geactualiseerd en daarbij geen verhoogde concentraties aan minerale olie en vluchtige aromaten meer aangetoond.

Zie ook figuur 2.4 voor een overzicht.

Figuur 2.4. Detailtekening historische gegevens in relatie tot beoogd plangebied Nieuwe Deventerweg

-

In de schakeltuin aan de Westdorplaan 211 is een voormalige halfverharding aanwezig met slakken en sintels. Hierin is zintuigelijk en analytisch geen asbest aangetoond. Deze boven-

Blad 7 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

-

grond was echter (daar waar sprake is van bodem) wel sterk verontreinigd geraakt met nikkel en koper (Antea Group 2020). Deze verontreiniging is middels een plan van aanpak / sanering verwijderd. Nadien zijn nog licht verhoogde gehalten achtergebleven. Verhoogde gehalten aan PCB of minerale olie zijn niet vastgesteld. Voor het aanleggen van twee wadi’s voor de afwatering zijn in 2009 twee partijkeuringen uitgevoerd op onderhavige onderzoekslocatie. Daarbij zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (voldeed aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000).

Historisch kaartmateriaal Via Topotijdreis is historisch kaartmateriaal van de onderzoekslocatie bekeken. Voor zover bekend heeft het gebied tot in de jaren ’70 van de 20e eeuw een agrarische functie gehad. Nadien is de woonwijk gebouwd. De Westdorplaan is echter voor 1920 al op zijn huidige locatie aanwezig evenals het kanaal op de oostzijde van het plangebied. Het hoogspanningsterrein alhier is gebouwd rond 1963. Vanaf de jaren ’70 wordt de Nieuwe Deventerweg aangelegd en de jaren ’80 en ’90 wordt het merendeel van de huidige woonwijk gebouwd. Daarbij zijn twee boerderijen en erven verwijderd die nabij het tracé waren gelegen en zijn enkele kavelsloten gedempt met materiaal van onbekende herkomst en kwaliteit. Deze zijn weergegeven op figuur 2.5.

Figuur 2.5 Detailtekening historische gegevens in relatie tot beoogd plangebied t.p.v. wadi’s aan de Westdorplaan

Bodemkwaliteitskaart Volgens de regionale bodemkwaliteitskaart Regio IJsselland blijkt dat de onderzoekslocatie in een gebied ligt welke voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. Volgens de bodemkwaliteitskaart PFAS bevat de bodem van onverdachte gebieden gemiddeld genomen geen gehalten boven de Achtergrondwaarden. Luchtfoto’s Op bestudeerde luchtfoto’s van Street Smart uit de periode 2008-2021 blijkt dat de Kanaaldijk Oostzijde bestaat uit een zandpad met bijmengingen met grind en/of puin. Dit ligt volgens de projectering van de onderzoeksgebieden buiten het onderzoeksgebied. Verder blijken geen bijzonderheden voor de onderzoekslocatie.

Blad 8 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding van stort of afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal.

2.5

Asbest Binnen de grenzen van de onderzoekslocatie zijn mogelijk vier gedempte kavelsloten aanwezig. Gezien de bevindingen van voorgaand bodemonderzoek, wordt verondersteld dat in ieder geval één van deze is gedempt met gebiedseigen grond (partijkeuring Oranjewoud 2009 ter plaatse van één van de wadi’s). Eén van de dempingen ligt bij een tweetal afgebroken boerderijen en de andere dempingen liggen nabij het kanaal. De dempingen worden theoretisch gezien als potentieel verdacht. Verwacht wordt dat op de onderzoekslocatie geen asbest van betekenis aanwezig zal zijn. Bij de uitvoering van het onderzoek wordt echter wel aangeraden op de volgende deellocaties extra alert te zijn op het eventueel voorkomen van asbest in de bodem.

2.6

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) PFAS is een stofgroep van gefluoreerde koolwaterstoffen, die van nature niet afbreken en in hogere concentraties schadelijke gevolgen kunnen hebben voor mens, dier en milieu. Tot deze stofgroep worden PFOS, PFOA en HFPO-DA (kortweg GenX) gerekend. Voor het onderzoek naar PFAS heeft het RIVM een adviespakket PFAS (28 componenten) gepubliceerd waarop grond en baggerspecie onderzocht kan worden. GenX maakt geen deel uit van het adviespakket. De gehalten aan PFAS worden getoetst aan de richtwaarden uit het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (december 2021). De gemeentes binnen de regio IJsselland beschikken over een Achtergrondwaardekaart ten aanzien van PFAS. De onderzoekslocatie ligt in een gebied waarvan zowel de boven- als ondergrond voldoen aan de Achtergrondwaarden. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Aangenomen wordt dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn.

2.7

Terreinverkenning Voorafgaande aan de veldwerkzaamheden is er een terreinverkenning uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er verder geen bijzonderheden naar voren zijn gekomen die duiden op de eventuele aanwezigheid van een bodemverontreiniging.

2.8

Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet De verzamelde informatie geeft in beperkte mate aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Uitsluitend de gedempte kavelsloten zijn mogelijk verdacht wegens mogelijk gebruik van bodemvreemde materialen. Daarnaast zijn de bodemgegevens van het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg verouderd. Verder wordt verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein niet negatief hebben beïnvloed.

Blad 9 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Voor de opzet van het bodemonderzoek volgen wij de richtlijnen uit de NEN 5740. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige en lijnvormige locatie (ONV-NL en ONV-L) aangehouden, waarbij wel aanvullend aandacht is besteed aan de locatie van de vermeende dempingen en het voormalig benzine-service-station. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie op voorhand als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt tenzij tijdens het veldonderzoek nabij de dempingen antropogene bijmengingen worden aangetroffen. Een overzicht van de verschillende deellocaties en bijbehorende onderzoeksstrategieën is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2.3: Overzicht deellocaties en onderzoeksstrategieën Deellocatie Oppervlakte (m2) / Lengte (m1) Harculo Raalte Verkabeling mast 40 tm 43 Opstijgpunt mast 40 Open ontgraving 1 (i.c.m. Mast 40) Open ontgraving 2 Open ontgraving 3 Opstijgpunt nabij station Raalte Te amoveren masten (41-42-43) Raalte - Nijverdal Verkabeling mast 1 tm 4 Opstijgpunt/openontgraving mast 01 Open ontgraving 2 Open ontgraving 3 Opstijgpunt mast 004 (i.c.m. open ontgr 3) Te amoveren masten (01-02-03) PFAS onderzoek Gehele tracé en werkgebied

Onderzoeksstrategie

30m1 300m2 230m1 312m1 400m2

ONV-NL

2.000m2 1600m2 900m2

ONV-NL ONV-NL ONV-L ONV-NL ONV-NL

ONV-L ONV-L ONV-NL ONV-NL

VED-HO

.

Blad 10 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

3

Verrichte werkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in april en mei 2022. Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 15 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. De verrichte veldwerkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. De samenstelling van de grond(meng)monsters en de grondwatermonsters is weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boring Boring (diepte in m -mv) (diepte in m -mv) 001 (1,20) 026 (1,20) 002 (1,20) 027 (1,20) 003 (1,20) 028 (1,20) 004 (1,00) 029 (1,20) 005 (1,00) 030 (4,00) 006 (2,50) 031 (1,50) 007 (2,00) 033 (0,95) 008 (2,00) 034 (1,00) 009 (1,70) 035 (1,00) 010 (2,00) 036 (1,50) 011 (1,50) 037 (2,00) 012 (1,20) 038 (1,50) 013 (4,00) 039 (2,00) 014 (1,20) 040 (4,00) 015 (1,20) 041 (1,50) 016 (4,10) 042 (2,00) 017 (2,00) 043 (1,50) 018 (1,50) 044 (2,00) 019 (2,00) 045 (4,00) 020 (1,50) 046 (1,00) 021 (2,50) 047 (1,00) 022 (1,50) 048 (1,40) 023 (2,00) 049 (1,50) 024 (1,50) 050 (4,70) 025 (2,00) 051 (1,00)

Boring (diepte in m -mv) 052 (1,50) 053 (1,00) 054 (0,90) 055 (0,80) 056 (1,00) 057 (1,50) 058 (1,50) 059 (1,50) 060 (4,00) 061 (4,00) 062 (1,50) 063 (2,00) 070 (1,00) 071 (1,00) 072 (2,00) 073 (1,00) 074 (1,00) 075 (0,80) 076 (1,50) 077 (1,50) 078 (1,00) 079 (1,00) 080 (1,00) 081 (1,00) 082 (1,00)

Peilbuis (filtertraject in m -mv) 006 (1,50-2,50) 021 (1,40-2,40) 026 p (1,20-2,20) 034 p (1,60-2,60) 040 (2,50-3,50) 045 (3,00-4,00) 048 p (3,00-4,00) 050 (3,70-4,70) 052 p (3,10-4,10) 055 p (2,20-3,20) 061 (1,90-2,90) 072a (3,00-4,00) 074p (1,80-2,80)

Tabel 3.2: Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject Monstersamenstelling (m -mv) (meetpunt + traject in m -mv) Grond MM1 (mast) 0,00-0,20 004 (0,00-0,20), 005 (0,00-0,20), 006 (0,00-0,05) MM2 0,00-0,35 013 (0,00-0,35), 007 (0,00-0,35), 008 (0,00-0,30), 009 (0,00-0,25), 010 (0,00-0,25), 011 (0,00-0,20) MM3 0,40-1,25 013 (0,50-0,90), 007 (0,80-1,25), 008 (0,80-1,05), 009 (0,80-1,00), 010 (0,50-1,00), 011 (0,40-0,90) MM4 0,00-0,50 016 (0,00-0,50), 018 (0,00-0,50), 020 (0,00-0,50), 022 (0,00-0,45), 025 (0,00-0,35), 027 a (0,00-0,45) MM5 0,70-1,70 016 (1,40-1,70), 018 (1,30-1,45), 020 (0,85-1,10), 022 (0,75-1,00), 024 (0,80-1,30), 025 (0,70-1,20), 027 a (1,40-1,70) MM6 (sl) 0,35-0,70 019 (0,35-0,70), 021 (0,40-0,70) M7 (pu) 0,00-0,45 023 (0,00-0,45) MM8 (mast) 0,00-0,35 026 (0,00-0,30), 028 (0,00-0,35), 027 (0,00-0,35) MM9 (mast) 0,00-0,60 035 (0,05-0,55), 033 (0,00-0,50), 034 (0,10-0,60) MM10 0,00-0,45 030 (0,00-0,40), 031 (0,00-0,20), 036 (0,00-0,30), 037 (0,00-0,20), 038 (0,00-0,45), 039 (0,00-0,25) MM11 0,70-1,50 030 (0,90-1,40), 031 (1,05-1,50), 036 (0,80-1,10), 037 (0,90-1,35), 038 (0,70-1,10), 039 (1,00-1,45) MM12 0,00-0,50 040 (0,00-0,50), 041 (0,00-0,50), 042 (0,00-0,35), 043 (0,00-0,40), 044 (0,00-0,20), 045 (0,00-0,45), 049 (0,00-0,40)

Blad 11 van 19

Laboratoriumanalyse

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Monsternaam MM13

Traject (m -mv) 0,85-1,50

MM14 (mast) MM15 (mast) MM16 (mast) MM17

0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,30 0,00-0,50

MM18

0,60-1,40

MM19 MM20

0,00-0,30 0,00-0,50

M21 076-3 (kld) M22 076 (slb) M23 077 (plsc) MM24 (pad)

0,40-0,90 0,90-1,35 0,00-0,35 0,00-0,80

PFAS MM1

0,00 - 0,50

PFAS MM2

0,20 - 1,40

PFAS MM3

0,00 - 0,55

PFAS MM4

0,50 - 1,40

PFAS MM5

0,00 - 0,50

PFAS MM6

0,65 - 1,50

Grondwater 100a-1-1 105-1-2 109a-1-2 140-1-1 144-1-1 151a-1-2 155a-1-1

2,10-3,10 3,80-4,80 0,80-1,80 1,50-2,50 1,90-2,90 1,80-2,80 2,10-2,60

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 040 (1,00-1,45), 041 (1,25-1,50), 042 (1,25-1,50), 043 (1,00-1,30), 044 (0,85-1,20), 045 (0,90-1,15), 049 (1,25-1,50) 048 (0,00-0,45), 046 (0,00-0,50), 047 (0,00-0,50) 053 (0,00-0,50), 051 (0,00-0,50), 052 (0,00-0,50) 055 (0,00-0,25), 056 (0,00-0,30), 054 (0,00-0,15) 057 (0,00-0,40), 058 (0,05-0,45), 059 (0,00-0,35), 060 (0,00-0,50), 061 (0,00-0,35), 062 (0,00-0,35), 063 (0,00-0,50) 057 (0,70-1,20), 058 (0,90-1,10), 059 (0,60-1,10), 060 (1,10-1,35), 061 (0,90-1,40), 062 (0,80-1,30), 063 (0,70-0,90) 071 (0,00-0,25), 070 (0,00-0,30), 072 (0,00-0,30) 075 (0,00-0,35), 073 (0,00-0,40), 074 (0,00-0,50), 076 (0,00-0,15) 076 (0,40-0,90) 076 (0,90-1,35) 077 (0,00-0,35) 078 (0,50-0,80), 079 (0,00-0,40), 080 (0,00-0,35), 081 (0,00-0,40), 082 (0,00-0,30) 004 (0,00-0,20), 007 (0,00-0,35), 010 (0,00-0,25), 013 (0,00-0,35), 016 (0,00-0,50), 019 (0,00-0,35), 022 (0,00-0,45), 025 (0,00-0,35), 28 (0,00-0,35) 004 (0,20-0,55), 007 (0,50-0,80), 010 (0,50-1,00), 013 (0,50-0,90), 016 (0,90-1,40), 019 (0,70-0,90), 022 (0,75-1,00), 025 (0,70-1,20), 028 (0,70-1,20) 030 (0,00-0,40), 033 (0,00-0,50), 035 (0,05-0,55), 037 (0,00-0,20), 039 (0,00-0,25), 041 (0,00-0,50), 043 (0,00-0,40), 045 (0,00-0,45), 047 (0,00-0,50), 049 (0,00-0,40) 030 (0,90-1,40), 033 (0,50-0,95), 035 (0,65-1,00), 037 (0,65-0,90), 039 (0,55-0,80), 041 (0,85-1,25), 043 (0,80-1,00), 045

(0,70-0,90), 047 (0,80-1,00), 049 (0,85-1,25) 050 (0,00-0,50), 052 (0,00-0,50), 054 (0,00-0,15), 056 (0,00-0,30), 058 (0,05-0,45), 060 (0,00-0,50), 062 (0,00-0,35), 070 (0,00-0,30), 072 (0,00-0,30) 050 (1,00-1,50), 052 (1,05-1,50), 054 (0,70-0,90), 056 (0,80-1,00), 058 (0,70-0,90), 060 (0,65-1,10), 062 (0,80-1,30), 070 (0,80-1,00), 072 (0,80-1,30)

Laboratoriumanalyse

100a (2,10-3,10) 105 (3,80-4,80) 109a (0,80-1,80) 140 (1,50-2,50) 144 (1,90-2,90) 151a (1,80-2,80) 155a (2,10-2,60)

Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies) PFAS (28) Handelingskader, Organische stof (gloeiverlies)

Tijdens de uitvoering van het veldwerk ter plaatse van het werkgebied zijn het maaiveld en de opgeboorde grond op visuele wijze gecontroleerd op indicaties voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging, waaronder de aanwezigheid van asbest. De posities van de boringen zijn ingemeten met GPS en weergegeven op de situatietekening 0474109.100-S1. Het analytische onderzoek is uitgevoerd door de door de Raad van Accreditatie aangewezen laboratoria van Eurofins-Analytico te Barneveld.

Blad 12 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. De foto’s van de boringen zijn opgenomen in bijlage 4. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn er zintuiglijk bijzonderheden aangetroffen die duiden op een eventuele verontreiniging van de bodem. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 017 (2,00) 0,00-0,45 019 (2,00) 0,35-0,70 020 (1,50) 0,00-0,55 021 (2,50) 0,40-0,70 023 (2,00) 0,00-0,45 027 a (4,00) 028 a (1,20) 033 (0,95) 036 (1,50) 038 (1,50) 039 (2,00) 040 (4,00) 041 (1,50) 043 (1,50) 050 (4,70) 054 (0,90) 055 (0,80) 055 p (4,00) 074p (4,00) 075 (0,80) 076 (1,50) 077 (1,50) 080 (1,00) 082 (1,00)

0,00-0,45 0,30-0,55 0,00-0,50 0,00-0,30 0,00-0,70 0,25-0,55 0,00-0,55 0,00-0,55 0,00-0,40 0,00-0,50 0,15-0,70 0,25-0,65 0,00-0,55 1,10-1,35 0,65-0,80 0,90-1,35 0,00-0,35 0,00-0,35 0,00-0,30

Waarneming

Grondsoort

sporen baksteen sporen slakken zwak baksteenhoudend zwak slakkenhoudend matig puinhoudend (puin is fundatie van naastgelegen pad zwak glashoudend zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend zwak metselpuinhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen slakken sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend zwak houtskoolhoudend zwak houtskoolhoudend sporen aardewerk sporen slib gestaakt op beton sporen slib zwak plastichoudend sporen puin sporen puin

zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand veen zand veen zand zand zand

Uit de boringen komt naar voren dat er plaatselijk sprake is van bijmengingen met baksteen, metselpuin en/of slakken (zeer plaatselijk). Deze waarnemingen komen in (zeer) geringe mate voor (sporen of zwak). Verder is in enkele boringen nog sprake van sporen slib, aardewerk, houtskool of plastic. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Ook in de boringen nabij het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg en in de boringen in de dempingen zijn geen bijzonderheden waargenomen. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). In tabel 4.2 zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven.

Blad 13 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 006 (1,50-2,50) 0,70 021 (1,40-2,40) 0,52 026 p (1,20-2,20) 0,82 034 p (1,60-2,60) 1,00 040 (2,50-3,50) 1,11 045 (3,00-4,00) 2,07 048 p (3,00-4,00) 2,60 050 (3,70-4,70) 2,90 052 p (3,10-4,10) 2,68 055 p (2,20-3,20) 1,44 061 (1,90-2,90) 1,28 072 p (1,80-2,80) 0,77 074p (1,80-2,80) 1,01

Belucht? nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee

pH (-) 6,81 5,71 5,05 6,58 6,49 6,23 6,51 6,14 6,04 5,80 6,02 6,28 6,87

EC (µS/cm) 420 260 890 450 160 370 270 490 380 250 730 1.380 1.190

Troebelheid (NTU) 2 49 8 15 86 10 7 9 8 38 107 31 8

De zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater is in enkele gevallen een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Bij het voorliggende onderzoek wordt voor geen van de onderzochte matig/slecht oplosbare organische parameter de interventiewaarde overschreden. De eventuele overschatting van de concentraties als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 5 en bijlage 6. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 11 en 12. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 7 en 8. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I).

Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek.

Blad 14 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. De normenwaarden zijn opgenomen in bijlage 10. In bijlage 1 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. PFAS Voor het onderzoek naar PFAS heeft het RIVM een adviespakket PFAS (28 componenten) gepubliceerd waarop grond en baggerspecie onderzocht kan worden. GenX maakt geen deel uit van het adviespakket. De gehalten aan PFAS worden getoetst aan de richtwaarden uit het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (december 2021).

4.2.2

Grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden.

Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring (m -mv) (m -mv)

MM1 (mast) (0,00-0,20) MM2 (0,00-0,35) MM3 (0,40-1,25) MM4 (0,00-0,50) MM5 (0,70-1,70) MM6 (sl) (0,35-0,70) M7 (pu) (0,00-0,45) MM8 (mast) (0,00-0,35) MM9 (mast) (0,00-0,60) MM10 (0,00-0,45)

004 (0,00-0,20), 005 (0,00-0,20), 006 (0,00-0,05)

-

Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig cadmium zink

013 (0,00-0,35), 007 (0,00-0,35), 008 (0,00-0,30), 009 (0,00-0,25), 010 (0,00-0,25), 011 (0,00-0,20) 013 (0,50-0,90), 007 (0,80-1,25), 008 (0,80-1,05), 009 (0,80-1,00), 010 (0,50-1,00), 011 (0,40-0,90) 016 (0,00-0,50), 018 (0,00-0,50), 020 (0,00-0,50), 022 (0,00-0,45), 025 (0,00-0,35), 027 a (0,00-0,45)

-

-

-

-

-

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

zwak baksteen- houdend, zwak glashoudend -

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

zwak slakken- houdend matig puinhou- dend -

-

-

-

-

-

-

zwak baksteen- houdend zwak metselpuinhoudend, sprn baksteen -

-

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

sporen slakken, sporen baksteen

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

-

-

-

-

kwik, PAK

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

016 (1,40-1,70), 018 (1,30-1,45), 020 (0,85-1,10), 022 (0,75-1,00), 024 (0,80-1,30), 025 (0,70-1,20), 027 a (1,40-1,70) 019 (0,35-0,70), 021 (0,40-0,70) 023 (0,00-0,45) 026 (0,00-0,30), 028 (0,00-0,35), 027 (0,00-0,35) 035 (0,05-0,55), 033 (0,00-0,50), 034 (0,10-0,60) 030 (0,00-0,40), 031 (0,00-0,20), 036 (0,00-0,30), 037 (0,00-0,20), 038 (0,00-0,45), 039 (0,00-0,25)

MM11 (0,70-1,50)

030 (0,90-1,40), 031 (1,05-1,50), 036 (0,80-1,10), 037 (0,90-1,35), 038 (0,70-1,10), 039 (1,00-1,45) 040 (0,00-0,50), 041 (0,00-0,50), MM12 042 (0,00-0,35), 043 (0,00-0,40), (0,00-0,50) 044 (0,00-0,20), 045 (0,00-0,45), 049 (0,00-0,40) 040 (1,00-1,45), 041 (1,25-1,50), MM13 042 (1,25-1,50), 043 (1,00-1,30), (0,85-1,50) 044 (0,85-1,20), 045 (0,90-1,15), 049 (1,25-1,50) MM14 (mast) 048 (0,00-0,45), 046 (0,00-0,50), 047 (0,00-0,50) (0,00-0,50)

MM15 (mast) 053 (0,00-0,50), 051 (0,00-0,50), 052 (0,00-0,50) (0,00-0,50)

Waarneming

Blad 15 van 19

>I (i > 1) sterk -

Conclusie monster(**)

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Monster (m -mv)

Boring (m -mv)

-

Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig zink -

>I (i > 1) sterk -

-

lood

-

-

-

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

-

lood, PAK

-

-

MM20 (mast) 075 (0,00-0,35), 073 (0,00-0,40), 074 (0,00-0,50), 076 (0,00-0,15) (0,00-0,50) 076 (0,40-0,90) M21 076-3 (kld) (0,40-0,90) M22 076 (slb) 076 (0,90-1,35) (0,90-1,35)

-

lood

zink

-

-

cadmium, PAK

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen

sporen slib

-

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Niet toepasbaar > industrie

M23 077 (plsc) (0,00-0,35) MM24 (pad) (0,00-0,80)

077 (0,00-0,35)

zwak plastichoudend

minerale olie, kobalt, nikkel, koper, zink, cadmium, kwik, lood, PAK -

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

078 (0,50-0,80), , 079 (0,00-0,40), 080 (0,00-0,35), , 081 (0,00-0,40), 082 (0,00-0,30)

sporen puin

PAK

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

MM16 (mast) 055 (0,00-0,25), 056 (0,00-0,30), 054 (0,00-0,15) (0,00-0,30) 057 (0,00-0,40), 058 (0,05-0,45), MM17 059 (0,00-0,35), 060 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 061 (0,00-0,35), 062 (0,00-0,35), 063 (0,00-0,50) 057 (0,70-1,20), 058 (0,90-1,10), MM18 059 (0,60-1,10), 060 (1,10-1,35), (0,60-1,40) 061 (0,90-1,40), 062 (0,80-1,30), 063 (0,70-0,90) MM19 (mast) 071 (0,00-0,25), 070 (0,00-0,30), 072 (0,00-0,30) (0,00-0,30)

Waarneming

-

Conclusie monster(**) Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Toelichting : Geen waarneming/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij AW, I en index * : Geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaarde ** : Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl één individuele stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2).

Op basis van de onderzoeksresultaten komt naar voren dat er ter plaatse van 2 mastlocaties matig verhoogde waarden aan zink zijn aangetroffen. Mogelijk ten gevolge van een metallisch deeltje in een grondmonster. Verder zijn er plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetroffen aan enkele zware metalen, PAK en in het slibhoudende monster van boring 076 ook minerale olie. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de meeste grond voldoet aan de “Achtergrondwaarde”. In enkele gevallen is sprake van grond die valt in de categorie “Wonen”, “Industrie” of “Niettoepasbaar”. PFAS De gehalten aan PFAS zijn getoetst aan de richtwaarden uit het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (december 2021). Een toetsing hiervan is opgenomen in bijlage 14. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 13. Tabel 4.4 geeft de toetsingsresultaten samengevat weer.

Blad 16 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

Tabel 4.4: Overschrijdingstabel PFAS in grond Monster Boring (m -mv) (m -mv) PFAS MM1 0,00 - 0,50 PFAS MM2 0,20 - 1,40 PFAS MM3 0,00 - 0,55 PFAS MM4 0,50 - 1,40

PFAS MM5 0,00 - 0,50 PFAS MM6 0,65 - 1,50

004 (0,00-0,20), 007 (0,00-0,35), 010 (0,00-0,25), 013 (0,00-0,35), 016 (0,00-0,50), 019 (0,00-0,35), 022 (0,00-0,45), 025 (0,00-0,35), 28 (0,00-0,35) 004 (0,20-0,55), 007 (0,50-0,80), 010 (0,50-1,00), 013 (0,50-0,90), 016 (0,90-1,40), 019 (0,70-0,90), 022 (0,75-1,00), 025 (0,70-1,20), 028 (0,70-1,20) 030 (0,00-0,40), 033 (0,00-0,50), 035 (0,05-0,55), 037 (0,00-0,20), 039 (0,00-0,25), 041 (0,00-0,50), 043 (0,00-0,40), 045 (0,00-0,45), 047 (0,00-0,50), 049 (0,00-0,40) 030 (0,90-1,40), 033 (0,50-0,95), 035 (0,65-1,00), 037 (0,65-0,90), 039 (0,55-0,80), 041 (0,85-1,25), 043 (0,80-1,00), 045 (0,70-0,90), 047 (0,80-1,00), 049 (0,85-1,25) 050 (0,00-0,50), 052 (0,00-0,50), 054 (0,00-0,15), 056 (0,00-0,30), 058 (0,05-0,45), 060 (0,00-0,50), 062 (0,00-0,35), 070 (0,00-0,30), 072 (0,00-0,30) 050 (1,00-1,50), 052 (1,05-1,50), 054 (0,70-0,90), 056 (0,80-1,00), 058 (0,70-0,90), 060 (0,65-1,10), 062 (0,80-1,30), 070 (0,80-1,00), 072 (0,80-1,30)

Overschrijdingen (maatgevende parameters)

Conclusie monster

-

Landbouw/ Natuur

-

Landbouw/ Natuur

-

Landbouw/ Natuur

-

Landbouw/ Natuur

-

Landbouw/ Natuur

-

Landbouw/ Natuur

Toelichting - : Geen waarneming/geen overschrijding

Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS in de mengmonsters van de bovengrond binnen de normering voor Landbouw/Natuur vallen. De grond komt niet in alle gevallen in aanmerking voor het ‘toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden’ (toepassingsnorm: bepalingsgrens = van 0,1 μg/kgds).

4.2.3

Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) >S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig 006-1-1 1 (1,50 - 2,50) nikkel, barium 021-1-1 1 (1,40 - 2,40) nikkel, barium 026p-1-1 1 (1,20 - 2,20) cadmium, barium 034p-1-1 1 (1,60 - 2,60) 040-1-1 1 (2,50 - 3,50) 045-1-1 1 (3,00 - 4,00) 048p-1-1 1 (3,00 - 4,00) 050-1-1 1 (3,70 - 4,70) 052p-1-1 1 (3,10 - 4,10) cadmium, barium 055p-1-1 1 (2,20 - 3,20) 061-1-1 1 (1,90 - 2,90) barium 072p-1-1 1 (1,80 - 2,80) barium 074p-1-1 1 (1,80 - 2,80) barium Toelichting : geen overschrijding S, I, i : S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index

Conclusie >I (i > 1) sterk zink zink -

Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding interventiewaarde Voldoet aan streefwaarde Voldoet aan streefwaarde Voldoet aan streefwaarde Voldoet aan streefwaarde Voldoet aan streefwaarde Overschrijding interventiewaarde Voldoet aan streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde Overschrijding streefwaarde

In het grondwater van een tweetal peilbuizen zijn waarden aan zink gemeten boven de interventiewaarde. In het grondwater zijn verder enkele lichte verhoogde concentraties aan cadmium, barium en/of nikkel aangetoond. De overige onderzochte parameters komen niet verhoogd voor.

Blad 17 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

5

Conclusies en aanbevelingen In opdracht van TenneT TSO B.V. is door Antea Group in de periode februari – juni 2022 een verkennend bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen verkabeling van twee 110 kV-lijnverbindingen in de bevolkingskern van Raalte. De verkabeling bestaat uit het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen. De onderzoeken hebben betrekking op het verkabelen van ‘110 kV-verbindingen ZLS-RT-110 (masten 40 t/m 43) en RT-NVD110 (mast 001 en 004)’. De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen om in het kader van de voorgenomen verkabeling de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek).

5.1

Conclusies Zintuigelijk waarnemingen Uit de boringen komt naar voren dat er plaatselijk sprake is van bijmengingen met baksteen, metselpuin en/of slakken (zeer plaatselijk). Deze waarnemingen komen in (zeer) geringe mate voor (sporen of zwak). Verder is in enkele boringen nog sprake van sporen slib, aardewerk, houtskool of plastic. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Ook in de boringen nabij het voormalige benzine-service-station aan de Nieuwe Deventerweg en in de boringen in de dempingen zijn geen bijzonderheden waargenomen. Op de locatie zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Dit betreft een indicatieve waarneming aangezien er geen volledig asbestonderzoek is uitgevoerd conform de normen voor asbestonderzoek (NEN 5707). Grond Op basis van de onderzoeksresultaten komt naar voren dat er ter plaatse van 2 mastlocaties matig verhoogde waarden aan zink zijn aangetroffen. Mogelijk ten gevolge van een metallisch deeltje in een grondmonster. Verder zijn er plaatselijk licht verhoogde gehalten aangetroffen aan enkele zware metalen, PAK en in het slibhoudende monster van boring 076 ook minerale olie. PFAS Uit de analyses komt naar voren dat de gemeten waarden aan PFAS in de mengmonsters van de bovengrond binnen de normering voor Landbouw/Natuur vallen.

De grond komt niet in alle gevallen in aanmerking voor het ‘toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden’ (toepassingsnorm: bepalingsgrens = van 0,1 μg/kgds). Grondwater In het grondwater van een tweetal peilbuizen zijn waarden aan zink gemeten boven de interventiewaarde. In het grondwater zijn verder enkele lichte verhoogde concentraties aan cadmium, barium en/of nikkel aangetoond. Verder zijn er geen verhoogde concentraties gemeten van de onderzochte parameters.

Blad 18 van 19

Rapport verkennend bodemonderzoek Verkabeling bebouwde kom Raalte projectnummer 0474109.100 29 september 2022 revisie 00

5.2

Aanbevelingen Samenvattend kan worden gesteld dat in het grondwater van twee peilbuizen sterk verhoogde concentraties aan zink zijn aangetroffen. Deze peilbuizen zijn gesitueerd nabij de mastennummers 1 en 41. Verder zijn ter plaatse van 2 (mast)locaties matig verhoogde waarden aan zink aangetroffen (mastnummers 4 en 40). Mogelijk is er een relatie met de hoogspanningsmasten ter plaatse. Aanvullend onderzoek kan hieromtrent nadere informatie verschaffen. De bovengenoemde verhoogde waarden aan zink zijn de enige gehalten boven de 1/2Index waarde. De overige onderzoeksresultaten bevatten maximaal licht verhoogde waarden (boven de achtergrond- en streefwaarden) en geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de meeste grond voldoet aan de “Achtergrondwaarde”. In enkele gevallen is sprake van grond die valt in de categorie “Wonen”, “Industrie” of “Niettoepasbaar”. Bij grondbewerking en eventuele afvoer van grond van de locatie dient hiermee rekening te worden gehouden. Op basis van de voorgaande onderzoek is de locatie ook niet verdacht op asbest in de bodem. In de boringen zijn verder geen bijmengingen met asbestverdachte materialen waargenomen.

Ook is geen noemenswaardige hoeveelheid puin in de opgeboorde grond waargenomen. Het voorkomen van asbest in de bodem wordt daarom niet verwacht. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.

Antea Group Heerenveen, september 2022

Blad 19 van 19

Verkennend bodemonderzoek Verkabeling 110kV Raalte projectnummer 0474109.100

Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek

Verkennend bodemonderzoek Verkabeling 110kV Raalte projectnummer 0474109.100

Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Hierbij wordt opgemerkt dat werkzaamheden verricht conform de NEN 5707 vallen onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven.

De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.

Verkennend bodemonderzoek Verkabeling 110kV Raalte projectnummer 0474109.100

Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

Toelichting op het uitgevoerde onderzoek Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met als richtlijn de NEN 5740+A1. Doorgaans is bij een onderzoek voor NUTS-bedrijven op basis van het vooronderzoek gekozen voor een onderzoeksstrategie voor een lijnvormige locatie (verdacht of onverdacht). Voor tracé's met een beperkte lengte kan de strategie verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ('VEP') zijn toegepast, wegens de geringe omvang van het graafwerk. Bij de keuze voor strategie 'VEP' zijn wel de criteria voor boordiepte en plaatsing van een peilbuis voor lijnvormige locaties aangehouden. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn boringen verricht. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Indien het grondwater zich nabij of binnen de ontgravingsdiepte van de werkzaamheden bevindt, is een peilbuis geplaatst ten behoeve van de monstername van het grondwater. De peilbuis is direct na plaatsing grondig afgepompt en minimaal één week later, na nogmaals goed afpompen, bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid gemeten.

Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is de grond onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink);  Polychloorbifenylen (PCB's; som 7);  Minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling);  Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM);  Percentages lutum, organische- en droge stof. De selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen. Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is het grondwater onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink);  Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen;  Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL);  Minerale olie (GC).

Bepaling veiligheidsklassen Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Inspectie SZW beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan Inspectie SZW het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.

Verkennend bodemonderzoek Verkabeling 110kV Raalte projectnummer 0474109.100

Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan. Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overall-conclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging.

De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m³ grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m³ bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het al dan niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW (of S) ) / (I - AW (of S) ). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.

Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding tot het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kunnen de ernst en de spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging kan zich ook voordoen zonder dat de interventiewaarden worden overschreden. Als een verontreiniging zich zodanig in een ander milieucompartiment (bijv. het grondwater) of objecten (bijv. consumptiegewassen) verspreidt dat daar schadelijke effecten kunnen optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook als het bij puntbronnen van verontreinigingen (bijv. op grond van berekeningen) waarschijnlijk is dat zonder maatregelen op korte termijn (binnen maximaal enkele maanden) een verontreiniging van eerder genoemde 25 of 100 m³ bodemvolume kan optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Bij de toetsing worden de gemeten gehalten in grondmonsters aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organisch stof en lutum gevalideerd omgerekend middels BOTOVA naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Indien de gehalten of concentraties in grond- en grondwatermonsters lager zijn dan de gerapporteerde rapportagegrens worden deze gevalideerd herberekend middels BOTOVA tot een gestandaardiseerde meetwaarde (gerapporteerde rapportagegrens maal 0,7). Deze gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) worden vergeleken met de normwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=3954c93b-d8c8-4178-af33-af7993ca5bde