11. Toelichting bijlage 5, Bodemonderzoek Pleegsterdijk 27
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
mei ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Projectnummer:
21-M9818
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
04 mei 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
datum
04 mei 2021
projectnummer
21-M9818
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort 16A 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
mei ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 15
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 17 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 17
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 19
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 20
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 20
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 25
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 27
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 32
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 33
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
mei ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in maart/april 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een gedeelte van het onbebouwde deel van het perceel gelegen aan de Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte (gemeente Raalte). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de herontwikkeling van en geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
mei ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
mei ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
mei ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van herontwikkeling van de locatie en de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie aangevraagd bij de gemeente Raalte (verkregen van de Omgevingsdienst IJsselland, email d.d. 01-02-2021; • Informatie van de bodeminformatiekaart van de Provincie Overijssel; • Bodemloket.nl; • www.Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel van het plangebied) Algemene omschrijving
mei ’21
Pleegsterdijk nr. 27 Raalte Raalte Zie bijlage 1 X = 212,931 Y= 486,674 Gemeente Raalte, perceel L nrs. 8948 (ged.), 9790 (ged.) en 9791 Niet nagegaan. Ca. 3.200 m2
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte. Op de locatie zijn een woonhuis met achtergelegen schuur/stal met aanbouw aanwezig. Het oostelijk deel van de schuur was in het verleden als werktuigenberging in gebruik. Tegen de gevel van de werktuigen schuur stond in het verleden een bovengrondse dieselolietank. De vm.stal is voorzien van een betonverharding. Vanaf de Pleegsterdijk tot aan het kavel loopt een met halfverharding verharde oprit (dit deel van de oprit valt buiten het onderzoeksgebied). Vanaf de kavel is het pad verhard met betonklinkers. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie betreft tuin en een deel van een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie herontwikkeling toe te passen waarbij de bebouwing blijft bestaan. Ten westen van het bestaande erf is de nieuwbouw van een woning gepland. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het zoals opgenomen in bijlage 2.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
De op de locatie aanwezige bebouwing dateert volgens BAG viewer uit 2001. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers. In de vm. veestal en in de vm. werktuigenbeving bevindt zich een betonvloer. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "middelhoge trefkans". Herontwikkeling en de nieuwbouw van een woning.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Huidig
Toekomstig
mei ’21
Op basis van de topografische kaarten vanaf 1850 tot 1952 Geen. is op de onderzoekslocatie niet eerder bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten vanaf 1953 is op de locatie bebouwing te herkennen. Op topografische kaarten tussen 1955 en 1995 is op het terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw een schuur/stal te herkennen. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het Geen. onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte. Op de locatie zijn een woonhuis met achtergelegen schuur/stal met aanbouw aanwezig. De vm.stal is voorzien van een betonverharding. Vanaf de Pleegsterdijk tot aan het kavel loopt een met halfverharding verharde oprit (dit deel van de oprit valt buiten het onderzoeksgebied). Vanaf de kavel is het pad verhard met betonklinkers. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie betreft tuin en een deel van een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie Geen. herontwikkeling toe te passen waarbij de bebouwing blijft bestaan. Ten westen van het bestaande erf is de nieuwbouw van een woning gepland. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het zoals opgenomen in bijlage 2.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten voor 1900 is in de omgeving hier basis van en daar bebouwing te herkennen. topografische De bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele woningen/boerderijen en agrarische percelen. Noord-, oost en zuid- en westzijde: naastgelegen agrarische percelen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte. Op de locatie zijn een woonhuis met achtergelegen schuur/stal met aanbouw aanwezig. De vm.stal is voorzien van een betonverharding. Vanaf de Pleegsterdijk tot aan het kavel loopt een met halfverharding verharde oprit (dit deel van de oprit valt buiten het onderzoeksgebied). Vanaf de kavel is het pad verhard met betonklinkers. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie betreft tuin en een deel van een weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie herontwikkeling toe te passen waarbij de bebouwing blijft bestaan. Ten westen van het bestaande erf is de nieuwbouw van een woning gepland. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie was in het verleden, tot 1997, een veehouderijbedrijf gevestigd. Op het vm. bedrijf werden rundvee en varkens gehouden. Ten westen van de bestaande woning stond in het verleden een varkensstal. Het oostelijk deel van de nog aanwezige schuur/vm. stal was in het verleden als werktuigenberging in gebruik. In de werktuigenberging werden enkele machines ed. gestald. Tegen de gevel van de vm. werktuigenschuur stond in het verleden een bovengrondse dieselolietank.
Bouwvergunning
Milieuvergunning
mei ’21
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande gebouwen zijn de volgende bouwvergunningen verleend: ►1979334; bouw melkkamer ►2001110; bouw vervangende woning ►1978432; vergroten garage-berging T.b.v. het vm. agrarisch bedrijf zijn de volgende milieuvergunningen verleend: ► 06-02-1979, Hinderwetvergunning voor een rundvee- en varkensbedrijf met bovengrondse dieselolieopslag ►1997, intrekken milieuvergunning
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks
De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Tegen de gevel van de vm. werktuigenschuur stond in het verleden een bovengrondse dieselolietank. Op deze plaats bevindt zich thans een kippenren. De tank had een inhoud van 500 liter. De tank is volgens informatie van de eigenaar reeds lange tijd, vanaf rond 1997, niet meer aanwezig.
figuur 2: situering vm. bovengrondse dieselolietank
Aanwezigheid asbest
Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel zijn de daken van de bestaande bebouwing niet verdacht voor asbest (zie figuur 1).
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Overijssel In de praktijk is het dak van de vm. stal voorzien van asbestverdachte dakplaten. Het dak watert aan de zuidzijde af zonder dakgoot op gesloten verharding (betonklinkers). Aan de noordzijde is het dak voorzien van een dakgoot. De vm. bebouwing op de locatie is volgens informatie van de eigenaar afgebroken en afgevoerd. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
mei ’21
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
►verkennend onderzoek Pleegsterdijk 27, d.d. 01-03-2001, ref. Van der Poel, 0809. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bouwvergunning. In de bovengrond is een sterk verhoogd gehalte (boven de interventiewaarde) aan arseen aangetoond. Het gaat hierbij om een natuurlijke achtergrondconcentratie. Verder zijn in de boven en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan chroom, koper en nikkel aangetoond.
Omgeving <25 m Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
►Niet bekend. ►Niet bekend.
mei ’21
►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 4-6 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-3 3-40
beschrijving
formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Boxtel Kreftenheye
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Raalte, perceel L nrs. 8948 (ged.), 9790 (ged.) en 9791 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
mei ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie aan de Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte in het verleden, tot 1997, een veehouderijbedrijf gevestigd was. Op het vm. bedrijf werden rundvee en varkens gehouden. Ten westen van de bestaande woning stond in het verleden een varkensstal. Het oostelijk deel van de nog aanwezige schuur/vm. stal was in het verleden als werktuigenberging in gebruik. In de werktuigenberging werden enkele machines ed. gestald. Tegen de gevel van de vm. werktuigenschuur stond in het verleden een bovengrondse dieselolietank. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De terreindelen t.p.v. de vm.
bovengrondse dieselolietank en de vm. werktuigenberging zijn in dit onderzoek als potentieel verdachte deellocaties beschouwd en in dit onderzoek separaat onderzocht. Het onderzoek t.p.v. de vm. werktuigenberging is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) (verdachte bovengrond), volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6, (literatuur 1). Het onderzoek t.p.v. de vm. bovengrondse dieselolietank is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP), op basis van NEN 5740+A1, paragraaf 5.3, (literatuur 1). Gezien het algemeen bedrijfsmatige gebruik van de locatie is het overige deel van plangebied in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het overige deel van plangebied uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740.
Op basis van voorgaand bodemonderzoek is bekend dat arseen in de grond vanwege een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde verhoogd kan voorkomen. De geanalyseerde grondmonsters zijn naast de parameters uit het NEN-grondpakket tevens aanvullend op arseen onderzocht.
mei ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
vm. bovengrondse dieselolietank (ca. 3 m2)
minerale olie, aromaten
minerale olie, aromaten
VEP
vm. werktuigenberging (ca. 85 m2)
minerale olie, PAK’s, zware metalen
minerale olie
overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 3.200 m2)
PAK’s, zware metalen
-
VED-HE-NL / (bovengrond) /maatwerk VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)
(deel)locatie NEN-5740+A1
Op basis van bekende informatie zijn geen concrete gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
mei ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)
31-03-2021
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
21-04-2021
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)
31-03-2021
●het dak van de vm. stal is voorzien van asbestverdachte golfplaten en watert aan de zuidzijde zonder dakgoot af op verharde ondergrond
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
voormalige bovengrondse dieselolietank Boringen 2
0.5
2+3
Peilbuis
2.5
1
3
0.5
5+6+7
1
1.5
4
1*
2.1
1
15
0.5
12 t/m 26
3
2.0
9+10+11
2.8
8
1*
voormalige werktuigenschuur Boringen Peilbuis overige deel van de locatie Boringen
Peilbuis 1 *= grondwateronderzoek is gecombineerd uitgevoerd
mei ’21
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11).
Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-2.8
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig
bruin-grijs geel-beige-grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 8
1.5-2.5 1.8-2.8
1.07 1.11
5 5
6.9 6.1
EGV geleidingsvermogen µS/cm 640 510
troebelheid (NTU) 5.5 14.9
In de genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen mei ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 13 weergegeven. tabel 13: afwijkende waarnemingen boring
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
4 t/m 7 20
0.05-0.1 0.17-0.3
laag bakstenen (>50% bodemvreemd) baksteenlaag (>50% bodemvreemd)
Onder de bestrating t.p.v. boring 20 is sprake van een laag fundatiemateriaal (gebroken baksteen) aangetroffen, deze laag betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit onderzoek. De fundatielaag is derhalve niet in dit onderzoek onderzocht. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de praktijk is het dak van de vm. stal voorzien van asbestverdachte dakplaten. Het dak watert aan de zuidzijde af zonder dakgoot op gesloten verharding (betonklinkers). Aan de noordzijde is het dak voorzien van een dakgoot. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2.
Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
mei ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
0.0-0.2
-
voormalige bovengrondse dieselolietank grond MM1
1
grondwater Pb1
minerale olie /BTEXN+AS3000
1*
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**)
4+5+6+7
0.1-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
1*
1.5-2.5**
-
NEN-grondwater(**)
MM3
11+17+21+22
0.0-0.5
-
MM4
8+9+12+14
0.0-0.5
-
MM5
10+18+20+24
0.0-0.5
-
MM6
8+9
0.5-2.0
-
MM7
10+11
0.6-2.0
-
NEN-grond(*)+ arseen+AS3000 NEN-grond(*)+ arseen+AS3000 NEN-grond(*)+ arseen+AS3000 NEN-grond(*)+ arseen+AS3000 NEN-grond(*)+ arseen+AS3000
voormalige werktuigenschuur grond MM2 grondwater Pb1 overige deel van de locatie grond
mei ’21
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
vervolg tabel 14: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
1.8-2.8
-
overige deel van de locatie grondwater Pb8
8
NEN-grondwater(**)
*=peilbuizen zijn gecombineerd uitgevoerd **=op het analysecertificaat staat een onjuist monstertraject aangegeven verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
mei ’21
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
mei ’21
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 15 t/m 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 26216819#21-M9818-Pleegsterdijk 27 te Raalte Certificaten 1171228 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 4 mei 2021 09:27 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES arseen (As) mg/kg ds barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Vluchtige aromaten benzeen mg/kg ds ethylbenzeen mg/kg ds naftaleen mg/kg ds o-xyleen mg/kg ds tolueen mg/kg ds xyleen (som m+p) mg/kg ds Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
mei ’21
T
I
20 190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
48 555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
76 920 13 190 190 36 530 190 100 720
190
2595
5000
1,5
20,75
40
0,2 0,2
0,65 55,1
1,1 110
0,2
16,1
32
0,45
8,725
17
0,02
0,51
1
Monster 6687179 MM1, 01: 0-20 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. 6,5 25
10 25
83,2
83,2
93
140
Monster 6687180 Monster 6687181 MM2, 04: 10-50, 05: 10-50, 06: 10-50, 07: 10-50 MM3, 11: 0-50, 17: 0-50, 21: 0-50, 22: 0-50 0 Max. Bodemindex 0,208 Max. Bodemindex 0 Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index
@
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.1
< 0.054 < 0.054 < 0.035 < 0.054 < 0.054 < 0.11
-
0,1
< 0.16
-
-
0 0
4,1 1
10 25
0
85
85
@
<4 29 < 0.2 <3 <5 < 0.05 100 < 1.5 <4 30
< 4.7 110 < 0.22 < 7.4 < 6.8 < 0.05 150 < 1.0 <8 68
43
100
< 0.05 0,23 0,1 0,6 0,27 0,4 0,24 0,27 0,18 0,22
< 0.035 0,23 0,1 0,6 0,27 0,4 0,24 0,27 0,18 0,22
2,5
2,5
< 0.001 < 0.001 0,001 < 0.001 0,003 0,002 0,002
< 0.0017 < 0.0017 0,0024 < 0.0017 0,0073 0,0049 0,0049
0,01
0,025
0
0 0
4,2 1
10 25
0
84,3
84,3
@
0
0 @ 0 0 0 0 0 3.0 AW(WO) 0,208 0 0 0
5,5 < 20 < 0.2 <3 10 < 0.05 12 < 1.5 <4 35
9,1 < 54 < 0.22 < 7.4 19 < 0.05 18 < 1.0 <8 79
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
< 35
< 58
-
0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,12 0,06 0,11 0,08 0,07 0,06 0,08
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,12 0,06 0,11 0,08 0,07 0,06 0,08
0,68
0,68
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017
0,005
< 0.012
1.7 AW(WO) 0,026
0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.2 AW(WO) 0,005
0 0 0 0 0 0 0 -
0
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES arseen (As) mg/kg ds 20 barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
mei ’21
T
I
Monster 6687182 Monster 6687183 Monster 6687184 MM4, 08: 0-50, 09: 0-50, 12: 0-50, 14: 0-50 MM5, 10: 0-40, 18: 0-50, 20: 30-50, 24: 0-50 MM6, 08: 50-80, 08: 100-150, 08: 150-200, 09: 50-100, 09: 100-150, 09: 150-200 Max. Bodemindex 0,464 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 4,5 1,5
10 25
85,1
85,1
@
0 0
3 1,2
10 25
0
87,6
87,6
0 0
0,5 1,1
10 25
@
0
86,3
86,3
@
0
0 0
48 555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
76 920 13 190 190 36 530 190 100 720
28 < 20 < 0.2 <3 9,2 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 48
46 < 54 < 0.22 < 7.4 18 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 110
2.3 AW(IND) 0,464 @ 0 0 0 0 0 0 0 0 0
4,4 < 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 22
7,5 < 54 < 0.23 < 7.4 <7 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 51
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
<4 < 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 4.9 < 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2595
5000
38
84
-
0
< 35
< 82
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 0,09 0,06 0,21 0,1 0,15 0,13 0,14 0,1 0,08
< 0.035 0,09 0,06 0,21 0,1 0,15 0,13 0,14 0,1 0,08
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,1 < 0.05 0,15 0,07 0,1 0,08 0,09 0,06 0,05
< 0.035 0,1 < 0.035 0,15 0,07 0,1 0,08 0,09 0,06 0,05
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
1,1
1,1
0
0,77
0,77
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,002 0,002 0,002
< 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 < 0.0016 0,0044 0,0044 0,0044
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023 < 0.0023
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,009
0,02
0
0,005
< 0.016
0
0,005
< 0.024
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES arseen (As) mg/kg ds barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ x AW(IND) x AW(WO) N.B.
mei ’21
T
I
Monster 6687185 MM7, 10: 100-150, 10: 150-200, 11: 60-100, 11: 100-150, 11: 150-200 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,8 1,7
10 25
83,1
83,1
@
0
0 0
20 190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
48 555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
76 920 13 190 190 36 530 190 100 720
<4 < 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 4 < 20
< 4.9 < 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 12 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
Mengmonster Boringen Diepte voormalige bovengrondse dieselolietank
Zintuiglijk
>AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1 1 voormalige werktuigenberging
0.0-0.2
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
0.1-0.5
-
lood, PAK’s (som 10), PCB’s (som 7)
-
-
Wonen*
4 t/m 7
overige deel van de locatie MM3
11+17+21+22
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM4
8+9+12+14
0.0-0.5
-
arseen
-
-
Industrie*
MM5
10+18+20+24
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
8+9
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM7
10+11
0.6-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
voormalige bovengrondse dieselolietank bovengrond (0.0-0.2 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. voormalige werktuigenberging bovengrond (0.1-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten in het bovengrondmengmonster MM2 hangen naar verwachting samen met de vm. activiteiten op dit deel van de locatie. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval.
Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties.
mei ’21
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Pleegsterdijk nr. 27 te Raalte
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van het gemeten gehalte aan PCB’s (som 7) in bovengrondmengmonster MM1 wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen.
Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen. Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel.
overige deel van de locatie bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonsters MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonsters MM4 bevat een verhoogd gehalte arseen (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Zoals uit voorgaand bodemonderzoek is gebleken bevat de grond plaatselijk arseen in van nature verhoogde gehalten. Plaatselijk is in voorgaand bodemonderzoek in de bovengrond een gehalte arseen boven de interventiewaarde gemeten. Bovengrondmengmonsters MM5 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM6 en MM7 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. mei ’21