CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek-gecomprimeerd

Raadsvergadering 17 oktober 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvergunning wandelbuis nabij station Heino: ontwerp verklaring van geen bedenkingen en ontwerp omgevingsvergunning (bespreekstuk)29.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BK Ingenieurs B.V.

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Zwolle - Enschede verbetermaatregelen (R-562500)

Opdrachtgever:

ProRail BV Postbus 2038 3500 GA Utrecht

Projectnummer:

224490

Project ProRail:

R-562500

Geocode en kilometrering:

Geocode 206: 1.4 en 2.53 (Zwolle) Geocode 206: 11.85 t/m 12.82 (Emplacement Heino e.o.) Geocode 206: 17.56 t/m 18.40 (Emplacement Raalte e.o.) Geocode 605: 33.15 t/m 34.15 (Wierden e.o.)

Versienummer:

2.0 - Definitief

Kenmerk

NIKN/224490/2.0/JEGI

Plaats, datum:

Nieuwegein, 12 april 2023

Ravenswade 54k (4de verdieping) 3439 LD Nieuwegein 088 321 25 30 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01 Bekijk onze certificaten hier

BK ingenieurs pagina 2 van 37

Inhoudsopgave

pagina

1 2

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 4 Vooronderzoek .............................................................................................................................................................................................. 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie............................................................................................ 5 2.2 Voorgaand bodemonderzoek ....................................................................................................................................................... 6 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit .............................................................................................................. 10 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................................... 10 2.5 Onderzoekshypotheses en -strategieën ................................................................................................................................

10 2.5.1 Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................................................. 10 2.5.2 Waterbodemonderzoek te dempen watergang ........................................................................................................... 11 2.5.3 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 11 2.5.4 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 12 3 Uitgevoerd onderzoek ..............................................................................................................................................................................13 3.1 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................................................................. 13 3.2 Uitgevoerd onderzoek...................................................................................................................................................................

13 3.2.1 Bodemonderzoek ....................................................................................................................................................................... 13 3.2.2 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 14 3.2.3 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 15 4 Resultaten onderzoek ...............................................................................................................................................................................17 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................... 17 4.2 Verhardingsopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................................................................................................... 18 4.3 Normering en toetsingsresultaten ...........................................................................................................................................

18 4.4 Interpretatie resultaten (water)bodemonderzoek ............................................................................................................. 32 4.5 Interpretatie resultaten asfaltonderzoek ............................................................................................................................... 34 4.6 Interpretatie resultaten funderingsonderzoek .................................................................................................................... 34 5 Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................................................................................35 5.1 Aanbevelingen .................................................................................................................................................................................. 36

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 3 van 37

Bijlagen 1

Tekeningen en foto’s 1.1 Overzichtstekening deellocaties 1.2 Overzichtstekening emplacementen Heino en Raalte 1.3 Overzichtstekening seinen en bovenportaalmasten 1.4 Locatiefoto’s 2 Boorprofielen 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapporten grond 3.2 Analyserapporten grondwater 3.3 Analyserapporten asfalt 3.4 Analyserapporten fundering 3.5 Analyserapporten asbest-in-puin 3.6 Disclaimer SGS EA met toelichting op voetnoten 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond BoToVa T1 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond BoToVa T12 4.3 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond PFAS (landelijke) 4.4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen waterbodem BoToVa T3, T5 en T11 4.5 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grondwater BoToVa T13 4.6 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen fundering/puin BoToVa T16 4.7 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen fundering/puin BoToVa T17 5 Toetsingskader PFAS 6 Verklarende woordenlijst 7 Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000 8 Notitie Invloed diffuse spoorgebonden processen op de bodemkwaliteit van spoorgronden

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 4 van 37

1

Inleiding

In opdracht van ProRail BV. heeft BK Ingenieurs B.V. in november en december 2022 een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd op het traject Zwolle - Enschede en ter plaatse van emplacementen Heino en Raalte. Aanleiding ProRail B.V. is bezig met de voorbereiding van het project Verbetermaatregelen Zwolle - Enschede (R-562500). Ten behoeve van dit project zullen diverse aanpassingen aan en rondom het spoor Geocode 206 en 605 gaan plaatsvinden. Ter plaatse van emplacement Raalte en Heino vindt een grote herontwikkeling van het stationsgebied plaatst. Hiertoe zullen significante grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden aan en rondom het spoor en het emplacement. Ten behoeve van de uitvoering dient de bodemkwaliteit in voldoende mate inzichtelijk te zijn en dient een verkennend bodemonderzoek conform/gebaseerd op NEN 5740 te worden uitgevoerd.

Doel onderzoek Het doel van het verkennend bodem- en verhardingsonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en eventueel de daaruit vrijkomende grond om: • de noodzaak tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek vast te stellen; • de te hanteren Arbomaatregelen en veiligheidsklasse bij grondwerkzaamheden te kunnen bepalen; • de (her)gebruiksmogelijkheden conform het Besluit Bodemkwaliteit te bepalen; • een inschatting te maken van de risico’s met betrekking tot geld, tijd en scope voor de uitvoeringsfase. Tevens dient voor de herontwikkelingen rondom de emplacementen Heino en Raalte een bestemmingswijziging ingediend te worden. Hiervoor wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Dit onderzoek is hier geschikt voor. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen en protocollen als weergegeven in tabel 1. tabel 1: normen en protocollen Type onderzoek

Norm/protocol

Uitvoering

Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend waterbodemonderzoek Asfaltonderzoek Funderingsonderzoek (samenstelling en uitloging) Verkennend asbest-in-puin(funderings)onderzoek

NEN 5725:2017 NEN 5740:2009+A1:2016 NEN 5720:2017 CROW-publicatie 2010:2015 Indicatief, geen AP04 NEN 5897+C2:2017

conform conform conform conform niet conform AP04 niet conform

Beperking van het bodem-, verhardings- en asbestonderzoek: Bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. De hergebruiksmogelijkheden van de grond en de fundering dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit. Hoewel het veldonderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is verricht, blijft asbestonderzoek van de bodem en fundering, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, een steekproef. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groter dan bij mobiele chemische verontreinigingen. Indeling van de rapportage Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitgevoerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 5 van 37

2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek (hypothese A volgens de NEN 5725) De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door informatie van de opdrachtgever (Railmaps) en de gemeente Raalte (via Omgevingsdienst IJsselland). Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van www.bodemloket.nl, Cyclomedia, www.topotijdreis.nl en topografische- en geohydrologische kaarten. Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.

2.1

Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie

De gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 2. Hierbij is reeds rekening gehouden met diverse deellocaties. De topografische ligging van de deellocatie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2 en 1.3. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. In bijlage 1.4 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. tabel 2: gegevens onderzoekslocatie Adres Oppervlakte

Seinen en bovenportaalmasten Afbakening geografisch gebied (onderzoekslocatie)

Traject Zwolle - Enschede verbetermaatregelen Emplacement Heino (totaal circa 13.400 m²) Deellocatie H1: Aanleg tunnel 400 m² Deellocatie H2: Verwijderen perron 700 m² Deellocatie H3a: Aanleg perron zuidzijde 600 m² Deellocatie H3b: Aanleg perron noordzijde 600 m² Deellocatie H4: Stationsgebied noordzijde 3.800 m² Deellocatie H5: Stationsgebied zuidzijde 5.600 m² Deellocatie H6: Te dempen watergang 1.700 m² Emplacement Raalte (totaal circa 24.870 m²) Deellocatie R1: Aanleg tunnel 1.120 m² Deellocatie R2: Verwijderen perron 600 m² Deellocatie R3a: Aanleg perron noordzijde 700 m² Deellocatie R3b: Aanleg perron zuidzijde 700 m² Deellocatie R4: Stationsgebied noordzijde 5.450 m² Deellocatie R5: Stationsgebied zuidzijde 16.300 m² In totaal 65 puntlocaties De afbakening van de onderzoekslocatie staat aangegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. Voor de onderzoeksdiepte is maximaal 1,5 m -mv aangehouden. Ter plaatse van de nieuw aan te leggen tunnels is als maximale onderzoeksdiepte 5,0 m -mv (Heino) of 8,0 m -mv (Raalte) aangehouden. Ter plaatse van de seinen en bovenportaalmasten is als maximale onderzoeksdiepte 1,0 m -mv aangehouden.

In tabel 3 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 3: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie

Alle deellocaties hebben al enkele jaren/decennia een spoorgerelateerde functie. Hoogstwaarschijnlijk waren zij daarvoor in gebruik als buitengebied. Voormalige bodembedreigende Spoorgerelateerde activiteiten (zie hiervoor bijlage 8, notitie invloed diffuse spoorgebonden activiteiten processen op de bodemkwaliteit van spoorgronden). Verwachting ten aanzien van In het verleden is mogelijk asbesthoudende coating toegepast op spoorpilaren/kasten asbest op/nabij de deellocaties. Dit is echter ten tijden van het schrijven van het bodemonderzoek onbekend. De bodem is, als deze niet puinhoudend is, niet asbestverdacht. Verwachting ten aanzien van Op de deellocaties kunnen in het verleden activiteiten plaatsgevonden hebben die mogelijk PFAS een PFAS-verontreiniging veroorzaakt kunnen hebben, zoals het gebruik van PFAS-houdend blusschuim. Er is echter geen directe verdenking op het voorkomen van PFAS. Doorgaans komen de hoogste gehalten PFAS in de bovengrond voor.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 6 van 37 Weg(en) aanwezig sinds Aanleg- en onderhoudsinformatie weg(en)

Stationsweg te Heino: reeds sinds 1900 Ceintuurbaan te Raalte: sinds jaren ‘60 Geen informatie beschikbaar

Huidig Terreinverkenning

De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 9 november 2022 uitgevoerd. De situatie komt overeen met wat op basis van het vooronderzoek werd verwacht. Verder zijn er bij de terreinverkenning geen bijzonderheden geconstateerd die duiden op een bodemverontreiniging en hebben geleid tot een wijziging van de onderzoeksopzet. Alle locaties zijn gelegen op/nabij sporen en hebben een spoorgerelateerde functie (bijvoorbeeld een emplacement, spoorpad of overweg). De deellocaties zijn grotendeels onbebouwd. Op enkele deellocaties zijn perrons en enkele gebouwen aanwezig. Het maaiveld is grotendeels onverhard naast het spoor of in de groenstroken. Ter plaatse van de emplacementen en de perrons is het maaiveld verhard met tegels, klinkers, kasseien of asfalt.

Gebruik locatie Bebouwing Terreinverharding

Bodembedreigende activiteiten Asbest aanwezig

Geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig (zie tabel 4)

De met asfalt verharde wegen zijn vooraf geïnspecteerd op veiligheidsaspecten, de aanwezigheid van bijzondere weggedeelten en eventueel overige visueel waarneembare zaken. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 2.5 Voor zover bekend worden momenteel, naast het gebuikt als spoor, geen bodembedreigende activiteiten op de locaties uitgevoerd. Het is onbekend of asbest aanwezig is op de deellocaties. Mogelijk is asbesthoudende coating toegepast op spoorpalen. In het verleden is aangetoond dat dit niet leidt tot een verontreiniging met asbest in de bodem. Ja, ter plaatse van emplacement Raalte (zuidzijde) is een bekend geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig met PAK in de bovengrond (00086.WG1; Wbb-geval 1). Deze is deels gesaneerd en er is nazorg van toepassing. Er was eveneens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest (Wbb-geval 2). Deze is volledig gesaneerd. Ter plaatse van de voormalige busremise in Raalte is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten op de locatie. Deze bevindt zich op 3,0 m -mv binnen deellocatie R5 en is volledig horizontaal afgeperkt tot onder de achtergrond-/streefwaarde. Er wordt geen invloed van de bodemverontreiniging op de voorgenomen werkzaamheden verwacht.

Toekomstig Gebruik locatie Bodembedreigende activiteiten

2.2

De locaties zullen in de toekomst nog steeds een spoorgerelateerde functie hebben. Buiten de spoorgebonden processen wordt het niet verwacht dat de nieuwe functies van de deellocaties bodembedreigend zullen zijn.

Voorgaand bodemonderzoek

Op de locatie en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd. De gegevens zijn opgenomen in tabel 4. tabel 4: bodemonderzoek onderzoekslocatie Adres

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

Bodemonderzoek op of nabij emplacement Raalte NS-emplacement Raalte

Oriënterend en verkennend bodemonderzoek, 3538427, 24 november 1998, TAUW

NS-emplacement Raalt noordzijde

Bodemonderzoek, 3953238, 6 september 2001, TAUW

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter plaatse van emplacement Raalte. In het onderzoek zijn in de grond over het algemeen geen tot licht verhoogde gehalten aangetoond. op twee plekken zijn in de grond sterk verhoogde gehalten aangetoond met metalen en/of PAK. Deze bevinden zich echter buiten de onderzoekslocatie, ter hoogte van kilometer 17.8. In het grondwater worden maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond vanuit het standaardpakket. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ten noorden van emplacement Raalte ter plaatse van deellocaties R1 (noordelijk) en R4. In de grond worden maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater worden maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond. Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 7 van 37 Adres

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

NS-emplacement Raalte

Nader bodemonderzoek, 161707, oktober 2006, Oranjewoud

Het onderzoek heeft zich gericht op de aangetoonde verontreinigingen met PAK nabij de voormalige kolenloods binnen deellocatie R1 (zuidelijk) en R5. Doel is om de verontreiniging met PAK (Wbb-geval 1) verder in kaart te brengen. In de grond wordt PAK licht tot sterk verhoogd aangetoond. Overige parameters uit het standaardpakket worden maximaal licht verhoogd aangetoond. De verontreiniging met PAK bevindt zich voornamelijk in de bovengrond (lokaal dieper) en is te relateren aan de aanwezigheid van kolengruis. De omvang van de verontreiniging is bepaald op 7.000 m² met een volume van circa 2.100 á 3.500 m³.

Toekomstige fietsenstalling NS-emplacement Raalte

Toekomstige parkeerplaats NS-emplacement Raalte

Toekomstige rijwielstalling NS-emplacement Raalte NS-emplacement Raalte

Emplacement Raalte, vml. Locatie Stoppelkaters

Verkennend bodemonderzoek, 9047-169912-4, 10 april 2007, Oranjewoud Verkennend bodemonderzoek, 186411, 30 juni 2008, Oranjewoud Verkennend bodemonderzoek, 189277, oktober 2009, Oranjewoud Evaluatieverslag bodemsanering, 17565, 21 maart 2014, Grondslag

Eindsituatiebodemonderzoek, 205119, 4 februari 2021, Aveco de Bondt

Ten zuiden van de voormalige kolenloods is een verontreiniging met asbest in de bovengrond aangetoond (Wbb-geval 2). Dit heeft een omvang van circa 250 á 300 m² met een volume van circa 150 m³. Deze is gesaneerd. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de fietsenstallingen binnen deellocatie R5. In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten zink en PAK aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan arseen aangetoond. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de parkeerplaats direct gelegen aan de Ceintuurbaan binnen deellocatie R5. In de boven- en ondergrond worden maximaal licht verhoogde gehalten gemeten vanuit het standaardpakket aangevuld met chroom, arseen en OCB. In het grondwater is maximaal een licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de meest oostelijke fietsenstalling van emplacement Raalte binnen deellocatie R5. In de bovengrond wordt enkel een licht verhoogde gehalte PCB gemeten. De ondergrond is niet verontreinigd. De bodemsanering heeft plaatsgevonden ter plaatse van de verontreiniging met PAK (Wbb-geval 1) en asbest (Wbb-geval 2). De verontreiniging met asbest is volledig ontgraven en er zijn geen gehalten asbest boven de detectielimiet meer aanwezig. De verontreiniging met PAK is grotendeels ontgraven en deels afgedekt met een leeflaag of duurzame afdeklaag.

Er zijn restverontreinigingen achtergebleven op het terrein (rood gearceerd, zie onderstaand). Deze bevinden zich ter plaatse van de voormalige kolenloods, ten oosten van de loods onder en rondom de voormalige busremise en bij de bosschage in het zuiden. Meer zuidelijk is in de huidige groenstrook een gedempte sloot aangetoond. In de wandmonsters (0,0 0,5 m -mv) is een restverontreiniging boven de interventiewaarde achtergebleven. Onder het talud ten noorden van de putwand is vanaf 0,5 m -mv ook een restverontreiniging boven de interventiewaarde aangetoond. Er is nazorg van toepassing en er gelden gebruiksbeperkingen (beschikking 2014/0169070, van 24-09-2014).

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van deellocatie R1 en R5 en omvat de voormalige kolenloods op de locatie. In de grond worden licht tot matig verhoogde gehalten PAK en licht verhoogde gehalten minerale olie aangetoond. De mengmonsters zijn niet uitgesplitst. De aangetoonde gehalten zijn niet veroorzaakt door de voormalige bedrijfsactiviteiten op de locatie en komen overeen met het nulsituatie onderzoek. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, xylenen en naftaleen aangetoond. Naast de reeds bekende bodemverontreiniging met PAK (Wbb-geval 1) is geen nieuwe verontreiniging aangetoond.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 8 van 37 Adres

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

Stationsstraat 1 Raalte, Syntus Busremise Raalte

Eindsituatiebodemonderzoek, 234698, januari 2011, Oranjewoud

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van deellocatie R5 en betreft de voormalige busremise van Syntus. De locatie was destijds in gebruik door Connexxion. In de grond zijn geen verhoogde gehalten minerale olie of vluchtige aromaten waargenomen behalve ter plaatse van PB05. In het grondwater wordt alhier een sterk verhoogde concentratie minerale olie aangetoond en licht verhoogde concentraties xylenen en naftaleen. In de grond rond de grondwaterstand is minerale olie maximaal licht verhoogd aangetoond. De aangetoonde verontreiniging is horizontaal volledig afgeperkt in zowel de grond als het grondwater en beperkt zich enkel rond peilbuis PB05 (zie onderstaand). Er is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging (zorgplicht). De verontreiniging bevindt zich beneden de maximale onderzoeksdiepte van deellocatie R5. Het grondwater ter plaatse bevindt zich eveneens dieper dan de verwachte werkdiepte van maximaal 1,5 m -mv.

Stationsstraat 1 Raalte, Syntus Busremise Raalte

Eindsituatiebodemonderzoek, 21011201A, 5 maart 2021, PJ Milieu

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van deellocatie R5 en betreft de voormalige busremise van Syntus. In de grond worden over het algemeen licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. In de ondergrond en het grondwater wordt ter plaatse van boring 102 vanaf 3,0 m -mv een verontreiniging met minerale olie aangetoond (zie tekening volgende pagina). Dit komt overeen met het voorgaande eindsituatiebodemonderzoek uit 2011 van Oranjewoud. Hierbij is geconcludeerd dat er sprake is van zorgplicht. De verontreiniging bevindt zich beneden de maximale onderzoeksdiepte van deellocatie R5. In peilbuis A is een sterk verhoogde concentratie nikkel aangetoond. De herkomst van het nikkel is onbekend maar is mogelijk van natuurlijke oorsprong.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 9 van 37 Adres

Onderzoek

Bijzonderheden/conclusie

Stationsstraat 1 Raalte, Syntus Busremise Raalte

Aanvullend bodemonderzoek, 21011203A, 10 oktober 2022, PJ Milieu

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van deellocatie R5 en ter plaatse van de voormalige busremise van Syntus. Het pand is gesloopt en er heeft grondwerk plaatsgevonden waardoor de gehele locatie verdacht is. In de bovengrond wordt PAK licht verhoogd aangetoond en houdt verband met de reeds bekende verontreiniging met PAK in de omgeving (Wbb-geval 1). Overige parameters worden niet verhoogd aangetoond.

Bodemonderzoek op of nabij Emplacement Heino NS-emplacement Heino

Oriënterend onderzoek, R3649393D02, 15 december 1998, Tauw

Onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van het NS-emplacement in Heino. In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen en/of PAK aangetoond. In het grondwater wordt lokaal een matig verhoogde concentratie zink aangetoond.

Balans Zwolle - Enschede

Balansonderzoek, 8068-150733D3258, juli-september 2005, Oranjewoud

Het onderzoek heeft plaatsgevonden achter het gebouw aan de stationsweg 36 te Heino ten noorden van deellocaties H2 en H3B. In de grond is een licht verhoogde gehalte aan EOX gemeten. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten.

NS-emplacement Heino

Nader onderzoek, 9047-170530, 13 juni 2007, Oranjewoud

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van spoorlijn Zwolle – Enschede. Het betreft een nader onderzoek gericht op locaties buiten de huidige onderzoekslocatie. Wel is één peilbuis geplaatst ter plaatse emplacement Heino in verband met een matig verhoogde concentratie zink in het grondwater uit voorgaand onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat zink niet meer verhoogd aanwezig is.

Uitbreiding rijwielstalling NS-emplacement Heino

Verkennend bodemonderzoek, 197106-53, oktober 2009, Oranjewoud

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de fietsenstalling ten noorden van het emplacement. In de grond zijn over het algemeen geen verhoogde gehalten aangetoond. lokaal wordt lood matig verhoogd aangetoond met licht verhoogde gehalten kwik, zink en PAK. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, lood, zink en een matig verhoogde concentratie koper aangetoond.

Rijwielstalling NSemplacement Heino

Milieukundig bodemonderzoek, RM001000-Hno, 13 september 2013, Movares

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de parkeerplaats ten noorden van het emplacement. In de bovengrond worden licht verhoogde gehalten PAK aangetoond. In de ondergrond worden licht verhoogde gehalten aan PCB aangetoond. Het grondwater is aangetoond op 2,7 m -mv en bevat licht verhoogde concentraties barium. Er is visueel geen asbest aangetoond.

NS-emplacement Heino

Verkennend bodemonderzoek, 201657_R_AWS_013 6, 14 september 2020, Aveco de Bondt

Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van emplacement Heino in deellocatie H4. In de bovengrond worden matig verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. In de ondergrond worden maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. PFAS wordt niet verhoogd aangetoond.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 10 van 37

2.3

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit

Op de regionale Bodemkwaliteitskaart (kenmerk R002-1272549ODR-V04-mwl-NL, van 15 april 2020) opgesteld door Tauw is emplacement Heino gelegen in zone 'Raalte - Landbouw en natuur'. De gemiddelde bodemkwaliteit van deze zone wordt geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ (‘Achtergrondwaarde’). Op basis van de P80 kunnen in de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde worden verwacht. Voor de ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) geldt dat er op basis van de P80 overschrijdingen van de achtergrondwaarde voor kwik kunnen worden verwacht. Emplacement Raalte is gelegen in zone ‘Raalte - Wonen en bedrijven-terreinen’. De gemiddelde bodemkwaliteit van deze zone wordt geclassificeerd als bodem-kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde)’. Op basis van de P90 kunnen in de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) overschrijdingen van de achtergrondwaarde worden verwacht voor arseen, kwik, lood, PAK en PCB. Voor de ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) geldt dat er op basis van de P90 overschrijdingen van de achtergrondwaarde voor lood en PAK kunnen worden verwacht. De spoorzone is uitgesloten van de Bodemkwaliteitskaart. PFAS De lokale achtergrondwaarde voor PFAS is in 2020 vastgelegd voor de regio IJsselland. Hierbij is vastgelegd dat in de bovengrond zowel PFOS en PFOA in gehalten van 0,7 µg/kg ds. aanwezig kunnen zijn.

In de ondergrond kan PFOS in gehalten van 0,5 µg/kg ds. aanwezig zijn en PFOA in gehalten van 0,1 µg/kg ds.

2.4

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruikgemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland opgesteld door de Dienst Grondwaterverkenning TNO) en het Hydrogeologisch Model REGIS II van TNONITG. In tabel 5 zijn de regionale gegevens (tot circa 15,0 m -mv) samengevat. tabel 5: regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket) Diepte (m -mv)

Geohydrologische eenheid

Lithologie

Heino: 0 - 6,25 Raalte: 0 - 1,5 Heino: 6,25 - 15,0 Raalte: 1,5 - 15,0

Formatie van Boxtel

Zandige Eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige Eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

Formatie van Kreftenheye

De grondwaterstroming van het ondiepe freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals de ligging van sloten, drainage, bemalingen, onttrekkingen, dempingen, en dergelijke.

2.5

Onderzoekshypotheses en -strategieën

2.5.1

Verkennend bodemonderzoek

Op basis van de gegevens van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gehanteerd: ’de bovengrond is verdacht voor met name de parameter(s) zware metalen, PAK en minerale olie als gevolg van de spoorgebonden processen en historisch gebruik’. ‘het grondwater is verdacht op parameters vanuit het standaardpakket en arseen, als gevolg van het historisch gebruik en locatiespecifieke omstandigheden (arseen in het grondwater)’. Voor de locatie is gekozen voor de strategie verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). De onderzoeksstrategie is uitgebreid met het dieper doorzetten van de boringen en extra analyses van de ondergrond vanwege de geplande ontgravingsdiepte.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 11 van 37

In verband met de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK (Wbb-geval 1) worden de bovengrondmonsters aanvullend separaat geanalyseerd op PAK. Dit geldt enkel voor de bovengrondmonsters (tot 0,5 m -mv) binnen de contour van de verontreiniging of net buiten de contour. Voor het onderzoek ter plaatse van de portalen en seinen wordt een strategie op maat gebruikt. Hierbij wordt per portaal of sein, buiten de emplacementen Heino en Raalte, één boring geplaatst tot 1,0 m -mv. In december 2021 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van kracht geworden. Hierin is aangegeven dat als er sprake is van grondafvoer, acceptatie of toepassen van grond, onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS noodzakelijk kan zijn. In dit onderzoek is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS uitgevoerd Asbest Op basis van het vooronderzoek is de hypothese ‘locatie onverdacht’ op het voorkomen van een asbestverontreiniging in de bodem. Er wordt enkel opgeschaald naar een asbest-in-grondonderzoek (graven proefgat(en) en kwantitatieve analyse(s) op asbest) indien tijdens de veldwerkzaamheden hiertoe aanleiding is (aantreffen verdachte bijmengingen/puinlagen en/of asbestverdacht materiaal e.d.). 2.5.2

Waterbodemonderzoek te dempen watergang

Het onderzoeksprogramma voldoet aan de Nederlandse Norm “Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek” NEN 5720:2017. Op basis van de aanleiding, het doel en het historisch vooronderzoek is voor de locatie gekozen voor de strategie “Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN).” Tevens wordt de onderliggende waterbodem onderzocht en het slib geanalyseerd op de aanwezighied van PFAS. Tijdens het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen waardoor de aanwezigheid van een verontreiniging op de locatie wordt verwacht. De hypothese is daarom 'onverdacht'. Asbest Verkennend en/of nader onderzoek naar asbest in de waterbodem is alleen noodzakelijk bij verdachte locaties en heeft betrekking op het verdachte deel van de locatie. Op basis van het vooronderzoek kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie onverdacht is op het voorkomen van asbest. Er bestaat geen aanleiding om asbest in de waterbodem te verwachten. 2.5.3

Asfaltonderzoek

Om tot acceptatie van teervrij asfalt te komen dienen de stappen in de in de inleiding genoemde CROW-publicatie 210 te worden doorlopen. Het asfaltonderzoek betreft stap 1 t/m 4 uit de richtlijn. Op basis van de gegevens van het vooronderzoek worden de volgende onderzoeksvakken gedefinieerd: rijbanen; drempels/kruispunten; vrijliggende fietspaden; niet-vrijliggende fietspaden. Het is onbekend wanneer het asfalt is aangebracht. Vermoedelijk is het asfalt aangelegd voor 1995 en wel verdacht op teerhoudendheid. Op basis van de oppervlakte en de bovengenoemde onderzoeksvakken is het aantal noodzakelijk te verrichten boringen bepaald. De geboorde asfaltkernen worden in het laboratorium beoordeeld met de PAK-detector, waarbij ook een laagbeschrijving wordt gemaakt. Op basis van deze resultaten en de tonnage van het asfalt worden kwantitatieve GCMS-analyses uitgevoerd conform de CROW 210.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 12 van 37

2.5.4

Funderingsonderzoek

Samenstelling en uitloging Het funderingsmateriaal wordt indicatief onderzocht als niet-vormgegeven bouwstof. Dit betreft een inventariserend onderzoek en geen partijkeuring volgens de BRL1000 protocol 1002. Er is geen norm/protocol voor de uitvoering van een indicatief onderzoek. De monsterneming is daarom afgestemd op het protocol voor asfalt (CROW 210). Wegens het ontbreken van voorinformatie is geen indeling te maken in weggedeelten met overeenkomstig funderingsmateriaal. Uitgangspunt is dat binnen de gehele onderzoekslocatie gelijksoortig funderingsmateriaal aanwezig is. Asbest De onderzoeksstrategie is ‘afgedekte funderingslaag, kleinschalige locatie’. Er zijn echter geen boringen met een minimale diameter van 350 mm geboord en is alleen het funderingsmateriaal uit de asfaltboringen ten behoeve van het asfaltonderzoek (diameter 120 mm) visueel beoordeeld en bemonsterd. Deze werkwijze voldoet niet aan de norm NEN 5897 en de resultaten zijn daardoor indicatief.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 13 van 37

3

Uitgevoerd onderzoek

3.1

Kwaliteitsborging

De werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met het Besluit bodemkwaliteit. BK Ingenieurs B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk op basis van de beoordelingsrichtlijn (BRL) SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ en onderliggende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. BK Ingenieurs B.V. is hiervoor in het bezit van het procescertificaat VB-075. De veldwerkzaamheden zijn aangenomen door vestiging Nieuwegein en uitgevoerd in de periode van 22 november tot en met 23 december 2022 door personeel van vestiging Velserbroek/Berkel-Enschot (Tilburg) die voor de betreffende protocollen bij RWS Leefomgeving/Bodem+ geregistreerd staan onder de erkenning van BK Ingenieurs B.V. De veldwerkzaamheden op 20 december 2022 zijn gedeeltelijk uitbesteed aan Bodem Expert B.V. Dit betreft het mechanisch veldwerk ter plaatse van emplacement Raalte. Bodem Expert B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk volgend de beoordelingsrichtlijn en is hiervoor in het bezit van het procescertificaat K97733/03 (SIKB 2000 - 2001) en K97734/02 (SIKB 2100 - 2101). In bijlage 7 staan de namen van alle bij het project betrokken veldwerkers en/of boormeesters vermeld, inclusief het protocol en de verklaring dat zij hun veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever hebben uitgevoerd.

De werkzaamheden waarop deze rapportage betrekking heeft, zijn conform de BRL SIKB 2000 en BRL SIKB 2100 getoetst op partijdigheid. Er is geen sprake van persoonlijk of zakelijk recht op de bodem, grond of bagger op de veldwerklocatie bij de uitvoerder van het veldwerk van voorliggend milieuhygiënisch bodemonderzoek.

3.2

Uitgevoerd onderzoek

In deze paragraaf staan de uitgevoerde werkzaamheden beschreven. De verschillende onderzoeken zijn waar mogelijk gecombineerd uitgevoerd. 3.2.1

Bodemonderzoek

Het bodemonderzoek heeft zich gericht op de emplacementen Heino en Raalte e.o. en ter plaatse van nieuw te plaatsen seinen en bovenportaalmasten. De boringen zijn, voor zover mogelijk, gelijkmatig over de deellocaties verdeeld. In verband met de aanwezigheid van een restverontreiniging met PAK ter plaatse van emplacement Raalte zijn aanvullende boringen geplaatst binnen de contour van de restverontreiniging. Binnen de contour is hiervoor de boven- en ondergrond tot 1,0 m -mv dubbel bemonsterd. Per sein of bovenportaalmast is één boring geplaatst tot 1,0 m -mv. Ter plaatse van de aan te leggen tunnels is doorgeboord tot 5,0 en maximaal 8,0 m -mv. Op basis van ligging, diepte en bodemopbouw zijn (meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. Voor de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten wordt verwezen naar tabel 10 (resultaten). De samenstelling van het NEN 5740 grondpakket is beschreven in bijlage 6. In diverse grond(meng)monsters is een overschrijding van de tussen- en/of interventiewaarde aangetoond. Daar waar het een mengmonster betreft, is deze uitgesplitst op de verdachte parameters. Deze zijn in tabel 10 weergegeven als grijze regels. Van mengmonsters SP-MMBG8A was voor de uitsplitsing onvoldoende materiaal beschikbaar voor een analyse op koper. Dit mengmonster is derhalve niet uitgesplitst.

Zeefkrommen Ter plaatse van de twee aan te leggen tunnels zijn van de verschillende bodemlagen vier SCG zeefkrommen bepaald.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 14 van 37

Grondwater Voor de gegevens over de grondwatermonsters en de analysepakketten wordt verwezen naar tabel 13 (resultaten). De samenstelling van het NEN 5740 grondwaterpakket is beschreven in bijlage 6. Waterbodem Per monstervak zijn de deelmonsters in het erkende laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam tot mengmonsters samengesteld en geanalyseerd. De mengmonsters zijn samengesteld op basis van geografische ligging, laagdiepten, visuele waarnemingen en slibdiktes. In totaal zijn twee mengmonsters geanalyseerd. Deze mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaard pakket A Waterbodem. De mengmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op PFAS (30 verbindingen) conform de advieslijst van Bodem+ (versie 12 juli 2019). 3.2.2

Asfaltonderzoek

In totaal zijn op de twee deellocaties vijftien asfaltkernen geboord verdeeld over zeven vakken (tabel 6). Van elke asfaltkern is de constructieopbouw bepaald en door middel van het PAK-detectieonderzoek indicatief de teerhoudendheid bepaald. De gaten zijn afgedicht met koud asfalt. Omdat de PAK-detector in de kernen H4.016 en H4.017 als resultaat ‘teerverdacht’ aangeeft (gehalte groter dan 250 mg/kg) en de resterende dikte <20 mm betreft, is geconcludeerd dat het asfalt op dit weggedeelte teerhoudend is en zijn geen aanvullende analyses op PAK (GCMS) uitgevoerd. Omdat de PAK-detector voor de onderlaag (onderste 1 mm) in kern H5.021 als resultaat ‘teerverdacht’ aangeeft (gehalte groter dan 250 mg/kg) wordt geconcludeerd dat in deze laag het asfalt teerhoudend is. De bovenliggende lagen zijn als niet-teerverdacht beoordeeld. Hierop zijn aanvullende GCMS-analyses uitgevoerd. Omdat de PAK-detector voor de toplaag (bovenste 2 mm) in kern R5.019 als resultaat ‘teerverdacht’ aangeeft (gehalte groter dan 250 mg/kg) wordt geconcludeerd dat in deze laag het asfalt teerhoudend is. De onderliggende lagen zijn als niet-teerverdacht beoordeeld. Hierop zijn aanvullende GCMS-analyses uitgevoerd. Omdat in de overige kernen de PAK-detector als resultaat ‘niet-teerverdacht’ aangeeft, zijn op basis van de tonnage asfalt aanvullende GCMS-analyses uitgevoerd.

Hierbij is rekening gehouden met het oppervlak, gemiddelde laagdikte en soortelijk gewicht van het asfalt (2,5 ton/m³) Het onderzoeksprogramma voor het asfalt is samengevat in tabel 6. tabel 6: uitgevoerd onderzoek asfalt Onderzoeksvak

Oppervlakte (m2)

Gemiddelde laagdikte (m)

Tonnage asfalt (ton)

Constructieopbouw en PAK-detector

GCMS

Heino noordzijde (totaal 841 m²)

591

0,043

63,53 (teerhoudend)

2

-

250

0,162

1

1

Heino zuidzijde

189

0,138

101,25 59,06

2

1

Raalte drempel Raalte Ceintuurbaan Raalte fietspad noord Raalte fietspad zuid

200 750 226 226

0,124 0,132 0,130 0,143

2 3 2 2

1 2 1 1

Raalte fietspad los

100

0,098

1

1

6,14 (teerhoudend) 61,75 247,5 73,45 80,795 5,5 (teerhoudend) 19

Voor de samenstelling van de (meng)monsters voor GCMS-analyse verwijzen wij naar tabel 15. Conform de CROW 210 zijn mengmonsters samengesteld uit maximaal drie verschillende kernen, maximaal drie lagen per kern waarbij het maximale traject van het totaal van deze drie lagen 20 cm bedraagt. Onder en boven de teerverdachte lagen is voor het samenstellen van de monsters een ‘veilige marge’ van 2 cm in acht genomen.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 15 van 37

3.2.3

Funderingsonderzoek

De funderingsboringen zijn gecombineerd uitgevoerd met de asfaltboringen. De aanwezige funderingslagen zijn bemonsterd. tevens is een mengmonstrer samengesteld van het porfierhoudende materiaal van het schouwpad op deellocatie 3a. In tabel 7 is het onderzoeksprogramma van het funderingsonderzoek samengevat. Samenstelling en uitloging Het puin is onderzocht op samenstelling en uitloging. De samenstelling van de pakketten voor samenstelling en uitloging is beschreven in bijlage 6. Asbest De zone onder de asfaltverharding is onderzocht door proefgaten met diameter van 120 mm te graven tot de onderzijde van de fundering. Het uitkomende materiaal is gezeefd over 20 mm. De fractie >20 mm is visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Van de fijne fractie van het uitkomende puinachtige materiaal zijn in totaal drie mengmonsters samengesteld van gelijksoortig materiaal. De monsters zijn geanalyseerd op asbest-in-puin conform NEN 5898. tabel 7: uitgevoerd onderzoek fundering Deellocatie

Oppervlakte (m²)

Gaten

Analyse samenstelling en uitloging

Analyse asbest-in-puin

Heino

439

2 x ø 12 cm

1

1

Raalte

1.502

8 x ø 12 cm

2

2

Porfierpad langs spoor deellocatie 3a te Raalte

-

2 boringen

1

-

Het complete onderzoeksprogramma is samengevat in tabel 8. tabel 8: uitgevoerd onderzoek Deellocatie

Aantal boringen/peilbuizen

Analyses

Deellocatie H1: Tunnel

4 x boring tot 5,0 m -mv 1 x peilbuis tot 4,0 m -mv ①

Deellocatie H2: Verwijderen perron

6 x boring tot 1,5 m -mv 1 x peilbuis tot 5,0 m -mv ①

Deellocatie H3A: Aanleg perron zuidzijde

4 x boring tot 0,5 m -mv 2 x boring tot 1,5 m -mv 1 x peilbuis tot 4,5 m -mv ① 1 x boring tot 0,5 m -mv 5 x boring tot 1,5 m -mv 1 x peilbuis tot 4,0 m -mv ① 3 x boring tot 1,0 m -mv 14 x boring tot 1,5 m -mv 1 x peilbuis tot 4,5 m -mv ①

5 x standaardpakket grond 2 x PFAS in grond 2 x SCG-zeefkromme 1 x standaardpakket grondwater + arseen 3 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen 3 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen 3 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen 7 x standaardpakket grond 2 x PFAS in grond 6 x PAK 1 x standaardpakket grondwater + arseen 10 x standaardpakket grond 2 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen

Emplacement Heino e.o.

Deellocatie H3B: Aanleg perron noordzijde Deellocatie H4: Stationsgebied noordzijde

Deellocatie H5: Stationsgebied zuidzijde

Deellocatie H6: Te dempen watergang Asfalt deellocaties H4 en H5: Stationsweg

2 x boring tot 1,0 m -mv 14 x boring tot 1,5 m -mv 4 x boring tot 3,0 m -mv 1 x peilbuis tot 2,5 m -mv ① 10 x slibsteek tot 0,5 m -vaste waterbodem 5 x asfaltkern tot onderzijde fundering

2 x Standaardpakket A 2 x PFAS 5 x PAK-marker en constructieopbouw 2 x GCMS 1 x samenstelling en uitloging 1 x asbest-in-puin

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 16 van 37 Deellocatie

Aantal boringen/peilbuizen

Analyses

Deellocatie R1: Tunnel

5 x boring tot 2,0 m -mv 2 x boring tot 6,0 m -mv 2 x boring tot 8,0 m -mv 1 x peilbuis tot 3,0 m -mv ① 1 x peilbuis tot 4,0 m -mv

Deellocatie R2: Verwijderen perron

1 x boring tot 1,0 m -mv 6 x boring tot 1,5 m -mv 1 x boring tot 4,0 m -mv 1 x peilbuis tot 5,5 m -mv ① 5 x boring tot 0,5 m -mv 1 x boring tot 1,5 m -mv 1 x boring tot 4,0 m -mv 3 x boring tot 0,5 m -mv 3 x boring tot 1,5 m-mv 1 x peilbuis tot 5,25 m -mv ① 18 x boring tot 1,5 m-mv 1 x peilbuis tot 3,0 m -mv ①

13 x standaardpakket grond 2 x PFAS in grond 2 x SCG-zeefkromme 4 x PAK 4 x minerale olie (C10-C40) 2 x standaardpakket grondwater + arseen 4 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater

Emplacement Raalte e.o.

Deellocatie R3A: Aanleg perron noordzijde Deellocatie R3B: Aanleg perron zuidzijde Deellocatie R4: Stationsgebied noordzijde Deellocatie R5: Stationsgebied zuidzijde

7 x boring tot 1,0 m-mv 31 x boring tot 1,5 m-mv 1 x peilbuis tot 4,25 m -mv ① 1 x peilbuis tot 4,8 m -mv ① 1 x peilbuis tot 5,0 m -mv ①

Asfalt deellocatie R5: Ceintuurbaan en fietspaden

10 x asfaltkern tot onderzijde fundering

Aanvullend onderzoek PAK

n.v.t.

3 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x samenstelling en uitloging (schouwpad) 4 x standaardpakket grond 1 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen 8 x standaardpakket grond 2 x PFAS in grond 1 x standaardpakket grondwater + arseen 17 x standaardpakket grond 4 x PFAS in grond 2 x PAK 4 x Nikkel 1 x standaardpakket grondwater + arseen 2 x standaardpakket grondwater 10 x PAK-marker en constructieopbouw 6 x GCMS 2 x samenstelling en uitloging 2 x asbest-in-puin 22 x PAK

Seinen en bovenportaalmasten Traject Zwolle - Wierden

62 x boring tot 1,0 m -mv

43 x standaardpakket grond 19 x PFAS in grond

Totaal

13 x boring tot 0,5 m -mv 75 x boring tot 1,0 m -mv 100 x boring tot 1,5 m -mv 5 x boring tot 2,0 m -mv 4 x boring tot 3,0 m -mv 2 x boring tot 4,0 m -mv 4 x boring tot 5,0 m -mv 2 x boring tot 6,0 m -mv 2 x boring tot 8,0 m -mv 1 x peilbuis tot 2,5 m -mv 2 x peilbuis tot 3,0 m -mv 3 x peilbuis tot 4,0 m -mv 3 x peilbuis tot 4,5 m -mv 3 x peilbuis tot 5,0 m -mv 2 x peilbuis tot 5,5 m -mv 15 x asfaltkern tot onderzijde fundering

113 x standaardpakket grond 41 x PFAS 4 x samenstelling en uitloging 3 x asbest in puin 4 x SCG-zeefkromme 34 x PAK 4 x Nikkel 4 x Minerale olie (C10-C40) 11 x standaardpakket grondwater + arseen 3 x standaardpakket grondwater Asfalt: 15 x PAK-marker en constructieopbouw 8 x GCMS

m -mv ①

meters beneden maaiveld de bovenzijde van het filter staat 0,5 m onder grondwaterstand

De locaties van alle verrichte boringen en geplaatste peilbuizen zijn aangegeven op de overzichtstekening in bijlage 1.2. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. De analyses zijn uitgevoerd door de laboratoria van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam die geregistreerd staan in het RvA-register. De voorbehandeling voor de grond- en grondwatermonsters is conform AS3000 uitgevoerd. De analyses op asfalt- en puinmonsters zijn niet conform AS3000 uitgevoerd. Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 17 van 37

4

Resultaten onderzoek

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

In bijlage 2 is de bodemopbouw van de onderzoekslocatie per boring weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. De boorprofielen zijn beschreven conform NEN 5104:1989+C1:1990. De zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn beschreven overeenkomstig NEN 5706:2003. Uit de boorprofielen blijkt dat de bodem tot minimaal de geboorde diepte hoofdzakelijk uit zand bestaat. Zowel in Heino als in Raalte bevindt zich onder het zand lokaal een leemlaag van circa 0,5 tot 1,0 meter dik. Ter plaatse van boring R1.006 en R4.005 bestaat de bovengrond tot 0,3/0,5 m -mv uit klei. In de bodem ter plaatse van emplacementen Heino en Raalte zijn antropogene bijmengingen met voornamelijk baksteen aangetroffen in de opgeboorde grond. In boring R2.005 zijn sporen kolengruis aangetoond. Ter plaatse van boring R5.015 is een puinlaag aanwezig, bestaande uit volledig metselpuin. Ter plaatse van de nieuw te plaatsen seinen en bovenportaalmasten nabij Wierden worden in meer of mindere mate kooldeeltjes aangetoond in combinatie met baksteen of ballast. Een overzicht van de antropogene bijmengingen is weergegeven in tabel 9. tabel 9: overzicht antropogene bijmengingen in de bodem Boring

Traject (m -mv)

Waarneming

Emplacement Heino e.o. H4.004 H4.009 H4.011 H4.012 H4.015

0,45 - 0,55 0,5 - 1,0 0,0 - 0,4 0,45 - 0,5 0,0 - 0,5 0,5 - 1,0

sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen

Emplacement Raalte e.o. R2.005 R4.001 R5.004 R5.007 R5.008 R5.010 R5.011 R5.015 R5.017 R5.021 R5.029 R5.038 R5.039 R5.039

0,5 - 1,5 0,0 - 0,5 0,08 - 0,2 0,5 - 0,9 0,05 - 1,0 0,2 - 0,3 0,08 - 0,5 0,18 - 0,5 0,18 - 0,3 0,9 - 1,1 0,3 - 0,8 0,15 - 0,5 0,2 - 0,5 0,2 - 0,5

sporen kolengruis sporen baksteen matig baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend volledig metselpuin zwak baksteenhoudend sporen dakpan sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen sporen baksteen

Seinen en bovenportaalmasten 33/5AN 33/6AN 33/6N 33/10AN 33/12N 33/14AN 33/15AN 33/16AN 39/7N 39/8N Sein 132N

0,5 - 0,7 0,1 - 0,2 0,1 - 0,15 0,1 - 0,3 0,1 - 0,4 0,1 - 0,3 0,3 - 0,6 0,1 - 0,2 0,1 - 0,3 0,5 - 1,0 0,1 - 0,3 0,1 - 0,5

zwak koolhoudend sterk koolhoudend sterk koolhoudend sterk koolhoudend sterk koolhoudend zwak ballasthoudend, zwak koolhoudend zwak koolhoudend, zwak baksteenhoudend matig koolhoudend sterk koolhoudend matig koolhoudend sterk koolhoudend zwak baksteenhoudend, matig koolhoudend

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 18 van 37

Boring R1.004 kon niet dieper doorgezet worden dan 2,0 m -mv en gestagneerd. De ondergrond dieper dan 2,0 m -mv was te zandig en te droog om op te boren. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden waargenomen op wisselende dieptes. Ter plaatse van emplacementen Heino en Raalte is het grondwater vanaf 3,0 m -mv aangetoond. Ter plaatse van het weiland ten zuiden van emplacement Heino en het weiland ten noorden van emplacement Raalte is het grondwater op 1,4/1,5 m -mv aangetoond. Opgemerkt wordt dat het maaiveld ter plaatse van de emplacementen Heino en Raalte circa 2,0 meter hoger ligt dan het omliggend landschap. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld (ter plaatse van de boringen) en in de opgeboorde grond.

4.2

Verhardingsopbouw en zintuiglijke waarnemingen

In bijlage 2 is de verhardingsopbouw per boring weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. Asfalt Zowel de Stationsweg te Heino en de Ceintuurbaan te Raalte bestaat uit asfalt met afwisselende dikte. De gemiddelde dikte, oppervlak en tonnage van het asfalt is opgenomen in tabel 7. Fundering Het funderingsmateriaal ter plaatse van de Stationsweg te Heino bestaat deels uit een laag klinkers en deels uit een funderingslaag bestaande uit baksteen, beton en asfalt. Deze funderingslaag is aanwezig onder het asfalt tot een diepte van 0,5 m -mv. Het funderingsmateriaal ter plaatse van de Ceintuurbaan te Raalte bestaat deels uit een funderingslaag van beton, baksteen, ballast en asfalt en deels uit een funderingslaag bestaande uit ballast, met of zonder baksteen of beton. Deze funderingslaag is aanwezig onder het asfalt tot een diepte van 0,3 á 0,5 m -mv. In het funderingsmateriaal is visueel geen asbestverdacht materiaal in de grove fractie (>20 mm) aangetroffen.

4.3

Normering en toetsingsresultaten

Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Alle toetsingsresultaten en eventuele rekenbladen voor asbest zijn opgenomen in bijlage 4. Bodem Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit zijn de resultaten van de chemische analyses van grond- en grondwatermonsters getoetst aan de bodemnormen die zijn vastgesteld in de vigerende wet- en regelgeving, inclusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. BK ingenieurs maakt gebruik van het toetsprogramma van SGS EA dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)-service van het ministerie. De toetsing conform BoToVa is opgenomen in bijlage 4. Voor de volledige tekst van de bodemnormering verwijzen wij naar www.overheid.nl. Het toetsingskader voor PFAS is toegelicht in bijlage 5. In bijlage 6 is een verklarende woordenlijst opgenomen. De resultaten voor PFAS zijn getoetst aan de waarden zoals genoemd in het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond van december 2021 en de op 2 mei 2022 gepubliceerde INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging). Het toetsingskader voor PFAS is toegelicht in bijlage 5. Er zijn geen lokale toetswaarden voor PFAS bekend.

Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 19 van 37

In tabel 10 en tabel 13 staan de stoffen vermeld waarvan het gestandaardiseerd gehalte in grond of de concentratie in grondwater de normwaarden voor grond en grondwater overschrijden. Met ‘gestandaardiseerd’ wordt bedoeld: omgerekend naar standaard bodem. In tabel 11 zijn de resultaten van de PFAS-analyses samengevat. De Daarnaast zijn de resultaten voor grond indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit Bbk). De in deze rapportage opgenomen toetsing van toepassing en verspreiden van grond volgens het Besluit bodemkwaliteit is slechts opgenomen om een indicatie te geven van de mogelijke afvoerbestemming van de grond of baggerspecie. Deze toetsing is geen wettelijk bewijsmiddel voor het toepassen van de grond conform het Besluit bodemkwaliteit. Asbest Voor asbest dienen de gewogen gehalten te worden getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet, vezelvormig anthophylliet, vezelvormig actinoliet en vezelvormig tremoliet). Op basis van een verkennend asbestonderzoek dient te worden getoetst aan de concentratie 50 mg/kg ds (dit is de helft van de interventiewaarde). Bij overschrijding van deze concentratie is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Indien de concentratie asbest lager of gelijk is dan is een nader asbestonderzoek niet noodzakelijk.

Er mag in een verkennend asbestonderzoek niet worden getoetst aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Asfalt In het Besluit en de regeling Bodemkwaliteit en in de CROW-publicatie 210 is de norm voor teervrij asfalt gesteld op een PAK-gehalte kleiner of gelijk aan 75 mg/kg. Teerhoudend asfalt bevat een gehalte PAK groter dan 75 mg/kg. De resultaten van de constructieopbouw, PAK-detector en analyses op PAK (GCMS) zijn samengevat in tabel 15. Fundering Samenstelling en uitloging Om een indicatie te verkrijgen van de herbruikbaarheid van het funderingsmateriaal zijn de meetresultaten getoetst aan de samenstellings- en emissiewaarden voor niet-vormgegeven bouwstoffen zoals opgenomen in de Regeling Bodemkwaliteit (Bijlage A, Rbk). Voordat het vrijgekomen materiaal kan worden toegepast, dient een partijkeuring conform AP-04 te worden uitgevoerd. Er kunnen ook civieltechnische eisen gesteld worden. De toetsingsresultaten zijn samengevat in tabel 16. Asbest Zie onder bodem. Voor asbest in puingranulaat is geen interventiewaarde vastgesteld, maar een hergebruiksnorm (grenswaarde) die ook 100 mg/kg ds bedraagt. In funderingslagen kan geen sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging als in een nader asbestonderzoek asbest boven 100 mg/kg ds aanwezig is. In dat geval is sprake van niet-herbruikbaar puin. In tabel 17 zijn de resultaten voor asbest opgenomen.

Opmerkingen Op de analysecertificaten uit bijlage 3 staan opmerkingen/voetnoten bij enkele parameters vermeld. Voor de toelichting op deze opmerkingen/voetnoten wordt verwezen naar de disclaimer in bijlage 3.6. De opmerkingen/voetnoten op de certificaten hebben geen invloed op de conclusies van het onderzoek. Opmerkingen die invloed hebben op de resultaten en conclusies van het onderzoek zijn de volgende: Voor diverse analyses is de conserveringstermijn voor de stof PAK overschreden. Aangezien de overschrijding zeer beperkt is (één dag), het uitsplitsingen betreffen en de monsters bij het laboratorium geconserveerd zijn, worden de resultaten voldoende representatief geacht en voldoet het onderzoek de NEN 5740. Ten aanzien van de uitgevoerde asbestanalyses betreft dit onderstaande opmerking: Voor de analyse van de asbest-in-puinmonsters was niet de vereiste hoeveelheid droge stof (25 kg ds. voor puin) aanwezig. Het analyseresultaat is hiermee indicatief en het asbestonderzoek voldoet niet aan de NEN 5897. In verband met de diameter van de gaten (120 mm) was reeds sprake van een indicatief asbest-in-puinonderzoek. Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 12 april 2023

BK ingenieurs pagina 20 van 37 tabel 10: overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond Monstercode

Boringen

Traject (m -mv)

Type bodem en zintuiglijke waarneming

Uitgevoerde analyse

> AW [mg/kg ds]

>T >I Toetsing Bbk (indicatief)/ [mg/kg ds] [mg/kg ds] Toetsing CROW 400

0,0 - 0,5 0,0 - 0,3 0,2 - 1,0 1,1 - 2,5 3,0 - 5,0

zand zand zand zand zand

NEN 5740 grond NEN 5740, PFAS NEN 5740 NEN 5740 NEN 5740

kwik (0,43) lood (53) -

-

-

Klasse Wonen/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne

0,1 - 0,6 0,1 - 0,7 0,5 - 1,5

zand zand zand

NEN 5740 NEN 5740, PFAS NEN 5740

-

-

-

Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne

H3a.001, H3a.002, H3a.003, H3a.004 0,0 - 0,5 H3a.005, H3a.006, H3a.007 0,0 - 0,5 H3a.002, H3a.004, H3a.006 0,5 - 1,5

zand zand zand

NEN 5740, PFAS NEN 5740 NEN 5740

-

-

-

Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne

0,0 - 0,6 0,0 - 0,5

zand zand

NEN 5740 NEN 5740, PFAS

PCB (µg/kg ds) (35) PAK (2,03)

-

-

Altijd toepasbaar/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne

0,5 - 1,5

zand

NEN 5740

-

-

-

Altijd toepasbaar/Basishygiëne

lood (54) PAK (4,2) kwik (0,35) lood (66) PAK (5,26) PAK (19,7) PAK (1,7) kwik (1,07) lood (53)

-

-

Altijd toepasbaar/Basishygiëne Klasse Wonen/Basishygiëne

-

PAK (55,2)

-

PAK (44,8)

Niet toepasbaar* Basishygiëne* *zie uitsplitsing Klasse Wonen/Basishygiëne Klasse Industrie/Basishygiëne Altijd toepasbaar/Basishygiëne Niet toepasbaar*/Basishygiëne* *zie uitsplitsing

Deellocatie H1: Aanleg tunnel H1-MM1 H1-MM2 H1-MM3 H1-MM4 H1-MM5

H1.001, H1.002 H1.003, H1.004, H1.005 H1.003, H1.004, H1.005 H1.001, H1.002, H1.003, H1.005 H1.001, H1.002, H1.003, H1.004

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=68a73fef-49e7-4dfe-a5af-41b8ce8c7c1b