10 Beantwoording technische vragen raad begroting 2023
Tekst van het document
MEMO Datum
1 november 2022
Aan
De leden van de raad
Kopie aan Van
College van Burgemeester en wethouders
Informant
Jannie Lozeman 06-1276 6991
Onderwerp
Beantwoording technische vragen begroting 2023
Inleiding Onderstaand treft u de beantwoording aan van de gestelde technische vragen begroting 2023.
Vragen van Burger Belangen, ontvangen op 25 oktober 2022, genummerd van 1 t/m 20 Vraag 1 Blz. 25 Stelpost energie ondersteuningsfonds. De reservering staat vermeld voor één jaar. Hoe wordt gekeken naar het risico dat een deel van dit bedrag wordt ingezet voor eenmalige compensatie, die inwoners mogelijk in het daaropvolgende jaar weer nodig hebben, indien de energieprijzen hoog blijven? Antwoord Op dit moment is het nog onduidelijk hoe de energieprijzen zich de komende periode ontwikkelen en in hoeverre inwoners, bedrijven, verenigingen en instellingen nu al in de problemen komen, of bijvoorbeeld pas op een later moment (bijvoorbeeld omdat ze nog een lopend contract hebben). Ook zijn de effecten van de maatregelen die op rijksniveau zijn genomen nog niet inzichtelijk, waardoor we nog niet weten in hoeverre deze maatregelen afdoende zijn. Zodra we hier meer inzicht in hebben en een scherper beeld hebben van het vraagstuk waar we voor staan, kunnen we een concrete uitwerking geven aan dit ondersteuningsfonds. Daarin zal het vraagstuk hoe je met eenmalige middelen een duurzaam effect bereikt (bijvoorbeeld door het investeren in (besparings)maatregelen) worden meegenomen. Of middelen voor een jaar voldoende zijn, of er meerjarig maatregelen nodig zijn of dit fonds wellicht minder nodig is dan verwacht, zal de tijd uitwijzen.
Mochten de effecten van het rijksbeleid de komende jaren niet afdoende zijn, dan komen wij daarop bij u terug.
Vraag 2 Blz. 25 Stelpost energie ondersteuningsfonds, Om welke reden is gekozen voor een het bedrag van 1 miljoen Euro? Is er een onderbouwing? Wanneer wordt een andere uitwerking verwacht?
Antwoord Ten tijde van het opstellen van de begroting was de zorg rondom de energiekosten enorm groot. De (financiële) impact op inwoners, maatschappelijke organisatie, verenigingen en ondernemers leek zeer fors. Of en welke maatregelen er landelijk zouden komen was nog onduidelijk. Vergelijkend met de financiële impact van bijvoorbeeld de Coronacrisis zijn we tot een budget van 1 miljoen gekomen. De nadere uitwerking zijn we gestart en verwachten we in het 1e kwartaal van 2023 beschikbaar te hebben. Vraag 3 Blz. 25 Dynamische investeringsreserve Er wordt eenmalig geld uit de algemene reserve gehaald voor de dynamische investeringsreserve. Is er bewust gekozen deze niet over een periode van meerdere jaren te vullen? En wordt deze enkel aangevuld wanneer er iets wordt uitgehaald? Antwoord Bij de begrotingsvoorbereiding is beoordeeld tot welk bedrag de algemene bestemmingsreserve kan worden afgeroomd ten gunste van de te vormen dynamische investeringsreserve. In eerste instantie wordt een bedrag van € 7,5mln. ten laste van de algemene bestemmingsreserve reëel geacht. De voeding c.q. onttrekking van de dynamische investeringsagenda wordt bij de verschillende P&C producten her beoordeeld in onderlinge samenhang tot het totale financieel beleid en het beroep dat op deze reserve wordt gedaan voor mogelijk omvangrijke investeringen die zich aandienen.
Hiertoe komen we dan met nadere voorstellen naar uw raad. Vraag 4 Blz. 26 Dynamische investeringsagenda Mooie ontwikkeling dat de dynamische investeringsreserve is gerealiseerd, wanneer wordt een nadere uitwerking verwacht? Antwoord Doel van de vorming van dynamische investeringsagenda is dat we met name in het fysieke domein veel en omvangrijke investeringen op ons af zien komen. Als zich hierbij kansen aandienen willen we op de toekomst voorbereid zijn door de benodigde middelen gereserveerd te hebben. Nadere uitwerking over de inzet van deze dynamische investeringsreserve is afhankelijk van wanneer deze kansen zich aandienen. Vraag 5 Blz. 28 Stelpost prijsmutaties en volumeontwikkelingen Als het aantal inwoners en woningen groeit, zou je verwachten dat de inkomsten meegroeien in verhouding tot de kosten. Je zou zelfs schaalvoordelen verwachten ipv groeiende kosten in relatie tot de opbrengsten. Kan er een toelichting worden gegeven waarom dit voor de gemeente Raalte niet opgaat? Antwoord Bovenstaande stelling klopt in basis. Echter de genoemde stelpost prijsmutaties en volumeontwikkelingen moet bezien worden vanuit een ander perspectief. Deze stelpost is gevormd om de volgende redenen: ➢ De in de begroting toegepaste prijsindex is gebaseerd op het Bruto Binnenlands Product (BBP).
De verwachting is dat de daadwerkelijke kosten aan de uitgavenkant op onderdelen hoger zullen uitvallen dan waarmee nu in de begroting rekening is gehouden. ➢ Rijk en VNG zijn overeengekomen dat het volume accres 2022-2025 is bevroren op de stand meicirculaire 2022. Hier moeten we het de komende jaren qua volume mee doen. Met de te verwachten volumeontwikkelingen aan de uitgavenkant van de begroting is nog onvoldoende/ niet volledig rekening gehouden. Denk daarbij aan de extra zorgkosten door toenemende vergrijzing. Of aan extra kosten door toename van het areaal (meer m2 te onderhouden groen, wegen enz.). De in de begroting gevormde stelpost wordt hiervoor ingezet. Vraag 6 Blz. 30 A5-2 Dekking tlv voorziening riolering: meerjareninvesteringsprogramma Kunt u een toelichting geven op de (oplopende) bedragen van het meerjareninvesteringsprogramma?
Antwoord De uitvoering van projecten die in het meerjareninvesteringsprogramma openbare ruimte zijn opgenomen en de daarbij behorende uitgaven worden gespreid over meerdere jaren. Op basis van de wettelijke BBV voorschriften moeten de kapitaallasten in de begroting worden opgenomen. Zolang een project loopt worden de investeringen in meerdere fases uitgevoerd. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten landen voor meerdere jaren (afhankelijk van de afschrijvingsduur) in de begroting. Doordat meerdere jaren investeringen worden uitgevoerd en de kapitaallasten meerjarig in de begroting belanden, stapelen deze zich als het ware op. Vraag 7 Blz. 30 B2-1 Op niveau houden toezichtformatie Wat betekent het "op niveau houden" van toezichtformatie en waarom is dat eenmalig? Antwoord De raad heeft eind 2021 het ambitiedocument voor het VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. De benodigde middelen om dit te realiseren zijn conform dat besluit verwerkt in de begroting 2023. Om onze ambitie structureel waar te kunnen maken zijn de middelen voor het ‘Op niveau houden van de toezichtformatie’ inderdaad ook structureel nodig. Bij besluitvorming eind 2021 was er onvoldoende inzicht in structurele financiële middelen om deze ambitie ook structureel te borgen. Vraag 8 Blz.
31 B4-2 Klimaatadaptatiebeleid; externe budgetten Wat zijn externe budgetten en waar worden deze budgetten voor gereserveerd? Antwoord De externe budgetten voor klimaatadaptatie betreft onze bijdrage aan RIVUS (werkregio klimaatadaptatie). Zowel de directe bijdrage in geld, als de bijdrage in uren zijn begroot
Vraag 9 Blz. 31 B5-2 Beheersing eikenprocessierups Waarom is er voor twee jaar gebudgetteerd en niet voor de jaren 2025 en 2026? Antwoord Voor het bestrijden van de eikenprocessierups zijn middelen voor 2 jaren geraamd. We zien de afgelopen jaren positieve effecten van de huidige aanpak. Dat leidt tot lagere kosten. De verwachting is dat deze trend zich doorzet. Reden om nu eerst voor 2023 en 2024 middelen te ramen, de ontwikkelingen te volgen en op basis van nieuwe inzichten middelen te ramen voor 2025 en 2026. Vraag 10 Blz. 33 E1-2 Mismatch structurele taken vaan eenmalig naar structureel Wat is dit en hoe is dit ontstaan? Antwoord Om een duurzaam personeelsbestand te realiseren is het noodzakelijk om structurele taken te kunnen bemensen met vaste formatie waarvoor ook structurele middelen in de begroting zijn opgenomen. In de kadernota/begroting 2022 is een aantal taken (voorlopig) ingevuld met eenmalige dekking. Inmiddels is gebleken dat deze taken grotendeels als structureel moeten worden aangemerkt. Dit geldt voor een breed scala aan taken, verspreid over verschillende beleidsvelden. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf bedrijfsvoering (blz. 171/172). Vraag 11 Blz. 47 3.1.1.3.
Doelstellingen: implementatie omgevingswet per 1-1-2023 Wat betekent het nieuwe uitstel van de implementatie van de omgevingswet financieel? Antwoord Het uitstel tot 1 juli 2023 betekent dat we de programma-organisatie die de implementatie van de wet voorbereidt langer in bedrijf moeten houden. Dat betekent verlenging van de ondersteunde rollen
(programmamanagement, juridisch, communicatie). We ramen het half jaar extra inzetten van deze rollen op € 55.000. Dit kan in 2023 binnen het beschikbare budget worden opgevangen. Daarnaast betekent het uitstel dat de meer kostendekkende legestarieven, die we in de tarieventabel van de legesverordening gekoppeld hebben aan de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet, een half jaar later ingaan. Het eerste half jaar houden we de ‘oude’ tarieven die minder kostendekkend zijn. Wat dit betekent in de zin van minder legesopbrengsten hangt van dusdanig veel variabelen af dat hier op dit moment geen zinvolle inschatting van te geven is. Vraag 12 Blz. 50 Ambities Vergunning Toezicht en Handhaving (VTH) Er worden extra budgetten voorgesteld voor sr mdw, toezichthouder & communicatiestrategie: Waarom (juist na Corona) zoveel extra budget? Antwoord De raad heeft in eind 2021 het ambitiedocument voor het VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. Daarin zijn de speerpunten voor de uitvoering van de VTH-taken opgenomen en is ingestemd met de daarvoor noodzakelijke middelen. Deze middelen zijn voor 2022 middels de zomernota beschikbaar gesteld en zijn nu conform eerdere besluitvorming verwerkt in de begroting 2023. Vraag 13 Blz.
51 Dataspecialist Ruimte Waarom wordt de data-specialist niet in DOWR-verband aangesteld? De informatiebehoefte van gemeentes zou toch gelijk moeten zijn Antwoord De te werven dataspecialist Ruimte betreft een uitbreiding op de huidige dataspecialisten in dit domein. Zij zijn in de gemeente zelf werkzaam (en niet in DOWR-verband) opdat de lijnen kort zijn in hun advisering naar en ondersteuning van de medewerkers op de werkvloer, management en bestuur. Dat neemt niet weg dat er afstemming en samenwerking is met de DOWR-partners op het gebied van datagedreven werken en het toepassen van data in de maatschappelijke opgaven die we kennen. Gezien de verschillen in de coalitieakkoorden van de DOWR-gemeenten zitten er nuanceverschillen in de opgaven die we zien en de sturing hierop. Dit betekent dus ook een verschil in informatiebehoefte die daar per gemeente uit volgt. Vraag 14 Blz 61 3.1.2.7. Wat mag het kosten? Baten 5.2 Sportaccommodaties (beheer) Wat zijn baten beheer sportaccomodaties en waarom lopen deze kosten terug in de tijd? Antwoord Gezien de vraag gaan wij ervan uit dat hiermee de terugloop van taakveld 5.2 van € 79.000 in 2022 naar € 22.000 in 2023 en verder bedoeld wordt. Dit betreft enerzijds een meerjarige subsidie voor zonnepanelen, deze panelen bevinden zich op één van de sportaccommodaties (Tijenraan) en worden daarom binnen dit taakveld verantwoord.
De reden dat het bedrag van 2022 afwijkt van 2023 heeft te maken met een eenmalige compensatie van BTW via de SPUK-regeling. Sinds enkele jaren zijn kosten rondom sport BTW verhogend, ter compensatie kan de BTW tijdelijk teruggevorderd worden via de SPUK-regeling. Vraag 15 Blz. 61 3.1.2.7. Begraafplaatsen en crematoria Waarom wordt een crematorium genoemd in de begroting van de gemeente Raalte? Antwoord Binnen de landelijke regelgeving van het BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording) worden generieke taakvelden gebruikt om het soort kosten en baten uit te drukken. Eén van deze taakvelden heeft de naam ‘Begraafplaatsen en crematoria’. Wij zijn verplicht deze taakvelden en dus ook de namen daarvan te hanteren.
Vraag 16 Blz. 125 3.2.2.2. Overhead toename aantal fte’s Hier staat dat rekening wordt gehouden met EUR 20.000,- per fte, dit lijkt niet consequent te zijn doorgevoerd. Wat is hiervoor de reden? Antwoord De totale overhead staat vermeld in het overzicht overhead (blz. 127 van de begroting). Hierbij is consequent rekening gehouden met een opslag van € 20.000 per fte nieuw beleid in het primaire proces. Zie hiertoe ook het overzicht nieuw beleid waarbij de overhead steeds expliciet is vermeld. De bij het nieuw beleid aangegeven overhead is 1 op 1 vertaald in het overzicht overhead. Dit is echter op detailniveau niet 1 op 1 te herleiden in het overzicht overhead omdat de opbouw van deze budgetten bestaat uit meerdere samengestelde mutaties. Vraag 17 Blz. 125 3.2.2.2. Overhead toename aantal fte’s Hoe verhouden de overhead-kosten zich tot kosten die andere gemeenten hanteren voor overhead-kosten? Antwoord We hebben recent niet zelf onderzoek gedaan naar hoe onze overhead kosten zich verhouden tot andere gemeenten. Wel is via de site Home - Waarstaatjegemeente.nl - cijfers en statistieken van gemeenten het nodige vergelijkingsmateriaal beschikbaar. Hieruit blijkt dat we voor het jaar 2022 (laatst bekende jaar) laag scoren op overhead (zie onderstaande tabel).
Kanttekening hierbij is dat het goed mogelijk is dat verschillende definities gehanteerd worden in de aan de overhead toegerekende kosten.
Vraag 18 Blz. 125 3.2.2.2. Overhead toename aantal fte’s Wordt nog onderzocht hoeveel de daadwerkelijke overhead-kosten bedragen en zo ja, wie doet dit onderzoek? Gebeurt dit intern of juist extern? Kan en mag de raad een rapportage verwachten? Antwoord Ambtelijk wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een intern beleidskader toerekening overhead. Doel hierbij is te komen tot een ‘kort en krachtig’ beleidskader overhead waarbij de overheadkosten systematisch meebewegen met de groei of krimp van de formatieomvang in het primaire proces en met de (toenemende) omvang en complexiteit van de overheadtaken zelf. Het management/ college is verantwoordelijk voor de
bedrijfsvoering. Via de bedrijfsvoeringsparagraaf in de reguliere P&C cyclus informeren/rapporteren wij uw raad over de conclusies van dit intern beleidskader. Vraag 19 Blz. 127 3.2.2.4 Overzicht overhead De kosten voor ICT dalen in de komende jaren jaarlijks een beetje. Is dit een realistisch uitgangspunt wanneer er sprake is van meer medewerkers en toekomstige vervangingsprojecten? Antwoord Het aantal medewerkers stijgt inderdaad. In de ICT-ramingen is deze toename nog niet opgenomen. De verwachte stijging volgt later als de kosten daadwerkelijk gemaakt worden. Binnen de DOWR I begroting worden de vervangingsinvesteringen gedekt. Deze hebben geen effect op de jaarlijkse bijdrage in de kosten. Wat wel een effect heeft op de jaarlijkse bijdrage zijn de incidentele implementatie en projectkosten van deze vervangingsprojecten. Deze worden, conform afspraak met de raad, apart opgenomen in de begroting. Vraag 20 Blz. 133 Belastingen baten Forensenbelasting Voor de forensenbelasting wordt voor 2023 een inflatiecorrectie van 6% gehanteerd. Voor de reclamebelasting (pagina 134) wordt voor 2023 een inflatiecorrectie van 5% gehanteerd. Kunt u dit verklaren? Antwoord Vanuit de begrotingsrichtlijnen zou voor deze belastingen een inflatiecorrectie gelden van 6%.
De subsidie vanuit de gemeente in het ondernemersfonds (waar de reclamebelasting gedeeltelijk in bijdraagt) is echter bepaald op 5%. In het verlengde hiervan is met de ROV afgesproken dat voor 2023 dit percentage ook wordt toegepast op de reclamebelasting. Dit in tegenstelling tot een eerdere afspraak dat de tarieven op de reclamebelasting tot 2027 bevroren zouden worden.
Vragen van Gemeente Belangen, ontvangen op 26 oktober 2022, genummerd van 21 t/m 37 Vraag 21 Blz. 45 RO/Wonen 3000 woningen voor de komende 10 jaar, waar is dit aantal op gebaseerd en hoeveel woningen worden in de huidige raadsperiode gerealiseerd Antwoord We zien dit deels als een politieke vraag. In het door uw raad vastgestelde coalitieakkoord is de woningambitie van 3.000 de komende 10 jaar als stip op de horizon benoemd. Op pagina 48 kunt u de verwachting voor de woningbouwuitgifte op basis van woningbouwprogramma vinden. Vraag 22 Blz. 49 RO/Wonen Is een voorbereidingskrediet niet meer van toepassing. Daarnaast hoe realistisch is de haalbaarheid van verbetering N35 Antwoord Voorbereidingskredieten zijn gebruikelijk bij gemeentelijke projecten waarbij het project al enigszins afgebakend is en waar we zelf sturing aan geven. Bij de processen rondom de N35 en de stations zijn vooral andere partijen aan zet voor onderzoek, voorbereiding en realisatie. Wij kunnen hier zelf minder sturing aan geven, maar het is wel wenselijk dat we een actieve bijdrage leveren om de Raalter belangen goed in te brengen. De ervaringen in de afgelopen jaren leren dat het minder voorspelbaar is welke inzet wanneer nodig is op welke onderdelen van de N35 en de stations. Alles bij elkaar blijkt echter continue betrokkenheid noodzakelijk.
Vandaar dat daar voor de komende jaren de financiële middelen voor worden gevraagd, zonder dat deze specifiek gekoppeld worden aan onderdelen van de N35 en de stations. De tweede vraag is deels politiek en daarom kunnen we maar beperkt antwoord geven.
We zijn afhankelijk van de inzet van het rijk en de provincie om de verbetering van de N35 voor elkaar te krijgen. Het rijk en de provincie hebben hiervoor financiële middelen beschikbaar gesteld en ook zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt. Desondanks hebben we met de realiteit te maken dat de financiering van de N35 projecten onder druk staan. Daarom is het van belang om te blijven inzetten voor de verbetering van de N35. Vraag 23 Blz. 51 RO/Wonen 75 k voor fietsplan is niet eerder een plan vastgesteld? Antwoord Het Fietsbeleidsplan (met een bijbehorend Uitvoeringsprogramma) is niet vastgesteld maar in ontwikkeling Het concept Fietsbeleidsplan is met de raad besproken in een rond de tafel gesprek. Vaststelling van het plan door de raad wordt voorzien in de eerste helft van 2023. Om toch uitvoering te kunnen geven in 2023 aan een klein deel van het Uitvoeringsprogramma is 75 k aangevraagd voor 2023. De middelen zullen worden ingezet voor kleinschalige maatregelen (bv belijning van fietspaden), uitvoeren van analyses voor het optimaliseren van bestaande infrastructuur (in kaart brengen fysieke mogelijkheden en kosten) en communicatie ter stimulering van het fietsgebruik. Vraag 24 Blz.58 Openbare ruimte Bijzonder dat nauwelijks cijfers zijn voor 2023 en dat de cijfers voor de komende jaren een dalende lijn laten zien.
Graag verklaring Antwoord De indicatoren en de cijfers de hiervoor worden gebruikt zijn voor een belangrijk deel ontleend aan het twee jaarlijks onderzoek “Waar staat je gemeente.nl’. Voor 2023 zijn er geen nieuwe cijfers, deze verwachten wij in 2024. De cijfers in de kolommen 2024 en 2025 zijn de waarden die we nastreven, tot nu toe scoren wij hoger (zie de cijfers in de kolom referentie). Vraag 25 Blz. 59 Openbare ruimte Startkrediet dorpen en wijken Kan in jip en janneke taal aangegeven worden wat hier nu bedoeld en waar het geld aan wordt uitgegeven? Antwoord Op dit moment wordt zeker ook gewerkt aan biodiversiteit en rekening gehouden met effecten op klimaat. Vandaar de vermelding bij de doelstellingen. Op dit moment is dat inderdaad niet gekoppeld aan 'concrete ' indicatoren. Dat is één van de redenen om voor 2023 een bedrag te ramen voor een beleidsplan Biodiversiteit en idem 2024 voor Circulariteit. Eén van de beoogde resultaten is om dan ook goed onderbouwde indicatoren -en doelen- te kunnen formuleren. Voor indicatoren op het gebied van klimaatadaptatie sluiten wij aan bij de ontwikkelingen in Rivus verband, met daarnaast de indicatoren in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP).
Vraag 26 Blz 67 Onderwijs, werk en inkomen Waar zijn de cijfers voor de jaren 2023 t/m 2026 op gebaseerd? en hoe verhouden de cijfers zich met bijvoorbeeld de cijfers van Raalte werkt? Aantal bijstandsuitkeringen volgens onderstaande opstelling 3,7 x 188 = 695. Bij RdT 22 sept werd bij agendapunt 8, sheet 1 gemeld dat 453 inwoners een bijstandsuitkering ontvangen. Op bladzijde 233 wordt aangegeven dat het aantal bijstandsclienten per 1 jan 2023 uitkomt op 397. Kortom welke cijfers kloppen nu? Antwoord De cijfers van cliënten in de begroting hebben betrekking op bijstandspartijen. Een partij kan bestaan uit een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een echtpaar. In de uitvoeringsnotitie Raalte werkt zijn we uitgegaan van het aantal cliënten waarbij een echtpaar dan telt als 2. Daarnaast voeren we ook de IOAW en de IOAZ uit. Die zijn in Raalte werkt wel meegenomen echter in de begroting onder aantal bijstand cliënten niet. U gaat uit van een aantal van 3,7 maal 188. Hierin neemt u ook kinderen mee die geen uitkering
ontvangen. Deze berekening kunt u maken op basis van het inwonertal minus de kinderen. Het gaat vervolgens om het aantal uitkeringen in een jaar (dus inclusief in en uitstroom), terwijl de aantallen in Raalte werkt een standcijfer zijn. Vraag 27 Blz. 69 Onderwijs, werk en inkomen is er voldoende personele en financiële capaciteit om de hogere instroom aan statushouders te kunnen begeleiden Antwoord Wij verwachten dat de financiële capaciteit voor het inzetten van trajecten en begeleiding voldoende is. Personele capaciteit vooralsnog niet. Door de hoeveelheid aan aanvullende taken binnen het sociaal domein (energiecrisis, Oekraine en verhoogde taakstelling statushouders) is extra inzet noodzakelijk. Niet alleen binnen onze eigen organisatie maar ook bij onze partners zoals het onderwijs, zorg, en maatschappelijke organisaties. Vraag 28 Blz. 73 Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Tekort aan HH hulp: wat betekent dit voor de inwoners van Raalte en wat betekent dit financieel? Antwoord Voor inwoners van de gemeente Raalte met een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning kan het zijn dat tijdelijk minder uren huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. Voor inwoners met een nieuwe indicatie kan het betekenen dat de wachttijd voor start van de huishoudelijke ondersteuning langer is.
Financieel kan dit betekenen dat niet alle indicaties voor 100% verzilverd worden en bij herstel van de arbeidsmarkt de uitgaven huishoudelijke ondersteuning stijgen. Verwachting is niet dat deze krappe arbeidsmarkt in 2023 is hersteld. Vraag 29 Blz. 78 Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp Excl reserve mutaties vertoont 2023 tov 2022 een stijging van 1, 8 miljoen euro. De indicatoren laten een redelijke stabiele lijn zien. Daarom graag een korte toelichting op de stijging van 1,8 miljoen Antwoord Bijna de helft (€ 0,78 miljoen) van deze stijging is voor de 3% indexering die we toepassen op alle budgetten, zoals vastgelegd in de begrotingsrichtlijnen. Het overige deel van de stijging wordt veroorzaakt door de toename van kosten voor de specialistische jeugdhulp (€ 0,62 miljoen) en de stijging van kosten voor de Hulp bij het Huishouden (€ 0,24 miljoen), als gevolg van het hogere reële uurtarief dat is gehanteerd bij de aanbesteding voor de HH. Beide ontwikkelingen zijn eerder aan de raad gemeld bij de zomernota. Naast deze stijging van de lasten, is de begroting van de baten in 2023 lager dan in 2022. Dit heeft met name te maken met de vrijval van middelen vanuit beschermd wonen, als gevolg van het regioresultaat van 2020 (€ 0,36 miljoen) en een lagere onttrekking onttrekking aan het transformatiebudget sociaal domein Vraag 30 Blz.
98 Sport, cultuur en maatschappelijk vastgoed Aanvullend budget Raalte 900 jr tot 160 k. Hoe verhoudt zich dat tot de bijdrage die aan andere dorpen is verleend voor jubilea , waarom deze forse verhoging en wat is de inbreng van derden in de begroting Antwoord Het voorgestelde budget komt overeen met het bedrag dat Luttenberg heeft gehad per inwoner, namelijk € 10. Raalte dorp kent ongeveer 20.000 inwoners. Dat maakt € 200.000. Aangezien vorig jaar € 40.000 voor 900 jaar Raalte beschikbaar is gesteld, stelt het college de raad voor om de resterende € 160.000 in 2023 beschikbaar te stellen. Naast de bijdrage van de gemeente wordt door de organisatie extra financiering/ subsidies aangevraagd bij diverse externe subsidieverstrekkers (Rabobank, provincie, etc) en bij het bedrijfsleven. Ook wordt van het verenigingsleven, culturele instellingen en sociaal maatschappelijke organisaties, naast energie en inzet, een financiële bijdrage gevraagd.
Vraag 31 Blz. 106 Openbare orde en veiligheid Tegenstelling in tekst eerst geen formatie te vinden dan toch FTE vragen. Hoe zit dit? Antwoord Door onder andere het toenemende aantal crisissen en bijbehorende maatschappelijke onrust (bv. betogingen), de complexiteit van situaties, steeds bredere (inzet van) bestuurlijke aanpak en bevoegdheden is meer inzet van het cluster veiligheid nodig. Onder relevante ontwikkelingen geven we hierover een verwachting. Op dit moment worden beleidsmatige en strategische zaken stelselmatig uitgesteld. Ook voor 2023 staan weer de nodige beleidsmatige ontwikkelingen en strategische inzet als gewenst gepland ‘zie wat gaan we ervoor doen’. Met extra formatie in de vorm van een ondersteunende/junior functie zijn we in staat om de meer ondersteunende taken daar weg te zetten, zodat ruimte ontstaat voor strategische inzet. Daarom wordt gevraagd om een structurele uitbreiding van het cluster veiligheid met een junior adviseur openbare orde en veiligheid met 1 fte Daarnaast wordt gevraagd om een jaarlijks budget van € 50.000 (voor de jaren 2023-2026) voor inhuur van (juridische) expertise op het gebied van openbare orde en veiligheid, waaronder ook crisissen voor de jaren 2023-2026.
Dit gezien de noodzakelijke specifieke juridische expertise op OOV gebied (verschillende onderdelen en snelle ontwikkelingen) en de 'beperkte mate' waarop zaken zich voordoen is het niet reëel hiervoor een functie te creëren/deze nodige expertise in huis te organiseren. Vraag 32 Blz. 112 Bestuur en dienstverlening indicatoren: cijfers laten in tegenstelling tot landelijk beeld een positief beeld zien. Waar zijn de aannames 2023 t/m 2026 op gebaseerd? Antwoord De indicator waardering digitale dienstverlening is een streefcijfer. We doen het in Raalte beter (7,38) dan landelijk gemiddeld (6,92) en dat willen we ook zo houden. Het streven is om de dienstverlening te blijven verbeteren, vandaar het cijfer 7,5 voor de komende jaren. Hetzelfde geldt voor de indicatoren voor participatie, dit betreffen streefgetallen. Vraag 33 Blz. 131 Paragraaf lokale lasten Wat is het structurele financiële effect van de nul lijn voor de woonlasten voor de komende twee jaren ten opzichte van de reguliere index per belastingsoort voor 2023 en verder? Antwoord De lokale woonlasten bestaan uit OZB, Afvalstoffenheffing en Rioolrechten. Voor de OZB geldt dat obv de begrotingsrichtlijnen voor 2023 een inflatiecorrectie zou worden toegepast van 6%. De totale geprognotiseerde OZB inkomsten in 2022 bedragen 8,8 mln, zodat over 2023 het effect 528.000 is.
Voor 2024 is het inflatiepercentage logischerwijs nog niet bekend, maar elke 1% vertegenwoordigd ongeveer 88.000. Wat betreft de afvalstoffenheffing en rioolrechten wordt verwezen naar pagina 25 van de begroting. Voor 2023 is dit voor de afvalstoffenheffing 150.000 oplopend tot 300.000 vanaf 2024 en voor de rioolrechten is dit in 2023 250.000 oplopend tot 500.000 vanaf 2024. Vraag 34 Blz. 136 Paragraaf lokale lasten afvalstoffenheffing. Klopt het dat de kostendekkendheid feitelijk lager is dan 100% omdat er een bedrag uit de algemene middelen gedekt wordt? Daarnaast wat betekent de door de coalitie afgesproken nul lijn voor meerdere jaren indien de Rova indexering op het niveau blijft van 2023?
Antwoord De kostendekkendheid blijft 100%. Om dit te realiseren is echter een aanvullende tegemoetkoming uit de Algemene middelen noodzakelijk zoals op pagina 25 van de begroting is weergegeven (zie ook antwoord op vraag 33). Hierbij is zowel voor 2023 als voor 2024 al rekening gehouden met inflatiepercentages die door de ROVA zijn afgegeven. Vraag 35 Blz. 312 Format Dynamische investeringsreserve. Meerjaren investerings programma openbare ruimte. Graag onderbouwing van dynamische investeringsreserve van 7,5 miljoen euro. Welke projecten moeten hieruit gefinancierd worden en waarom wordt hier een reserve voor ingesteld en wordt er niet voor gekozen om de investeringen te activeren Antwoord Voor de omvang van de dynamische investeringsreserve zie het antwoord op vraag 3 van Burger Belangen. In de vraagstelling wordt de link gelegd met het Meerjaren Investerings Programma (MIP) openbare ruimte. Dit is niet juist. Doel van de vorming van dynamische investeringsagenda is dat we omvangrijke investeringen op ons af zien komen, aanvullend op het ‘reguliere MIP’. Als zich hierbij kansen aandienen waarbij een beroep op de gemeente wordt gedaan voor een eenmalige investering/ bijdrage dan willen we op de toekomst voorbereid zijn door de benodigde middelen gereserveerd te hebben.
De MIP-investeringen worden altijd volgens de boekhoud voorschriften (BBV) in de begroting vertaald, waarbij investeringen op afschrijvingsbasis worden vertaald. Vraag 36 Blz 313 Format Reserve Mobiliteit N35 750 k tlv alg reserve tbv infrastructurele maatregelen. Graag nadere info over welke infrastructurele maatregelen dit betreft en hoe dit bedrag is opgebouwd Antwoord Bij nieuw beleid 2019 is een budget van € 750.000 beschikbaar gesteld voor de gemeentelijke bijdrage aan de verbetermaatregelen voor de N35 traject Wijthmen-Nijverdal. Deze gemeentelijke bijdrage is gekoppeld aan de uitvoering van de verbetermaatregelen (toen voorziene twee bajonettenmaatregelen) bij Mariënheem. Vraag 37 Blz 317 Personeel op blz 317 staat een mooi overzicht van de personele kosten t/m besluitvorming zomernota 2022. Her en der wordt in de begroting gevraagd om uitbreiding van de formatie. Voorts loopt er de campagne waarin Raalte aangeeft dat er 20 vacatures zijn. Kan voortbordurend op het overzicht op blz 317 een totaal overzicht gemaakt worden van de personele kosten (incl overhead) inclusief de voorgestelde uitbreiding Antwoord De 20 vacatures die wij met de campagne hopen in te vullen betreft het invullen van bestaande formatie. Dit valt grotendeels binnen het huidige loonsomkader zoals gepresenteerd. Zoals gezegd is het loonsomkader bij de begroting 2023 geraamd op € 19,288 mln.
Wanneer uw raad alle voorstellen voor uitbreiding goedkeurt, wordt in 2023 structureel € 1,46 mln. toegevoegd. Hiermee komt het loonsomkader dan op € 20,748 mln. (19,288 +0,72+0,64 + 0,1 loondeel overhead). De eenmalige loonkosten vormen geen onderdeel van het structurele loonsomkader. In onderstaand overzicht zijn de personele claims samengevat zoals opgenomen in het nieuw beleid begroting 2023, zie blz. 30 en volgende
Totaal overzicht fte's met bijbehorende overhead begroting 2023 Omschrijving Nieuw beleid begr. 2023 (categorie A t/m D) Opslag overhead Nieuw beleid begr. 2023 Reparatie mismatch structurele taken met eenmalige dekking (categorie Opslag overhead (3,1 fte structureel en 1 fte eenmalig in primaire proces)
aantal fte's S = structureel begr. 2023 E = eenmalig 6,7 S 7 E S E 7,2 1
S E S E
2023 721.000 617.000 134.250 140.300 640.000 4.000 62.000 20.000
N.B. Voor een deel van boven genoemde personele lasten is dekking uit rijksvergoeding / bestaande middelen beschikbaar.
Vragen van D66, ontvangen op 26 oktober 2022, genummerd van 38 t/m 39 Vraag 38 Programma 2, pagina 58, onderdeel 4: de succes indicatoren van programma Integraal Beheer Openbare Ruimte bevatten geen indicatoren voor biodiversiteit en klimaatbeheersing, terwijl beide genoemd worden in de doelstellingen en bij het onderdeel ‘wat gaan we daarvoor doen’. Hoe wil de gemeente de voortgang op deze punten nu concreet maken? Antwoord Op dit moment wordt zeker ook gewerkt aan biodiversiteit en rekening gehouden met effecten op klimaat. Vandaar de vermelding bij de doelstellingen. Op dit moment is dat inderdaad niet gekoppeld aan 'concrete ' indicatoren. Dat is één van de redenen om voor 2023 een bedrag te ramen voor een beleidsplan Biodiversiteit en idem 2024 voor Circulariteit. Eén van de beoogde resultaten is om dan ook goed onderbouwde indicatoren -en doelen- te kunnen formuleren, waarbij wij ook in Rivus verband aansluiting zoeken. Vraag 39 Programma 6, pagina 89, onderdeel 5: in het onderdeel ‘wat gaan we daarvoor doen’ staat het volgende: “we ondersteunen het bedrijfsleven in de post-coronafase “. Kunt u dit verder toelichten wat dit concreet inhoud? Antwoord Tijdens de coronacrisis hebben we gepoogd intensief in contact te staan met bedrijven die veel hinder hadden van de coronamaatregelen.
De gevolgen van de coronamaatregelen hebben nog steeds een impact bij een deel van het bedrijfsleven (bijvoorbeeld hogere schulden). We willen met deze bedrijven in verbinding blijven en hun faciliteren in het doorverwijzen naar ondersteunende instanties. Overigens merken we dat de effecten van de coronacrisis steeds meer op de achtergrond verdwijnen en dat nieuwe economische ontwikkelingen zoals hoge energieprijzen en de stijgende inflatie nu meer onze aandacht heeft.
Vragen van CDA, ontvangen op 25 oktober 2022, genummerd van 40 t/m 44 Vraag 40 Er is op dit moment sprake van een rentestijging, hoe verhoudt zich dit tot de cijfers en welke invloed zal dit mogelijk hebben? Antwoord De rentestijging is de laatste maanden aanzienlijk. De directe invloed op de begroting 2023 is op dit moment zeer beperkt. Dit komt doordat de gemeente de afgelopen jaren langlopende leningen met rentevaste looptijden van 30/40 jaar heeft aangetrokken. Bij rentestijgingen zoals nu is dan het effect op de gemiddelde rente beperkt en komt alleen aan de orde als een lening geherfinancierd moet worden tegen de huidige (hogere) rente. Dan zal de gemiddelde rente langzaam gaan stijgen. Herfinanciering is op dit moment nog niet aan de orde en bovendien is hiervoor in de begroting een stelpost renteschommelingen van € 234.000 beschikbaar waarmee de (eerste) effecten van een rentestijging kunnen worden opgevangen. Vraag 41 Programma 6 blz: 89 Het aantal vestigingen van bedrijven per duizend inwoners gaat van 156,6 naar 148; kan dit geduid worden? Antwoord Terechte vraag. Het is een administratieve fout. Het moet 158 in plaats van 148 zijn. Vraag 42 Programma 7 blz: 100 Sportbeleid en activering Begr.
2023: 2.109 en daaronder Sportaccommodaties (beleid) 364, hoe verhouden deze cijfers zich tot het jaar ervoor en erna? Antwoord De toename van Sportbeleid en activering wordt met name verklaard door een (tijdelijke) projectleider voor het project "Raalte sportief en gezond”. Daarnaast speelt de "subsidiëring” van de buursportcoaches, waaronder ook de medefinanciering van Rijksoverheid een rol. Deze post, waaronder ook de bijdrage van het rijk is in eerste instantie tot en met 2023 meegenomen in de begroting. Wat betreft de “Sportaccommodaties” wordt het verschil verklaard door de overheveling van de onderhoudskosten van verschillende sportaccommodaties van programma 2 naar programma 7. Daarnaast is er een extra krediet verstrekt voor het scenario onderzoek Hoogerheyne. Vraag 43 Er is geld om personeel aan te nemen, als dit personeel niet wordt gevonden en dus het geld niet wordt uitgegeven, wat gebeurt er dan met deze gelden? Antwoord In basis geldt dat wanneer het loonsombudget niet volledig wordt besteed, deze middelen bij de jaarrekening terugvloeien naar de reserve Strategische Personeelsplanning. Voor deze reserve is door uw raad een plafond van € 800.000 ingesteld. Wanneer het plafond bij de jaarrekening wordt overschreden, vloeit het surplus hierop terug naar de algemene middelen. Het is de verwachting dat de reserve bij de jaarrekening 2022 onder het plafond blijft.
Vraag 44 Programma 9 blz: 114 Strateeg/ regisseur Samenleving, wat moeten we ons bij deze vacature voorstellen? Antwoord Als organisatie willen we wendbaarder en daadkrachtiger zijn om adequaat te kunnen inspelen op de veelal onverwachte en complexe vraagtukken. Met een ‘strateeg/regisseur Samenleving’ kunnen we hierin beter voorzien. De pandemie en de opvang van ontheemden hebben een flinke wissel op de organisatie getrokken en de volgende crisis dient zich al aan. Op uitvoeringsniveau ontkomen we er niet aan om in- en externe capaciteit in te zetten maar in de regie, netwerken, analyses en strategisch advies kunnen we hier
wel op anticiperen. Als we dat niet doen dan zullen we achter elke crisis aan blijven lopen, geen regie hebben en niet leren van eerdere crisis.
Aanvullende technische vraag van GB tijdens technisch beraad op 27 oktober 2022, nr. 45 Vraag 45 Paragraaf verbonden partijen, blz. 188 Sportbedrijf Raalte. Wat is de bijdrage van de gemeente voor 2023 en volgende jaren en graag een uitsplitsing naar , sporthal Tijenraan, overige binnensportaccommodaties Raalte dorp , zwembad Tijenraan , zwembad De Tippe en overige activiteiten/accommodaties Antwoord De exploitatiebijdrage vanuit de gemeente ligt voor het jaar 2023 rond de 1,6 mln. Dit is inclusief de huurcompensatie van 530.000, zodat de netto bijdrage ongeveer 1,07 mln. bedraagt. De exploitatievergoeding is opgebouwd uit verschillende componenten, waaronder de grootste de basisvergoeding voor de exploitatie van de sportaccommodaties en de bijdrage voor de buurtsportcoaches zijn. Er bestaat geen onderverdeling in de basisvergoeding naar de verschillende accommodaties.