09 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Bijlage 1 Archeologisch bueauonderzoek
Tekst van het document
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek verkabeling 110 kV verbinding bebouwde kom Raalte, gemeente Raalte
projectnummer 474109 revisie 00 2 maart 2022
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek verkabeling 110 kV verbinding bebouwde kom Raalte, gemeente Raalte projectnummer 474109 revisie 00 2 maart 2022
Auteurs E. Hoven
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
datum vrijgave 07‐03‐2022
beschrijving revisie 00 geaccordeerd Het Oversticht (def.)
gecontroleerd A.J. Brokke
vrijgave R.S. Raap
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
4
2
Beschrijving onderzoekslocatie
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid en regelgeving Landschappelijke situatie Historische situatie Mogelijke verstoringen
6 7 8 9 12 12
3
Bekende waarden
13
3.1 3.2
Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden
13 15
4
Archeologische verwachting
16
4.1 4.2
Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting
16 16
5
Conclusies en advies
17
5.1 5.2
Conclusies (Selectie)advies
17 17
Literatuur en geraadpleegde bronnen
19
Lijst van afbeeldingen en bijlagen
20
Bijlagen 1 2
Archeologische perioden AMZ-cyclus
Kaartbijlagen 474109-ARCHIS
Gegevens uit ARCHIS
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
474109 5143251100 Overijssel Raalte Raalte De Weem, Ramelerenk Iepensingel, Het Erf, Westdorplaan
Kaartblad 27F Coördinaten NW: 214321.56, 488487.59 NO: 214321.56, 488521.27 ZO: 215679.00, 487566.95 ZW: 215652.12, 487546.79 Centrum: 215084.28, 488144.87 Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam
TenneT TSO B.V. Antea Group januari 2022 R.S. Raap (projectleider) J. Postma (projectleider) E. hoven (archeoloog)
Vrijgave conform KNA A.J. Brokke(senior KNA-archeoloog, protocol 4002) Bevoegd gezag gemeente Raalte Deskundige bevoegd gezag O. Satijn, Het Oversticht
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied, inclusief bestaande mastnummers (bron: Esri & partners).
Blad 1 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Samenvatting In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Antea Group in januari 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd te Raalte. Aanleiding is het landelijke verkabelingsprogramma. Op basis van het wetsvoorstel VET heeft de gemeente Raalte bij TenneT een verzoek ingediend, om een basisontwerp op te stellen voor de verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen in de kern van Raalte. De verkabeling betreft een gedeelte van een tweetal lijnverbindingen, te weten: • Harculo-Raalte vanaf mast 40 t/m 43 (lijncode HCL-RT110) • Raalte-Nijverdal mast 001 t/m 004 (lijncode RT-NVD110) Een bureauonderzoek, al dan niet in combinatie met een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, geldt als de eerste stap binnen de kaders van de archeologische monumentenzorg (zie bijlage 2). Het bureauonderzoek is in een eerdere revisie (rev 0B, d.d. 27 januari 2022) van dit document ter beoordeling gezonden aan Het Oversticht, dat namens de gemeente de inhoudelijke toets uitvoert. Het Oversticht onderschrijft de conclusies en het advies uit het bureauonderzoek1. Het aangepaste bureauonderzoek is in onderhavige revisie (revisie 00, geaccordeerde versie) verwerkt. Conclusies Op basis van het bureauonderzoek wordt vastgesteld dat in het plangebied vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug een middelhoge verwachting geldt.
Er kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied kunnen op basis van de eerdere onderzoeken podzolgronden verwacht worden op de hoger gelegen delen van het plangebied die vanaf de prehistorie gunstig zijn geweest voor menselijke activiteiten. Daarbuiten op de lager gelegen delen is de verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden laag. Bovendien kan worden geconcludeerd dat een deel van het actuele plangebied reeds onderzocht is. Daarbij gaat het concreet om het onderzoeksgebied vanaf het 110 kV-station tot aan de Nieuwe Deventerweg.2 Advies Antea Group adviseert binnen de zone met een middelhoge verwachting (dekzandrug) vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek op twee locaties (afbeelding 11). De eerste locatie (Iepensingel) ligt direct ten oosten van het transformatorstation, waar een HDD-kuip en aansluiting op het station is voorzien (in open ontgraving). Hier geldt een middelhoge verwachting. De tweede locatie betreft locatie het Erf in de wijk Vloedkampen waar twee HDD-kuipen zijn voorzien met een korte aanleg in open ontgraving, en voorts een mogelijke uitlegstrook wordt voorzien. Of bij dit gebruik uiteindelijk bodemverstoring zal plaatsvinden is nog niet geheel bekend, aangezien het plan nog in voorbereidingsfase bevindt en dergelijke details nog uitgewerkt zullen worden.
1 Schriftelijke beoordeling uitgevoerd door Het Oversticht, O. Satijn, d.d. 21 februari 2021. 2 Voor het 110 kV-station Raalte zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. De eventuele werkzaamheden op het station zijn
geen onderdeel van de scope van dit rapport.
Blad 2 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
De HDD-boringen inclusief de in- en uitreedpunten vormen geen bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden vanwege de aanlegdiepte van de HDD circa 10 m tot 25 m – mv. Deze zones kunnen net als de gebieden waarin reeds onderzoek heeft plaatsgevonden (het 110kV station zelf en de aanleg tussen het station en de Nieuwe Deventerweg) worden vrijgegeven. Het veldonderzoek heeft eind februari 2022 plaatsgevonden. De resultaten worden verwerkt in een separate rapport3, waarin ook de bijgewerkte versie van dit bureauonderzoek integraal zal worden verwerkt. Meldingsplicht Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Certificering Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.
Voor de KNA-protocollen, 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
3
Fens et al., 2022.
Blad 3 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Antea Group in januari 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd te Raalte. Aanleiding is het landelijke verkabelingsprogramma. Op basis van het wetsvoorstel VET heeft de gemeente Raalte bij TenneT een verzoek ingediend, om een basisontwerp op te stellen voor de verkabeling van de bestaande 110 kV bovengrondse verbindingen in de kern van Raalte. De verkabeling betreft een gedeelte van een tweetal lijnverbindingen, te weten: • Harculo-Raalte vanaf mast 40 t/m 43 (lijncode HCL-RT110) • Raalte-Nijverdal mast 001 t/m 004 (lijncode RT-NVD110) De bovengrondse lijnverbinding tussen Raalte en Harculo wordt vanaf mast 40 tot aan het hoogspanningsstation Raalte verkabeld en de verbinding tussen Raalte en Nijverdal vanaf mast 4 tot aan het hoogspanningsstation Raalte (zie afbeeldingen 1 en 2). Een groot deel van de verkabeling wordt doormiddel van HDD-boringen uitgevoerd. De dieptes van de HDD’s variëren tussen circa 10 en 25 meter minus maaiveld. Daarnaast wordt een deel in open ontgraving uitgevoerd. Voor de open ontgravingen wordt een diepte opgegeven van onderkant sleuf van 1,50 meter minus maaiveld voor openbaar gebied en onderkantsleuf van 2,10 meter minus maaiveld voor agrarische percelen. De breedte van de sleuf bedraagt aan de bovenkant 5,30 m en aan de onderkant 3,00 m.
Naast de ontgravingen ten behoeve van het kabeltracé zullen er op de werkstroken mogelijke bodemverstoringen plaatsvinden door het cultuurtechnisch herstel (opheffen van zettingen). Deze mogelijke verstoring zal maximaal 0,8 meter minus maaiveld zijn. Hoewel de werkstroken in de voorbereiding van de uitvoering nader worden bepaald, zijn er op dit moment twee zones onderzocht waar deze werkzaamheden worden voorzien (afbeelding 3). Het aan te leggen tracé volgt grotendeels het tracé van de bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsverbinding. De verkabeling op de verbinding Harculo-Raalte begint ten westen van de Nieuwe Deventerweg bij mast 40 en loopt richting het oosten achter de bestaande bebouwing van de Johanna van Burenlaan naar het trafostation Raalte. De verkabeling op de verbinding Raalte-Nijverdal loopt van het trafostation tot aan mast 004 bij de Kanaaldijk oostzijde. De opgetelde lengte van de het aan te leggen kabeltracé bedraagt circa 1800 m. Volgens www.ruimtelijkeplannen.nl zijn voor het plangebied zijn twee bestemmingsplannen van toepassing. Ten eerste bestemmingsplan Raalte Kern waarin op basis van artikel 26 (Waarde Archeologische verwachtingswaarde) geldt dat bodemingrepen vanaf 100 m² met een diepte van 40 cm -mv vergunningsplichtig zijn. Ten westen van de Nieuwe Deventerweg en langs Kanaaldijk oostzijde is het bestemmingsplan Buitengebied Raalte geldig.
Hier is geen waarde archeologie opgenomen. Op de beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte ligt het centrale deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting. Een bureauonderzoek, al dan niet in combinatie met een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, geldt als de eerste stap binnen de kaders van de archeologische monumentenzorg (zie bijlage 2). Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring
Blad 4 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
van archeologische waarden binnen het plangebied. Het bureauonderzoek is in een eerdere revisie (rev 0B, d.d. 27 januari 2022) van dit document ter beoordeling gezonden aan Het Oversticht, dat namens de gemeente de inhoudelijke toets uitvoert. Het Oversticht onderschrijft de conclusies en het advies uit het bureauonderzoek4. Het aangepaste bureauonderzoek is in onderhavige revisie (revisie 00, geaccordeerde versie) verwerkt. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
4 Schriftelijke beoordeling uitgevoerd door Het Oversticht, O. Satijn, d.d. 21 februari 2021.
Blad 5 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
2
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het aan te leggen tracé volgt grotendeels het tracé van de bestaande bovengrondse 110kV-hoogspanningsverbinding (afbeelding 2). De verkabeling op de verbinding Harculo-Raalte begint ten westen van de Nieuwe Deventerweg bij mast 40 en loopt richting het oosten achter de bestaande bebouwing van de Johanna van Burenlaan naar het trafostation Raalte. De verkabeling op de verbinding Raalte-Nijverdal loopt van het trafostation tot aan mast 004 bij de Kanaaldijk oostzijde. De opgetelde lengte van de het aan te leggen kabeltracé bedraagt circa 1800 m. Voorgenomen werkzaamheden op het 110 kV-station Raalte zijn geen onderdeel van de scope van dit rapport. Het is van belang een onderscheid te maken tussen onderzoeksgebied enerzijds en plangebied anderzijds. Het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord. Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen over de mogelijk aanwezige archeologische sporen in het plangebied. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect.
Een onderzoeksgebied van 500 m rondom het plangebied (aan weerszijden van het tracé) wordt in dit geval voldoende geacht om een indruk te krijgen van het archeologisch potentieel van het plangebied (afbeelding 3).
Afbeelding 2. Ligging van de geplande verkabeling en locaties van masten 40 t/m 43 (lijn Harculo-Raalte) en van masten 1 t/m 4 (Raalte-Nijverdal) op recente luchtfoto (bron: Esri en partners, mastlocaties verkregen via TenneT TSO B.V.).
Blad 6 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 3. Ligging van het plangebied, inclusief optionele werkstrook en het onderzoeksgebied (bron: Esri & partners)
2.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied ligt grotendeels in het bebouwde gebied van Raalte (afbeelding 2). Tussen het trafostation en de Nieuwe Deventerweg ligt het plangebied in een park. Ten westen van de Deventerweg bij mast 40 ligt het plangebied op een weiland. Vanuit het trafostation richting het oosten is het gebied in gebruik als weg en groenstrook. Consequenties toekomstig gebruik De bovengrondse lijnverbinding tussen Raalte en Harculo wordt vanaf mast 40 tot aan het hoogspanningsstation Raalte verkabeld en de verbinding tussen Raalte en Nijverdal vanaf het hoogspanningsstation Raalte tot aan mast 004 (zie afbeeldingen 1 en 2). Een groot deel van de verkabeling wordt door middel van HDD-boringen uitgevoerd. De dieptes van de HDD’s variëren tussen circa 10 en 25 meter minus maaiveld. Daarnaast wordt een deel in open ontgraving uitgevoerd. Voor de open ontgravingen wordt een diepte opgegeven van onderkant sleuf van 1,50 meter minus maaiveld voor openbaar gebied en onderkantsleuf van 2,10 meter minus maaiveld voor agrarische percelen. De breedte van de sleuf bedraagt aan de bovenkant 5,30 m en aan de onderkant 3,00 m (zie afbeelding 4). Naast de ontgravingen ten behoeve van het kabeltracé zullen er op de werkstroken mogelijke bodemverstoringen plaatsvinden door het cultuurtechnisch herstel (opheffen van zettingen).
Deze mogelijke verstoring zal maximaal 0,8 meter minus maaiveld zijn. Hoewel de werkstroken in de voorbereiding van de uitvoering nader worden bepaald, zijn er op dit moment twee zones onderzocht waar deze werkzaamheden worden voorzien (zie ook afbeelding 3).
Blad 7 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 4. Principedoorsnede van het kabeltracé (bron: TenneT TSO B.V.)
2.3
Archeologisch beleid en regelgeving Voor het plangebied zijn twee bestemmingsplannen van toepassing. Voor het gebied tussen De Spinde (in het zuidoosten van het plangebied) tot ongeveer ter hoogte van Johanna van Burenlaan 63 (in het noordwesten van het plangebied) is het bestemmingsplan Raalte Kern relevant.5 Op basis van artikel 26 (Waarde - Archeologische verwachtingswaarde) geldt dat bodemingrepen vanaf 100 m² met een diepte van 40 cm -mv vergunningsplichtig zijn. Buiten het hier genoemde gebied is er geen waarde archeologie in het overige gebied van dit bestemmingsplan opgenomen. Ten westen van de Nieuwe Deventerweg en langs Kanaaldijk oostzijde is het bestemmingsplan Buitengebied Raalte geldig.6 Hier is geen waarde archeologie opgenomen. Op de beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte ligt het centrale deel van het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting (afbeelding 5).7 De rest ligt in een zone met een lage verwachting. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het buitengebied (in het onderhavige onderzoek is dit het gebied ten westen van de Nieuwe Deventerweg en ten oosten van het Kanaal) en de bebouwde kom. Voor het buitengebied geldt een lage verwachting. Een onderzoeksplicht bestaat alleen bij plangebieden groter dan 10 ha én dieper dan 50 cm.
Voor de bebouwde kom geldt een onderzoeksplicht in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting bij plangebieden groter dan 250 m² én dieper dan 50 cm. Voor een lage verwachting geldt daar een onderzoeksplicht bij plangebieden groter dan 5 ha én dieper dan 50 cm. De vrijstellingsgrens van 250 m2 in de bebouwde kom, ter hoogte van een middelhoge verwachtingszone, wordt overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ is daarmee verplicht.
5 Ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0177.BP20080002-0003 6 Ruimtelijkeplannen.nl NL.IMRO.0177.BPGV20200001-0001 7 Bolding & Nieuwenhuis 2009.
Blad 8 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 5. Ligging van het plangebied op de beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte (bron: Bolding, H. & M. Nieuwenhuis 2009).
2.4
Landschappelijke situatie Geologie Het onderzoeksgebied ligt binnen een dekzandgebied tussen het rivierenlandschap van de IJssel en de stuwwallen van de Sallandse Heuvelrug. De dekzanden zijn tijdens het Weichselien (ca. 115.000 tot 11.600 jaar geleden) gevormd. Er heerste een zeer koud klimaat en de bodem was bevroren (permafrost). Daardoor stroomde het sneeuwsmeltwater oppervlakkig af, waarbij veel materiaal vanaf de stuwwallen geërodeerd werd en aan de voet van de stuwwallen werd afgezet (Formatie van Boxtel). Met deze kou was er weinig begroeiing, de wind had vrij spel en in het hele land werden zandlagen afgezet. Hierbij werd een pakket dekzand afgezet (Formatie van Boxtel, Wierden Laagpakket). Waar dit zand zich ophoopte werden dekzandruggen gevormd.
Blad 9 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart van Nederland, 1:50.000 (afbeelding 6) doorsnijdt het plangebied dekzandwelvingen (code L51), een dalvormige laagte (code R23) een dekzandrug in het centrum en in het zuidoosten (code B53) en een deek(dal)overstromingsvlakte (code M44).
Afbeelding 6. Ligging van het plangebied op de Geomorfologische Kaart van Nederland (bron: Esri & partners).
Op de AHN (afbeelding 7) is de dekzandrug in het centrale deel van het plangebied duidelijk zichtbaar. De hoogte is hier circa 7 m +NAP. Richting het westen en oosten ligt het plangebied duidelijk dieper op circa 5 m + NAP. Bodem en grondwater Op de Bodemkaart van Nederland, 1:50.000 (Stiboka/Alterra, Wageningen) is het grootste deel van het plangebied vanwege de ligging in bebouwde kom niet gekarteerd (afbeelding 8). In het westen liggen beekeerdgronden; lemig fijn zand (code pZg23) en laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (code cHn21). In het zuidoosten van het plangebied bevinden zich beekeerdgronden; lemig fijn zand (code pZg23). De grondwatertrap in het westen is IV (GHG < 25; GLG 80 - 120) en in het oosten III (GHG 40 – 80; GLG 80 – 120).
Blad 10 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 7. Ligging van het plangebied op de AHN3 (bron: Esri & partners).
Afbeelding 8. Ligging van het plangebied op de Bodemkaart van Nederland (bron: Esri & partners).
Blad 11 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
In TNO’s Dinoloket8 zijn in het plangebied drie boringen geregistreerd. Bij mast 40 ten westen van Nieuwe Deventerweg zijn twee boringen geplaatst waarin de top van de C-horizont al op 0,45 m mv en 0,40 m -mv aangetroffen werd.9 Ter hoogte van de woonblok bij De Spinde is een boring geplaatst (B27F0078). Deze is tot 0,6 m -mv niet beschreven en tussen 60 cm tot 3 m -mv is zand, matig fijn vastgesteld (dekzand). Tijdens het booronderzoek van De Steekproef (nader beschreven in paragraaf 3.1) zijn naast intacte profielen vooral verstoringen vastgesteld.
2.5
Historische situatie Op de kadastrale kaart van 1811-1832 was het gebied tussen het trafostation en de Nieuwe Deventerweg in gebruik als akker en deels voor hakhout (MIN04043L03; niet afgebeeld). Ook de gebieden ten westen van de Nieuwe Deventerweg (MIN04043L01; niet afgebeeld) en ten oosten van het trafostation (MIN04043F02; niet afgebeeld) waren in gebruik als akkers. Het bebouwde gebied waarin het plangebied nu ligt is pas vanaf 1976 ontwikkeld.10
2.6
Mogelijke verstoringen Tijdens de ontwikkeling van het bebouwde gebied vanaf 1976 kunnen verstoringen door de bouwwerkzaamheden (o.a. de bouw van het trafostation), de aanleg van wegen en nutsleidingen ontstaan zijn.
8 www.dinoloket.nl 9 Dinoloket-boringen BHR000000037399 en BHR000000181048. 10 www.topotijdreis.nl
Blad 12 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
3
Bekende waarden
3.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 500 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 474109–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich geen AMK-terreinen. Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Circa 150 m ten zuidwesten van het trafostation is een vondstmelding (3087407100) gemaakt. Het gaat om stenen bijl (datering vroeg Neolithicum B tot Bronstijd, objectnummer 103215). Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Binnen het onderzoeksgebied zijn in ARCHIS drie eerdere onderzoeken vermeld die met het actuele plangebied overlappen. ARCHIS-melding 4651614100 betreft een bureauonderzoek van SWECO in 2018. 11 In opdracht van TenneT TSO B.V. heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie station Raalte 110kV. De aanleiding voor dit onderzoek was de voorgenomen sloop en vervanging van het aanwezige trafostation. Hiervoor waren bodemingrepen gepland met een diepte van maximaal 1,5 meter.
Vanwege de gunstige droge en hoge ligging op een dekzandrug is het plangebied sinds de prehistorie aantrekkelijk geweest voor menselijke bewoningen en/of activiteit. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werd voor het plangebied geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren. Van het booronderzoek op het 110 kV-station Raalte (ARCHIS-melding 4659578100) is nog geen rapport beschikbaar. Op basis van de eerste bevindingen 12 is in het grootste gedeelte van het plangebied een verstoring tot in de C-horizont is aangetroffen. Slechts in één van de zes boringen is een intact podzolprofiel aangetroffen. ARCHIS-melding 4775561100 betreft een bureauonderzoek dat door Salisbury in het plangebied Westdorplaan 211 is uitgevoerd (afbeelding 9).13 Dit betreft het zuidelijke uitbreidingsgebied van het 110 kV station Raalte. Op basis van het bureauonderzoek werd geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt voor de top van het pleistocene dekzand. Hierin kunnen resten worden aangetroffen vanaf het Laat Paleolithicum t/m de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied stond echter reeds bebouwing die behoorde tot het trafostation. De bouw hiervan zal de bodem verstoord hebben tot op onbekende diepte.
Verder wordt het hierboven reeds geciteerde onderzoek van Sweco aangehaald, waaruit bleek dat in het overige deel van het station de bodem ook al grotendeels verstoord bleek tot in het relevante archeologische niveau. 11 Paré, C.A. & J.J. Hekman, 2019. 12 Bron: archis.cultureelerfgoed.nl 13 Soldaat, 2020.
Blad 13 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 9. ligging van de onderzoeksgebieden van SWECO (gearceerd) en Salisbury (rode kader, bron: Soldaat 2020, afb.3)
ARCHIS-melding 4892160100 betreft een bureau- en booronderzoek door De Steekproef in 2020.14 Het plangebied voor het bureauonderzoek loopt vanaf het transformatorstation aan de Westdorplaan in het oosten tot aan de Nieuwe Deventerweg (N348) in het westen en overlapt exact met het actuele plangebied (afbeelding 10). Het plangebied voor het booronderzoek liep vanaf het station tot aan halverwege het park (ter hoogte van de Johanna van Burenlaan). De aanleiding voor het onderzoek was de geplande aanleg van een tiental middenspanningskabels. Er was één kabelsleuf van ongeveer vier meter breed en anderhalve meter diep gepland. Er zijn 10 boringen geplaatst in het gebied dat volgens de beleidsadvieskaart een middelhoge verwachting heeft. Het westelijke deel van het plangebied werd vanwege het beleid van de gemeente niet door middel van boringen onderzocht. Hier geldt een lage verwachting en er is geen dubbelbestemming waarde archeologie. Op basis van het booronderzoek werd in het zand van de dekzandkop een goed ontwikkelde podzolbodem vastgesteld (boringen 5, 7 en 9) wat erop wijst dat het zand plaatselijk langdurig droog geweest is. Op basis daarvan lijkt de dekzandkop een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens tijdens alle archeologische periodes. Op delen van het onderzoeksgebied is de bodem redelijk tot goed bewaard gebleven.
Daardoor kunnen diepere delen van eventueel aanwezige archeologische resten ook nog aanwezig zijn. In een deel van de boringen zijn ook 14 Bongers, 2020.
Blad 14 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
verstoringen waargenomen. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd. Vanwege de afwezigheid van vondsten werd geadviseerd het plangebied voor de geplande werkzaamheden vrij te geven.
Afbeelding 10. Ligging van het door De Steekproef onderzochte gebied (bron: Bongers, 2020 figuur 7).
3.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Op basis van www.atlasleefomgeving.nl bevinden zich geen ondergrondse waarden in het onderzoeksgebied.
Blad 15 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
4
Archeologische verwachting
4.1
Bestaande verwachtingskaarten Gemeentelijke verwachtingskaart De gemeente Raalte beschikt niet over een aparte verwachtingskaart. De beleidsadvieskaart is al in hoofdstuk 2.3 besproken.
4.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Datering Laat paleolithicum t/m de nieuwe tijd vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug en podzolbodems. Complextype • laat paleolithicum: tijdelijke kampementen • neolithicum: nederzettingsresten • bronstijd – vroege middeleeuwen: nederzettingsresten • late ,iddeleeuwen - nieuwe tijd: akkers Omvang De omvang kan reiken van enkele losse vondsten tot grondsporen/structuren. Diepteligging De aanwezigheid van een podzolprofiel en eventuele grondsporen worden verwacht in de top van het dekzand, tot circa 0,8 m -mv (tenzij opgehoogd). Locatie De archeologische resten worden ter plaatse van de dekzandrug verwacht. Uiterlijke kenmerken • laat paleolithicum: bijvoorbeeld vuurstenen voorwerpen en haardkuilen • neolithicum: bijvoorbeeld fragmenten aardewerk; grondsporen zoals paalgaten, afvalkuilen en putten • bronstijd – vroege middeleeuwen: bijvoorbeeld (paal)kuilen, waterkuilen, haardplaatsen, greppels, huisplattegronden en begravingen. • late middeleeuwen - nieuwe tijd: sporen van landbouw (ploegsporen, perceelgreppels). Mogelijke verstoringen Tijdens de ontwikkeling van het bebouwde gebied vanaf 1976 kunnen verstoringen door de bouwwerkzaamheden (o.a. de bouw van het trafostation), de aanleg van wegen en nutsleidingen ontstaan zijn.
Blad 16 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
5
Conclusies en advies
5.1
Conclusies Op basis van het bureauonderzoek wordt vastgesteld dat in het plangebied vanwege de aanwezigheid van een dekzandrug een middelhoge verwachting geldt. Er kunnen resten worden aangetroffen vanaf het laat paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Binnen het plangebied kunnen op basis van de eerdere onderzoeken podzolgronden verwacht worden op de hoger gelegen delen van het plangebied die vanaf de prehistorie gunstig zijn geweest voor menselijke activiteiten. Daarbuiten op de lager gelegen delen is de verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden laag. Bovendien kan worden geconcludeerd dat een deel van het actuele plangebied reeds onderzocht is. Daarbij gaat het concreet om het onderzoeksgebied vanaf het 110 kV-station tot aan de Nieuwe Deventerweg.15
5.2
(Selectie)advies Antea Group adviseert binnen de zone met een middelhoge verwachting (dekzandrug) vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek op twee locaties (afbeelding 11). De eerste locatie ligt direct ten oosten van het transformatorstation, waar een HDD-kuip en aansluiting op het station is voorzien (in open ontgraving). Hier geldt een middelhoge verwachting. De tweede locatie betreft de wijk Vloedkampen waar twee HDD-kuipen zijn voorzien met een korte aanleg in open ontgraving, en voorts een mogelijke uitlegstrook wordt voorzien. Of bij dit gebruik uiteindelijk bodemverstoring zal plaatsvinden is nog niet geheel bekend, aangezien het plan nog in voorbereidingsfase bevindt en dergelijke details nog uitgewerkt zullen worden. In principe wordt echter aanbevolen om maatregelen te nemen die eventuele bodemverstoring verminderen, zoals het gebruik van rijplaten of een stabiliserend dek e.d. De HDD-boringen inclusief de in- en uitreedpunten vormen geen bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden vanwege de aanlegdiepte van de HDD circa 10 m tot 25 m – mv. Deze zones kunnen net als de gebieden waarin reeds onderzoek heeft plaatsgevonden (het 110kV station zelf en de aanleg tussen het station en de Nieuwe Deventerweg) worden vrijgegeven. Het bovenstaande advies is inhoudelijk getoetst door de adviseur namens de gemeente en is akkoord bevonden (d.d.
21 februari 2022). Het hier geadviseerde veldonderzoek heeft eind februari 2022 plaatsgevonden. De resultaten worden verwerkt in een separate rapport16, waarin ook de bijgewerkte versie van dit bureauonderzoek integraal zal worden verwerkt.
15 Voor het 110 kV-station Raalte zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. De eventuele werkzaamheden op het station zijn
geen onderdeel van de scope van dit rapport. 16 Fens et al., 2022.
Blad 17 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Afbeelding 11. Advieskaart vervolgonderzoek (verkennend archeologisch booronderzoek, oranje omlijnd).
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Heerenveen, maart 2022
Blad 18 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Bolding, H. & M. Nieuwenhuis, 2009: Beleidsnota Archeologie: ondergronds bovengronds beleven, Raalte. Bongers, J.M.G., 2020: Raalte, Westdorplaan (Gemeente Raalte, Ov.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O),Verkennende en Karterende Fase. Steekproefrapport 2020-10/06, Zuidhorn. Fens, R.L., I. Fleuren & E. Hoven, 2022. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen verkennende fase, verkabeling 110 kV verbinding bebouwde kom Raalte, gemeente Raalte. Antea Group Archeologie 2022/52. Antea Group, Heerenveen. Hoven, E., 2022: Archeologisch bureauonderzoek. Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLSRT en RT-NVD). Antea Group Archeologie 2021/253. Antea Group, Heerenveen. Soldaat, M., 2020: Raalte, Westdorplaan 211 (Gemeente Raalte). Een bureauonderzoek (BO). Salisbury Archeologisch Rapport 333, Assen.
Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.aardeopdekaart.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.atlasleefomgeving.nl • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl
Blad 19 van 20
Antea Group Archeologie 2021/253 Bureauonderzoek projectnummer 474109 2 maart 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.
Lijst van afbeeldingen en bijlagen Afbeeldingen in tekst Afbeelding 1. Afbeelding 2.
Afbeelding 3. Afbeelding 4. Afbeelding 5. Afbeelding 6. Afbeelding 7. Afbeelding 8. Afbeelding 9. Afbeelding 10. Afbeelding 11.
Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied, inclusief bestaande mastnummers (bron: Esri & partners). Ligging van de geplande verkabeling en locaties van masten 40 t/m 43 (lijn HarculoRaalte) en van masten 1 t/m 4 (Raalte-Nijverdal) op recente luchtfoto (bron: Esri en partners, mastlocaties verkregen via TenneT TSO B.V.). Ligging van het plangebied, inclusief optionele werkstrook en het onderzoeksgebied (bron: Esri & partners) Principedoorsnede van het kabeltracé (bron: TenneT TSO B.V.) Ligging van het plangebied op de beleidsadvieskaart van de gemeente Raalte (bron: Bolding, H. & M. Nieuwenhuis 2009). Ligging van het plangebied op de Geomorfologische Kaart van Nederland (bron: Esri & partners). Ligging van het plangebied op de AHN3 (bron: Esri & partners). Ligging van het plangebied op de Bodemkaart van Nederland (bron: Esri & partners). Ligging van de onderzoeksgebieden van SWECO (gearceerd) en Salisbury (rode kader, bron: Soldaat 2020, afb.3) Ligging van het door De Steekproef onderzochte gebied (bron: Bongers, 2020 figuur 7). Advieskaart vervolgonderzoek (verkennend archeologisch booronderzoek, oranje omlijnd).
Bijlagen 1 Archeologische perioden 2 AMZ-cyclus Kaartbijlagen 474109-ARCHIS Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen, onderzoeken en waarnemingen
Blad 20 van 20
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Kaartbijlage
215000
2437463100 3990200100 2259644100
216000 2450422100
3121742100 3194610100 2080196100 1060417 2818674100
5155118100
4624188100 4624171100
1081526 1081215 2036967100 4035569100 2111201100 1079178 2104560100 2034593100 2093837100 2043113100 1099995
489000
489000
214000
4564483100
2427581100 2071383100 1113532 2435640100 2454643100
2450455100
5155118100 2958804100 1061813 2018482100 1063347 2003326100 5085126100
4892160100
4918080100 1159096 4014070100 3990047100 4616144100 1112417
1063560
2849876100
2952720100
2023625100 2039534100 4722481100
1086615 2195087100
2763967100 2763950100 1042127
2763959100
2131330100
5155118100
5155118100
2165457100
5155118100
13589 0 Legenda
00
open ontgraving
2-3-2022 DATUM
Definitief
OPDRACHTGEVER
TenneT TSO B.V.
onderzoeksgebied Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde
487000
150 NR
HDD / persing
PROJECTOMSCHRIJVING
Verkabeling Raalte 110kV
Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
KAARTTITEL
Gegevens uit ARCHIS
onderzoeksmeldingen_vlak vondstmeldingen
KAARTNUMMER
474109-ARCHIS
vondstlocaties
214000
488000
1076872
215000
216000
300
450
! ° 600 m
RF
WIJZIGING
GET. GIS SPECIALIST
SCHAAL
R. Fens
1:8.000
PROJECTLEIDER
FORMAAT
J. Postma
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
2-3-2022 Definitief
1 van 1 00
www.anteagroup.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors C:\Users\D13652\OneDrive - Antea Group\Desktop\474109 Raalte\ArcGIS 2021\MXD\474109-ARO.mxd
487000
488000
1032015
4659578100 5143251100 4775561100 4651614100 5154179100 3087407100
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0513) 63 43 13 E. jan.postma@anteagroup.nl ISSN: 1570-6273 Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl