01 Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan Jacobsgat 8 nov 2022
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat
1
Inhoud 1 Inleiding 1.1 Zienswijze 1.2 Leeswijzer
3 3 3
2 Zienswijze 2.1 Ingediende zienswijze 2.2 Behandeling zienswijze 1
4 4 4
Bijlage 1 Bijlage 2
11 16
2
1 Inleiding 1.1 Zienswijze Het College van burgemeester en wethouders heeft het bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat als ontwerp vrijgegeven. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 13 januari 2022 tot en met 23 februari 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend, ondertekend door 41 personen, woonachtig op 24 verschillende adressen. Naar aanleiding van deze zienswijze is het bestemmingsplan niet aangepast. 1.2 Leeswijzer Deze Nota van Zienswijze bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijze. Naar aanleiding van deze zienswijze is het bestemmingsplan niet aangepast. Tot slot is de ontvangen zienswijze als bijlage opgenomen.
3
2. Zienswijze 2.1 Ingediende zienswijze Het bestemmingsplan Buitengebied Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat heeft van 13 januari 2022 tot en met 23 februari 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een zienswijze ingediend. De zienswijze is ingediend binnen de termijn en voorzien van alle benodigde gegevens en daarmee ontvankelijk. Hieronder is de zienswijze samengevat en voorzien van beantwoording. 2.2 Behandeling zienswijze 1 1. Indieners stellen dat in de toetsing van het bestemmingsplan aan het gemeentelijk beleid uit wordt gegaan van een kleinschalige recreatieve ontwikkeling. Volgens indieners is dit onjuist en is, gelet op de planologische ruimte die wordt geboden, sprake van een grootschalige ontwikkeling. Beantwoording: Het Jacobsgat is een terrein met een bestaande recreatieve bestemming. Met de voorgestane ontwikkeling wordt een kwaliteitsverbetering van het terrein Jacobsgat voorgestaan. Dit zowel op het front van landschappelijke inpassing, als van de toeristische/recreatieve functie. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het beleid uit de Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040.
De wijzigingen voorzien met name in het anders benutten van de bestaande planologische mogelijkheden om te komen tot een kwaliteitsverbetering van deze bestaande recreatieve voorziening, zonder dat er uitbreiding van de capaciteit plaatsvindt. Er is enkel sprake van een toename aan bebouwing achter op het bestaande recreatieterrein omwille van kwaliteitsverbetering. Daar mogen nieuwe groepsaccommodaties worden gerealiseerd. Op het bestaande bouwblok nemen de bebouwingsmogelijkheden af, doordat niet langer een tweede groepsaccommodatie op die plek wordt toegestaan. 2. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een analyse en beoordeling van de gecombineerde impact van de bestaande en geplande recreatieve druk op gebiedsniveau. Wij krijgen hier graag inzicht in om de effecten van gecumuleerd recreatief gebruik te kunnen beoordelen. Beantwoording Het ontwerpbestemmingsplan gaat uit van de locatie Jacobsgat. Dit terrein wordt met het bestemmingsplan niet uitgebreid en staat in deze procedure los van andere recreatieve bestemmingen. 3. Indieners wensen inzage in het besluit van de gemeenteraad van 22 december 2011 waarin de raad zou hebben ingestemd met het plan. Voor indieners is het onduidelijk op basis waarvan medewerking is verleend en welke voorwaarden (bijv. termijnen) gesteld zijn. Indieners vragen zich af of het college en de raad het besluit uit 2011 nog dragen.
Beantwoording Het besluit van de raad van 22 december 2011 is voor een ieder raadpleegbaar via de gemeentelijke website. Wij hebben u dit besluit toegestuurd, gelijktijdig met dit 4
document. Het raadvoorstel is ongewijzigd aangenomen door de raad. Het besluit is gebaseerd op de Toekomstvisie die voor dit gebied is opgesteld. In het besluit is als voorwaarde opgenomen dat het aantal slaapplaatsen wordt gemaximeerd op 150. Het College heeft deze maximalisatie aan de raad voorgesteld vanwege het feit dat een sterke toename van de verblijfscapaciteit rondom het Jacobsgat vanuit verkeerskundig oogpunt (ontsluiting) onwenselijk was. Met het aannemen van het raadsvoorstel is deze maximalisatie door de raad overgenomen. Er zijn in het raadsbesluit geen eisen opgenomen omtrent termijnen tot uitvoering van de plannen. Die zijn onder andere te vinden in een uitgebreide antwoordbrief op de volgende website: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Raalte/f9be2b3b-4fb5-4323-9502e2dbc825ca9e In het principebesluit van de gemeenteraad is geen vervaldatum opgenomen. Het besluit is ook niet ingetrokken door de gemeenteraad. Het ontwerp bestemmingsplan is uiteraard getoetst aan de geldende wet- en regelgeving en vigerend beleid . 4. Indieners vragen zich af of in het bestemmingsplan wel getoetst is aan het relevante regelgeving en de feitelijke situatie. Beantwoording Het bestemmingsplan is getoetst aan de huidige geldende wet- en regelgeving en vigerend beleid.
De feitelijke situatie is daar waar nodig beschouwd, maar vormt niet in alle gevallen het uitgangspunt wat betreft toetsingen. In geval van bijvoorbeeld de aspecten verkeer en hinder wordt tevens naar de bestaande planologische mogelijkheden gekeken. 5. Indieners geven aan dat in het bestemmingsplan gesteld wordt dat de omvang van de verblijfsrecreatieve mogelijkheden gelijk blijft aan de bestaande situatie. Het gaat om een bestaande accommodatie met 72 slaapplaatsen en een verleende vergunning voor de bouw van een nieuwe accommodatie met 72 slaapplaatsen. Indieners merken op dat het hiervoor genoemde aantal slaapplaatsen minder is dan de opgenomen 150 slaapplaatsen zoals opgenomen in het bestemmingsplan; Beantwoording Het aantal overnachtingsplekken/slaapplekken is in het ontwerpbestemmingsplan gelimiteerd tot 150. In het vigerende bestemmingsplan is geen maximumaantal overnachtingsplekken opgenomen, waardoor dit ongelimiteerd is. Het voorliggende bestemmingsplan is in dat opzicht een beperking ten opzichte van de huidige mogelijkheden. Uitsluitend de maximale vierkante meters aan groepsaccommodaties in combinatie met de maximale goot- en bouwhoogte (resp. 4 en 10 meter) vormt de begrenzing in het vigerende bestemmingsplan.
Het is dus correct dat het bestemmingsplan 150 slaapplaatsen toestaat en dat bij de vergunningen voor de twee groepsaccommodaties is uitgegaan van 144 slaapplaatsen in die gebouwen. Daarnaast is er op de locatie van nieuwbouw al heel lang een stacaravan met 6 bedden aanwezig. Het aantal van de 150 is gebaseerd op de genoemde 144 vermeerderd met de 6 plaatsen van de stacaravan. Uitgangspunt is het besluit van de gemeenteraad in 2011 om maximaal 150 slaapplaatsen toe te staan binnen het plangebied. Ten opzichte van het genomen raadsbesluit en de huidige bestemmingsplanmogelijkheden is er geen sprake van een uitbreiding van het aantal bedden. 6. Indieners willen weten wanneer de omgevingsvergunning voor de nieuwe groepsaccommodatie is verleend, wat de afwegingen waren om tot verlening over te 5
gaan, welke voorwaarden zijn gesteld (bijv. termijn voor realisatie) en of er sprake is van gewijzigde omstandigheden (recent beleid e.d.). Beantwoording Op 7 juni 2007 is de vergunning voor het geheel bouwen van een slaapgebouw ter vervanging van woonboten dat ruimte biedt voor 72 slaapplaatsen verleend. Ter plaatse de bestemming " Terrein voor verblijfs- en dagrecreatie" geldt volgens het bestemmingsplan "Japiksgat 1998"; in artikel 3.51 van het bestemmingsplan "Japiksgat 1998" een wijzigingsbevoegdheid, waarin middels toepassing van artikel 11 Wet ruimtelijke ordening een uitbreiding van de slaapzaal met 250m2 mag plaatsvinden. Voordat toepassing hieraan wordt gegeven dienen de beide drijvende onderkomens te zijn verwijderd. De drijvende onderkomens zijn verwijderd voorafgaand aan de vergunningverlening. 7. Indieners stellen dat als de omgevingsvergunning is verlopen er opnieuw een aanvraag moet worden ingediend en teruggevallen moet worden op het geldende bestemmingsplan. Uit het geldende bestemmingsplan blijkt niet dat het aantal gelimiteerd is op 150 slaapplaatsen die het nieuwe bestemmingsplan wel mogelijk maakt. Gelet op het vorenstaande kan volgens indieners dan ook niet worden gesteld dat het aantal slaapplaatsen gelijk blijft.’ Beantwoording De omgevingsvergunning is verleend op basis van het toenmalige bestemmingsplan.
Aan de vergunning is geen realisatietermijn gekoppeld en is dan ook nog steeds geldend. Ook al zou sprake zijn van een nieuwe aanvraag voor een groepsaccommodatie dan zal deze, indien opnieuw aan de gebruiks- en bouwregels zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan wordt voldaan, weer verleend worden. Het geldende bestemmingsplan geeft overigens geen limitering qua aantal slaapplaatsen en biedt dan ook ruimere mogelijkheden dan het voorliggende nieuwe bestemmingsplan, welke voorziet in een maximalisering van het aantal slaapplaatsen. 8. In het geldende bestemmingsplan is de omvang van bebouwing t.b.v. groepsaccommodaties vastgelegd op 250m2. Voorliggend plan maakt meer bebouwing mogelijk. De onderbouwing van de noodzaak hiertoe ontbreekt volgens indieners. Beantwoording Het klopt dat voorliggend bestemmingsplan meer bebouwing toestaat ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. De noodzaak voor meer bebouwing komt voort uit de noodzaak voor Summercamp om de kwaliteit van de voorziening, en specifiek de verblijfsaccommodaties, te verbeteren doordat de bestaande slaapgebouwen niet voldoen aan de eisen van deze tijd voor groepsaccommodaties. Dit wordt onder meer bereikt door minder slaapplekken per slaapruimte, waardoor het volume van slaapverblijven moet worden vergroot.
Daarbij is er nadrukkelijk voor gekozen om geen hoge en dominante nieuwe bebouwing te realiseren, maar laagbouw achter op het terrein die opgaat in de omgeving en in de bestaande omzoming van de bouwlocatie past. Daarmee is er wel een wat grotere voetprint nodig, maar is de bebouwing beter passend in de omgeving en neemt het bouwvolume niet onaanvaardbaar toe. Gelet op de omvang van het terrein en de beoogde omvang en situering van de groepsaccommodaties is er sprake van een stedenbouwkundig aanvaardbare situatie.
6
9. Indieners vragen zich af hoe de uitbreiding van de oppervlakte aan bebouwing zich verhoudt tot het gemeentelijk beleid met betrekking tot het bouwen in het buitengebied, in specifiek de beleidsnota ‘Erven in beweging’. Daarin is bepaald dat extra bebouwing gecompenseerd moet worden door sloop elders. Dergelijke compensatie ontbreekt volgens indieners in dit plan. Ondanks dat het plangebied geen klassiek erf betreft zijn indieners van mening dat bij het bouwen van extra bebouwing in het buitengebied een consistente lijn moet worden getrokken. Beantwoording De Beleidsnota ‘Erven in Beweging’ richt zich specifiek op het tegengaan van leegstand van agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied. De beleidsnota is in principe niet van toepassing op voorliggend plan. Dit betekent echter niet dat er geen rekening is gehouden met het toevoegen van kwaliteit voor de groene omgeving. In het kader van voorliggend plan is de regeling ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’(KGO) toegepast. Deze regeling omvat kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied die niet onder andersoortig beleid (bijv. Erven in beweging) vallen. Het plan voorziet in dat kader onder meer in het: a. verbeteren van de bestaande beplanting op delen van het terrein; b.
realiseren van nieuwe kwalitatief hoogwaardige beplanting op delen van het terrein (bijvoorbeeld ter plaatse van een huidige rij met oude dennen); c. het wijzigen van de bestemming van het agrarisch perceel ten zuidwesten van het terrein Jacobsgat van “agrarisch” naar “natuur” en het aanplanten van kwalitatief hoogwaardige beplanting ter plaatse. Bovenstaande landschapsmaatregelen zijn tevens weergegeven in bijlage 1 van de toelichting en de uitvoering en instandhouding is tevens juridisch verankerd in de regels via een voorwaardelijke verplichting. Met het uitvoeren van de maatregelen is er sprake van een evenwicht tussen de geboden ontwikkelingsruimte en de investering in de groene omgeving. 10. Indieners stellen dat de toetsingen van de effecten van het plan onjuist zijn, aangezien als uitgangspunt gehanteerd wordt dat het aantal slaapplaatsen niet toeneemt. Bovendien stellen indieners dat aan de omvang van dagrecreatie geen grens is gesteld. Indieners stellen dan ook dat het plan getoetst moet worden aan de maximale planologische kaders. Beantwoording De toetsingen zijn correct uitgevoerd waarbij wordt opgemerkt dat het voorliggende bestemmingsplan niet voorziet in een relevante verruiming van dagrecreatieve activiteiten. Opgemerkt wordt dat juist het geldende bestemmingsplan geen maximum kent qua slaapplaatsen.
Inhoudende dat het geldende bestemmingsplan naar rato meer slaapplaatsen en dus effecten (o.a. verkeer/geluid) met zich meebrengt dan voorliggend bestemmingsplan. 11. Indieners stellen dat in het bestemmingsplan een analyse en beoordeling van de gecombineerde impact van de bestaande (Summercamp/Schaarshoek) en geplande recreatieve voorzieningen op gebiedsniveau mist. Volgens indieners moeten de gecumuleerde effecten in beeld worden gebracht. Beantwoording In voorliggend geval gaat het om een zelfstandige planologische procedure voor het Jacobsgat. Er is geen sprake van een gelijktijdige ontwikkeling en het betreft eveneens ook geen nieuwvestiging, maar uitsluitend een beperkte wijziging van de planologische mogelijkheden voor bebouwing en geen significante uitbreiding.
7
12. Indieners geven aan dat de parkeerbehoefte niet onderbouwd is. Het plan dient volgens indieners op basis van maximum planologische invulling aan de parkeernota getoetst te worden. Dit uiteraard in combinatie met de geplande grotere dagrecreatieve activiteiten in het plangebied. Beantwoording Er is geen sprake van een relevante vergroting van de dagrecreatieve activiteiten binnen het plangebied. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is voorliggend bestemmingsplan juist beperkend door de maximalisatie van het aantal slaapplaatsen. In de regels van het bestemmingsplan is de parkeerregeling uit het parapluplan ‘Parkeren’ overgenomen. Inhoudende dat voor nieuwe ontwikkelingen op eigen terrein aan de geldende parkeerregeling moet worden voldaan. Op grond van de geldende Parkeernormen Raalte 2015 gelden de parkeernormen daarbij enkel voor nieuwe ontwikkelingen en niet voor bestaand gebruik en bestaande planologische mogelijkheden. 13. Indieners missen een onderbouwing van de verkeersafwikkeling, mede gelet op het knelpunt van de toegangsweg tot het Jacobsgat. Dit is volgens indieners eerder aan de orde gekomen bij Raad van State, waardoor het plan geen doorgang kon vinden. Indieners vragen zich af waarom dit nu niet behandeld is. Indieners willen een vergelijking tussen het geldende bestemmingsplan en de toekomstige situatie.
Daarnaast vragen zij aandacht voor het aspect veiligheid in verband met het gebruik van de wandelpaden. Deze uitspraak is ons onbekend. Op 12 september 2011 is de Toekomstvisie Jacobsgat in een raadpleinsessie behandeld. Daar is onder andere aandacht gevraagd of een verbetering van de ontsluiting mogelijk was. In het voorstel aan de raad van 15 november 2011 wordt hierop ingegaan. Deze heeft u inmiddels ontvangen. Vervolgens heeft de gemeenteraad op 22 december 2011 ingestemd met de Toekomstvisie. Ervan uitgegaan wordt dat de indieners van de zienswijze dit bedoelen met hun opmerking. 14. Indieners verzoeken om een akoestisch onderzoek naar de externe werking van het plan op omgeving en natuur. Beantwoording In het plangebied wordt een nieuwe groepsaccommodatie gerealiseerd. Een groepsaccommodatie is vergelijkbaar met kampeerterreinen, vakantiecentra e.d. (SBI 553,552). De milieucategorie voor een dergelijke functie betreft categorie 3.1 en de richtafstanden zijn 30 meter voor geur en gevaar en 50 meter voor het geluid. De meest nabijgelegen woning (milieugevoelig object) bevindt zich op circa 140 meter afstand waarmee ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. Ten opzichte van deze woning wordt juist de afstand tot groepsaccommodaties vergroot.
Dit temeer nu voorliggend bestemmingsplan een beperking van het aantal slaapplaatsen kent in tegenstelling tot het geldende bestemmingsplan. Wat betreft natuur wordt opgemerkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 6 kilometer afstand ligt. Van directe effecten van het plan op dit Natura 2000gebied is geenszins sprake. Door de inperking van het aantal slaapplaatsen is van indirecte negatieve effecten (stikstofdepositie) op het Natura 2000-gebied eveneens geen sprake. Het plangebied is wel gelegen aangrenzend aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe (schaduw) werking kent in Overijssel, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
8
Gelet op het feit dat ruimschoots voldaan wordt aan de richtafstand en er geen sprake is van een relevante uitbreiding van de planologische mogelijkheden (juist inperking), bestaat er geen aanleiding om een akoestisch onderzoek uit te voeren. 15. Indieners geven aan dat het ecologisch onderzoek onjuist is op de volgende onderdelen: a. Indieners stellen dat niet het volledige plangebied onderzocht is. Alleen compensatielocatie en locatie van groepsaccommodatie is volgens indieners onderzocht. Indieners zijn van mening dat de omgeving tevens onderzocht had moeten worden. Beantwoording De fysieke ingrepen vinden plaats ter plaatse van de nieuwe groepsaccommodatie en de compensatielocatie (KGO). Voor het overige blijft een en ander overeenkomstig de huidige situatie gehandhaafd en is onderzoek niet noodzakelijk. Overigens wordt opgemerkt dat als in de toekomst fysieke ingrepen worden verricht ten alle tijden de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming van toepassing is. b. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode van het jaar dat vleermuizen actief zijn en de zomerverblijfsplaatsen bezet. In het rapport staat dat het is uitgevoerd op het moment van de dag dat vleermuizen niet foerageren en geen lijnvormige landschapselementen benutten als vliegroute. Het is beoordeeld op basis van visuele beoordeling van de landschapskarakteristieken.
Indieners geven aan dat het onderzoek dan ook niet juist is uitgevoerd. Beantwoording Het doel van een QuickScan is tweeledig: • Ten eerste het motiveren of de voorgenomen activiteit uitvoerbaar is (of niet). Dit in het kader van de beoordeling van het plan aan een goede ruimtelijke ordening; • Ten tweede, dient de initiatiefnemer erop gewezen te worden in geval van mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. Als het gaat om de functie foerageergebied wordt allereerst opgemerkt dat een foerageergebied of een vliegroute niet beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming. Dit is uitsluitend het geval van een essentieel foerageergebied of een gebied met een bijzondere functie voor de vleermuizen. In voorliggend geval is sprake van een foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen, maar van een essentieel foerageergebied is geen sprake. Dit vanwege het feit dat in de omgeving andere gebieden zijn die benut worden als foerageergebied danwel daartoe geschikt zijn. Het plan leidt gelet op de aard en beperkte omvang dan ook niet tot aantasting van een essentieel foerageergebied. De toegepaste methode geeft voldoende inzicht in de wettelijke consequenties waardoor nader onderzoek niet noodzakelijk is. c. Volgens indieners is sprake van intensivering van het gebruik van het gebied en de omgeving en daarmee verhoging stikstofuitstoot.
De effecten daarvan op natuurgebieden zijn niet aangetoond. Volgens indieners geldt een algemene opgave om de stikstofreductie met 30% terug te brengen. Dit plan draagt daar niet aan bij. Indieners zijn van mening dat de verleende vergunningsruimte ingetrokken moet worden zodat de stikstofdepositie niet 9
toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Indieners vinden dit project vanuit maatschappelijk oogpunt minder van belang ten opzichte van andere projecten. Beantwoording Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is er geen sprake van een verzwaring van de activiteiten. Oftewel het bestemmingsplan maakt niet meer mogelijk dan op dit moment mogelijk is, maar juist minder gelet op de maximalisering van het aantal slaapplaatsen. Hierdoor is er vanuit planologisch oogpunt dan ook geen sprake van een hogere milieubelasting door bijvoorbeeld meer verkeer en daarmee stikstofdepositie. 16. Indieners stellen dat het bestemmingsplan uitsluitend de vervanging van het huidige gebouw (72 slaapplaatsen) en de dagrecreatie met de jongerenverblijven op de Schaarshoek moet omvatten. Beantwoording Initiatiefnemer heeft een Toekomstvisie opgesteld welke door het college en de raad is vastgesteld. Met voorliggend bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de Toekomstvisie. Niet ingezien wordt waarom hiervan afgeweken zou moeten worden en evenmin waarom een verleende vergunning ingetrokken zou moeten worden.
10
Bijlage 1. Zienwijze 1 (geanonimiseerd)
11
12
13
14
15