Zuiderveldweg 18a-b_Bijlagen bij toelichting ontwerpplan
Tekst van het document
bestemmingsplan Zuiderveldweg 18a-b ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Zuiderveldweg 18a-b ontwerp
Zuiderveldweg 18a-b
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
4
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Ecologische quickscan
6
Bijlage 3
Stikstofberekening (Aerius)
58
Bijlage 4
Watertoets
64
3
Zuiderveldweg 18a-b
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4
Zuiderveldweg 18a-b
Bijlage 2 Ecologische quickscan
6
Zuiderveldweg 18a-18b te Putten - Natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming -
Opdrachtgever
VanWestreenen B.V.
Datum veldbezoek
30 april 2020 (quickscan) 28 mei 2020 (constructiecheck)
Kenmerk rapport
Q2020.063- Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten
Datum rapport
5 juni 2020 (tekstuele aanpassing 17 februari 2021)
Versie
V2.0
Auteur
ing. J.M. de Wever
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT
5 5 5 5 6
2 ONDERZOEKSOPZET
7
2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK
7 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGENONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN
8 8 13 14 14 18 22 22 27
6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES
30
6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES NIEUWBOUW
30 31
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Voorstel natuurlijke inrichting Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 3
SAMENVATTING In opdracht van VanWestreenen B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Zuiderveldweg 18a-18b te Putten een natuurtoets uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). In de rapportage zal worden getoetst aan de onderdelen ‘soortenbescherming’, ‘Natura2000’ (met uitzondering van een stikstofberekening) en ‘houtopstanden’. Tevens wordt de ligging in het GNN en de GO besproken. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Putten en betreft twee recreatiewoningen, een schuur, een nieuwbouwlocatie en het oostelijk gelegen bosperceel met half verharding. De initiatiefnemer is voornemens om de twee recreatiewoningen en de schuur te amoveren ten behoeve van de realisatie van een woning met bijbehorende toegangsweg. Verder zullen de paden (half verharding) verwijderd worden in het naastgelegen bosperceel. In het kader van het project worden geen bomen gekapt of oppervlaktewateren gedempt. Het terrein naast het plangebied zal natuurlijk worden ingericht en ontoegankelijk worden voor publiek. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige natuurtoets is gebaseerd op een bronnenonderzoek en twee veldbezoeken. Het veldbezoek in het kader van de quickscan heeft op 30 april 2020 plaatsgevonden. Op 28 mei 2020 heeft er een constructiecheck plaatsgevonden bij de te amoveren schuur.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat: → Er geen significant negatieve effecten worden verwacht op de kernwaarden en ontwikkelingsdoelen van het GNN/ de GO. → Er geen nadelige gevolgen zijn aangaande streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats (Wnb-soorten); Een ontheffing niet noodzakelijk is; Er geen nader onderzoek hoeft plaats te vinden; Voor algemeen voorkomende soorten een algemene vrijstelling geldt als het ruimtelijke ingrepen betreft; → Er geen significante aantasting wordt verwacht op de soorten van het naastgelegen Natura2000-gebied (Wnb- Natura2000-soorten). → Er niet aan stikstof getoetst is (Wnb-Natura2000-stikstof). Er is een AERIUSberekening noodzakelijk; → Er geen gevolgen zijn aangaande het onderdeel Wnb- houtopstanden; → De zorgplicht altijd van toepassing is.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 4
1 INLEIDING In opdracht van VanWestreenen B.V. heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Zuiderveldweg 18a-18b te Putten een natuurtoets uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). In de rapportage zal worden getoetst aan de onderdelen ‘soortenbescherming’, ‘Natura2000’ (met uitzondering van een stikstofberekening) en ‘houtopstanden’. Tevens wordt de ligging in het GNN en de GO besproken. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om de twee recreatiewoningen en de schuur te amoveren ten behoeve van de realisatie van een woning met bijbehorende toegangsweg. Verder zullen de paden (half verharding) verwijderd worden in het naastgelegen bosperceel. In het kader van het project worden geen bomen gekapt of oppervlaktewateren gedempt. Het terrein naast het plangebied zal natuurlijk worden ingericht en ontoegankelijk worden voor publiek. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige natuurtoets is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN/ de GO of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan (onderdeel van de natuurtoets) is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expertjudgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 5
1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig. Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 6
2 ONDERZOEKSOPZET In een uitgevoerde quickscan (onderdeel van natuurtoets) is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten GNN en GO, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in mei en juni 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 30 april 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 20°C. De te amoveren schuur kon ten tijde van het veldbezoek niet geheel vrij gegeven worden aangaande potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen, de nokpannen waren te hoog voor de meegebrachte ladder. Daardoor kon niet afdoende worden ingeschat of de openingen bij de gevelpannen geschikt waren voor vleermuizen.
In dat kader heeft er in de ochtend van 28 mei 2020, met behulp van een langere ladder, een constructieonderzoek van het dak plaatsgevonden. Het gehele plangebied was ten tijde van de veldbezoeken toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Tijdens het eerste onderzoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. Tijdens de veldbezoeken is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). De quickscan is uitgevoerd door een ecoloog (J.M. de Wever) met een relevante Hboopleiding en ruime ervaring met het uitvoeren van quickscans. Tevens worden door de ecoloog diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Floraen faunawet, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4. IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 7
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Putten en betreft twee recreatiewoningen (nummers 1 en 2 op afbeelding 1), een schuur (nummer 3), een nieuwbouwlocatie huis (gele ster) en toegangsweg (paarse lijn) en het oostelijk gelegen bosperceel met half verharding. Recreatiewoning 1 bestaat uit hout met een kunststoffen omhulsel (steen motief) en dakshingles. Recreatiewoning 2 bestaat met name uit hout en dakleer. Beide woningen hebben geen spouw, gevelbetimmering of pannendak. De te amoveren schuur bestaat met name uit hout en heeft een pannendak. Er is een vliering aanwezig bij deze opstal. De nieuwbouwlocatie (gele ster) betreft een onbebouwd weiland. De nieuwe toegangsweg zal worden gecreëerd langs een bomenrij (paarse lijn). Het oostelijk gelegen bosperceel bestaat, waarin woning 1 en de schuur zijn gelegen, bestaat uit bomen, struwelen, een open vlakte en half verharde paden. Het plangebied is omheind door hekwerk. De directe omgeving bestaat uit de agrarische percelen, woon- en vakantiehuizen, een openbaar zwembad (Bosbad Putten) en bos.
2
1
3
Afbeelding 1: Blauwe kader; onderzocht gebied, rode kader; locatie van sloop en nieuwbouw, groene kader; natuurlijke inrichting. Gele ster; nieuwbouwlocatie.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 8
Foto’s: Indrukken plangebied. Recreatiewoning 1.
Foto’s: Indrukken plangebied. Recreatiewoning 2.
Foto’s: Indrukken plangebied. Schuur 3.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 9
Foto’s: Indrukken plangebied. Schuur 3.
Foto’s: Indrukken plangebied. Nieuwbouwlocatie woning en locatie nieuwe toegangsweg.
Foto’s: Indrukken plangebied. Natuurlijk in te richten terrein. Open vlakte.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 10
Foto’s: Indrukken plangebied. Natuurlijk in te richten terrein. De te verwijderen half verhardingen.
Foto’s: Indrukken plangebied. Natuurlijk in te richten terrein. Bos/ groen.
Foto’s: Indrukken plangebied. Natuurlijk in te richten terrein. Omheining en vijvertje.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 11
Foto’s: Indrukken directe omgeving.
Foto’s: Indrukken directe omgeving.
Foto’s: Indrukken directe omgeving.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 12
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om de twee recreatiewoningen en de schuur te amoveren ten behoeve van de realisatie van een woning met bijbehorende toegangsweg. Verder zullen de paden (half verharding) verwijderd worden in het naastgelegen bosperceel. In het kader van het project worden geen bomen gekapt of oppervlaktewateren gedempt. Het terrein naast het plangebied zal natuurlijk worden ingericht en ontoegankelijk worden voor publiek. Bijlage 1 geeft een voorstel voor een natuurlijke inrichting. Dit dient verder uitgewerkt te worden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
Afbeelding 2: Plattegrond gewenste situatie (bron: VanWestreenen B.V.). Op bovenstaande afbeelding is niet de gewenste toegangsweg naast de bomenrij en het weiland weergegeven.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 13
4 BEVINDINGENONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied deels is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en deels in de Groene ontwikkelingszone (GO) (deelgebied 96; Groevenbeek). Het deel waar de woning zal worden gebouwd en de te amoveren woning 2 liggen in de Groene ontwikkelingszone. De nieuwe toegang ligt op de grens van het GNN en de GO. Twee van de te slopen opstallen liggen in het GNN. Het natuurlijk in te richten deel is eveneens gelegen in het GNN.
Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone (bron: gelderland.nl).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 14
Hieronder worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het deelgebied weergegeven (bron: gelderland.nl). Kernkwaliteiten deelgebied natuur en landschap •
• • • • • • • • • • • • •
Onderdeel van grootschalig aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen, zandverstuivingen en heide; hier met overgang en ecologische verbinding naar de Randmeerkust (evz Veluwe - Flevoland) onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten groot wild: m.n. edelherten, wilde zwijnen leefgebied das leefgebied steenuil dal van de Volenbeek, kwelgebieden met beekjes en broekgebieden landgoed Oud-Groevenbeek kleinschalige afwisseling in het ontginningslandschap met houtwallen cultuurhistorische waarden van o.m. grafheuvels, oude ontginningen en boerderijen, abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir ecosysteemdiensten: recreatie, rust, drinkwater houtproductie alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) • • • • • • • •
ontwikkeling beeklandschap met overgangen van droog-voedselarm naar nat(matig) voedselrijk in bossen en open begroeiingen ontwikkeling oud bos en bosranden en overgangen naar heide ontwikkeling biotopen voor reptielen ontwikkeling leefgebieden voor groot wild ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N303 en spoorlijn ontwikkeling landgoederen en bijbehorende patronen ontwikkeling kleinschalige cultuurlandschap (kampenlandschap ten noordwesten van Putten) met dicht patroon van singels en hakhout ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone • • • • • •
ontwikkeling ecologische verbinding Veluwe - Flevoland via het dal van de Volenbeek ontwikkeling beeksysteem: morfologie, ecologie en waterkwaliteit ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N303 en spoorlijn ontwikkeling landgoederen en bijbehorende patronen ontwikkeling kleinschalige cultuurlandschap (kampenlandschap ten noordwesten van Putten) met dicht patroon van singels en hakhout en natte plekken ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 15
Verder heeft het natuurlijk in te richten gebied beheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’ meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan.
Afbeelding 4: Natuurbeheertype (bron: gelderland.nl).
Tevens is het plangebied aan de noordzijde en deels aan de oostzijde direct naast het Natura2000-gebied ’Veluwe’ gelegen.
Afbeelding 5: Ligging plangebied t.o.v. het naastgelegen Natura2000-gebied (bron: gelderland.nl).
Dit Natura2000-gebied is aangewezen voor diverse Habitattype en -soorten en diverse vogels. Voor deze soorten zijn ook doelstellingen opgesteld.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 16
Afbeelding 6: Aangewezen Habitattypen en doelstellingen Veluwe (bron: Synbiosis.alterra.nl).
Afbeelding 7: Aangewezen Habitatsoorten en doelstellingen Veluwe (bron: Synbiosis.alterra.nl).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 17
Afbeelding 8: Aangewezen broedvogelsoorten en doelstellingen Veluwe (bron: Synbiosis.alterra.nl).
Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als gewone, ruige en kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, laatvlieger, eekhoorn, boommarter, wezel, bunzing, das, gierzwaluw, huismus, sperwer, buizerd, havik, boomvalk, bosuil, ransuil, levendbarende hagedis, hazelworm en gladde slang voorkomen. De rapportage ’Quickscan flora en fauna Oud-Groevenbeeklaan 14 te Putten’, EcoTierraecologische adviesbureau, september 2019 is bestudeerd. In de rapportage is te lezen dat een nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk was. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Interview Volgens de initiatiefnemer komen er af en toe reeën op het terrein. Ze springen over het hek. In dat kader zijn de hekken aan de bovenzijde dichter gemaakt zodat reeën er niet in blijven hangen. De hekken zouden wel wilde zwijnen tegen houden. Flora Beschermde flora is niet aangetroffen op de locaties waar ingrepen zijn te verwachten. De dichtere structuren zijn minder goed onderzocht, maar daar worden geen beschermde soorten verwacht. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied diverse vogels waargenomen, waaronder holenduif, koolmees, winterkoning, merel, grauwe vliegenvanger, buizerd (in lucht), pimpelmees, roodborst en houtduif.
De holenduif broedt in de opgehangen bosuilenkast. Aan de te amoveren schuur hangen kastjes en een gewei waarop/ waarin wordt gebroed door soorten als koolmees en winterkoning. Ook wordt bij deze schuur achter de zonnewering door mees gebroed.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 18
Foto’s: Buizerd in lucht en holenduif in bosuilenkast.
Foto’s: Broedplekken in/ aan schuur.
De te amoveren opstallen zijn onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest, zoals steenuil, kerkuil, huismus en gierzwaluw. De opstallen zijn voor dergelijke soorten niet geschikt qua constructie (openingen, hoogte, soort dak en dergelijke) bevonden. Er zijn dan ook geen exemplaren of sporen (zoals veren, fecaliën en/ of braakballen) van deze soorten aangetroffen. Ook zijn er geen horsten van roofvogels aanwezig binnen het plangebied of roest- en of voortplantingsplekken van ransuil waargenomen. Het plangebied betreft, gezien de geschikte omgeving, geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. In de groenstructuren kunnen soorten zonder jaarrond beschermd nest broeden. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de opstallen zijn geen concrete aanwijzingen aangetroffen, zoals latrines of prooiresten, die duiden op een vaste verblijfplaats van een steenmarter. Mogelijk komen kleine marterachtigen voor in het natuurlijk in te richten terrein. Er zijn binnen dat gebied voldoende verblijfplaatsen aanwezig, zoals houtstapels/ takkenhopen, holen (bij ongevallen bomen) en groenstructuren.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 19
Foto’s: Potentiele schuil/- verblijfplaatsen kleine marterachtigen.
Er zijn geen holtes in bomen waargenomen waarvan soorten als boommarter of eekhoorn gebruik kunnen maken. Geen nesten van eekhoorn gezien. De bomen zijn echter niet allemaal grondig bekeken, daar er geen bomen gekapt gaan worden. Er zijn bij de bomen naast de nieuw aan te leggen toerit geen holtes aanwezig. Zeker eekhoorn is te verwachten binnen het plangebied. Het terrein is omsloten door een hek. Reeën kunnen hierover heen springen, maar soorten als das en wild zwijn niet. Deze soorten zijn derhalve niet te verwachten in het plangebied. Er zijn dan ook geen pijpen/ burchten of sporen (snuitputje, latrine en dergelijke) aangetroffen van das. Kleinere soorten als muizen en egel vinden ongetwijfeld een kleine opening in het hek. Konijn kan desgewenst onder het hek doorgraven. Vleermuizen De te amoveren opstallen zijn niet geschikt bevonden voor vleermuizen. De opstallen hebben geen geschikte openingen en constructiedelen waarvan vleermuizen gebruik kunnen maken. Bij de schuur is een pannendak aanwezig. Pannendaken kunnen in potentie geschikt zijn voor vleermuizen. Het merendeel van het dak was met een ladder, zoomcamera en een zaklamp goed te onderzoeken. De pannen liggen strak tegen elkaar. Tevens is er vogelwering aanwezig. Bij enkele gevelpannen en de nokpan (welke te hoog waren voor de meegenomen ladder) leken de openingen te klein voor vleermuizen.
Maar om dit zeker te weten heeft er in de ochtend van 28 mei 2020 een constructiecheck van het dak plaatsgevonden waarbij de openingen zijn onderzocht. Tevens is er voor de volledigheid onder de dakpannen gekeken of er uitwerpselen van vleermuizen waren. De openingen bleken bij deze controle inderdaad te klein voor vleermuizen. Uitwerpselen zijn dan ook niet aangetroffen.
Foto’s: dak niet toegankelijk voor vleermuizen. Tevens geen geschikte opening bij de nokpan.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 20
Er zijn binnen in de bomenrij naast de toekomstige toerit geen vleermuisbomen (met naar boven ingerotte holtes, scheuren of loszittend schors) aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is op deze locatie derhalve uitgesloten. Niet alle bomen zijn volledig onderzocht. Dit werd gezien de toekomstige situatie ook niet noodzakelijk geacht. De verwachting is dat er in het plangebied gefoerageerd wordt door vleermuizen. Essentiële vliegroutes worden binnen het daadwerkelijke plangebied niet verwacht. Amfibieën, reptielen en vissen De initiatiefnemer heeft in het plangebied een afwateringsvijvertje en een greppel gegraven. De aanwezigheid van vissen wordt in deze watertjes niet verwacht. De greppel stond ten tijde van de veldbezoeken leeg. In het vijvertje zat nog maar een klein laagje water. Het vijvertje was bijna volledig verland. Ook als voortplantingsplek voor amfibieen was dit watertje ten tijde van de veldbezoeken niet bijzonder geschikt. Mogelijk dat algemeen voorkomende amfibiesoorten weggekropen zitten onder het groen in het plangebied en elementen als houtstapels, takkenhopen, onder omgevallen bomen en dergelijke. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals broeihopen en geschikt landhabitat).
In het natuurlijk in te richten terrein kunnen reptielen als levendbarende hagedis en hazelworm worden verwacht. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 21
5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden GNN/GO/Natuurbeheertypen Het plangebied is deels gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en deels in de Groene ontwikkelingszone (GO). In de provincie Gelderland is er geen sprake van externe werking als het gaat om het GNN. De verwachting is dat er geen significante aantasting van het GNN zal plaatsvinden. Het gebied zal juist rustiger worden door het verwijderen van de vakantiewoning, de schuur en de paden. Verstoring door menselijke aanwezigheid, licht, geluid en dergelijke zal afnemen. Er vindt geen oppervlakteverlies natuur plaats, maar juist een toename. Door het deel dat in het GNN is gelegen op een natuurlijke wijze in te richten kan de biodiversiteit hier toenemen. In het deel dat in de GO ligt zal een woning worden gebouwd en een inrit worden gerealiseerd. Dit betreft een relatief kleine ingreep. De woning zal nabij een in gebruik zijnde schuur en in een weide worden geplaatst. Deze locatie heeft derhalve al te maken met menselijk gebruik. Daarbij komt dat er een vakantiewoning wordt geamoveerd. Negatief effect op de GO is derhalve ook niet te verwachten.
Het project zal naar verwachting dan ook geen negatief effect hebben op de kernkwaliteiten en de ontwikkelingsdoelen die voor dit deelgebied zijn opgesteld (paragraaf 4.1). Verder heeft het plangebied in het vigerende Natuurbeheerplan natuurtype ‘N16.03 Droog bos met productie’ meegekregen. De beoogde ingreep zal geen negatief effect hebben op dit natuurbeheertype. Er verandert nagenoeg niks aan het bosgedeelte ten opzichte van de huidige situatie. Natura2000 Het plangebied is gelegen naast het Natura2000-gebied ’Veluwe’. Voor Natura2000gebieden geldt wel een externe werking. Derhalve dient bepaald te worden of de voorgenomen ingrepen significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor dit Natura2000-gebied aangewezen Habitattypen, -soorten en broedvogels. In deze paragraaf zal een eerste toetsing (Voortoets) plaatsvinden om vast te stellen of een zwaardere toetsing noodzakelijk wordt geacht. Er zal niet worden getoetst aan stikstof. Toetsing aan stikstof zal separaat worden uitgevoerd. Tevens zal er niet getoetst worden aan indirecte effecten door bijvoorbeeld verdroging. Voor de toetsing wordt gebruik gemaakt van het document ‘Bijlagen Beheerplan Natura2000 Veluwe (057)’provincie Gelderland, december 2017 en de ‘Effectenindicator’ op Synbiosis.alterra.nl. Er wordt verwacht dat de impact op het Natura2000-gebied erg gering zal zijn of juist positief zal zijn.
Er worden twee vakantiewoningen en een schuur “geruild” tegen 1 woning. Deze woning zal worden gebouwd op een plek waar al menselijke verstoring aanwezig is. Tevens zal het gebied waar het Natura2000-gebied het meest aan grenst natuurlijk worden ingericht en mensenluw” worden gemaakt. Er zal naar verwachting dus minder verstoring zijn op de aangewezen soorten van het Natura2000-gebied. De verwachting is dan ook dat er geen rechtstreekse aantasting (door geluid, licht, trillingen en dergelijke) zal plaatsvinden op de soorten die voor dit Natura2000-gebied zijn aangewezen, zeker wanneer de sloop- en bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels plaatsvindt.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 22
Van storingsfactoren als oppervlakverlies en versnippering is geen sprake, de ingreep vindt buiten het Natura2000-gebied plaats. Hieronder wordt het een en ander specifieker uitgewerkt. Habitattypen
Afbeelding 9. Storingsfactoren Habitattypen, Effectenindicator (bron: synbiosys.alterra.nl).
Het plangebied ligt buiten het Natura2000-gebied. Hierdoor zijn veel storingsfactoren al niet van toepassing, zoals ‘oppervlakteverlies’, ‘versnippering’, ‘verandering in populatiedynamiek’ en ‘bewuste verandering soortensamenstelling’. Er wordt in de effectenindicator al aangegeven dat de storingsfactoren ‘verandering dynamiek substraat’ (op de niet voorkomende Habitattype ‘beken en rivieren met waterplanten’ na), ‘verstoring door geluid’, ‘verstoring door licht’ en ‘verstoring door trilling’ niet van toepassing zijn. De voorgenomeningrepen zullen geen negatief effect hebben op de lokale waterhuishouding. Er worden geen watergangen gedempt, grote oppervlakten verhard of grondwaterwater onttrokken. Hierdoor kunnen ook storingsfactoren als ‘verzoeting’, ‘verzilting’, ‘verdroging’, ‘vernatting’, ‘verandering stroomsnelheid’, verandering overstromingsfrequentie’ en ‘verandering dynamiek, substraat’ weggestreept worden. De woning wordt gerealiseerd op een locatie waar al verstoring is. De woningbouw zal derhalve geen significant effect hebben veroorzaakt door ‘optische verstoring’ of ‘verstoring door mechanische effecten’. De voorgenomen ingrepen hebben geen verontreiniging tot gevolg.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 23
Of de storingsfactoren ’vermesting door N-depositie uit de lucht’ en ‘verzuring door N-depositie uit de lucht’ van toepassing zijn zal mogelijk in een separate rapportage moeten worden bepaald.
Habitatsoorten
Afbeelding 10. Storingsfactoren Habitatsoorten, Effectenindicator (bron: synbiosys.alterra.nl).
Beekprik, drijvende waterweegbree, gevlekte witsnuitlibel, rivierdonderpad- De genoemde soorten zijn gebonden aan water. Oppervlaktewater waarin deze soorten kunnen voorkomen is niet aanwezig binnen of grenzend aan het plangebied. De storingsfactoren ‘verstoring door geluid’, ‘verstoring door licht’ ‘verstoring door trilling’, ‘optische verstoring’ en ‘verstoring door mechanische effecten’ zullen derhalve niet van toepassing zijn. Het plangebied ligt buiten het Natura2000-gebied. Hierdoor zijn veel storingsfactoren, zoals ‘oppervlakteverlies’, ‘versnippering’, ‘verandering in populatiedynamiek’ en ‘bewuste verandering soortensamenstelling’ eveneens niet van toepassing. De voorgenomeningrepen zullen geen groot effect hebben op de lokale waterhuishouding. Er worden geen watergangen gedempt, grote oppervlakten verhard of oppervlaktewater onttrokken’. Hierdoor kunnen ook storingsfactoren als ‘verzoeting’, ‘verzilting’, ‘verdroging’, ‘vernatting’, ‘verandering stroomsnelheid’, verandering overstromingsfrequentie’ en ‘verandering dynamiek, substraat’ weggestreept worden. De voorgenomen ingrepen hebben geen verontreiniging tot gevolg. Of de storingsfactoren ’vermesting door N-depositie uit de lucht’ en ‘verzuring door N-depositie uit de lucht’ van toepassing zijn zal mogelijk in een separate rapportage moeten worden bepaald.
Meervleermuis- Het plangebied en de directe omgeving zal geen belangrijk gebied betreffen voor de meervleermuis. Er zijn geen vaste verblijfplaatsen (winterverblijven) van deze soort in of grenzend aan het plangebied aanwezig. Deze soort foerageert met name bij grotere wateren en wordt niet verwacht in of nabij het plangebied. De soort is volgens de Effectenindicator zeer gevoelig voor versnippering (niet van toepassing daar er geen functioneel leefgebied van deze soort verloren gaat, verstoring door licht (niet van toepassing daar er geen verstorende verlichting bij de bossen geplaatst zal gaan worden)
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 24
en verstoring door mechanische effecten (niet van toepassing daar er geen constructies worden gebouwd die mechanische verstoring teweeg zullen brengen). Werkzaamheden vinden overdag plaats, wanneer vleermuizen niet actief zijn). Geen van de 19 storingsfactoren zal van toepassing zijn op deze soort in onderhavige situatie. Kamsalamander- Binnen het daadwerkelijke plangebied is geen voortplantingswater van de kamsalamander aanwezig. Mogelijk dat de soort in eventueel omliggende poelen voortplant en de bossen gebruikt als landhabitat. Het plangebied ligt buiten het Natura2000-gebied. Hierdoor zijn storingsfactoren zoals ‘oppervlakteverlies’, ‘versnippering’, ‘verandering in populatiedynamiek’ en ‘bewuste verandering soortensamenstelling’ niet van toepassing’. Er wordt in de Effectenindicator aangegeven dat het onbekend is of de storingsfactoren ‘verstoring door geluid’, ‘verstoring door licht’, ‘verstoring door trilling’ en ‘optische verstoring’ van toepassing zijn op de kamsalamander. De verwachting is dat de inrichting (aanleg amfibieenpoel) van het oostelijke een positief effect kan hebben op de staat van instandhouding van deze soort (indien aanwezig in de omgeving). Er wordt immers geen voortplantingswater of landhabitat aangetast. Sterker nog, de toekomstige situatie zal door de natuurinrichting geschikter zijn voor deze soort.
Kortstondige effecten door genoemde storingsfactoren zijn naar verwachting dermate beperkt dat er geen significant effect optreedt op eventueel aanwezige exemplaren binnen het bosgebied. Er worden geen watergangen gedempt, grote oppervlakten verhard of oppervlaktewater onttrokken’. Hierdoor kunnen ook storingsfactoren als ‘verzoeting’, ‘verzilting’, ‘verdroging’, ‘vernatting’, ‘verandering stroomsnelheid’, verandering overstromingsfrequentie’ en ‘verandering dynamiek, substraat’ weggestreept worden. Of de storingsfactoren ’vermesting door N-depositie uit de lucht’ en ‘verzuring door N-depositie uit de lucht’ van toepassing zijn zal mogelijk in een separate rapportage moeten worden bepaald. Vliegend hert- Binnen het plangebied is geen leefgebied voor deze soort aanwezig. Het plangebied ligt buiten het Natura2000-gebied. Er zal fysiek dan ook geen leefgebied verloren gaan. Storingsfactoren zoals ‘oppervlakteverlies’, ‘versnippering’, ‘verandering in populatiedynamiek’ en ‘bewuste verandering soortensamenstelling’ zijn dan ook niet van toepassing. In en rondom het plangebied is geen geschikt habitat waargenomen voor deze soort. De factoren ‘optische verstoring’ en ‘verstoring door mechanische effecten’ lijken daardoor ook niet van toepassing. Van de overige storingsfactoren is niets bekend of ze zijn niet van toepassing of de soort is er niet gevoelig voor.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 25
Broedvogels
Afbeelding 11. Storingsfactoren broedvogels, Effectenindicator (bron: synbiosys.alterra.nl).
Het ontbreken van habitats zoals heide, oppervlaktewater en zandbodems en dergelijke maakt dat nesten of significante verblijf- en/of foerageerplekken van de meeste aangewezen vogelsoorten binnen en grenzend aan het plangebied niet te verwachten zijn. Het plangebied is volledig gelegen buiten het Natura2000-gebied. De eventuele externe werking die uit zal gaan vanuit de beoogde werkzaamheden en de gewenste toekomstige situatie zal geen significant negatief effect hebben op nesten/ verblijfplaatsen en/of foerageerplekken gelegen op geschikte plekken binnen het Natura2000-gebied, zoals dieper in de bossen of de heidevelden en zandvlaktes ten noorden van het plangebied. Van de soorten zijn alleen waarnemingen van ijsvogel, wespendief en zwarte specht waargenomen in de omgeving. Er zal voor deze soorten fysiek geen leefgebied verloren gaan. Storingsfactoren zoals ‘oppervlakteverlies’, ‘versnippering’, ‘verandering in populatiedynamiek’ en ‘bewuste verandering soortensamenstelling’ zijn dan ook niet van toepassing. De voorgenomen ingreep zal geen ‘verontreiniging’ tot gevolg hebben. Er zijn geen spechtengaten, nesten of holtes van deze soorten aangetroffen binnen of nabij het plangebied. De factoren ‘verstoring door licht’ en ‘verstoring door trillingen’ worden, mede gezien het positieve karakter van de ingrepen, dan ook niet van toepassing geacht.
Of de storingsfactoren ’vermesting door N-depositie uit de lucht’ en ‘verzuring door N-depositie uit de lucht’ van toepassing zijn zal in een separate rapportage moeten worden bepaald. Resumé Verdere toetsing aan het Natura2000-gebied (soorten) wordt gezien hetgeen hiervoor besproken niet noodzakelijk geacht, met uitzondering van toetsing aan stikstof. Er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 26
Houtopstanden Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming in onderhavige situatie niet van toepassing. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. In bijlage 1 worden tips aangegeven voor het natuurlijk in te richten terrein. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn enkele vogels waargenomen die een zogenaamd categorie 5 nest (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien geen/ onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) hebben, zoals koolmees en pimpelmees.
Deze soorten hebben in onderhavige situatie echter voldoende alternatieve broedplekken. Tevens zal in de toekomstige situatie voor genoemde soorten mogelijk nieuw broedbiotoop ontstaan. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Uiteraard dient de sloop, van met name de schuur, wel buiten het broedseizoen van vogels plaats te vinden. Er wordt in de Wnb geen harde data aangegeven voor het broedseizoen, het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Als richtlijn kan maart tot en met juli/ augustus worden aangehouden. Duiven kunnen nog veel langer doorgaan met broeden. Voorgaande geldt ook voor eventuele broedgevallen van soorten zonder jaarrond beschermd nest in de groenstructuren. Werkzaamheden die in potentie nesten kunnen verstoren/ vernietigen dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of gestart te zijn voor aanvang van het broedseizoen (opdat exemplaren niet gaan broeden op die locatie door de verstoring). Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor roofvogels en uilen. Indien aan genoemde voorwaarden wordt voldaan zijn er geen negatieve effecten op vogels te verwachten. De verwachting is dat door de natuurlijke inrichting van het oostelijke deel er meer soorten vogels gebruik zullen gaan maken van het plangebied.
Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen exemplaren of concrete voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Eventueel aanwezige verblijfplaatsen van kleine marterachtigen of eekhoorn zullen door de beoogde ingrepen niet worden aangetast. De takkenhopen en houtstapels dienen, zover mogelijk, gehandhaafd en eventueel uitgebreid te worden. Door de natuurlijke inrichting zal het leefgebied van veel soorten, waaronder eekhoorn en marters worden verbeterd.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 27
Algemeen voorkomende soorten, zoals veldmuis, bosmuis, konijn, haas, ree, vos en dergelijke zullen voorkomen binnen en nabij het plangebied. Dergelijke soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. De verwachting is dat door de natuurlijke inrichting van het oostelijke deel er meer soorten zoogdieren gebruik zullen gaan maken van het plangebied. Vleermuizen Door het ontbreken van geschikte opstallen en bomen (naast de nieuwe inrit) zullen door de beoogde ingreep geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen direct of indirect worden aangetast. Eventueel aanwezige verblijfplaatsen in bomen in het natuurlijk in te richten deel zullen niet worden aangetast. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden binnen het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. Bij de sloop, bouw en in de toekomstige situatie dient verstoring door licht op de omliggende groenstructuren voorkomen te worden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen.
De verwachting is dat door de natuurlijke inrichting van het oostelijke deel vleermuizen meer gebruik zullen gaan maken van het plangebied. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende amfibieën kunnen voorkomen binnen het plangebied. Dergelijke soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. De verwachting is dat door de natuurlijke inrichting van het oostelijke deel amfibieën en mogelijk ook reptielen meer gebruik zullen gaan maken van het plangebied. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten.
De zorgplicht (art 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 28
Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 29
6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Onderdeel
Overtreding Wnb/ overige wetgeving Wordt niet verwacht Wordt niet verwacht
Nader onderzoek naar/ vervolg actie
Periode
Mitigatie
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Wordt niet verwacht Niet aan getoetst
Nee
N.v.t.
N.v.t.
AERIUS berekening noodzakelijk
N.v.t
Mogelijk
Houtopstanden
Nee
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Flora
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Vogels - Jaarrond beschermde nesten
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Functioneel leefgebied
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Niet jaarrond beschermde nesten
Nee Zorgplicht
N.v.t.
Broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m juli/ augustus
Ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren
Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal - Verblijfplaatsen - Functioneel leefgebied
Nee Nee
Nee Nee
N.v.t. N.v.t.
N.v.t. N.v.t.
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t
Nee
Zorgplicht
Altijd
- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als kraam- en winterperiode - verplaatsen exemplaren -voorkomen vestiging/ aanwezigheid
GNN/ GO Natuurbeheertypen Natura2000 -soorten - stikstof
Vleermuizen - Vaste verblijfplaatsen opstallen - Vaste verblijfplaatsen bomen - Essentieel foerageergebied - Essentiële vliegroute Amfibieën/ reptielen/vissen Ongewervelden/ overige soorten Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 30
6.2 Vrijblijvend advies nieuwbouw Bij de nieuwbouw kan rekening worden gehouden met huismussen door vogelschroot bij bijvoorbeeld de derde panlat te plaatsen. Dan kan er door huismus gebroed worden in de eerste twee rijen dakpannen. Tevens kunnen speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden ingebouwd of worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuur-inclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken.
Voorbeelden voorzieningen vleermuizen, gierzwaluw en huismus (bron: Faunaprojecten.nl).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 31
BIJLAGE 1 VOORSTEL NATUURLIJKE INRICHTING
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 32
In deze bijlage worden in het kort enkele opties geopperd voor een natuurlijke inrichting van het plangebied. Eventueel uit te voeren opties dienen nog verder uitgewerkt te worden. Tevens is er een schema weergegeven waarin getracht is de samenhang weer te geven tussen de te nemen maatregelen en de te verwachten soorten. Een kernwaarde van het deelgebied is leefgebied steenuil. Tevens is een ontwikkelingsdoel natuur en landschap GNN de aanleg van leefgebied voor reptielen. In dat kader is bedacht om steenuil en amfibieën uitgangspunt te nemen voor de inrichting van het plangebied. Door leefgebied voor deze soort/ soortgroep te creëren, creëer je voor heel veel andere, meeliftende soorten, waaronder reptielen, geschikt habitat. De omgeving is geschikt voor steenuil en amfibieën, dus de verwachting is dat de maatregelen effectief zullen zijn. In het kort: → Aanleg amfibieënpoel in open vlakte. Poel dient van voldoende omvang te zijn en met een bodem van leem. Geen vis en ingericht voor amfibieën; → Aanleg takkenrillen/ houtstapels rondom poel; → Fruitbomen nabij poel; → met nestkast in boom voor steenuil; → Omgeving poel bloemrijk; → Verlichting alleen noodzakelijk. Indien nodig, eventueel met sensor of met armatuur waardoor uitstraling alleen naar beneden is gericht.
Ook mogelijk (extra): → Torenvalk kast op paal aan perceelsgrens bij de te slopen schuur; → Vleermuiskasten aan bomen; → Eekhoornkast in bomen; → Insectenkasten aan bomen; → Kerkuilenkast in bestaande schuur; → Broeihopen ringslang; → Doorgangen creëren in hekwerk voor grondgebonden zoogdieren (bv kleine tunnel die groot genoeg is voor das, maar wild zwijn buiten houdt); → Waar de paden liepen op zonnige delen zand plaatsen voor bv. zandbijen. Liever geen: Bosuilenkast (i.v.m. mogelijke predatie steenuil). Legenda (globaal) Poel Takkenrillen Fruitbomen Kerkuilenkast Steenuilenkast Openingen/ tunnel hekwerk - Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 33
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 34
BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 35
Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 36
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 37
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 38
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 39
(Bron: Website Ecologica, december 2019).
- Q2020.063-Natuurtoets Zuiderveldweg 18a-18b te Putten -
Pagina | 40
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).