CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorthuizerstraat 202 Toelichting

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Voorthuizerstraat 20210.990 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In voorliggend initiatief nemen de beoogde bouwwerkzaamheden een groter oppervlak in beslag dan 100 m². Landschappelijk gaat het om een cultuurdek op gordeldekzandwelving. Of dit cultuurdek aanwezig is, is onzeker. Booronderzoek ten behoeve van de aanleg van de rotonde heeft aangetoond dat er in het zuidwest kwadrant van de rotonde geen cultuurdek aanwezig was. De kadastrale minuut uit 1832 toont een aantal bouwlandpercelen, maar verder is er sprake van heide.

Archeologische beleidskaart

32

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Er is in de directe omgeving eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Kadastrale minuut 1832 (bruin=bouwland; roze=heide)

De percelen ogen als latere ontginningen. Feitelijk is de heide van de planlocatie pas halverwege vorige eeuw ontgonnen. De BAG noemt een bouwdatum van 1938 voor het huidige Melkmeisje, een naam die afkomstig is van een boerderij oostelijk van de straat. Hoewel de bodem mogelijk geroerd is en archeologische waarden verstoord zijn, blijft de archeologisch dubbelbestemming van toepassing. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen c.q. grondwerkzaamheden kan vervolgens in overleg met de regioarcheoloog de vervolgstappen ten aanzien van archeologie worden uitgewerkt.

33

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

4.9.2

Cultuurhistorie

4.9.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden" dient te bevatten. 4.9.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Gelderland, in het plangebied geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er enkel sprake van cultuurhistorische waarde doordat de Voorthuizerstraat valt onder een historische geografische eenheid valt. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.9.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, door opname van de dubbelbestemming. In het plangebied is er geen sprake van negatieve effecten op de aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.10 Besluit milieueffectrapportage 4.10.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de

34

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 4.10.2

Beoordeling

4.10.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'de Veluwe' ligt op circa 0,8 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege het grote effectbereik van stikstofuitstoot (zowel van verkeer als van de gebouwen in het gebied) wordt wel een stikstofdepositieberekening aanbevolen voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (circa 800 m) om dit effect uit te kunnen sluiten. 4.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit een beperkte ontwikkeling van circa 750 m². Hiermee ligt de beoogde ontwikkeling ver onder de genoemde drempelwaarden. Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt, moet tevens bekeken worden of sprake is van belangrijke negatieve effecten voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken.

Alle mogelijke milieugevolgen van de activiteiten die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt zijn onderzocht en staan beschreven in de 'Aanmeldnotitie die is opgenomen als Bijlage 5 bij deze toelichting. Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze uitkomsten kan het bevoegd gezag besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is. 4.10.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig.

35

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

36

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische plantoelichting

Algemeen

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en planregels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen juridische betekenis, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

5.2

Opzet bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan 'Voorthuizerstraat 202' is een gedeeltelijke herziening van het geldende bestemmingsplan Westelijk Buitengebied en het Veegplan Westelijk Buitengebied. Voor het perceel Voorthuizerstraat 202 in dit bestemmingsplan maken alle perceelsgebonden bestemmingen, functie-, maatvoerings- en bouwaanduidingen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Regels Aangezien de regels slechts in beperkte mate afwijken van het moederplan, zijn de regels van het moederplan van toepassing verklaard. Voor een nadere beschrijving van de regels wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied.

37

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

38

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals vastgelegd in artikel 3.6 lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Door het voeren van de genoemde procedure, wordt eenieder in de gelegenheid gesteld voor het indienen van zienswijzen. Voorbereidingsfase Gezien de omvang en aard van het voornemen, heeft de gemeente gekozen om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen. De gemeente heeft op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen (als conceptontwerpbestemmingsplan) beschikbaar gesteld aan de besturen (Provincie) en het waterschap via de watertoets. De provincie heeft een vooroverleg reactie ingediend. De reactie is navolgend weergegeven, inclusief een gemeentelijke reactie/beantwoording. In het voorontwerp spelen de provinciale belangen ‘intrekgebied’, ‘mobiliteit’, ‘kllmaatadaptatie’ en ‘zonnevelden in het buitengebied’ een rol. Het provinciaal belang ‘intrekgebied’ is goed meegewogen in uw plan. Het plan maakt namelijk geen winning van fossiele energie mogelijk. De belangen ‘mobiliteit’, ‘kllmaatadaptatie’ en ‘zonnevelden in het buitengebied’ zijn nog onvoldoende meegewogen in uw plan. Daarom brengen wij hierover een advies uit. 1.

Het plangebied is gelegen aan de Oude Nijkerkerweg en aan de Voorthuizerstraat. De Oude Nijkerkerweg is onderdeel van het gemeentelijke wegennet. De Voorthuizerstraat (N303) is een provinciale weg. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat het verkeer het plangebied zal inrijden via een inrit aan de Voorthuizerstraat en verlaten via een uitrit aan de Oude Nijkerkerweg. Deze inrit aan de Voorthuizerstraat is in de huidige situatie (nog) niet aanwezig. Momenteel vindt er afstemming plaats over de ontsluiting van het plangebied en de eventuele aansluiting op de provinciale weg via de afdeling mobiliteit. Dit onder andere in het kader van de “Verkenning N303’. Wij adviseren deze afstemming via de afdeling mobiliteit voort te zetten. U blijft als gemeente verantwoordelijk voor een goede ontsluiting van het plangebied.

Reactie: Het is niet correct dat er in de huidige situatie geen uitrit ligt aan de Voorthuizerstraat, de hele parkeerplaats (circa 50 meter breed) is feitelijk uitrit. Dit is ook vanuit verkeersveiligheid geen gewenste situatie. Met de provincie is in het kader van het provinciale project “reconstructie N303” meerdere malen overlegd over de ontsluiting. Vanuit de provincie is daarbij nadrukkelijk de wens uitgesproken dat de inrit aan de Voorthuizerstraat komt en de uitrit aan de Oude Nijkerkerweg. Het plan heeft dit uitgangspunt. Daarbij is het positief dat de zeer brede inrit aan de Voorthuizerstraat wordt versmald tot een normale inrit. Ook voor de fietsers en voetgangers wordt het veiliger gemaakt. 2.

In het bestemmingsplan ontbreekt een onderbouwing ten aanzien van klimaatadaptatie. Deze onderbouwing wordt wel gevraagd conform artikel 2.65b van de Omgevingsverordening. Wij adviseren in de toelichting bij het bestemmingsplan een nadere onderbouwing te geven van de maatregelen die worden genomen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. Wij adviseren hierbij de aspecten wateroverlast, waterveiligheid, hitte en droogte te betrekken.

Reactie:

39

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Hier is in het plan zeker rekening mee gehouden door een water doorlatende verharding, een wadi op het terrein voor de opvang van hemelwater en voldoende groen en natuur. 3.

Het plan maakt de realisatie van een klein zonneveld, ter grootte van ongeveer 200 m², in het buitengebied mogelijk. Er is nog geen onderbouwing opgenomen in het plan ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik en behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Deze onderbouwing wordt wel gevraagd conform artikel 2.65a van de Omgevingsverordening. Wij adviseren dit in het bestemmingsplan nader te onderbouwen. Een aantal vragen die wij hierbij op voorhand zouden willen meegeven zijn de volgende. In hoeverre is de opgewekte energie van het zonneveld voor eigen gebruik? Is het niet mogelijk de zonnepanelen te realiseren op het dak? Zijn er mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik, bijvoorbeeld in combinatie met de parkeergelegenheid? Op welke manier worden de zonnepanelen landschappelijk ingepast?

Reactie: De energie die vanuit de zonnepanelen wordt opgewekt is voor het bedrijf zelf. Er is gekozen voor een zonneveld (van max. 200m²) omdat het restaurant op een zichtlocatie ligt langs de Voorthuizerstraat. Aanvrager wil hier een gebouw neerzetten met een mooi architectonische uitstraling, vandaar dat de panelen achter uit het zicht met beplanting erom heen neergelegd worden. Verder is het verzekeringstechnisch eigenlijk onmogelijk om ze op het dak te leggen en dan te verzekeren. In combinatie met parkeren is geen mooi gezicht voor het terras en langs de drukke weg (zichtlocatie en rustige landelijke kenmerken landschapsplan). 4.

Wij adviseren u om voor dit plan een AERIUS-berekening uit te voeren. Volgt uit die berekening dat er meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie is in een Natura 2000-gebied, dan is een ecologische voortoets nodig om vast te stellen dat er geen significante effecten zijn.

Reactie: Een stikstofonderzoek is inmiddels uitgevoerd. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis. De kosten met betrekking tot het opstellen van het bestemmingsplan worden gedragen door de initiatiefnemer en daaraan verwante procedurekosten worden verhaald via de leges van de gemeente. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14106338/1