CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorthuizerstraat 202 Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Voorthuizerstraat 20213.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202 ontwerp

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Voorthuizerstraat 202 ontwerp

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Bodemonderzoek

7

Bijlage 2

Watertoets

43

Bijlage 3

Quickscan ecologie

51

Bijlage 4

Stikstof

79

Bijlage 5

Aanmeldnotitie

165

3

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

4

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Bijlagen toelichting

5

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

6

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Bijlage 1 Bodemonderzoek

7

Verkennend bodemonderzoek Locatie Adres: Postcode, Plaats

Voorthuizerstraat 202 3881 SM Putten

Opdrachtgever Naam: Adres: Postcode, plaats:

Putterbrink 9a 3881 LK Putten

Contactpersoon: Telefoonnummer:

06 53 34 05 48

Uitvoering en rapportage Naam: Grondvitaal BV Adres: Voorthuizerstraat 256 Postcode, plaats: 3881 SN Putten

Projectgegevens Projectnummer: Versie: Revisiestatus:

Telefoonnummer: Fax: E-mailadres:

Rapportagedatum: 6 april 2023 Autorisatiedatum: 6 april 2023

0341 491323 0341 491806 info@grondvitaal.nl

Contactpersoon:

2330025 01 Definitief

Uitvoering conform: NEN 5740

Analyses Naam: Adres: Postcode, plaats:

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld

Telefoonnummer: E-mailadres:

0342 426300 info-env@eurofins.nl

GRONDVITAAL BV BODEMONDERZOEK / ASBEST NVENTARISAT E

INHOUDSOPGAVE 1

SAMENVATTING

2

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSHYPOTHESE

2.1

Doel van het onderzoek

2.2

Historisch onderzoek en visuele waarneming

2.3

Onderzoekshypothese

2.4

Uitvoering van het onderzoek

2.5

Geohydrologie

3

UITVOERING VERKENNEND BODEMONDERZOEK

3.1

Veldwerk

3.2

Resultaten veldwerk

3.3

Laboratoriumonderzoek

3.4

Interpretatie van het laboratoriumonderzoek

3.5

Overzicht analyseresultaten

4

SAMENVATTING, CONCLUSIE en AANBEVELING

4.1

Samenvatting

4.2

Conclusie

4.3

Aanbeveling

BIJLAGEN: 1.

Overzicht boorpunten Kadastrale situatie

2.

Boorprofielen

3.

Analyseresultaten

4.

Achtergrond-, streef- en Interventiewaarden standaardbodem

4 Omgevingsrapportage provincie Gelderland

Voorthuizerstraat 196-198, Putten Uitgevoerde onderzoeken Datum 16-05-2011

Type Verkennend onderzoek NEN 5740

Naam Voorthuizerstraat 196-198

24-05-2013

avr (aanvullend rapport)

AO Voorthuizerstraat 196-198 te Putten

Auteur Hunneman Milieu-Advies Raalte Hunneman Milieu-Advies Raalte BV

Verontreinigende activiteiten Activiteit brandstoftank (bovengronds) dieseltank (bovengronds) timmerwerkplaats

Start 1996

Eind 9999

Vervallen Nee

Verontreinigd Onbekend

Onderzocht Onbekend

1989

9999

Nee

Onbekend

Onbekend

1989

9999

Nee

Onbekend

Onbekend

Statusinformatie Vervolg WBB: voldoende onderzocht Beoordeling: niet ernstig, licht tot matig verontreinigd Status rapporten: avr (aanvullend rapport) Status asbest: Niet onderzocht

Voorthuizerstraat 89, Putten Uitgevoerde onderzoeken Datum 02-12-1998

Type Verkennend onderzoek NVN 5740

Naam Voorthuizerstraat 89

Auteur Grondvitaal B.V.

Statusinformatie Vervolg WBB: voldoende onderzocht Beoordeling: Pot. verontreinigd Status rapporten: Verkennend onderzoek NVN 5740

Oude Nijkerkerweg 1A, Putten Uitgevoerde onderzoeken Datum 20-112008

Type Verkennend onderzoek NEN 5740

Naam Oude Nijkerkerweg 1A

Statusinformatie Vervolg WBB: uitvoeren OO Status rapporten: Verkennend onderzoek NEN 5740 Bodemloket provincie Gelderland

Naam: Bodemonderzoek abri's Onderzoekscode: AA020200049 Onderzoek Soort: Aanleiding Onderzoek: Hypothese: onbekend Eind Oordeel: Toets Wbb Grond: >I Toets Wbb Water: Naam: 2447: Gelderland - xml import Onderzoekscode: AA020200240 Onderzoek Soort: Aanleiding Onderzoek: Hypothese: onbekend Eind Oordeel: Toets Wbb Grond: >I Toets Wbb Water: Naam: 2519: Gelderland - xml import Onderzoekscode: AA020200245 Onderzoek Soort: Aanleiding Onderzoek: Hypothese: onbekend Eind Oordeel: Toets Wbb Grond: >I

Projectnummer Versie Revisiestatus

: 2330025 : 01 : definitief

Rapportagedatum : 6 april 2023 Autorisatiedatum : 6 april 2023

Auteur P&J Milieuservices B.V.

6

2.3

Onderzoekshypothese

Op grond van het uitgevoerde historisch onderzoek is de hypothese voor het te onderzoeken terrein “onverdachte locatie”. Motivering Uit de tijdens het vooronderzoek verkregen informatie zijn geen concrete aanwijzingen voor een bodemverontreiniging binnen de onderzoekslocatie of directe omgeving bekend geworden. Aangezien het asbestverdachte dak op locatie voorzien is van dakgoten, is een onderzoek op asbest in de bodem niet noodzakelijk. Het puingranulaat (geen certificaat aanwezig) uit boring 03 is zintuigelijk beoordeeld en uitgezeefd. Hierbij is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op de locatie van boring 03 is een parkeerplaats aanwezig en dit zal in de toekomst parkeerplaats blijven. Nabij deze boring is tevens geen bebouwing aanwezig/gepland. Daarom is het ons inziens niet noodzakelijk het puingranulaat verder te onderzoeken.

2.4

Uitvoering van het onderzoek

Uitvoering van het onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet-lijnvormige locatie) en aanverwante normen en richtlijnen m.b.t. het nemen van de monsters en de behandeling daarvan. De analyseresultaten zijn beoordeeld overeenkomstig: – de streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater zoals vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in de Circulaire Bodemsanering 2013, ingaande per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). – de achtergrondwaarden voor grond (en baggerspecie) zoals vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in de Regeling bodemkwaliteit onder nummer DJZ2007124397, ingaande per 13 december 2007. De hierbij van toepassing zijnde onderzoeksstrategie kan van voldoende omvang geacht worden om te kunnen beoordelen of op de betreffende locatie, redelijkerwijs gesproken inderdaad geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 gecertificeerd kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV (KIWA certificaatnummer K96888) en onderliggende protocollen 2001 en 2002. Partijdigheid Grondvitaal BV heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft, zoals bedoeld in de BRL SIKB 2000.

In het kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV is vastgelegd dat op beïnvloeding van medewerkers door derden niet wordt ingegaan. Pogingen tot beïnvloeding van het onderzoek en/of onderzoeksresultaten worden vastgelegd. Een wijziging op verzoek van de opdrachtgever in de onderzoeksstrategie wordt altijd vooraf besproken. Grondvitaal BV garandeert de uitvoering van een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek.

Projectnummer Versie Revisiestatus

: 2330025 : 01 : definitief

Rapportagedatum : 6 april 2023 Autorisatiedatum : 6 april 2023

BIJLAGE 1

Overzicht boorpunten Kadastrale situatie

BIJLAGE 2

Bodemprofielen

BIJLAGE 3

Analyseresultaten

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023046932/1 Pagina 1/1 Monster nr.

Uw monsteromschrijving Van

Tot

0536019157

01

0

0536019390

04

0536019405 0536019399

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

50

28-Mar-2023

1

0

20

28-Mar-2023

1

05

0

25

28-Mar-2023

1

06

0

50

28-Mar-2023

1

0536019400

07

0

50

28-Mar-2023

1

0536019385

08

0

50

28-Mar-2023

1

0536019376

09

10

50

28-Mar-2023

1

0536019378

10

0

50

28-Mar-2023

1

0536019372

02

0

50

28-Mar-2023

1

0536019261

11

0

25

28-Mar-2023

1

0536019267

12

0

50

28-Mar-2023

1

0536019159

13

0

30

28-Mar-2023

1

0536019140

14

0

50

28-Mar-2023

1

0536019141

15

0

50

28-Mar-2023

1

Barcode

Boornr

13553769

MM1

13553770

MM2

13553771

MM3

0536019153

01

150

200

28-Mar-2023

4

0536019363

02

50

80

28-Mar-2023

2

0536019361

02

100

150

28-Mar-2023

4

0536019373

02

150

200

28-Mar-2023

5

0539743069

03

100

150

28-Mar-2023

3

0536019364

03

150

200

28-Mar-2023

4

0536019402

04

100

150

28-Mar-2023

4

0536019391

04

150

200

28-Mar-2023

5

0536019142

01

50

100

28-Mar-2023

2

0536019146

01

100

150

28-Mar-2023

3

13553772

MM4

0536019139

01

200

250

28-Mar-2023

5

0536019160

01

250

300

28-Mar-2023

6

0536019161

01

300

350

28-Mar-2023

7

0536019152

01

350

400

28-Mar-2023

8

0536019368

02

200

250

28-Mar-2023

6

0536019357

02

250

300

28 Mar 2023

7

0536019354

02

0536019370

02

0536019366

02

350

400

28-Mar-2023

10

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023046932/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023046932/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Minerale Olie (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.

BIJLAGE 4

Achtergrond-, streef- en interventiewaarden

Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.

Stof

Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof)  AchtergrondInterventiewaarde waarde

 StreefInterventiewaarde waarde

4,0 20 190 0,6 55 15 40 0,15 0,15 0,15 50 1,5 80 140

22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

2. Overige anorganische stoffen chloride (mg Cl/l) cyanide (vrij) cyanide (complex) thiocyanaten (som)

3,0 5,5 6,0

20 50 20

100 mg/l 5 10 -

1500 1500 1500

3. Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)

0,01 0,03 0,01 0,1 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1,1 110 32 17 86 14 13 -

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -

30 150 1000 70 300 2000 200 -

1. Metalen antimoon arseen barium cadmium chroom chroom III chroom IV cobalt koper kwik kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood molybdeen nikkel zink

Grondwater (µg/l)

* De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarb j duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.

1

Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.

Stof

Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof)  AchtergrondInterventiewaarde waarde

Grondwater (µg/l)  StreefInterventiewaarde waarde

4. Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's). naftaleen fenantreen antraceen fluorantheen chryseen benzo(a)antraceen benzo(a)pyreen benzo(k)fluorantheen indeno(1,2,3-cd)pyreen benzo(ghi)peryleen PAK (som 10)

40

0,01 0,003 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,0005 0,0004 0,0004 0,0003 -

70 5 5 1 0,2 0,5 0,05 0,05 0,05 0,05 -

1,5

5. Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) dichloormetaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (som) Dichloorpropanen (som) Trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Tetrachloormethaan (tetra) tetrachlooretheen (per)

0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,8 0,25 0,25 0,30 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

0,20 2,0 0,015

15 19 11

7 3 0,01

180 50 10

b. chloorbenzenen monochloorbenzenen dichloorbenzenen (som) trichloorbenzenen (som) tetrachloorbenzenen (som) 0,0090 pentachloorbenzenen hexachloorbenzeen

0,0025 0,0085

6,7 2,0

0,003 0,00009

c. chloorfenolen monochloorfenolen (som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol

0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030

5,4 22 22 21 12

0,3 0,2 0,03 0,01 0,04

2,2

0,01

2

2,5 1 0,5

100 30 10 10 3

Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.

Stof

d. Polychloorbifenylen (PCB’s) PCB’s (som 7)

Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof)  AchtergrondInterventiewaarde waarde

 StreefInterventiewaarde waarde

0,020

1

0,01

0,01

50 0,00018 23

-

30 6

4 1,7 2,3 34 0,32 4

0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l -

0,2 0,01 0,1

e. overige gechloreerde koolwaterstoffen Monochlooranilinen (som) 0,20 Pentachlooraniline 0,15 Dioxine (som I-TEQ) 0,000055 Chloornaftaleen (som) 0,070 6. Bestrijdingsmiddelen a. organochloorbestrijdingsmiddelen chloordaan (som) 0,0020 DDT (som) 0,20 DDE (som) 0,10 DDD (som) 0,020 DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin isodrin telodrin Drins (som) 0,015 Endosulfansulfaat α-endosulfan 0,00090 α-HCH 0,0010 ß-HCH 0,0020 γ-HCH (lindaan) 0,0030 δ-HCH HCH-verbindingen (som) Heptachloor 0,00070 Heptachloorepoxide (som) 0,0020 Hexachloorbutadieen 0,003 Organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som landbodem) 0,40

-

Grondwater (µg/l)

-

-

4 17 1,6 1,2 4 4 -

0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -

5 1 0,3 3 -

-

-

-

b. organofosforpesticiden azinfos-methyl

0,0075

-

-

-

c. organotin bestrijdingsmiddelen organotinverbindingen (som) tributyltin

0,15 0,065

2,5 -

0,05 - 16 ng/l -

0,7 -

4

0,02

50

d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA 0,55

3

Achtergrondwaarden voor grond (voor standaardbodem). Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater voor standaardbodem (10% organisch stof en 25 % lutum). Grond / sediment in mg/kg d.s., grondwater in µg/l; tenzij anders vermeld.

Stof

e. overige bestrijdingsmiddelen atrazine carbaryl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) Niet-chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som) 7. overige stoffen Asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutyl ftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaan di(2-ethylhexy)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan (bromoform) ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril fomaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaar ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

Grond/sediment (mg/kg d.s.) droge stof)  AchtergrondInterventiewaarde waarde

 StreefInterventiewaarde waarde

0,35 0,15 0,017 0,60

0,71 0,45 0,017 -

29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -

0,090

-

-

0,1 2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 1,0 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

4

Grondwater (µg/l)

150 50 100 -

15000 5 600 30 300 5000 630 -

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

42

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Bijlage 2 Watertoets

43

Aanvraagformulier

Normale procedure in Waterschap Vallei en Veluwe Algemene informatie Aanvraag gestart Aanvraag ingediend Aanvraagnummer Bevoegd gezag E-mailadres Naam aanvraag

09-03-2023 11:55 09-03-2023 12:01 00011186 Waterschap Vallei en Veluwe Normale procedure

Op basis van onderstaande locatie

09-03-2023 12:01

1

Aanvraagformulier

Vragen en antwoorden uit de aanvraag Wat is uw naam? Wat is uw emailadres? Wat is uw telefoonnummer? Doet u een aanvraag namens uzelf?

Nee

Namens wie vraagt u een watertoets aan?

Gemeente putten

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer?

onbekend

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer?

onbekend

Is er contact geweest met de gemeente?

Ja

Geef hier de naam van de contactpersoon van de gemeente. Wat is het emailadres van de contactpersoon? Wat is de naam van het plan?

Voorthuizerstraat 202 te Putten

Geef een korte omschrijving van het plan.

Voor het perceel Voorthuizerstraat 202 is een verzoek ingediend voor het omzetten van de detailhandelsbestemming (slijterij) naar een horecabestemming. In de nieuwe situatie is er circa 750 m² bebouwing (vloeroppervlak) aanwezig. Onderin het restaurant is in het kader van slechtweervoorzieningen in de regio het plan om een kelder te maken met speelruimte voor kinderen. De bebouwing inclusief de kleine woning op het perceel wordt gesloopt. De parkeerplaatsen en het erf wordt waarschijnlijk half verhard. Het erf is bij de vragen wel meegenomen als verharding.

Wat is het adres van het plan / omschrijving ligging plangebied?

Voorthuizerstraat 202

Wilt u een bijlage toevoegen van het plan?

Ja

Voeg een bijlage toe.

bestandsnaam: Screenshot plan Voorthuizerstraat 202.JPG

Wilt u nog een bijlage toevoegen?

Nee

09-03-2023 12:01

2

Aanvraagformulier

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure Wat moet ik doen? Uw plan heeft invloed op het watersysteem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Het waterschap wil graag met u overleggen wat deze invloed is en welke maatregelen wellicht genomen kunnen worden in uw plan. Wij streven ernaar binnen twee weken contact met u op te nemen om nadere afspraken te maken en advies te geven. Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via het algemene nummer (055-5272911) en vragen naar de planadviseur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt.

In het overleg tussen u en het waterschap worden afspraken gemaakt over het borgen van de waterbelangen in uw plan. Het is van belang dat u de uitkomsten van het overleg en de gemaakte afspraken vastlegt in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. Waar nodig vraagt het ook om verwerking op de verbeelding en/of in de regels. Dit zal blijken uit het overleg met het waterschap. De waterparagraaf dient in ieder geval een beschrijving van de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie te bevatten waarbij de relevante wateraspecten worden beschreven. Daarnaast dienen bij een bestemmingsplan de primaire watergangen, waterkeringen, riooltransportleidingen en waterbergingsgebieden op de verbeelding bij het bestemmingsplan zichtbaar te zijn.

LET OP: het invullen van de digitale watertoets is geen aanvraag voor een watervergunning. De uitkomsten van de digitale watertoets zijn bedoeld voor de (ruimtelijke) planvormingfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (https:// www.vallei-veluwe nl/toptaken/vergunning-aanvragen/). Op www.omgevingsloket.nl kunt u een watervergunning aanvragen.

Dien deze aanvraag in door op de knop "DIRECT AANVRAGEN" te drukken. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. Het waterschap ontvangt dan een afschift van deze aanvraag.

Waar moet ik op letten? U dient deze aanvraag in te dienen door op de knop "DIRECT AANVRAGEN" te drukken. Als u dit niet doet, wordt de aanvraag niet doorgezet naar het waterschap en zijn wij nog niet op de hoogte van uw plan.

U dient afstemming te hebben met het waterschap. Hier wordt bepaald welke invloed uw plan heeft en welke maatregelen genomen moeten worden. De uitkomsten van de afstemming dient u op te nemen in uw plan en de maatregelen moeten hierin opgenomen worden.

Met deze watertoets is uw plan naast het beleid van het waterschap gelegd. Hieruit is de conclusie naar voren gekomen dat het plan invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Deze beoordeling heeft plaats gevonden vanuit het beleid van het waterschap. Voor het waterschap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompensatieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. Een groot aantal gemeenten stelt ook eisen bij de reasliatie van nieuw verhard oppervlak of bij herontwikkeling van bestaand verhard gebied. Het kan dan ook zijn dat de gemeente wel/ook eisen aan uw plan stelt. Het is van belang om dit na te vragen bij de betreffende gemeente.

09-03-2023 12:01

3

Aanvraagformulier 2. Advies Algemeen Wat moet ik doen? Maak afwegingen over eventuele nieuwe, stedelijke uitbreidingen vanuit de ondergrond, met het oog op de waterhuishouding en altijd klimaatadaptief. Voor meer informatie verwijzen we u naar onze Blauwe Omgevingsvisie voor het jaar 2050 (https://bovi2050 nl/verhaal/waterinclusieve-bebouwde-omgeving/). Zo zou kunnen worden gedacht aan het aanbrengen van 'groene daken' op nieuwe gebouwen, eventueel met meervoudig ruimtegebruik en waterbergingcapaciteit. Ook kan bij bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen gebruik worden gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag of waterberging op straat en in verlaagde groenstroken. Zie voor uitleg en inspiratie hierover: http://www ruimtelijkeadaptatie.nl, https:// www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijke-adaptatie, https://klimaatvalleienveluwe nl/atlas/ en https:// www.urbangreenbluegrids.com/.

Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.

Waar moet ik op letten?

09-03-2023 12:01

4

Aanvraagformulier Het waterschap vraagt u om in uw plan met de volgende drie aandachtspunten rekening te houden. 1. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. 2. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. 3.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.

Achtergrondinformatie Bij grondwaterneutraal bouwen is het belangrijk om te kijken of de (geplande) ontwikkeling past bij de grondwaterstanden in het plangebied. Voor wonen, bedrijven en infrastructuur moet de grond niet te nat zijn en dus de grondwaterstand voldoende diep. Er zal geen grondwateroverlast zijn als wordt voldaan aan de bij een bepaalde functie behorende ontwateringsdiepte. Zo is de gangbare norm voor de ontwateringsdiepte voor woningen (met kruipruimte) en secundaire wegen 70 cm beneden maaiveld. Wanneer grondwaterstanden structureel hoger liggen dan deze 70 cm dan kan wateroverlast ontstaan en kunnen de gebruiksfuncties worden aangetast. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met bijvoorbeeld bouwen zonder kruipruimtes te gebruiken.

Waterschap heeft beleid rond drainage vast gelegd in de Keur, en dan specifiek in algemene regel 3.2.54 Brengen van water in oppervlaktewaterlichaam A, B, en C. (https://www.vallei-veluwe.nl/wat-doet-waterschap/voldoendewater/regels-rondom-water/)

09-03-2023 12:01

5

Aanvraagformulier 3. Advies toename verharding Wat moet ik doen? Bij een substantiële toename van verhard oppervlak stelt het waterschap eisen aan de berging. Wanneer er meer dan 1500 m2 toename van verhard oppervlak wordt gerealiseerd, wil het waterschap graag in gesprek met de initiatiefnemer van het plan over de waterberging. Wij verzoeken u om uw plan bij ons in te dienen, via de blauwe knop "DIRECT AANVRAGEN" in het overzicht op de vorige pagina. Het waterschap zal u dan uitnodigen voor een overleg. In dit overleg bespreken we wat de gevolgen zijn van de verhardingstoename en welke compenserende maatregelen u kunt treffen.

In de toelichting van het bestemmingsplan dient u op te nemen hoeveel toename verharding er binnen uw plan is en hoe in het plan voorzien is in waterberging om negatieve gevolgen en wateroverlast te voorkomen.

Waar moet ik op letten? U heeft aangegeven dat er sprake is van een toename van bebouwing en/of verharding in het plangebied. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met kans op wateroverlast als gevolg. Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er compenserende maatregelen getroffen moeten worden.

Het waterschap stelt eisen voor waterberging wanneer er sprake is van een toename verharding van 1500 m2 of meer. Veel gemeenten stellen ook eisen aan waterberging. Dit kan ook het geval zijn bij een herontwikkeling waar geen sprake is van een toename verharding maar waar hemelwater wordt afgekoppeld. Het is dan ook belangrijk om altijd na te gaan welke eisen en randvoorwaarden de betreffende gemeente stelt.

Achtergrondinformatie Bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak op oppervlaktewater geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. Het waterschap heeft een aantal uitgangspunten opgesteld hoe kan worden voldaan aan dit uitgangspunt: 1. 2.

Toename verharding is minder dan 1500 m2. In dit geval is de toename verharding beperkt en is het negatieve effect daarmee klein. Er is vanuit het waterschap geen noodzaak maatregelen te nemen. Er wordt een waterberging aangelegd voor het bergen van 60 mm. Dit betekent 600 m3 waterberging voor 1 hectare verharding. Meer informatie staat in onze beleidsregels, en dan specifiek in Beleidsregel 4.5.12 Water brengen in een oppervlaktewaterlichaam vanaf nieuw verhard oppervlak, zie https://www.vallei-veluwe.nl/watdoet-waterschap/voldoende-water/regels-rondom-water/).

Om meer inzicht te krijgen in huidige problemen met wateroverlast en de gevolgen van klimaatverandering, kunt u de klimaateffectatlas van Vallei en Veluwe raadplegen (https://klimaatvalleienveluwe.nl/atlas/). Het klimaat verandert en dat merken we ook in onze regio: hoosbuien, hitte en droogte komen steeds vaker voor. Het is hard nodig om onze leefomgeving aan te passen aan deze weersextremen. Deze website biedt informatie en verwijzingen naar tools voor gemeenten, provincies en samenwerkende partners in de regio Vallei en Veluwe. Het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) met als motto: ‘regionaal delen, lokaal doen’ staat hierin centraal. Samen maken we onze regio mooier, veiliger en duurzamer. Onderdeel van de website is een effectatlas met kaarten van wateroverlast in stedelijk en landelijk gebied.

09-03-2023 12:01

6

bestemmingsplan Voorthuizerstraat 202

Bijlage 3 Quickscan ecologie

51

Gertjan Cozijnsen De haarstraat 1 3861 VE Nijkerk Kvk:85564753 Btw-id: NL004115333B71 Iban: NL61RABO0189385928 Tel: 0642926885 Email: info@cozijnsenflorafaunaadvies.nl

VERKENNEND ONDERZOEK NAAR BESCHERMDE FLORA EN FAUNA AAN DE VOORTHUIZERSTRAAT 202 A & 202 B TE PUTTEN

Opdrachtgever: Contactpersoon: Kenmerk rapport: Datum veldbezoek: Datum rapport: Versie Auteur

D.H. van den Hul Dhr. D.H. van den Hul 23VC041 23 maart 2023 27 maart 2023 1.0 Gertjan Cozijnsen Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

1

Inhoudsopgave

1.INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 OMSCHRIJVING GEBIED

2 3 3

2.OMSCHRIJVING PERCEEL 2.1 ALGEMEEN 2.2 BESCHRIJVING

4 4 5

3. ONDERZOEKSMETHODE 3.1 OPZET 3.2 BRONNENONDERZOEK 3.3 VELDBEZOEK

6 6 6 6

4.NATUURWETGEVING EN BELEID 4.1 WET NATUURBESCHERMING 4.2 ZORGPLICHT EN VERBODSBEPALINGEN

7 T/M 8 7 7 T/M 8

5.EFFECTEN VAN HET PLAN / DE ACTIVITEITEN 5.1 INGREPEN 5.2 BESCHERMING HOUTOPSTANDEN 5.3 BESCHERMING VAN SOORTEN 5.4 FLORA 5.5 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 5.6 VLEERMUIZEN 5.7 VOGELS 5.8 AMFIBIEËN EN REPTIELEN 5.9 VISSEN 5.10 INSECTEN, LIBELLEN EN ONGEWERVELDEN 5.11 EFFECTENBEOORDELING 5.12 GEBIEDSBESCHERMING

9 9 9 9 10 11 11 12 12 13 13 15 T/M 16 15 T/M 16

6.CONCLUSIE EN ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 ADVIES

17 17 17

7.BRONNEN BIJLAGE 1 FOTO OVERZICHT BIJLAGE 2 OVERZICHTSTEKENING BIJLAGE 3 REGISTRATIEFORMULIE FLORA FAUNA INVATARISATIE BIJLAGE 4 TOELICHTING REGISTRATIEFORMULIER

18 19 T/M 20 21 T/M 22 23 T/M 24 25 T/M 26

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

2

1.Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van D.H. van den hul heeft Cozijnsen flora fauna advies een QuickScan uitgevoerd aan de Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen plannen voor de sloop van de bebouwing en realiseren van vervangende nieuwbouw en inrichting op het perceel. Deze QuickScan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen plannen gewijzigd worden dient voorliggend onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in deze QuickScan zijn drie jaar geldig. Het doel van dit onderzoek is door middel van een oriënterend bronnenonderzoek en veldbezoek te onderzoeken of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot overtredingen van de wet natuur bescherming (Wnb).

Bron: bewerkte versie kadestralekaart.com, rode vlak betreft globaal het onderzochte plangebied.

1.2 Omschrijving gebied Het perceel bevindt zich ten westen aan de N303, de weg van Barneveld naar Putten, ten zuiden van Putten in de gemeente Putten. Ten westen is buurtschap Huinen gelegen en ten oosten buurtschap Krachtighuizen met haar verschillende recreatiewoningen en -gebieden. Huinen is een agrarisch gebied waar reeds al in de 14e eeuw over geschreven werd met betrekking tot ontginningen en is vernoemd naar de aanwezige veenachtig grond.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

3

1915

2022

Bron: topotijdreis.nl

2.Omschrijving perceel 2.1 Algemeen Het plangebied betreft een perceel met twee adressen en is te vinden aan de Voorthuizerstraat 202 A & 202 B. Het voornemen is om de aanwezige bebouwing te amoveren en het terrein opnieuw in te richten. De plannen zijn om hier een nieuwe eet- en drinkgelegenheid met parkeergelegenheid te realiseren. De te amoveren bestaande bebouwing wordt hieronder in het rode vlak weergegeven.

Globale aanduiding: rode vlak betreft de te amoveren bebouwing. Regionale ligging kaartinzet rechts. Bron: PDOK Viewer.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

4

2.2 Beschrijving Op het perceel nummer 202 B is momenteel een ijssalon gevestigd. De ijssalon heeft een pan gedekt dak met strak sluitende pannen die tot diep in de goot doorlopen, de nokpan van het dak is afgedicht met cement en de dakranden zijn afgewerkt met glad materiaal en sluiten strak aan op het dak. De bakstenen gevel heeft geen spouwruimte, openstootvoegen of kieren en is volledig dicht. Het gebied rond de bebouwing bestaat uit straat verharding en grasmengsels dat intensief gemaaid en onderhouden wordt. Het groen op het terrein bestaat voornamelijk uit gazon en opgaande bomen. In de bomen zijn geen nesten en/of geschikte holtes voor beschermde soorten aangetroffen. Een groot gedeelte van het terrein is ingericht als parkeerplaats en terras voor de bezoekers van de ijssalon. Op het perceel nummer 202 A is een kleine woning met golfplaat dakbedekking te vinden, de wanden van de woning zijn gedeeltelijk van hout en kunststof plaatwerk. De woning is geheel dicht zonder toegankelijke kieren of holtes. Het gebied rond de woning bestaat uit voornamelijk uit gazon en straatverharding.

Impressie plangebied.

Fig. links, globale aanduiding: rode vlak betreft het onderzochte perceel./ Fig. rechts, bestaande situatie tekening.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

5

3.Onderzoeksmethode 3.1 Opzet In dit verkennend onderzoek is de locatie onderzocht op de aanwezigheid van beschermde plantsoorten en diersoorten. Voordat de locatie bezocht werd, heeft er eerst een bronnenonderzoek plaatsgevonden.

3.2 Bronnenonderzoek Voordat de locatie is bezocht zijn de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en diverse andere verspreidingsatlassen geraadpleegd. Hierdoor is voorafgaand aan het locatieonderzoek een indicatief beeld gekregen of er beschermde soorten voorkomen in het te onderzoeken gebied.

3.3 Veldbezoek De locatie is op 23 maart 2023 in de middag bezocht. Tijdens het onderzoek is de omgeving en de locatie onderzocht op mogelijke soorten en/of sporen. Tijdens het onderzoek was het droog weer de tempratuur was circa 12°C. Tijdens het veldbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde soorten. Waarnemingen (zicht en geluid) en sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, holen, nesten, uitwerpselen, haren, beschermde plantsoorten e.d.. Het veldbezoek wordt met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd, echter is het niet per definitie uit te sluiten dat er bepaalde soorten voorkomen die niet in dit rapport genoemd zijn. Het verkennend onderzoek is op 23 maart 2023 uitgevoerd door Gertjan Cozijnsen gecertificeerd Flora-Faunacontroleur ruime ervaring in faunabeheer en natuurlijk landschap onderhoud en inrichting. Tijdens het onderzoek was een verrekijker, holtecamera en een zaklamp voorhanden.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

6

4.Natuurwetgeving en beleid 4.1 Wet natuurbescherming Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het beschermen en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgeweken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren en planten die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn; de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild levende dier of plant. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht.

4.2 zorgplicht en verbodsbepalingen De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In de Wet natuurbescherming bestaat uit een drietal hoofdstukken waarin de volgende zaken worden beschermd: • Gebiedenbescherming (Natura 2000) • Soortenbescherming • Houtopstandenbescherming In dit verkennend onderzoek wordt alleen getoetst aan het hoofdstuk soortenbescherming. In de wet spreekt men van ‘algemene zorgplicht’. Daarnaast bevat de wet een aantal verbodsbepalingen. Alleen de meest relevante verbodsbepalingen worden hieronder genoemd. Artikel 2 de zorgplicht: De Zorgplicht houdt in dat je schade aan Natura 2000-gebieden en in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving probeert te; a. Voorkomen b. Beperken c. Ongedaan maken. Verboden soortbescherming: In de wet natuurbescherming wordt onderscheidt gemaakt tussen soorten welke onder het beschermingsregime van de Europese soorten: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en de Nationale soorten: overige beschermde soorten vallen. Hiervoor gelden de volgende verboden:

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

7

Om aantoonbaar invulling te geven aan de zorgplicht moet er aantoonbaar zorgvuldig gehandeld worden. Dit kan: • •

Praktisch: voorkomen/beperken overtreden van de verbodsbepalingen. Juridisch: Inzet van het juiste instrument voor werkzaamheden op locaties met beschermde soorten (zie bijlage 3: Beschermde soorten van Ministerie van LNV)

De instrumenten zijn: •

Vrijstelling: o Provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen: Slechts de zorgplicht van toepassing. Geldt voor bepaalde soorten. Bron: provinciale verordening. • Gedragscode: o Een specifieke vrijstelling voor het uitvoeren van beheer en/of ruimtelijke ontwikkeling, opgesteld door de branche/sector en goedgekeurd door de rijksoverheid en provincie. • Ontheffing: o (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie • Omgevingsvergunning: (specifieke of gebiedsgerichte) ontheffing van de verbodsbepalingen o.b.v. aanvraag door initiatiefnemer/gebruiker en voorschriften van provincie.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

8

5.Effecten van het plan / de activiteiten 5.1 Ingrepen De ingrepen zijn permanent van karakter en betreffen: *Amoveren bestaande bebouwing *Opschonen van het plangebied *Bouwrijp maken van het plangebied *Realiseren van nieuwbouw *Aanleg van parkeergelegenheid *Inrichten van het geheel

5.2 Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Er is in deze fase van het traject nog niet gekeken of er houtopstanden aanwezig zijn waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien een of meerder bomen binnen de bebouwde kom worden geveld, is de gemeente het bevoegd gezag. In de meeste gevallen zal er dan een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. Dit is na te gaan op de gemeentelijke website.

5.3 Bescherming van soorten Bij het onderdeel soortenbescherming is het uitgangspunt dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

9

Verwachting/bureau onderzoek Op basis van bronnenonderzoek, omgeving, bouwstijl en gebruikte bouwmaterialen, aard, omvang en gebruik van het onderzoeksgebied, dan lijkt het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten worden aangetroffen uit de volgende groepen: Niet te verwachten soortgroepen Vissen Vaatplanten Libellen Reptielen Kevers

Mogelijk komen de volgende soortgroepen in het gebied voor: Mogelijk aanwezige soortgroepen Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Amfibieën

5.4 Flora Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: akkerogentroost en knolspirea (in een straal van 1 - 5 km). Verder wordt melding gemaakt van blaasvaren, denneorchis, kartuizer anjer, en kluwenklokje (in een straal van 5-10km). Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het daadwerkelijke plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. In de wet zijn plantensoorten opgenomen die bescherming genieten. Geen van deze soorten zijn aangetroffen. Het gebied bestaat grotendeels uit gazon en straatverharding dat intensief gemaaid en onderhouden is. Gezien het gevoerde beheer zijn standplaatsen van beschermde soorten hier niet aanwezig. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande flora.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

10

5.5 Grondgebonden zoogdieren Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: egel, haas, konijn, vos, veldmuis, aardmuis, dwergmuis steenmarter, das, wild zwijn, ree, damhert en edelhert. (in een straal van 1-5km). Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat grondgebonden zoogdieren een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied. Het plangebied zal door de ligging aan een drukke weg en de aanwezigheid van mensen door (grotere) grondgebonden zoogdieren gemeden worden. De grotendeels verharde inrichting en het gevoerde beheer maakt het tot een ongeschikt leefgebied voor kleine grondgebonden zoogdieren, zoals veldmuis, egel of marterachtige. Potentiële verblijfplaatsen (in gebouwen, bomen en omliggend perceel) zijn niet aangetroffen. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal de geschiktheid van het perceel niet afnemen doordat het plangebied nu reeds intensief gebruikt wordt en reeds bebouwd en verhard is. Door het de werkzaamheden worden er geen beschermde grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield.

5.6 Vleermuizen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals : baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis (in een straal van 1 - 5 km). Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of verblijfplaats in het plangebied bezetten. De ijssalon beschikt over bakstenen gevels maar potentiële invliegopeningen zijn hier niet aanwezig, de gevels zijn strak en sluiten strak op het dakbeschot aan. Er zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, of gevelbetimmering. De overige bebouwing is gezien de bouwstijl en de gebruikten materialen niet geschikt voor verblijfplaatsen. In de bomen op het perceel zijn geen holten, spleten of loshangend schors aanwezig, waardoor uitgesloten kan worden dat er verblijfplaatsen van boom bewonende soorten aanwezig zijn. Mogelijk foerageren vleermuizen incidenteel en kortstondig boven het groen aan de randen van het plangebied gedurende de actieve periode. Gelet op de inrichting en de oppervlakte heeft het plangebied een zeer beperkte betekenis als foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied vormt geen verbinding in een lijnvormig landschapselement.

Het vormt daarom geen verbindende schakel in een vliegroute van vleermuizen. Gelet op de inrichting, en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Er zullen geen essentiële onderdelen van een mogelijke vliegroute verdwijnen. Door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

11

5.7 Vogels Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor kunnen komen zoals: boerenzwaluw, gierzwaluw, zwarte roodstaart, huismus, boomkruiper, boomvalk, buizerd, havik, raaf, roek, kerkuil, ransuil en steenuil deze komen voor in een straal van (01 km). Gedurende het veldbezoek zijn geen nesten en/of sporen als braakballen, horsten, holen of uitwerpselen aangetroffen van soorten met een jaarrond beschermd leefgebied en/of nestlocatie. Er zijn geen nesten van beschermde, in bomen broedende soorten als roek, boomvalk, ransuil of ekster aangetroffen in de bomen op de planlocatie. In deze periode van het jaar vertonen veel vogelsoorten nest indicerend gedrag en zijn veelal op of in de buurt van nestlocatie aanwezig, er zijn geen soorten waargenomen die dit gedrag vertoonden met uitzondering van een ekster die buiten het plangebied een nest heeft. Deze bevindt zich niet binnen de invloedssfeer en is bovendien weinig verstoringsgevoelig. Het pan gedekte dak van de ijssalon is strak zonder toegankelijk kieren of holtes het dak loopt diep door tot in de goot, via deze zijde is er geen toegang tot onder de pannen. Er zijn tijdens het onderzoek geen mussen waargenomen of gehoord. Ook ontbreekt het aan geschikt leefgebied voor deze soort, er is vrijwel geen groen te vinden die voor voedsel, rust en dekking zorgen.

Voor de gierzwaluw is de bebouwing door het ontbreken van holtes niet geschikt. Het gedeelte achter de ijssalon heeft een plat dak en heeft geen toegankelijke holtes of ruimtes voor een nestlocatie. Algemene vogels kunnen in de bomen binnen het plangebied tot broeden komen, schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood en geen vogelnest of nestplaats beschadigd en/of vernield. Als gevolg van de voorgenomen plannen, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels niet af.

5.8 Amfibieën en reptielen Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: de bruine kikker, groene kikker, bastaardkikker, gewone pad en de poelkikker. Omdat amfibieën gedurende de wintermaanden in hun winterverblijfplaats verblijven, zijn deze niet aan de oppervlakte zichtbaar. Gelet op de inrichting en beheer van het plangebied, is het aannemelijk te stellen dat het plangebied niet tot het normale functionele leefgebied van amfibieën behoort. Mogelijk benutten soorten als gewone pad, of bruine kikker incidenteel de buitenruimte als foerageergebied tijdens de nachtelijke uren. Daarbij gaat het vermoedelijk om zeer lage aantallen (één of enkele individuen). Amfibieën bezetten geen vaste rust- of voortplantingslocatie in het gebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen amfibieën verwond of gedood en worden geen (winter)rust- of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

12

5.9 Vissen Er bevind zich geen open water in het plangebied effecten op (beschermde) vissen zijn daarom per definitie uitgesloten.

5.10 Insecten, libellen en ongewervelden Uit literatuurgegevens en studies (bron:NDFF) is bekend dat een aantal soorten in de omgeving voor komen zoals: gevlekte witsnuitlibel en kempense heidelibel (1-10km. Verder grote vos, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart (5-10km). Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebieden te vinden zijn. Beschermde soorten zijn op deze locatie uit te sluiten. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat, bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Geschikte waardplanten voor beschermde vlindersoorten ontbreken binnen het plangebied. Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen.

Ook is er geen sprake van oud hout, of andere specifieke omstandigheden die duiden op de mogelijke aanwezigheid van beschermde insecten of andere ongewervelden. Negatieve effecten op de soortgroep zijn uitgesloten.

5.11 Effectenbeoordeling Invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop/grondwerken en bouwwerkzaamheden.

Beoordeling: De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn echter incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

13

Beschermde soorten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Vleermuizen, vogels en amfibieën kunnen het plangebied benutten als foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats. Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats.

Algemene soorten In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft maatwerk. Indien het mogelijk is om zinvolle concrete maatregelen m.b.t. de zorgplicht te benoemen dan zijn deze opgenomen in dit rapport. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Algemene vogels en niet jaarrond beschermde nesten Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig.

Verlichting Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien ook in de schemering en het donker wordt gewerkt dan dient eventuele bouwverlichting afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden.

Bron: afbeelding www.rijkswaterstaat.nl

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

14

5.12 Gebiedsbescherming Natura 2000 Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of Habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die de instandhoudingsdoelstellingen kunnen schaden. Als een plan of project mogelijk negatieve effecten kan hebben op Natura 2000gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve effecten zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante effecten niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft aanlegfase. Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase.

NNN gebieden De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, een ‘nee, tenzij’- beschermingsregime. Activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk aantasten zijn niet toegestaan, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De locatie is niet in een Natura2000 gebied gelegen. De locatie is niet in NatuurNetwerkNederland gelegen.

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

15

Bron: https://www.natura2000.nl

Bron: www.gelderland.maps.arcgis.com

Voorthuizerstraat 202 A & 202 B te Putten

16

6.Conclusie en advies 6.1 Conclusie *Er zijn geen nadelige gevolgen voor wat betreft streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats(Wnb-soorten). *Juridische borging door instrumenten; gedragscode, ontheffing of vrijstelling is niet noodzakelijk *Zorgplicht is altijd van toepassing. *Er zijn geen vooralsnog geen gevolgen aangaande het onderdeel Wnb-houtopstanden. *Het plangebied ligt niet in een Natura2000 gebied.

6.2 Advies *Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog nodig. *Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ZORGPLICHT. Dit houd in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. *Mits deze maatregelen in acht worden genomen kunnen negatieve effecten worden voorkomen, bij calamiteiten direct ecologisch deskundige inschakelen. * Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de aanlegfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft aanlegfase. *Ten aanzien van stikstof adviseren wij de initiatiefnemer een AERIUS berekening te laten opstellen voor de gebruiksfase. Hiermee wordt juridische zekerheid verkregen over het wel of niet kunnen uitvoeren van de plannen, voor wat betreft gebruiksfase.

*Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn. Ook het separaat toegezonden document gedragscode Soortenbescherming zal op de locatie aanwezig moeten zijn. *Door het uitvoeren van bovengenoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen worden overtreden en aan de zorgplicht wordt voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14106355/1