Van Damhof - Regels
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Van Damhof Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Van Damhof in Putten en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22h) van het omgevingsplan van de gemeente Putten. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Putten. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22h.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22h’ gelezen worden.
2
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
3
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Inleidende regels Toepassingsbereik Toepassing begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen
5 5 6 7 11
Hoofdstuk 2 Artikel 5 Artikel 6
Functies en activiteiten Verkeer - Verblijf Wonen
12 12 13
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
17 17 18 19 20 21
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsregels Overgangsrecht
23 23
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Nota parkeernormen
Bijlage 3
Inwoningsnota 2016
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
4
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Toepassingsbereik
a. Het besluit als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c, is niet van toepassing. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk (H22h) zijn van toepassing op de locatie Van Damhof in Putten, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0273.TAMBKVanDamhof-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
6
Artikel 2
Toepassing begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
7
Artikel 3
Aanvullende begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in Artikel 2 de volgende begripsbepalingen:
3.1
Omgevingsplan het omgevingsplan van de gemeente Putten;
3.2
plan het TAM-omgevingsplan Van Damhof met identificatienummer NL.IMRO.0273.TAMBKVanDamhof-VA01 van de gemeente Putten;
3.3
TAM-omgevingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
3.4
aan- en uitbouwen een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
3.5
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van gronden;
3.6
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
3.7
bebouwingspercentage de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de toegestane bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel gemeten;
3.8
Bed & Breakfast een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het enkel serveren van ontbijt. Een Bed & Breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de hoofdbewoner(s) van het betreffende huis. De kamers ten behoeve van de Bed & Breakfast functioneren niet als zelfstandige wooneenheid;
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
8
3.9
bedrijf aan huis het bedrijfsmatig uitoefenen van bedrijfsactiviteiten: a. die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 en internethandel, dan wel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving; b. die geen horeca, detailhandel zijn, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit, door de bewoner in de woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie;
3.10
beroep aan huis het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk en daarmee gelijk te stellen gebied, door de bewoner in de woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie;
3.11
bestaande bebouwing legale bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;
3.12
bestaand gebruik het legale gebruik van gronden en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan;
3.13
bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
3.14
bouwgrens een grens van een bouwvlak;
3.15
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
3.16
bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;
3.17
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
9
3.18
bruto vloeroppervlak de som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren;
3.19
detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde internethandel;
3.20
functiegrens de grens van een functievlak;
3.21
functievlak een geometrisch bepaald vlak waarop Functies en activiteiten als bedoeld in Hoofdstuk 2 zijn toegestaan;
3.22
horeca een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt;
3.23
internethandel elektronische handel, oftewel het uitvoeren van commerciële activiteiten via het internet;
3.24
inwoning het, naast een ander huishouden, wonen in een woning/bijgebouw ten behoeve van de (toekomstige) verzorging van de leden van een van beide huishoudens op hetzelfde perceel, op sociaal en/of medisch vlak;
3.25
overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
3.26
pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
3.27
peil voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: a. de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: b. de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
10
3.28
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
3.29
voorgevelbouwgrens de langs de weg gelegen bouwgrens, waarin of waarachter zich de voorgevel van de woning bevindt;
3.30
wonen het gehuisvest zijn in een woning;
3.31
woning één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden óf voor de huisvesting van maximaal vier personen, wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
11
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
4.1
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
4.2
de diepte van een onderbouw: vanaf het peil tot afgewerkte keldervloeren;
4.3
de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
4.4
de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
4.5
de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
4.6
lengte/breedte van een gebouw: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren;
4.7
afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot (zijdelingse) bouwperceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn;
4.8
ondergeschikte bouwdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of functievlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. functiegrens met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
12
Hoofdstuk 2 Artikel 5 5.1
Functies en activiteiten
Verkeer - Verblijf
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Verkeer - Verblijf".
5.2
Functieomschrijving Een als "Verkeer - Verblijf" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wegen, straten en paden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen, structurerende laanbeplanting, waterberging en water; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen.
5.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
5.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd.
5.3.2
Beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan 10 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen.
5.4
Vergunningplicht voor afwijken
5.4.1
Hogere bouwhoogte Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.3.2, sub b voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van maximaal 4 m.
5.4.2
Beoordelingsregels voor het afwijken Van de bevoegdheid in lid 5.4.1 kan slechts gebruik worden gemaakt indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
13
Artikel 6 6.1
Wonen
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Wonen".
6.2
Functieomschrijving Een als "Wonen" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, met de daarbij behorende: b. tuinen, erven en parkeervoorzieningen, c. waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals infiltratievoorzieningen en/of waterberging.
6.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
6.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen: 1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak en met hun voorgevel in de voorgevelbouwgrens; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; 3. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; b. Bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen: bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', en/of in het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. het bebouwingspercentage aan bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag niet meer bedragen dan 50, zulks met een maximaal oppervlak van 45 m² per bouwperceel, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; 2. de bouwhoogte van carports mag niet meer dan 3,5 m bedragen; 3. de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 5 m, dan wel de bestaande goot-en bouwhoogte indien deze meer bedragen; 4.
voor de voorgevelbouwgrens van een bestaande woning is uitsluitend en ten hoogste één uitbouw toegestaan, met dien verstande dat deze: geen grotere (bouw)diepte mag hebben dan 1,5 m; geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 m; geen grotere breedte mag hebben dan 45% van de voorgevelbreedte van de woning waartoe het behoort, dan wel de bestaande breedte;
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
14
5. in afwijking van het bepaalde onder 1 bedraagt het maximum bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1': 100%. 6.3.2
Beoordelingsregels voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van erfscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelbouwgrens en/of het gedeelte van het functievlak dat niet is voorzien van de aanduiding 'bijgebouwen', geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 m; b. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m.
6.4
Voorwaardelijke verplichting ten aanzien van hemelwater Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning als bedoeld in lid 6.3.1 kan slechts worden verleend, indien wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van tenminste 70 liter hemelwater per vierkante meter bebouwd en verhard oppervlak.
6.5
Vergunningplicht voor afwijken
6.5.1
Afwijken van de beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 6.3.1, sub b, onder 1 voor het vergroten van de bebouwde oppervlakte tot maximaal 60 m², mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 50; b. lid 6.4: 1. wanneer is aangetoond dat dat de vereiste waterberging redelijkerwijs kleiner kan, of 2. wanneer is aangetoond dat de vereiste waterberging niet, of slechts in beperkte mate mogelijk is op het eigen terrein en de waterberging op een andere manier op een verantwoorde wijze is geregeld.
6.5.2
Beoordelingsregels voor het afwijken Van de bevoegdheid in lid 6.5.1 kan slechts gebruik worden gemaakt indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. het bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid.
6.6
Specifieke functieregels
6.6.1
Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken ten behoeve: a. de uitoefening van bedrijf aan huis; b. de uitoefening van een Bed & Breakfast; c. het gebruik van gronden voor het bouwen, dan wel het aanleggen van zwembassins, tenzij dit gebruik betreft het bouwen, dan wel het aanleggen van een zwembassin achter de van de wegzijde afgekeerde bouwgrens van een woning of achter het denkbeeldig verlengde van die grens, met dien verstande dat:
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
15
1. bij eenzelfde woning niet meer dan 1 zwembassin mag worden gebouwd of aangelegd; 2. de oppervlakte van een zwembassin niet meer mag bedragen dan 10% van de oppervlakte van het perceel waarop de woning, waarbij het zwembassin behoort, is gebouwd en mag in ieder geval niet meer dan 18 m² mag bedragen; 3. de afstand van een zwembassin tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder dan 2 m mag bedragen; 4. de bouwhoogte van een zwembassin niet meer dan 0,5 m mag bedragen. 6.6.2
Beroep aan huis Het gebruik voor de uitoefening van beroep aan huis is toegestaan met dien verstande dat de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte met een maximum van 45 m² van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen.
6.7
Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels
6.7.1
Beroep aan huis Het bevoegd gezag verleent in afwijking van het bepaalde in lid 6.6.2 een omgevingsvergunning voor een gezamenlijke bruto vloeroppervlakte in het hoofdgebouw alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen van niet meer dan 60 m² voor een beroep aan huis, mits voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: a. er ontstaat geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; b. de parkeerbehoefte neemt niet onevenredig toen.
6.7.2
Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag verleent in afwijking van het bepaalde in lid 6.6.1, sub a een omgevingsvergunning ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: a. de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de bruto vloeroppervlakte als bedoeld in lid 6.6.2 niet meer bedraagt dan 30% van de totale bruto vloeroppervlakte van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; b. op de bij de desbetreffende woning behorende gronden vindt geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaats; c. in de omgeving van de desbetreffende woning ontstaat geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande, dat: 1. het parkeren ten behoeve van het bedrijf zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, zulks met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10, lid 10.3; 2. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de desbetreffende woning mogen plaatsvinden; d.
de bedrijfsactiviteiten door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de woning en de omgeving niet onevenredig aantasten en daardoor geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; e. ten aanzien van internethandel geldt aanvullend op het bepaalde sub a tot en met d dat:
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
16
1. een winkel- of uitstallingsruimte niet is toegestaan; 2. de openingstijden voor het afhalen van de goederen beperkt dienen te blijven tot maximaal acht uren per week, evenredig verdeeld over de week en niet tussen 19.00 uur en 09.00 uur; 3. er nadere eisen kunnen worden gesteld aan de tijdstippen en het aantal laaden losactiviteiten. 6.7.3
Bed & Breakfast Het bevoegd gezag verleent in afwijking van het bepaalde in lid 6.6.1, sub b een omgevingsvergunning ten behoeve van de uitoefening van een Bed & Breakfast tot een gezamenlijke bruto vloeroppervlakte in het hoofdgebouw alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen van niet meer dan 60 m², mits voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels: f. er ontstaat geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; g. de parkeerbehoefte neemt niet onevenredig toe; h. de erfinrichting, erfgebruik blijven afgestemd op de woonfunctie; i. de ruimtelijke uitwerking of uitstraling doet geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie.
6.7.4
Zwembassin a. Het bevoegd gezag verleent in afwijking van het bepaalde in lid 6.6.1, sub c een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, dan wel het aanleggen van een zwembassin met overschrijding van de wegzijde afgekeerde bebouwingsgrens, mits voldaan wordt aan de beoordelingsregels dat niet binnen de afstand van 5 m van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens of niet binnnen een afstand van 5 m van het denkbeeldig verlengde van die grens wordt gebouwd, zulks onverminderd de overige eisen die hiervoor zijn gesteld. b. Het bevoegd gezag verleent in afwijking van het bepaalde in lid 6.6.1, sub c een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen, dan wel het aanleggen van een zwembassin met een oppervlakte van ten hoogste 32 m², voldaan wordt aan de beoordelingsregels dat de onbebouwde oppervlakte van het perceel waarop de woning, waarbij het zwembassin behoort, is gebouwd ten minste vijf keer de bebouwde oppervlakte bedraagt van de op dat perceel aanwezige bebouwing, zulks onverminderd de overige eisen die hiervoor zijn gesteld.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
17
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
18
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
19
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Vervangende bouwregel Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in Hoofdstuk 2 gegeven regels ten aanzien van de: a. goot- en bouwhoogte; b. oppervlakte; c. inhoud; d. afstanden, zijn de bestaande maten dan wel afstanden eveneens toegestaan, voor zover dit niet reeds in Hoofdstuk 2 is geregeld.
9.2
Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen, dan wel onderkeldering is, voor zover dit in Hoofdstuk 2 niet anders is geregeld, uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel de bestaande diepte.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
20
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1
Algemeen gebruiksverbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
10.2
Strijdig gebruik Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting; b. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen ten behoeve van (zelfstandige) bewoning; c. het gebruik van de gronden voor buitenopslag; d. het gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van inwoning.
10.3
Parkeren
10.3.1 Beoordelingsregels parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de functie van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat, voor zover in Hoofdstuk 2 geen parkeernormen zijn opgenomen, moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 2 Nota parkeernormen en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. b. Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld sub a en b, dienen na de realisering in stand te worden gehouden. 10.3.2 Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels voor parkeren Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 10.3.1, sub a en b: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
21
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1
Afwijken Het bevoegd gezag kan afwijken van: a. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. het bepaalde in het plan en toestaan dat bouwgrenzen met maximaal 1,5 m worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. het bepaalde in het plan voor het bouwen van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals telefooncellen, wachthuisjes voor verkeersdiensten, schuilgelegenheden en schaftlokalen, alsmede van kleine utilitaire gebouwen, zoals nutsvoorzieningen, transformatorstations, gemalen en gasdrukregel- en meetstations, mits de oppervlakte niet meer zal bedragen dan 25 m² en de bouwhoogte niet meer dan 4 m; e. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 10 m mag bedragen.
11.2
Beoordelingsregels voor het afwijken a. Van de bevoegdheid in lid 11.1 kan slechts gebruik worden gemaakt indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid; 4. het functioneren van de korenmolen 't Hert (Halvinkhuizerweg 1, Putten). b. Bij de toepassing van de bevoegdheid in lid 11.1 dienen de effecten op het woongenot van aangrenzende percelen, de milieuhinder, de mate van verkeersaantrekking, eventuele parkeeroverlast, buitenopslag van goederen en reclame-uitingen bij de beoordeling te worden betrokken.
11.3
Inwoning Het bevoegd gezag kan afwijken van het plan ten behoeve van het toestaan van inwoning bij een (bedrijfs)woning, zulks met inachtneming van de beleidsregels zoals opgenomen in Bijlage 3 Inwoningsnota 2016 en dit indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijzigingen.
11.4
Beoordelingsregels voor het afwijken voor inwoning a. De in lid 11.3 bedoelde afwijking bij een omgevingsvergunning mag niet leiden tot: een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
22
b. een onevenredige toename van de parkeerbehoefte, waarbij geldt dat moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 2 Nota parkeernormen en dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met deze wijziging.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
23
Hoofdstuk 4
Overgangsregels
Artikel 12 Overgangsrecht 12.1
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan op de locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
24
vastgesteld gemeente Putten - TAM-omgevingsplan Van Damhof
Bijlagen bij regels
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2 Nota parkeernormen
Bijlage 3 Inwoningsnota 2016