V06. Beantwoording schriftelijke vragen art.37 RvO - Wij Putten - over Stationsgebouw
Tekst van het document
Wij Putten t.a.v. de heer mr. drs. H.G. Luitjes
Uw brief van / uw kenmerk
11 november 2021
Zaaknummer: 1353252
Behandelend ambtenaar
J. Doornbos
Documentnummer: 1358829
Doorkiesnummer
(0341) 35 9731
Afdeling
RU/BA
Onderwerp
Schriftelijke vragen art. 37 RvO - Wij
Verzonden: 8 december 2021
Putten - Stationsgebouw Putten Beste meneer Luitjes,
Putten, 7 december 2021
U heeft vragen gesteld over de wijze waarop het stationsgebouw van Putten beschermd is tegen eventuele sloop of grote visuele wijzigingen. In deze brief leest u onze reactie op uw vragen. Hoe is het stationsgebouw beschermd tegen sloop dan wel ingrijpende visuele wijzigingen? Op dit moment is het pand niet specifiek beschermd tegen sloop of grote visuele wijzigingen. Indien de eigenaar voornemens is om het stationsgebouw te slopen dan kunnen wij hier als gemeente niet tegen optreden. Mocht de eigenaar een bouwplan hebben die leidt tot een visuele wijziging dan kunnen wij hier als gemeente op basis van de Welstandsnota en advies vanuit de Commissie Ruimtelijke kwaliteit nog enigszins op sturen. a) Indien dit gebouw niet beschermd is, hoe kunnen we het dan wél beschermen tegen ingrijpende visuele wijzigingen dan wel sloop? Er zijn verschillende manieren waarop het stationsgebouw beschermd kan worden tegen sloop of ingrijpende visuele wijzigingen: 1. In het bestemmingsplan kan voor het stationsgebouw een sloopverbod worden opgenomen. Daarnaast kunnen in het bestemmingsplan voor het stationsgebouw nadere eisen worden vastgelegd waarmee de verschijningsvorm van het gebouw wordt gewaarborgd. Om dit te bereiken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het wijzigen van het bestemmingsplan. 2.
Op basis van de gemeentelijke Monumentenverordening kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend object
aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Indien burgemeester en wethouders het initiatief tot een dergelijke aanwijzing nemen, vindt deze aanwijzing niet plaats zonder instemming van de eigenaar. In dit geval kan het college dus het initiatief nemen maar moet het hiervoor wel instemming krijgen van NS Vastgoed. 3. Het college kan een voorstel indienen bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed om het stationsgebouw als Rijksmonument voor te dragen. De Rijksdienst toetst of het voorstel aan het beleid voldoet. Afhankelijk van de uitkomst kan het voorgestelde object op de lijst van monumenten komen. Ook hiervoor is instemming nodig van de eigenaar omdat er aan de status van Rijksmonument allerlei rechten maar ook plichten verbonden zijn. b) Kan dit gebouw in aanmerking komen voor de status van een gemeentelijk-of rijksmonument? Het aanwijzen van het stationsgebouw als Rijksmonument wordt beoordeeld door de Rijksdienst. Of het gebouw hiervoor in aanmerking komt is op dit moment niet aan te geven. Het aanwijzen van het stationsgebouw als gemeentelijk monument wordt gedaan door het college van B&W en zij worden hierbij geadviseerd door de monumentencommissie. Objecten die hiervoor in aanmerking komen dienen van algemeen belang te zijn wegens haar schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.
Op basis van deze criteria uit de gemeentelijk monumentenverordening kan het stationsgebouw in aanmerking komen voor de status van gemeentelijk monument. Het is de wens van het college om voor het stationsgebouw een beschermde status te krijgen. Onderzocht wordt op welke wijze deze bescherming vorm kan krijgen. Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant,
H. A. Lambooij,
secretaris
burgemeester
Bijlage: -
2 van 2