CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

V03.3 Beantwoording vragen over grondwatergebruik (april 2020) incl. bijlagen

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - raadsinformatiebrieven/Schriftelijke beantwoording vragen artikel 37 (RvO) 25 november 20213.311 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de fractie Gemeentebelangen t.a.v. mevrouw E. van Dam evdam@putten.nl

Zaaknummer: 1149420

Uw brief van / uw kenmerk Behandelend ambtenaar

J.J. van den Hoek

Doorkiesnummer

(0341) 35 9761

Afdeling

RU/BA Aanvullende Schriftelijke

Onderwerp

Documentnummer: 1160147

Verzonden: 21 april 2020

vragen art 37 RvO - grondwatergebruik Bosbad Putten

Beste mevrouw Van Dam,

Putten, 21 april 2020

Onlangs heeft u onze antwoorden ontvangen op uw vragen over het grondwatergebruik van het Bosbad (documentnr. 1120253). U heeft ons vervolgens per email aanvullende vragen gesteld. In deze brief leest u onze reactie hierop. Uw inleiding op de gestelde aanvullende vragen: Aangezien de algehele situatie rondom het waterverbruik van het Bosbad GB zorgen baart en GB onvoldoende inzicht heeft verkregen via de beantwoording van de eerder gestelde vragen, stellen wij de volgende aanvullende vragen en/of verzoek om informatie: Vraag 1 Het grondwaterverbruik van de afgelopen 10 jaar verbruikt door het Bosbad? Antwoord: Het Bosbad rapporteert jaarlijks de grondwateronttrekkingen aan het waterschap. In de 1e bijlage vindt u de cijfers. Vraag 2 De onderbouwing van de berekening van de 21.800 m3 (plus 72%!) voor de aanvraag extra grondwater die nu niet meer noodzakelijk lijkt? Antwoord: Het antwoord op deze vraag kan alleen gegeven worden door bestuurders van het Bosbad.

Vraag 3 Een kopie van de aanvraag en verleende vergunning, inclusief een tekening waar de grondwaterpompen zich bevinden? Antwoord: Ook voor het antwoord op deze vraag, verwijzen wij u naar de bestuurders van het Bosbad. De gemeente is namelijk geen partij (geweest) bij deze vergunningprocedure. We hebben wel een afschrift ontvangen van de verleende vergunning. Deze vindt u in de 2 e bijlage. Vraag 4 Tevens zie ik dat wij geen antwoord hebben ontvangen op de vraag 2.B uit de eerdere serie vragen: "Is er destijds onderzoek gedaan naar het grondwater bij de begraafplaats dat in diezelfde tijd steeds lager kwam te staan"? Antwoord: Nee. Onderzoek naar de lagere grondwaterstanden t.h.v. de begraafplaats heeft (nog) niet plaatsgevonden. Wij zijn in gesprek met het waterschap om de mogelijkheden te onderzoeken dit onderzoek alsnog uit te (laten) voeren. Vraag 5 In de beantwoording van de eerder gestelde vragen wordt er aangegeven dat er een dalende trend is in het waterverbruik door het Bosbad. In het bijgesloten artikel van de Stentor lees ik dat dit niet het geval is? Antwoord: In de gesprekken die wij hebben gevoerd met het bestuur en de dagelijkse leiding van het Bosbad, is gebleken dat er inderdaad sprake is van een dalend (grond)waterverbruik. Wij hebben, mede op basis van de ons bekende cijfers (zie ook de 2e bijlage), geen aanleiding om hieraan te twijfelen.

Wij vertrouwen erop u met deze beantwoording voldoende te hebben geïnformeerd Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,

mr. F.E. Contant,

H. A. Lambooij,

secretaris

burgemeester

Bijlagen: 1. Historisch overzicht grondwateronttrekkingen Bosbad Putten 2. Afschrift Verleende Vergunning Grondwateronttrekking Bosbad Putten

2 van 2

Bijlage 1

Bijlage bij briefnr. 1160147 Historisch overzicht grondwateronttrekkingen Bosbad Putten Bron: Waterschap Vallei en Veluwe

Jaartal 2019 2018 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998 1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 1990 1989

Hoeveelheid m3 onttrokken grondwater 28.637 29.959 33.064 26.048 32.799 29.946 35.891 31.934 30.389 29.039 38.513 17.134 26.549 30.798 35.380 38.478 46.561 45.997 40.913 40.567 56.122 35.603 45.887 41.008 44.618 38.383 40.470 38.000 34.600 36.200 15.200

Bijlage 2

Hjhjhg

Bosbad Putten T.a.v. de heer D.P. Eijlander Zuiderveldweg 6 3881 LJ PUTTEN

Datum

23 april 2019

Contactpersoon

Mw. A. Kleverwal

Uw kenmerk

-

E-mailadres

akleverwal@vallei-veluwe.nl

Ons kenmerk

1359881/1375151

Telefoonnummer

06 20 01 25 02

Onderwerp

Ambtshalve wijzigingsvergunning onttrekken grondwater ten behoeve van menselijke consumptie Zuiderveldweg 6 te Putten

Geachte heer Eijlander, Op 20 november 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden met uw bedrijf, Waterschap Vallei en Veluwe en Tauw B.V. Tijdens dit gesprek is een toelichting gegeven op de ambtshalve wijziging van de fictieve vergunning (op basis van melding met LGR kenmerk GO 32070101, inzake het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie. 1

Aanvraag

Op grond van artikel 5.1 lid 2 van de ‘Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013’ is de door u in het verleden bij de provincie Gelderland ingediende melding voor het onttrekken van grondwater aan de bodem per 22 december 2009 overgegaan in een fictieve vergunning bij Waterschap Vallei en Veluwe. In de vigerende vergunning is vastgelegd hoeveel water u aan de bodem mag onttrekken, evenals de voorschriften die daarop van toepassing zijn. De Europese Kaderrichtlijn Water (verder te noemen: KRW) heeft voor grondwater als doel het bereiken van de goede toestand van (grond)waterlichamen en bescherming van waterbronnen op lange termijn. Voor water dat gebruikt wordt voor menselijke consumptie heeft de KRW specifieke doelen opgenomen. Dit geldt voor openbare drinkwaterwinningen, maar ook voor winningen door overige bedrijven die water gebruiken voor menselijke consumptie. Artikel 7.3 van de KRW geeft aan dat achteruitgang van de kwaliteit van waterlichamen moet worden voorkomen, teneinde een toename van de zuiveringslasten te voorkomen.

2

Voor het KRW-proces dienen de provincies de gegevens inzake de samenstelling en de bedreigingen van het onttrokken grondwater te kennen om voor het einde van dit jaar de toestand van de grondwaterlichamen te kunnen beschrijven en een concept voor de doelen en maatregelen voor deze grondwaterlichamen op te stellen. Ten behoeve van de uitvoering van dit doel wordt uw vergunning geactualiseerd. Onderdeel van deze actualisatie betreft het opstellen van een feitendossier, waarin onder meer de bedreigingen voor de winning zijn geïnventariseerd en waarin de grondwaterkwaliteit van uw winning is beoordeeld. Het inmiddels opgestelde feitendossier is tezamen met de daaruit volgende maatregelen, alsmede de voorschriften die aan het gebruik voor menselijke consumptie gekoppeld zijn, aanleiding voor een ambtshalve wijziging van de vigerende vergunning. De vergunning dient daarnaast gewijzigd te worden omdat u bij het waterschap een onderbouwing hebt aangeleverd, waarin u verzoekt om de maximaal te onttrekken hoeveelheid grondwater te verhogen van 30.000 m3 per jaar naar 38.040 m3 per jaar. 2

Conclusie

Op grond van de overwegingen in deze vergunning en in samenhang met de vereisten die voortvloeien uit de waterwetgeving, wordt uw vergunning ambtshalve gewijzigd. Met de voorschriften, die onderdeel uitmaken van deze vergunning, wordt gewaarborgd dat de te bereiken doelstellingen zoals bedoeld in de KRW alsmede artikel 2.1 van de Waterwet worden beschermd. Daarnaast wordt op basis van de door de vergunninghouder aangeleverde onderbouwing inzake het jaarlijks waterbezwaar en te verwachten ontwikkeling hiervan geconcludeerd dat de huidige vergunning op dit punt gewijzigd dient te worden. 3

Besluit

Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Waterverordening Waterschap Vallei en Veluwe, de Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013 (hierna te noemen: de Keur), de op de Keur van toepassing zijnde beleidsregels, de Algemene wet bestuursrecht en de overwegingen als opgenomen in hoofdstuk 7 van deze vergunning, besluiten dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe (hierna te noemen: het waterschap) als volgt: A. De fictieve vergunning op basis van de melding met LGR-kenmerk GO 32070101, aan te vullen met: Het grondwater dat de vergunninghouder aan de bodem onttrekt, wordt mede gebruikt voor menselijke consumptie; B. Het feitendossier ‘Feitendocument waterwinning Bosbad Putten te Putten’, opgesteld door Tauw met kenmerk R008-1262608STE-V03-rlk-NL (F08), d.d. 26 november 2018, maakt onderdeel uit van de vergunning; C. De vergunning uit te breiden met de in hoofdstuk 5 van deze vergunning opgenomen voorschriften; D. De vigerende vergunning te wijzigen, waarbij het huidige voorschrift wordt vervangen door: De maximaal te onttrekken waterhoeveelheid bedraagt 38.040 m 3 per jaar. Er mag onveranderd maximaal 120 m3 grondwater per uur aan de bodem worden onttrokken; E.

Voor het overige blijven de voorschriften en bijlagen uit de vigerende vergunning ongewijzigd van toepassing. Deze vergunning is onlosmakelijk verbonden met de fictieve vergunning op basis van de melding met LGR-kenmerk GO 32070101.

3

4

Ondertekening

Hoogachtend, namens dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe,

ing. W.W.M.M. de Vor, teamleider Vergunningen, afdeling Vergunningen en Handhaving. Kopie aan

•

team Handhaving van waterschap Vallei en Veluwe;

•

de gemeente Putten, info@putten.nl, info@odnv.nl

•

de provincie Gelderland, post@gelderland.nl

De bekendmaking verschijnt op 25 april 2019 op de website van Overheid.nl en op onze website: http://www.vallei-veluwe.nl/actueel/officiele

4

5

Voorschriften (aanvullend ten opzichte van de vigerende vergunning)

Feitendossier, risicoanalyse en meetprogramma 1. De voorgeschreven analyses hebben betrekking op het onttrokken ruw water dat voor menselijke consumptie wordt gebruikt. Monstername dient direct na de bron en voor zuivering plaats te vinden, de uitzonderingen in voetnoot 2 bij tabel II uit bijlage A van het Drinkwaterbesluit zijn hierbij niet van toepassing. 2. De vergunninghouder dient jaarlijks het ruw water te (laten) analyseren op de stof trichloormethaan (chloroform). 3. Elke zes jaar dient de vergunninghouder het ruw water te (laten) analyseren op het uitgebreide pakket stoffen conform tabel II en IIIc van bijlage A van het Drinkwaterbesluit 4. Indien bij de (toekomstige) 6-jaarlijkse monitoring stoffen worden aangetroffen in een concentratie hoger dan 75% van de norm uit het Drinkwaterbesluit dient de vergunninghouder deze jaarlijks te analyseren. 5. De vergunninghouder dient het feitendossier overeenkomstig de 6-jaarlijkse plancyclus van de KRW elke 6 jaar te actualiseren. Onderdeel van de actualisatie zijn het opnemen van de analyseresultaten van punt 2 t/m 4 en een trendanalyse van de stoffen genoemd onder punt 2 en de stoffen onder punt 3 voor zover deze in concentraties hoger dan 75% van de drinkwaternorm worden gemeten. Het geactualiseerde feitendossier wordt binnen 3 maanden na ontvangst van de analyseresultaten opgestuurd naar het waterschap. 6.

Het feitendossier dient ten minste de volgende onderdelen te behandelen: a.

Beschrijving en karakterisering van de onttrekking;

b.

Risico’s en bedreigingen voor de kwaliteit van het grondwater;

c.

Aanwezige activiteiten en bedrijvigheid in de omgeving;

d.

Beeld van de waterkwaliteit op basis van relevante gegevens, voor zover beschikbaar, inclusief trendanalyse van de probleemstoffen;

e.

Eventueel bestemmingsplan, om toekomstige ontwikkelingen te kunnen duiden;

f.

Kaarten met intrekgebied en bedreigingen, ruimtelijke consequenties die samenhang zichtbaar maken bij eventuele grondwaterverontreinigingen;

g.

Monitoring.

7. Ten aanzien van de monstername en analyse geldt bovendien dat het nemen en/of analyseren van monsters enkel geschiedt door bedrijven, personen en/of laboratoria die een kwaliteitsborgingssysteem hanteren dat gebaseerd is op NEN-EN-ISO/IEC 17025: 2005 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd zijn, met dien verstande dat een gelijkwaardige norm uitsluitend wordt toegepast na daartoe verkregen schriftelijke toestemming van het waterschap. 8. De vergunninghouder beschikt per monsternamepunt voor iedere stof in ieder geval over de volgende gegevens en rapporteert deze aan het waterschap: a.

het aantal uitgevoerde metingen;

b. de diepte van het filter van waaruit het geanalyseerde grondwater wordt bemonsterd; c.

alle gemeten waarden;

d. de gevallen waarin de meetwaarde hoger is dan 75% van de in bijlage II van het Besluit kwaliteitseisen monitoring water 2009 opgenomen richt- en drempelwaarden, dan wel in Bijlage A van het Drinkwaterbesluit opgenomen maximum waarde; e.

een schriftelijke toelichting op afwijkingen van de voorgeschreven meetfrequenties.

9. De vergunninghouder bewaart de monitoringsgegevens die worden verzameld voor een periode van ten minste 12 jaar. 10. De resultaten van de monitoring als bedoeld onder punten 2, 3 en 4 dienen jaarlijks – (oktober) aan het bevoegd gezag te worden doorgestuurd.

5

Waterbesparingsplan 11. De vergunninghouder dient binnen 6 jaar na het van kracht worden van deze vergunning een Waterbesparingsplan op te stellen en in te dienen bij het waterschap. Vervolgens dient dit plan elke 6 jaar te worden geactualiseerd. 12. Het waterbesparingsplan dient de volgende onderdelen te bevatten: a.

Een beschrijving van het grondwatersysteem (locaties bronnen op kaart, diepte filters, pompen, meet- en registratiesystemen) en de gebruiksdoelen van het onttrokken grondwater (incl. verdeling hiervan bij meerdere gebruiksdoelen);

b. Een waterbalans per gebruiksdoel en van het totale waterverbruik; c.

Beschrijving van de reeds ingevoerde besparingsmaatregelen en de eerder onderzochte besparingsopties (incl. conclusies);

d. Beoordeling van de technische, economische, organisatorische en milieu-hygiënische haalbaarheid van de aanvullende besparingsopties; e.

Een planning voor het invoeren van zekere waterbesparingsmaatregelen en een planning van inspanningen voor onzekere maatregelen.

Onttrekkingshoeveelheid 13. De vergunninghouder mag jaarlijks maximaal 38.040 m3 grondwater onttrekken. Het onttrekkingsdebiet bedraagt maximaal 120 m3/uur. 14. De vergunninghouder rapporteert jaarlijks, in de maand januari van het daarop volgende jaar, de onttrokken waterhoeveelheden aan het waterschap.

6

6

Algemene beschrijving

De vergunninghouder onttrekt grondwater doormiddel van twee bronnen en onttrekken grondwater sinds 1949. Bron 1 onttrekt op een diepte van 55 m onder maaiveld en bron 2 op een diepte van 40 meter onder maaiveld. Het onttrokken water wordt onder meer ingezet voor consumptieve doeleinden. Er vindt zandfiltratie plaats ten behoeve van het zuiveren van het zwembadwater. Het grondwater wordt jaarrond gebruikt. Het grondwater wordt voornamelijk gebruikt als drinkwater, voor sanitair, voor het zwembad en voor het restaurant. Daarnaast wordt het water gebruikt voor beregening. Bron 1 heeft een maximale pompcapaciteit van 40 m3/uur en bron 2 heeft een maximale pompcapaciteit van 80 m3/uur. Op jaarbasis wordt tot 30.000 m3 grondwater onttrokken. De vergunninghouder heeft op 30 oktober 2018 het bevoegd gezag geïnformeerd over het toekomstig waterverbruik in relatie tot de huidige vergunde hoeveelheid. Met het oog op de toekomstige ontwikkelingen van het bedrijf is een realistische inschatting gemaakt van de maximaal verwachte hoeveelheid te onttrekken grondwater. Deze hoeveelheid is ingeschat op 8.040 m3 per jaar op basis van het verwachte meerverbruik als gevolg van een hogere spoelfrequentie die nodig is vanuit de nieuw aangekondigde wet op zwemwaterbehandeling (WHVBZ). Om die reden is verzocht de vigerende vergunning (30.000 m3/jaar) aan te passen naar 38.040 m3/jaar.

Het maximale onttrekkingsdebiet blijft onveranderd met 120 m3/uur. De winning onttrekt grondwater uit de gestuwde formatie. Bij de winning bevindt de gestuwde formatie zich tot aan het maaiveld, met lokaal een dunne deklaag van matig fijn zand. In de stuwwal zijn dunne klei en leemlagen aanwezig, hierdoor ontstaat een stijghoogte verschil tussen de deklaag en het watervoerend pakket onder de stuwwal. In onderstaande tabel zijn de coördinaten van de bronlocaties opgenomen, tezamen met de filterstelling t.o.v. het maaiveldniveau. Bronnummer

X

Y

1

170.263

476.186

2

170.284

476.290

Van

Tot

(m-mv)

(m-mv)

*

55

*

40

7

7

Overwegingen betreffende het onttrekken van grondwater uit de bodem voor gebruik voor menselijke consumptie

7.1 Toetsingskader Het besluit is getoetst aan: •

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW);

•

Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013 (in werking getreden op 1 januari 2014);

•

Beleidsregels Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013 (in werking getreden op 1 januari 2014, en laatst gewijzigd per 1 januari 2018), waarin de toetsingscriteria voor het verlenen van een vergunning zijn opgenomen.

7.2 Toetsing inzake de KRW-opgave In 2000 is de KRW in werking getreden. In dat kader zijn grondwaterlichamen aangewezen en beschreven. Alle zoete grondwatervoorkomens in Nederland zijn in dit kader aangewezen als grondwaterlichamen voor menselijke consumptie. De kwaliteit van het grondwater mag niet negatief worden beïnvloed om het niveau van eventueel benodigde zuivering, voor het verkrijgen van een goede kwaliteit grondwater te gebruiken voor menselijke consumptie, mogelijk te laten toenemen. Het onttrokken grondwater wordt door de vergunninghouder mede gebruikt voor menselijke consumptie. Daarom moet het grondwaterlichaam waaruit vergunninghouder water wint, voldoen aan de eisen die de KRW stelt. Om aan de rapportageverplichtingen van de KRW te voldoen, is het voor het waterschap noodzakelijk om te beschikken over kwaliteitsgegevens van het onttrokken water. Hiervoor dient een feitendossier opgesteld te worden, welke vervolgens 6-jaarlijks wordt geactualiseerd. De vergunninghouder dient jaarlijks het onttrokken ruwe grondwater te (laten) analyseren op de stoffen waarvan in het feitendossier is vastgesteld dat de concentraties de 75%-norm van de in tabel II en IIIc in bijlage A van het Drinkwaterbesluit opgenomen maximum waarde overschrijdt.

In het feitendossier is vastgesteld dat de stof trichloormethaan (chloroform) is gemeten in een concentratie hoger dan 75% van de drinkwaternorm, waardoor deze stof een potentieel risico vormt voor het gebruiksdoel van het onttrokken grondwater (menselijke consumptie). De verhoogd gemeten stof dient jaarlijks gemonitord te worden. Het feitendossier dient 6-jaarlijks door de vergunninghouder te worden geactualiseerd, waarbij tevens de trend geanalyseerd moet worden en waarbij het onttrokken ruwe grondwater geanalyseerd moet worden op het uitgebreide pakket stoffen conform de tabellen II en IIIc in bijlage A van het Drinkwaterbesluit. De analysegegevens dienen minstens 12 jaar bewaard te worden. Deze analysegegevens worden verwerkt in het eerstvolgende feitendossier.

8

7.3 Waterbesparingsplan Schoon en veilig grondwater is een schaars goed. Mede met het oog op het gebruik voor menselijke consumptie is het belangrijk dat het grondwater effectief en efficiënt wordt gebruikt. De vergunninghouder dient dit gebruik te onderbouwen middels een waterbesparingsplan. Wanneer bijvoorbeeld meer grondwater wordt onttrokken dan voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is, kan het bevoegd gezag waterbesparende maatregelen opleggen. De vergunninghouder is verplicht om een waterbesparingsplan op te stellen en bij het bevoegd gezag in te dienen. Het waterbesparingsplan dient binnen zes jaar na het van kracht worden van deze vergunning aan het waterschap te worden toegezonden. Vervolgens dient dit plan elke zes jaar te worden geactualiseerd. De vergunninghouder dient in beeld te brengen hoe het onttrokken grondwater wordt gebruikt en wat doelmatige besparingsmogelijkheden zijn. 7.4 Toename waterbezwaar De vergunninghouder heeft een onderbouwing aangeleverd waarbij is ingeschat dat het jaarlijks waterverbruik maximaal toeneemt van 30.000 m3 /jaar tot circa 38.040 m3/jaar.

Gezien de situatie dat het onttrekkingsdebiet per uur niet wijzigt (dezelfde pomp zal alleen meer draaiuren maken gedurende het jaar) en de onttrekking onveranderd plaatsvindt in hetzelfde watervoerende pakket, is ingeschat dat het invloedsgebied van de onttrekking bij deze uitbreiding maar beperkt toeneemt. In het feitendossier zijn geen aspecten opgenomen die een dergelijke toename in de weg staan, zodat ingestemd kan worden met het verzoek van de vergunninghouder om het jaarlijkse waterbezwaar te verhogen van 30.000 m3 /jaar tot maximaal 38.040 m3 per jaar. Met het verzoek om het jaarlijkse waterbezwaar te verhogen met 21.800 m3 per jaar als gevolg van een onttrekking voor een nieuw te bouwen wildwaterbaan alsmede een extra 10% overcapaciteit, kan niet worden ingestemd. Het invloedsgebied van de onttrekking zal bij deze uitbreiding significant wijzigen, waardoor de eventuele effecten op de omgeving van een dergelijke verhoging opnieuw beoordeeld zal moeten worden.

9

8

Procedure

8.1 Algemeen De reguliere procedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, hoofdstuk 4) is van toepassing. 8.2 Mededelingen Bezwaarprocedure Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden, gedurende een periode van zes weken vanaf de dag na bekendmaking, tegen deze vergunning bezwaar maken door een bezwaarschrift in te dienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe, Postbus 4142, 7320 AC Apeldoorn. De vergunning treedt in werking na bekendmaking. Op grond van artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht schorst het bezwaar de werking van dit besluit niet. Gelet hierop kan, indien tegen dit besluit bezwaar wordt aangetekend, gedurende de bezwaartermijn tevens een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Hiervoor is een griffierecht verschuldigd. Wanneer u een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indient, verzoeken wij u vriendelijk om een afschrift van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe te zenden aan Waterschap Vallei en Veluwe, Postbus 4142, 7320 AC Apeldoorn.

10

Bijlage 1

Begrippenlijst

Ruw water:

Onbehandeld grondwater

Drinkwaterbesluit: De tabellen II en IIIc zijn te vinden in Bijlage A van het drinkwaterbesluit via de volgende link: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030111/2018-07-01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808217/1