CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting verordening begraafplaatsen Putten 2013_2018_2020_2025 (bijlage 2)

Gemeenteraad 6 maart 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: Verordening beheer en gebruik gemeentelijke begraafplaatsen, 4e wijziging2.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op enkele bepalingen in de “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Putten” Artikel 1 In dit artikel wordt uitgelegd wat de betekenis is van enkele veel gebruikte begrippen. Artikel 2 Dit artikel is opgenomen omdat met de wetswijziging van 2010 de begrippen particulier en algemeen graf zijn gewijzigd. Particuliere graven werden voorheen vaak koop- familie- of eigen graf genoemd. Algemene graven stonden vaak bekend als huurgraven. Per regio kunnen de benamingen verschillen. Artikel 3 Voor werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van opgravingen en ruimingen kan de beheerder tijdelijk delen van de begraafplaats voor het publiek afsluiten. Ook wordt de (eventuele) strafbaarstelling van personen geregeld die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor bezoekers. Artikel 4 Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden doorgegeven. De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen en de verbodsbepalingen houden, biedt voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.

Artikel 5 Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de mededeling voor een herdenkingsplechtigheid uiterlijk zes werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid en de voorbereiding daarvan samenvallen met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden geschieden. Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen aangemerkt worden als een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties van 1988 en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen. Artikel 6 Bij ruiming van een of meer graven dan wel bij samenvoeging van graflagen dan wel de opgraving van een lichaam conform artikel 24 van deze verordening mogen alleen de personen aanwezig zijn die met de werkzaamheden zijn belast. Dit ter voorkoming van ongewenste psychische belasting van derden en ter voorkoming van hinder bij de werkzaamheden. Artikel 7 Begrafenissen, asbezorging ed. vinden niet eerder plaats dan ná 36 uren van de aangifte. Wil men eerder begraven, as bezorgen dan dient hiervan vrijstelling te worden aangevraagd bij de burgemeester.

Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn, ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door de nabestaanden en door de beheerder aangewezen medewerkers samen worden verricht. De nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kunnen de aangewezen medewerkers handelingen verrichten waarvoor ervaring nodig is of die van de nabestaanden te zware inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal door deze aangewezen medewerkers moeten geschieden. Artikel 7a (toegevoegd in 4e wijziging) Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan voorschriften ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen,

mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. Dit volgt uit het Besluit op de lijkbezorging (2013) en de bijbehorende Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014). Het is voor een goede lijkvertering van belang dat lijkomhulsels een goede doorlatendheid hebben. Alleen zo kan er voldoende vocht en zuurstof toetreden die noodzakelijk zijn voor de vertering van het lichaam. Dit geldt voor de kleding die de overledene draagt, maar ook voor de kist en de bekleding waarin deze begraven wordt of de lijkhoes waarin deze gewikkeld is. De lijkhoezen die voldoen aan de normen van het Besluit op de lijkbezorging, staan op de ‘witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB: www.begraafplaats.nl). Het toepassen van verkeerde lijkhoezen of slecht doorlatende lijkomhulsels (kunststof kleding, lijkwaden) kan leiden tot het stopzetten van de vertering van het lichaam waardoor vanuit milieu hygiënisch opzicht belastende situaties kunnen ontstaan en graven niet meer ter beschikking kunnen komen voor nieuwe, toekomstige begravingen omdat het hergebruiken van de ruimte problematisch is geworden. In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen dat geen vervuilende voorwerpen aan de grafruimte mogen worden toegevoegd, alsmede voorwerpen die de vertering van het lijk kunnen belemmeren of voorkomen.

Glas en kunststof verontreinigen de bodem, maar ook apparaten met batterijen zoals mobiele telefoons. Kindertekeningen of stoffen knuffels zijn wel toegestaan. Artikel 8 De Wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van overlijden. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van de begraafplaats een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Tevens zal de uitvaartondernemer een registratiedocument moeten overleggen met een registratienummer dat overeenkomt met het registratienummer van het omhulsel van de overledene, ter voorkoming van een verwisseling van overledenen. Voor een asbusbijzetting zal door degene die opdracht geeft voor de crematie een crematieverklaring van het crematorium moeten worden overlegd. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten van een asbus als de verstrooiing van as. Bijzetting van een overledene in een bestaand graf kan leiden tot verlenging van de lopende graftermijn. Dat kan betekenen dat de minimale grafrusttermijn van tien jaar moet worden gegarandeerd door het grafrecht met zoveel noodzakelijke termijn of langer te verlengen.

Artikel 9 Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. De tijden qua zaterdag zijn verruimd naar aanleiding van de Motie SGP “Dienstverlening rondom begraven kan beter” welke met algemene stemmen aanvaard d.d. 3 november 2022. De tijden betreffen de aanvang van de plechtigheid bij het graf, urnennis of verstrooiingsplaats, niet de eventuele samenkomst daaraan voorafgaand. De gemeente Putten wil zo min mogelijk beperkingen en zo veel mogelijk aansluiten bij het openbare leven. Op Goede Vrijdag kan bijvoorbeeld begraven worden. De bedoelde dagen worden bij naam genoemd en daarbij geldt de dag waarop viering plaatsvindt. (bijv. Koningsdag 2025 en 2031). Bevrijdingsdag is sinds 2024 een betaalde vrije dag in de CAO gemeenten. https://www.begraafplaats.nl/vraag-en-antwoord/vraag/begraven-op-nationale-feestdagen/ Artikel 10 Naast de verschillende soorten particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van voorzieningen op de begraafplaats. In 2013 is het immaturenveld met herinneringsmonument “Immatera” in gebruik genomen op begraafplaats Schootmanshof.

Artikel 11 Het Besluit op de lijkbezorging van 1 januari 2013 bevat in artikel 5 de bepaling dat er ten hoogste drie overledenen boven elkaar mogen worden begraven: “Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of elk ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Boven de (bovenste) kist of het (bovenste) omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. De graven bevinden

zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.” Op begraafplaats Schootmanshof kunnen maximaal twee overledenen per graf worden begraven. Op de overige begraafplaatsen kunnen drie overledenen per graf begraven worden NB. Door het ruimen op verzoek (=samenvoegen) van de overblijfselen van een lijk kunnen meer overledenen worden begraven in een particulier graf. Dit met inachtneming van de wettelijke grafrusttermijn. Hierdoor is weer plaats voor een of twee lichamen van overledenen, zie verder artikel 24 lid 5. Artikel 12 Buiten de volgorde van uitgifte betekent dat een graf wordt uitgegeven dat niet naast het laatst uitgegeven graf ligt. Directe begraving betekent dat een particulier graf wordt uitgegeven in geval van een overlijden. Tot 2017 was het gebruikelijk in Putten dat het graf “aansluitend aan het graf van een pas overledene” kon worden aangekocht. In 2017 heeft het college het standpunt ingenomen om voorlopig geen graven meer te reserveren. Bij de renovatie van de Nieuwe Begraafplaats aan de Engweg zijn 120 extra graven beschikbaar gekomen waarvoor het college beleidsregels heeft opgesteld. (BBV-nummer 1214731, 15 december 2020). In 2025 wordt uitgewerkt om een naastliggend particulier graf gelijktijdig bij de aanvraag van een begrafenis te kunnen vast te leggen.

In overige gevallen beslist het college of stelt indien van toepassing hiervoor beleidsregels op. Artikel 13 Indeling in categorieën is nodig als burgemeester en wethouders verschillende regels willen vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van de begraafplaats. Artikel 14 Het tweede lid is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of bijzetting. De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moeten burgemeester en wethouders volgens het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. In 2018 en 2020 zijn de termijnen voor verlenging grafrechten – na o.a. consultatie bij ministerie BZK- vastgesteld naar dertig jaren. Artikel 15 Landelijk zijn afgelopen jaren problemen gesignaleerd met onvoldoende zuurstoftoevoer en waterophoping van keldergraven.

De gemeente Putten staat het gebruik van reeds aanwezige keldergraven toe, maar nieuwe keldergraven worden niet meer uitgegeven. Vergunningen zijn aan strenge voorwaarden onderhevig. Artikel 16 Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Aan het overschrijven van grafrechten zijn kosten verbonden. Artikel 18 De vergunningseis geldt voor de grafmonumenten op algemene graven, particuliere graven, particuliere urnennissen en particuliere urnenkelders. Het grafmonument zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn verder uitgewerkt in de nadere regels van het college. Indien de gewenste grafbedekking, urnenplaats of gedenkplaats niet voldoet aan alle voorwaarden maar wel een meerwaarde heeft voor de begraafplaats als geheel kan het college besluiten alsnog vergunning te verlenen. Artikel 19 Het onderhoud dat door de begraafplaats namens de gemeente wordt uitgevoerd bestaat uit het algemeen onderhoud van de begraafplaats, met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de (urnen-)graven,

urnenplaatsen en gedenkplaatsen ligt primair bij de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens. De gemeente hecht veel waarde aan een algemene nette en ordelijke uitstraling van de begraafplaats en verzorgt daarom tegen betaling van een onderhoudsvergoeding een aantal basis onderhoudswerkzaamheden. Artikel 20 De rechthebbenden op particuliere graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen zijn verplicht het grafoppervlak en de zich daarop bevindende grafbedekking en gedenktekens behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Bij nalatig onderhoud kan het college, na aanmaning, overgaan tot het zelf uitvoeren van het onderhoud tegen betaling van een vastgestelde vergoeding of verwijdering van de grafbedekking en het gedenkteken. Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid van de rechthebbenden en gebruikers, c.q. de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens uiteengezet, ook ten aanzien van te herstellen beschadigingen. Gedurende de tijd dat een graf niet geruimd mag worden is de duurzaam aan de ondergrond verbonden grafbedekking en de in het graf aangebrachte kelder in eigendom van de eigenaar (meestal de rechthebbende op het particuliere graf, maar het kan ook een andere persoon zijn als deze als zodanig geregistreerd is). Het natrekkkingsrecht is gedurende de genoemde periode niet van toepassing, maar wel erna.

Dat betekent dat de grafbedekking en het (kelder)graf na die periode direct in eigendom komt van de houder van de begraafplaats en dat deze erover kan beschikken, om bijvoorbeeld de steen te verwijderen of door een graf weer opnieuw uit te geven. Dit gegeven geldt met terugwerkende kracht en is van toepassing op alle op de begraafplaats aangebrachte grafbedekkingen (monumenten, grafbeplantingen en keldergraven). Omdat sprake is van een eigendom van een eigenaar, niet zijnde de gemeente, berust het onderhoud van de grafbedekking eveneens bij de eigenaar, waarbij er voor de uitvoering van de beheerverordening vanuit gegaan wordt dat de rechthebbende op een particulier graf en de gebruiker van een algemeen graf de eigenaar van de grafbedekking is, tenzij via de administratie anders aangegeven. Artikel 22a Rechthebbenden wordt de gelegenheid geboden om aan een herdenkingsmonument een herdenkingsplaatje aan te brengen overeenkomstig door het college vast te stellen regels. Ouders van aldaar begraven menselijke vruchten wordt de gelegenheid geboden om aan een herinneringsmonument een herinneringstraan aan te brengen overeenkomstig door het college vast te stellen regels. Artikel 23 In de gemeente Putten verzorgt de gemeente het verwijderen en herplaatsen als er een bijzetting in het graf of in de nis moet gaan plaatsvinden.

Hiervoor wordt jaarlijks een tarief bepaald in de Verordening lijkbezorgingsrechten. Artikel 24 Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het recht op een graf kan echter inmiddels zijn vervallen indien verlenging van het recht niet wordt/ is afgesloten. Deze toestemming hoeft dan niet te worden gevraagd. Het recht kan eveneens vervallen zijn omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen, dan wel na verwaarlozing van het onderhoud. Op grond van het bepaalde in het vijfde lid kan in een graf opnieuw worden begraven (afhankelijk van de gemaakte keus en het aantal graflagen). In geval van samenvoegen worden de overblijfselen in de eerste, onderste laag van het particuliere graf geplaatst als dit technisch en op een milieu hygiënische verantwoorde wijze uitvoerbaar is. Op deze manier ontstaat er ruimte in het graf. Samenvoeging van de overblijfselen van overledenen vindt plaats conform de Handleiding Opgraven en ruimen Handleiding Opgraven en ruimen1. Het verdiept begraven van stoffelijke resten onder de onderste laag is in Putten niet mogelijk in verband met grondwaterstanden.

1 Handleiding opgesteld door de Werkgroep Opgraven en Ruimen van de Landelijke Organisatie

van Begraafplaatsen (LOB), de Branchevereniging Ondernemers Begraafplaatsbeheer (BVOB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), november 2010 . https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-91064.pdf

Artikel 25 Op dit moment is op de begraafplaatsen binnen de gemeente Putten geen gedeelte ter beschikking gesteld van een kerkgenootschap. Dit met oog op artikel 39 Wlb Artikel 26 Een lijst kan voorkomen dat graven of grafbedekking die van bijzondere waarde zijn ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van betekenis zijn: hetzij door de overledene die er begraven ligt dan wel alleen door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Er dient te worden gezorgd dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de bekentenis van het gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen. Een lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven of gedenktekens. Selectiecriteria een hulpmiddel zijn voor het opstellen van deze lijst. De aanleg van de (oorspronkelijke) begraafplaats, het materiaalgebruik, de vormgeving en de symboliek van graftekens, poorten, hekwerken, lijkenhuisjes, muren en van het groen, kunnen een beeld geven van de identiteit van een dorp c.q. de gemeenschap.

Artikel 27 Alle oude verordeningen blijven van toepassing op verleende grafrechten. Grafrechten die in het verleden zijn verleend, vallen onder de verplichtingen, vereisten en bepalingen uit de verordening die van kracht was ten tijde van de uitgifte van het recht tenzij deze inmiddels in strijd zijn met de Wet. Bij de verlenging van grafrechten kunnen wijzigingen in verplichtingen tot stand komen, bijvoorbeeld ten aanzien van onderhoud of bijvoorbeeld de toepassing van een dan geldend onderhoudstarief. Oude besluiten blijven nog steeds van kracht (mits niet in strijd met de huidige wet) en blijven hun rechtsgeldigheid behouden alsof ze zijn genomen krachtens de nieuwe vigerende verordening. Indien rechthebbenden oude rechten claimen die niet zijn terug te vinden in de gravenadministratie, dienen zij deze zelf aan te tonen met behulp van akten of betaalbewijzen. Artikel 29 Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip wordt aangewezen. NB. Op het moment van schrijven van deze toelichting is de consultatieperiode van het wetsvoorstel Wet bestemming lichamen van overledenen (Wblo) recent gesloten. Na eventuele aanpassingen zal de Wblo worden aangeboden aan de Raad van State, waarna het bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.

Januari 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15080208/1