CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting ontwerpbestemmingsplan Kerkstraat 61B

Commissie Ruimte 21 maart 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Kerkstraat 61B13.714 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

Rondom het plangebied komen direct naast elkaar verschillende functies voor. Daarom kan in dit geval worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Er is vanuit milieukundig oogpunt geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Een woning is aangemerkt als een milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich locaties waar op basis van het geldende bestemmingsplannen milieubelastende functies zijn toegestaan. Het gaat om maatschappelijke, detailhandel en horecafuncties. Hieronder volgt een overzicht van nabijgelegen milieubelastende functies. Adres

Functie

Milieu Cat.

Richtafstand (in gemengd gebied)

Afstand tot het plangebied

Kerkstraat 61-61A

Detailhandel

1

0

0

Kerkstraat 63 A-B

Gemengd

2

10

0

Kerkstraat 67

Horeca

2

10

18

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

Klaas Frisohof 20

Gemengd

2

10

0

Klaas Friso zuidelijk naast nr. 20

Parkeerterrein

2

10

15

Aan de richtafstanden wordt grotendeels voldaan, behalve voor de naastgelegen functies aan de Kerkstraat 63 en de Klaas Friso 20. Voor deze locaties wordt niet aan de richtafstanden voldaan. Voor de overige adressen wordt gesteld dat deze het woon-/ en leefklimaat binnen het plangebied niet negatief beïnvloeden. Voor beide functies waar niet aan de richtafstand wordt voldaan geldt dat de daadwerkelijke hinder op voorhand uitgesloten kan worden. In afbeelding 5.2 is een kaartweergave van de twee milieubelastende functies.

Afbeelding 5.2

Uitsnede milieuzonering (Bron: Ruimtelijke plannen, bewerkt door bjz.nu)

Kerkstraat 63A-B Op dit perceel is een zonnestudio gevestigd. Van toepassing is de milieucategorie 2 in gemengd gebied. Gesteld wordt dat de uitoefening van de zonnestudio binnen de bestaande bebouwing weinig tot geen akoestische belasting op haar omgeving zal uitoefenen. De belasting conform de milieucategorie is daarom met name te verwachten met betrekking tot de ontsluiting van dit perceel. Dit omdat de parkeer-/ en verkeersbewegingen geluid teweeg brengen. De ontsluiting ligt aan de voorzijde van het perceel. De praktische afstand tussen de ontsluiting en de nieuw te bouwen woning op het voor dit bestemmingsplan meest relevante perceel (Kerkstraat 61B) is groter dan 10 meter. Onder andere de bestaande bebouwing op- en om het perceel (waaronder een gezondheidscentrum gelegen aan de achterzijde van het perceel) maakt het eveneens onwaarschijnlijk dat in de toekomst de ontsluiting aan de achterzijde van het het perceel ‘Kerkstraat 63 A/B’ zal komen te liggen. In de toekomst zal de bedoelde afstand tussen de ontsluiting van het perceel ‘Kerkstraat 63 A/B’ en de nieuw te bouwen woning (Kerkstraat 61B) meer dan 10 meter blijven. Op voorhand wordt daarom gesteld dat het zeer aannemelijk is dat de belasting van de zonnestudio onder de relevante grenswaarden blijft.

Zodoende kan worden beargumenteerd dat de zonnestudio geen belemmering vormt voor het kunnen bestaan van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de beoogd te realiseren

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

woning op het adres: Kerkstraat 61B. Tegelijkertijd wordt daarmee gesteld dat de nieuwe woning geen belemmering zal vormen voor de bedrijfsvoering van de zonnestudio. Klaas Frisohof 20 Op het perceel aan de Klaas Frisohof 20 staat een recent ontwikkeld zorgcentrum. Van toepassing is de milieucategorie 2 in gemengd gebied. Dit pand staan met haar rug richting de beoogd te ontwikkelen woning. Daarmee vormt het pand een bouwkundige afscheiding. Gesteld wordt dat die afscheiding enige overlast voorkomt. Daarnaast veroorzaken de praktijkfuncties die binnen het zorgcentrum opereren op zichzelf weinig overlast. Op voorhand wordt daarom gesteld dat de milieubelastende werking van het zorgcentrum geen belemmering vormt voor het kunnen bestaan van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de beoogd te realiseren woning op het adres: Kerkstraat 61B. Tegelijkertijd wordt daarmee gesteld dat de nieuwe woning geen belemmering zal vormen voor de bedrijfsvoering van de praktijkfuncties binnen het zorgcentrum. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Ecologie

5.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soorten-bescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten als bepaald in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Maar ook overige soorten staan onder bescherming van de wet. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Voor de toetsing van het initiatief is een quickscan flora en fauna en nader onderzoek naar huismussen uitgevoerd door Hopman en Peters. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen, de volledige rapportages zijn respectievelijk opgenomen in bijlage 5 en 6. 5.6.2

Gebiedsbescherming

5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied bevindt zich op circa 810 meter afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘Veluwe’. Overige stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bevinden zich op ten minste 5 kilometer afstand. Het initiatief is gezien de geruime afstand niet in strijd met relevante bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen is een AERIUS berekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Uit de berekeningen is naar voren gekomen dat zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunning plichtig. 5.6.2.2 Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarvan het Gelders Natuurnetwerk (GNN) deel uitmaakt, is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in de provinciale structuurvisie uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In afbeelding 5.3 is een kaartweergave van nabijgelegen GNN gebieden. Het plangebied is aangeduid met een rode ster.

Afbeelding 5.3

Uitsnede Gelders natuurnetwerk (Bron: Omgevingsverordening Gelderland - geconsolideerd januari 2023)

Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als GNN ligt op ruime afstand van het plangebied. Gezien de ligging buiten het GNN en de aard en omvang van het voornemen wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. 5.6.3

Soortenbescherming

5.6.3.1 Situatie plangebied Na de uitvoering van de onderzoeken in het kader van een ecologische Quickscan is geconcludeerd dat: • • • • • •

In het plangebied geen (beschermde) zaadplanten waargenomen of te verwachten zijn; De bebouwing in het plangebied geen geschikte verblijfplaats vormt voor beschermde diersoorten; In het plangebied geen ‘overige (beschermde) zoogdieren’ te verwachten zijn; In het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is, daardoor is het voorkomen van (beschermde) vissen uit te sluiten; Het plangebied essentiële gebiedskenmerken mist om de aanwezigheid van (beschermde) amfibieën en reptielen te verwachten; In het plangebied ook geen (beschermde) ongewervelde diersoorten te verwachten zijn.

Ook voor wat betreft de bescherming van diverse dier- en plantensoorten bestaat er met betrekking tot het initiatief dus geen strijdigheid met het bepaalde in de Wet natuurbescherming.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

5.6.4

Conclusie

Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient te allen tijde de zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) in acht te worden genomen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden behorend bij het initiatief.

5.7

Archeologie & Cultuurhistorie

5.7.1

Archeologie

5.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied Voor het plan hoeft in het kader van de bestemmingsplanprocedure geen archeologisch onderzoek plaats te vinden. De situatie is voorgelegd aan de regioarcheoloog. Voor de planologische procedure stelt hij/zij dat de nieuw te bouwen bebouwing binnen de bestaande bebouwingscontouren wordt gerealiseerd. Ter plaatse van de bestaande bebouwingscontouren is de grond reeds geroerd. Ten aanzien van het verlenen van een omgevingsvergunning neemt de gemeente ondanks het voorgaande wel als voorwaarde op dat de regioarcheoloog tijdig geïnformeerd wordt over het moment van uitgraven van de bouwput en specifiek van de kelder. Hij dient in de gelegenheid gesteld te worden een archeologische waarneming te doen. 5.7.2

Cultuurhistorie

5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied of in de directe omgeving geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Wel bevinden er cultuurhistorische waarden die mogelijk negatief zouden kunnen worden beïnvloed door voorliggende ontwikkeling. Het plangebied is gelegen binnen een zone waarvoor artikel 2.64 (bescherming windvang molens) van de provinciale omgevingsverordening van toepassing is. In paragraaf 4.2.2.2 wordt beargumenteerd waarom het planvoornemen geen hinder vormt voor de windvang van de in de omgeving gelegen korenmolen ’t Hert. 5.7.3

Conclusie

Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ en ‘cultuurhistorie’ zijn geen belemmeringen te verwachten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

5.8

Besluit Milieueffectrapportage

5.8.1

Algemeen

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (kolom 3, plannen); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (kolom 4, besluiten); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. beoordeling gehanteerd. In deze paragraaf vindt deze vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. 5.8.2

Situatie plangebied

5.8.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt op respectievelijk circa 810 meter afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat er zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan. Dit betekent dat de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn.

Wel kan sprake zijn van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich ervan te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van de realisatie van 1 woning. Er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gesteld wordt dat het voornemen niet leidt tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. De in het voorliggende plan besloten ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van één woning op een binnenstedelijke locatie. Het gaat om een kleinschalige ontwikkeling.

Het aantal verkeersbewegingen neemt daarnaast juist af (zie paragraaf 3.2). Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies (zie paragraaf 5.5). Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. 5.8.3

Conclusie

Onderhavig plan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt daarom geen m.e.r-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

5.9

Verkeer en parkeren

5.9.1

Uitgangspunten

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Voor wat betreft de parkeerbehoefte wordt uitgegaan van het bestemmingsplan ‘Parkeernormen’ van 5 juli 2018. Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • 5.9.2

verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Putten-centrum); stedelijke zone: schil centrum; functies: koop woning, >150 m2 Parkeren

Met het voorliggend planvoornemen wordt de bouw van één woning mogelijk gemaakt. Het perceel waarop deze woning wordt gebouwd, ligt volgens de Nota Parkeernormen Putten in het gebied ‘overig Putten’. De geldende parkeernorm bedraagt daarom 2,1 parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling. In het planvoornemen wordt op het eigen terrein in deze parkeernorm voorzien. Zo wordt er een garagebak geplaatst aan de voorzijde van de kelder. De garagebak is toegankelijk met autolift. In de garagebak is er ruimte voor twee parkeerplaatsen. Ook biedt de oprit voor de woning voldoende ruimte om in een eventuele resterende woonbehoefte voor de nieuw te realiseren woning te voorzien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

5.9.3

Verkeer

De te realiseren vrijstaande woning kent op basis van de CROW publicatie een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 mvt per etmaal met zich mee. Hierbij is uitgegaan van weinig stedelijk in een centrum gebied, zoals de Nota Parkeernormen Putten voor deze locatie onderschrijft. De voormalige kaashandel, met kaasopslag, kent op basis van de CROW-publicatie een maximale verkeersgeneratie van 1,3 per 100 m2 BVO. Daarbij is uitgegaan van een arbeidsextensieve bedrijfsfunctie met een extensieve bezoekersfunctie. De totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing heeft een oppervlakte van 445 m². Hieraan is dus een maximale verkeersgeneratie van 5,8 mvt per etmaal toe te kennen. De nieuw te realiseren woning draagt er toe bij dat het aantal verkeersbewegingen dus lichtelijk toenemen met maximaal 2,8 mvt per etmaal. De omliggende wegen kunnen deze extra verkeersbewegingen op een goede manier verwerken. Nader onderzoek of een aanpassing van de infrastructuur is niet nodig. 5.9.4

Conclusie

Het planvoornemen leidt tot een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen per etmaal. Deze verkeersgeneratie kan opgevangen worden door de omliggende infrastructuur. Parkeerplaatsen worden gerealiseerd op het eigen terrein in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat omgevingsaspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor het planvoornemen.

5.10 Kabels en leidingen 5.10.1 Algemeen In het kader van de planhaalbaarheid is geïnventariseerd of het plan inpasbaar is in het huidige kabel-/ en leidingnetwerk van het centrumgebied. 5.10.2 Inventarisatie Op 11-05 heeft het Kadaster naar aanleiding van een KLIC-melding laten weten dat er binnen het perceel en in de directe omgeving diverse kabels en leidingen aanwezig zijn. De ligging van de aanwezige kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling echter niet in de weg. De belangen van de netbeheerders zullen door het planvoornemen dus niet worden geschaad. Afbeelding 5.4 geeft het huidige kabel en leiding netwerk weer. Op de afbeelding is zichtbaar dat de aanwezige kabels en leidingen buiten de bestaande bebouwing liggen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

Afbeelding 5.4

KLIC-melding (Bron: Kadaster)

5.10.3 Conclusie Kabels en leidingen vormen voor dit plan geen hinder.

5.11 Water 5.11.1 Algemeen In het moderne waterbeheer wordt gestreefd naar veilige, gezonde, duurzame en veerkrachtige watersystemen met minimale risico’s op wateroverlast of watertekorten. Om dit (mede) te kunnen borgen, is de watertoets sinds 1 november 2003 verplicht voor alle ruimtelijke plannen. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. 5.11.2 Watertoets Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over het voorliggende initiatief door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van de watertoets van toepassing is. De hierbij behorende ‘Watertoets’ is opgenomen in bijlage 7 bij deze toelichting. 5.11.3 Waterhuishoudkundige aspecten Het planvoornemen ziet toe op het toevoegen van één woning. Er wordt geen verhard oppervlak toegevoegd ten aanzien van de bestaande situatie. En de bedrijfsbestemming met haar water-vraag vervalt. Ten aanzien van de realisatie van de woning met een ondergrondse autolift- en kelder onderhoudt de initiatiefnemer tijdig contact met het waterschap Vallei en Veluwe.

Eventueel benodigde (water-) vergunningen met het oog op de realisatie van het planvoornemen vraagt de initiatiefnemer vervolgens aan.

Verder vraag het waterschap om de onderstaande algemene uitgangspunten na te streven: 1. Vasthouden - bergen - afvoeren BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) worden voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. De keur van het waterschap Vallei en Veluwe stelt dat bij een toename van meer dan 1.500 m2 van het verhard oppervlak binnen de bebouwde kom er waterberging ter compensatie gerealiseerd dient te worden. Met de beoogde woning wordt die ondergrens niet overschreden. 2. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG.

Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. 3. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/ randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap vraagt om duurzame bouwmaterialen te gebruiken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

HOOFDSTUK 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

6.2

Opzet van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 6.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

6.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen bouwregels; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval toegestaan dan wel strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen gebruiksregels;

In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 6.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 4) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene bouwregels (artikel 5) Bestaande maten worden geborgen in dit artikel. Daarnaast zijn archeologische voorwaarden gesteld.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel staan aanvullingen op strijdig gebruik.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden gevallen aangeduid, wanneer mag worden afgeweken van het bestemmingsplan.

•

Algemene wijzigingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden gevallen aangeduid, wanneer men het bestemmingsplan mag wijzigen.

•

Aanvullende werking bouwverordening (Artikel 9) Dit artikel stelt de bouwverordening buiten toepassing voor dit bestemmingsplan. Behalve voor enkele specifieke gevallen. Daarnaast worden de parkeernormen uit de parkeernota geborgen.

6.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

6.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Wonen (Artikel 3) In de bestemming ‘Wonen’ is in overleg met de gemeente aangesloten de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan ‘Putten Centrum’. Op de gronden mag men wonen in woningen, met daarbij beroepen aan huis. Voor de bouwregels is afgeweken van de norm. Deze regels zijn zo aangepast dat deze aansluiten op de afmetingen van de beoogde woning met afwijkende formaten. Zo is de goothoogte eruit gelaten zodat het platte dak past.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

HOOFDSTUK 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is planschade overeenkomst (anterieure overeenkomst) met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

HOOFDSTUK 8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Het bestemmingsplan doorloopt de procedure zoals vastgelegd in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan wordt daarom gedurende een perio-de van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan “Kerkstraat 61B, putten” Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1

Akoestisch wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

Asbestinventarisatie

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

Bijlage 6

Nader onderzoek huismussen

Bijlage 7

Watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892671/1