CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

RvO gemeenteraad 2021 (wijzigingen bijhouden)

Gemeenteraad 10 juni 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Reglement van Orde van de gemeenteraad van Putten 20216.110 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3 alinea's met “spreekrecht”: 114 133 146

L 09 - 1

REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD VAN PUTTEN 2021 Vastgesteld bij besluit van de raad van 14 maart 2002 nr. BPO/2002/2164 en gewijzigd bij besluit van de raad van 25 april 2002 nr. BPO/2002/5057 (1e), 4 september 2003 nr. GRIFFIER/2003/6648 (2e), GRIFFIER/2006/7059 (3e) (wijziging toelichting), 7 september 2006 (GRIFFIER/2006/9475 (4e), 30 juni 2011 nr. 227034 (5e), 2 februari 2012 nr. 244826 (6e), 20 mei 2014 nr. 358019 (7e), 29 september 2016 nr. 446980 (8e), 17 mei 2018 nr. 701258 (9e) De raad van de gemeente Putten; gelezen het voorstel van het presidium van [datum en nummer]; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit het volgende reglement vast te stellen: Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Putten 2021 HOOFDSTUK 1 Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsbepalingenomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder: a.

amendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpraadsbesluitbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

b.

griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.;

c.

initiatiefvoorstel: een voorstel van één of meer raadsleden of het presidium voor een verordening of een ander voorstel;

d.

motie: korte en gemotiveerde verklaring van één of meer raadsleden over een onderwerp waarmeedoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

e.

subamendement: voorstel van één of meer raadsleden tot wijziging van een ingediendaanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

f.

voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

g.

voorstel van orde:

L 09 - 2

voorstel betreffende de orde van de vergadering; Artikel 2

Het presidium

1.

HetEr is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.

2.

Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.

3.

Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

4.

Het presidium heeft de volgende taken: a.) het doen van aanbevelingen aan de raad overinzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies; en b.) het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda's voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; c.)

het vaststellen van de vergadercyclus van de raadscommissies;

d.

het voorbereiden van de vergadercyclus van de raad en ter vaststelling aanbieden aan de raaden de commissies;

ed.) het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, 2e tweede lid van de Gemeentewet en het volgende lid. Artikel 3

De griffier

1.

De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig in raadsvergaderingen.

2.

Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezendaartoe aangewezen ambtenaar.

3.

De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 3a

De secretaris

(vervallen) Artikel 3b

Het seniorenconvent

(vervallen) HOOFDSTUK 2 Artikel 4 1.

TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES

Onderzoek geloofsbrieven; en beëdiging raadsleden

Bij elke benoeming van nieuwe raadsledenleden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raadraadsleden.

2.

De commissie De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen leden en brengt vervolgens adviesna haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad over de toelating van deze te benoemen raadsleden tot de raad. Zo nodig wordt in het advies en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

4.3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

L 09 - 3

5.4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raadraadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de in de Gemeentewet voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.

In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslidlid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de in de Gemeentewet voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 65 1.

Benoeming wethouders

Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

2.

De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b (eerste, derde en vierde1e, 3e en 4e lid) en 41c, (eerste)1e lid, van de Gemeentewet. Ook wordt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag gevraagd als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

3.

De commissie en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

4.

De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 56 1.

Fractie

De leden van de raadraadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

2.

Indien Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien Als geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil zal voeren.

3.

De naamen van de fractievoorzitter degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden wordten zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4.

Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

5.

Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

a.

Indien één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden. b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.

L 09 - 4

HOOFDSTUK 32

RAADSVERGADERINGEN

Paragraaf 1 VoorbereidingTijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel 7 1.

Oproep en agenda

De De voorzitter stuurt ten minste zeven dagen voor een vergadering aan de raadsleden voorlopige agendaeen oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

2.

De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de raadsleden ter beschikking gesteld door plaatsing in het raadsinformatiesysteem.

Demet uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad ter beschikking gesteld. 3.

Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad ter beschikking gesteld.

Artikel 8 3.

Agenda

Voordat de oproep ter beschikking wordt gesteld, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.

3.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de raadsleden ter beschikking gesteldeen aanvullende agenda opstellen.

4.

Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid is artikel 8, tweede lid, van toepassing.

5.

Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raadraadslid of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren of de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.

6.

Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

7.

Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 8a

De wethouder

(vervallen) Artikel 98

Ter beschikking stellen van stukken

L 09 - 5

1.

De agenda met de bijbehorende stukken worden gelijktijdig met de verstrekking aan de raadsleden Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met de oproep voor een ieder iedereen ter beschikking gesteld via het raadsinformatiesysteem. De voorzitter maakt hiervanvan de terbeschikkingstelling melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 9 10.

2.

Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst.

2.

Indien omtrent stukken Stukken waarop op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid, onder beheerberusting van de griffier. en dDe griffier verleent de leden van de raadraadsleden op verzoek inzage.

Artikel 109 Openbare kennisgeving 1.

De vergadering wordt bekend gemaakt door aankondiging in een plaatselijk verschijnend blad één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis-bladen), of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en zo mogelijk en door plaatsing op de websiteinternetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht.

2.

De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kunnen worden ingezienkan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 124.

3.

In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs

elektronische weg plaatsvinden. Paragraaf 2 Ter Orde der vergadering Artikel 1110

Presentielijst

1.

De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2.

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raadraadslid onmiddellijk de

presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 12

Zitplaatsen

(vervallen) Artikel 13

Opening vergadering; quorum

(vervallen) Artikel 13a11 Gebed na opening en voor sluiting van de vergadering 1.

Onmiddellijk na de opening van de vergadering spreekt de voorzitter het volgende gebed uit: "Almachtige God en Vader. Wij bidden U in Christus' naam om Uw onmisbare zegen bij de vervulling van de werkzaamheden, die ons wachten. Schenk ons door Uw Heilige Geest wijsheid en voorzichtigheid. Verlevendig in ons een diep gevoel van onze afhankelijkheid van U. Schenk ons, om Jezus’ wil, in het geloof tot U op te zien. Dan

L 09 - 6

zullen onze beraadslagingen strekken tot eer van uw naam en tot bevordering van de ware belangen van deze gemeente. Amen." 2.

Onmiddellijk voor het sluiten van de vergadering spreekt de voorzitter het volgende dankgebed uit: "Almachtige God, wij danken U voor Uw hulp bij het besturen van onze gemeente. Uw naam ontvangt daarvoor de eer. Amen."

Artikel 1412 1.

Spreekrecht burgers

Burgers kunnen het woord voeren over geagendeerde voorstellenonderwerpen onder hamerstukken en bespreekstukken.

1.

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.

2.

Een inspreker kan het woord niet voerenHet woord kan niet gevoerd worden over: a.

over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op bij de rechter openstaat of heeft opengestaan;

b.

over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

c.

een gedraging waarover indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

3.

De maximale spreektijd is dertig minuten. Elke inspreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd over de sprekers als er meer dan tien insprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

3.4. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor het beginde aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4.5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.

Elke spreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

6.

De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.

7.

De voorzitter geeft de raadsleden gelegenheid korte verhelderende vragen te stellen aan de inspreker. Er vindt geen discussie plaats tussen de inspreker en de raadsleden.

6.8. De voorzitter of een lid van de raadraadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel 15

Geluid en beeldregistraties

(vervallen) Artikel 1613

Primus bij hoofdelijke stemming

Voordat de voorzitter Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stelt, len deelt hij mee de voorzitter mede, bij welk lid van de raadraadslid, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij Door loting wordt een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde raadslid begint de hoofdelijke stemming.

L 09 - 7

Artikel 1914 1.

Spreekregels

De leden van de raadraadsleden en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de aangewezen spreekplaatsen en richten zich tot de voorzitter.

2.

Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raadraadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 2015 Sprekersvolgorde 1. Een lid van de raadraadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben, waarbij: a.

de volgorde van sprekers wordt bepaald door het resultaat van de in artikel 1613 bedoelde loting;

b.

de volgorde van sprekers begint met het raadslid dat door het lot is aangewezen en gaat vervolgens met de klok mee;

c.

het begin van volgorde van sprekers verschuift per agendapunt, waarover beraadslaagd is, één fractie met de klok mee door.

2.

Als een raadslid een amendement of motie heeft aangekondigd, vraagt de voorzitter aan de raad of dit raadslid als eerste het woord mag voeren. Nadat de indiener het woord heeft gevoerd, is de volgorde van sprekers zoals in lid 1 is opgenomen.

Artikel 2116 1.

Aantal spreektermijnen

De beraadslaging over een onderwerp of voorstel gebeurt in maximaal geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2.

Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3.

Een raadslid voertmag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

4.

Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft de beraadslaging over dat amendement, die motie of dat voorstel.

5.

Bij de bepaling hoeveel malen hoe vaak een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een interruptie.

Artikel 22

Spreektijd

(vervallen) Artikel 23

Handhaving orde; schorsing

(vervallen) Artikel 24

Beraadslaging

(vervallen) Artikel 2517

Deelname aan de beraadslaging door anderen

L 09 - 8

1.

De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raadraadsleden, de wethouders, de secretaris, de griffier en de voorzitter mogen deelnemen aan de beraadslaging.Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

2.

Een beslissing om anderen deel te laten nemen aan de beraadslaging daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raadvan de raadsleden genomen alvorens voordat met de beraadslaging ten aanzien van over het aan de orde zijnde desbetreffende agendapunt een aanvang wordt genomenbegint.

Artikel 3518 1.

Voorstellen van orde

De voorzitter en ieder raadslidlid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

2.

Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

3.

Over een voorstel van orde beslist de raad directterstond.

Paragraaf 3

Stemmingen

Artikel 26 19

Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.kan ieder raadslid zijn voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 2720 1.

Beslissing

Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

2.

Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.

3.2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen Artikel 2821

Algemene bepalingen over sStemming; procedure hoofdelijke

stemming 1.

De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen., of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd Is dit niet het geval, dan en ook de voorzitter geen stemmingdit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen in In de raadsvergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich volgens artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de van stemming te hebben onthouden.

L 09 - 9

3.

Als een raadslid om Indien door een of meer leden stemming vraagtwordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

4.

Bij hoofdelijke stemming roept Dde voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het raadslid dat daarvoor bij loting volgens overeenkomstig artikel 1613 is aangewezen en verloopt verder op . Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

5.

Bij hoofdelijke stemming brengen bij de vergadering aanwezige raadsleden die is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet volgens artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.

6.5. De leden brengen hun stem uit door zich het woord 'voor' of 'tegen' het voorstel uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7.6. Een raadslid dat Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij - nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt - wel aantekening vragen van zijn vergissing.dat hij zich heeft vergist; Dit leidt niet tot verandering in de uitslag van de stemming. brengt dit echter geen verandering. 8.7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 2922 1.

Volgorde sStemming over amendementen en moties

Als Indien een amendement op een te behandelenaanhangig voorstel amendementen zijnis ingediend, wordt eerst over dat die amendementen gestemd en daarna over het (al dan niet geamendeerde) voorstel in zijn geheel..

2.

AlsIndien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop het subamendement betrekking heeft.

3.

Indien twee of meer Als meerdere amendementen of subamendementen op een te behandelenaanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

4.

Als over een te behandelenIndien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en daarnavervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 3023 1.

Stemming over personen

Wanneer een Bij stemming over personen voor benoemingenhet doen van een voordracht of het opstellen van een voordrachten of aanbevelingen moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

2.

Ieder ter vergadering aanwezig lid datAanwezige raadsleden die zich niet volgens artikel 28 van de Gemeentewetop grond van de Gemeentewet van stemming moeten onthouden, is zijn verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes moetendienen identiek te zijn.

L 09 - 10

3.

Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4.

Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a.

een blanco ingevuld stembriefje;

b.

een ondertekend stembriefje;

c.

een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

d.

een stembriefje waarbij, indien als het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;

e.

een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

5.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.

Artikel 31

Herstemming over personen

(vervallen) Artikel 3224 1.

Beslissing door het lot

Wanneer het lot moet beslissen, schrijft de voorzitter worden de namen van de personenhen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

2.

Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedaaneponeerd en omgeschud.

3.

Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf 4

Verslaglegging en besluitenlijst; ingekomen stukken

Artikel 1725

Verslag en bBesluitenlijst

1.

De griffier zorgt voor de verslaglegging en besluitenlijst van de raadsvergadering.

2.

De besluitenlijst moet in ieder geval inhouden: a.

de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige raadsleden en overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.

een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

c.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

d.

een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

e.

een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening

L 09 - 11

van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f.

de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

g.

als op basis van artikel 17 anderen deelnemen aan de beraadslagingen, bij het desbetreffende agendapunt de naam en hoedanigheid van die personen.

1.3. De conceptontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden van de raad gelijktijdig met de agenda en de bijbehorende stukken aan de raadsleden verstrektoproep ter beschikking gesteld. 2.4. Bij het begin van de vergadering wordten, zoveel mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3.5. 4.

De raadsleden, de voorzitter en, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot wijziging van de besluitenlijstverandering aan de raad te doen, alsindien de besluitenlijst onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen weergeeft wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering moetdient voor het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend.

5.

De besluitenlijst moet inhouden:

6.

de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

7.

een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

8.

een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;

9.

een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;

10. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 11. De besluitenlijst worden opgesteld onder de zorg van de griffier. 6.

De voorzitter en de griffier ondertekenen de vastgestelde besluitenlijst .worden door de voorzitter en de griffier ondertekend

12.7.

Elektronisch beschikbare verslagen en besluitenlijsten worden op de website van de

gemeente geplaatst. Artikel 1826 1.

Ingekomen stukken

Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raadraadsleden ter beschikking gesteld.

L 09 - 12

2.

Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

2.3.

Een raadslid kan de raad voorstellen een ingekomen stuk op een andere wijze te behandelen. Als het voorstel leidt tot bespreking van een ingekomen stuk in een raadscommissie, biedt het raadslid hiervoor een bespreeknotitie aan het presidium aan.

HOOFDSTUK 7

BESLOTEN VERGADERING

Paragraaf 5

Besloten vergaderingen

Artikel 4227

AlgemeenToepassing reglement op besloten vergaderingen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn dat niet in strijd is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 4328 1.

NotulenVerslag besloten vergadering

Conceptverslagen en -besluitenlijsten De notulen van een besloten vergaderingen worden niet rondgedeeld verspreid, maar liggen uitsluitend voor de raadsleden ter inzage bij de griffier.

2.

Deze verslagen en besluitenlijstennotulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijstvan deze notulen.

2.3. De voorzitter en de griffier ondertekenen de vastgestelde verslagen en besluitenlijsten De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 44

Geheimhouding

(vervallen) Artikel 4529

Opheffing geheimhouding

AlsIndien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens van plan is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, indien alsdaarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. HOOFDSTUK 8

TOEHOORDERS EN PERS

Paragraaf 6

Toehoorders en pers

Artikel 4630

Toehoorders en pers

1.

De tToehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2.

Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

L 09 - 13

3.

De voorzitter is bevoegd toehoorders die de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.

4.

De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, voor maximaal drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 46a 31 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, melden dit doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel 47

Verbod gebruik mobiele telefoons

(vervallen)

HOOFDSTUK 43

RECHTEN VAN LEDENBEVOEGDHEDEN, INSTRUMENTEN

RAADSLEDEN Artikel 3332 1.

Amendementen en subamendementen

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen van het voorstel waarop deze betrekking hebben, schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

1.2. Er wordt alleenAlleen beraadslaagd kan worden over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.

Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

3.

Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

4.3. De Intrekking, door de indiener(s), van het een (sub)amendement kunnen het (sub)amendement intrekken is mogelijk, tot aanvang van dat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel 3433 1.

Moties

Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen.

2.1. Raadsleden dienen moties Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. worden ingediend.

L 09 - 14

3.2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaatswaarop het betrekking heeft. 3.

De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

4.

De indiener(s) van een motie kunnen de motie intrekken tot aanvang van de besluitvorming door de raad.

Artikel 3634 1.

Initiatiefvoorstel

Raadsleden dienen een Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk in bij de voorzitter worden ingediend. De voorzitter stuurtbrengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk door naarter kennis van het college en de raad.

2.

Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel is binnengekomen, schriftelijk wensen en bedenkingen over met betrekking tot het voorstel bekendmaken ter kennis van aan de raad brengen.

3.

Een voorstel wordt nadat Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen aan de raad bekend heeft gemaakt of heeft laten weten ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede2e lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel - en na overleg met de indiener(s) -, op de agenda van de raadsvergadering geplaatst.

4.

De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.

Artikel 36a35 CollegeRaadsvoorstel 1.

Een raadsvoorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, wordt kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

2.

Indien Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijnin welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 36b Interpellatie 1.

Raadsleden dienen verzoeken Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk in bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd enalsmede de te stellen vragen.

2.

De voorzitter stuurtbrengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk door naarter kennis van de overige leden van de raadraadsleden en de wethouders.

2.3. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of - naar het oordeel van de voorzitter - in spoedeisende gevallen, wordt bij de behandeling van de ingekomen stukken van tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. Bij de

L 09 - 15

behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden wordt gehouden. 3.4. De interpellant voert niet vakermeer dan tweemaal het woord., de De overige leden van de raadraadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vakermeer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof toestemming geeft. Artikel 37 1.

Schriftelijke vragen

Raadsleden dienen schriftelijkeSchriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en . De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden in principe schriftelijk beantwoord, tenzij het raadslid (gemotiveerd) vraagt om mondelinge beantwoording.Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.

2.

De griffier stuurtvragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk door naar ter kennis van de overige leden van de raadraadsleden en het college. worden gebracht.

3.

Schriftelijke beantwoording gebeurtvindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.

4.

Het college of de burgemeester stuurt de schriftelijke antwoorden aan de vragensteller. De griffier informeert de overige raadsleden.

5.

Schriftelijke vragen waarbij gevraagd is om mondelingeMondelinge beantwoording die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, worden zo mogelijk mondeling beantwoord in de eerstvolgende vergadering.

6.

Als het college of de burgemeester de schriftelijke vragen niet binnen de termijnen kan beantwoorden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de beantwoording zal plaatsvinden. De griffier informeert de overige raadsleden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

3.

vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

4.

De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld.

5.7. De schriftelijke vragen en antwoorden worden toegevoegd aan de ingekomen mededelingen van het college gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 1826. aan de leden van de raad toegezonden. 6.

De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

L 09 - 16

Artikel 38 1.

Inlichtingen

Indien een lid van de raad over een onderwerp Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk in bij de griffier.gediend bij het college of de burgemeester.

2.

De griffier stuurt het Een afschrift van dit verzoek zo spoedig mogelijk door naar de overige raadsleden en het college of de burgemeester.wordt door de indiener in afschrift toegezonden aan de raad.

3.

De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verstrekt, in ieder geval binnen veertien dagen nadat het verzoek is ingediend.mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.

4.

De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de eerstvolgende vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

HOOFDSTUK 5 Artikel 39

BEGROTING EN REKENING

Procedure begroting

(vervallen) Artikel 40

Procedure jaarrekening

(vervallen)

HOOFDSTUK 6 Artikel 41

LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES

Verslag; verantwoording

(vervallen)

HOOFDSTUK 7

BESLOTEN VERGADERING

HOOFDSTUK 94

SLOTBEPALINGEN

Artikel 4839

Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel overomtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 4940

In werking tredenInwerkingtreding en citeertitel; intrekking oude

reglement 1.

Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na die van haar bekendmaking.

1.2. Dit reglement wordt aangehaald als "Reglement van Orde van de gemeenteraad van Putten 2021". 2.3. Op hetdat tijdstip dat het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Putten 2021 in werking treedt, vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de

L 09 - 17

gemeente Putten, vastgesteld bij raadsbesluit van 2 februari 1995 14 maart 2002 en voor het laatst gewijzigd op 17 mei 2018.en sedertdien gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10220710/1