CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

RES 1.0 Noord-Veluwe 2021 04 21 (lage resolutie)

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: RES 1.037.476 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

21 april 2021

Regionale Energiestrategie 1.0 Regio Noord-Veluwe

Colofon RES 1.0 Noord-Veluwe © RES-regio Noord-Veluwe Contact: Marnix Brongers (Procesregisseur RES Noord-Veluwe - adviesbureau Over Morgen): marnix.brongers@overmorgen.nl Stuurgroep RES Noord-Veluwe: Bob Bergkamp (voorzitter, tevens wethouder Oldebroek), Auke Schipper (wethouder Hattem), Arjan Klein (wethouder Elburg), Jaap Groothuis (wethouder Nunspeet), Bert van Bijsteren (wethouder Harderwijk), Leo van der Velden (wethouder Ermelo), Bert Koops (wethouder Putten), Jan van der Meer (gedeputeerde Gelderland), Patrick Gaynor (heemraad Waterschap Vallei en Veluwe), René Lemein (Liander), Marieta Peek (woningcorporatie Putten), Jan van der Vliet (energiecoöperaties), Petra Souwerbren (Natuur en Milieu Gelderland (voorheen GNMF)), Aart Kous (VNO-NCW).

Met dank aan: Arien Scholtens (regio Noord-Veluwe), Marcella van Wagensveld (gemeente Ermelo), Bram Oudejans (gemeente Harderwijk), Han Schreuder (gemeente Putten), Erik Haverkort (gemeente Hattem), Geerte van der Steen (Liander), Hettie Tychon-Kwakkel (gemeente Elburg), Jaap Schoonhoven (gemeente Nunspeet), Jeroen Korte (gemeente Oldebroek), Pieter Hartsteen (UWOON), Rob Dal (VNO-NCW), Roeland Toemen (provincie Gelderland), Wim Sederel (Endura), Wim van Vilsteren (Waterschap Vallei en Veluwe) en Nando Habraken (Natuur en Milieu Gelderland), Marjolijn van Stuijvenberg-Romein (regio Noord-Veluwe, MVS Communicatie), Mandy Lingeman (Over Morgen), Florian Sloots (Over Morgen), Thomas Engels (Over Morgen). Ruimtelijke ontwerpen: Ontwerpconsortium ROM3D (Willem Rienks, Eveline de Kock, Nicoline van der Windt, Ruut van Paridon, en Abe Veenstra) Vormgeving en fotografie: Inzpire design & communicatie, Harderwijk Fotostudio Merjenburgh, Energiecoöperatie Endura, Noord-Veluwse gemeenten, Energiecoorperatie Veluwe-Energie, Alliander, Van Werven Eindredactie: Marnix Brongers (Over Morgen) De RES-regio Noord-Veluwe is een samenwerkingsverband van zeven Noord-Veluwse gemeenten, de provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Liander.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

Voorwoord Beste lezer, De regio Noord-Veluwe is een prachtige regio: Ingeklemd tussen de hoger gelegen bos- en heidegebieden van de Veluwe, de IJsseldelta en de oude Zuiderzeekust met mooie Hanzestadjes, ligt een buitengebied met landgoederen, relatief kleinschalige landschappen, polders met een open karakter en rustige dorpen. De energietransitie is één van de grote vragen van deze tijd. Ook in de Noord-Veluwe willen we toewerken naar een toekomstbestendige leefomgeving, waarin het fijn wonen, werken en recreëren is. De komende decennia vraagt dit veel van iedereen. We moeten en willen vooruit met de energietransitie, maar niet in de waan van de dag. De unieke kwaliteiten van de regio willen we behouden en tegelijkertijd realistische stappen zetten. Technologische maar ook andere ontwikkelingen gaan zo snel dat we voortdurend onze plannen moet blijven aanpassen. Niet alles is te plannen. In deze Regionale Energiestrategie 1.0 beschrijft de regio in welke gebieden kansrijke mogelijkheden bestaan voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Een deel van de grote (bedrijfs-)daken wordt al benut voor het opwekken van zonne-energie en de regio zet in op een toename van dat aantal in de komende jaren. Op een aantal locaties in de regio zijn of worden wind- en zonneparken ontwikkeld.

In deze RES leest u ook dat wij een aantal belangrijke zaken nog niet weten en dat wij die de komende jaren beter in beeld willen brengen. Zo kunnen we over een aantal jaar bepalen of, en zo ja hoe, we aanvullende stappen kunnen en willen zetten. Naast de plannen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, werkt de regio ook aan de warmtetransitie: het aardgasvrij maken van onze gebouwde omgeving. Op regionaal niveau hebben we geïnventariseerd hoe de warmtevraag zich gaat ontwikkelen, welke warmtebronnen er beschikbaar zijn, hoe die ingezet kunnen worden en welke infrastructuur daarvoor nodig is. In deze RES staan regionale plannen. Op lokaal niveau of op gebiedsniveau moeten deze plannen verder worden uitgewerkt. Dat willen en kunnen de gemeenten niet alleen. Iedereen is nodig om dit tot een succes te maken. Daarom willen de gemeenten samen met en voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in gesprek en aan de slag. Omdat de klimaatverandering erom vraagt, maar vooral omdat we de generaties na ons ook een prettige en gezonde woon- en leefomgeving gunnen. Gelukkig hoeven we niet alles vandaag af te hebben. Deze RES 1.0 is een belangrijke eerste stap, en we gaan met elkaar nog meer stappen zetten. Elke twee jaar herijken we de plannen. In 2023 een RES 2.0, in 2025 een RES 3.0 en verder. Dat houden we vol tot 2050.

Het opstellen van deze RES 1.0 was niet makkelijk. In deze regio met zoveel prachtige natuur en landschappen is het lastig om ruimte te vinden voor energieplannen. Dit is en blijft puzzelen. Negen overheden (gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten, provincie Gelderland en Waterschap Vallei en Veluwe) hebben in nauwe afstemming met de netbeheerder Liander, de Noord-Veluwse woningcorporaties en energiecoöperaties, VNO-NCW en Natuur en Milieu Gelderland en een groot aantal maatschappelijke organisaties deze RES 1.0 opgesteld. Mede dankzij de kritische en opbouwende inbreng van een groot aantal betrokken inwoners denken we een realistisch verhaal te hebben geschreven.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

3

De colleges van Burgemeester en Wethouders, Gedeputeerde Staten en het College van Dijkgraaf en Heemraden hebben met veel waardering kennisgenomen van het resultaat van het vele werk dat door alle betrokkenen tot nu toe is verzet. In deze tijd, waarin het corona-virus voor een belangrijk deel ons leven bepaalt, heeft de regio Noord-Veluwe getracht een zorgvuldig proces te doorlopen en het eerste contact met de inwoners te leggen. In de uitwerking van de RES via concrete energieprojecten wordt de inwoners ook nadrukkelijk de gelegenheid gegeven om mee te denken, te praten en mee te doen. Zo voeren we op de Noord-Veluwe het goede gesprek over de RES, want de RES maken we met elkaar. We zijn er nog niet, maar met deze RES 1.0 zetten we een betekenisvolle stap in de goede richting. Graag blijven we met u in gesprek en werken we met u aan de uitvoering van deze plannen. Video Bob Bergkamp

Bob Bergkamp Wethouder Oldebroek Voorzitter stuurgroep Regionale Energie Strategie Noord-Veluwe

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

4

Inhoud Leeswijzer

7

Hoofdstuk 1: Introductie in de RES

8

1.1

Aanleiding: Klimaatakkoord

8

1.2

RES-regio Noord-Veluwe

10

1.3

Wat is de RES?

10

1.4

Waar gaat de RES over en waarover niet?

10

1.5

RES: stap voor stap

11

1.6

Aan de slag met de RES 1.0

12

1.7

Relatie RES Noord-Veluwe met andere RES’en

14

Hoofdstuk 2: Het bod van de regio

15

2.1 Regionale ambitie: een realistisch en gedragen regionale bijdrage

15

2.2

Het bod van de regio Noord-Veluwe

16

2.3

Afwegingskader

17

2.3.1 Kwantiteit

17

2.3.2 Ruimtegebruik / ruimtelijke kwaliteit

17

2.3.3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak/acceptatie

17

2.3.4 Systeemefficiëntie

19

2.3.5 Belemmeringen/beleid

19

2.3.6 Koppelkansen

19

2.4

Opwekken van duurzame elektriciteit

20

2.4.1 Zoekgebieden windenergie

20

2.4.2 Bouwstenen zonne-energie

20

2.4.3 Opbouw van het bod

21

2.5

Het bod op de kaart

23

2.6

Duurzame warmte in de regio

23

2.7

Doorkijk naar 2050

25

Hoofdstuk 3: Integraal gebiedsgericht werken

26

3.1

Integrale benadering op de leefomgeving Noord-Veluwe

26

3.2

Samenwerking op verschillende schaalniveaus

26

Hoofdstuk 4: Proces

28

4.1

Uitgangspunten

29

4.2

Pilot-RES in de regio Noord-Veluwe

29

4.3

De concept-RES Noord-Veluwe

30

4.4

De RES 1.0 Noord-Veluwe

34

4.5 Na vaststelling RES 1.0: vertaling naar lokaal en provinciaal beleid

37

4.6

39

Richting RES 2.0 en verder

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

5

Hoofdstuk 5: Ruimte

40

5.1

De Noord-Veluwse landschappen en historie

40

5.2

Recreatie en toerisme

41

5.3

Regio als verbindingsgebied

41

5.4

De Noord-Veluwse economie

41

5.5

Vestigingsklimaat in de regio

42

5.6

Regionale uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit

42

5.7

Landschap en ruimtelijke belemmeringen

43

5.8

Spanningsveld energie, natuur en landschap

44

Hoofdstuk 6: Elektriciteit 6.1

Zoekgebieden windenergie

45 45

6.1.1 Zoekgebied knooppunt Hattemerbroek

45

6.1.2 Zoekgebied bedrijventerrein Lorentz, Harderwijk

49

6.1.3 Zoekgebied Nuldernauwkust in Ermelo en Putten

52

6.1.4 Zoekgebied Veluwemeerkust

55

6.1.5 Zoekgebieden afgevallen voor de RES 1.0

57

6.1.6 Windsnelweg in het bos langs A28 en het spoor

59

6.2

Bouwstenen zonne-energie

61

6.2.1 Zon op grote daken op bedrijfsterreinen

63

6.2.2 Zon op grote daken in dorpen en steden

64

6.2.3 Zon op grote daken in het buitengebied

66

6.2.4 Zon op grote daken en overkappingen op defensieterreinen

67

6.2.5 Zon langs snelwegen en overige infrastructuur en drijvend

68

6.2.6 Zon in combinatie met gebiedsopgaven

69

6.2.7 Bouwsteen afgevallen voor RES 1.0

71

6.3

Landgoederenzone

72

6.4

Innovatie in de regio

73

Hoofdstuk 7: Systeemefficiëntie

75

7.1

Het belang van systeemefficiëntie

75

7.2

Impact op het elektriciteitsnet

75

7.3

Aanbevelingen

77

Hoofdstuk 8: Draagvlak

79

8.1

Bestuurlijk draagvlak

79

8.2

Maatschappelijk draagvlak

81

Hoofdstuk 9: Warmte

88

9.1

Doel van de RSW

88

9.2

Proces om te komen tot de RSW

88

9.3 Het beeld dat uit de RSW naar voren komt

88

9.4 Bovenlokale samenwerking

93

Bijlagen

94

1.

Stakeholderlijst

2.

Projectenlijst RES 1.0 Noord-Veluwe

96

3.

Cijfermatige onderbouwing van het RES 1.0 bod

98

4.

Energiemix Noord-Veluwe en uitgangspunten scenario 2030

101

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

94

6

Leeswijzer Voor u ligt de Regionale Energiestrategie (RES) van de regio Noord-Veluwe. In dit document beschrijft de regio Noord-Veluwe in woord en beeld hoe zij in de periode tot 2030 stappen zet in de energietransitie. U leest hoeveel duurzame energie de regio wil gaan opwekken en waar zij denkt dat te kunnen gaan doen. In dit document presenteert de regio welke bijdrage zij gaat leveren aan de nationale klimaatdoelen zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Wilt u de regio eerst leren kennen voor meer te lezen over de RES, start dan met Hoofdstuk 5: Ruimte. Is de RES nieuw voor u? Begin dan met Hoofdstuk 1: Introductie in de RES. Bent u benieuwd welk deel van de nationale doelstellingen door de regio Noord-Veluwe denkt te kunnen realiseren, ga dan naar Hoofdstuk 2: Het bod van de regio. Verdiepende informatie vindt u in de hoofdstukken die daarna volgen:

• Integraal gebiedsgericht werken • Proces • Ruimte • Elektriciteit • Systeemefficiëntie • Draagvlak • Warmte Meer informatie Van deze RES 1.0 is ook een Storymap. In deze online omgeving staat de publieksvriendelijke variant van deze RES 1.0, aangevuld met extra kaartmateriaal, figuren en achtergrondinformatie. Storymap RES 1.0

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de werkorganisatie RES Noord-Veluwe via: info@energiestrategienv.nl

Website Gelderland

Website NPRES

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

7

Hoofdstuk 1: Introductie in de RES Voor u ligt de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0) van de regio Noord-Veluwe. Dit document beschrijft hoe de regio in de periode tot 2030 stappen zet in de energietransitie via het grootschalige opwekken van duurzame energie door middel van windmolens, zonneparken op land en zonnepanelen op grote (bedrijfs-)daken.

1.1 Aanleiding: Klimaatakkoord Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend en haar doelstellingen bepaald voor 2030 (49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990) en 2050 (minimaal 80-95% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990). Deze doelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. Voor de uitwerking van de afspraken is op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het Klimaatakkoord is onder andere ondertekend door de Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW). Aan vijf tafels (zie figuur 1) zijn met meer dan 100 partijen voorstellen ontwikkeld voor het verminderen van de CO2-uitstoot:

• Elektriciteit • Gebouwde omgeving • Industrie • Landbouw en landgebruik • Mobiliteit

Figuur 1 De vijf tafels van het Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de afspraken over CO2-reductie van de tafels Elektriciteit en Gebouwde omgeving regionaal uitgewerkt en gerealiseerd worden. Hiertoe zijn dertig energieregio’s Filmpje Klimaatakkoord

gevormd (zie figuur 2). Een van deze regio’s is de RES-regio Noord-Veluwe. De regio Noord-Veluwe ligt in de provincie Gelderland en omvat het grondgebied van zeven gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten) en valt binnen een deel van het werkgebied van Waterschap Vallei en Veluwe. Waarom een Klimaatakkoord en een Klimaatwet? Met het Klimaatakkoord zet Nederland stappen om de klimaatverandering als gevolg van de stijging van de temperatuur die gaande is, te beperken. In het tegengaan van klimaatverandering speelt de energietransitie een belangrijke rol. Eén van de onderdelen daarin is het verminderen van het gebruik van fossiele bronnen voor onze energievoorziening. De afgelopen jaren hebben we in Nederland gemerkt dat gaswinning uit de Groningse velden leidde tot aardbevingen. Besloten is om aardgaswinning in Groningen af te bouwen. Voorlopig kan Nederland nog niet zonder aardgas. Import is mogelijk, maar is uiteindelijk ongewenst, mede gezien het feit dat Nederland zich daarmee afhankelijk maakt van landen die gas exporteren. Beter is het daarom wanneer Nederland zijn eigen energie opwekt.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

8

Op dit moment wordt energie vooral opgewekt door elektriciteitscentrales gestookt op fossiele bronnen. Besloten is duurzame energiebronnen te benutten en/of te ontwikkelen. In het Klimaatakkoord is afgesproken om in de periode tot 2030 vooral in te zetten op bewezen technieken voor de opwek van duurzame elektriciteit via windturbines en zonnepanelen (op grote (bedrijfs)daken en op land). Onderkend wordt dat innovaties snel gaan en er ruimte moet blijven om de komende jaren plannen aan te passen als nieuwe technologieën haalbaar en betaalbaar ingezet beschikbaar komen. Op zee gaat daarom 49 TWh aan vermogen

Figuur 2 De dertig energieregio’s van Nederland

geïnstalleerd worden via windparken. Op land Klimaatakkoord

moet 35 TWh worden opgewekt en wordt ervan uitgegaan dat op daken van particuliere woningen via autonome groei 7 TWh aan elektriciteit via zonnepanelen opgewekt gaat worden in 2030. Op nationaal niveau betreft de RES een resultaatsverplichting. Voor de regio geldt het als inspanningsverplichting.

Gevoel bij de cijfers:

wat is 35 TWh? zo’ n

36.800 ha

zo’ n

1.750

zonneveld

grote windturbines (5,6 MW)

zo’ n

2.500

middelgrote windturbines (4,2 MW) zo’ n

24.500 ha

zo’ n

3.250

middel windturbines (3,6 MW)

zon op dak

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

9

Gelders Energie Akkoord (GEA) In Gelderland werken 250 Gelderse organisaties, waaronder alle gemeenten, de provincie en de waterschappen aan het realiseren van een klimaatneutrale provincie in 2050. Een doelstelling op de GEAwebsite

korte termijn is 16% hernieuwbare opwekking in 2023. De doelstellingen op de langere termijn zijn 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en energieneutraal in 2050. Hiermee zijn de doelstellingen van het GEA ambitieuzer is dan het landelijke Klimaatakkoord.

1.2 RES-regio Noord-Veluwe De RES-regio Noord-Veluwe bestaat uit de provincie Gelderland, de zeven Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten), Waterschap Vallei en Veluwe. Deze overheden werken nauw samen met de netbeheerder Liander, de gezamenlijke energiecoöperaties, de woningcorporaties en meer dan 100 maatschappelijke organisaties zoals natuurorganisaties en brancheverenigingen.

1.3 Wat is de RES? De RES Noord-Veluwe beschrijft de regionale strategie hoe de regio Noord-Veluwe gaat voorzien in duurzame elektriciteit en warmte voor inwoners en bedrijven. De RES heeft een drievoudige functie:

• De RES is een nieuw instrument dat wordt toegevoegd aan de toch al goed gevulde gereedschapskist van het omgevingsrecht.

• De RES is een instrument om ruimtelijke inpassing met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren en een manier om langdurige samenwerking tussen regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en uitvoering van energieprojecten.

• De RES geeft een overzicht van lopende projecten, plannen en strategische keuzes voor de korte en lange termijn. De strategie geeft inzicht in hoe de regio de energietransitie wil realiseren. Met een horizon van 2030 en een doorkijk naar 2050.

1.4 Waar gaat de RES over en waarover niet? De RES richt zich op twee hoofdthema’s:

Elektriciteit

Warmte

Waar kan en wil de regio Noord-Veluwe grootschalig duurzame elektriciteit opwekken, rekening houdend met verschillende belangen? Hoe denkt de regio Noord-Veluwe te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving?

Beide thema’s zijn belangrijk, maar niet de enige thema’s in de energietransitie: ontwikkelingen in mobiliteit, industrie en landbouw/landgebruik hebben invloed op onze toekomstige energievraag. Maatregelen op de thema’s mobiliteit, industrie en landbouw/landgebruik, worden aan andere klimaattafels besproken, zodat die thema’s ook bijdragen aan de verduurzaming van Nederland en het verlagen van de CO2-uitstoot. Voor zover relevant en beïnvloedbaar door de regio, zoekt de regio hier wel de mogelijke samenhang van die maatregelen met de eigen aanpak.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

10

De omvang van de energietransitie heeft een groot effect op het gebruik en de beleving van het landschap. Er is een groot grondoppervlak nodig voor energieopwekking en de (nieuw aan te leggen) infrastructuur. Tegelijkertijd vragen ook verduurzaming van de landbouw, woningbouw, natuur, wateropgaven en tal van andere opgaven extra ruimte. Daarom heeft de regio in haar RES met een integrale blik naar de ruimtelijke impact op de leefomgeving gekeken. Het koppelen van de energietransitie aan andere opgaven biedt kansen. In de RES worden deze koppelingen en kansen wel genoemd, maar de RES neemt de beleidsvorming voor die andere opgaven niet over. Besparing In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke regio zich voor het thema elektriciteit in de RES primair richt op het vergroten van de productie van duurzame elektriciteit (de aanbodzijde). Uiteraard mag daarbij besparing van elektriciteit niet vergeten worden. Stroom die niet wordt verbruikt, hoeft immers ook niet te worden opgewekt. Voor het thema warmte is besparing ook een groot deel van de oplossing om te komen tot een aardgasvrije warmtevoorziening met minder CO2-uitstoot. Isoleren van woningen verlaagt de vraag naar warmte en maakt het bovendien mogelijk om andere (laagtemperatuur) warmteoplossingen te gebruiken. Hoewel essentieel in de energietransitie is energiebesparing géén onderdeel van de RES.

Op lokaal en regionaal niveau werken de partners in de regio Noord-Veluwe wel aan besparingsmaatregelen. Lokaal worden daarover afspraken gemaakt in bijvoorbeeld duurzaamheidsbeleid, zoals de Transitievisies Warmte en mobiliteitsbeleid. Ook op regionaal niveau wordt gewerkt aan duurzame mobiliteit en het realiseren van laadinfrastructuur. Landelijk wordt aangenomen dat jaarlijks 1,5 % energiebesparing wordt gerealiseerd. De regio hanteert dezelfde aanname bij het opstellen van toekomstscenario’s. Nieuwe of alternatieve technologieën In de RES gaan we in op de regionale bijdrage aan de landelijke doelstelling van 35 TWh aan hernieuwbare energieopwekking (elektriciteit) op land. Binnen de gestelde kaders tellen alleen weersafhankelijke hernieuwbare bronnen op land, zoals windturbines en grootschalige zonnepanelen op daken, mee in de optelling tot 35 TWh. Andere technieken zijn op dit moment nog onvoldoende bewezen of onvoldoende ontwikkeld waardoor (grootschalige) realisatie vóór 2030 niet realistisch is. Aangenomen mag worden dat ontwikkelingen doorgaan en bestaande technieken zoals windturbines en zonnepanelen efficiënter worden. Daarnaast wordt er wereldwijd gewerkt aan nieuwe technieken. 6.4 Innovatie in de regio

Op langere termijn gaan die zeker een rol spelen in de energietransitie. Waar mogelijk wil de regio NoordVeluwe innovatie stimuleren.

1.5 RES: stap voor stap De regio Noord-Veluwe werkt al enkele jaren samen aan de energietransitie: eerst via de pilot-RES (2017-2018), daarna in de concept-RES (2019-2020) en deze RES 1.0 (2020-2021). Hoofdstuk 4: Proces

Ook de komende decennia blijft de energietransitie een belangrijk thema. Na deze RES 1.0 volgt in 2023 de RES 2.0, in 2025 de RES 3.0, enzovoorts. De RES staat continu open voor nieuwe gesprekspartners, nieuwe technologie, nieuwe omstandigheden en voortschrijdend inzicht. Telkens wordt het een stap concreter. In de RES 1.0 staan naast gerealiseerde en in ontwikkeling zijnde projecten, ook zoekgebieden voor windenergie en bouwstenen voor zonne-energie op de kaart. In het traject naar de RES 2.0 gaan we in zoekgebieden concreter toewerken naar projectlocaties en doen we meer onderzoek naar mogelijkheden voor energieprojecten in onderzoeksgebieden. Inwoners en andere belanghebbenden kunnen dan, en ook op andere momenten, verder meedenken, meepraten en meedoen in die energieprojecten.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

11

1.6 Aan de slag met de RES 1.0 Met de vaststelling van de RES spreken de partijen (gemeenten, provincie, waterschap en netbeheerder) in het samenwerkingsverband RES-regio Noord-Veluwe met elkaar af zich in te spannen om de benoemde projecten en potenties te realiseren dan wel te benutten en daarover regionale regie te (blijven) voeren. Dat vraagt om drie acties:

• Verankeren van de RES-afspraken in lokaal en provinciaal omgevingsbeleid;

• Betrekken van de samenleving bij de concretisering van energieprojecten;

• Inrichten en realiseren van de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie | Energietransitie met goede afspraken binnen en tussen de RES-partners (zowel overheden als maatschappelijke partners) en met het Rijk. Verankering RES in omgevingsbeleid In deze RES staat beschreven langs welke weg de energietransitie in de regio op realistische manier vorm kan worden gegeven. Energieprojecten voor wind- en/of

Afspraken maken en samenleving betrekken.

zonne-energie op land zijn vergunningsplichting. Dit betekent dat gemeenten en provincie in hun omgevingsbeleid moeten vastleggen waar en onder welke voorwaarden energieprojecten gerealiseerd kunnen worden. De plannen uit deze RES moeten daarom de komende jaren worden verankerd in lokaal en provinciaal omgevingsbeleid. Met de komst van de Omgevingswet, betekent dit dat gemeenten en provincie de 4.5 Na vaststelling RES 1.0: vertaling naar lokaal en provinciaal beleid

regionale afspraken moeten opnemen in hun Omgevingsvisie, Omgevingsplan/Verordening en programma’s. Beleid kan ook worden vastgelegd in lokale uitnodigingskaders grootschalige opwek. De borging in ruimtelijk beleid moet voortvarend worden opgepakt, om tijdig vergunningverlening te kunnen doen. Op deze doorvertaling naar de planvormen van de Omgevingswet zijn de algemeen democratische besluitvormingsregels van toepassing. Betrekken van de samenleving: meedenken, meepraten en meedoen De ontwikkeling van energieprojecten heeft impact op de leefomgeving. Met de invoering van de Omgevingswet verschuift het ruimtelijk beleid naar uitnodigingsplanologie. Met een helder uitnodigingsbeleid kunnen initiatiefnemers zich melden en hun plannen presenteren. De kans op succesvolle realisatie van een energieproject is het grootst wanneer belanghebbenden in de omgeving van de projectlocatie vroegtijdig betrokken worden in de ontwikkeling. Door mee te denken en mee te praten kunnen plannen beter worden en is de kans op draagvlak of acceptatie het grootst. Door financiële participatie op lokaal niveau kunnen de financiële baten van het energieproject in de regio blijven.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

12

Inspraakmomenten bij de RES

Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie | Energietransitie en -organisatie Voor de daadwerkelijke uitvoering en om te borgen dat voldoende capaciteit en financiën beschikbaar zijn, gaat regionaal gewerkt worden met een meerjarige Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie | Energietransitie dat jaarlijks wordt geëvalueerd en bijgesteld aan de hand van een uitvoeringsagenda. Daarnaast volgt de regio de RES-structuur van tweejaarlijkse actualisaties. Deze regionale samenwerkingsagenda geeft richting aan de regionale en lokale inzet en financiering gericht op realisatie van de beoogde projecten. Tevens worden in deze uitvoeringsagenda de onderlinge afspraken vastgelegd en is dit de onderlegger voor een regulier overleg op bestuurlijk en ambtelijk niveau. De uitvoeringsagenda bevat de verschillende actuele projecten in de regio waar in het lopende jaar aan wordt gewerkt. De projecten worden op lokaal niveau verder vormgegeven met de relevante betrokkenen. In het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsagenda worden de volgende zaken geadresseerd:

• Organisatie en beslisstructuur • Personele inzet • Financiële borging • Betrokken derden • Planning • Programmarisico’s Voor het regionale samenwerkingsprogramma zijn diverse aandachtspunten van belang voor nadere uitwerking en afspraken daarover tussen samenwerkingspartners. We noemen er hier een aantal. Mogelijk dat bij het opstellen van het samenwerkingsprogramma ook andere zaken aandacht vragen:

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

13

• Hoe gaat het proces er uit zien? We voorzien gebiedsgerichte aanpakken waarin wordt verdiept op ruimtelijke inpassing, netcapaciteit en participatie. Voor de zoekgebieden uit de RES worden gebiedsgerichte aanpakken ontwikkeld. Het gebied wordt afgebakend en alle partijen met belangen in het gebied worden betrokken bij de ontwikkeling van het betreffende gebied.

• Hoe komen we tot een efficiënte uitvoeringsorganisatie? Vragen die spelen: Hoe ontwikkelen we de benodigde expertise intern en hoe benutten we de regionaal aanwezige expertise en netwerken? En hoe contracteren we benodigde expertise extern? In samenspraak met inkoop en aanbesteding; per gemeente of (op onderdelen) gezamenlijk regionaal?

1.7 Relatie RES Noord-Veluwe met andere RES’en De regio Noord-Veluwe is één van de 30 RES-regio’s in Nederland. Directe buren van de Noord-Veluwe zijn de regio’s West-Overijssel, Flevoland en de Gelderse regio’s Cleantech/Stedendriehoek en Food Valley. Met al deze regio’s heeft de regio Noord-Veluwe contact. Daarnaast vindt er regelmatig overleg plaats met de provincie Gelderland en de andere Gelderse regio’s (Arnhem-Nijmegen, Rivierenland en Achterhoek) en is ook er regelmatig contact met het Nationale Programma RES (NPRES). Kennis en ervaring uit het hele land is en wordt benut voor de RES Noord-Veluwe. Ook op lokaal niveau vindt er afstemming plaats tussen gemeenten uit verschillende regio’s. Vanuit de gemeenten Oldebroek en Hattem is er bijvoorbeeld contact met de gemeente Kampen (RES-regio WestOverijssel) om samen te kijken naar projecten in beide regio’s en de samenhang daartussen en de impact op elke gemeente.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

14

Hoofdstuk 2: Het bod van de regio In deze RES 1.0 beschrijft de regio Noord-Veluwe welke bijdrage zij levert aan het behalen van de nationale klimaatdoelstellingen op het gebied van elektriciteit en gebouwde omgeving: het zogenoemde regionale bod.

Met de oplevering van deze RES 1.0 wordt een periode afgesloten waarin de Noord-Veluwse overheden, samen met een groot aantal regionale organisaties en

Deze RES 1.0 brengt, naast de al lopende projecten, zoekgebieden voor windenergie in beeld en biedt bouwstenen voor zonne-energie en gebieden waar deze bouwstenen kunnen worden ingezet. Hiermee biedt de RES 1.0 een

haar inwoners hebben gewerkt aan een realistische en tegelijkertijd ambitieuze regionale energiestrategie.

goede basis om de komende jaren invulling te geven aan de energietransitie in de regio. Naast de verduurzaming van de elektriciteitsproductie geeft deze RES ook inzicht in de beschikbaarheid van regionale warmtebronnen en de verdeling daarvan in de regio. Op lokaal niveau werken alle NoordVeluwse gemeenten aan de warmtetransitie en de daaruit volgende wijkuitvoeringsplannen. Zo zet de regio stappen richting een aardgasvrije gebouwde omgeving.

2.1 Regionale ambitie: een realistisch en gedragen regionale bijdrage In de Bestuurlijke Startnotitie heeft de regio de volgende ambitie voor de RES 1.0 vastgesteld: Startnotitie

De provincie en de gemeenten in de RES-regio Noord-Veluwe streven naar het halen van de ambitie van 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990 zoals vastgelegd in het Gelders Energie Akkoord (GEA), en committeren zich aan een realistisch regionale bijdrage aan de nationale doelen die tot stand komt via een zorgvuldig proces met stakeholders in de regio. Verder wil de RES-regio Noord-Veluwe in 2050 energieneutraal zijn. Dit betekent dat de energiebehoefte, ofwel het energiegebruik, van de regio binnen de grenzen van RES-regio Noord-Veluwe opgewekt wordt met hernieuwbare bronnen. Binnen de context van de Noord-Veluwe, waar weinig ruimte is voor wind- en zonne-energie leidt dit tot een groot dilemma, dat de regio niet zonder steun van provincie, Rijk en EU kan oplossen. Naast de afspraken die gemeenten hebben gemaakt in regionaal verband hebben de gemeenten ook eigen ambities. Zo heeft de gemeente Ermelo als doel om in 2030 energieneutraal te zijn. Waterschap Vallei en Veluwe is sinds 2020 energieneutraal.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

15

2.2 Het bod van de regio Noord-Veluwe De regio Noord-Veluwe wil in 2030 ongeveer 0,53 TWh duurzame elektriciteit opwekken. In 2030 wordt daarmee ongeveer 59,4%1 van alle elektriciteit die wordt gebruikt, in de regio duurzaam opgewekt. Deze toename in duurzame opwek van elektriciteit zal, in combinatie met verwachte ontwikkelingen in de warmtetransitie en andere sectoren, de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 naar verwachting verminderen met 53%. De regio Noord-Veluwe haalt daarmee ruim het landelijke klimaatdoel van 49% CO2-reductie, maar nog niet de ambitie uit het Gelders Energie Akkoord (GEA) van 55% CO2-reductie in 2030. Als alle reeds vergunde en beschikte energieprojecten worden gerealiseerd, dan wordt in 2023 ongeveer 16,2% van de regionale elektriciteitsvraag duurzaam opgewekt. Daarmee haalt de regio het tussentijdse GEA-doel van 16% hernieuwbare opwekking in 2023. Opbouw regionale bod Het regionale bod bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel – het reële deel van 0,20 TWh Bijlage 2 Projectenlijst

0,53 TWh duurzame elektriciteit

– bestaat uit projecten die al zijn gerealiseerd of zijn vergund en een SDE-beschikking hebben. Het tweede deel – het ambitiedeel, van

23%

zon op land

0,33 TWh extra – bestaat uit de mogelijkheden voor projecten voor het opwekken van wind- en zonne-energie die gerealiseerd kunnen worden voor 2030.

42%

windturbines

35%

zon op dak

De basis is een stevige inzet op de mogelijkheden van zonnepanelen op grote (bedrijfs-)daken. Bijlage 3 Cijfermatige onderbouwing RES 1.0

Dit levert 0,19 TWh aan opbrengst. Binnen de regionale zoekgebieden leveren de bouwstenen voor zonne-energie op land 0,12 TWh en windturbines 0,22 TWh. De verhouding wind- en zonneenergie (dak en land) is in 2030 58% versus 42%.

Bijlage 4 Energiemix NoordVeluwe

Verhouding zon/wind op de Noord-Veluwe Regionaal bod Noord-Veluwe.

Op dit moment wordt ca. 0,11 TWh (meest recente data klimaatmonitor 2019) aan duurzame elektriciteit in de regio opgewekt.

1

In dit percentage is ook de opwek via zonnepanelen op kleine daken (<15 kWp) meegeteld. Zonder de opwek op kleine daken wordt 49,2% van de elektriciteit duurzaam opgewekt.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

16

2.3 Afwegingskader Hoewel de RES alleen lijkt te gaan over de energietransitie, is het belangrijk om een brede, integrale blik te hanteren. De energietransitie is één van de grote maatschappelijke opgaven waar we voor staan. Bij het ontwikkelen van de RES en het regionale bod hebben we daarom een integrale afweging gemaakt tussen enkele belangrijke criteria:

• Kwantiteit: Hoeveel duurzame elektriciteit Handreiking 1.1 NPRES

kunnen we opwekken in de regio?

• Ruimtegebruik: Waar kunnen we dat doen? • Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak: Vinden we die gebieden/locaties logische en acceptabel?

• Systeemefficiëntie: Zijn onze oplossingen betaalbaar en te realiseren voor 2030? Deze vier criteria zijn gebaseerd op de Handreiking 1.1 van het Nationaal Programma RES. Daarnaast houdt de regio ook rekening met: Kaart belemmeringen in atlas

• Belemmeringen/beleid: In Nederland en zeker ook in de regio Noord-Veluwe is de ruimte beperkt. In de regio hebben we te maken met allerlei activiteiten (o.a. laag-

Afwegingskader

vliegroutes van defensie) en waarden (o.a. natuur- of landschapswaarden) die maken dat niet overal ruimte is om energieprojecten te realiseren.

• Daarnaast zijn er andere maatschappelijk opgaven die een claim leggen op de ruimte. Daarom hebben we in de regio nauwkeurig gekeken naar mogelijkheden om ruimte voor meer dan één doel te gebruiken: koppelkansen.

2.3.1

Kwantiteit

De nationale doelstelling voor het opwekken van duurzame elektriciteit op land is 35 TWh. Deze landelijke doelstelling is niet verdeeld over de provincies, regio’s of gemeenten. Het is aan elke regio om een bod te doen voor het deel van de doelstelling dat de regio kan én wil oppakken. De regio Noord-Veluwe heeft aan het begin van het RES-proces zichzelf geen kwantitatieve doelstelling opgelegd. De regio heeft de ambitie om een realistisch bod neer te leggen dat tot stand komt via een zorgvuldig proces met de regionale stakeholders.

2.3.2 Ruimtegebruik / ruimtelijke kwaliteit De regio Noord-Veluwe werkt niet primair vanuit de opgave voor het opwekken van duurzame energie. Bij het zoeken naar kansrijke gebieden waarin wind- en zonprojecten kunnen worden gerealiHoofdstuk 5: Ruimte

seerd, kijkt de regio naar de opgaven die spelen in gebieden in de regio. Vervolgens kijkt de regio hoe energietransitie kan bijdragen aan het oplossen van die vraagstukken.

2.3.3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak/acceptatie Deze zoekgebieden voor windenergie en de bouwstenen voor zonne-energie in deze RES zijn tot stand gekomen in een proces waarin overheden, netbeheerder, woningcorporaties, energiecoöperaties en meer dan honderd maatschappelijke organisaties (zoals natuurorganisaties) hebben meegedacht.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

17

Ook in lokale trajecten hebben verschillende gemeenten de afgelopen jaren hun inwoners betrokken. Voor een aantal gemeenten, zoals bijvoorbeeld Harderwijk, geldt dat inwoners uitvoerig hebben meegedacht over de Duurzame Stad. Inwoners praatten mee over het duurzaamheidsbeleid van de stad in het algemeen en specifiek over de ontwikkeling van windmolens op bedrijventerrein Lorentz. Na oplevering van de concept-RES zijn de inwoners van de regio in de gelegenheid gesteld om hun reacties te geven op de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen zoals ze waren beschreven in de concept-RES. Mede door de inbreng van de inwoners denkt de regio een RES te hebben kunnen ontwikkelen die realistisch is en zoveel mogelijk rekening houdt met tal van maatschappelijke belangen. Met het opstellen van deze RES houdt de betrokkenheid van inwoners en regionale partners niet op. In de uitwerking van de RES via concrete energieprojecten wordt nadrukkelijk de gelegenheid gegeven om mee te denken, te praten en mee te doen. Zo willen de gemeenten zelf, maar vooral ook gebiedsgericht en in regionaal vervang, invulling geven aan de energietransitie. Lokale participatie en lokaal eigenaarschap (streven minimaal 50%) staan daarbij hoog in het vaandel. Dat betekent dat inwoners, bijvoorbeeld door aandelen te kopen in een wind- of zonnepark, mede-eigenaar kunnen worden en zeggenschap hebben over het project.

Dat zorgt er onder andere voor dat de inkomsten niet wegvloeien naar een (buitenlandse) ontwikkelaar, maar terecht komen waar ze horen: bij de inwoners en ondernemers in de regio. De meeste gemeenten hebben dit streven al opgenomen in hun lokale beleid. Een aantal gemeenten is hier nog mee bezig. Lokale energiecoöperaties kunnen een belangrijke samenwerkingspartners zijn.

We moeten stappen zetten met elkaar om onze energie zelf duurzaam op te wekken, met als uitgangspunt 50% lokaal eigenaarschap. Wij geloven namelijk dat deelname van inwoners een voorwaarde is om draagvlak te krijgen voor energieprojecten. Vanuit de Noord-Veluwse energiecoöperaties zetten wij ons in om zoveel mogelijk duurzame energie en zo groot mogelijke inwonersparticipatie te realiseren. Zo komen niet alleen de lasten, maar ook de voordelen bij de inwoners terecht. Jan van der Vliet, namens Noord-Veluwse energiecoöperaties

Jongeren in de regio Noord-Veluwe zijn nog maar beperkt betrokken geweest bij de RES. Niet omdat ze niet welkom zijn. De deur staat open. In verschillende regio’s hebben jongeren zich georganiseerd in Jong Jongerenonderzoek

RES; ook in de Noord-Veluwe. De verduurzaming van de energievoorziening en de impact daarvan op de leefomgeving, raakt de jongeren. Uit een recente enquête onder jongeren blijkt dat jongeren in de regio Noord-Veluwe positief zijn over de energietransitie. De gemeenten en de regio zullen zich in de aanloop

8.2 Maatschappelijk draagvlak

naar de RES 2.0 extra inzetten om jongeren te betrekken.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

18

2.3.4 Systeemefficiëntie Het verduurzamen van de energievoorziening in de regio vraagt veel van de netbeheerder Liander. Het energienetwerk moet worden aangepast om projecten voor energieproductie (wind- en zonne-energie) aan te sluiten. Daarnaast zorgt ook de toename in elektriciteitsvraag (meer laadpalen voor elektrische auto’s en warmtepompen) voor noodzakelijke investeringen in het energienetwerk. De capaciteit in mensen en middelen is beperkt. Bovendien dragen wij met zijn allen de investeringen die de netbeheerder moet doen. Het energienetwerk is gebaat bij een balans tussen zonne-energie en windenergie. Als deze balans ontbreekt, dan komt de leveringszekerheid onder druk te staan en zijn extra investeringen nodig. Het maken van een zorgvuldige afweging in de verhouding tussen wind- en zonneenergie is daarom van groot belang. Ook de planning bepalen de realiseerbaarheid van alle plannen. Liander heeft de RES 1.0 bestudeerd en een netimpactanalyse opgesteld. Zij constateren dat het bod van 0,53 TWh aan grootschalige opwek van elektriciteit in de regio Noord-Veluwe in 2030 realiseerbaar is Hoofdstuk 7: Systeemefficiëntie

tegen acceptabele kosten, mits de verhouding tussen wind- en zonne-energie niet uit balans raakt en de uitvoering via goede afstemming/planning plaatsvindt. Dit kan goed worden gerealiseerd door gebiedsgericht te werken en de energie te steken in gebieden waar ook daadwerkelijk aansluitmogelijkheden zijn. Parallel daaraan kan Liander investeren in andere gebieden, zodat ook daar aansluitmogelijkheden ontstaan die vervolgens kunnen worden benut. Het programmeren van ontwikkelingen voorkomt teleurstellingen en maakt de energietransitie voorspelbaarder.

2.3.5 Belemmeringen/beleid De ruimtelijke kwaliteit van de regio is hoog. De waarden op het gebied van natuur en landschap zijn hoog en worden terecht beschermd in bestaand beleid. Bij het realiseren van zonne- en windenergie gelden verschillende beleidskaders die beïnvloeden of en hoe een project ontwikkeld kan worden. Onderzoek Wind

Wetende dat er veel natuurbeschermingsbeleid bestaat dat ontwikkeling van energieprojecten in de weg kan staan, heeft de regio onderzoek laten uitvoeren naar milieueffecten. Ook heeft de regio, samen met de regio’s Food Valley, Cleantech en Arnhem-Nijmegen en de provincie Gelderland onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor windmolens op en rond de Veluwe. Dit onderzoek bevestigde dat de aanwezigheid van de wespendief (beschermde roofvogel) op en rond de Veluwe de ontwikkeling van windmolens lastig maakt. Uit dit onderzoek blijkt dat in het kerngebied van de Veluwe (Natura2000gebied) en in de zone van 1 kilometer daaromheen windmolens voorlopig niet mogelijk zijn. In de zone van 1 tot 8 kilometer rond de Veluwe zijn wel mogelijkheden, maar beperkt. Over het vervolgproces, met aanvullend onderzoek, zijn bovenregionale afspraken vastgelegd. Dit onderzoek moet inzicht bieden in realistische mogelijkheden voor windenergie rondom de Veluwe. Zodra een initiatief voor de ontwikkeling van windmolens wordt opgezet, moet in een breed opgezet onderzoek (onder meer in een milieueffectrapportage) worden vastgesteld wat de impact is van de

5.7 Lanschap en ruimtelijke belemmeringen

windmolens op de leefomgeving en op de bewoners. In bestaand beleid zijn normen opgenomen over de afstand die windmolens moeten hebben van woningen.

2.3.6 Koppelkansen In de RES is de opwek van duurzame energie een aanleiding geweest om in gesprek te gaan met de regio. De energietransitie is een belangrijke regionale opgave, maar het is niet de enige regionale opgave. In de regio speelt bijvoorbeeld ook de stikstofproblematiek en de landbouwtransitie. Daarnaast spelen vraagstukken rondom klimaatadaptatie, recreatie, herstel/behoud van natuur, landschap en cultureel erfgoed. De regio heeft een integrale aanpak gehanteerd waarbij de verschillende opgaven in samenhang werden bekeken. De vraag daarbij was telkens: “Kan de energietransitie ook een onderdeel zijn van een mogelijke

Hoofdstuk 4: Proces

oplossing voor die andere opgaven?” In dit kader is een pilot uitgevoerd naar de mogelijkheden die het instrument Programma onder Omgevingswet kan bieden bij de uitwerking van de RES. Specifiek is gekeken naar de landgoederenzone.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

19

2.4 Opwekken van duurzame elektriciteit Het regionale bod van de regio bestaat uit zoekgebieden voor windenergie en bouwstenen voor zonne-energie.

2.4.1 Zoekgebieden windenergie Wanneer een gebied is opgenomen als zoekgebied, dan wil dat niet zeggen dat in dat gebied ook daadwerkelijk

Een zoekgebied is een gebied

(een) energieproject(en) worden gerealiseerd. Op basis van

waar de regio mogelijkheden

zorgvuldige analyse van het gebied, de mogelijkheden

ziet voor de realisatie van

om energieprojecten te combineren met andere

projecten voor wind- en/of

maatschappelijke opgaven en ruimtelijke kwaliteiten en de

zonne-energie.

mate van bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak, acht de regio de gebieden wel kansrijk. Wanneer een gebied niet als zoekgebied is opgenomen in deze RES, dan wil dat niet zeggen dat er in die gebieden geen projecten voor wind- en/of zonne-energie ontwikkeld kunnen worden. De regio acht de gebieden die niet zijn opgenomen in de RES, wel minder kansrijk. Nieuwe inzichten verwerken we in de opvolgende RES'en. Of en waar energieprojecten exact ontwikkeld gaan worden op de Noord-Veluwe is in veel gevallen nog niet 4.5 Vertaling naar lokaal en provinciaal beleid

bepaald. Initiatiefnemers kunnen zich melden waarna lokaal en soms provinciaal besluitvorming moet plaatsvinden over vergunningverlening. Lokale en provinciale beleidskaders bepalen de voorwaarden waaronder projecten kunnen worden ontwikkeld. Per project hebben inwoners en andere belanghebbenden de gelegenheid om mee te denken, mee te praten en, bij voorkeur mee te doen (lokaal eigenaarschap).

2.4.2 Bouwstenen zonne-energie Zonne-energie kan op verschillende manier worden opgewekt. De regio heeft daarom zes bouwstenen voor 6.2 Bouwstenen zonneenergie

zonne-energie ontwikkeld: 1. Zon op grote bedrijfsdaken 2. Zon op grote daken in dorpen en steden 3. Zon op daken in het buitengebied (agrarische daken) 4. Zon op daken en overkappingen op defensieterreinen 5. Zon langs snelwegen en overige bovenregionale infrastructuren en drijvend 6. Zon op land in combinatie met gebiedsopgaven De keuze uit deze bouwstenen bepaald in hoge mate de ruimtelijke impact. Daarom ondersteunt de regio het

Gelderse zonneladder

gebruik van de Gelderse zonneladder (Natuur en Milieu Gelderland).

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

20

2.4.3 Opbouw van het bod Het regionale bod van de Noord-Veluwe is opgebouwd uit twee onderdelen:

• Een reëel onderdeel: projecten die een grote realisatiekans hebben of al gerealiseerd zijn. Het gaat dan om projecten die al gerealiseerd zijn en projecten waarvoor al een vergunning en/of een SDE Bijlage 2 Projectenlijst

subsidie is toegekend. In de regio zijn al veel zonprojecten gerealiseerd, lopen veel initiatieven en is potentie om meer te doen. De projectenlijst toont alle projecten en initiatieven binnen de regio die op dit moment bekend zijn. Dit overzicht bevat gerealiseerde projecten en projecten in ontwikkeling (in vergunnings- of initiatieffase). Het gaat om windturbines, zonnevelden en zonne-energie op grote daken (meer dan 15 kW)2. In totaal bestaat het reële onderdeel van het regionale bod uit 0,20 TWh.

• Een ambitie onderdeel: kansen voor zonne- en windenergie in zoekgebieden die haalbaar geacht worden, maar nog in de initiatief- of ideefase zijn. Verdere uitwerking hiervan is nodig in de vorm van maatwerk en gebiedsgerichte aanpakken. Dit ambitie onderdeel bevat de regionale verhaallijn, met een selectie van de meest kansrijke zoekgebieden voor wind en bouwstenen voor zon. Diverse initiatieven zijn mede door het RES-proces ontstaan maar vragen nog tijd en nadere uitwerking en worden met het benoemen van de ambities ook ondersteund in hun initiatieven. Dit ambitie-bod is waar de regio voor wil gaan en waarvoor zij met de stakeholders de komende jaren een nadere uitwerking gaat maken tot concrete projecten. Het ambitie deel telt samen met het reële deel op tot 0,53 TWh. Naast het bod, dat alleen onderdelen bevat waarvan de regio meent dat ze gerealiseerd kunnen zijn in 2030, zijn er ook zoekgebieden die op termijn kansrijk kunnen zijn, maar waar op dit moment nog te weinig kennis over is:

• Een nader onderzoek onderdeel: gebieden waar in principe technische ruimte is (of lijkt te zijn) voor ontwikkelingen, maar waarbij er nog veel onzekerheden of waarden zijn. Realisatie van projecten in deze zoekgebieden of bouwstenen lijkt mogelijk, maar vraagt nog veel afstemming en onderzoek, waarbij de kans bestaat dat onderdelen uiteindelijk afvallen. De regio wil samen met stakeholders verder onderzoeken of, en hoe, ontwikkeling van duurzame opwek in deze gebieden mogelijk is. De reden om te werken met dit derde onderdeel wel te noemen, maar niet op te nemen in het bod, is dat veel zaken nog onzeker zijn. Denk hierbij aan vervolgonderzoek naar mogelijkheden voor windmolens rond de Veluwe en het feit dat een aantal projecten zich nog in een initiatieffase bevinden. Met het reële onderdeel hebben we scherp in kaart wat er gerealiseerd kan worden. Het ambitie onderdeel omvat de kansrijke zoekgebieden en bouwstenen die naar verwachting (deels) voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Met het nader onderzoek deel geven we aan wat we daar bovenop nog meer denken te kunnen doen, mits er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Te denken valt aan beleidsinspanningen, gebiedsopgaven met participatie of ontwikkelingen op het gebied van subsidies en/of innovaties.

Daarmee bestaat de kans dat de bouwstenen of zoekgebieden in het nader onderzoek deel na 2030 gerealiseerd worden en opgenomen worden in de RES 2.0. In de onderstaande tabel is per zoekgebied (wind) en bouwsteen (zon) weergegeven of deze vorm van opwek is opgenomen in de verschillende onderdelen van het RES 1.0 bod, of het nader te onderzoek deel.

2 Op dit moment is uitgegaan van de zonnedaken die met SDE-subsidie ontwikkeld zijn of op de planning staan. Het is mogelijk in een later stadium de zonnestatistieken van alle gemeenten in kaart te brengen en het overzicht daarmee uit te breiden.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

21

Inhoud RES 1.0

In het RES-bod

Niet in het RES-bod

Zoekgebieden windenergie

Reële onderdeel

Ambitiedeel

Onderzoeksdeel

1. Hattemerbroek

Ja, vier molens in aanbouw i.c.m. zonne-energie (drijvend)

Nvt

Zie toelichting in 6.1.1 Zoekgebied Knoopppunt Hattemerbroek

2. Lorentz

Ja, drie molens vergund (maar nog in bezwaarprocedure)

Nvt

Ja, onderzoek naar mogelijkheden voor extra windmolens

3. Nuldernauwkust

Nvt

Ja, zeven molens (principeverzoek) en eventueel zonneenergie. Meer onderzoek nodig.

Nvt

4. Veluwemeerkust

Nvt

Nvt

Ja, gebiedsgericht onderzoek naar mogelijkheden voor windmolens.

Inhoud RES 1.0

In het RES-bod

Niet in het RES-bod

Bouwstenen

Reële onderdeel

Ambitiedeel

Onderzoeksdeel

1. Daken en overkappingen op bedrijfsterreinen

Ja, ca. 45 hectare

Ja, 90 hectare

Nvt

2. Daken en overkappingen in dorpen en steden

Nee

Ja, 5 hectare

Nvt

3. Daken en overkappingen in buitengebied (agrarische daken)

Ja, ca. 15 hectare

Ja, 30 hectare

Nvt

4. Daken en overkappingen op defensieterreinen

Nee

Ja, 5 hectare

Nvt

5. Zon langs snelweg en overige infrastructuur en drijvend

Ja, zoals drijvend zonnepark met SDE beschikking

Ja, ca. 30-40 hectare i.c.m. zoekgebied Hattemerbroek (ook drijvend) en andere locaties (bijv. A28 Harderwijk, vuilstort en parkeerterreinen)

Nvt

6. Zon op land i.c.m. gebiedsopgaven

Ja

Ja, ca. 90-100 hectare i.c.m. gebiedsopgaven (kleinschalig en zorgvuldig ingepast). In landgoederenzone en zoekgebied Hattemerbroek, mogelijkerwijs als onderdeel van het zoekgebied Nuldernauwkust.

Ja, mogelijkerwijs als onderdeel van het zoekgebied Hattemerbroek

zonne-energie

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

22

2.5 Het bod op de kaart

De legenda van de kaart van de regio Noord-Veluwe is dezelfde als de legenda van de overige RES-regio’s in Gelderland, zodat er op provinciaal niveau een uniforme dekkende kaart kan worden opgesteld.

2.6 Duurzame warmte in de regio De Regionale Structuur Warmte (RSW) is een belangrijk onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Veluwe. Het doel van de RSW is om de warmtevraag, het warmteaanbod en de benodigde energie-infrastructuur inzichtelijk te maken en zo in vogelvluchtperspectief de kansen en knelpunten in de regio te beoordelen. Op deze manier wordt duidelijk waar de gemeenten en partijen elkaar nodig hebben, hoe ze van elkaar kunnen leren en voor welke warmtebronnen ze moeten samenwerken. Dit alles om voortvarend te kunnen starten met de warmtetransitie en zo te zorgen dat de warmtevraag in de regio Noord-Veluwe in 2050 aardgasvrij wordt ingevuld. Voor het opstellen van deze concept Regionale Structuur Warmte hebben de zeven Noord-Veluwse gemeenten samengewerkt met Liander, Waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, de woningcorporaties en energiecoöperaties. Ook het regionale energieloket Veluwe Duurzaam, Natuur en Milieu Gelderland (voorheen GNMF), Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en VNO-NCW zijn betrokken. Deze partijen vormden samen de regionale werkgroep warmte waarmee dit document en de aanpak die erin beschreven staat is opgesteld.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

23

Voor de regio Noord-Veluwe geldt dat de warmtevraag in 2030 door energiebesparende maatregelen licht zal dalen ten opzichte van de huidige vraag. Er zijn geen warmtebronnen in de regio die de grenzen van een gemeente overstijgen om in te zetten als bron voor de gebouwde omgeving. Het algemene beeld voor de regio is dat de voorkeursoplossing voor de gebouwde omgeving vanuit het vastgoed bekeken grotendeels richting individuele all-electric oplossingen neigt. Met een aantal plekken (in de centra van de grotere kernen) waar kleinschalige, lokale warmtenetten het meest kansrijk en betaalbaar lijken. Harderwijk is hierop een uitzondering. Daar zijn verhoudingsgewijs de meeste kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet naast buurten waar all-electric het beste lijkt te passen. De bronnen waarmee de warmtenetten gevoed zullen gaan worden, zullen naar verwachting lokaal met name ingevuld worden met lage temperatuur warmtebronnen zoals omgevingswarmte (bv. aquathermie of lage temperatuur aardwarmte) naast biomassa als tijdelijke bron. Gevolg hiervan is dat de elektriciteitsvraag gaat stijgen in de regio, omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving naar verwachting overgaat op all-electric warmteoplossingen. Dit heeft dan ook consequenties voor de elektriciteitsnetten. Bovendien wordt de behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit groter.

Regionaal liggen er ook kansen voor biogas of groen gas. Er is een aanzienlijke – weliswaar nu nog theoretische – potentie om een deel van de gebouwde omgeving hiermee te verwarmen. Momenteel wordt er ook al biogas en groen gas geproduceerd in de regio bij de RWZI’s in Harderwijk en Elburg. Inzet hiervan ligt vooral voor de hand daar waar isoleren van het vastgoed niet of alleen tegen zeer hoge kosten mogelijk is zoals in de vestingen van Elburg en Hattem, in het omvangrijke buitengebied en in de industrie. In de toekomst wordt deze visie steeds verder aangescherpt en aangepast als er lokaal haalbaarheidsstudies worden uitgevoerd en uitvoeringsplannen worden opgesteld. Ook het inzicht met betrekking tot de bronnen gaat verder worden verdiept. Daarmee is het beeld dat geschetst wordt in deze RSW zeker geen statisch beeld. Het is een startpunt van waaruit iedereen aan de slag kan. Nieuwe inzichten worden verwerkt in toekomstige revisies van de RSW, lokale Transitievisies Warmte, en in (wijk)uitvoeringsplannen. Hoewel individuele all-electric warmteoplossingen veelal naar voren komen als meest kansrijk, betekent dit niet dat de gemeenten alles lokaal moeten oplossen. Er komen vanuit de lokale Transitievisies Warmte veel opgaven naar voren waar alle gemeenten voor staan, zoals de isolatieopgave, de financiering van de warmtetransitie en het bereiken van draagvlak.

Het is dan ook logisch om kennis te delen en op een aantal van die opgaven samen te werken wanneer dat toegevoegde waarde heeft voor de gemeenten. Suggesties voor onderwerpen om op samen te werken zijn, naast eerder genoemde thema’s:

• een regionale aanpak voor het isoleren van de gebouwde omgeving en voor individuele all-electric en hybride oplossingen;

• nader onderzoek naar de haalbaarheid van lage temperatuur aardwarmte; kansen voor aquathermie en de potentie van diepe geothermie voor lokale warmtenetten;

• het regionaal inzetten van het in de regio geproduceerde biogas en groen gas en het verhogen van de productie van biogas en groen gas;

• het in kaart brengen van de warmtevraag van industrie en landbouw; • het ontwikkelen van een aanpak voor het verduurzamen van bedrijven(terreinen), vakantieparken en defensieterreinen;

• een subsidieaanvraag proeftuin aardgasvrije wijken bij Ministerie van BZK; • kennisdeling op gebied van innovatie; • een gezamenlijke communicatiecampagne; • koppelkansen op gebied van klimaatadaptatie.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

24

Uitgangspunt voor samenwerking is dat alleen gemeenten die meerwaarde zien in samenwerken op een onderwerp dit zullen oppakken. Het is dus niet zo dat alle gemeenten op alle onderwerpen moeten gaan Hoofdstuk 9: Warmte

samenwerken. De regio wil deze samenwerking organiseren binnen de al bestaande organisatiestructuur van de Regionale Energie Strategie en de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie.

2.7 Doorkijk naar 2050 Met het bod van 0,53 TWh meent de regio een mooie bijdrage te kunnen leveren aan het halen van de nationale klimaatdoelen. De zoektocht naar kansrijke zoekgebieden voor windenergie en gebieden waar zonne-energie opgewekt kan worden is lastig. Als gevolg van natuurbeschermingsregelgeving is er weinig technische ruimte voor wind- en zonne-energie. Ook vanuit systeemefficiëntie is de regio uitdagend. Het elektriciteitsnet is dun en versteviging/uitbreiding leidt tot hoge maatschappelijke kosten. In deze RES worden gebieden genoemd waar onderzocht kan worden of, en zo ja hoe, windmolens zouden kunnen worden ontwikkeld. Vanwege de aanwezigheid van Natura2000-gebieden Veluwe en de Randmerenkust is het allerminst zeker dat, naast in de gebieden die in het reële deel van deze RES zijn genoemd, nog windmolens kunnen komen. De kans bestaat dat, wanneer wordt vastgehouden aan de huidig geldende natuurwetgeving en er geen mitigerende maatregelen genomen kunnen worden, geen extra windmolens kunnen worden gerealiseerd in de Noord-Veluwe. Het vervolgproces n.a.v. de bestuurlijke afspraken windenergie op en rondom de Veluwe kan dit perspectief wijzigen of concretiseren.

Dit leidt tot een dilemma dat vraagt om heldere keuzes: moet er ruimte worden gecreëerd binnen het natuurbeleid, zodat gemeenten en regio na 2030 meer kunnen bijdragen aan het halen van de nationale klimaatdoelen? Of accepteren we dat de regio Noord-Veluwe binnen haar mogelijkheden doet wat zij kan en dat daarmee de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

25

Hoofdstuk 3: Integraal gebiedsgericht werken De RES gaat primair over grootschalige elektriciteitsopwekking en regionale warmteverdeling. Die hebben altijd gevolgen voor de leefomgeving. Windturbines en zonnevelden zijn grote installaties die een plek moeten krijgen in ruimte waar mensen wonen, werken en recreëren.

3.1 Integrale benadering op de leefomgeving Noord-Veluwe Bij het opstellen van deze RES heeft de regio haar regionale kwaliteiten als vertrekpunt genomen. Mensen in de regio zijn trots op de omgeving waarin ze wonen, werken en recreëren. Daarom is de ambitie rond duurzame energieopwekking afgesproken op regionaal niveau. In de zoektocht naar mogelijkheden voor energieprojecten in de regio heeft de regio er bewust voor gekozen om te vertrekken vanuit een regionaal perspectief. Door gebieden centraal te stellen en gelijk over gemeentegrenzen heen te kijken is de identiteit van gebieden als uitgangspunt genomen. De regio heeft gekeken naar de belangen van mensen in die gebieden. Deze integrale benadering staat aan de basis van deze RES. Gedurende het hele proces hebben alle stakeholders, ambtenaren en bestuurders met een integrale blik gekeken naar de energietransitie. Duurzame energieopwekking is een belangrijke maatschappelijke opgave, maar niet de enige. Door integraal te kijken kon over sectoren en belangen heen gekeken worden. Daardoor ontstonden kansen om de beperkte ruimte meervoudig te gebruiken in plaats van enkelvoudig: de regio heeft gezocht naar koppelkansen.

Door de energietransitie te verbinden met andere maatschappelijke opgaven, zoals het versterken van de natuur en biodiversiteit, herstel van het landschap en cultureel erfgoed, de stikstofproblematiek en de landbouwtransitie, klimaatadaptatie (droogte) en recreatie. Het integraal afwegen van belangen vraagt om maatwerk en keuzes ten aanzien van het veranderende landschap. Dit integrale perspectief is toepasbaar op drie verschillende schaalniveaus: 1. Op regionale schaal, waar het gaat over de afweging om de zoekgebieden te bepalen, te midden van alle andere regionale opgaven; 2. Op gebiedsniveau, waar integrale ontwikkeling een plek krijgt in de gebiedsprocessen die zullen volgen na RES 1.0, soms aangedreven door energietransitie, soms door andere opgaven; 3. Op locatieniveau, waar het gaat om lokale inpassing en koppelkansen met de directe omgeving. De integrale bril is nieuw voor de RES, maar past naadloos in de geest van de Omgevingswet.

3.2 Samenwerking op verschillende schaalniveaus De RES, maar ook andere opgaven leggen een claim op de ruimte. Afstemming tussen de verschillende opgaven is nodig. Dit kunnen wij als regio niet alleen. In het ontwikkeltraject van RES 1.0 is verbinding gezocht met andere gemeenten, regio’s, uitvoeringsorganisaties, samenwerkingsverbanden en het Rijk. In GEA-verband werkte de regio Noord-Veluwe samen met de vijf andere Gelderse regio’s. Op bovenregionaal niveau werd afgestemd over proces en planning, over overkoepelende zaken zoals de verkenning op de participatievereisten en de wijze van verankering van de RES in het omgevingsinstrumentarium. Het ging ook over inhoudelijke zaken zoals het onderzoek ‘Windenergie op en rondom de Veluwe’ en over de ontwikkeling van zoeklocaties op de grensgebieden van de RES-regio’s, zoals het zoekgebied Hattemerbroek/N50. Ook met de regio’s West-Overijssel en Flevoland is de samenwerking gezocht rondom het onderzoek ‘Windenergie op en rondom de Veluwe’. Deze samenwerking blijft ook nodig na RES 1.0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10355108/1