Reactie aan Participatieraad n.a.v. advies over 5e wijziging Wmo verordening
Tekst van het document
Participatieraad Sociaal Domein
Uw brief van / uw kenmerk
uw mail van 17 oktober 2024
Zaaknummer: 1719132
Behandelend ambtenaar
A. Hagenbeek
Documentnummer: 1777109
Telefoonnummer
+31341359622
Afdeling
SL / BA
Onderwerp
Verordening Wmo 2018 (5e wijziging)
Beste leden van de Participatieraad,
Verzonden: 7 november 2024
Putten, 5 november 2024
Omdat wij de Gemeenteraad van Putten gaan voorstellen om onze Wmo verordening te wijzigen hebben wij uw Participatieraad om advies gevraagd. U heeft op 17 oktober 2024 via een e- mail advies uitgebracht. Hiervoor onze hartelijke dank. Verordening wordt gewijzigd en niet opnieuw vastgesteld Voordat wij ingaan op uw advies is het van belang dat wij dit vermelden. Wij hadden u een “nieuwe concept verordening” toegestuurd. Uit advies van onze juridische afdeling is gebleken dat de verordening gewijzigd kan worden omdat de landelijke wetgeving niet is gewijzigd. Dat betekent dat niet de gehele verordening opnieuw hoeft te worden vastgesteld maar alleen de wijzigingen. Inhoudelijk is er niets gewijzigd ten opzichte van de aan u gestuurde verordening. Alleen zijn de artikelnummers op onderdelen anders. Daarom staat bij het antwoord tussen haakjes het artikelnummer van de Wmo verordening met 5 e wijziging waar dit anders is. Dit is op 15 oktober 2024 ook zo met het Dagelijks bestuur van uw Participatieraad besproken. Onze reactie op uw advies -
5.5 Opmerking: Over het opgevraagde externe advies. Wordt dit advies overgenomen? A Volledig B. Gedeeltelijk. Waarom wordt van een extern advies afgeweken.? Antwoord: Een deskundigen advies wordt door ons alleen beoordeeld op zorgvuldigheid (zoals gesteld in artikel 3.9 van de Algemene Wet Bestuursrecht). En waar verder invulling aan is gegeven door middel van uitspraken van onder meer de Centrale Raad van Beroep. Voor de zorgvuldigheid wordt beoordeeld hoe het advies tot stand is gekomen. Daarbij wordt onder meer beoordeeld of het advies duidelijk en zorgvuldig gemotiveerd is, en
daarbij moet zijn aangegeven of zijn conclusie is gebaseerd op eigen onderzoek, of andere deskundigen zijn ingezet en zo ja, welke invloed dat had op zijn advies. Verder moeten de vragen die het college aan de adviseur heeft gesteld, beantwoord zijn in het advies. Voldoet het daar aan wordt dit advies overgenomen. Inhoudelijk beoordelen wij dit advies niet. -
5.6 Opmerking: Erg fijn dat er wordt gewerkt via de ICF. Hopelijk wordt voor de jeugdigen de ICF-CY ook gebruikt. Het toekomstperspectief van de client beoordeeld door een professioneel deskundige graag toevoegen. Vermelding van eventueel geraadpleegde deskundige. Eventueel verwijderen. Altijd vermelden! Antwoord: De door de gemeente gecontracteerde extern adviseur, adviseert waar nodig ook in zaken vanuit de Jeugdwet. De gecontracteerde aanbieder heeft altijd professioneel deskundigen die adviseren. In de contractering is dit vastgelegd. Het woord “eventueel” is opgenomen omdat niet in alle gevallen door de door ons gecontracteerde adviseur een externe deskundige geraadpleegd wordt. Er wordt alleen een externe deskundige geraadpleegd of een medisch dossier opgevraagd wanneer de situatie uit het gesprek en de aangeleverde informatie niet voldoende duidelijk is voor de externe adviseur. Gebeurt dit wel dan wordt dat door onze adviseur vermeld.
-
Art.6 (in de vijfde wijziging artikel 5b). Het ontstaan van overbelasting. Goed dat dit wordt meegenomen in art.6 betreffende eigen kracht. Echter… Om goed om te gaan met degene die mantelzorg biedt, en kosten te sparen is het beter om tijdig te signaleren dat er sprake is van een dreigende overbelasting. Des te eerder hier iets aan wordt gedaan des te korter is de periode van dreigende overbelasting en voorkomt dat er mantelzorgers zelf langdurig uitgeschakeld of ziek worden en er langdurig respijtzorg of definitieve opname in een zorgcentrum moet plaatsvinden. Antwoord: Het doel van dit artikel is inderdaad onder meer om dreigende overbelasting te voorkomen. Is hiervan sprake dan zal dit op dit onderdeel een andere beoordeling hebben van de eigen kracht dan wanneer er geen sprake is van dreigende overbelasting. De totale opsomming van de criteria in dit artikel zal gewogen worden bij de beoordeling in hoeverre een inwoner eigen kracht heeft.
-
Art.11. Als wijziging staat vermeld: Artikel 11 lid 1.
2 van 4
Antwoord: Hetzelfde wordt bedoeld. -
Vraag: Artikel 23.7 (in de vijfde wijziging artikel 18): 'Bij opname in een ziekenhuis of instelling mag de cliënt het pgb tot maximaal twee maanden na opname houden, ondanks de gewijzigde situatie. Het college heroverweegt na deze periode de maatwerkvoorziening.' Wij vragen ons hierbij af of er dan een aanvulling/wijziging in het dossier komt of dat de hele procedure/aanvraag dan opnieuw moet worden doorlopen/aangevraagd bij een niet veranderde zorgvraag. Antwoord: In een dergelijke situatie heroverweegt het college de voorziening. Dat betekent dat alle feiten en omstandigheden meegenomen zullen worden. Wordt de voorziening beëindigd dan zal het afhangen van de duur en lengte en omstandigheden of en hoe we de voorziening nadien gaan voortzetten. In ieder geval zullen we onderzoeken of de zorgvraag hetzelfde is en/of welke wijzigingen er zijn. En of deze van invloed zijn op de voorziening.
-
art.13. 5 (in de vijfde wijziging artikel 9 lid 5). Een scootmobiel wordt alleen dan verstrekt als er een brandveilige stallingsplek beschikbaar is. De beschikbaarheid van de stallingsplek wordt actief getoetst. Met deze nieuwe wet hoort de Participatieraad graag wat hierin het beleid zal worden onder meer in het kader van het doel dat iedereen zich kan verplaatsen en meedoen. Antwoord: Het is een nieuwe wettelijke regeling. De landelijke regeling is vastgesteld vanwege brandveiligheid en daar hebben we ons aan te houden. We zullen uiteraard alles in het werk stellen om inwoners te laten blijven meedoen naar vermogen. Een woningeigenaar is verantwoordelijk voor een goede en veilige stallingsmogelijkheid. En we verwachten dat dit in de meeste gevallen ook lukt. Denk aan ruimte in een schuur of onder een overkapping enz. Als dat niet het geval is zal moeten worden gekeken naar alternatieven. Waarbij ons doel blijft dat inwoners kunnen blijven meedoen in de samenleving. Overigens is deze wetswijziging besproken met de Woningstichting en zij hebben toegezegd zich te zullen inspannen om dit te realiseren waar dat van toepassing is.
-
Bijlage 3: Van 18-23 jaar: Hierbij vragen we ons af hoe men bedenkt dat er geen verschil is qua grootte van het huishouden. Op het gebied van koken en boodschappen kunnen we ons hier nog enigszins een voorstelling bij maken, maar zorg voor de was is toch een ander aspect. Als dit als richtlijn wordt opgenomen, zou er onzes inziens kritisch moeten worden gekeken en meer inzichtelijk worden gemaakt hoe deze richtlijn tot stand is gekomen en werkbaar is. Ook komt dit niet overeen met de richtlijn van het CIZ. Daar wordt voor was verzorging aangegeven dat er meer tijd wordt geïndiceerd bij was voor meer personen en ook bij (specifieke) belemmeringen. 3 van 4
Antwoord: De normering Hulp bij het huishouden is gebaseerd op het Normenkader van HHM dat een aantal jaren geleden heeft opgesteld samen met KPMG. En waarbij destijds cliëntenorganisaties en zorgaanbieders betrokken waren. Reeds vanaf ongeveer halverwege 2019 hanteert de gemeente Putten net als de meeste gemeenten in Nederland dit kader (zie ook de beleidsregels sociaal domein vanaf 2020 waar deze in is opgenomen). Dit omdat het “oude CIZ” normenkader niet meer voldeed vanwege allerlei nieuwe ontwikkelingen in de jaren na het opstellen van het CIZ kader. Het HHM normenkader is meermaals getoetst bij hoger beroepszaken door de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Waarbij onder meer gekeken is naar de (wetenschappelijke) onderbouwing van de normen. En dat is door de CRvB als voldoende beoordeeld. Behalve voor het onderdeel wasverzorging. De CRvB moet nog een uitspraak doen over de vraag of de norm voor wasverzorging gebaseerd is op voldoende empirisch onderzoek. Omdat de wasverzorging nu nog niet als voldoende onderbouwd is bestempeld door de CRvB hanteren we voor dit onderdeel nog de CIZ systematiek. De verwachting is dat daar binnen een aantal maanden hierover duidelijkheid ontstaat.
Als de CRvB het gebruik van het HHM normenkader voor wasverzorging een goede onderbouwing vindt voor het aantal minuten hulp zullen wij de raad voorstellen om het onderdeel wasverzorging niet meer volgens de CIZ normatiek maar volgens het HHM normenkader vast te stellen. Zodat we een basisnormenkader hebben, net als vrijwel alle gemeenten in Nederland. Zoals bij het begin van het antwoord al vermeld hanteren we dit normenkader al een aantal jaren. En hadden we die altijd bij de Beleidsregels sociaal domein opgenomen. Nu de CRvB in een aantal recente uitspraken heeft aangegeven dat onder meer beoordeling van eigen kracht geregeld moet worden in de verordening, nemen we dit normenkader hierbij mee. Tenslotte vermelden we dat het normenkader een algemeen kader is die in de regel bij veel situaties kan worden toegepast. Echter, zal altijd de afweging moeten worden gemaakt of de individuele situatie leidt tot afwijking van dit kader. Heeft u nog vragen? Kunt u contact opnemen met de heer A. Hagenbeek van de afdeling Samenleving via ahagenbeek@putten.nl of 0341 359622. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Putten,
mr. F.E. Contant,
H. A. Lambooij,
secretaris
burgemeester
4 van 4