Raadsvoorstel Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023
Tekst van het document
Zaaknummer
:
1515026
Documentnummer
:
1515045
Datum B&W vergadering
:
17 januari 2023
Raadsvoorstel Onderwerp: Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 Beslispunten 1. De verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 vast te stellen. Inleiding Lokale overheden kunnen kwijtschelding verlenen als de belastingschuldige onvoldoende vermogen en/of betalingscapaciteit heeft om de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. De wettelijke bepalingen hiervoor zijn gegeven in de Gemeentewet (Gw) en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW). Daarnaast zijn de nadere regels vanuit de Leidraad Invordering 2008 van toepassing. Binnen deze regelgeving is er ruimte om een zestal beleidskeuzes te maken die ertoe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Beoogd effect Een ruimer kwijtscheldingsbeleid dat onder andere bijdraagt aan het bestrijden van armoede. Argumenten 1.1 Ruimere kwijtschelding De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwijtschelding van lokale belastingen. Met het kwijtscheldingsbeleid geeft de lokale overheid blijk oog te hebben voor burgers die de lokale belastingen niet of niet volledig kunnen betalen. In de context van de armoedebestrijding vindt het kabinet dit een stevige bouwsteen. De lokale overheid draagt dus bij aan het bestrijden van armoede, hoewel zij als functionele overheid daarvoor geen primaire taak heeft.
1.2 Uitgesloten van kwijtschelding (artikel 1) Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. De wet zegt namelijk dat gehele of gedeeltelijke kwijtschelding kan worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag niet of slechts een deel daarvan kan betalen. De raad heeft in haar belastingverordeningen bepaalt of en zo ja, van welke belasting(en) kwijtschelding wordt verleend. Artikel 1 is dan ook een opsomming van de belastingen waarvoor geen kwijtschelding mogelijk is.
1.3 Beperkte kwijtschelding (artikel 2) De Uitvoeringsregeling stelt onder andere regels over de vaststelling van het vermogen, de uitgaven en het netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige, de wijze waarop kwijtschelding wordt verleend en de omstandigheden die aan het verlenen van kwijtschelding in de weg kunnen staan. De mogelijkheden voor een strakker kwijtscheldingsbeleid zijn beperkt. Bij de berekeningsgrondslag is de rijksregeling uniform voorgeschreven. Afwijkingen waarbij vermogensbestanddelen, inkomsten of uitgaven niet of maar beperkt worden meegenomen in de vermogens- of inkomenstoets, zijn niet toegestaan. De invorderingskosten zijn uitgesloten van kwijtschelding. 1.4 Berekeningswijze kosten van bestaan (artikel 3) Eerste lid De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet hebben gemeenten echter de mogelijkheid om dit percentage hoger vast te stellen tot een maximum van 100%. Hierdoor zullen belastingplichtigen met een bijstandsuitkering eerder voor een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komen. Deze verruiming draagt bij aan de armoedebestrijding.
Tweede lid Voor pensioengerechtigden bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet kan de raad bepalen dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen in aanmerking wordt genomen. Het tweede lid voorziet daarin. Hierbij geldt hetzelfde percentage als in het eerste lid. Deze maatregel voorkomt dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. 1.5 Netto kosten kinderopvang (artikel 4) Eigen bijdrage kinderopvang Gemeenten mogen bij het verlenen van kwijtschelding rekening houden met de kosten van kinderopvang. Een belastingschuldige kan kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verliezen als hij of zij gaat werken vanuit de bijstand; het netto-inkomen wordt dan immers te hoog. Dat lijkt terecht, maar tegelijkertijd neemt het besteedbaar inkomen niet of nauwelijks toe, vanwege de kosten van kinderopvang. Dit ongewenste effect is te voorkomen door bij het verlenen van bijzondere bijstand en kwijtschelding ook rekening te houden met een deel van de kosten van kinderopvang. Op grond van artikel 28, derde lid, van de Uitvoeringsregeling kan de gemeente - als de raad daartoe besluit - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding rekening houden met de netto-kosten van kinderopvang.
De netto-kosten worden dan aangemerkt als uitgaven als bedoeld in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling. Netto-kosten Het gaat om de kosten die huishoudens voor kinderopvang moeten maken, na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag. Als het huishouden een tegemoetkoming in de te betalen kosten van kinderopvang van de gemeente dan wel van het Uitvoeringsinstituut 2 van 4
werknemersverzekeringen (UWV) ontvangt, gaat het om de kosten van kinderopvang na aftrek van deze tegemoetkomingen. Voor de berekening van de kosten van kinderopvang mag maximaal worden gerekend met de maximum-uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang. De maximale uurprijzen worden jaarlijks geïndexeerd. 1.6 Extra toegestane financiële middelen (artikel 5) In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling is geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend. In de praktijk is deze vrijstelling veel te laag. Een buffer opbouwen om een eventuele tegenslag op te vangen, zoals een kapotte wasmachine of een hoge energierekening wordt afgestraft. Om aan dit probleem tegemoet te komen kan de raad, in afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling, besluiten dat het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag wordt vastgesteld. De maximale verhoging is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige: •
voor echtgenoten bedraagt de maximale verhoging € 2.000,
•
voor een alleenstaande bedraagt de verhoging 75 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen, en
•
voor een alleenstaande ouder bedraagt de verhoging 90 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het totale bedrag aan financiële middelen te verhogen, geldt die verhoging voor alle belastingschuldigen met dien verstande dat de verhoging per leefsituatie verschilt. 1.7 Kwijtschelding aan ondernemers (artikel 6) Privé belastingschulden Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. In de praktijk gaat het om rioolheffing en afvalstoffenheffing. De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. Dat wil zeggen dat van dezelfde betalingscapaciteit en van hetzelfde vermogen wordt uitgegaan. Op het moment dat een ondernemer om kwijtschelding verzoekt, is het netto besteedbare inkomen doorgaans nog niet in te schatten. De gemeente zou dit kunnen oplossen door de belanghebbende van wie zij vermoedt dat hij voor kwijtschelding in aanmerking komt, te vragen te zijner tijd een inkomensverklaring van de Belastingdienst over de betrokken periode te overleggen aan de hand waarvan dan definitief op het kwijtscheldingsverzoek kan worden beslist. In de tijd die ligt tussen indiening en beslissing kan de gemeente uitstel van betaling verlenen.
In de praktijk kan er ruime tijd zijn gelegen tussen het moment waarop een ondernemer om kwijtschelding verzoekt en het moment waarop het netto besteedbare is in te schatten. 3 van 4
Belastingschuldigen die hun onderneming in een rechtspersoon (B.V. of N.V.) hebben ondergebracht, zijn in loondienst van hun onderneming. Zij oefenen dus geen bedrijf of zelfstandig beroep uit. Als de vermogens- en inkomenstoets dat toelaten, kunnen ook deze belastingschuldigen als natuurlijk persoon/niet-ondernemer in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Zakelijke belastingschulden Voor zakelijke belastingschulden komen ondernemers uitsluitend voor kwijtschelding in aanmerking als de kwijtschelding wordt verleend in het kader van een crediteuren akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. Deze omstandigheid zal zich over het algemeen alleen voordoen bij een schuldsanering in het kader van uitstel van betaling bij een (naderend) faillissement. Daarom kan als hoofdregel gelden dat ondernemers voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort. Uitvoering Op basis van wetgeving en de vastgestelde beleidskeuzes worden de kwijtscheldingsaanvragen beoordeeld. Financiële gevolgen Voor het huidige kwijtscheldingsbeleid is een budget geraamd in onze begroting 2023 van € 60.000.
Rekening houdende met deze verruiming van het kwijtscheldingsbeleid tegen de achtergrond van de energiecrisis en de oplopende inflatie voor huishoudens gaan wij in de 4-maandsrapprtagen 2023 voorstellen het budget voor kwijtschelding te verruimen met € 20.000 tot een totaal-budget van € 80.000. Bijlagen 1. Raadbesluit Commissiebehandeling De commissievergadering is terug te luisteren op https://putten.raadsinformatie.nl/.
Burgemeester en wethouders van Putten, de secretaris
de burgemeester
mr. F.E. Contant
H. A. Lambooij
Portefeuillehouder
Wethouder E. 't Jong
Afdeling
Dienstverlening Bedrijfsondersteuning
Behandelend ambtenaar
W. Besselsen-Pluim / J. Ligtermoet
Telefoonnummer
+31341359748
4 van 4