Raadsvoorstel RES 1.0
Tekst van het document
Zaaknummer
:
1290585
Documentnummer
:
1290672
Datum B&W vergadering
:
18 mei 2021
Onderwerp: RES 1.0
Beslispunten (Voorstel): De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Regio Noord-Veluwe inclusief de Regionale Structuur Warmte (RSW) vast te stellen.
Aan de raad, De Regionale Energiestrategie (RES) is een regionaal samenwerkingsverband tussen provincie, gemeenten en waterschappen. In de RES staat hoe regionaal invulling gegeven kan worden aan de opgave uit het Klimaatakkoord met betrekking tot de opwekking van zonne- en windenergie. Daarnaast wordt in de Regionale Structuur Warmte (onderdeel van de RES) het bovengemeentelijk aanbod warmte in relatie tot vraag naar warmte beschreven. De RES richt zich op 2030 met een doorkijk naar 2050. De afspraken in het Klimaatakkoord vormen daarvoor de basis. Op basis van de startnotitie is gewerkt aan een concept RES die door de verschillende deelnemende gemeenten, het waterschap en de provincie is vastgesteld in de zomer van 2020. Daarin waren drie varianten opgenomen. Met de kennis van het regionale participatieproces, de berekeningen van Liander aangaande systeemefficiency en de terugkoppeling van het Planbureau voor de Leefomgeving is gewerkt aan de "Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal de RES 1.0". Alle betrokken raden en besturen hebben een reactie gegeven op deze inhoudelijke richting. Dat heeft geleid tot de RES 1.0 zoals die nu voor ligt.
In de RES 1.0 doet de regio een bod waaruit blijkt hoe de deelnemende partijen uit de RES Regio Noord-Veluwe gezamenlijk tot keuzes zijn gekomen over het op grote schaal opwekken van duurzame elektriciteit en de regionale verdeling van warmte. Via deze weg wordt u de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Regio Noord-Veluwe inclusief de Regionale Structuur Warmte aangeboden ter vaststelling.
Beoogd effect Met de RES 1.0 leveren we een waardevolle bijdrage aan de doelstelling van de regio om in 2050 energieneutraal te zijn. In de startnotitie is de volgende doelstelling aangegeven: We STREVEN naar 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en we COMMITTEREN ons aan realistische bod dat tot stand komt via zorgvuldig proces met de regionale stakeholders. Met het bod RES 1.0 geven we tevens een doorkijk naar de verdere opgaven en ontwikkelingen op weg naar RES 2.0. Korte schets doorlopen proces om te komen tot de RES 1.0 Brede participatie bij de start op regionaal en themaniveau Voorafgaand aan het opstellen van de drie varianten, beschreven in de concept RES, is een proces doorlopen met een brede delegatie van actief betrokken stakeholders (meer dan 450 mensen die afgevaardigde waren van een organisatie), gemeenten en provincie. In meerdere ateliers is op themaniveau en regionaal niveau gewerkt aan het zoeken naar kansrijke zoekgebieden en locaties, hun voorwaarden en mogelijke meekoppelkansen. Op themaniveau is het gesprek gevoerd over de mogelijkheden van grootschalige opwek op bedrijventerreinen, infrastructuur, agrarische gebieden, bos/heide, defensie, landgoederen en grote daken in de hele regio. Op regionaal niveau is vervolgens met de stakeholders gewerkt aan een regionale lijn en samenhang in alle mogelijkheden vanuit de thema’s.
De omvang van de grootschalige opwek vraagt om een onderbouwing over de wijze waarop deze zich verhoudt tot ruimtelijke kwaliteit, meekoppelkansen, belemmeringen, maatschappelijk/bestuurlijk draagvlak/acceptatie en systeemefficientie. Richtinggevende onderwerpen bij het komen tot drie varianten Ten eerste is vanuit landschap en de omgevingskwaliteit onderzocht ‘wat het landschap kan dragen’ en welke waarden stakeholders er aan toekennen. Dat is voor ieder landschapstype verschillend, al naar gelang de kenmerken en samenhang. Wanneer is er een ‘te veel’ in dichtheid en maat? En wanneer is de kwaliteit en landschapsstructuur dermate, dat de energieopwekking een deel van het type landschap kan worden? Clustering van energie-opwek én koppeling aan infrastructuur, bedrijvigheid en gebouwen of erven wordt over het algemeen als belangrijk gezien bij de locatiekeuze van opwek in het landschap. Ten tweede zijn ook wettelijke afstanden vanuit veiligheid en hinder en ruimtelijk beleid rondom Natura2000 en GNN een richtinggevend aspect geweest. Zo zijn bijvoorbeeld geluidsnormen, veiligheidsafstanden, beschermde natuurgebieden en laagvliegroutes op kaart gezet. Dit beleid en de wettelijke afstanden zijn richtinggevend, maar met die aantekening, dat ze richting de toekomst aan verandering onderhevig kunnen zijn.
Een aanleiding voor verandering kan binnen de regio gevonden worden, maar ook op provinciaal, landelijk en zelfs Europees niveau. Zo zijn op dit moment de bosrijke gebieden voor wat betreft wind vermeden, dit vanwege de Natura2000 status en omdat het niet haalbaar is om voor 2030 in dit gebied windenergie te realiseren. Een belemmerende woning kan met de status molenaarswoning ineens ruimte opleveren voor een of twee extra turbines en nabij gasleidingen kan met extra veiligheidseisen toch realisatie van duurzame opwek mogelijk zijn. Met name voor windenergie zijn de huidige belemmeringen sturend geweest.
2 van 7
Ten derde is de techniek en energieinfrastructuur onderdeel van het onderzoek geweest. Efficiëntie en benodigde investeringen zijn reden om een gebied als kansrijk of minder kansrijk te beoordelen. Zo kwam bij verschillende ateliers al naar voren dat clusteren van windenergie, en niet verspreid over de regio, de voorkeur verdient. En dat een goede balans tussen wind en zon nastrevenswaardig is met het oog op het beperken van maatschappelijke kosten. Ook het clusteren van wind en zon op één locatie leidt tot het combineren van opwek op één kabel zodat er maar één gezamenlijke stekker nodig is. Aangezien het aantal ‘stekkers’ beperkt is, helpt dit om meer ontwikkelingen aan te kunnen sluiten. Dit is wenselijk vanuit ruimtelijke kwaliteit (voorkomen van verrommeling) en gunstig voor de netefficiëntie. Keuzes met betrokken stakeholders om te komen tot drie varianten Bij het komen tot de drie varianten van de concept-RES, zijn vanuit de bovenstaande combinatie oplossingsrichtingen zoals wind langs de Drontermeerkust, solitaire dorpsmolens in de regio en grootschalige zonnevelden in de open poldergebieden afgevallen als reële opties. Tijdens ateliers is met de betrokken stakeholders gezocht naar locaties in samenhang met eerder genoemde richtinggevende onderwerpen. Ook de meer complexe of gevoelige gebieden zijn daarbij niet uit de weg gegaan.
De betrokkenheid van stakeholders was groot. Vanuit de stakeholders is ook een goede inhoudelijke argumentatie verkregen en verfijning gemaakt in de keuze voor zoekgebieden en bouwstenen. Alles om met elkaar de overtuiging te hebben dat alles is onderzocht en op juiste wijze is onderbouwd. Van drie varianten naar één regionaal verhaal Gedurende de afgelopen maanden is vanuit verschillende informatiebronnen input gekomen op die drie varianten. Al die input is verzameld en samengevat en gewogen. Het gaat om input uit:
Digitale stakeholderenquête;
Burgerconsultatieronde in de vorm van een fysieke enquête, een digitale participatietool en (telefonische) gesprekken met inwoners;
Moties, amendementen en raadsbesluiten;
Aandachtspunten van de provincie Gelderland;
Tussentijdse analyse PBL;
Impactanalyse en handreiking systeemefficiëntie van Liander;
Pilot RES/MER door Berenschot;
Onderzoek naar windenergie (en de Wespendief) op en rondom de Veluwe;
Reacties maatschappelijke partijen.
Sinds het indienen van de concept-RES zijn we, dankzij alle input uit bovenstaande informatiebronnen, een stap verder in het beoordelen van de onderdelen van de conceptRES op ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, kwantiteit en systeemefficiëntie. Alle input hebben we per zoekgebied en bouwsteen samengevat en verwerkt in conclusies en een zogenaamde redeneerlijn. Dit alles samen vormt de inhoudelijke onderbouwing van het voorstel voor één regionaal verhaal. Het doel is om hiermee een belangrijk onderdeel van de RES 1.0 op papier te hebben staan en zo toe te werken naar een goed onderbouwd en haalbaar bod.
3 van 7
Van het regionale verhaal naar de RES 1.0 Het college van B&W heeft op 16 februari ingestemd met ‘de inhoudelijke richting voor de RES Noord-Veluwe’. Deze inhoudelijke richting is ook lokaal besproken in de raadscommissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte van 30 maart 2021 en regionaal tijdens het regionale raadsatelier en in andere gemeenteraden. De reacties van de Puttens fracties op de inhoudelijke richting voor de RES 1.0 zijn als een schriftelijke reactie gebundeld en op 31 maart verzonden naar de RES werkorganisatie. De RES werkorganisatie heeft de reacties van de raden op de inhoudelijk richting verwerkt tot de definitieve RES 1.0. In de notitie reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur op document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0’ is uitgewerkt op welke wijze de reacties zijn verwerkt in de definitieve RES 1.0. De stuurgroep RES heeft vervolgens op 21 april 2021 de RES 1.0 en de RSW 1.0 vastgesteld en daarmee beide stukken vrijgegeven voor besluitvorming in colleges en raden. Nu de RES 1.0 en de RSW 1.0 inhoudelijk gereed zijn en door de stuurgroep zijn vastgesteld is nu het moment om deze ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad.
Argumenten 1.1 RES geeft duidelijkheid over hoe de regio aankijkt tegen duurzame energieopwekking De RES 1.0 geeft duidelijkheid welke uitgangspunten en spelregels we in de regio hanteren om tot een duurzame energieopwekking te komen. 2.1 De reactie van de Puttense gemeenteraad is meegenomen in de RES 1.0 Zoals blijkt uit de notitie reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur op document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0’ is de reactie vanuit de Puttense gemeenteraad meegenomen in de RES 1.0. Ten opzichte van de inhoudelijke richting hebben in de RES 1.0 de volgende onderwerpen een betere plek gekregen: -
Naar aanleiding van de vraag waarom alleen naar zon en wind is gekeken is gesteld dat dit een uitgangspunt is geweest in de startnotitie. In het RES-traject richting 2.0 en verder kunnen door technologische ontwikkelingen nieuwe/alternatieve technieken beschikbaar komen. In de volgende versies van de RES is er ruimte om die technieken dan op te nemen.
-
Naar aanleiding van motie (‘Realiteit in de RES’): In de RES 1.0 is het principe van de dorpsmolens niet opgenomen. Dorpsmolens zijn vervallen.
-
Naar aanleiding van de motie (‘Opwekken zonne-energie met beleid’) is in de RES 1.0 de Gelderse Zonneladder opgenomen als uitgangspunt voor verdere uitwerking van de zoekgebieden. Dit betekent dat de voorkeur uitgaat naar zon op dak. Zon op land kan wel, maar heeft niet de voorkeur. Wanneer zon op land wordt ontwikkeld, dan altijd via zorgvuldige participatie en ruimtelijk ingepast.
-
Zon op Dak heeft zoals ook uit het voorgaande blijkt nadrukkelijk meer aandacht gekregen in de RES 1.0. In de RES 1.0 wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 30% van de grote dakoppervlakken benut kan worden voor zonnepanelen. Dit percentage kan de indruk wekken dat dit laag is, maar gezien de vele belemmeringen die bestaan bij het benutten van grote daken is dit percentage wel reëel. Binnen de huidige wet en regelgeving is het al een flinke klus om 30% te halen. Richting RES 2.0 en verder, wordt gekeken of meer van de potentie
4 van 7
benut zou kunnen worden (nieuwe technieken kunnen daarbij mogelijkerwijs helpen). -
In de RES 1.0 is, conform de Gelderse zonneladder, de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven opgenomen. Deze bouwsteen is dus niet meer dezelfde als de bouwsteen zon gekoppeld met landbouwtransitie zoals die in de conceptRES bestond. Deze bouwsteen zon i.c.m. gebiedsopgaven vraagt om gebiedsgerichte uitwerking (samenhang) en maatwerk (zorgvuldigheid). In de regio zijn situaties waarbij deze bouwsteen een bijdrage kan leveren aan het oplossen van maatschappelijke opgaven.
-
Naar aanleiding van de Puttense motie (‘Positieve energie’): in de RSW 1.0 is de potentie van alle mogelijke warmtebronnen in beeld gebracht. Dat is de opdracht vanuit het Klimaatakkoord. Naast de potentie van biomassa, is dus ook de potentie van restwarmte, geothermie, bodemenergie, biogas, groen gas, en WKO in beeld gebracht. Voor biomassa en biogas is in deze inventarisatie uitgegaan van de lokale beschikbaarheid van reststromen. Het gaat daarbij dus om wat de regionale potentie is van binnen de regio aanwezige warmtebronnen. Dat wil nog niet zeggen dat deze bronnen ook daadwerkelijk ingezet gaan worden. Dat is een lokale afweging die inmiddels ook in de lokale transitievisie warmte is verankerd.
-
De kaarten en ambities voor Putten zijn waar nodig aangescherpt en bijgewerkt. De zonprojecten Diermen, Cleenhorsterweg, Keizerswoert in Putten zijn in totaal ongeveer 20 hectare. Deze zijn opgenomen in het ambitiedeel van de RES. Het plangebied voor de windmolens is kleiner dan het zoekgebied Nuldernauwkust, dat klopt. Een zoekgebied is namelijk globaler dan een concrete projectlocatie. Het klopt ook dat het zonnepark Diermen niet op de kaart staat. Dat is immers ook een specifieke projectlocatie.
3.1 De RES 1.0 dient uiterlijk begin juli 2021 te zijn ingediend bij het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en het Planbureau Leefomgeving (PBL). Om de RES 1.0 tijdig in te kunnen dienen bij het NPRES en PBL dienen de volksvertegenwoordigers (raden, staten en AB leden) uiterlijk 8 juli 2021 een besluit te nemen over de RES 1.0. Dit besluit zal aan de werkgroep worden teruggekoppeld inclusief de reacties op de RES 1.0. Verwerking van de reacties op de RES 1.0 wordt meegenomen in het traject naar uitwerking RES 2.0. Enkele gemeenten in de Regio Noord-Veluwe besluiten in de eerste week van juli 2021 over RES 1.0. De regionale werkgroep RES zal daarom uiterlijk 9 juli het bod aanbieden aan het NPRES en het PBL. 4.1 De reacties op het bod RES 1.0 worden verwerkt in een oplegnotitie. De werkgroep verzamelt alle reacties/wensen/bedenkingen op het bod RES 1.0 in een oplegnotitie. Deze zal samen met het bod RES 1.0 worden ingediend bij het NPRES en PBL. De inhoud zal worden betrokken bij het verdere proces op weg naar RES 2.0. Kanttekeningen 1.1 Ook wanneer raden/staten/AB niet instemmen met de RES 1.0 zal deze worden ingediend bij het NPRES en PBL.
5 van 7
Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal proces. In de startnotitie, zoals door alle volksvertegenwoordigers is vastgesteld, zijn afspraken vastgelegd over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren. Voor het besluitvormingstraject is hierin opgenomen dat we consensus als uitgangspunt hanteren. Wanneer een overheidspartner zich echter niet kan scharen achter het bod RES 1.0 zal hiervan - bij het aanbieden van de RES 1.0 aan het NPRES en PBL - aantekening worden gemaakt onder opgave van redenen. 2.1 Amendementen van de raad hebben alleen betrekking op eigen gemeente. Besluiten van de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) hebben betrekking op hun eigen organisatie. Als het bod RES 1.0 wordt geamendeerd, dan geldt dit besluit dus alleen voor deze partij. Ook hiervan wordt een aantekening gemaakt bij het indienen van het bod RES 1.0. Planning Uiterlijk 8 juli 2021 dienen de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) een besluit te nemen over het bod RES 1.0. De werkgroep zal van dit besluit en de reacties op het bod RES 1.0 op de hoogte worden gesteld. Het bod RES 1.0 zal uiterlijk 9 juli 2021 bij het NPRES en PBL worden ingediend, tezamen met alle ontvangen reacties. Uitvoering Het proces van de regionale energiestrategie houdt met de vaststelling van de RES 1.0 op 8 juli 2021 niet op.
De RES wordt namelijk iedere twee jaar herijkt. Het eerstvolgende formele rapportagemoment is voorzien in 2023 met RES 2.0. Daarom is het belangrijk dat de RES samenwerking na 1 juli wordt voortgezet. Samen willen we de volgende stappen gaan zetten op weg naar de uitwerking van het RES bod 2.0, 3.0 en verder. De voorbereiding van de realisatie van de opgave binnen de regio zal in het proces RES 2.0 verder worden uitgewerkt. De regio stuurt daarbij op het vergunnen van de initiatieven die tezamen het bod realiseren voor 31 december 2025. Voor de uitwerking richting RES 2.0 zal het lokale accent waarschijnlijk liggen op het gesprek met de omgeving en het verder uitwerken van de ruimtelijke afspraken en de borging daarvan in de lokale omgevingsvisie. Financiële gevolgen Het Rijk heeft aan alle regio’s een decentralisatie-uitkering toegekend om te komen tot een RES 1.0. De gemeente Oldebroek heeft deze middelen ontvangen, aangezien zij opdrachtgever en kasbeheerder is voor het RES-proces. Uit deze middelen worden de uren en middelen gedekt. Tot het moment van vaststelling RES 1.0 zijn er geen financiële gevolgen. Voor het traject naar RES 2.0 dienen opnieuw financiële afspraken te worden gemaakt. De verwachting is dat deze in de lijn liggen van de benodigde middelen voor de RES 1.0.
De financieringsafspraken voor RES 2.0 zullen verlopen via de stuurgroep RES Regio Noord-Veluwe en via het Regionaal Ambtelijk Overleg Duurzaamheid.
6 van 7
Communicatie De RES 1.0 en RSW 1.0 is openbaar en wordt gepubliceerd via de website www.energiestrategienv.nl. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief RES 1.0 Noord-Veluwe; 2. RES 1.0 Noord-Veluwe; 3. RSW 1.0 Noord-Veluwe; 4. Notitie reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur op document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0’; 5. Netimpactanalyse RES 1.0 door Liander; 6. Storymap, de online omgeving met de informatie uit de samenvatting, kaartmateriaal, verdiepende informatie en de oplegnotitie. Zie link: https://bit.ly/2QLsn9M. De storymap is een levend document. Commissiebehandeling De commissievergadering is terug te luisteren op https://putten.raadsinformatie.nl/.
Burgemeester en wethouders van Putten, de secretaris
de burgemeester
mr. F.E. Contant
H. A. Lambooij
Portefeuillehouder
B. Koops
Afdeling
Ruimte Beleid en Advies
Behandelend ambtenaar
H.S. Schreuder
Telefoonnummer
7453
7 van 7