Raadsvoorstel - het delegeren van de bevoegdheid om het Omgevingsplan te wijzigen
Tekst van het document
Zaaknummer
:
1357547
Documentnummer
:
1357863
Datum B&W vergadering
:
7 december 2021
Raadsvoorstel Onderwerp: Delegatiebesluit voor wijzigen Omgevingsplan Beslispunten 1. het college van b&w de bevoegdheid te geven om, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, het Omgevingsplan te wijzigen, met dien verstande dat dit alleen wijzigingen betreft die voorheen waren vastgelegd in binnenplanse wijzigingsbevoegdheden of uit te werken bestemmingen in de door gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplannen. Inleiding Volgens de nieuwe Omgevingswet heeft alleen de gemeenteraad de bevoegdheid om het gemeentelijk Omgevingsplan vast te stellen en te wijzigen. De gemeenteraad heeft echter de mogelijkheid om deze bevoegdheid te delegeren aan het college van b&w. In dit voorstel willen wij u informeren over de mogelijkheden die hiervoor zijn en voorstellen om de delegatie vooralsnog te beperken tot de ruimte die u het college onder de huidige Wro ook al biedt. Hoe is het nu geregeld? Gemeenteraad stelt bestemmingsplannen vast Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening stelt de gemeente voor haar grondgebied één of meerdere bestemmingsplannen vast. In het bestemmingsplan staan regels hoe de gronden mogen worden gebruikt en wat er mag worden gebouwd. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast.
Bevoegdheid wijzigen bestemmingsplan is alleen aan de orde wanneer dat in het bestemmingsplan zelf is opgenomen (binnenplanse wijzigingsplan of uitwerkingsplan) Vaak bevat een bestemmingsplannen binnen gemeente Putten een wijzigingsbevoegdheid. Hierin geeft uw gemeenteraad aan onder welke voorwaarden het college van b&w de bestemming zelfstandig mag wijzigen. Vaak gaat het om kleinschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen die op basis van sectoraal vastgesteld beleid zijn ingekaderd (denk aan functieveranderingsbeleid). Het voordeel van zo'n wijzigingsbevoegdheid is dat voor de initiatiefnemer de procedure enkele maanden korter is, en de kosten lager.
Hoe is het geregeld onder de Omgevingswet? Gemeenteraad stelt Omgevingsplan vast Wanneer de Omgevingswet in werking treedt vormen de huidige bestemmingsplannen gezamenlijk het Omgevingsplan. Dit is het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het tijdelijk deel kan nog tot 2029 worden gebruikt. In de tussentijd hebben gemeenten de gelegenheid om het tijdelijk deel van het Omgevingsplan te vervangen door een Omgevingsplan 'nieuwe stijl'. Dit mag ineens of in kleine stapjes. Op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet is de gemeenteraad bevoegd om het Omgevingsplan vast te stellen en te wijzigen, ongeacht of het om kleine technische wijzing gaat of om gebieds- of thema-gerichte wijziging. In die zin is er dus eigenlijk niets nieuws onder de zon. De bevoegdheid blijft daar waar het nu ook is! Omgevingswet heeft geen overgangsregeling voor 'binnenplanse' wijzigingsbevoegdheid Hoewel onze bestemmingsplannen automatisch overgaan naar het Omgevingsplan (tijdelijk deel) geldt dat niet voor de wijzigingsbevoegdheden die in een bestemmingsplan zijn opgenomen. Ook al heeft uw gemeenteraad al eerder in het bestemmingsplan expliciet aangegeven dat het college het plan mag wijzigen, dan moet een verzoek om het plan aan te passen toch eerst aan uw gemeenteraad worden voorgelegd.
Beoogd effect Zorgen dat het college ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruik kan blijven maken van de bevoegdheden die nu gelegen zijn in de bestaande wijzigingsbevoegdheden binnen de bestemmingsplannen en uit te werken bestemmingen. Op deze manier blijven de kleinere ruimtelijke ontwikkelingen met vaak ook minimale ruimtelijke impact met een eenvoudigere procedure te regelen. Argumenten 1.1 Het voorkomt onnodige procedures voor de gemeenteraad Jaarlijks handelt het college zo'n 5-10 wijzigingsplannen af. Dit betreft veelal kleinschalige ontwikkelingen die binnen de door u gestelde kaders plaatsvinden. De ruimtelijke impact van deze ontwikkelingen is vaak minimaal en het is daarom redelijk dat de bevoegdheid tot vaststelling van deze plannen bij het college ligt. Voortzetting van dit huidige regime geniet dan ook de voorkeur omdat het bestuurlijk apparaat anders 'onnodig' wordt belast met ruimtelijke plannen, waarvan de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan al heeft aangegeven onder welke voorwaarden zij akkoord zijn. Om deze onnodige belasting te voorkomen wordt voorgesteld dat het college haar huidige bevoegdheden behoud na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
1.2 De doorlooptijd voor kleine ontwikkelingen blijft voor de initiatiefnemer beperkt Voordeel bij het gebruik maken van wijzigingsbevoegdheden is dat de doorlooptijd van de procedure ongeveer 6 maanden bedraagt. Dit is voor de aanvrager prettig omdat hij snel duidelijkheid heeft of zijn initiatief wel/niet haalbaar is. Indien u geen delegatiebesluit
2 van 4
neemt betekent dit dat de 'snelle' procedure niet meer toegepast kan worden en elk initiatief, hoe klein deze ook is, via de gemeenteraad loopt. Kanttekeningen 1.1 Dit delegatiebesluit is niet in beton gegoten Zoals u heeft kunnen lezen is het noodzakelijk dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet geregeld is of het college wel/geen bevoegdheid heeft om het Omgevingsplan te wijzigen. Ons voorstel is om dit vooralsnog beleidsneutraal te doen zodat er geen groot verschil ontstaat direct na de invoering van de Omgevingswet. Het tijdperk na inwerkingtreding van de Omgevingswet is voor iedereen nieuw. Het zal in de beginfase dan ook verder aftasten worden of het delegatie verder afstemming nodig heeft. Is het wenselijk dat het college meer bevoegdheden krijgt of juist minder? Het is om deze reden dan ook goed denkbaar dat het voorliggende delegatiebesluit aangaande het Omgevingsplan in de komende jaren nog wordt gewijzigd. 1.2 Wijziging van het Omgevingsplan moet voldoen aan de nieuwe spelregels Voor elke wijziging in het Omgevingsplan geldt na inwerkingtreding dat deze voldoet aan de spelregels die in de wet zijn vastgelegd. Dit geldt voor de wijzigingen van het Omgevingsplan die de gemeenteraad doorvoert maar ook voor de wijzigingen die het college op basis van het delegatiebesluit mag doorvoeren.
Omdat deze spelregels nieuw zijn bestaat er het risico dat de verwachte snellere doorlooptijd voor de onderdelen waarover het college gaat niet wordt gehaald. Uitvoering Indien u het besluit neemt dan treedt deze pas in werking nadat ook de Omgevingswet inwerking is getreden. Voorlopig staat de datum hiervoor nog op 1 juli 2022. Voor die tijd kan het college nog gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheden zoals opgenomen in de bestemmingsplannen. Na inwerkingtreding kan ook nog een beroep worden gedaan op deze wijzigingsbevoegdheden of uit te werken bestemmingen maar dient wel voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden aan het Omgevingsplan. Financiële gevolgen Om te anticiperen op de komst van de Omgevingswet wordt nu al gekeken naar het actualiseren van de legesverordening voor het onderdeel 'wijzigen Omgevingsplan'. Met het actueel houden van de legesverordening kunnen straks ook de kosten voor het wijzigen van het Omgevingsplan bij de initiatiefnemer in rekening worden gebracht. Als gevolg van dit besluit is dan ook geen sprake van directe financiële gevolgen voor de gemeente. Bijlagen Raadsbesluit (1357897)
3 van 4
Commissiebehandeling De commissievergadering is terug te luisteren op https://putten.raadsinformatie.nl/.
Burgemeester en wethouders van Putten, de secretaris
de burgemeester
mr. F.E. Contant
H. A. Lambooij
Portefeuillehouder
E.T. 't Jong
Afdeling
Project Omgevingswet
Behandelend ambtenaar
R. den Boer
Telefoonnummer
9725
4 van 4