Raadsbesluit Algemene plaatselijke verordening - 2e wijziging
Tekst van het document
Zaaknummer
: 1332806
Documentnummer
: 1335052
De raad van de gemeente Putten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 oktober 2021, nr. 1332809; gelet op het bepaalde in artikel 149 van Gemeentewet; besluit: de Algemene plaatselijke verordening Putten 2019, tweede wijziging vast te stellen.
Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening Putten 2019 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: -
beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
2. De definities van 'bevoegd gezag', 'bouwwerk' en 'gebouw' komen te luiden: -
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
-
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
-
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
B Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3.
Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
C Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 3.
Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
D Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding '1.' geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
E Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding '1.' geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende: 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
F In artikel 2:10 wordt lid 2 onder k wordt vervangen door: beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. In lid 7,8 en 9 wordt “bedoeld in vijfde lid” vervangen door “bedoeld in zesde lid”. Lid 10 wordt vervangen door: Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. G Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: 1.Het tweede en vijfde lid vervallen en de leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3. 2. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:
2 van 12
3.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
H Artikel 2:12, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
I Artikel 2:14, derde lid, komt te luiden: 3.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
J Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
K Artikel 2:23, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
L Artikel 2:28, tweede lid, komt te luiden: 2.
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
M
3 van 12
Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b.
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
N Artikel 2:46, tweede lid, komt te luiden: 2.
Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
O Artikel 2:60, eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1.
Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
P Artikel 2:63, derde lid, komt te luiden: 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening.
Q Artikel 2:64, derde lid komt te luiden: 3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
R
4 van 12
Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. S Artikel 3:13, eerste lid, sub b, komt te luiden: b.
de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.
T Artikel 3:13, eerste lid, onder c, wordt de volgende weigeringsgrond ingevoegd: d.
als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend.
U Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: -
Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
2. De definitie van 'inrichting' komt te luiden: -
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
V Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden: c.
de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit
5 van 12
geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. Het vierde lid komt te luiden: 4.
Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.
W Artikel 4:6, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
X Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
2. Het derde lid komt te luiden: 3.
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
Y Artikel 4:15, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Z
6 van 12
Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17
Definitie
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. AA Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden: 1.
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
AB Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
AC Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden: 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
AD Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
AE Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1.
Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
7 van 12
AF Artikel 5:24, vijfde lid, komt te luiden: 5.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
AG Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
AH Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.
AI Artikel 5:30, tweede lid, komt te luiden: 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
AJ Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
8 van 12
AK Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b.
binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
AM Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2. Het vijfde lid komt te luiden: 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
AN Aan artikel 2:26 worden de volgende onderdelen toegevoegd: 2.
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
3.
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
AO Na artikel 2:50 wordt ingevoegd: artikel 2:50a: Artikel 2:50a 1.
Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie
9 van 12
die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
AP Aan artikel 6:1 wordt als het derde lid toegevoegd: 3.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio's gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's.
AQ Na artikel 2:48 wordt ingevoegd: artikel 2:48a: Artikel 2:48a
Verboden lachgasgebruik
1.Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2.
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
3.
Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
AR Het eerste lid van artikel 2:79 wordt vervangen door: 1
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
AS
10 van 12
AT Artikel 2:24 eerste lid, onderdeel d: wordt vervangen door: d.
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
AU Artikel 2:34 eerste lid onder a wordt vervangen door: 1.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: a.
de wet: Alcoholwet;
AV Artikel 2:48, tweede lid, onderdeel a: wordt vervangen door: Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a.
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
AW Artikel 2:48, tweede lid, onderdeel b: wordt vervangen door: Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: b.
een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
AX Na artikel 2:33 wordt ingevoegd: artikel 2:33a 1.
Vrijstellingsmogelijkheid proeverij slijtlokaliteit
Overeenkomstig de vrijstellingsregeling van artikel 2 en 3 van de Winkeltijdenwet kan de burgemeester vrijstelling verlenen van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet voor een slijterij om proeverijen te houden buiten de reguliere openingstijden.
2.
Artikel 6.1.1. van het Alcoholbesluit is van toepassing op de in het eerste lid bedoelde proeverijen.
AY In artikel 4:10a Apv wordt in het: Eerste lid sub a : de vermelde Boswet vervangen door " Wet Natuurbescherming".
11 van 12
Eerste lid sub b : de vermelde Boswet vervangen door "Wet Natuurbescherming". Vierde lid sub d : de vermelde Boswet vervangen door "Wet Natuurbescherming". AZ Artikel 2:64, tweede en derde lid, wordt vervangen door: 2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.
3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de omgevingsverordening Gelderland.
AAA In artikel 3:5 tweede lid, sub c, gedachtestreepje 1 wordt 'Drank- en Horecawet' vervangen door 'Alcoholwet'. AAB In artikel 5:39 wordt 'Drank- en Horecawet' vervangen door 'Alcoholwet'. AAC Aan artikel 5:13 wordt toegevoegd: 5.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties, waarin wordt voorzien door de Afvalstoffenverordening Putten 2018.
Artikel II 1.
De onderdelen A tot en met AM van dit besluit, met uitzondering van onderdeel U en V, treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt.
2.
De onderdelen U en V van artikel I treden in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
3.
De onderdelen AN tot en met AAC van artikel I treden in werking op de dag na de dag van bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 25 november 2021, de griffier,
de voorzitter,
12 van 12