Quickscan Ecologie
Tekst van het document
Cleenhorsterweg ong. te Putten - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -
Opdrachtgever
Beheermaatschappij Zonnestroom Nederland B.V
Datum veldbezoek
23 april 2020
Kenmerk rapport
EB2021.079.2- Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten
Datum rapport
10 oktober 2021 (aangepast naar nieuwe situatie)
Versie
V2.2
Auteur
ing. J.M. de Wever
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Margijnenenk 12, 7415 JZ Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT
4 4 4 4 4
2 ONDERZOEKSOPZET
5
2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK
5 5
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN ONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE
6 6 9 10 12 15 18 18 18 22
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Uitdraai NDFF Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Literatuurlijst
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 3
1 INLEIDING In opdracht van Beheermaatschappij Zonnestroom Nederland B.V heeft EcoTierraecologisch adviesbureau op enkele onbebouwde agrarische percelen ten westen van het bedrijventerrein Keizerswoert te Putten een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens een zonneveld (5 hac.) te realiseren. Er worden geen bomen gekapt of opstallen geamoveerd. Oppervlaktewater zal eveneens niet worden gedempt. Het plangebied zal landschappelijk/ natuurlijk worden ingepast. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN/de GO of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd.
1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig. Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 4
2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. Het onderzoek zal zich met name richten op de soortenbescherming en beperkt op het gebiedsbeschermingsdeel van de wet (Natura2000). Onderhavige rapportage betreft dan ook geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd (met name de Nationale Databank Flora en Fauna/ NDFF, geraadpleegd junin2020). De waarnemingen zijn gedaan tussen 2010 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen binnen en nabij het plangebied. In verband met de gewijzigde situatie is in juni 2021 wederom de NDFF geraadpleegd. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten GNN en GO, Natura2000 en natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in april, mei en juni 2020. De door de opdrachtgever aangeleverde informatie is bestudeerd. Het document ‘Landschapsplan Zonnepark Cleenhosterweg’, ROM3D, 26 augustus dient als basisdocument voor onderhavige rapportage.
Tevens zijn de rapporten 'Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland’, Wageningen Environmental Research, 2018 (rapport 23883) en ‘Zonneparken natuur en landbouw’ Wageningen Environmental Research, 2019 (rapport 2945) bestudeerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 23 april 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 22°C. Het gehele plangebied was toegankelijk ten tijde van het veldbezoek. De directe omgeving van het plangebied is tijdens het veldbezoek eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is een omwonende geïnterviewd. Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door een ecoloog (J.M. de Wever) met een relevante Hboopleiding en ruime ervaring met het uitvoeren van quickscans. Tevens worden door de ecoloog diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Floraen faunawet, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4.
IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 5
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gesitueerd ten westen van de bebouwde kern van Putten tussen de Cleenhorsterweg, de Beekzijde en de spoorlijn. Tussen de noordelijke en zuidelijke weilanden is een waterlichaam en een paardenweide gelegen. Ten oosten van de spoorlijn bevindt zich het bedrijventerrein Keizerswoert. De weilanden zijn deels begrensd door greppels en bomen. Ten westen van het plangebied zijn groenstructuren, een boerderij en weilanden aanwezig.
Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: gelderland.nl, luchtfoto 2018).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 6
Foto’s: Indrukken plangebied. Noordelijk deel.
Foto’s: Indrukken plangebied. Noordelijk deel.
Foto’s: Indrukken plangebied. Zuidelijk deel.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 7
Foto’s: Indrukken plangebied. Zuidelijk deel.
Foto’s: Directe omgeving. Water tussen noordelijk en zuidelijk deel.
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Paardenweide tussen noordelijk en zuidelijk deel en westelijk gelegen boerderij.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 8
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Spoorlijn en industrieterrein.
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Weilanden en groenstructuren ten westen van plangebied.
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens een zonneveld (circa 5 hac.) te realiseren. Er worden geen bomen gekapt of opstallen geamoveerd. Oppervlaktewater zal eveneens niet worden gedempt. Het plangebied wordt landschappelijk/ natuurlijk ingericht, onder andere door de aanplant van sleedoornhagen en bloemrijke graslanden. Rondom de zonnepanelen komt een hek met faunapoortjes. Voor meer gedetailleerde gegevens dient het document ‘Landschapsplan Zonnepark Cleenhosterweg’, ROM3D, juni 2021 geraadpleegd te worden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 9
Afbeelding 2: Gewenste situatie (bron: Zonnestroom Nederland).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 10
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 11
4 BEVINDINGEN ONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN), maar wel naast het GNN ligt. In afbeelding 3 is een dunne groen lijn zichtbaar tussen de groene vlakken. Het naastgelegen GNN zal dan ook dienen als ecologische verbindingszone tussen de grotere vlakken GNN.
Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het GNN (bron: gelderland.nl).
Het gebied langs het GNN is aangewezen als Groene ontwikkelingszone (GO). Het noordelijke deel van het plangebied is derhalve gelegen in deze GO.
Afbeelding 4: Ligging plangebied t.o.v. de GO (bron: gelderland.nl).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 12
Het plangebied is gelegen in deelgebied 133 ‘Ermelo- Putten’. Voor dit deelgebied zijn kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen aangaande het GG en de GO opgesteld.
Afbeelding 5: Kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen GNN/GO (bron: gelderland.nl).
Het plangebied is niet aangewezen als weidevogelgebied. Op circa 1.5 kilometer afstand is het Natura2000-gebied ‘Veluwe’ (Vogel- en Habitatrichtlijngebied) gelegen.
Afbeelding 6: Plangebied t.o.v. Natura2000 (bron: gelderland.nl).
Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied, zie ook uitdraai NDFF bijlage 1) als das (volgens mondelinge mededeling is er nabij een bijburcht aanwezig en zijn er sporen in maisakkers gevonden), gewone, ruige en kleine dwergveermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, tweekleurige vleermuis, franjestaart, baardvleermuis, hazelworm,
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 13
levendbarende hagedis, steenuil, kerkuil, buizerd, ransuil, havik, sperwer en huismus voorkomen. In juni 2021 is wederom de NDFF geraadpleegd. Daarvan is de kaart in afbeelding 7 opgesteld.
Afbeelding 7: Bevindingen NDFF (bron NDFF, juni 2021).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 14
De geraadpleegde rapportage van Wageningen is opgesteld voor windmolenparken en grotere zonnevelden en daarmee maar beperkt geschikt voor zonnevelden met een beperkte omvang. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Flora Beschermde flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied bestaat met name uit kort gehouden grasland/ raaigras. Langs de westgrens staan enkele eiken en berken. Langs het spoor zijn struwelen aanwezig. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied en slechts enkele vogels waargenomen, met name kraai en houtduif. De houtduif heeft een nest in een van de berken net buiten het plangebied. Er zijn geen opstallen of bomen aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. Jaarrond beschermde nesten van uilen, roofvogels en holtebroeders als gierzwaluw of huismus zijn derhalve niet aanwezig of te verwachten. In de zuidelijke punt van het plangebied is een plukplek van een roofvogel aangetroffen. Hier was een houtduif geslagen, dat kan duiden op aanwezigheid van een havik of sperwer. Het plangebied zal door diverse vogels, waaronder roofvogels en uilen, worden gebruikt om te foerageren. Tijdens het veldbezoek zijn geen broedsels of exemplaren van weidevogels waargenomen binnen het daadwerkelijke plangebied. In de directe omgeving zijn wel weidevogels waargenomen.
Het is derhalve niet uit te sluiten dat weidevogels wel broeden binnen het plangebied. In de omliggende graslanden en het boerenerf ten westen zijn meer soorten waargenomen. In de tussenliggende paardenweide en de tegenover gelegen weides zijn kievit, scholekster en spreeuw waargenomen. De weidevogels broeden in de aangegeven weides. Spreeuw broedt waarschijnlijk in de naastgelegen boerderij of de berken. Op dit erf wordt ook gebroed door huismus, koolmees, Turkse tortel en merel. Er broedt een kauw op een van de gebouwen op het industrieterrein. In de lucht is auditief een buizerd waargenomen. De geïnterviewde omwonende gaf aan dat er door steenuil wordt gebroed op het naastgelegen boerenerf. Tevens werd aangegeven dat enkele jaren een steenuil was verongelukt door aanvaring met de trein. Er zijn in de berken ten westen van het plangebied holtes aanwezig waarvan mogelijk een steenuil (indien voldoende groot en ingerot) gebruik kan maken om te roesten. Er zijn geen sporen, zoals fecalien of braakballen, aangetroffen bij de berken die duiden op een dergelijke plek.
Foto’s: Kievit in paardenweide en scholekster in tegenover gelegen weide.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 15
Foto’s: Spreeuwen in weide naast boerderij en berk ten westen van plangebied met grote opening.
Grondgebonden zoogdieren Er zijn binnen het daadwerkelijke plangebied geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen sporen van das, zoals uitwerpselen of snuitputjes, aangetroffen binnen het plangebied. Het ontbreekt het plangebied aan gebouwen, bosschages, struwelen, bomen, houtstapels en dergelijke elementen waardoor verblijfplaatsen van andere marterachtigen ook niet te verwachten zijn. Mogelijk dat er gefoerageerd wordt door marterachtigen. Ook voor soorten als eekhoorn is het plangebied niet geschikt. Er zijn geen nesten in de naastgelegen bomen aanwezig. Er zijn sporen van konijn aangetroffen binnen het plangebied. In de directe omgeving kunnen soorten als haas, ree, vos, egel en diverse muizensoorten voorkomen, maar ook eerder genoemde soorten. Tijdens het veldbezoek sloop een kat langs de spoorlijn.
Foto: Kat langs spoorlijn zuidelijke deel.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 16
Vleermuizen Er zijn binnen het plangebied geen bomen of opstallen aanwezig. De aanwezigheid van verblijf- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen is derhalve uitgesloten. De berken ten westen van het plangebied zijn mogelijk geschikte bomen (bomen met naar boven ingerotte holtes en scheuren) voor vleermuizen.
Foto’s: Bomen ten westen van plangebied met mogelijk geschikte holtes voor vleermuizen.
De verwachting is dat er gefoerageerd wordt door vleermuizen binnen het daadwerkelijke plangebied. Er zijn geen significante vliegroutes aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk gebruiken vleermuizen de bomen langs de weg om te navigeren. Er zitten op sommige plekken echter wel hiaten in deze lijnvormige structuur van meer dan 20 meter. Met name kleine vleermuizen hebben wat meer onafgebroken (slechts onderbrekingen van enkele meters) groenstructuren nodig. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Door het ontbreken van elementen als groenstructuren, steenstapels en dergelijke wordt significant landhabitat van amfibieën eveneens niet verwacht. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals water, broeihopen en geschikt landhabitat). Mogelijk komen er in het water tussen noord en zuid amfibieën voor. Ten tijde van het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen. Tevens is er geen kikkerdril waargenomen. Mogelijk is er vis aanwezig in dit oppervlaktewater.
Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 17
5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Wel ligt het noordelijk deel in de Groene ontwikkelingszone. De landschappelijke inrichting, o.a. aanplant van hagen, zal voor een betere verbinding zorgen tussen omliggende groene elementen. Tevens kunnen in dergelijke hagen dieren verblijven, voortplanten en schuilen. Soorten in de hagen kunnen weer dienen als voedsel voor marters, uilen, waaronder steenuil, roofvogels en dergelijke. De verwachting is dan ook dat de geformuleerde kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO niet significant aangetast worden, maar juist versterkt. Ook de functionaliteit als verbindingszone zal niet worden aangetast door de beoogde ingrepen. Het terrein zal voor kleine zoogdieren toegankelijk blijven door openingen in het hek. Het plangebied is gelegen op circa 1.500 meter afstand van het Natura2000-gebied ’Veluwe’.
Gezien de onderlinge afstand en de bufferende werking van de spoorlijn en het industrieterrein is geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging te verwachten van soorten/ typen die voor dat Natura2000-gebied zijn aangewezen. Onderhavige rapportage betreft echter geen Voortoets zoals nodig kan zijn bij de ligging nabij een Natura2000-gebied. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Mogelijk dient er een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd in verband met stikstof. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren.
Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Tevens zijn bij het bronnenonderzoek dergelijke planten ook niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er is weinig bekend over de impact van zonneparken op vogels. De realisering van het zonnepark zal niet tot gevolg hebben dat jaarrond beschermde verblijfplaatsen verloren gaan of ongeschikt worden. Het ontbreken van gebouwen en bomen maakt dat er geen jaarrond beschermde nesten te verwachten zijn binnen het daadwerkelijke plangebied.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 18
De jaarrond beschermde nesten op het erf en mogelijk roestplekken in de berken blijven onaangetast. Er zal wel wat potentieel foerageergebied verloren gaan voor roofvogels en uilen, waaronder de steenuil. Tijdens de omgevingscheck is gebleken dat er voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is voor de steenuil. Het huidige gebied zal met name aan de randen prooidieren huisvesten. In de directe omgeving zijn weides, lijnvormige groenstructuren en water aanwezig. Ook op het erf en omliggende erven is er voldoende voedsel beschikbaar, zie afbeelding 7. Het verlies aan foerageergebied zal derhalve geen overtreding van de Wet natuurbescherming tot gevolg hebben doordat de steenuil zijn nestlocatie verlaat door gebrek aan voedsel. In de toekomstige situatie zullen er hagen en bloemrijk grasland worden aangeplant. Deze inpassingen kunnen ook gaan dienen als foerageergebied. Geadviseerd wordt om in het zuidelijke deel fruitbomen te realiseren.
Afbeelding 7: Potentieel foerageergebied steenuil. Groen: Geschikt foerageergebied. Rood: Mogelijk verloren foerageergebied (zonder landschappelijke inpassing).
Uit de bestudeerde literatuur (Zonneparken natuur en landbouw) blijkt dat roofvogels als buizerd zonneparken blijven gebruiken als foerageergebied. Dit kan in potentie ook gelden voor uilen. Bij een goede landschappelijke inpassing blijft het plangebied waarschijnlijk geschikt als foerageergebied. Uit hetzelfde rapport blijkt dat zonneparken niet gebruikt worden door weidevogels. Het plangebied betreft geen beschermd weidevogelgebied. Eventueel exemplaren die van het plangebied gebruik maken kunnen uitwijken naar omliggende percelen. Het zal naar verwachting gaan om enkele exemplaren.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 19
Uiteraard dienen de werkzaamheden wel buiten het broedseizoen van (weide)vogels te gebeuren. Als broedseizoen kan maart tot juli worden aangehouden. De wet hanteert echter geen harde datum, het is van belang of er een broedsel aanwezig is of niet. Wanneer werkzaamheden alleen in het broedseizoen kunnen worden uitgevoerd, dient voorafgaande aan de werkzaamheden vastgesteld te zijn dat er geen bezette nesten direct of indirect verloren gaan. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vogels, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen beschermde verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk dat het plangebied als foerageergebied dient voor diverse soorten. Door de landschappelijke inpassing kunnen soorten blijven foerageren in het plangebied. Ook ontstaat er een betere verbinding tussen omliggende groenstructuren. Volgens de rapportage ‘Zonneparken natuur en landbouw’ gebruiken zoogdieren (waaronder haas, vos en das) zonneparken om er te verblijven en te foerageren. Wel dient het plangebied toegankelijk te zijn voor soorten. Dit zal in onderhavige situatie het geval zijn door het aanbrengen van openingen/ faunapassages in de hekken. De das is recentelijk waargenomen in de directe omgeving (bijburcht en sporen). De verwachting is dat er geen voortplantingsplek nabij aanwezig is.
Het plaatsen van de zonnepanelen, hekken en dergelijke zal verstoring opleveren, maar de verstoring is kortstondig. Dit is toegestaan bij de Wnb, mits een hol niet definitief wordt verlaten door een et grote mate van verstoring. Wel dient er een ter zake kundige op het gebied van de das geraadpleegd te worden wat de beste periode is om de werkzaamheden uit te voeren en of er eventueel mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn (zorgplicht). Gezien er nabij activiteiten van de das zijn waargenomen, dient er voor de start van de werkzaamheden tevens vastgesteld te zijn dat er geen hol/pijp aanwezig is in het daadwerkelijke plangebied. Indien dit onverwachts het geval is, dient er wederom een ter zake kundige op het gebied van dassen te worden ingeschakeld om de vervolgstappen te bespreken. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Door het ontbreken van opstallen en bomen zijn er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen te verwachten binnen het plangebied. In de bomen aan de westzijde kunnen vleermuizen verblijven. Deze bomen dienen gehandhaafd te worden.
Tevens dient verstoring door licht in de bouwfase en de toekomstige situatie voorkomen te worden. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er is voldoende en beter foerageergebied in de directe omgeving aanwezig. Volgens de rapportage ‘Zonneparken natuur en landbouw’ blijven vleermuizen zonneparken gebruiken om er te foerageren, mogelijk wel in mindere mate. Er gaan geen essentiële vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. Het is aan te raden om de lijnvormige structuur van de eiken en de berken aan de westzijde te versterken door op strategische plekken bomen aan te planten. Door op de open plekken bomen aan te
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 20
planten en ervoor te zorgen dat er om de 10 a 15 meter een boom staat, ontstaat er een lijnvormige structuur die door vleermuizen gebruikt kan worden om te navigeren. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen, mits aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 21
6 CONCLUSIE Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Onderdeel
Nader onderzoek naar/ vervolg actie Nee
Periode
Mitigatie
Gelders Natuurnetwerk
Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee
N.v.t.
N.v.t.
Groene ontwikkelingszone
Nee
Landschappelijke inrichting
N.v.t.
Inheemse hagen aanplanten Bloemrijke grasland
Natura2000 - Soorten
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Stikstof
Mogelijk, niet aan getoetst
Mogelijk AERIUS berekening
N.v.t
Mogelijk
Houtopstanden
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Flora
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Vogels - Jaarrond beschermde nesten Steenuil
Nee
Nee
N.v.t.
Berken behouden i.v.m. mogelijke roestplek
- Functioneel leefgebied Steenuil
Nee Voldoende alternatief
Landschappelijke inrichting
N.v.t.
Mitigatie door aanleg hagen en bloemrijk grasland
- Niet jaarrond beschermde nesten
Nee
Zorgplicht Check broedgevallen bij uitvoeren ingrepen binnen broedseizoen (weide)vogels
Broedseizoen loopt globaal van maart t/m juli
Werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren of starten
Nee Dassen bijburcht nabij
Nee Zorgplicht
N.v.t.
- Functioneel leefgebied
Nee
Nee
N.v.t.
Zonnepark toegankelijk houden voor grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen - Vaste verblijfplaatsen Opstallen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Vaste verblijfplaatsen Bomen
Nee
Nee
N.v.t.
Bomen langs de weg behouden Geen verstoring door licht
- Essentieel foerageergebied
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Essentiële vliegroute
Nee
Nee
N.v.t.
Geen verstoring door licht Advies: Aanplant extra bomen langs weg
Amfibieën/ reptielen/vissen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Ongewervelden/ overige soorten
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t
Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal - Verblijfplaatsen Das (nabij)
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Inschakelen ter zake kundige op het gebied van das Check op dassenholen binnen plangebied voor start werkzaamheden.
Pagina | 22
Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten
Nee
Zorgplicht
Altijd
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als kraam- en winterperiode - verplaatsen exemplaren -voorkomen vestiging
Pagina | 23
BIJLAGE 1 UITDRAAI NDFF (0-5 km)
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 24
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 25
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 26
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 27
BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 28
Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 29
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 30
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 31
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 32
(Bron: Website Ecologica, januari 2021).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 33
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 34
De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 35
Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.
De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 36
omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 37
BIJLAGE 3 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 38
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 39
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 40
BIJLAGE 4 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 41
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 42
BIJLAGE 5 LITERATUURLIJST
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 43
www.gelderland.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl
- EB2021.079.2-Quickscan flora en fauna Cleenhorsterweg ong. te Putten-
Pagina | 44