CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o TOELICHTING

Hoorzitting 8 mei 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Raadsvoorstel, besluit en bijlagen18.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

afbeelding bij dit plan

Bestemmingsplan Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o. Gemeente Putten TOELICHTING

Bestemmingsplan Putten Gervenhof & Dorpsstraat E.O. Gemeente Putten TOELICHTING

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.0273.BPBKGervDorps-ON02 Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider:

P. Wallenburg MSc

Auteur:

P. Wallenburg MSc

28-02-2023

Inhoudsopgave

TOELICHTING

6

Hoofdstuk1

Inleiding

6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Locatie 1 Locatie 2 Vigerende planologische situatie Locatie 1 Locatie 2 Conclusie Opzet bestemmingsplan en toelichting

6 6 6 7 9 9 10 11 11

Beschrijving van de situatie

12

Historie Algemeen Ruimtelijke ontwikkeling Dorpsstraten Gebouwen Huidige situatie Locatie 1 Locatie 2 Toekomstige situatie

12 12 13 13 14 15 15 16 17

Beleidskader

22

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Gemeentelijk beleid Structuurvisie Putten 2030 Detailhandelsstructuurvisie Putten Woonvisie Putten Welstandsnota

22 22 23 23 25 25 26 27 27 30 30 31

Uitvoeringsaspecten

32

Flora en fauna Wettelijk kader

32 32

1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

3

4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.9.1 4.9.2 4.9.3 4.10 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.13

Effect te vergunnen activiteiten Conclusie Stikstofdepositie Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Onderzoek / beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Molenbiotoop

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

32 34 34 34 34 35 35 35 35 36 36 36 37 37 37 38 38 39 39 39 39 41 41 42 42 42 43 43 43 44 45 45 45 47 48 48 48 48 48 49 50 50 50 50 50 51

4

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3

Juridische planbeschrijving

52

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

52 52 52 52 53 53 53 54 54 54 54 54 54

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

55

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties Eerder ontwerp

55 55 55 55 55

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In het centrum van de kern Putten bestaat het voornemen om de locatie van Kok Woninginrichters aan de Gervenhof en de Boni-locatie aan de Dorpsstraat te herontwikkelen. De herontwikkeling gaat uit van de nieuwbouw van een winkelpand met daarboven woningen, een nieuw appartementencomplex en ook de bouw van negen nieuwe grondgebonden woningen aan de Dorpsstraat. Daarnaast wordt voorzien in een bestemmingswijziging van het pand aan de Engweg 21. In hoofdstuk 2 wordt dit nader toegelicht. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de bestemming voor de Gervenhof is toegespitst om volumineuze detailhandel. Daarnaast geldt voor het perceel aan de Dorpsstraat de bestemmingen 'Gemengd' en 'Detailhandel'. Om de gewenste ontwikkelingen planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is op te delen in twee locaties. In het vervolg van dit bestemmingsplan worden de verschillende locaties aangeduid als 'Locatie 1' en als 'Locatie 2'. 1.2.1

Locatie 1

Locatie 1 is gelegen aan de Gervenhof en grenst aan de noordzijde aan de Achterstraat. De locatie ligt in het centrum van de kern Putten. Op de planlocatie is nu het pand van Kok Interieurs en de kringloop gelegen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrenst door de begraafplaats.De planlocatie is gelegen op meerdere percelen. Kadastraal staan de percelen die ontwikkeld gaan worden bekend als gemeente Putten, sectie C, nummers 11865, 11866, 11867 en 11868.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

6

Figuur: Uitsnede kadastrale kaart locatie 1 (bron: perceelloep.nl) 1.2.2

Locatie 2

Locatie 2 is eveneens gelegen in het centrum van de kern Putten. Op de planlocatie aan de Dorpsstraat 85-87 is nu de Boni-supermarkt samen met een bloemenwinkel gevestigd. Ten westen van het winkelpand is aan de Dorpsstraat 97 een kringloopwinkel gelegen. Daarnaast ligt ten zuiden van de planlocatie, aan de Engweg 21 eveneens een pand van de kringloopwinkel gelegen. Deze is te bereiken via een smalle steeg. De planlocaties zijn gelegen op meerdere percelen. Kadastraal staan de percelen die ontwikkeld gaan worden bekend als gemeente Putten, sectie C, nummers 2896, 8760, 9039, 9586. 9918 en 10205.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

7

Figuur:Uitsnede kadastrale kaart locatie 2 (bron: perceelloep.nl)

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

8

Figuur: Globale aanduiding beide planlocaties (bron: google maps) 1.3

Vigerende planologische situatie

Beide plangebieden liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Putten Centrum'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Putten op 7 april 2011. Daarnaast geldt het bestemmingplan 'Parkeernormen', vastgesteld op 5 juli 2018. 1.3.1

Locatie 1

In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Detailhandel' en 'Verkeer verblijfsgebied'. Enkelbestemming 'Detailhandel' De voor "Detailhandel" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

detailhandel, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met uitzondering van bestaande detailhandel; één woning, dan wel het bestaande aantal woningen; uitsluitend volumineuze detailhandel, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus'; bij een en ander behorende in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en andere voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen. Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlakmag 100% bedragen en er gelden enkele regels met betrekking tot de maatvoering.

Enkelbestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen voor woonstraten, pleinen, auto-, fiets- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen, b. bermen, groen- en speelvoorzieningen, c. watergangen, d. evenementen, en

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

9

e. nutsvoorzieningen.

Bestemmingsplan 'Parkeernormen' Vanuit dit bestemmingsplan geldt het volgende met betrekking tot parkeernormen en laden en lossen: a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of het gebruik van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren en stallen van auto's (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. b. Indien in verband met de bestemming/het gebruik van een gebouw behoefte bestaat aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 1.3.2

Locatie 2

Voor locatie 2 geldt de enkelbestemming 'Gemengd' en het bestemmingsplan 'Parkeernormen' in paragraaf 1.3.1. Daarnaast geldt voor het pand aan de Engweg de enkelbestemming 'Detailhandel'. Enkelbestemming 'Gemengd' De voor "Gemengd" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de hierna aangegeven doeleinden, op de daarbij aangegeven plaatsen

b. bij een en ander behorende binnenplaatsen, tuinen en groenvoorzieningen; c. bij een en ander behorende in- en uitritten, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en andere voorzieningen, waaronder begrepen nutsvoorzieningen.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

10

Figuur: Uitsnede bestemmingsplan met aanduiding planlocaties (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.3.3

Conclusie

Onderhavig initiatief is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Putten Centrum', omdat de enkelbestemming 'Detailhandel' slechts is bedoeld voor volumineuze detailhandel. Daarnaast geldt dat er ook woningen worden ontwikkeld op locatie 1. Voor locatie 2 geldt dat de enkelbestemming 'Gemengd' niet adequaat is voor de toekomstige functie van woningen. 1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding, schaal 1:1000 (IDN nummer: NL.IMRO.0273.BPBKGervDorps-ON02; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen.

De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

11

Hoofdstuk 2

Beschrijving van de situatie

Dit hoofdstuk staat stil bij de historie van de kern Putten, de huidige situatie en de toekomstige situatie van de twee planlocaties. 2.1

Historie

2.1.1

Algemeen

De historische ontwikkeling vormt een belangrijke drager van de huidige ruimtelijke invulling. De geschiedenis van de kern Putten gaat ver terug. Het oudste schriftelijke bewijs dateert uit 855, waaruit blijkt dat sprake was van een gemeenschap van mensen. De aanleg van de spoorlijn in 1863 zorgde voor een versnelde ontwikkeling van Putten. In de kern kwamen pensions, hotels en andere voorzieningen te voorschijn. De ligging van Putten in een natuurlijke omgeving heeft ervoor gezorgd dat rondom de kern Putten veel recreatiebedrijven aanwezig zijn. De aantrekkelijke omgeving, vanwege de ligging nabij de Veluwe, en de vele ontspanningsvoorzieningen maken Putten voor zowel recreanten als inwoners een geliefd dorp. Het plaatselijk reliëf en de daaraan gerelateerde grondwaterstanden zijn in sterke mate bepalend geweest voor het nederzettingenpatroon. Putten is van oorsprong een kruispuntnederzetting. Het dorp is waarschijnlijk gevormd in de omgeving van het kruispunt 'de Pol'. De naam van het kruispunt duidt op een hoogte die ter plaatse aanwezig moet zijn geweest. Op deze hoogte kruisten oude wegen elkaar. Deze wegen heten nu de Achterstraat, Kerkstraat, Molenweg, Bakkerstraat en Garderenseweg.

Figuur: Putten rond 1815 (bron: topotijdreis.nl)

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

12

2.1.2

Ruimtelijke ontwikkeling

Omstreeks 1850 bestond de dorpsstructuur uit de Dorpsstraat, de Verlengde Dorpsstraat, de Achterstraat, de Papiermakerstraat, de Kelnarijstraat, de Poststraat, de Molenstraat, de Krommestraat en de Kerkstraat. De bebouwing langs deze wegen bestond uit een mengeling van woonhuizen en boerderijen. De unieke ligging aan de rand van het Veluwemassief en de aanleg van een spoorlijn in 1863 ten westen van het dorp hadden een toename van het toerisme en het forensisme tot gevolg. Tot 1950 is het dorp op organische wijze gegroeid. De oudere toegangswegen van Putten werden volgebouwd met lintbebouwing. Hierna vonden de planmatige uitbreidingen plaats tussen de linten in noordelijke en oostelijke richting.

Fguur: Putten in 1850 (bron: topotijdreis.nl) 2.1.3

Dorpsstraten

De Dorpsstraat was de hoofdstraat van het dorp en werd ook wel Heerenstraat genoemd. Vanaf 1830 maakte de straat deel uit van de rijksstraatweg tussen Hoevelaken en Katerveer (Zwolle). In die tijd veranderde de naam in Zuiderzeesche Straatweg. Dit gold evenzeer voor de Verlengde Dorpsstraat. De Achterstraat was oorspronkelijk een steeg en liep in hoofdzaak langs de achterzijde van huizen, die aan de Dorpsstraat waren gelegen. Zuidelijk van de steeg strekte zich de Putter Eng uit. De Kerkstraat was vroeger onderdeel van een belangrijke verbinding tussen Putten en Voorthuizen. Voor de planmatige uitbreidingen van het dorp liep de Kerkstraat door tot aan de Engweg en sloot direct aan op de Voorthuizerstraat. De Papiermakerstraat en de Telgterweg (nu aan de overzijde van de Oude Rijksweg) werden vroeger de Papiermakersteeg genoemd. De steeg liep door tot aan de kruising Telgterweg-Beekweg. Daar was een papiermolen gelegen aan de Schoonderbeek. De Weverstraat was oorspronkelijk een voetpad. In 1906 is het voetpad verbreed en in gebruik genomen als openbare weg.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

13

Putten rond 1960 (bron: topotijdreis.nl) 2.1.4

Gebouwen

De cultuurhistorie van Putten is deels af te lezen aan de historisch waardevolle gebouwen. Deze dragen tevens in belangrijke mate bij aan het ruimtelijk beeld van het centrum. Nog steeds bestaande gebouwen zijn: de Oude Nederlands Hervormde kerk, de Gereformeerde Kerk, de Rooms Katholieke Kerk en het voormalig woonhuis van jonkheer Schimmelpenninck bij de kruising van de Dorpsstraat met de Oude Rijksweg (nu in gebruik als kantoor van de Woningstichting Putten). Andere gebouwen zijn reeds afgebroken, zoals de eierhal, de graansilo en het "vacantiehuis" aan de vijfsprong. Op de plek van het huidige gemeentehuis stond vroeger een marktgebouw, de zogenaamde eierhal. Deze hal werd in 1898 gebouwd. Aan de Achterstraat werd in 1935 door de Coöperatieve Landbouwvereniging graansilo Gervenhorst gebouwd. In 1957 werd dit gebouw aanzienlijk uitgebreid. Later is het afgebroken ten faveure van de bouw van een woonwinkelcomplex. De historisch waardevolle bebouwing draagt in positieve zin bij aan de verblijfskwaliteit van het centrumgebied. Oudere bebouwing in het centrumgebied wordt afgewisseld met nieuwbouw, waaronder appartementencomplexen. De bebouwingsdichtheid is relatief hoog; in sommige delen zijn ook de achterterreinen helemaal volgebouwd. De meeste bebouwing is direct aan de straat gelegen en staat in één rooilijn, waardoor het gebied een steenachtig karakter heeft.

De bebouwing is echter nog steeds kleinschalig Samen met het nog grotendeels aanwezige wegen en paden patroon ademt het gebied de sfeer van een dorpscentrum uit.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

14

2.2

Huidige situatie

2.2.1

Locatie 1

Op locatie 1, tussen de Gervenhof en de Achtersstraat is het pand van Kok Interieurs gelegen. Dit is een meubelzaak welke een groot winkeloppervlakte in beslag neemt. Het pand heeft een oppervlakte van ruim 5.000 m2 en kent, zoals reeds benoemd, de bestemming 'Detailhandel' Volumineus. Er is in het verleden voor deze bestemming gekozen, omdat het pand niet in het kernwinkelgebied van Putten is gelegen. Kok Interieurs is al ruim twintig jaar op de centraal in Putten gelegen locatie gevestigd. Rond het pand zijn drie supermarkten en diverse andere winkels gelegen. Aan de zuidzijde van de planlocatie is ruimte ingericht voor parkeren en ook aan de kant van de Achterstraat zijn er parkeermogelijkheden. Boven het gedeelte dat grenst aan de Achterstraat zijn appartementen gelegen.

Figuur: Pand bezien vanaf Gervenhof (zuidzijde)

Figuur: Magazijn vanaf oostzijde

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

15

Figuur: Pand bezien vanaf Achterstraat (noordzijde) Uit de beelden is op te maken dat het plangebied rond locatie 1 erg versteend is en weinig architectonische uitstraling heeft. 2.2.2

Locatie 2

Locatie 2 is gelegen aan de Dorpsstraat 85-87 en 97, en de Engweg 21. Op de planlocatie aan de Dorpsstraat bevindt zich nu het pand van de Boni-supermarkt, een bloemenwinkel en een pand van de kringloopwinkel 'Overnodig'. Het andere pand van de kringloopwinkel is gelegen aan de Engweg 21. Het plangebied, heeft een oppervlakte van bijna 3.000 m2. Hiervoor is het grootste deel verhard. Rond het pand van de supermarkt is een straatje aangelegd zodat er een duidelijke rijroute is ontstaan voor klanten die met de auto komen.

Figuur:Beeld op de supermarkt vanaf de Dorpsstraat (noordzijde)

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

16

Figuur: Beeld op de kringloopwinkel vanaf de Dorpsstraat (noordzijde)

Figuur: Beeld achter Boni-supermarkt 2.3

Toekomstige situatie

De toekomstige situatie bestaat uit een wisselwerking tussen de beide locaties. Op hoofdlijnen bestaat de ontwikkeling uit de volgende onderdelen: Het bestaande pand van Kok Interieurs wordt gedeeltelijk gesloopt (ca. 1000m2); Het m2 winkelvloeroppervlak aan de Gervenhof wordt teruggebracht tot circa 1.600 m2 voor de Boni-supermarkt, circa 200 m2 voor de bloemenwinkel en circa 1.045 m2 winkelruimte aan de zijde van de Achterstraat ten behoeve van de kringloopwinkel; Boven de supermarkt komen twee lagen met zestien appartementen; Aan de Gervenhof wordt een nieuw gebouw gerealiseerd op de plaats van het huidige magazijn met op de begane grond commerciële ruimte voor winkel/lichtehoreca (200 m2) en parkeerplaatsen voor de twaalf appartementen op de eerste en tweede verdieping; De parkeercapaciteit wordt uitgebreid; Op de locatie aan de Dorpsstraat wordt het bestaande pand van de Boni-supermarkt en bloemenwinkel gesloopt en komen negen grondgebonden woningen. De winkelfunctie komt volledig te vervallen.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

17

De panden van de kringloopwinkel aan de Dorpsstraat 97 en de Engweg 21 krijgen een gemengde functie met bedrijf aan huis/klein kantoor aan huis (inclusief woonmogelijkheid) en blijven grotendeels behouden in de huidige staat.

In onderstaande figuur is de stedenbouwkundig opzet voor locatie 1 weergegeven:

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

18

Figuur: Stedenbouwkundige opzet locatie 1

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

19

Figuur: Impressie nieuwe Boni-supermarkt met appartementen vanuit zuidzijde

Figuur: Impressie nieuwe appartementen gebouw met twaalf appartementen vanuit zuidwesten Door een deel van het bestaande pand te slopen wordt ruimte gecreëerd voor extra parkeerplaatsen. Dit is gezien de gewenste functie als supermarkt en detailhandel noodzakelijk om te zorgen voor een goede parkeersituatie (dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6). Het laden en lossen zal verdiept plaatsvinden aan de westzijde van de parkeerplaats in een verdiepte opstelplaats. De supermarkt krijgt een BVO van circa 1.600 m2. Voor de kringloopwinkel wordt gedacht aan circa 1.045 m2. Boven het nieuwe te ontwikkelen winkelpand zal ruimte komen voor zestien appartementen. Per appartement geldt een oppervlakte van 70 - 75 m2. De appartementen krijgen een eigen voordeur en balkon dat uitkijkt op de parkeerplaats voor de supermarkt. Door de appartementen te richten op de parkeerplaats aan de Gervenhof krijgt deze ruimte meer een pleinfunctie. Dit betekent dat er in de avonduren meer levendigheid is in het gebied wat bijdraagt aan de sociale veiligheid van het plangebied. De appartementen worden aangeboden in verschillende prijsklassen. Twaalf appartementen worden in het goedkopere segment aangeboden, vier in de betaalbare koop (maximum 265.000 euro), zeven appartementen in de middeldure koop en de overige vijf appartementen zullen in het dure segment vallen.

De nieuwe appartementen zullen geen gasaansluiting krijgen.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

20

De appartementen aan de Achterstraat zullen ongewijzigd behouden blijven. Voor locatie 2 geldt dat de panden van de kringloopwinkel worden omgezet in wonen en/of kantoren. Op de plaats waar nu de Boni-supermarkt gevestigd is zullen negen grondgebonden woningen worden ontwikkeld. Hiervoor is een nieuwe verkaveling noodzakelijk. De grondgebonden woningen zullen worden aangeboden in de vrije sector met vrij op naam prijzen boven de 300.000 euro.

Figuur: Impressie planlocatie 2

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

21

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', zoveel mogelijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk voor een groot deel los. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Verder is één van de nationale belangen die de SVIR benoemt, het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. Concreet betekent dit onder meer dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen.

Om die doelstellingen te bereiken, is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Alle stedelijke ontwikkelingen dienen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. Conclusie De ontwikkeling is passend binnen de SVIR. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking aan de orde.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

22

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

23

Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgesteld. In de handreiking van het ministerie is echter te lezen dat de ondergrens in beginsel ligt op 500 m2 bvo. De nieuwe situatie voorziet in de onttrekking van 6.355 m2 bvo (Kok Interieurs, huidige Boni-supermarkt en huidige kringloopwinkel). Tegelijkertijd wordt een deel van de meubelzaak omgebouwd en uitgebreid ten behoeve van een nieuwe Boni-supermarkt en nieuwe kringloopwinkel. De nieuwe toevoeging bedraagt daarmee circa 2.600 m2 bvo. Per saldo neemt de totale oppervlakte detailhandel af met 3.755 m2 bvo. Er wordt echter nieuw oppervlakte toegevoegd, waardoor er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In december 2022 is er door adviesbureau Ginder een onderzoek gedaan naar de ruimtelijke- en economische effecten van de verplaatsing van de Boni-supermarkt (zie Bijlage 1). De omzet van de winkel in Putten blijft achter bij winkels in vergelijkbare plaatsen.

Dit komt onder andere door het kleine winkelvloeroppervlak, het kleine winkelpand met geringe uitstraling aan het westelijke uiteinde van de Dorpsstraat en de weinige parkeerruimte. Daarbij komt dat het laden en lossen conflicteert met de parkeerplaatsen. Het aanbod voor dagelijkse boodschapen omvat 10.984 m2, verspreid over 35 winkel-vestigingen. Het overgrote deel hiervan (8.294 m2) wordt ingenomen door de 7 supermarkten. De Boni-supermarkt is kleiner dan de norm voor het type supermarkt. In 2030 zal op basis van aannames aan vraag-en aanbodzijde van de markt en de uitbreidingen van Aldi en Boni, eenlichte overbewinkeling van ca. 225m2 ontstaan. Naar verwachting zijn de effecten beperkt. De vloerproductiviteit zal na de uitbreidingen gemiddeld over alle supermarkten in Putten ca. 2,5 % lager liggen t.o.v. wat regionaal gezien gemiddeld is. Waarschijnlijk heeft het redelijk tot goed kunnen renderen van het grote aantal supermarkten in Putten, te maken met het grote aanbod in het prijsvechterssegment (Aldi, Lidl, Boni, Deka). Bij deze supermarkten ligt de normvloerproductiviteit lager, dit is niet meegenomen in de berekening. Dus bij een lagere vloerproductiviteit zien deze formules toch kans goed te functioneren. Daarnaast is het toerisme uiteraard een verklaring. Daarnaast geldt dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied is gelegen.

De verplaatsing van de supermarkt gaat gepaard met een verplaatsing van de kringloopwinkel. Doordat beide winkels in het pand komen van voormalige woonwinkel Kok én doordat de achterblijvende winkels worden onttrokken aan de winkelvoorraad (herontwikkeling tot wonen), is per saldo sprake van afname van het winkelareaal van 3.750 m2 bvo. Doordat een aanzienlijk metrage wordt onttrokken aan het commercieel minder aantrekkelijke randgebied, zal deze onttrekking naar verwachting een positief effect hebben op toekomstige leegstand. Daarnaast geldt dat uit jurisprudentie blijkt dat er sprake is van stedelijke ontwikkeling als er meer dan twaalf woningen worden toegevoegd. Aan de hand van de woonvisie (paragraaf 3.3.3) zal de behoefte aan woningen in Putten worden onderbouwd. Conclusie Op basis van het onderzoek van Ginder is de behoefte en wenselijkheid van de verplaatsing van de Boni-supermarkt uitgebreid toegelicht. De behoefte aan woningen zal nader worden toegelicht.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

24

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Het woord 'gaaf' heeft twee betekenissen. Gaaf betekent mooi, en gaat over wat - historisch en landschappelijk gezien - heel mooi en ongeschonden is. Gaaf verwijst ook naar wat nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat bij de verschillende provinciale uitdagingen centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat, wordt richting gegeven aan de focuspunten. De ambities op het gebied van woon- en leefomgeving zijn in een aparte paragraaf toegelicht. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan de gezondheid. Goed wonen hoort daarbij.

Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse strekken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. Er wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland. Bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied is het uitgangspunt. Het liefst wordt er getransformeerd, maar als het nodig is wordt uitbreiding aan de rand van steden of dorpen toegestaan. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootse deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Deze moeten worden verduurzaamd, en bij nieuwe woningen wordt duurzaamheid meteen toegepast. Om tot voldoende aanbod te komen gaat de provincie in gesprek met de Gelderse regio's en worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. Dit wordt toegelicht in paragraaf 3.3. Daarnaast geldt op het gebied van vestigingsklimaat dat de provincie graag een duurzaam, dynamisch en economisch toegankelijk wil zijn. Hiervoor heeft het de volgende aanpak geformuleerd: "Wij zorgen voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties.

We gaan hierover in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij onze voorkeur, boven versnippering. En: het omvormen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties gaat boven de aanleg van nieuwe terreinen. Samen met de regio’s spelen we in op veranderende behoeften van het bedrijfsleven. Toekomstige behoeften veranderen immers continue, dit vraagt om regelmatig herzien van de regionale afspraken. Ook stimuleren we het omvormen van bestaande gebouwen en locaties zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers. We zorgen dat bedrijven die zich hier willen vestigen of die willen uitbreiden snel en effectief geholpen worden bij het vinden van een zo optimaal mogelijke locatie. We stimuleren de aansluiting tussen het Gelderse onderwijs en de arbeidsmarkt. We stimuleren dit ook in fysieke zin met campusontwikkeling. We stimuleren (kleinschalig) ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen." Conclusie De gewenste ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De woningen worden duurzaam gebouwd op een binnenstedelijke locatie.

Met de herontwikkeling van het bestaande winkelpand wordt een nieuwe werk- en woonlocatie gecreëerd op een plaats die anders leeg zou komen te staan. Dit past binnen de aanpak zoals geformuleerd.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

25

3.2.2

OmgevingsverordeningGelderland

Bij de Omgevingsvisie is een omgevingsverordening opgenomen. Deze voorziet niet in nieuwe beleid, en is daarmee beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Op 19 december 2018 is, gelijktijdig met de omgevingsvisie, Actualisatieplan 6 van de Omgevingsverordening vastgesteld. Uit de verordening blijkt dat de planlocatie ligt binnen begrenzing van de regels voor Glastuinbouw, Water en milieu en Erfgoed. De regels voor Glastuinbouw zijn voor de gewenste ontwikkeling niet relevant. De overige regels worden hieronder nader toegelicht: 3.2.2.1 Water en milieu De planlocaties zijn gelegen binnen de begrenzing van een Intrekgebied. Hiervoor geldt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt (artikel 2.38). Een Intrekgebied wordt als volgt omschreven: "beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn"

Figuur: Uitsnede kaart Water en milieu 3.2.2.2 Erfgoed De planlocaties vallen binnen de begrenzing van een molenbiotoop. In artikel 2.64 zijn de regels hieromtrent omschreven: 1. Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Een molenbiotoop wordt omschreven als het gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen.In hoofdstuk 4 wordt dit aspect

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

26

nader toegelicht.

Figuur: Uitsnede kaart Erfgoed Conclusie Vanuit de provinciale omgevingsvisie en verordening zijn er geen belemmeringen. In hoofdstuk 4 wordt nader toegelicht hoe wordt omgegaan met de ligging binnen de begrenzing van een molenbiotoop. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Putten 2030

De gemeenteraad van Putten heeft op 5 maart 2015 de Structuurvisie Putten 2030 gewijzigd vastgesteld. De Structuurvisie Putten 2030 is opgesteld met de boodschap van de Toekomstvisie Putten als leidraad. Deze is gerelateerd aan actueel beleid ten aanzien van de verschillende beleidsvelden en vervolgens vertaald in een visie op de ruimtelijke ontwikkeling. De inhoud van de structuurvisie is leidend en in principe bindend voor het handelen van de gemeente richting initiatiefnemers. Nieuwe bestemmingsplannen moeten inhoudelijk passen binnen de visie van de structuurvisie. Er zijn voor de verschillende onderdelen ambities geformuleerd. Voor de gewenste ontwikkeling zijn de ambities omtrent 'wonen - kwantitatief', 'wonen - kwalitatief' en 'werken' relevant. Wonen - kwantitatief In de gemeente Putten wordt gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Putten hanteert daarbij de ladder van duurzame verstedelijking. Dat wil zeggen dat eerst wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden en vervolgens pas naar uitbreidingsmogelijkheden. Het dorp Putten is de kern waar nieuwe woningbouw plaatsvindt. Wonen - kwalitatief

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

27

In de gemeente Putten is plek voor jong en oud en is het mogelijk om er je hele leven te wonen. Putten richt zich daarbij primair op de behoeften van de eigen bevolking. Werken In Putten is een grote arbeidsethos, men werkt er hard en trouw. Landbouw, recreatie, het centrum en de 'maakindustrie' zijn de peilers van de lokale economie. In de gemeente Putten wordt ingezet op een kwaliteitsverbetering van de bedrijvigheidsstructuur. Dit geldt zowel in fysiek-visuele zin, als in organisatorische zin. Bij de visie is een kaart opgesteld met gebiedsindelingen. Beide planlocaties zijn ingedeeld in een ander gebied, te weten 'Centrum' en 'Dorp Putten'.

Figuur: Uitsnede kaart behorend bij Structuurvisie Putten 2030 met aanduiding planlocaties Centrum Voor het centrum zijn de volgende punten met betrekking tot de ruimtelijke visie geformuleerd: het centrum is het kernwinkelgebied van Putten. Hier vindt de concentratie van detailhandel plaats; horeca heeft een belangrijke functie voor de aantrekkelijkheid van het centrum als verblijfsgebied. In het centrum wordt de vestiging van horeca gestimuleerd, met name op en aan pleinen en kruisingen; wonen in het centrum is geen primaire functie. Wel is wonen boven winkels mogelijk. Aan de randen van het centrum behoort versterking van de woonfunctie wel tot de mogelijkheden; ruimtelijk wordt uitgegaan van een compact winkelgebied (geen grote loopafstanden) en een aaneengesloten winkelfront met zoveel mogelijk winkels aan beide zijden van de straten.

Bij voorkeur dient er sprake te zijn van verschillende winkelcircuits; het centrum wordt meer ingericht als verblijfsgebied met een aantrekkelijke openbare ruimte en een historische en/of kwalitatief hoogwaardig decor van bebouwing; er wordt meer groen gebracht in het centrum, mede in relatie tot ontmoetingsruimten en evenementen; een 'dorpse', relatief kleinschalige schaal is karakteristiek voor het centrum en bepalend voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen; naast detailhandel en horeca is in het centrum ruimte voor publieksvoorzieningen en andere (maatschappelijke, culturele) activiteiten die (veel) publiek trekken. Kantoren worden bij voorkeur

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

28

buiten het centrum gevestigd. Het Dorp Putten Voor het Dorp Putten zijn de volgende punten met betrekking tot de ruimtelijke visie geformuleerd: nieuwe woningbouw vindt plaats in of aan het dorp Putten. Er wordt ingezet op inbreiding voor uitbreiding ten aanzien van nieuwe woon- en werklocaties. De Inbreidingsnotitie bebouwde kom 2014 (concept) is hiervoor een leidraad. Deze inbreiding mag niet ten koste gaan van structurele en cultuurhistorisch waardevolle groene en/of open gebieden; waar mogelijk wordt bij nieuwbouw versneld ingezet op energieneutraal bouwen; leegstaande gebouwen worden hergebruikt, pas indien dit niet mogelijk is vindt nieuwbouw plaats; woningen voor senioren worden in de omgeving van verzorgingshuizen, servicepunten en/of het centrum gebouwd; nieuwe woningbouw draagt bij aan een meer gevarieerde woningvoorraad in het dorp Putten; de verkeersveiligheid en oversteekbaarheid van de doorgaande wegen binnen het dorp worden gewaarborgd; na het verlengen van de Henslare wordt de Stationsstraat afgesloten voor zwaar verkeer met uitzondering van bestemmingsverkeer en wordt de weg ingericht als 30 km/gebied; er is ruimte voor beroep en bedrijf aan huis; in het dorp ligt een veilig en comfortabel netwerk van fiets- en wandelverbindingen die de verschillende buurten met het centrum, het station, de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen (zoals de sportvelden) en

met het omliggende buitengebied verbinden; de ruimtelijke relatie tussen het dorp, het stationsgebied en Strand Nulde wordt versterkt; de vestiging van (nieuwe) detailhandel vindt in het centrum van Putten plaats. Indien hiervoor geen mogelijkheden zijn, wordt gekeken naar het gebied rondom het centrum of op bestaande detailhandelsconcentraties buiten het centrum. In het geval van supermarkten of meer grootschalige detailhandel wordt eerst gekeken naar mogelijke passende locaties direct aansluitend op het centrumgebied. Indien deze locaties er niet zijn kan grootschalige detailhandel ook op de bedrijventerreinen worden geplaatst; horeca wordt bij voorkeur in het centrum gevestigd. Eventueel zijn horecavestigingen mogelijk langs de doorgaande wegen bij de entrees tot Putten en op locaties in relatie tot het recreatieve fiets- en wandelnetwerk; de vestiging van tankstations vindt enkel plaats op de doorgaande wegen en niet in de directe omgeving van woongebieden; de openbare ruimte heeft een omvang en invulling die refereren aan het dorpse karakter van Putten en is van een goede ruimtelijke kwaliteit.

Gerelateerd aan deze ruimten zijn er openbare servicepunten, waarin bewoners en ondernemers bij elkaar kunnen komen in relatie tot werk, zorg, welzijn, onderwijs, sport, cultuur en spel; in de openbare ruimte is, waar noodzakelijk, ruimte voor onder- en/of bovengrondse waterberging; ter plaatse van de aanduiding 'Recirculatie doorgaand verkeer' geldt een aanvullende of afwijkende visie. Conclusie Uit vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de plannen aansluiten bij de ruimtelijke visies die gelden voor de beide locaties. Voor locatie 1 geldt dat de openbare ruimte aantrekkelijk wordt ingericht en dat de woonfunctie op de verdiepingen wordt gerealiseerd. Voor locatie 2 is met name relevant dat de gewenste ontwikkeling bijdraagt aan een gevarieerd woningaanbod dat energiezuinig wordt gebouwd. Ook zorgt het voor meer vergroening in nu nog erg versteend gebied. De gewenste ontwikkeling past dus binnen de Structuurvisie van de gemeente Putten.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

29

3.3.2

Detailhandelsstructuurvisie Putten

In 2016 is door MKB REVA een detailhandelsstructuurvisie opgesteld voor Putten. Hierin wordt als doelstelling geformuleerd dat Putten een compact winkelgebied met een aaneengesloten en zoveel als mogelijk tweezijdig winkelfront wil creëren. Er wordt geconstateerd dat de detailhandelsstructuur redelijk compact en onderling aansluitend is. Bijna alle supermarkten bevinden zich in of direct aansluitend op het kernwinkelgebied. Versterking van de winkelfunctie in het centrumgebied is een centraal uitgangspunt. Gelet op de gevestigde supermarkten aan de oostelijke en westelijke entreepartijen van het centrum dienen supermarkten en warenhuizen zich daar te concentreren. De positionering aan de rand van het (kern)winkelgebied maakt combinatiebezoek mogelijk en zal zo mogelijk, middels op verzoek vanuit de markt te verplaatsen, verder versterkt kunnen worden. Verspreide bewinkeling moet worden tegengegaan met het het oog op een de concentratie van winkels in en direct om het centrum. Conclusie Middels de verplaatsing van de Boni-supermarkt komt de supermarkt dichter bij het kernwinkelgebied van Putten te liggen. Door de kringloopwinkel aan de Achterstraat te vestigen ontstaat er bovendien een tweezijdig winkelfront. 3.3.3

Woonvisie Putten

De gemeenteraad van Putten heeft op 28 mei 2020 de Woonvisie 2020 - 2025 vastgesteld. Het document heeft de titel 'Werken aan het Puttens Palet' gekregen. Er zijn verschillende opgaven in het dorp. Dit komt onder andere door de hoge waardering van het dorp. Hierdoor is het voor veel mensen lastig om een betaalbare woning te vinden. In het bestaande aanbod is het aantal betaalbare woningen beperkt, maar dit geldt ook voor nieuwbouw. De woonopgaven zijn vertaald naar drie ambities: 1. Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte; 2. Zorgzame en inclusieve wijken; 3. Een duurzaam huis. Met name punten 1 en 3 zijn relevant om nader toe te lichten. Er worden in de gemeente te weinig en te weinig betaalbare woningen gebouwd om in de woonbehoefte te voorzien. Er is een schaarste en een plantekort van 180 woningen tot 2025. Vooral jongeren en starters hebben hier last van. Daarom wil de gemeente het volgende: Bestaande plannen versnellen Nieuwe locaties zoeken Streefwoningbouwprogramma Meer sociale huur woningen Meer sociale- en betaalbare koopwoningen Met betrekking tot het plan kan worden gesteld dat er voldoende ruimte is gecreëerd voor betaalbare woningen. Twaalf appartementen van de 28 worden aangeboden in het goedkope koopsegment (tot maximaal 210.000 euro).

De gemeente heeft de sterke voorkeur uitgesporken om een deel van deze appartementen in de sociale huur te categoriseren. Als er sprake is van huurappartementen dan garandeert de initiatiefnemer dat deze appartementen voor een periode van minimaal 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar zullen blijven en dat derhalve het huurniveau onder de door de Rijksoverheid jaarlijks vast te stellen liberalisatiegrens zal liggen. Daarnaast staat genoemd dat starters gebaat zijn bij koopwoningen tot 265.000 euro. In deze prijsklasse worden 16 van de 28 appartementen aangeboden. Op het gebied van duurzaamheid kan gesteld worden dat de ontwikkeling bijdraagt aan de door de gemeente gewenste maatregelen. De nieuwe woningen worden goed geïsoleerd, krijgen een laag-energielabel en zullen geen gasaansluiting krijgen. Daarnaast zal er met de ontwikkeling sprake zijn van ontharding van de plangebieden, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress. Conclusie

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

30

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de gemeentelijke woonvisie. Er worden voldoende woningen gerealiseerd in het sociale huur/koop-segment. Daarnaast levert de ontwikkeling een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen als geformuleerd in de woonvisie. 3.3.4

Welstandsnota

De welstandsnota voor de gemeente Putten beschrijft het welstandsbeleid en dient als toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunning en het beoordelen van bestaande bouwwerken. De beide planlocaties zijn gelegen binnen het deelgebied 'Historische kern'. De historische kern van Putten ligt binnen de Brinkstraat, Dorpsstraat, Engweg en Voorthuizerstraat. De kern is ontstaan op het kruispunt van de Achterstraat, Dorpsstraat, Molenweg, Bakkerstraat en Garderenseweg, waar het huidige (winkel)centrum is gevestigd. Het is een gebied waarin verschillende voorzieningen zijn geconcentreerd, zoals winkels, dienstverlening, horeca, enkele bedrijven en kantoren. Aan de randen van het gebied neemt het aandeel van de woonfunctie toe. De bebouwing in het centrum is zeer gevarieerd, mede doordat in de loop van de jaren open plekken zijn opgevuld en woningen zijn vervangen. De hoofdvorm staat direct aan de straat, terwijl aanbouwen en bijgebouwen vrijwel allemaal aan de achterzijde gelegen zijn. Door de grote variatie in bouwstijlen is er geen eenduidig beeld in de kaprichting. Een groot deel van de winkelpanden aan de Dorpsstraat heeft aan de voorzijde een luifel die boven- en onderpui van elkaar scheidt. Er wordt benoemd dat het behoud van het karakter van het historische dorpsgebied belangrijk is voor het behoud van de identiteit van het gehele dorp.

Het beleid is vooral gericht op het behoud van variatie binnen het samenhangende beeld van het gebied. Dit betekent dat het individuele karakter van de panden voorop staat. Om toch samenhang en harmonie in het historische dorpsbeeld te bewaren, is het bij nieuwbouw essentieel dat de gebiedskenmerken tot uitgangspunt worden genomen. Conclusie In de planvorming is rekening gehouden met de eisen als gesteld in de welstandsnota. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen strijdigheid bestaat met het welstandsbeleid van de gemeente Putten.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

31

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1

Flora en fauna

4.1.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2

Effect te vergunnen activiteiten

Beide plangebieden liggen niet binnen Natura 2000-gebied. Wel bevinden beide locaties zich hemelsbreed op circa 1.000 meter afstand van Natura 2000-gebied De Veluwe. Daarnaast geldt dat NNN gebied ook op circa 1.000 meter afstand is gelegen. De planlocaties ligging niet binnen een Groene Ontwikkelingszone. In onderstaande figuur is de situatie weergegeven:

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

32

Figuur: Ligging ten opzichte van natuurgebieden (bron: Omgevingsverordening Gelderland) Gezien de ligging en de gewenste ontwikkeling, waarbij een deel van de bestaande gebouwen wordt gesloopt is op 24 april 2019 een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecologicus. De rapportage is opgenomen als bijlage 2. Tijdens het onderzoek is gelet op sporen, waarnemingen van soorten en geschikte of ongeschikte eigenschappen van de herontwikkellocaties, zodat er een uitspraak kan worden gedaan over de waarschijnlijkheid van het gebruik ervan door de huismus en/of de gierzwaluw. Uit het onderzoek is gebleken dat er op beide locaties geen 'krijtsporen' aangetroffen zijn die duiden op de aanwezigheid van mogelijke broedsels of slaapplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Daarnaast is de aanwezigheid van vleermuizen onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. Hierover wordt in de rapportage het volgende genoemd: "De spouwen van het Boni-complex zijn dicht waardoor vleermuizen er niet in kunnen. De schuine daken lijken met name rond het dakkapel en in de hoeken redelijk geschikt voor vleermuizen. De Linde op de parkeerplaats van de Boni lijkt geen gaten of scheuren te hebben. Er worden door de nieuwbouw geen vliegroutes van vleermuizen aangetast.

Er zal met de herontwikkeling van beide locaties geen (essentieel) foerageergebied verloren gaan. Het betreft beide zeer sterk versteende locaties met relatief weinig tot geen groen waardoor de locaties ook geen insecten aantrekkende werking hebben en als foerageergebied uitgesloten kunnen worden. Alleen het groen van de tuinen rondom de Boni, de Linde op de parkeerplaats van de Boni en met name de begraafplaats ten zuiden van de Gervenhof zullen naar verwachting een functie als foerageergebied voor vleermuizen hebben." De conclusie van het onderzoek geeft aan dat voor beide locaties nader onderzoek voor huismussen en gierzwaluwen wordt geadviseerd. Dit is niet nodig om eventueel gebruik uit te sluiten, maar juist om het aan te tonen. Dit advies is opgevolgd. De rapportage hiervan is te vinden in bijlage 3.In de periode van 14 juni tot en met 20 september zijn tien veldbezoeken uitgevoerd. De locatie aan de Dorpsstraat is vijf keer bezocht en de locatie aan de Gervenhof is zes keer bezocht. Uit het onderzoek blijkt dat er geen waarnemingen zijn gedaan op de toekomstige ontwikkellocaties. Daarnaast zijn er geen waarnemingen gedaan van gierzwaluwen met territorium-indicerend gedrag of nest-indicerend gedrag op beide herontwikkellocaties.

Putten Gervenhof & Dorpsstraat e.o.

33

Tevens is aanvullend onderzoek gedaan naar vleermuizen. Hieruit bleek dat beide locaties niet van betekenis zijn voor de vastgestelde vleermuissoorten. Alle waarnemingen hebben buiten beide plangebieden plaatsgevonden en er zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Wanneer de bebouwing geheel of ten delen verdwijnt, wordt er heringericht en komt er nieuwe bebouwing voor in de plaats. Dit heeft geen negatief effect op vleermuizen. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1.3

Conclusie

Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. 4.2

Stikstofdepositie

4.2.1

Wettelijk kader

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).

Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Met de AERIUS Calculator kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient de gebruikersfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. Vanaf 1 juli 2021 geldt er een vrijstelling voor de bouwfase en hoeft deze dus niet meer in de berekening meegenomen te worden. 4.2.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649248/1