CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Putten, achter Stationsstraat 11 ontwerp 1 Toelichting

Commissie Ruimte 21 maart 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Achter Stationsstraat 1114.462 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Putten, achter Stationsstraat 11

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

4 4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

7

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

9

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

10 10 12 13 15

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Verkeer en parkeren 5.2 Geluid 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Externe veiligheid 5.6 Milieuzonering 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

20 20 20 23 23 25 27 29 31 33

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

35 35 36

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

38 38 38 39

Hoofdstuk 8

41

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak

2

42 42 42

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

3

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Achter de Stationsstraat 11 in Putten binnen de gelijknamig gemeente, ligt een woonperceel (hierna plangebied). De locatie ligt ten westen van het centrumgebied van de Putten. Het voornemen is om binnen het plangebied een woning te realiseren. Het perceel is voorzien van een woonbestemming. Op het perceel is geen bouwvlak opgenomen. Hierdoor is het niet mogelijk om een woning te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan “Kom West”, vastgesteld op 12 januari 2012, aangezien de benodigde bouwmogelijkheden ontbreken. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de gewenste ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt achter de Stationsstraat 11 te Putten. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Putten, sectie C nummer 10711. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en verdere omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en ruimere omgeving (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Putten, achter Stationsstraat 11” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0273.BPBKAStationstrt11-ON01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

4

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Kom West”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 12 januari 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Putten. Verder geldt ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan “Parkeernormen” (vastgesteld op 5 juli 2018). Het plan “Parkeernormen gaat in op de geldende parkeernormen Op basis van deze bestemmingsplannen is het plangebied voorzien van de enkelbestemming 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Kom West” weergegeven. Hierbij is het plangebied met een rode omlijning omgeven. Aansluitend wordt kort op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Wonen' De op de verbeelding voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en tuinen en erven. Bouwregels Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak en met hun voorgevel in de aangegeven voorgevelbouwgrens. De goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen worden gebouwd. 'Waarde – Archeologie' De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en) (basisbestemming), mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 zijnde archeologische waarden. Bouwregels Ter plaatse van deze bestemming is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het vergraven en egaliseren van gronden; 2. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanbrengen van leidingen, constructies, installaties en apparatuur; 4. het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen. 1.4.2

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Op basis van de huidige regels is het bouwen van een woning niet toegestaan omdat geen bouwvlak aanwezig is. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente Putten beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de financiële uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak, het vooroverleg en de zienswijzen.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Zoals aangegeven ligt het plangebied achter de Stationsstraat 11, aan de westzijde van de kern Putten. In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als weide voor dieren. De gronden fungeerden als tuin bij de woning op de locatie Stationsstraat 11. Het plangebied is aan de noord- en oostzijde begrensd door woonpercelen. Aan de west- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Husselerweg In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied (rode omlijning) met een luchtfoto weergegeven. Afbeelding 2.2 betreft een straataanzicht van het plangebied.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Afbeelding 2.2 Huidig straatbeeld van plangebied vanaf de Husselerweg (Bron: Google maps)

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

Het voornemen is om binnen de contouren van de woonbestemming een woning te realiseren. Doordat in de huidige planologische situatie geen bouwvlak is opgenomen is het niet mogelijk om een woning te realiseren. Er is dan ook een herziening van het bestemmingplan noodzakelijk. In afbeelding 3.1 is een schetsplan weergeven van de gewenste situatie.

Afbeelding 3.1 Schetsbeeld van de gewenste situatie (Bron: Roordink Architecten)

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterk e en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toek omstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

4.1.2.1 Algemeen Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeen-telijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een be-stemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om natio-nale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan het Barro Het Barro doet geen uitspraken over het initiatief of over het plangebied. Het initiatief is ook niet strijdig met het Barro. Het Barro vormt geen verdere belemmering voor dit initiatief. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is er sprake van de realisatie van één woning.

Er is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking wordt niet noodzakelijk geacht. 4.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 1 maart 2019 in werking getreden. Het betreft een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en bevat algemene verbindende voorschriften. De Omgevingsverordening is vastgesteld op 24 september 2014 en sindsdien diverse malen geactualiseerd. 4.2.1.2 Programmering wonen De Gelderse provinciale ambitie is: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. De Provinciale aanpak: De provincie gaat in gesprek met de Gelderse regio’s en ze maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. De provincie heeft specifieke aandacht voor de gemeentegrens overstijgende woonvraagstukken.

De provincie stimuleert innovaties in woonwijken op het vlak van duurzaamheid en het omvormen van bestaande gebouwen tot woonruimte. Op basis van de provinciale verordening is een regionale woonagenda opgesteld.

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

4.2.1.3 Toetsing aan de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland Het initiatief is niet strijdig met het provinciale beleid. Er wordt voorzien in nieuwbouw op een daarvoor bedoelde en geschikte locatie. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking heeft reeds plaatsgevonden in paragraaf 4.1.3.1. Uit paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 van deze toelichting blijkt dat de ontwikkeling aansluit bij de regionale- en gemeentelijke woonvisies. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Gelderland. Op 21 december 2022 is de laatste actualisatie vastgesteld. De omgevingsverordening is een uitwerking van de omgevingsvisie. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen hiervan of gebiedsgerichte thema's. De onderwerpen die in de verordening aan de orde komen en waarvoor regels opgenomen zijn, zijn: wonen, bedrijvigheid, glastuinbouw, veehouderij, grond- en drinkwater, natuur en landschap, energie, gebruik gesloten stortplaatsen, grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, bodem, geluidhinder, vaarwegen, regionaal waterplan, handelingen in watersystemen, wegen, vervoer gevaarlijke stoffen en luchtvaart. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In het plangebied zijn de volgende regels van toepassing: Artikel 2.38 (instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Het voorliggende initiatief betreft geen ontwikkeling met het oog op het winnen van fossiele energie. De regel is hiermee niet relevant voor het planvoornemen.

Artikel 3.33 (verbod op winning fossiele energie in Intrekgebieden) Het is verboden in een Intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. Het voorliggende initiatief betreft geen ontwikkeling met het oog op het winnen van fossiele energie. De regel is hiermee niet relevant voor het planvoornemen. Artikel 2.16 (nieuwvestiging en uitbreiding glastuinbouwbedrijf) Een bestemmingsplan laat nieuwvestiging en uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf met een glasopstand vanaf twee hectare alleen toe binnen een glastuinbouwontwikkelingsgebied.Een bestemmingsplan laat in een glastuinbouwontwikkelingsgebied een andere functie dan glastuinbouw alleen toe als die andere functie bijdraagt aan de herstructurering van de glastuinbouwsector. Het voorliggende initiatief betreft geen ontwikkeling met het oog op glastuinbouw. De regel is hiermee niet relevant voor het planvoornemen. 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ Op basis van paragraaf 4.2.2.2 wordt geconcludeerd dat het planvoornemen past binnen de relevante regels en voorwaarden die voortvloeien uit de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Regionaal beleid

De gemeente Putten valt binnen de regio Noord Veluwe.

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

4.3.1

Woondeal regio Noord-Veluwe

4.3.1.1 Algemeen Alle partners die meedoen in deze Woondeal (gemeenten, corporaties, provincie en Rijk) hebben de ambitie om de opgaven op de woningmarkt het hoofd te bieden. Deze Woondeal wordt echter wel gesloten in een complexe en onzekere tijd; bouwers en ontwikkelaars hebben te kampen met oplopende bouwkosten en capaciteitsproblemen terwijl uitdagingen op het gebied van stikstof, netcapaciteit, water en mobiliteit vragen om het maken van scherpe keuzes. Juist vanwege deze omstandigheden is het zo belangrijk dat we ons samen sterk maken en via langjarig commitment de schouders er onder zetten. Versnelling en verhoging van 1. Binnen de regio Noord-Veluwe bestaan verschillende samenwerkingen op een ander schaalniveau. Zo werken de gemeenten Harderwijk en Ermelo samen met de gemeente Zeewolde aan een gebieds-agenda EHZ en werken de gemeenten Elburg, Nunspeet, Hattem en Oldebroek samen binnen Kop van de Veluwe (inclusief gemeente Heerde). De Kop van de Veluwe participeert ook binnen verstedelijkingsstrategie van Zwolle (Novex gebied). De bouwproductie vraagt naast regie van Rijk en provincie nauwe samenwerking met gemeenten en denken in kansen en oplossingen.

Dit vraagt visie, creativiteit, draagvlak, durf en daadkracht waarbij corporaties de positie hebben van een vanzelfsprekende samenwerkingspartner 4.3.1.2 Woningmarkt in beweging Onderstaande tabel geeft per gemeente weer welke woningaantallen iedere gemeente bouwt richting 2030 toe. De colleges van B&W dragen -binnen hun mogelijkheden en mits ambtelijke capaciteit geborgd kan worden- zorg voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van de met de provincie afgesproken woningbouwopgave in de regio.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Regio Noord-Veluwe In de gemeente Putten wordt tot 2030 hard gewerkt aan een stevige woningbouwopgave. In totaal moeten er dan 1.403 woningen zijn gerealiseerd. Waarvan 73% in het betaalbare koop- of huursegment. Met het initiatief wordt voorzien in de realisatie van 1 vrijstaande woning in het duurdere koop-segment. Kwantitatief draagt dit initiatief een steentje bij aan het behalen van de geambieerde woningbouwopgave. Kwalitatief gezien bevordert dit initiatief ook de doorstroming op de woningmarkt. Bewoners die naar deze nieuwe woning verhuizen, stellen zelf weer een andere, meer betaalbare woning vrij.

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

4.3.2

Conclusie toetsing aan het regionaal beleid

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan al het relevante beleid van de regio Noord-Veluwe.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Putten 2040

4.4.1.1 Algemeen Op 2 november 2023 is de Omgevingsvisie Putten 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Putten 2040 is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie wordt de kapstok voor toekomstig beleid en toekomstige initiatieven voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie geeft de gemeente Putten aan hoe onze (fysieke) woon- en leefomgeving er op lokaal niveau uit moet komen te zien. Denk aan woningen en bedrijven, verkeer en vervoer, water en groen en onderwijs- en sportvoorzieningen. Maar het gaat ook over zaken die minder tastbaar zijn zoals duurzaamheid en gezondheid. Een heldere toekomstvisie helpt bij het beoordelen van nieuwe ideeën en het uitvoeren van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie Putten 2040 bevat tal van opgaven, ambities, en (impliciet) keuzes die de fysieke leefomgeving van Putten beïnvloeden. De gemeente Putten realiseert zich goed dat de integrale omgevingsvisie bestaande uit zoveel opgaven en ambities een hoog detailniveau kent. Dit is nodig om in de toekomst initiatieven die op de gemeente Putten afkomen goed te kunnen afwegen. Sommige ambities zijn al vastgelegd in bestaand beleid. Andere zijn nieuw. Voor een totaal overzicht is het natuurlijk zaak de volledige omgevingsvisie door te nemen. In de omgevingsvisie zijn negen centrale opgaven uitgewerkt die goed het brede palet aan opgaven en ambities weergeeft.

Een opgave is een maatschappelijk vraagstuk dat om een antwoord vraagt. Deze opaven zijn gekoppeld aan drie ambities die onderdeel zijn van het Puttense Wiel. De drie ambities zijn: 1. De gemeente Putten stelt de mens centraal, als gebruiker van de ruimte; 2. de gemeente Putten is rentmeester van de (dorpse en natuurlijke) leefomgeving; 3. de gemeente Putten blijft werken aan een vitale en gastvrije economie. Negen opgaven staat centraal in de omgevingsvisie. Voor de voorgenomen ontwikkeling is de opgave 'aangenaam wonen in Putten' het meest relevant. 4.4.1.2 Aangenaam wonen in Putten Een passende en betaalbare woningvoorraad voor de lange termijn In Putten wil de gemeente ervoor zorgen dat de woningvoorraad op de lange termijn aansluit bij de woonbehoeften uit de samenleving. Rekening houden met de ontwikkeling op langere termijn vraagt om flexibiliteit. Hetrealiseren van passende huisvesting ziet de gemeente als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeentebestuur. De gemeente streeft naar een evenwichtige woningvoorraad die alle segmenten omvat en alle doelgroepen onderdak biedt. Bij voorkeur zijn woningen voor meerdere doelgroepen geschikt en daarmee ook op langere termijn inzetbaar. Er is een gezonde opbouw van de bevolking nodig om de vitaliteit van Putten en haar voorzieningen in stand te houden.

Aandachtspunt hierbij is de doelgroep jongeren. Ook voor deze doelgroep wil de gemeente voldoende woningen bieden. De gemeente zet zich in om tot 2040 2.200 woningen te bouwen, aansluitend bij de prognoses voor de groei van het aantal inwoners in Putten. De gemeente bouwt voor de lokale behoefte, met extra aandacht voor starters en (vitale) ouderen. Hier is voldoende aanbod in sociale huur en betaalbare koop voor nodig. Woningbouwontwikkeling kan zo bijdragen aan een inclusieve samenleving voor jong en oud. De gemeente kijkt met Woningstichting Putten naar mogelijkheden om doorstroming van ouderen in de sociale huur te stimuleren, waardoor meer mensen passend worden gehuisvest. Prettige woonwijken: gezond en inclusief De gemeente zet in op zorgzame en inclusieve wijken. De gemeente maakt goed wonen voor inwoners met een zorgbehoefte mogelijk. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn,

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Hier past de gemeente een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn toe. Om te beginnen is daar een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving met een hoge milieukwaliteit voor nodig. Ruimte voor sport en beweging is een belangrijk onderdeel van een gezonde woonomgeving. Bovendien biedt groen een aantrekkelijk omgeving om te sporten en bewegen en elkaar te ontmoeten. Bovendien moet iedere woning een aangename zijde hebben: uitzicht op groen (we streven de 3/30/300 vuistregel na), geen geluid- (geluidluwe zijde) en/of geuroverlast, geen luchtverontreiniging en een veilige vluchtroute i.v.m. Omgevingsveiligheid. Putten zet zich in om de woonkwaliteit blijvend te monitoren. Op dit moment gaat het bijvoorbeeld al goed met het monitoren van afstanden tot groen en het zicht op groen in de wijk. Verder dragen mogelijkheden voor ontmoeting, toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen bij aan vitaliteit. Dit gaat vereenzaming tegen omdat mensen elkaar meer tegenkomen op straat. Om dit zo goed mogelijk op de wensen van bewoners aan te laten sluiten zorgt de gemeente voor meer betrokkenheid van inwoners bij de inrichting van de openbare ruimte.

De gemeente stimuleert het aanpassen van woningen, woonomgeving en voorzieningen aan de wens of noodzaak van veel inwoners om (langer) zelfstandig te wonen en ten behoeve van toekomstbestendigheid. Een speciaal aandachtspunt in Putten is goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte. De gemeente stimuleert nieuwe woonvormen voor vitale senioren. Woningbouw locaties: transformatie boven uitbreiding Het zwaartepunt van woningbouw ligt in het dorp Putten. Ook in buurtschappen kijkt de gemeente naar woningtoevoeging op een passend schaalniveau. De gemeente vind dat inbreiding boven uitbreiding moet gaan. En dan voornamelijk: transformatie boven uitbreiding. Transformatie van verouderde woningen of bedrijven biedt ruimte voor het toevoegen van nieuwe woningen binnen de bebouwde kom. De gemeente kiest nadrukkelijk voor 3 woningbouwlocaties: De Bosrande, Halvinkhuizen en Ambachtstraat. Inbreiding moet passen in de dorpse schaal en mag niet ten koste gaan van de bestaande omgeving, maar juist (groene) kwaliteit toevoegen. In bestaande woonwijken kan ook verdicht worden door splitsing van woningen of het toevoegen van nieuwe woningen. Hoogteaccenten (maximaal 4 tot 5 bouwlagen) op een aantal plekken in de kern zijn denkbaar en passen bij het dorpse karakter.

Bij inbreiding moet wel aandacht zijn voor de balans tussen verharding (waaronder parkeren) en ruimte voor groen, in het voordeel van het groen. Duurzaam wonen De gemeente wil dat de Puttense woningen toekomstbestendig zijn, zowel de bestaande als nieuwe woningen. De gemeente streeft dan ook naar een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door: groen, klimaatadaptief, natuurinclusief en energieneutraal. Duurzaam en circulair bouwen vindt de gemeente belangrijk en in Putten bouwen we in de toekomst bio-based. Door het verergeren van wateroverlast, droogte- en hitteproblematiek dienen ook de woonomgevingen aangepast te worden gericht op een groene inrichting en het verminderen van het verhard oppervlak. Hier moet voldoende ruimte voor groen-blauwe structuren zijn. Maar ook op particulier terrein wil de gemeente dit stimuleren. Het behoud van aanwezig groen vindt de gemeente belangrijk. Het onderhoud zal plaatsvinden gericht op behoud. 4.4.1.3 Spelregels aangenaam wonen De volgende spelregels (per hoofdopgave) kunnen concreet gebruikt worden om initiatieven te bespreken. Ze zijn nadrukkelijk bedoeld om initiatiefnemers te inspireren om het initiatief mogelijk aan te scherpen en vormen voor de gemeente een concreet kader bij de bespreking van het plan.

De initiatiefnemer wordt gevraagd om per spelregel of set van spelregels een onderbouwing aan te leveren over op welke manier het initiatief (al dan niet) een bijdrage levert. Het biedt de basis voor het verdere gesprek tussen gemeente en initiatiefnemer. Aangenaam wonen Het initiatief draagt bij aan de ambities van Aangenaam wonen in Putten door invulling te geven aan de volgende spelregels: 1. Nieuwbouw is in beginsel alleen mogelijk binnen de grenzen van de bebouwde kom van het dorp (inbreiding), of via de rood voor rood regeling. Het initiatief richt zich op inbreiden binnen de bebouwde kom. In het voorliggende geval betreft het

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 voornemen namelijk de realisatie van één woning in de kern van Putten. De realisatie van de woning vindt plaats op een inbreidingslocatie die geschikt is voor wonen. 2. De uitstraling van de woning of het gebouw draagt bij aan het dorpse / landelijke karakter van Putten. De stedenbouwkundige positionering is op basis van het advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit aangepast op de omgeving. Ook de architectonische uitstraling van het huis wordt op de omgeving afgestemd. 3. Nieuwe gebouwen moeten in massa, hoogte en ruimtelijke kwaliteit passend zijn in de omgeving. De kwaliteit en leefbaarheid van de bestaande leefomgeving blijft tenminste gelijk en wordt bij voorkeur beter. De massa, bouwhoogte en architectonische uitingsstijl van de nieuw te bouwen woning wordt afgestemd op de omgeving. De definitieve bouwplannen met betrekking tot het planvoornemen worden getoetst door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande leefomgeving in- en om het projectgebied wordt gewaarborgd. 4. Er wordt een bijdrage geleverd aan een evenwichtige woningvoorraad die inspeelt op de (toekomstige) behoeften van Puttenaren qua woontypologie en prijsklasse. Indien het initiatief uit meer dan 20 woningen bestaat; zie het gedetailleerde woningbouwprogramma in de Woonvisie Putten.

Het voornemen voorziet in het toevoegen van één woning ter plaatse van een woonbestemming. Het bouwen van het huis vindt plaats binnen de kern Putten en draagt bij aan de ambitie van de gemeente om 2.200 woningen te bouwen tot 2040. Binnen deze woningbouwopgave bestaat er ook de behoefte om vrijstaande woningen in een relatief duurdere prijsklasse te realiseren. 5. Het woonprogramma houdt rekening met de draagkracht van het bestaande voorzieningenniveau en van de vitaliteit van de bestaande wijk. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van één woning binnen de kern Putten. Die kern heeft reeds een toereikend niveau van voorzieningen. Met de totstandkoming van één woning komt daar geen verandering in. 6. De ontwikkeling kan zichzelf volledig financieren inclusief de eventueel noodzakelijke aanpassingen in de omgeving. Zo niet, is er een passende financieringsconstructie gevonden met relevante partners. Het voorliggende initiatief voorziet in een ontwikkeling die volledig door de initiatiefnemer wordt gefinancierd. 7. Er wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsambities van gemeente Putten. De nieuwbouwwoning voldoet aan de hedendaagse duurzaamheidseisen en is aardgasvrij. 8. Er wordt een bijdrage geleverd aan de ambities van Bereikbaar Putten.

In paragraaf 5.1.2 wordt onderbouwd waarom het toevoegen van één vrijstaande ambities geen gevolgen heeft voor de mobiliteitsambities van de gemeente Putten. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Putten 2040 Het voornemen voorziet in het toevoegen van één woning ter plaatse van een woonbestemming binnen de bebouwde kom van de dorpskern Putten. Het bouwen van het huis vindt plaats op een inbreidingslocatie die geschikt is voor wonen en draagt bij aan de ambitie van de gemeente om 2.200 woningen te bouwen tot 2040. De woning is bedoeld voor de lokale woningbehoefte en draagt bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Daarnaast betreft het een duurzame gasloze woning. Het voornemen voldoet aan de spelregels voor de opgave 'aangenaam wonen'. Wat betreft de milieu- en omgevingsaspecten wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Putten 2040.

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

4.4.2

Woonvisie Putten 2020-2025 Werken aan het Puttens palet

4.4.2.1 Algemeen Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad van Putten de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld. In het coalitieakkoord Bouwen aan Putten is afgesproken dat er moet worden doorgaan met het bouwen van woningen van goede kwaliteit, op de juiste locaties en passend binnen de mogelijkheden van de inwoners van de gemeente Putten. Bij het opstellen van de woonvisie is zorgvuldig rekening gehouden met de regionale afspraken op de Noord-Veluwe. In dit verband is afgestemd welke huishoudensprognoses worden gebruikt voor de woonvisie. Ook is bij bepalen van de woonopgaven gebruikgemaakt van gegevens uit regionaal woningmarktonderzoek. Als startpunt voor de woonvisie is een woningmarktanalyse uitgevoerd. De woonopgaven die uit deze woningmarktanalyse voortkomen zijn vertaald naar drie ambities; 1. Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte. Om deze ambitie te realiseren is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 700 woningen nodig in de periode 2019 tot 2025 (en in totaal tot 2030 circa 1.100 woningen). Voor starters bestaat de grootste urgentie. Daarnaast is passend wonen voor senioren een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. In de periode 2019-2025 170 à 230 moeten sociale huurwoningen toegevoegd worden, evenals een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. 2. Zorgzame en inclusieve wijken.

De gemeente Putten wil goed wonen voor onze inwoners met een zorgbehoefte mogelijk maken. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen, waar ze erbij horen, en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen. 3. Een duurzaam thuis Ambitie voor een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik dan wel energieneutraliteit. 4.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Putten 2020-2025 Werken aan het Puttens palet In voorliggend geval gaat het om de realisatie van één woning op een woonbestemming in de bebouwde kom van Putten. Er wordt voorzien in nieuwbouw op een daarvoor bedoelde en geschikte locatie. De woning zal gasloos worden gebouwd. De realisatie van één woning sluit aan bij de ambitie om 700 woningen te bouwen in de periode 2019 tot 2025.Het voorliggend plan sluit aan op de doelstellingen van de Woonvisie. 4.4.3

Inbreidingsnota

4.4.3.1 Algemeen De gemeente Putten heeft in 2017 de laatste versie van de inbreidingsnota vastgesteld. De inbreidingsnota heeft als doel de potentiële inbreidingslocaties in de gemeente Putten in beeld te brengen. Mede vanuit de Ladder voor Duurzame verstedelijking acht de gemeente het van belang deze locaties in beeld te hebben. Het betreffende plangebied bevindt zich niet op een locatie die al aangewezen is als inbreidingslocatie. Tevens zijn de getallen die in de nota zijn opgenomen achterhaald gezien de snelle ontwikkelingen op de woningmarkt in de afgelopen jaren. Het kopje ‘spelregels nieuwe ontwikkelingen is relevant en niet achterhaald. Hierin staan regels waar nieuwe inbreidingsprojecten aan moeten voldoen. 4.4.3.2 Spelregels nieuwe ontwikkelingen Bouwplannen die niet voldoen aan bestemmingsplannen, worden automatisch aangemerkt als een verzoek of wijziging van het bestemmingsplan. Dit houdt in dat bepaald moet worden of met de nieuwe plannen sprake is van ‘goede ruimtelijke ordening’. 1. Ruimtelijke afweging (wat, waar en waarom daar): Planologisch; omdat ruimte in de bebouwde kom schaars is moeten de diverse ruimtelijke relevante belangen op een rij worden gezet en onderling worden afgewogen.Belangen

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

2.

3.

4.

5.

kunnen soms ook tegengesteld zijn. Uit een goede belangenafweging moet duidelijk worden welke functie waar gewenst is en waarom die functie nodig is (nut en noodzaak) en waarom juist op die plek; Het bouwplan moet stedenbouwkundig acceptabel zijn. In Stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de bebouwde kom van Putten’(SRBK) uit 1989 worden daarvoor stedenbouwkundige handvatten gegeven; Milieutechnische afweging Natuur en landschap; Milieu (bodemkwaliteit, geluid en dergelijke); Water; Infrastructuur, verkeer en vervoer en bereikbaarheid Cultuurhistorisch erfgoed Duurzame realisatie Financiële afweging: Is het plan financieel haalbaar; Is er een exploitatieplan nodig; Exploitatieovereenkomst Volkshuisvestelijke afweging: Het bouwplan moet passen binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma; Categorisering van de woningen Maatschappelijk draagvlak Tijdig informeren belanghebbenden; Verkrijgen acceptatie/draagvlak voor belanghebbende

4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de inbreidingsnota In voorliggende toelichting wordt op elke eis nader ingegaan, zo is de ruimtelijke afweging terug te vinden in de hoofdstukken 2 en 3. De milieutechnische afweging staat in Hoofdstuk 5. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de financiële afweging en in Hoofdstuk 4 wordt het beleid behandeld, waarin aan de woonvisie wordt getoetst. Het maatschappelijk draagvlak is terug te vinden in Hoofdstuk 9. Geconcludeerd wordt dat aan de eisen vanuit de inbreidingsnota wordt voldaan. 4.4.4

Conclusie gemeentelijk beleid

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan al het relevante beleid van de gemeente Putten.

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Hoofdstuk 5

M ilieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit,verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage.

5.1

Verkeer en parkeren

5.1.1

Uitgangspunten

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Voor wat betreft de parkeerbehoefte wordt uitgegaan van het bestemmingsplan 'Parkeernormen' van 5 juli 2018 Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Putten-centrum); stedelijke zone: schil centrum; functies: koop woning, >150 m2 5.1.2

Verkeer

De nieuw te realiseren woning zal voorzien in een aantal extra verkeersbewegingen. De te realiseren woning brengt op basis van de crow een verkeersgeneratie op van 8,1 verkeersbewegingen per woning. In dit geval wordt er één woning gerealiseerd. De Husselerweg wordt voornamelijk gebruikt voor bestemmingsverkeer. Gelet op het omliggende wegennet en de aard van de Husselerweg kan het verkeer met gemak worden afgewikkeld. 5.1.3

Parkeren

In voorliggend geval wordt er één woning mogelijk gemaakt. Hiervoor geldt een parkeerbehoefte van 1,6 parkeerplaatsen. Het parkeren ten behoeve van de woning vindt plaats op eigen terrein. Op het erf is voldoende ruimte aanwezig voor het realiseren van 2 parkeerplaatsen. Geconcludeerd wordt dat op eigen terrein in de parkeerbehoefte kan worden voorzien. 5.1.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Geluid

5.2.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

5.2.2

Situatie plangebied

In dit geval wordt er een geluidsgevoelige object toegevoegd, namelijk een woning. Hierna wordt achtereenvolgens op de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai ingegaan. 5.2.2.1 Wegverkeerslawaai Op grond van artikel 77 van de Wet geluidhinder dient bij de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. In artikel 74 lid 1 van de Wet geluidhinder is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken

350 m

600 m

In lid 2 van artikel 74 zijn de situaties aangegeven waarvoor de hiervoor genoemde zones niet gelden. Dit is het geval voor onderstaande wegen: wegen die zijn aangeduid als woonerf; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting vanwege wegverkeer bedraagt 48 dB. Het plangebied bevindt zich binnen de wettelijke geluidszone van de drukke provinciale weg N798/Nijkerkerstraat. In dit geval is door AWG geluidsadvies bv een akoestische berekening uitgevoerd voor de geluidsbelasting als gevolg van deze weg. Hierna wordt nader ingegaan op de belangrijkste resultaten. Voor het volledige advies van AWG wordt verwezen naar Bijlage 1 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten Het plan is gelegen binnen de 250m brede geluidzone van de Nijkerkerstraat / N798. De Stationsstraat is heringericht en 30km gebied. Deze weg heeft geen wettelijke geluidzo-ne. Het wegdek op de Nijkerkerstraat bestaat uit SMA-NL-8G+, de maximum snelheid bedraagt 80 km/uur. De geluidbelasting op de gevels van de woning bedraagt vanwege de Nijkerkerstraat / N798 varieert van Lden=46 dB op de noordgevel tot Lden=56 dB op de zuidgevel en na aftrek ex. art. 110 Wet geluidhinder.

Dit voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. Vanwege de niet gezoneerde Stationsstraat is de geluidbelasting maximaal Lden=37 dB incl. aftrek. Het initiatief heeft geen invloed op de verkeersintensiteit. Op de Nijkerkerstraat ligt al geluidreducerend asfalt. De gemeente voelt weinig voor afschermende voorzieningen langs de zuidelijke perceelsgrens en de Husselseweg i.v.m. de openheid van het gebied. Voorstel is een scherm van 2m hoog langs de oostzijde en een stuk langs de oostelijke kavelgrens te plaatsen. Dat geeft voor de oostgevel op de begane grond een reductie tot de voorkeursgrenswaarde en heeft een positief effect op de buitenruimte. Hiermee is er een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Als er minimaal drie verblijfsruimten met een gevel aan de luwe zijde wordt gerealiseerd past het plan daarmee binnen het gemeentelijke geluidbeleid. De cumulatieve geluidbelasting vanwege alle wegen bedraagt Lcum=47-58 dB (zonder aftrek). De karakteristieke geluidwering van de gevels conform het Bouwbesluit moet voldoen aan GA;k=20-25 dB. Hieraan is in een nieuwbouwsituatie vrij eenvoudig te voldoen. In de regels van het bestemmingsplan is middels een aanduiding geborgd dat een geluidwerende voorziening wordt gerealiseerd van minimaal 2 meter hoog.

Met het in achtnemen van voorstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

5.2.2.2 Railverkeerslawaai en industrielawaai Het plangebied bevindt zich op ruim 1,4 kilometer.Er zijn geen milieuhygiënische bezwaren voor de beoogde gebruiksfunctie en afgifte van een omgevingsvergunning bij het voorgenomen herstel van de fundering op locatie. De wettelijke geluidszone van de meest nabijgelegen spoorlijn bedraagt 200 meter. In afbeelding 5.1 is het railverkeerslawaai weergegeven. Het plangebied ligt ruim buiten het invloedsgebied voor railverkeerslawaai. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Afbeelding 5.1 Uitsnede Geluidskaart nabijgelegen spoorweg (Bron: www.atlasleefomgeving.nl)

5.2.2.3 industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid in de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.6 (milieuzonering). 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan doordat de benodigde akoestisch mitigerende maatregelen zijn geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

5.3

Bodemkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.3.2

Situatie plangebied

In dit geval is ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de volgende paragraaf wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige rapport is in Bijlage 2 opgenomen. Onderzoeksresultaten In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten van lood, minerale olie en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. Er zijn geen milieuhygiënische bezwaren voor de beoogde gebruiksfunctie en afgift 5.3.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.4

Luchtkwaliteit

5.4.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 5.4.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.4.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.4.2

Situatie plangebied

Voorliggend initiatief heeft betrekking op het toevoegen van één grote vrijstaande woning. In de eerste plaats wordt opgemerkt dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Daarnaast gaat voorliggend project uit van de realisatie van één vrijstaande woning. Het aantal te realiseren woningen blijft ruimschoots onder de aangegeven grens van 1.500 woningen zoals opgenomen in het Besluit NIBM. Hiermee kan worden uitgesloten dat de grenswaarde van 3% voor verontreinigende stoffen wordt overschreden. Voor de ontwikkeling is uitgegaan van een maximale toename van 8,1 verkeersbewegingen per weekdagetmaal conform de berekening van de verkeersgeneratie in paragraaf 5.1 van deze toelichting. Ook is er bij de berekening ervanuit gegaan dat een percentage van 10% van de verkeersbewegingen wordt gemaakt door vrachtverkeer. Gelet op het planvoornemen en gezien de nieuwe functie (wonen), lijkt dit zeer ruim ingeschat. De onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de berekening met de NIBM-tool.

Uit de bovenstaande afbeelding blijkt dat ook de maximale verkeersgeneratie behorend bij het planvoornemen niet in betekenende mate bijdraagt aan het verontreinigen van de buitenlucht. Het gehele project voldoet daarmee aan de luchtkwaliteit eisen die voortvloeien uit de Wet milieubeheer. 5.4.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van bijbehorend plan.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

5.5

Externe veiligheid

5.5.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.5.2

Situatie in en bij het plangebied

5.5.2.1 Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is voor het plangebied een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. 5.5.2.2 Situatie plangebied In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is hierop indicatief met een blauwe contour weergegeven.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Afbeelding 5.1: Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat in de omgeving risicobronnen aanwezig zijn. Per risicobron worden de volgende conclusies getrokken: Risicobron

Beoordeling

Hogedruk aardgasleiding (Bevb)

Het plangebied ligt op circa 30,8 meter ten zuidoosten van de dichtstbijzijnde buisleiding. De bijbehorende 1% letaliteitsgrens (de contour waarbinnen nog 1% van de mensen bij een incident kan komen te overlijden) bedraagt 70 meter. Het plangebied ligt daarmee binnen de veiligheidsafstanden van hogedruk aardgasleidingen. Uit de rapportage 'Inventarisatie risicobronnen gemeente Putten’, Tebodin, dd. 20-12-2012, blijkt dat het groepsrisico onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde is gelegen. Gezien de ligging van de gasleiding is een verantwoording van het groepsrisico niet noodzakelijk.

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11

Plaatsgebonden riciso

De meest nabijgelegen risicobron bevindt zich op circa 28 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het betreft een gebouw van de Gasunie. Voorliggend initiatief ligt buiten de risicocontouren. Ten noordwesten van het plangebied ligt op circa 380 meter een tankstation en een garage. De plaatsgebonden risico's van dit tankstation (omvat het vulpunt en de opslag). Voorliggend initiatief ligt buiten het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.

5.5.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie van bijbehorend plan.

5.6

Milieuzonering

5.6.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13892576/2