Putten, achter Stationsstraat 11 ontwerp 1 Regels
Tekst van het document
Putten, achter Stationsstraat 11
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begripsbepalingen Wijze van meten
4 4 8
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
9 9
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
12 12 13 14 15 16 17
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
18 18 19
2
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Regels
Regels (ontwerp)
3
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
plan:
het bestemmingsplan "Putten, achter Stationsstraat 11"van de gemeente Putten.
1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0273.BPBKAStationstrt11-ON01 met de bijbehorende regels.
1.3
aan- of uitbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van gronden;
1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
ander bouwwerk:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.8
bebouwingspercentage:
de in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de toegestane bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per bouwperceel gemeten;
1.9
bedrijf aan huis:
het bedrijfsmatig uitoefenen van bedrijfsactiviteiten: 1. die in de van deze voorschriften deel uitmakende Bijlage 1 Staat van bedrijfsacitiviteiten zijn aangeduid als categorie 1, dan wel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft de gevolgen voor de omgeving, en 2. die geen horeca of detailhandel zijn, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit,
4
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
in de woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie. 1.10
beroep aan huis:
het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig, maatschappelijk en daarmee gelijk te stellen gebied, in de woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie.
1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak.
1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.13
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.14
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.15
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
1.16
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.17
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel.
1.18
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.19
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
Regels (ontwerp)
5
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
1.20
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.21
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.22
geluidscherm
een verticale afscheiding om de geluidshinder te beperken voor de mensen die achter de voorziening wonen of verblijven, waarbij de geluidwerende voorziening deel kan uitmaken van een gebouw of overkapping; 1.23
gemeentelijke parkeernorm
de parkeernormen zoals opgenomen in 'Nota Parkeernormen Putten', die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd, dan wel, indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, de wijziging hiervan; 1.24
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door de ligging en/of omvang en/of in architectonisch en/of constructief opzicht dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.25
peil:
voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst; de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.26
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.27
voorgevel:
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels.
1.28
voorgevelbouwgrens:
de langs de weg gelegen bouwgrens, waarin of waarachter zich de voorgevel van de woning bevindt; 1.29
wonen:
het gehuisvest zijn in een woning.
6
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
1.30
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
Regels (ontwerp)
7
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
lengte/breedte/diepte van een gebouw:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren; 2.7
afstanden:
afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot (zijdelingse) bouwperceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
8
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Wonen
Artikel 3 3.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, waarvan de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte met een maximum van 45 m² van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; met de daarbij behorende: b. bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. tuinen en erven. 3.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de in lid 3.1 genoemde doeleinden. 3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen: 1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd in het bouwvlak en met hun voorgevel in de voorgevelbouwgrens; 2. het aantal woningen bedraagt niet meer dan 1; 3. de afstand van de niet aangebouwde zijgevel(s) van hoofdgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelgrens dient ten minste 3 m te bedragen, dan wel de bestaande afstand indien deze minder bedraagt; 4. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan aangegeven; 5. het gebruik van de gronden voor wonen bedoeld in artikel 3.1 is alleen toegestaan als ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm' een geluidwerende voorziening is gerealiseerd van minimaal 2 meter hoog, overeenkomstig tabel 3 zoals opgenomen in Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. b. Bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mogen bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen worden gebouwd; 2. het maximale bebouwingpercentage aan bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ bedraagt niet meer dan 50%, zulks met een maximaal oppervlak van 45 m² per bouwperceel; 3. bijgebouwen, carports, aan- en uitbouwen dienen ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bijbehorende woning te worden gesitueerd; 4. de bouwhoogte van carports mag niet meer dan 3 m bedragen; 5.
de goot- en bouwhoogte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5 m; 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. Voor het bouwen van erfscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelbouwgrens en/of het gedeelte van het bestemmingsvlak dat niet is voorzien van de aanduiding 'bijgebouwen', geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 m; b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. c. ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' mag uitsluitend een geluidscherm worden gerealiseerd met een bouwhoogte van 2 meter
Regels (ontwerp)
9
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
3.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 1. het bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid, van het bepaalde in: 1. lid 3.2.1 onder a3: ten behoeve van het bouwen op een afstand van ten minste 1 m tot de zijdelingse bouwperceelgrens, mits de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde woningen ten minste 2 m bedraagt; 2. lid 3.2.1 onder a4: voor een grotere goot- en/of bouwhoogte tot maximaal 6 m respectievelijk 10 m; 3. lid 3.2.1 onder b1: voor het bouwen van bijgebouwen, carports en aan- en uitbouwen op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt als is aangegeven in lid 3.2.1 lid b onder 2; 4. lid 3.2.1 lid b onder 2: voor het vergroten van de bebouwde oppervlakte tot maximaal 60 m², mits het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan aangegeven. 3.4
Specifieke gebruiksregel
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden ten behoeve: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. de uitoefening van bedrijf aan huis; c. het gebruik van een groter vloeroppervlak in het hoofdgebouw, alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen, dan 45 m2 ten behoeve van de uitoefening van beroep aan huis. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.4 onder b ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits: 1. de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de bruto vloeroppervlakte als bedoeld onder b, niet meer bedraagt dan 30% van de totale bruto vloeroppervlakte van de desbetreffende woning en de daarbij behorende aanof uitbouwen en bijgebouwen; 2. op de bij de desbetreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt; 3. in de omgeving van de desbetreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande, dat: 4. het parkeren ten behoeve van het bedrijf zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, en 5. behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de desbetreffende woning mogen plaatsvinden; 6. de bedrijfsactiviteiten door hun aard en visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties, het woonkarakter van de woning en de omgeving niet onevenredig aantasten en daardoor geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen; b.
lid 3.4 onder c ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf tot een gezamenlijke vloeroppervlakte in het hoofdgebouw alsmede aan- en uitbouwen en bijgebouwen van niet meer dan 60 m² en mits dit geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het
10
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt.
Regels (ontwerp)
11
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
12
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 5 5.1
Algemene bouwregels
Vervangende bouwregel
Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in de bestemmingsregels gegeven regels ten aanzien van de: a. b. c. d.
goot- en bouwhoogte; oppervlakte; inhoud; afstanden,
zijn de bestaande maten dan wel afstanden eveneens toegestaan. 5.2
Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen voor (het verlengde van) de voorgevel van een gebouw niet meer dan 1 m mag bedragen. 5.3
Onderkeldering
Onderkeldering is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen, onverminderd het bepaalde in artikel 3.2, lid b onder 1g. 5.4
Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9, lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behalve ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d.
bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer; bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; ruimte tussen bouwwerken; parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.
5.5
Voorwaarde geluidsluwe zijde nieuw te bouwen woning
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning zoals bedoeld in 3.2.1 onder a kan slechts worden verleend indien: a. Er in de woning minimaal drie verblijfsruimten met een gevel aan de geluidluwe zijde worden gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. b. bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of vergroten van de nieuw te bouwen woning mag niet worden afgeweken van het bepaalde in lid a van dit artikel.
Regels (ontwerp)
13
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting; b. het gebruiken of laten gebruiken van bijgebouwen ten behoeve van (zelfstandige) bewoning.
14
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: 1. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. het bepaalde in het plan en toestaan dat bouwgrenzen met maximaal 1.5 m worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; 4. het bepaalde in het plan voor het bouwen van bouwwerken ten algemenen nutte, zoals telefooncellen, wachthuisjes voor verkeersdiensten, schuilgelegenheden en schaftlokalen, alsmede van kleine utilitaire gebouwen, zoals transformatorstations, gemalen en gasdrukregelen meetstations, mits de oppervlakte niet meer zal bedragen dan 25 m² en de bouwhoogte niet meer dan 4 m; 5. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 10 m mag bedragen. b. De onder a bedoelde afwijking bij een omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid. c.
Bij de toepassing van deze vergunningverlening dienen de effecten op het woongenot van aangrenzende percelen, de milieuhinder, de mate van verkeersaantrekking, eventuele parkeeroverlast, buitenopslag van goederen en reclame-uitingen bij de beoordeling te worden betrokken.
Regels (ontwerp)
15
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, voor zover daaraan behoefte bestaat en zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, de ligging van bestemmingsvlakken en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, zodanig dat: a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en b. geen van de grenzen met meer dan 10 m wordt verschoven.
16
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 9 9.1
Overige regels
Parkeernormen en Iaden en lossen
a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of het gebruik van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren en stallen van auto's (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. Dit betekent dat moet worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. b. Indien in verband met de bestemming/het gebruik van een gebouw behoefte bestaat aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op het bijbehorend bouwperceel. c. Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en b, dienen na realisering in stand te worden gehouden voor het gebruik waar de betreffende voorzieningen voor nodig zijn. 9.2
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 9.1 onder a en b: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Regels (ontwerp)
17
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
18
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11 van de gemeente Putten
Regels (ontwerp)
19