Putten, achter Stationsstraat 11 ontwerp 1 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Zintuiglijk
(Deel)monsters (m –mv)
Interval (m –mv)
Analyse
01.1 + 02.1 + 03.1 + 04.1 + 05.1 + 06.1
0,00 – 0,50
NEN5740 + Structuur
03.2 + 03.3 + 05.2 + 05.3 + 05.4 + 03.4
0,50 – 2,00
NEN5740 + Structuur
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 MM1 MM2
Bovengrond: Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus Ondergrond: Zand, matig fijn, zwak humeus, sterk siltig
De ligging van de boorpunten is weergeven in bijlage 1. De chemische analyses zijn uitgevoerd door conform NEN-EN-ISO 17025:2008 RvA Testen erkend laboratorium Analytico te Barneveld. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De getoetste analyseresultaten en de toetsingswaarden voor het plaatselijke bodemtype zijn weergegeven in bijlage 5. Voor een toelichting op het momenteel gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 6.
Blad 12/9823p400
4
RESULTATEN
4.1
Lokale bodemopbouw
De globale bodemopbouw op de onderzoekslocatie is in tabel 4.1 samengevat. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen zijn weergegeven in bijlage 3. Tabel 4.1: Samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel Bodeminterval (m –mv.)
Hoofdnaam
Toevoeging
0,00 – 0,50
Zand
Matig fijn, zwak siltig, sterk humeus
0,50 – 1,00
Zand
Matig fijn, matig siltig, matig humeus
1,00 – 1,50
Zand
Matig fijn, sterk siltig, zwak humeus
1,50 – 5,00*
Zand
Sterk siltig
Grondwaterstand beneden maximale boordiepte *Maximale boordiepte 5,00 m -mv
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens het veldwerk is in de zandige ondergrond van boring 05 van 1,00 – 2,00 m -mv roest waargenomen.
4.3
Analyseresultaten
4.3.1 Terminologie toetsing De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering gewijzigd per 1 juli 2013), Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). In bijlage 4 zijn de analyseresultaten weergegeven. In bijlage 5 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven. Voor een toelichting op het momenteel gehanteerde toetsingskader wordt verwezen naar bijlage 6. Bij het interpreteren van de analyseresultaten is de volgende terminologie gehanteerd: < AW <S *
** ***
het gemeten gehalte in grond is niet verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde; het gemeten gehalte (in grondwater) is niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. Het gehalte is kleiner dan de streefwaarde; het gemeten gehalte is licht verhoogd; er is sprake van een lichte verontreiniging. Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde/streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en interventiewaarde (toetsingswaarde voor nader onderzoek); het gemeten gehalte is matig verhoogd, er is sprake van een matige verontreiniging. Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrondwaarde en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde; het gemeten gehalte is sterk verhoogd, er is sprake van een sterke verontreiniging. Het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
Blad 13/9823p400
4.3.2 Resultaten verkennend bodemonderzoek NEN5740 Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3: Toetsing analyses grond en grondwater aan Wet bodembescherming Code
Zintuiglijk
Deelmonsters (m –mv)
Interval (m –mv)
Analyse
Toetsing Wbb*
NEN5740 + Structuur
Pb, Min. Olie, PAK*
NEN5740 + Structuur
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Bovengrond: 01.1 + 02.1 + 03.1 + 0,00 – 0,50 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk 04.1 + 05.1 + 06.1 humeus Ondergrond: 03.2 + 03.3 + 05.2 + 0,50 – 2,00 MM2 Zand, matig fijn, zwak humeus, 05.3 + 05.4 + 03.4 sterk siltig - niet verhoogd * licht verhoogd ** matig verhoogd *** sterk verhoogd MM1
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Blad 14/9823p400
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
5.1
Samenvatting
5.1.1 Aanleiding en doelstelling De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen realisatie van een nieuwe fundering en de daarbij vrijkomende grond aan de Stationsstraat 11 te Putten. Ten behoeve van de realisatie dient ingegrepen te worden in de bodem. Het doel van het verkennend bodemonderzoek NEN5740 is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). 5.1.2
Zintuiglijke waarnemingen
Tijdens het veldwerk is in de zandige ondergrond van boring 05 van 1,00 – 2,00 m -mv roest waargenomen. 5.1.3
Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740
In mengmonster MM1 van de zintuiglijk schone zandige bovengrond [traject: 0,00 – 0,50 m -mv] zijn licht verhoogde gehalten van lood, PAK en minerale olie aangetoond. In mengmonster MM2 van de zintuiglijk schone zandige ondergrond [traject: 0,50 – 2,00 m -mv] zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
Milieuhygiënisch bodemonderzoek NEN5740
De onderzoekshypothese is juist gebleken en de gehanteerde onderzoeksstrategie kan als voldoende doelmatig worden beschouwd voor het vastleggen van de actuele kwaliteit van de bodem ter plaatse. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten van lood, minerale olie en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. Er zijn geen milieuhygiënische bezwaren voor de beoogde gebruiksfunctie en afgifte van een omgevingsvergunning bij het voorgenomen herstel van de fundering op locatie. 28 september 2023 RB Geo BV
Blad 15/9823p400
Bijlage 1: Situatietekening
Blad 16/9823p400
Bijlage 2: Historische topografische kaarten
Blad 17/9823p400
Ü
Legenda Onderzoekslocatie
Overzichtstekening 1
1:10.000
Esri Nederland; Kadaster; Herziening Alg. Kaart Nederland (t/m 1:192.000), TMK 1850 (t/m 1:6.000); Esri Nederland, Community Map Contributors
Overzichtstekening 2
1:100.000
7 3,5 0
7
14
21
28
Esri Nederland; Kadaster; Herziening Alg. Kaart Nederland (t/m 1:192.000), TMK 1850 (t/m 1:6.000); Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. ; Esri Nederland, Community Map Contributors
Esri Nederland; Kadaster; Herziening Alg. Kaart Nederland (t/m 1:192.000), TMK 1850 (t/m 1:6.000); Esri Nederland, Community Map Contributors
Meters Projectnummer
Opdrachtgever
Formaat
A3
Situatie Putten, Stationsstraat 11 Historische topografische kaart 1850
9823p400
Get.
YW Code tekening
Gecontr.
H. van de Bunt Versie
1.0 Schaal
HJ HIS01v1
1:750 Bijlage
Datum
6-6-2023
2A
Ü
Legenda Onderzoekslocatie
Overzichtstekening 1
1:10.000
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TMK 50D (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
Overzichtstekening 2
1:100.000
7 3,5 0
7
14
21
28
Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. ; Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TMK 50D (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TMK 50D (t/m 1:48.000), Bonnebladen (t/m 1:6.000)
Meters Projectnummer
Opdrachtgever
Formaat
A3
Situatie Putten, Stationsstraat 11 Historische topografische kaart 1900
9823p400
Get.
YW Code tekening
Gecontr.
H. van de Bunt Versie
1.0 Schaal
HJ HIS02v1
1:750 Bijlage
Datum
6-6-2023
2B
Ü
Legenda Onderzoekslocatie
Overzichtstekening 1
1:10.000
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Overzichtstekening 2
1:100.000
7 3,5 0
7
14
21
28
Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. ; Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Meters Projectnummer
Opdrachtgever
Formaat
A3
Situatie Putten, Stationsstraat 11 Historische topografische kaart 1950
9823p400
Get.
YW Code tekening
Gecontr.
H. van de Bunt Versie
1.0 Schaal
HJ HIS03v1
1:750 Bijlage
Datum
6-6-2023
2C
Ü
Legenda Onderzoekslocatie
Overzichtstekening 1
1:10.000
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Overzichtstekening 2
1:100.000
7 3,5 0
7
14
21
28
Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. ; Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Meters Projectnummer
Opdrachtgever
Formaat
A3
Situatie Putten, Stationsstraat 11 Historische topografische kaart 1980
9823p400
Get.
YW Code tekening
Gecontr.
H. van de Bunt Versie
1.0 Schaal
HJ HIS04v1
1:750 Bijlage
Datum
6-6-2023
2D
Ü
Legenda Onderzoekslocatie
Overzichtstekening 1
1:10.000
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), Wegenkaart (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Overzichtstekening 2
1:100.000
7 3,5 0
7
14
21
28
Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/ m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000); Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), Wegenkaart (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Op het gebruik van deze data en services zijn van toepassing de Esri Nederland Terms of Use. U dient hiervan voor gebruik van de data en services kennis te nemen. Zodra u de data of services gebruikt of downloadt stemt u in met deze Terms of Use. ; Esri Nederland, Community Map Contributors; Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), Wegenkaart (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
Meters Projectnummer
Opdrachtgever
Formaat
A3
Situatie Putten, Stationsstraat 11 Historische topografische kaart 2000
9823p400
Get.
YW Code tekening
Gecontr.
H. van de Bunt Versie
1.0 Schaal
HJ HIS05v1
1:750 Bijlage
Datum
6-6-2023
2E
Bijlage 3: Boorprofielen
Blad 18/9823p400
Boring:
03
Boring:
01
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Datum:
12-6-2023
Datum:
12-6-2023
0
0
erf
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, bruincreme, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
03.01
01.01
-50
50
erf
50
-50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruincreme, Edelmanboor 03.02
-100
100
Zand matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, geelcreme, Edelmanboor 03.03
-150
150
Zand matig fijn, sterk siltig, geelcreme, Edelmanboor 03.04
-200
200
Zand zeer fijn, uiterst siltig, geelgrijs, Edelmanboor 03.05
-250
250
Zand zeer fijn, uiterst siltig, geelgrijs, Edelmanboor 03.06
-300
300
Zand zeer fijn, uiterst siltig, beigegeel, Edelmanboor 03.07
-350
350
Zand zeer fijn, uiterst siltig, beigegeel, Edelmanboor 03.08
-400
400
Zand matig grof, matig siltig, bruincreme, Edelmanboor 03.09
-450
450
Zand matig grof, sterk siltig, bruingeel, Edelmanboor 03.10
500
-500
Projectnaam: Stationsstraat, Putten
Getekend volgens: NEN 5104
Projectcode: 9832P400
Schaal: 1: 25
Boring:
02
Boring:
04
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Datum:
12-6-2023
Datum:
12-6-2023
0
0
erf
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
02.01
50
erf
04.01
-50
50
-50
Projectnaam: Stationsstraat, Putten
Getekend volgens: NEN 5104
Projectcode: 9832P400
Schaal: 1: 25
Boring:
06
Boring:
05
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Boormeester:
W. Zeldenthuis
Datum:
12-6-2023
Datum:
12-6-2023
0
0
erf
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
Zand matig fijn, matig siltig, sterk humeus, bruincreme, Edelmanboor
06.01
50
erf
05.01
-50
-50
50
Zand matig fijn, sterk siltig, matig humeus, bruincreme, Edelmanboor 05.02
-100
100
Zand matig fijn, sterk siltig, uiterst roesthoudend, antropogeen, geen olie-water reactie, roestgeel, Edelmanboor
05.03
-150
150
Zand matig fijn, matig siltig, uiterst roesthoudend, antropogeen, geen olie-water reactie, roestgeel, Edelmanboor
05.04
200
-200
Projectnaam: Stationsstraat, Putten
Getekend volgens: NEN 5104
Projectcode: 9832P400
Schaal: 1: 25
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 4: Analysecertificaten
Blad 19/9823p400
RB Geo BV T.a.v. Jan Paul Reinink Zilverparkkade 63 8232 WK LELYSTAD NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 27-Jun-2023
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2023091406/1 9832p400 Stationsstraat, Putten 21-Jun-2023
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
9832p400 Stationsstraat, Putten
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Projectcode
4565 - RB Geo BV - Project PGNH
Jan Paul Reinink
Analyse
Eenheid
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
94.3
93.0
2023091406/1 22-Jun-2023 27-Jun-2023 27-Jun-2023/13:39 A,B,C,D 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.8
1.1
Gloeirest
% (m/m) ds
97
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.4
2.9
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
27
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
3.2
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
9.8
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
0.069
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
52
10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
46
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
12
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
30
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
23
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
6.3
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
74
<35
Minerale olie
S
Zie bijl.
Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
1 2
Opgegeven monstermatrix
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50
Grond (AS3000) MM2, 03: 50-100, 03: 100-150, 05: 50-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 03: 150-200 Grond (AS3000)
Monster nr.
13705334 13705335
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat
S
Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
9832p400 Stationsstraat, Putten
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Projectcode
4565 - RB Geo BV - Project PGNH
Jan Paul Reinink
Analyse
Eenheid
1
2
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
S S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
2023091406/1 22-Jun-2023 27-Jun-2023 27-Jun-2023/13:39 A,B,C,D 2/2
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
1.0
0.061
S
Anthraceen
mg/kg ds
0.30
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
2.4
0.14
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
0.79
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
1.1
0.054
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
0.47
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.92
0.060
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.63
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
0.55
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
8.2
0.53
Nr. Uw monsteromschrijving
1 2
Opgegeven monstermatrix
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50
Grond (AS3000) MM2, 03: 50-100, 03: 100-150, 05: 50-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 03: 150-200 Grond (AS3000)
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door IBAN: NL71BNPA0227924525 TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het BIC: BNPANL2A Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg. KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Monster nr.
13705334 13705335
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023091406/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
13705334
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0 -50, 06: 0-50
0539851871
03
0
50
13-Jun-2023
0539851713
01
0
50
13-Jun-2023
0539851715
02
0
50
13-Jun-2023
0539851719
04
0
50
13-Jun-2023
0539851720
06
0
50
13-Jun-2023
0539851705
05
0
50
13-Jun-2023
13705335
MM2, 03: 50-100, 03: 100-150, 05: 50-100, 05: 100- 150, 05: 150-200, 03: 150-200
0539851876
03
50
100
13-Jun-2023
0539851877
03
100
150
13-Jun-2023
0539134349
03
150
200
13-Jun-2023
0539851681
05
50
100
13-Jun-2023
0539851706
05
100
150
13-Jun-2023
0539851718
05
150
200
13-Jun-2023
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023091406/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023091406/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Bijlage (D) opmerkingen aangaande de monstername en conserveringstermijn. 2023091406/1 Pagina 1/1 Er zijn verschillen met de richtlijnen geconstateerd die de betrouwbaarheid van de resultaten van onderstaande monsters of analyses mogelijk hebben beinvloed. De beoordeling van de bewaartermijn is gebaseerd op de onderstaande richlijnen: Water: NEN EN ISO 5667-3 en ISO 19458 en Vlaanderen: CMA 1/B en WAC I/A/010. (Water)bodem: ISO 18512, AS SIKB 3001 of ISO 5667-15 en Vlaanderen: CMA 1/B.
Analyse
Monster nr.
De conserveringstermijn is voor de betreffende analyse overschreden. Minerale Olie (GC) (Voorbehandeling)
13705334 13705335
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse, het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en door de overheid van Luxemburg.
Chromatogram TPH/ Mineral Oil Sample ID.:
13705334
Certificate no.:
2023091406
Sample description.: V x10 4 0.9 0.8
0.6
0.4
0.6
0.7
0.8
0.7
0.8
0.9
1.0
1.1 Time [min]
1.2
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
C10
1100
0.5
C35-C40 C40
0.0
C30-C35
0.1
C21
0.2
C16-C21
C10-C12
0.3
C12-C16
0.4
C21-C30
0.5
C10
pA
0.7
1000 900 800 700
100
C35-C40 C40
200
C30-C35
C12-C16
C10-C12
300
C16-C21
400
C21-C30
500
C21
pA
600
0
220 200
0.5
0.6
0.9
1.0
1.1 Time [min]
1.2
1.3
C10
0.4
180 160
20
C30-C35
C35-C40 C40
40
C21-C30
60
C21
80
C12-C16
100
C10-C12
pA
120
C16-C21
140
0 -20 0.40 0.45 0.50 0.55 0.60 0.65 0.70 0.75 0.80 0.85 0.90 0.95 1.00 1.05 1.10 1.15 1.20 1.25 1.30 1.35 1.40 1.45 1.50 1.55 1.60 1.65 1.70 1.75 1.80 Time [min]
Bijlage 5: Getoetste analyseresultaten
Blad 20/9823p400
Uw Project
Stationsstraat, Putten (9832p400)
Certificaat
2023091406
Toetsing
BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb
Versie
2.0.24
Toetsingsdatum
02 August 2023 09:52
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50 Analyse
MM2, 03: 50-100, 03: 100-150, 05: 50-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 03: 150-200
Eenheid G.W.
G.S.S.D
Oordeel
G.W.
G.S.S.D
Oordeel
Bodemtype correctie Fractie < 2 µm
3.4
2.9
Organische stof volgens gloeiverlies methode
2.8
1.1
Metalen Barium (Ba)
mg/kg DS
27
89
@
<20
48.8
@
Cadmium (Cd)
mg/kg DS
<0.20
0.228
-
<0.20
0.238
-
Kobalt (Co)
mg/kg DS
<3.0
6.4
-
3.2
10.2
-
Koper (Cu)
mg/kg DS
9.8
18.8
-
<5.0
7.02
-
Kwik (Hg)
mg/kg DS
0.069
0.0963
-
<0.050
0.0496
-
Molybdeen (Mo)
mg/kg DS
<1.5
1.05
-
<1.5
1.05
-
Nikkel (Ni)
mg/kg DS
<4.0
7.31
-
<4.0
7.6
-
Lood (Pb)
mg/kg DS
52
78.6
> AW
10
15.5
-
Zink (Zn)
mg/kg DS
46
100
-
<20
31.8
-
mg/kg DS
74
264
> AW
<35
122
-
mg/kg DS
0.0049
0.0175
-
0.0049
0.0245
-
8.2
8.2
> AW
0.53
0.525
-
Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40)
Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg DS
Page 1 of 2
Eurofins Nr.
Monsteromschrijving
421-13705334
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 13-06-2023 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50 MM2, 03: 50-100, 03: 100-150, 05: 13-06-2023 50-100, 05: 100-150, 05: 150-200,
421-13705335
Datum Monstername
Eindoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Voldoet aan Achtergrondwaarde
Legenda G.W.
Gemeten waarde
G.S.S.D.
Gestandaardiseerde meetwaarde
@
Geen toetsoordeel mogelijk
-
<= Achtergrondwaarde
> AW
> achtergrondwaarde
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.
Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com
Page 2 of 2
Bijlage 6: Toelichting toetsingskader
Blad 21/9823p400
Toelichting toetsingskader De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van VROM (Circulaire bodemsanering gewijzigd per 1 juli 2013), Staatscourant 27 juni 2013, jaargang 2013, nummer 16675). Hierin worden achtergrondwaarden (voor grond) en streefwaarden (voor grondwater) en interventiewaarden (voor grond en grondwater) onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: • De achtergrondwaarden (AW) voor grond zijn de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. • De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven sprake is van een aantoonbare verontreiniging. In bijzondere gevallen kan in bodems door natuurlijke oorzaken de streefwaarde worden overschreden. Of hiervan sprake is, kan doorgaans alleen middels nader bodemonderzoek worden vastgesteld. • De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in grond of grondwater aan, waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.
Er is sprake van een “ernstig geval van bodemverontreiniging” (volgens de Wet Bodembescherming) indien voor tenminste één stof de interventiewaarde wordt overschreden voor een volume in tenminste 25 m³ grond of in tenminste 100 m³ grondwater of wanneer sprake is van een actueel risico. In een geval van ernstige bodemverontreiniging is er in principe een saneringsnoodzaak 1. Op basis van de resultaten van een verkennend of nulsituatie bodemonderzoek kan over de ruimtelijke schaal waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Conclusies ten aanzien van een eventuele saneringsnoodzaak kunnen daarom doorgaans niet op basis van de resultaten van een verkennend of nulsituatie/BSB onderzoek worden getrokken. Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient formeel plaats te vinden indien de toetsingswaarde voor nader onderzoek [1/2(AW of S+I)]; gemiddelde van de som van de achtergrondwaarde of streefwaarde en de interventiewaarde] wordt overschreden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd, indien er een vermoeden bestaat van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
1 Overigens kan ernstige bodemverontreiniging zich eveneens voordoen zonder dat interventiewaarden worden overschreden, bijvoorbeeld indien de verontreiniging zich zodanig verspreidt, dat daar schadelijke effecten door kunnen optreden. Ook in dergelijke gevallen is sprake van saneringsnoodzaak.
Blad 22/9823p400
bestemmingsplan Putten, achter Stationsstraat 11
Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
83
Quickscan soorten realisatie nieuwe woning achter Stationsstraat 11 te Putten
Opdrachtgever
H. van de Bunt
Contactpersoon
Gerald Mulder mulder@roordinkarchitecten.nl
Uitvoering
Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2023-133 Versie Sept.23-v1 Behandeld door Lex Groenewold Datum 4 september 2023
Dokter Holtropstraat 97 • 385113 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90• Bank: NL26 INGB 0673 0025 27
Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Situatie .................................................................................................................... 3 Relevante wetgeving ............................................................................................... 4 Aanpak onderzoek ................................................................................................... 4 Gewenste ontwikkeling ............................................................................................ 4 Bronnenonderzoek .................................................................................................. 5 Locatiebezoek ......................................................................................................... 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna ............................................................ 5 8.1 Vaatplanten ...................................................................................................... 5 8.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen ........................................................... 5 8.3 Zoogdieren .......................................................................................................
6 8.4 Vogels .............................................................................................................. 6 8.4.1 Vogels algemeen ....................................................................................... 7 8.5 Overige soorten ................................................................................................ 7 9. Conclusies en aanbevelingen .................................................................................. 8 9.1 Algemeen ......................................................................................................... 8 9.2 Beschermde soorten......................................................................................... 8 9.3 Voorbehoud en zorgplicht ................................................................................. 8 10. Conclusie en advies ................................................................................................. 9 11. Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen ........................................................ 10 12. Literatuur ............................................................................................................... 11
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Voorbeelden van maatregelen
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
2
Versie: 4 september 2023
1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen achter op het perceel van Stationsstraat 11 een nieuwe vrijstaande woning te realiseren. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd hiervoor een quickscan soorten uit te voeren.
2. Situatie De overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft een perceel in het centrum van Putten, vlak bij de drukke provinciale weg N798/Nijkerkerstraat. Het perceel achter de Stationsstraat 11 bestaat uit grasland. Het perceel is dermate groot dat een extra woning mogelijk is. Hiervoor moet duidelijk zijn of beschermde soorten of verblijfplaatsen in het geding zijn.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
3
Versie: 4 september 2023
3. Relevante wetgeving De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura2000 gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats.
Er is geen ontheffing nodig als overtreding van verbodsbepalingen is te voorkomen én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de geplande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000 gebied of gelegen is in het Nationaal natuurnetwerk moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een vergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag.
4. Aanpak onderzoek De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens, literatuurgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen. Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden. Als er negatieve effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzachtende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de algemene zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.
5. Gewenste ontwikkeling Het plan omvat het schonen en bouwrijp maken van het terrein en realisatie van een nieuwe woning. Deze activiteiten vallen onder de definitie van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling op basis van de Wet natuurbescherming. De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
4
Versie: 4 september 2023
Uitgangspunten hiervoor zijn: -
het slopen van een houten schuurtje schonen en bouwrijp maken van het terrein het uitgraven van de fundering het realiseren van een nieuwe vrijstaande woning
6. Bronnenonderzoek Het plangebied ligt in kilometerhok x:169/y:474. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het Natuurloket. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente artikelen en eigen gegevens (zie literatuurlijst).
7. Locatiebezoek Tijdens een locatiebezoek op 16 augustus 2023 is het plangebied en de directe omgeving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten.
8. Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plangebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.
8.1 Vaatplanten Het perceel bestaat uit braakliggende grond met een schuurtje. Op het terrein lijkt een mix van cultivar en wilde planten aanwezig. Gezonden soorten zijn o.a. klaproos, duizendblad, melganzevoet, bijvoet, zonnebloem, slaapbol, vlas, korenbloem (foto), brandnetel, braam, bernagie en diverse grassen. Er zijn op en rond het perceel geen beschermde soorten aangetroffen. Bij verdere realisatie van de plannen is geen sprake van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing is voor de aanwezige flora niet nodig.
8.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën, reptielen, vlinders, of libellen aangetroffen, met uitzondering van koolwitje, dagpauwoog en citroenvlinder. Wegens het ontbreken van geschikt voortplantingswater op het terrein is het niet geschikt als voortplantingsgebied voor amfibieën en libellen. Het terrein is geen typisch leefgebied voor reptielen of beschermde vlindersoorten.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
5
Versie: 4 september 2023
Daarmee zijn negatieve effecten op deze soortgroepen uit te sluiten. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.
8.3 Zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. Het terrein ligt in de kom van Putten en is grotendeels open en vlak. Het terrein bestaat momenteel uit ruigteplanten met een houten schuurtje. Het schuurtje is onderzocht en heeft geen voor zoogdieren geschikte toegangen. Hoewel de planten op het terrein vrij hoog waren lijkt het perceel toch niet echt geschikt voor bijv. kleine marters. Het perceel ligt in de kom en ingeklemd tussen provinciale weg, Stationsstraat en Husselerweg. Het perceel is te smal en te klein om als leefgebied te kunnen dienen en heeft geen goede aansluiting op omliggend geschikt habitat. Het terrein is verder vlak en zonder geschikte bosjes. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren zijn hier dan ook niet verwachten. Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag beschermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de algemene zorgplicht, vrijstelling geldt conform de Omgevingsverordening Gelderland (algemene soorten en schadesoorten). Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en de laatvlieger.
Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. De eerste stap op basis van het vleermuisprotocol is een onderzoek naar de geschiktheid van de locatie. Daarbij gaat het om voor vleermuizen potentieel geschikte bomen of gebouwen. De schuur is in principe te laag om als vaste verblijfplaatsen te dienen en daarbij zijn eventuele invliegopeningen afgesloten. Er zijn geen voor vleermuizen geschikte bomen aanwezig. Mogelijk wordt het gebied gebruikt als onderdeel van het foerageergebied. Gezien het relatief kleine oppervlak zal dat zeker geen essentieel onderdeel daarvan zijn. De nieuwe inrichting wordt woning en tuin, waarmee foerageren mogelijk blijft. De conclusie is daarmee dat vaste verblijfplaatsen en negatieve effecten voor vleermuizen met zekerheid zijn uit te sluiten. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.
8.4 Vogels Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soorten in het gebied.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
6
Versie: 4 september 2023
Tijdens het bezoek zijn de volgende soorten in of om het plangebied gezien of gehoord: roodborst, Turkse tortel, pimpelmees en merel. Het schuurtje is onderzocht op mogelijke nesten of sporen daarvan. Onder de golfplaten van de schuur zijn de openingen afgesloten (foto). Daarmee zijn nesten van bijv. de huismus of de boerenzwaluw uit te sluiten. Hoewel de kans in het voorjaar niet groot is, kunnen op de grond of in de struiken rondom het perceel zangvogels broeden. Alle broedende vogels zijn beschermd. Daarom zal het advies zijn om buiten de broedtijd te starten met de werkzaamheden. Er verdwijnen daarmee met zekerheid geen beschermde verblijfplaatsen. Een ontheffing Wnb soorten is voor vogels is niet nodig.
8.4.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli - huismus 15 augustus) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden. Als bijv. met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen. Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten, eieren of jongen zal plaatsvinden.
8.5 Overige soorten Van de overige beschermde soorten en soortgroepen is te stellen dat deze in het plangebied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
7
Versie: 4 september 2023
9. Conclusies en aanbevelingen 9.1 Algemeen Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd onder de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significant negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een quickscan soorten uitgevoerd voor sloop van een schuurtje en realisatie van een nieuwe woning op het perceel achter de Stationsstraat 11 te Putten. Uit de quickscan moet blijken of de realisatie van het plan gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden.
9.2 Beschermde soorten Op het perceel zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen of te verwachten. Specifiek is gezocht naar (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen en andere zoogdieren en eventuele jaarrond beschermde nesten van vogels. Deze zijn niet gevonden of te verwachten. Daarmee zijn beschermde soorten of vaste verblijfplaatsen daarvan uit te sluiten. Een ontheffing Wnb soorten is niet nodig. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht.
9.3 Voorbehoud en zorgplicht De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
8
Versie: 4 september 2023
De kwetsbare periode kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie buiten het broedseizoen worden verwijderd of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht.
10. Conclusie en advies
Initiatiefnemer heeft een aanvraag in voorbereiding voor sloop van een houten schuurtje en realisatie van een nieuwe woning op het perceel achter de Stationsstraat 11 en langs de Husselerweg te Putten. Hierbij moet worden voldaan aan de eisen uit de Wet natuurbescherming. Daarom is een quickscan soorten uitgevoerd om aan te tonen of er beschermde soorten of verblijfplaatsen aanwezig zijn. Het te slopen schuurtje en het perceel zijn onderzocht. Er zijn geen beschermde nesten, verblijfplaatsen of sporen van verblijf aangetroffen. Het perceel is verder vrij open en bestaat uit ruige plantenbegroeiing. Beschermde soorten of verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen of te verwachten. Op basis van de bevindingen is het aanvragen van een ontheffing Wnb soorten voor sloop van de schuur en realisatie van de nieuwe woning niet nodig. Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Concreet houdt de zorgplicht hier in dat de start van de werkzaamheden moet plaatsvinden buiten het broedseizoen. Alle broedende vogels zijn beschermd totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen. En het is mogelijk dat in het voorjaar zangvogels op het terrein kunnen gaan broeden.
Bij start in het broedseizoen dient vooraf uit onderzoek te blijken dat er geen vogels in het terrein broeden.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
9
Versie: 4 september 2023
11. Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen Overigens geeft de realisatie van de woning ook mogelijkheden om relatief eenvoudig extra voorzieningen (niet verplicht) te realiseren voor vogels zoals huismussen, mezen en/of voor vleermuizen. Door de betere isolatie van woningen verdwijnen openingen, kieren e.d. en daarmee nest- en schuilplaatsen, die vroeger heel gewoon waren. Maatregelen voor deze soorten kosten weinig geld maar betekenen veel voor de betreffende diersoorten. Zo is een bijdrage te leveren aan het behoud van deze soorten voor de toekomst. Bijvoorbeeld een speciale nestkast voor mezen, een inmetselkast voor de huismus (foto boven) of voor vleermuizen (eten veel muggen). Ook het planten van bes- of nootdragende struiken kan bijdragen aan het behoud van de biodiversiteit.
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
10
Versie: 4 september 2023
12. Literatuur
Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van & F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van natuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van WestEuropa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Provincie Gelderland: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018 Regiebureau Natura 2000, Naslagwerk Natura 2000
www.gegevensautoriteitnatuur.nl http://geodata2.prv.gelderland.nl/
www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natura 2000.nl www.Natuurloket.nl
www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.synbiosys.alterra.nl/Natura 2000 http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl
www.RAVON.nl
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Voorbeelden van maatregelen
Quickscan soorten Stationsstraat 11 Putten Sept.23-v1
11
Versie: 4 september 2023
Bijlage 1 Overzicht situatie
Bijlage 2 Foto’s plangebied
Melganzevoer en zonnebloem
Groot kaasjeskruid
Korenbloem (links) en Cosmos (cultivar)
Eristales spec (zweefvlieg)op boekweit
Bernagie Veldsprinkhaan
Bijlage 3 Samenvatting Natuurwetgeving
Samenvatting Wet Natuurbescherming Versie November 2022
Inleiding In deze bijlage worden in het kort het wettelijk kader van de natuurwetgeving beschreven en de toepassing bij ruimtelijke ingrepen en beheer. De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en Nationale wet- en regelgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb vervangt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet beoogt waardevolle natuur te beschermen met duidelijke en eenvoudige regels. Er is net als in de oude regelgeving onderscheid tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Daar waar sprake is van Europese bescherming verandert er qua beschermingsniveau niet zo veel. In de soortenbescherming is wel het één en ander gewijzigd voor wat betreft de nationale bescherming. De uitvoeringsregels zijn vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.
Doel van de Wet Vooruitlopend op de Omgevingswet beoogt het Rijk met de bovengenoemde samenvoeging van drie wetten in de Wnb, invulling te geven aan vermindering en vereenvoudiging van het aantal regels. Artikel 1.10 geeft aan dat de Wnb gericht is op a. het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c. het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Hiermee is ook duidelijk dat natuur en economie beide van belang worden geacht en dat het ontwikkelen van natuur ten dienste kan staan van maatschappelijke functies. Of zoals de memorie van antwoord het stelt: ‘De ambitie van het natuurbeleid en het doel van de natuurwetgeving is om de natuur en de maatschappij, ecologie en economie, met elkaar te verbinden en zo mogelijk elkaar laten versterken.’ Ook is er de verplichting natuurvisies op te stellen (art. 1.5-1.7). Dit gebeurt op provinciaal niveaus via een Natuur- of Omgevingsvisie en het vaststellen van een verordening. Ook het Rijk stelt een nationale Natuurvisie op.
Qua beschermingsniveau gelden in ieder geval de Europese regels en zijn beperkt aanvullende regels op nationaal niveau gesteld ter bescherming van soorten. De Wnb zal t.z.t. in principe integraal worden opgenomen in de Omgevingswet, via de Aanvullingswet natuur.
Bevoegdheid Een andere belangrijke wijziging is dat in de meeste gevallen de Provincie het bevoegd gezag is, voor vrijwel alle vergunningen, ontheffingen, meldingen en handhaving van het natuurbeleid. De provincie heeft conform art. 1.12 een actieve rol in de bescherming, instandhouding en herstel van de natuur in de provincie. Het aanwijzen van gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland is een verplichting. Daarnaast mogen provincies ook bijzondere provinciale natuurgebieden of landschappen aanwijzen. Alleen bij nationale belangen, zoals bijv. hoofdwegen en spoorwegen, is het Rijk bevoegd gezag. Gemeenten blijven wel het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het is evenals in de oude situatie niet verplicht om voor natuur ‘aan te haken’. Een ontheffing of vergunning voor de natuur is los van de omgevingsvergunning aan te vragen. Een ontheffing Flora- en Faunawet lag bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Deze taak is dus nu ook naar de provincie overgegaan. Daarmee is de provincie in de meeste gevallen bevoegd gezag voor zowel de soort- als de gebiedsbescherming.
Procedures Er staat in beginsel een doorlooptijd van 13 weken voor zowel een ontheffing als voor een vergunning. Verlenging is mogelijk met maximaal 7 weken. Bij aanhaken binnen de Omgevingsvergunning geldt de uitgebreide procedure van 26 weken. Bezwaar en beroep moet eerst bij een regionale rechtbank worden ingediend en daarna in voorkomende gevallen naar de Raad van State. In Art. 5.13 was een aanhaakverplichting opgenomen. D.w.z. dat bij een aanvraag Wnb verplicht moet meelopen bij een aanvraag Omgevingsvergunning. Deze verplichting is vooralsnog geschrapt, in ieder geval tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het is dus mogelijk een Wnb vergunning aan te vragen los van de Omgevingsvergunning. Vrijwillig aanhaken mag wel. Gemeenten behouden de loketfunctie. Bij een aanvraag Omgevingsvergunning waar gevolgen kunnen zijn voor beschermde soorten, moet een natuurtoets deel uitmaken van de procedure. Een eventuele ontheffing kan vooraf worden aangevraagd bij de provincie. Als bij het indienen van een aanvraag Omgevingsvergunning