Programmaplan Duurzaamheid
Tekst van het document
Programmaplan Uitgerekend recreatief Duurzaamheid 2030 Gemeente Putten Concept 6– geen status
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..................................................................................................................................3 1.1.
Context en aanleiding ....................................................................................................4
1.2.
Programma Duurzaamheid ...........................................................................................5
1.3.
Leeswijzer......................................................................................................................6
2.
Visie en ambitie ......................................................................................................................7
3.
Strategische en operationele doelen......................................................................................8
4.
3.1.
Programmalijn: Energieneutraal ....................................................................................9
3.2.
Programmalijn: Klimaatadaptatie.................................................................................11
3.3.
Programmalijn: Circulaire economie............................................................................13
3.4.
Programmalijn: Biodiversiteit .......................................................................................14
Sturing van het programma..................................................................................................16 4.1.
Uitgangspunten en randvoorwaarden .........................................................................16
4.2.
Rollen van de gemeente..............................................................................................17
4.3.
Besturen en verantwoorden ........................................................................................18
4.4.
Capaciteit en financiën (cyclus) ...................................................................................22
4.5.
Monitoring ....................................................................................................................24
4.6.
Risicomanagement ......................................................................................................25
4.7.
Raakvlakken ................................................................................................................27
5.
Communicatie & Participatie ................................................................................................28
6.
Uitvoeringsagenda 2024-2025 .............................................................................................29 6.1.
Programmalijn Energieneutraal ...................................................................................29
6.2.
Programmalijn Klimaatadaptatie..................................................................................33
6.3.
Programmalijn Circulaire Economie ............................................................................36
6.4.
Programmalijn Biodiversiteit ........................................................................................38
• Bijlage 1: Raakvlakken ...............................................................................................41 • Bijlage 2: Organogram ...............................................................................................42
2
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
1. Inleiding Voor u ligt het programmaplan voor het Programma Duurzaamheid 2030 van de gemeente Putten. In dit document beschrijven we op welke manier de gemeente Putten de komende jaren invulling geeft aan de Puttense duurzame ambities. Het gaat over verschillende onderwerpen. We zijn blij met dit programmaplan, waarin de kaders voor de toekomst rondom duurzaamheid zijn geschetst. Als Putten gaan we verder aan de slag met de energietransitie. We richten de economie circulair in, verbeteren de biodiversiteit en richten de omgeving klimaatbestendig in. Een ambitieuze lang termijn visie, met daaraan gekoppeld concrete kortere termijn doelen. Het Programma Duurzaamheid is een verzameling van inspanningen (projecten, activiteiten en werkzaamheden) om onze duurzaamheidsdoelen voor 2030 en voor 2050 te bereiken. Het programma stuurt, zet de duurzaamheidsopgaven centraal, stuurt op doelen, bepaalt wat nodig is en coördineert deze inspanningen. We weten ook dat zodra de inkt droog is, de wereld om ons heen alweer veranderd is. Om die reden gaan we uit van een programmaplan tot 2030 (in principe), waarbij jaarlijks de inspanningen in de uitvoeringsagenda worden uitgewerkt.
Een woord vooraf door Wethouder Cornelissen “Putten, waar de natuur de kleur bepaalt”. Dit stond vroeger op borden bij de entree van ons dorp. Anno 2024 leggen we opnieuw de lat hoog, op weg naar een groen en duurzaam Putten. In dit programma Duurzaamheid presenteren we acties voor een energieneutraal, klimaatbestendig, circulair én biodivers dorp. In Putten doen we al veel, dit programma helpt ons om meer gestructureerd aan het werk te gaan. Dat is nodig, want de opgaven zijn groot. En juist daarom zijn realistische doelen nodig, waarbij de randvoorwaarden op orde moeten zijn. Ik ben daarom trots op dit programmaplan, waarin we onze doelen tot 2030 en 2050 presenteren. De gemeente speelt een belangrijke rol in het verduurzamen en vergroenen van de leefomgeving. De gemeente helpt goede initiatieven, creëert ruimte en neemt inwoners, bedrijven en organisatie mee bij de veranderingen die komen. Dit kunnen we niet alleen, maar doen we samen met inwoners en bedrijven. Met elkaar kunnen we Putten maken tot de duurzame en groene gemeente die we willen zijn! 3
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
1.1. Context en aanleiding De gemeente Putten is een gemeente waar de natuur de kleur bepaalt. Putten onderscheidt zich door haar groene en landelijke karakter met fraaie landschappelijke contrasten. Met het ene been op de Veluwe en met het andere in de Gelderse Vallei. Centraal in deze natuurpracht ligt het dorp Putten met een actieve en hechte gemeenschap, een sterk en uitgebreid voorzieningenniveau en een aantrekkelijk en levendig centrum. En naast bijzondere natuur en landschappen heeft Putten natuurlijk ook een bijzonder verleden. Deze historie is vandaag de dag op verschillende manieren te beleven. Genoeg redenen om de lat hoog te leggen voor een groen en duurzaam Putten. Klimaatverandering Daarnaast verandert ook het klimaat. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte toe. Deze veranderingen lijken zich te versnellen en de gevolgen worden naar alle waarschijnlijkheid (nog) groter. Daarnaast heeft de natuur ook te maken met een afnemende biodiversiteit. Als rentmeester van onze dorpse en natuurlijke leefomgeving staan we voor de opgave om de leefomgeving goed door te geven aan de volgende generaties. Deels door ons voor te bereiden op de veranderingen (klimaatadaptatie en biodiversiteit). Deels door te zorgen dat het niet veel slechter gaat worden.
Het terugdringen van de CO2-uitstoot vormt daartoe de belangrijkste basis (energietransitie en circulaire economie). De opgaven die daarmee samenhangen maken onlosmakelijk onderdeel uit van de van transitie in de regio Noord-Veluwe, in de provincie Gelderland en van ons land als geheel. De gemeente Putten staat, net als alle andere gemeenten, voor een ongekende opgave: het in goede banen leiden van deze veranderingen binnen de eigen gemeente. (Inter)nationale klimaatafspraken Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid, en daarmee van Putten. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het doel is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen. Klimaatbeleid werkt alleen als andere landen ook meedoen. Daarom is het goed dat het VNKlimaatakkoord van Parijs werd ondertekend door bijna alle landen in de wereld. In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. Regio Noord-Veluwe Verschillende Veluwse gemeenten werken in verschillende samenstellingen en met andere overheden en partijen samen aan regionale opgaven op het gebied van onder andere: •
Energietransitie; uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES) Noord Veluwe
•
Klimaatadaptatie; het regionaal overleg water en klimaatadaptatie Noord-Veluwe
4
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Coalitieakkoord ‘En nu door!’ Zoals gesteld in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘En nu door! – voor een sociaal, groen en leefbaar Putten’ hechten we aan groen, behoud en herstel van ecologische diversiteit en robuustheid, het klimaat, het verduurzamen van de gebouwde leefomgeving en hernieuwbare energie. Daarnaast hebben we oog voor verdroging, toenemende kans op hittestress en de klimaatbestendigheid van het dorp. In het verlengde daarvan is aan voorliggend (verander) programmaplan gewerkt, met daaraan gekoppeld een programmaorganisatie met als doel om te komen tot een energieneutraal, klimaatbestendig en circulair Putten in 2050, waar de biodiversiteit en landschappen verbeterd zijn. Omgevingsvisie Putten 2040 In de Omgevingsvisie Putten 2040 zijn de kaders vastgesteld voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Zoals gesteld in de Omgevingsvisie: Putten heeft een aantal klimaatdoelen gesteld die moeten worden behaald in het jaar 2050. Het opstellen van de omgevingsvisie is een belangrijke stap geweest in het proces richting de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De omgevingsvisie van de gemeente Putten beschrijft de keuzes die we vandaag moeten maken, om in 2040 als gemeente nog vitaler, mooier en duurzamer te zijn. In het verlengde daarvan worden programma’s genoemd (o.a.
Duurzaamheid) en uitspraken gedaan over hoe deze programma’s in samenhang met elkaar kunnen worden uitgevoerd (zie basis uitvoeringsparagraaf Putten). Het programmaplan Duurzaamheid is hier een concrete uitwerking van.
1.2. Programma Duurzaamheid Putten heeft klimaatdoelen gesteld die in het jaar 2050 behaald dienen te zijn. De aard van de opgave tot 2050 is complex en dynamisch: komen tot een energieneutraal, klimaatbestendig en circulair Putten in 2050, waar de biodiversiteit en landschappen verbeterd zijn. Het doel staat vast, de weg daar naar toe niet. We werken met twee tijdslijnen voor de doelen: strategische (2050) en operationele (2030) doelen. Het Programma Duurzaamheid verbindt de vraagstukken rondom energie, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit. Het versterkt de structuur van de organisatie, zodat richting kan worden gegeven aan de inspanningen die nodig zijn. Het prioriteert wat effectief bijdraagt aan de doelstellingen en maakt zo de gewenste duurzame impact. In dit programmaplan staat beschreven wat we, samen met anderen, willen bereiken, welke rol we als gemeente hebben en wat dat betekent voor de grote en kleine stappen die we willen nemen. Het programma heeft in ieder geval een looptijd tot het jaar 2030.
5
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Met het Programma Duurzaamheid worden afdelingen en teams overstegen. Immers, aan het behalen van energietransitie doelen wordt bijgedragen via de projecten van onder andere het team Civiel of Samenleving, kaders die worden opgesteld door het team Ruimtelijke Ordening of door de projectleiders van gebiedsontwikkelingen. En dat geldt voor alle doelstellingen. Van beleid tot uitvoering, van realisatie tot beheer. Iedereen doet mee, het raakt veel werkzaamheden binnen de gemeente. Het programma biedt de benodigde focus, geeft overzicht, is integraal en staat ten dienste van de gehele gemeentelijke organisatie en Putten. In de basis doen we uitspraken over wat we nodig denken te hebben als het gaat om financiën, tijd en capaciteit. Het programma wordt jaarlijks geëvalueerd en gemonitord, met als doel tijdig bijsturen waar nodig en per jaar de activiteiten vast te leggen. Met deze actualisatie kunnen gebeurtenissen (moeten we ons aanpassen aan gebeurtenissen in de wereld om ons heen?), mogelijkheden (zijn er nieuwe subsidies of samenwerkingen?) of inzichten (doen we de juiste dingen?) worden meegenomen in de uitvoering van het programma. De uitkomsten van de jaarlijkse monitoring leidt tot een jaarlijks inspanningen overzicht: de uitvoeringsagenda. Dit betekent dat de uitvoeringsagenda dynamisch is, waar de doelstellingen dat niet zijn.
1.3. Leeswijzer De aanpak rond de het Programma Duurzaamheid is programmatisch uitgewerkt. Het programmaplan Duurzaamheid bestaat uit een aantal onderdelen. Onze visie en waarom een Programma Duurzaamheid, is terug te vinden in hoofdstuk 2. Over wat onze doelen zijn binnen het programma meer in hoofdstuk 3 (strategische en operationele doelen). In hoofdstuk 4 gaan we in op de sturing van het Programma Duurzaamheid. We beschrijven uitgangspunten en voorwaarden voor het programma, en hier gaan we in op de hoe-vraag behorende bij dit programma. In hoofdstuk 5 lichten we toe hoe we omgaan met communicatie en participatie. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 6, is de uitvoeringsagenda. Dit hoofdstuk wordt jaarlijks geactualiseerd en via de planning & control cyclus vastgesteld.
6
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
2. Visie en ambitie Onze prachtige ligging in een groen en divers landschap vormt de basis van Putten. Grote bosrijke natuurgebieden, een afwisselend agrarisch buitengebied, bijzondere landgoederen en authentieke kernen en buurtschappen vormen het decor waarin wij zo prettig wonen, recreëren en werken. Wij streven naar een duurzame (fysieke) leefomgeving, waarin de mensen (sociaal/ cultureel), de planeet (ecologie) en de welvaart op harmonieuze manier in balans zijn. Hierin streven we sociale, ecologische en economische duurzaamheid na1. Daarmee is de stip op de horizon: Putten in 2050 als duurzame gemeente, waar de natuur zijn kwaliteit behoudt, de biodiversiteit en landschappen veerkrachtig zijn, waar CO2 uitstoot is geminimaliseerd en waar overlast en schade door klimaatverandering zo veel als mogelijk wordt voorkomen. De vertaling daarvan is dat alles wat op het Puttens grondgebied gebeurt in 2050 geen negatieve gevolgen heeft voor het klimaat en dat er met de activiteiten wordt bijgedragen aan veerkracht van de ecosystemen. De CO2 uitstoot en de uitstoot van andere broeikasgassen is dan nul (energietransitie en circulaire economie). Daarnaast moeten we inspelen op de veranderingen die gepaard gaan met klimaatverandering, afname van de biodiversiteit en opwarming van de aarde (klimaatadaptatie en biodiversiteit). Dit bereiken vraagt actie van ons allemaal.
We beginnen niet bij nul. Om dit te bereiken bouwen we voort op lopende projecten, op werkzaamheden en andere activiteiten. De projecten worden uitgevoerd op verschillende plekken in de organisatie maar ook door (of in samenwerking met) externe partners. Maar het is nog niet voldoende - er kan een tandje bij! Een samenhangende, verbindende en versnelde aanpak is essentieel om ervoor te zorgen dat we de opgaven daadwerkelijk kunnen aanpakken en de ambities kunnen verwezenlijken. Om de ambitie waar te maken gaan we aan de slag met vier inhoudelijke programmalijnen:
1 Uit de Omgevingsvisie Putten 2040
7
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
3. Strategische en operationele doelen De ambitie voor de gemeente Putten is om uiterlijk in 2050 energieneutraal, klimaatbestendig en circulair te zijn, waar de biodiversiteit en landschappen zijn versterkt. Een mooi en tevens ambitieus doel! Het programma bundelt ambities en thema’s uit (bestaand) beleid en doelen die al worden nagestreefd met activiteiten. Wij gaan daarbij uit van uitspraken in het coalitieakkoord en de kaders die de bestuursopdracht geeft met betrekking tot de vier inhoudelijke lijnen. Uiteraard is de Omgevingsvisie Putten 2040 de overkoepelende visie. Ook de Regionale Energie Strategie (RES), de TransitieVisieWarmte, het Regionaal Adaptatieplan (RAP), de Beleidsnotitie Riolering en Water, en ander gemeentelijk en regionaal beleid geven houvast. Daarnaast zijn er vanuit het Rijk, de provincie, afspraken in regionaal verband en eerder vastgestelde ambities en doelstellingen van de gemeenteraad die kaderstellend zijn. Per programmalijn wordt deze context nader gespecificeerd.
Verschillende tijdslijnen: 2050 en 2030 Zoals eerder gezegd: de aard van de opgave tot 2050 is complex en dynamisch. We werken daarom met verschillende tijdslijnen met strategische (2050) en operationele (2030) doelen. De strategische doelen liggen nog heel wat jaren voor ons en zijn (soms) nog moeilijk voor te stellen. Toch geven die een duidelijke richting. Daarom zijn deze uitgewerkt in operationele doelen voor de middellange termijn. Die zijn concreter en beter meetbaar.
Er zijn, naast inhoud en focus, verschillen tussen de vier programmalijnen. Elke lijn kent een eigen dynamiek en niveau van ontwikkeling/interventies (systeemverandering). De programmalijn Energieneutraal en de programmalijn Klimaatadaptatie zijn verder in de ontwikkeling van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling dan de programmalijn Circulaire Economie en de programmalijn Biodiversiteit. Voorliggend hoofdstuk gaat per programmalijn in op de context en doelstellingen van de vier inhoudelijke lijnen.
8
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
3.1. Programmalijn: Energieneutraal In 2050 is de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen t.o.v. 1990 Kaders: Klimaatakkoord Parijs (2015), Klimaatakkoord (2019), Implementatie Europese Klimaatwet (2023): De opwarming van de aarde moet worden beperkt tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-industriële niveau, met het streven naar een maximale temperatuurstijging van 1,5 graad Celsius. Nederland heeft zich gecommitteerd om in 2030 een CO2 reductie van 55% te realiseren ten opzichte van 1990, en in 2050 energieneutraal te zijn. Binnen de Europese Unie hebben landen afspraken gemaakt om steeds meer energie te besparen. Het doel is om tegen 2030 gezamenlijk 15% minder aardgas te verbruiken t.o.v. 2021. Voor mobiliteit wordt ingezet op: alle modaliteiten en de infrastructuur worden optimaal ontwikkeld en benut én uiteindelijk zijn alle modaliteiten schoon. Het jaar 2050 ligt nog heel wat jaren voor ons. Om die reden hebben we de strategische doelen vertaald naar de volgende concretere en beter meetbare doelen voor de middellange termijn: ➢
In 2030 wekken we minimaal 0,11 Terawattuur (TWh) aan zonne- en/of windenergie op in Putten: In 2030 willen we grote stappen hebben gemaakt om de benodigde elektriciteit duurzaam (binnen of buiten Putten) op te wekken. Conform de Regionale Energie Strategie Noord-Veluwe zetten we ons in om in Putten bij te dragen aan de realisatie van ongeveer 0,11 TWh duurzame elektriciteit opwek tot 2030. Met de ontwikkeling van het windpark Horst en Telgt worden al stappen gezet. De komende jaren maken we het verschil met zonnepanelen op bedrijfsdaken en boven grote parkeerterreinen.
➢
We verduurzamen de gebouwde omgeving en realiseren jaarlijks 1,5% energiebesparing: We zetten in op het besparen in de gebouwde omgeving– want, alles wat we niet verbruiken hoeven we niet op te wekken of te compenseren. We stimuleren energiebesparing bij bewoners en ondernemers. We continueren afspraken met de woningbouwcorporatie en maken afspraken met andere partners. En we geven als gemeente het goede voorbeeld: we gaan aan de slag met ons gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
➢
In 2030 is 55% van de gebouwde omgeving in Putten aardgasvrij, dat zijn jaarlijks gemiddeld 800 woningen: Alle bestaande wijken, straten, huizen moeten in 2050 van het gas af zijn. Dat komt in Putten neer op ongeveer 800 woningen per jaar! We starten met de wijken die in de Transitie Visie Warmte zijn aangewezen als het meest kansrijk. Dat zijn Putten Zuid-West (650 corporatie woningen) en Bijsteren Husselerveld (950 woningen). Nieuwbouw wordt al aardgasvrij gerealiseerd. We hebben oog voor koppelkansen met de andere programmalijnen.
9
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
➢
In 2030 is de uitstoot door mobiliteit in Putten met 49% verminderd ten opzichte van 1990 en hebben we meer CO2-neutraal personen vervoer: Mobiliteit heeft een groot aandeel in de totale uitstoot van broeikasgassen. Veel is afhankelijk van gedrag van mensen en van wet- en regelgeving vanuit het Rijk. De gemeente kan met name faciliteren – bijvoorbeeld door voldoende laadpalen te realiseren. Daarnaast heeft de gemeente invloed op het eigen wagenpark, we zetten in op een verduurzaming van ons wagenpark en denken mee met de Veiligheidsregio Noord Oost Veluwe over het wagenpark van de brandweer.
➢
We gaan aan de slag met de opgaven rondom netcongestie, zetten in op het faciliteren van de verzwaring en de uitbreiding van het energiesysteem en een betere benutting van het energienetwerk. Dit betekent dat wij in regionaal verband met overheden, netbeheerders, bedrijven en bewoners aan de slag gaan met deze opgaven. Het elektriciteitsnet is op veel plekken overbelast. Dit noemen we ‘netcongestie’. In de komende jaren zal dit naar verwachting dusdanig toenemen dat er structurele problemen ontstaan. Daarom zetten we hier op in met de instrumenten die wij als gemeente hebben en daarbij staan wij open voor slimme lokale en innovatieve oplossingen. Wat betreft de opwek en de opslag van energie worden met diverse stakeholders een beleidskader ontwikkeld, dat ertoe moet dienen dat er een ruimtelijk en energetisch afwegingskader komt waaraan ontwikkelingen worden getoetst.
10
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
3.2. Programmalijn: Klimaatadaptatie In 2050 is het gehele grondgebied in de gebouwde omgeving klimaatadaptief en waterrobuust. Kaders: Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018): Nederland moet in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. Kamerbrief Water en Bodem sturend (2022): Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. Ook sluiten we aan bij de Landelijke Maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving (2023). Onder klimaatadaptatie wordt verstaan: het tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat. Daardoor kan schade door klimaatverandering beperkt worden. Met klimaatadaptief en waterrobuust bedoelen we het inrichten van de gebouwde omgeving om schade door wateroverlast door piekbuien, overstromingen, hittestress en droogte te voorkomen. We hanteren daarbij het principe van de ‘adaptatiepiramide’ 2. Het jaar 2050 ligt nog heel wat jaren voor ons. Om die reden hebben we de strategische doelen vertaald naar de volgende concretere en beter meetbaar doelen voor de middellange termijn: ➢
Uiterlijk in 2030 is de openbare ruimte zo ingericht dat hittestress binnen de bebouwde kom zoveel mogelijk wordt voorkomen. We pakken als gemeente hittegevoelige locaties aan, hebben aandacht voor kwetsbare groepen en vitale functies en communiceren preventief over hittestress. Meer specifiek zetten we in op 30% schaduw op buurtniveau en een koele openbare verblijfsplek op maximaal 300 meter lopen van elke woning. We sluiten met betrekking tot het percentage groen op buurtniveau (35% - 50%) aan bij het Normenkader Leefbare Verstedelijking in de provincie Gelderland.
➢
Uiterlijk in 2030 leidt langdurige droogte niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies binnen de bebouwde kom. We zetten als gemeente in op maximale infiltratie (afgestemd op grondwaterstand en bodemtype) en op minder wateronttrekking. Structurele grondwateroverlast moet worden voorkomen; hierbij vervullen wij een regierol. Ook zetten we in op minder verharding en passen waar mogelijk open verharding toe in de openbare ruimte. We stimuleren een gezonde, bufferende bodem met voldoende organische stof. Zuinig gebruik en mogelijk hergebruik van (drink)water maakt onderdeel uit van de “droogte” doelstelling omdat het (indirect) bijdraagt aan de waterbeschikbaarheid. Vanuit de Kaderrichtlijn Water is er aandacht voor kwaliteit van
2 De Adaptatiepiramide legt uit dat natuurlijke veerkracht de basis vormt van het systeem (eerste laag). En ook
dat het op termijn niet houdbaar is om enkel technische maatregelen te nemen (tweede laag). Hoe breder die basis is van natuurlijke veerkracht, des te minder hoef je te investeren in technische maatregelen. Het bovenste deel van de piramide zet in op acceptatie dat de extremen groter worden.
11
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
grond- en oppervlaktewater. ➢
Uiterlijk in 2030 leidt hevige neerslag niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. We hebben als gemeente aandacht voor de locaties met (potentiële) wateroverlast. Op basis van de uitgevoerde klimaatstresstest voeren we overleg met betrokkenen. Verder zetten we in op het laten infiltreren van buien in de bodem. We zorgen dat de openbare ruimte in staat is om afstromend water te bergen zonder waterschade. Waarbij een zo klein mogelijk deel afstroomt naar de nabijgelegen beek of watersysteem onder vrij verval. We richten de ruimte zo in dat piekbuien van 70mm/uur zonder schade verwerkt kunnen worden door riolering en infiltratievoorzieningen.
➢
Uiterlijk in 2030 is de gebouwde omgeving via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken. Dit speelt in mindere mate voor het grondgebied van Putten. We weten niet wat de toekomst brengt. Daarom is het goed deze op het netvlies te houden en is er een strategische doelstellig opgenomen over waterveiligheid. Voor 2030 worden hier (waarschijnlijk) geen extra inspanningen voor opgestart.
➢
Als gemeente geven we het goede voorbeeld. Dus voor de openbare ruimte gelden dezelfde eisen als bovengenoemde maatregelen. Klimaatadaptatie is een vast onderdeel van het integraal beleidsplan openbare ruimte en ander beleid dat hier aan raakt, zoals water en riolering. We zetten daarnaast in op het beter borgen van klimaatadaptatie en de principes van Water en Bodem Sturend.
➢
We blijven breed kennisdelen en werken samen in de regio. We continueren de samenwerking met omliggende gemeenten, waterschap, provincie en andere partners op het gebied van klimaatadaptatie, algemeen en thematisch. We blijven inzetten op het creëren van een netwerk van betrokken bewoners en ondersteunen, faciliteren en stimuleren bewoners en lokale initiatieven om zelf aan de slag te gaan met klimaatadaptatie.
12
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
3.3. Programmalijn: Circulaire economie In 2050 is Putten helemaal circulair Kaders: Nederland Circulair 2050 & Grondstoffenakkoord, Rijks Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2030: In 2050 is Nederland circulair. De ambitie is om in 2030 50% minder primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) te gebruiken. Circulariteit is een breed begrip en heeft betrekking op alle grondstoffen. De manier waarop we momenteel in de samenleving omgaan met grondstoffen is niet duurzaam. Onze traditionele manier van consumeren (grondstof, product, gebruik, weggooien) leidt tot een enorme belasting van het milieu. Daarnaast raken grondstoffen meer en meer uitgeput en wordt de afvalberg groter. Dat kan en moet anders, ook in Putten. We hanteren de volgende definitie: In een circulaire economie zijn vrijwel alleen herbruikbare primaire, secundaire en duurzame biogrondstoffen in omloop. Producten worden binnen gesloten kringlopen geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Zodoende wordt de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk behouden, waardoor er bijna geen afval meer is3. Ook gebruiken we producten intensiever, en maken we een afweging of we kunnen afzien van producten. De programmalijn Circulaire Economie is in ontwikkeling. Om goed te kunnen sturen is het belangrijk om concretere en beter meetbaar doelen voor de middellange termijn op te stellen.
Het concretiseren van doelen en het afbakenen van het thema is een continu proces. In het programmaplan zijn in ieder geval vier inhoudelijke sub-thema’s opgenomen om richting te bepalen om het doel te halen: ➢
Consumenten en afval: De hoeveelheid restafval in 2023 is met 66 kilo per inwoner per jaar beduidend lager dan bij gemeenten van vergelijkbare omvang (128 kilo per inwoner). Iets om trots op te zijn! We blijven ons inzetten voor afvalvermindering.
➢
Inkoop: De gemeente heeft met het inkoop- en aanbestedingsproces een instrument om circulariteitsdoelstellingen te realiseren. Waaronder straatmeubilair, eigen vastgoed, groen en GWW (zie onder).
➢
GWW: De GWW sector is grootverbruiker van producten met een flinke milieu-impact zoals asfalt, staal, kunststoffen en beton(cement). De gemeente zet in op het ontwerpen, aanbesteden en realiseren van GWW-projecten op basis van circulaire principes.
➢
De eigen bedrijfsvoering: De gemeente verkent en integreert principes van de circulaire economie in de eigen bedrijfsvoering (denk aan: het tegengaan van voedselverspilling, hergebruik van materialen, faciliteren van koplopers, delen van goede voorbeelden op de website). Hiermee dragen we bij aan draagvlak binnen de gemeentelijke organisatie.
3 Definitie uit ‘Nationaal programma Circulaire Economie 2023-2030’ - NPCE
13
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
3.4. Programmalijn: Biodiversiteit In 2050 is de kwaliteit van biodiversiteit en van landschappen significant verbeterd ten opzichte van 2024 Kaders: Nationale Agenda Natuurbeleid (2019): Nederland Natuurpositief - Nederland gaat voor Natuurpositief. Dit betekent dat het herstel van de natuur en haar biodiversiteit ook plaatsvindt in de steden en op het platteland. Kader richtlijn water: In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is. Nationaal Programma Landelijk Gebied (2023): Het is de ambitie om in 2050 10% van het landelijk gebied (exclusief NNN, inclusief gronden die geen agrarische functie hebben) ingevuld te hebben met groenblauwe-dooradering. Een deel van deze structuren is nu al aanwezig. De natuur en haar biodiversiteit zijn de basis voor ons bestaan en onze economie. Maar de natuur en de biodiversiteit staan er niet goed voor. In heel Nederland loopt de biodiversiteit terug, ook in Putten vraagt dit actie. Uitgangspunt daarbij is dat economie en ecologie elkaar niet uitsluiten, maar elkaar kunnen versterken. We gaan aan de slag met de biodiversiteit en de Puttense landschappen. We hanteren voor biodiversiteit de volgende definitie: Biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied – van een waterdruppel tot een compleet bos.
Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen al die soorten en tussen verschillende ecosystemen. Biodiversiteit is een 'vangnet' dat de veerkracht van de planeet in stand houdt 4. Met de programmalijn Biodiversiteit zetten we in op de gebouwde omgeving en de landschappen in Putten. Er is een raakvlak met het Programma Vitaal Platteland (met een focus op agrarische gebieden) en het regionale Programma Vitale Vakantieparken (spoor: biodiversiteit). Om goed te kunnen sturen is het belangrijk om concretere en beter meetbare doelen voor de middellange termijn op te stellen. Het concretiseren van doelen en het afbakenen van de doelen onder de programmalijn Biodiversiteit is een continu proces. Het jaar 2050 ligt nog heel wat jaren voor ons. Om die reden hebben we de strategische doelen verdeeld in de volgende concretere en beter meetbare doelen voor de middellange termijn zijn: ➢
In 2030 hebben we flinke stappen gezet op het gebied van biodiversiteit t.o.v. 2025. We zetten in op het behouden, herstellen en ontwikkelen van biodiversiteit in onder meer: woonwijken, sportvelden, vakantieparken, erven, parken en plantsoenen, het dorpscentrum en landgoederen. Als gemeente gaan we gericht te werk in de
4 Definitie van Wageningen University & Research (WUR)
14
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
openbare ruimte van de bebouwde kom. Het groen moet groen blijven en het grijs moet groener. We stellen beleid op dat dit mogelijk maakt, zoals voor natuurinclusief bouwen, voor landschapsontwikkeling en voor biodiversiteit- en soortenmanagement. We gaan door met communiceren ten behoeve van (meer) bewustwording bij bewoners en bedrijven. ➢
In 2030 heeft de gemeente binnen de regio Noord-Veluwe meer dan 40 unieke soorten per km2. De regio Noord-Veluwe en Putten bieden een diversiteit aan flora en fauna5. Om de hoeveelheid soorten op gemeentelijk niveau binnen de regio NoordVeluwe te vergelijken wordt via een openbare bron het aantal geregistreerde unieke soorten van de afgelopen 70 jaar per km² in een gemeente berekend.
➢
In 2030 is een groen-blauwe dooradering van 5% gerealiseerd: We realiseren een netwerk aan kleine natuur- en landschapselementen, zoals singels, beken, houtwallen en bomenrijen, waar planten en dieren leven. We gaan aan de slag met de realisatie van groen en blauw, zoals: ecologische bermen, poelen en bloemrijke akkerranden. Dit netwerk van kleine elementen vormt de verbinding tussen natuurgebieden en draagt bij aan de biodiversiteit. Als gemeente geven we daarin het goede voorbeeld.
➢
We delen kennis en werken samen met partners in de regio: We blijven samenwerken met natuurorganisaties. We faciliteren initiatieven vanuit de samenleving. We organiseren capaciteit van een ecoloog (via de regio of anders).
5 In 2023 zijn er 35 unieke soorten per km2 aanwezig, het streven is om dit minimaal met vijf
soorten te laten stijgen. Ter vergelijking: in Barneveld zijn er 57 unieke soorten per km2, het gemiddelde in Nederland is 38 soorten per km2. 15
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4. Sturing van het programma 4.1. Uitgangspunten en randvoorwaarden Voor de uitvoering van het programmaplan liggen een aantal zaken vast als vertrekpunt. De onderstaande uitgangspunten geven houvast bij het behalen van de doelen tot 2030. Om de door Putten gestelde klimaatdoelen te behalen zijn daarnaast aantal zaken randvoorwaardelijk. Ook die zijn onderstaand opgenomen: 1. We werken aan een duurzame gemeente via vier inhoudelijke programmalijnen. We hebben binnen deze programmalijnen strategische en operationele doelstellingen. We houden vast aan deze doelstellingen en sturen op het bereiken van deze doelstellingen. Als er in een jaar minder wordt gedaan dan gepland of nodig is, bijvoorbeeld door te weinig capaciteit, moet er in de volgende jaren extra worden gedaan om de doelen te halen. 2. We leveren maatwerk per inhoudelijke programmalijn. We herijken vanaf 2025 jaarlijks de route voor het behalen van de doelstellingen op basis van de monitoringsresultaten. 3. We sturen op effectiviteit (de mate waarin de doelen waarde toevoegen en de inspanningen rendabel zijn) door middelen in te zetten voor inspanningen die een grote bijdragen leveren aan het behalen van de gestelde doelen. Dat kan ook vragen om het ‘uitfaseren’ of stoppen van activiteiten als blijkt dat een inspanning niet of onvoldoende bijdraagt. 4.
We werken systematisch en cyclisch, en haken daarbij aan bij bestaande processen (zoals de planning & control cyclus). De ontwikkelingen en voortgang staan in een jaarlijkse voortgangsrapportage en zijn zowel bestuurlijk als ambtelijk onderwerp van gesprek. 5. We organiseren voldoende capaciteit en middelen. Dit is randvoorwaardelijk voor het succes van het programma, en het behalen van de doelstellingen. Dat kan via de gemeentebegroting of via mogelijkheden die andere partners en overheden bieden. 6. We houden continu oog voor kansen en ontwikkelingen binnen en buiten onze organisatie. 7. Het programma bestaat tot 2030 (tijdelijk). Samenwerking met en het laten terugvloeien van resultaten naar de gemeentelijke (lijn)organisatie is noodzakelijk. We werken in afstemming met de lijn en betrekken de lijn om inspanningen zo goed mogelijk te kunnen overdragen. 8. We vervullen als gemeente verschillende overheidsrollen en zetten deze bewust in. Dat hangt af van positie die we als gemeente hebben, en de fase waarin de inhoudelijke programmalijnen (de transities) zich bevinden. We doen het – waar mogelijk – samen met regiopartners en bewoners waar de kans zich voordoet. En we geven het goede voorbeeld. 9. De lessen die we leren gedurende de looptijd van het programma passen we toe in de verdere optimalisatie van het werken met programma’s (lerend vermogen).
De manager Opgaven, Programma’s en Projecten is verantwoordelijk voor de borging en implementatie. 10. In de uitvoering van het programma dient een gezonde balans te zijn tussen enerzijds effect op de doelstellingen(ook op langere) termijn, en anderzijds betrokkenheid en (snelle) zichtbaarheid van acties op de korte termijn. Er worden om die reden jaarlijks successen gedeeld en ‘viermomenten’ ingepast.
16
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.2. Rollen van de gemeente De gemeente is een belangrijke partij in het behalen van de doelstellingen van het Programma Duurzaamheid. In het realiseren en nastreven van die rollen kan de gemeente verschillende rollen6 innemen bij het oppakken van de benodigde inspanningen. Dit betekent enerzijds dat de gemeente actief aan de slag kan. Anderzijds, de gemeente haar invloed op het halen van doelstellingen is soms beperkt. Het is goed om te beseffen dat er verschillende rollen naast elkaar bestaan. De overheidsrollen van de gemeente bij het behalen van doelstellingen: -
De rechtmatige en kaderstellende gemeente: als gemeente stel je regels in om je doel te bereiken.
-
De samenwerkende en verbindende gemeente: als gemeente werk je samen met andere partijen om je doel te bereiken.
-
De presterende en resultaatgerichte gemeente: als gemeente pak je zelf projecten op.
-
De responsieve en faciliterende gemeente: als gemeente ondersteun/faciliteer je andere partijen en reageer je op verzoeken van partijen.
Afhankelijk van de mogelijkheden bepaalt de gemeente bewust welke overheidsrol past. Het gaat niet om het maken van een keuze voor een rol, maar om het slim combineren van verschillende overheidsrollen om doelen te behalen. De rollen vullen elkaar aan en kunnen ‘gestapeld’ worden binnen en tussen inhoudelijke programmalijnen. Zo kijkt de gemeente vanuit verschillende overheidsrollen per situatie welke waarde kan worden toegevoegd aan werkelijke oplossingen die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van het programma. In de uitvoeringsagenda in hoofdstuk 6 wordt een koppeling gemaakt met de bovenstaande vier rollen. Per doelstelling van het programma wordt continu gezocht naar een instrumenten en rollenmix waarbij wordt bijgedragen aan de gewenste dynamiek. De essentie is om daar passende combinaties van rollen te maken ten behoeve van het behalen van doelstellingen.
6 Rollen van de overheid - Communicatiekompas
17
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.3. Besturen en verantwoorden Hoe wordt het programma bestuurd? In de basis wordt uitgegaan van een ‘regie- en realisatievorm’ voor het inrichten van de programmaorganisatie. Dat betekent: uitvoering waar nodig binnen het programma(team), en waar kan in de lijn. Per rol zijn er verantwoordelijkheden en taken binnen de uitvoering van het Programma Duurzaamheid. Voor een aantal rollen liggen deze vast via een collegebesluit van [13-02-2023]. In het document ‘rollen programmatisch werken’ is beschreven op basis van welke overwegingen keuzes zijn gemaakt voor de te onderscheiden rollen binnen programma’s in het algemeen. Specifiek voor het Programma Duurzaamheid De programmaregisseur stuurt op basis van de volgende criteria: tempo, haalbaarheid, efficiëntie, flexibiliteit en doeltreffendheid. Zie het tekstkader hier onder. De programmaregisseur stuurt hier o.a. op via monitoring, via agendering bij de stuurgroep (zie rollen in tabel 1) en middels het voorbereiden van eventuele voorstellen voor bijsturing – in afstemming met de programmalijntrekkers en de manager OPP.
De programmaregisseur stuurt op de aspecten: •
Tempo: gaat om de snelheid waarmee doelen worden bereikt, inspanningen moeten worden uitgevoerd en middelen nodig zijn. Bij sturing op tempo houd je in de gaten of het programma op koers ligt om de doelstellingen binnen de gestelde tijdsperiode te behalen.
•
Haalbaarheid: heeft te maken met de waarschijnlijkheid (kans) dat doelen worden bereikt, inspanningen worden gerealiseerd en middelen ter beschikking komen en bruikbaar zijn. De haalbaarheid kan veranderen door ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie.
•
Efficiëntie: sturen op efficiënt gebruik van middelen en deze inzetten voor inspanningen die een grote bijdragen leveren aan het behalen van de gestelde doelen
•
Flexibiliteit: gaat over de mate waarin je doelen kunt bijstellen, inspanningen kunt aanpassen en middelen anders kunt inzetten.
•
Doeltreffendheid: gaat over de mate waarin de inspanningen en de resultaten bijdragen aan de doelen.
De verantwoording over de inspanningen verloopt onder aansturing en eindregie van de manager OPP (opdrachtnemer) die taken delegeert aan de programmaregisseur. Dit gebeurt in samenwerking met de financieel consulent. De programmalijntrekkers zijn verantwoordelijk voor het periodiek aanleveren van de juiste informatie op basis waarvan de programmaregisseur bijstuurt. Namelijk: resultaten voor de programmalijn, voortgang, reflectie op capaciteit, risico’s en kansen, planning en financiën. 18
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
De ambtelijk opdrachtgever is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van het programma. De ambtelijk opdrachtgever is daarmee ook verantwoordelijk voor eventuele capaciteitsvraagstukken richting de lijn. De stuurgroep is vanaf de bestuursopdracht (2023) voor het programmaplan actief betrokken bij het Programma Duurzaamheid. Tijdens de looptijd van het programma vindt continu overleg plaats tussen programmaregisseur en de stuurgroep. Indien op enig moment blijkt dat de hoofdof subdoelen van het programma niet (meer) haalbaar zijn binnen de beschikbare middelen wordt dit direct voorgelegd aan de stuurgroep. Overige rollen Voor de rollen die niet zijn opgenomen in het eerder genoemde collegebesluit zijn in onderstaande tabel verantwoordelijkheden en taken opgenomen. Tabel 1: rollen, verantwoordelijkheden en taak omschrijving Programma Duurzaamheid Rol
Taken
Programmalijntrekker
Draagt inhoudelijk de programmalijn; stuurt op voortgang op het niveau van inspanningen en koppelt deze terug aan de programma regisseur; elke programmalijn kent een eigen dynamiek en niveau van ontwikkeling/interventies takenpakket past zich daar op aan, denk aan een bandbreedte van 1) vliegwiel op gang brengen (opstartfase) tot 2) coördineert de uitvoering van een thematisch programmalijn en zorgt dat alle projecten leiden tot het behalen van de doelstelling (uitvoeringsfase). Is agendalid van de stuurgroep.
Stuurgroep
(Bij)sturen op doelen op basis van resultaten van de monitoring en via stuurgroepoverleggen. Verantwoordelijk voor de verantwoording en monitor via planning & control cyclus (zie H4.4), wijzigingen voorbereiden (buiten de kaders) of doorvoeren (binnen de kaders), bewaken voortgang en borgen inhoudelijk (bestuurlijke) lijnen.
Communicatieadviseur
Intern en externe communicatie, strategisch advies en uitvoering.
Financieel consulent
Adviseren en ondersteunen bij financiële onderwerpen en vraagstukken, en begeleiden van de jaarlijkse evaluatie financiën binnen gemeentebegrotingscyclus.
Financieel
Ondersteunen bij de monitoring van budgetten en het
projectmedewerker
opstellen en bijwerken van de financiële rapportage.
Projectleiders
Behalen projectresultaten, afstemming
deelprojecten
programmalijntrekkers.
19
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Organisatiestructuur De opdracht voor de uitvoering van het Programma Duurzaamheid komt vanuit: de bestuurlijk opdrachtgever (programma wethouder) en de ambtelijk opdrachtgever (MT-lid). De opdrachtnemende kant bestaat uit de programmaorganisatie: de ambtelijk opdrachtnemer (Manager OPP), met de gedelegeerd opdrachtnemer (programmateam onder leiding van de programmaregisseur). In bijlage 2 is het organogram van de organisatiestructuur opgenomen. Tabel 2: overleggen met frequente, doel en deelnemers Programma Duurzaamheid Overleg
Frequentie
Doel
Voorzitter en deelnemers
Stuurgroep
Stuurgroepoverleg
Informeren over de
Bestuurlijk
(PHO) is 1 x per
voortgang; beslissingen
opdrachtgever,
maand
voorleggen en besluiten
ambtelijk
maken. Verantwoordelijk
opdrachtgever,
jaarlijkse cyclus.
manager OPP, programmaregisseur
Programmateam
1 x per 2 weken
Besluiten nemen binnen
Programmateam,
kaders; besturing van het
programmaregisseur
programma; voorbespreking stuurgroep Financieel overleg
1 x per kwartaal
Overzicht financiën
Programmaregisseur, manager OPP, financieel consulent en financieel projectmedewerker.
Reguliere
1 x per week
Afhankelijk van het overleg.
Bijv.
inhoudelijke
programmalijntrekker
overleggen
en programmaregisseur
* Dikgedrukt = voorbereiden agenda en voorzitter
Voor de aangegeven frequenties geldt: of zoveel vaker of minder vaak als door actualiteit noodzakelijk is. Externe stakeholders en partners Het realiseren van de ambities in dit programmaplan kan de gemeente niet alleen, dat gaat in samenwerking met andere partijen. De samenwerking met de organisaties en personen die betrokken zijn bij de opgaven is belangrijk voor het verloop van het programma. De inhoud van een opgave bepaalt de rol die wij als gemeente innemen. En die rolbepaling is weer van invloed op de samenwerking met de omgeving De programmaregisseur stuurt, samen met de programmalijntrekker, op de activiteiten met externe partners als de inspanning nog vorm moet krijgen of als de gemeente vanuit meerdere 20
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
inspanningen met dezelfde partners rond te tafel zit. Afstemming met de bestuursadviseur is noodzakelijk.
21
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.4. Capaciteit en financiën (cyclus) Jaarlijkse cyclus De programmaorganisatie van het Programma Duurzaamheid wordt opgenomen in de jaarlijkse P&C-cyclus van de gemeente. Duurzaamheid wordt als een aparte paragraaf in de begroting opgenomen. De volgende onderdelen worden meegenomen: beleidsinhoudelijke doelen, stand van zaken voortgang uitvoeringsagenda (jaarlijks) en programma (2030 en 2050), beschikbaar budget en en/of aanvullend budget gesteld moeten en de capaciteitsplanning. Ook in de jaarrekening wordt een aparte paragraaf opgenomen waarin verantwoording wordt afgelegd, zowel inhoudelijk als financieel. Eventuele bijstelling kan worden meegenomen in de halfjaarsrapportage.
Figuur 1: Jaarcyclus in aansluiting bij planning & control cyclus gemeente Putten Capaciteit en Financiën Voorwaarde voor het behalen van resultaten is het op orde hebben van capaciteit en middelen. Beiden zijn randvoorwaardelijk voor het succes van het programma, en het behalen van de doelstellingen. Inspanningen die bijdragen aan de duurzame doelstellingen worden opgepakt door de programmaregisseur, de programmalijntrekkern, de projectleiders, communicatie adviseur(s) en de financieel consulent en financieel projectmedewerker. Daar hoort onderstaande bezetting bij in fte’s.
22
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Tabel 3: capaciteit in rollen en fte’s Programma Duurzaamheid Rol
Fte
Programma regisseur
1,0
Programmalijntrekker
0,2
Projectleiders
Afhankelijk van inspanningen
Communicatie adviseur op
0,2
programma niveau Financieel consulent en
0,2
financieel projectmedewerker
Vanuit verschillende lijnteams wordt ook bijgedragen. De programmaregisseur bewaakt op de achtergrond de capaciteitsplanning en agendeert deze bij de stuurgroep wanneer daar aanleiding voor is. Wanneer er geen capaciteit is om inspanningen op te pakken, wordt geen voortgang gemaakt en blijft succes voor het programma uit. Dankzij de CDOKE-middelen die voor 2024 tot en met 2027 beschikbaar zijn gesteld door de Rijksoverheid is het mogelijk om tijdelijk extra capaciteit in te zetten. Vooralsnog is het niet zeker of er voor de periode na 2027 ook middelen beschikbaar komen. De duurzaamheidsopgave is complex, en vraagt daarmee om een intensief proces voor het behalen van de doelstellingen. Voor een groot deel van de activiteiten wordt al uitgegaan van reeds beschikbare budgetten en projectgelden – richting de toekomst is mogelijk meer budget nodig. Voorstellen voor nieuwe of aanvullende voor budgetten lopen via de monitoring- en planning & control cyclus. We organiseren financiën via de gemeentebegroting of via mogelijkheden die andere partners en overheden bieden. In het uitvoeringsprogramma worden bijdragen en middelen jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. De benodigde middelen bestaan uit: capaciteit, advies- en proceskosten, communicatie, monitoringskosten en overige kosten (zoals continuering van het energieloket).
23
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.5. Monitoring Het is belangrijk om de voortgang van de inhoud dit programma met al haar projecten te monitoren. Dat doen we via verschillende sporen. -
Voortgang op projecten: Per programmalijn wordt vanaf 2025 jaarlijks een uitvoeringsagenda opgesteld met concrete inspanningen. De voortgang en de effecten van de uitvoeringsagenda wordt jaarlijks gemonitord.
-
Voortgang op doelstellingen: Op programmaniveau wordt vanaf 2025 jaarlijks een monitoring uitgevoerd om de koers naar 2030 en naar 2050 te borgen. Hoe ver zijn we als gemeente op weg richting de doelen van 2030 en 2050? En hoe dragen de ingezette acties en middelen bij aan het realiseren van deze doelstellingen? Met die kennis kan tussentijds bijgestuurd worden bijvoorbeeld door specifieke activiteiten toe te voegen.
-
Jaarlijkse evaluatie programmateam: Ook is het belangrijk om de voortgang van het proces continu te evalueren. Het programmateam evalueert jaarlijks hoe het gaat. Hoofdvragen zijn: Wat gaat er goed? Wat kan er beter?
-
Lerend vermogen: Het is essentieel om niet alleen data en informatie, maar ook ervaringen vast te leggen, expertise te delen en deze kennis in andere projecten en programma’s binnen de gemeente actief te benutten. Door de monitoring en het lerend vermogen in te zetten kan het Programma Duurzaamheid geoptimaliseerd worden. Opgedane kennis wordt ook toegepast in andere programma’s van de gemeente.
24
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.6. Risicomanagement Risico 1.
Veelvoud aan opgaven zorgt
Maatregelen •
Stuurgroep in positie brengen richting college (informatie voorziening), bijv. door het agenderen
voor ruis op bestuurlijk niveau
van het ‘regionale afspraken’ document in relatie tot het Programmaplan •
Periodiek afstemming tussen lopende programma’s, waaronder Samenleving, Vitaal Platteland via Manager OPP organiseren.
•
Verschillende lopende gemeente programma’s rapporteren gelijktijdig via de planning & control cyclus aan college en gemeenteraad
•
Strategisch beleidsmedewerker bewaakt opgavegericht werken en de (onvermijdelijke) overlap tussen programma’s. Overzicht bewaren door: welke opgaven zijn er, wat is onze rol als gemeente en hoe pakken we die opgave(n) aan via de diverse programma’s en in de lijn?
2.
Capaciteitstekort of wegvallen
•
Goede verslaglegging en voortgangsrapportages
van medewerkers leidt tot
opstellen door programmaregisseur, in afstemming
gebrek aan voortgang en
met Manager OPP.
continuïteit
•
Tijdig signaleren bij AOG voor organiseren van benodigde fte’s (via MT).
•
Duo’s vormen tussen de programmalijntrekkers voor borging kennis (BIO/KA en CE/ET).
•
Continu als programmalijntrekkers via programmateam overleggen of via duo’s op de hoogte zijn van programmalijnen.
•
Structureel samenwerken met externe partners draagt bij aan continuïteit.
3.
Beschikbaar budget voor de
•
Duurzaamheid.
uitvoering van de uitvoeringsagenda blijkt niet te
Het openen van een bestemmingsreserve
•
Via kwartaalbijeenkomst financieel overleg (programma regisseur, manager OPP, controller)
volstaan
agenderen voor de stuurgroep. Mogelijk extra budget vraag gemeenteraad, eventueel uit bestemmingsreserve Duurzaamheid. •
Eventueel een vrij te besteden budget toevoegen aan programmalijnen
4.
Organisatie/governance van het programma wordt niet
•
Signaleren bij Ambtelijk opdrachtgever, en via MT agenderen ten behoeve van oplossingen. 25
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
nageleefd.
•
Programmaregisseur bespreekt met stuurgroep:
Programmaregisseur heeft niet
kwaliteit van besluitvorming, interne controle,
voldoende ruimte om regie op
verantwoording, etc.
het programma te voeren 5.
Monitoring laat te wensen over
•
in te schakelen..
waardoor voortgang en sturingsmogelijkheden niet
Basis op orde brengen, bijv. door een externe partij
•
Op regio niveau aankaarten, via provincie uitvragen (lobbytraject).
duidelijk wordt
•
Eenvoud maakt makkelijker monitoren. Bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen enkele hoofd KPIs en daaronder nog sub KPIs.
26
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
4.7. Raakvlakken De bedoeling van het Programma Duurzaamheid is het realiseren van de strategische doelstelling. Op basis van de inhoud van het programma en de gemeentelijke organisatie Putten wordt een deel van de noodzakelijk inspanningen binnen de programmalijnen uitgevoerd, en een deel van de inspanningen via de lijn (zie H4.3: regie- en realisatievorm). De opgaven zijn sterk verweven met alle andere taken van de gemeente Putten, dat maakt nauwe afstemming noodzakelijk. De raakvlakken worden in ieder geval verankerd in bijlage 1. Bijlage 1 wordt jaarlijks geactualiseerd in het derde kwartaal. De programma regisseur sluit aan de teamoverleg van het desbetreffende teams in de lijn (gebruik maken van bestaande overlegstructuur). Met als doel: overzicht, verbinding houden, eventuele extra inzet inzichtelijk krijgen en draagvlak. Dit is ook het moment om jaarlijks afspraken te maken in het kader van de jaarplanning van de teams en het programma. Naast het Programma Duurzaamheid wordt binnen de gemeente ook gewerkt aan het opzetten of uitvoeren van het Programma Wonen, het Programma Vitaal Platteland, het Programma Sociaal Domein en het Programma Openbare Ruimte. Tussen deze programma’s zijn wederzijdse afhankelijkheden en raakvlakken. Dat vraagt om voortdurende afstemming en samenwerking binnen de gemeente. De programmatische werkwijze heeft hier uiteraard aandacht voor.
27
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
5. Communicatie & Participatie Communicatie & Participatie zijn belangrijke instrumenten, ondersteunend aan het programma. De instrumenten leveren een belangrijke bijdrage aan de te behalen doelen bij de vele stakeholders, zoals inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen, (gemeentelijke) bestuurders en medewerkers. Duurzaamheid raakt ons allemaal, want we willen dat toekomstige generaties net zo van deze aarde kunnen genieten als wij dat nu doen. Communicatie Door de inzet van continue interne en externe communicatiemiddelen etaleren wij niet alleen de inspanningen die wij met elkaar vanuit het programma en de programmalijnen doen, maar we stimuleren ook op een positieve wijze nieuwe initiatieven in onze gemeente. Communicatie zorgt voor informatie, inspiratie, verbinding en verbeelding, zodat de stakeholders zien wat er gebeurt en nog gaat gebeuren. Communicatie brengt voorbeelden, resultaten en mijlpalen op het gebied van duurzaamheid over het voetlicht. Participatie Langs de lijn van de participatieleidraad gemeente Putten7 brengen we in beeld welke stakeholder(s) we wanneer, in welke rol en hoe willen betrekken bij het nader invullen van het programma, de programmalijnen en de daarmee samenhangende projecten.
Welke ruimte is er om invloed uit te oefenen op het te ontwikkelen en uit te voeren beleid? Op de (gemeentelijke) plannen? Ook kan het zo zijn dat een stakeholder, bijvoorbeeld inwoner(s), ondernemer of maatschappelijke organisatie als initiatiefnemer, de gemeente wil betrekken bij een project of initiatief. Communiceren kan zonder participeren, participeren kan niet zonder communiceren. Aanpak De strategische communicatie & participatie aanpak wordt langs de lijn van dit programma nader uitgewerkt. Afhankelijk van de ambitie, de doelen en de fase van de programmalijnen wordt ingezet op bewustwording, gedragsverandering en/of interactie. De communicatie & Participatiestrategie gaat over de programma brede communicatie & participatie, het overkoepelende duurzaamheidsverhaal waarin de programmalijnen met elkaar zijn verbonden. Elke programmalijn heeft vervolgens zijn eigen ondersteunende, operationele, communicatie & participatie plan.
7
https://www.putten.nl/Inwoners/Bouwen_Verbouwen/Omgevingswet/Ik_heb_een_plan_participa tie 28
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
De uitwerking van het strategische communicatie & participatie aanpak wordt in het voorjaar van 2024 opgepakt. In het strategische plan en de diverse tactische en operationele plannen worden de inzet en budgetvragen nader geduid.
29
6. Uitvoeringsagenda 2024-2025 In de uitvoeringsagenda 2024 - 2025 staat beschreven hoe de gemeente Putten de komende anderhalf jaar invulling geeft aan de beleidsdoelstellingen van de vier programmalijnen. Per programmalijn staan we stil bij projecten, commitment en beleid waar het programmateam Duurzaamheid mee aan de slag gaat. We zijn in eerste instantie uit gegaan van reeds beschikbaar gestelde budgetten en bestaande capaciteit. Voor elke programmalijn is op basis daarvan een apart overzicht gemaakt van waar we mee aan de slag gaan, aan welk doel het bijdraagt en wat het beoogd resultaat is (zo SMART mogelijk), inclusief de inschatting aan uren per kwartaal.
6.1. Programmalijn Energieneutraal
Aardgasvrije Wijken
Doel
Projectvoorstellen
Type inspa nning Project
Beoogde resultaten
In 2030 is 55% van de
Een plan van Aanpak en
In 2024 is er een aanpak voor het komen tot het
gebouwde omgeving in
Communicatieplannen om te
wijkuitvoeringsplan t.b.v. aardgasvrij-ready en het
Putten aardgasvrij
komen tot het
aardgasvrij maken van Bijsteren & Husselerveld.
Wijkuitvoeringsplan: Bijsteren &
Incl. een prognose van de kosten.
2024 Q3 Q4
Q1
2025 Q2 Q3
200
200
40
Husselerveld (2025-2031) Een wijkuitvoeringsplan wordt
Project
Eind 2025 is er een wijkuitvoeringsplan ter
samen met de bewoners en
voorbereiding uitvoering gereed in t.b.v.: 950
gebouweigenaren uit de wijk
woningen
bepaald. Opstellen Wijkuitvoeringsplan met lokale stakeholders: Bijsteren & Husselerveld (20252031)
120
200
140
Q4
Definitief Concept – maart 2024 – geen status
Uitvoering geven aan het
Project
Wijkuitvoeringsplan Bijsteren &
950 woningen in Bijsteren & Husselerveld. De
Husselerveld (2025-2031) Actualiseren van de
werkzaamheden lopen tot 2031. Beleid
transitievisie warmte Regionale Energie Strategie
minimaal 0,11
Noord-Veluwe:
Terawattuur (TWh)
-
40
40
192
192
192
10
10
60
In 2025 hebben we een herijking van de TVW, in lijn met wijkuitvoeringsplannen en in afstemming met
(verplichting – elke 5 jaar) In 2030 wekken we
216
In 2025 is gestart met het aardgasvrij maken van
stakeholders (woco, netbeheerder, bedrijven, etc.). Commit ment en project
In 2024 en 2025 borgen we de gezamenlijke
192
192
192
288
288
48
10
10
32
afspraken en uitvoering in de regio Noord- Veluwe
Het uitvoeren van de
t.b.v. de realisatie van 0,11 TWH in Putten en 0,53
aan zonne- en/of
afspraken uit RES 1.0
TWH in de regio. Parallel starten we met de herijking
windenergie op in
Wind op Land: windpark
om te komen tot een RES 2.0.
Putten
Horst en Telgt en
Energie opwek
verkennen extra zoeklocatie windmolen (met Nijkerk) -
Voorbereiden van RES 2.0
Actualisatie Grootschalige
Beleid
We stellen een beleidskader Energie Opwek
Energie Opwerk (GEO) en
(actualiseren) en Opwek en Opslag (verplichten bij
opstellen van Omgevingsplan
nieuwe ontwikkelingen) op en vast in 2024.
met opgenomen Energieopwek en opslag (KOODE) Verduurzamen bedrijventerreinen, o.a. zon op
Project
Voor de Hoge Eng en Henslare wordt parkmanagement onderzocht door EZ.
dak, energiescans of
31
Mobiliteit
Definitief Concept – maart 2024 – geen status