Programmabegroting VNOG 2025-2028
Tekst van het document
De Regeling bevat naast de taakverdeling ook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. In 2025 zal worden beschouwd hoever het staat met de uitvoering van deze afspraak en welke vervolgacties nog nodig zijn. Conform de Regeling is er voorts een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken af te stemmen, zoals de algehele stand van zaken, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. Dit overleg wordt in 2025 voortgezet. In Apeldoorn is een nieuwe één-post in ontwikkeling. Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van Apeldoorn en hier wordt ook een centrale kantoorfunctie van VNOG in ondergebracht, als waar mogelijk ook andere functionaliteiten op het gebied van veiligheid, zodat een breed veiligheidscentrum kan ontstaan. De oplevering van de nieuwbouw is voorzien in 2027. VNOG moest in 2023 de voormalige kantoorlocatie aan de Europaweg grotendeels verlaten, omdat de eigenaar (politie) zelf de ruimtes nodig had.
De teams/afdelingen zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken), medewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van externe locaties. Deze situatie is niet ideaal, maar voor een overzienbare periode acceptabel, in afwachting op de nieuwe één-post van Apeldoorn. Er is hierbij blijvende aandacht of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen problemen ondervindt, alsmede voor het sociale aspect, nu de medewerkers her en der verspreid werken en daardoor mogelijk meer afstand ervaren. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. De ambitie van VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De hoofdbestanddelen in de duurzaamheidsstrategie zijn: vastgoed, inkoop, mobiliteit, bewustwording en gedrag. VNOG trekt voor dit onderwerp samen op met haar partners. Er is een Klimaatplan opgesteld met diverse scenario’s. De scenario’s en (waar nodig) voorstellen voor (aanvullende) financiering worden separaat ter besluitvorming voorgelegd.
Pagina 49 van 71
Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het accountantskantoor dat de jaarrekening voor VNOG controleert. Verwachting is dat de aangifte voor 2024 nihil is. Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2025 tot en met 2028 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). • Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/materiaal investeringen wordt lineair afgeschreven conform het beleid. • Er wordt bij investeringen 1,5 % rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar.
• De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen generieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekomstige) prijsontwikkelingen. • De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uitgaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer: Programma
Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
4.500
5.500
33.500
32.000
7.185.000
8.870.000
10.231.000
9.686.000
GHOR
27.500
27.500
27.000
27.000
Bedrijfsvoering
896.000
1.030.000
1.177.000
1.180.000
8.113.000
9.933.000
11.468.500
10.925.000
3.000.000
4.500.000
Onttrekking
1.964.465
3.833.775
5.378.895
4.819.295
Rente en afschrijving exclusief MKON en kazerne
6.148.535
6.099.225
9.089.605
10.605.705
Mutaties egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging
MKON
28.500
28.000
28.500
33.000
Bijdrage 4 veiligheidsregio's
-21.200
-20.900
-21.200
-24.600
Bijdrage VNOG
7.300
7.100
7.300
8.400
Kazerne Vosselmanstraat
20.000
19.000
19.000
19.000
Bijdrage gemeente Apeldoorn
-20.000
-19.000
-19.000
-19.000
0
0
0
0
Kazernes
Pagina 50 van 71
Ramingsgrondslag personeelskosten De ramingsgrondslag voor de personeelsbegroting is de formatie, waarbij wordt gerekend met de laatste bekende gegevens uit het arbeidsvoorwaardenakkoord veiligheidsregio’s, werkgeverslasten e.d. en de laatste trede van de functionele schaal (prijspeil 2-1-2023). Op het moment van opstellen van deze begroting wordt er onderhandeld over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord per 1 mei 2024. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ontwikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Een paar ontwikkelingen ter illustratie op de Opgaven: − Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden: nieuwe detectiemogelijkheden bij natuurbrand, bijvoorbeeld inzet drones. − Opgave 1. Zelfredzaamheid & Risicobewust: inzet van innovatieve methodes, zoals voorlichtingscampagnes op basis van gedragswetenschap, adviezen op maat (wijkgericht en adresspecifiek) en uitvoeren van nul- en eindmetingen om de resultaten meetbaar te krijgen. − Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig: publiek-private samenwerking, waaronder haalbaarheidsplan voor samenwerking op onze vakbekwaamheidspleinen met onderwijsinstellingen. − Opgave 3. Sterke informatiepositie: R!SQ, een interactieve website voor inwoners, partners en eigen collega’s.
De gebruiker krijgt op basis van allerlei filters, die hij zelf kan aangeven, gerichte informatie over het brandrisiconiveau in de eigen omgeving en concrete tips. − Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers: publiek-private samenwerking, waaronder onderzoek naar de vrijwilliger van de toekomst; van brandweerzorg naar crisisbeheersing. Privacy en security In 2025 krijgt het Actieplan BIO AVG5 van VNOG een vervolg, met als doel het volwassenheidsniveau van VNOG voor zowel gegevensbescherming (Privacy) als informatieveiligheid (Security) verder te verhogen. VNOG houdt hierbij rekening met en geeft uitwerking aan landelijke ontwikkelingen op deze twee terreinen. Voor het terrein Security is de komst van belang van nieuwe Europese regelgeving, die is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren, waaronder de NIS2-richtlijn (die zich richt op digitale (cyber) risico’s voor netwerk- en informatiesystemen) en de CER-richtlijn (die zich richt op de bescherming van organisaties tegen fysieke dreigingen, zoals de gevolgen van (terroristische) misdrijven, sabotage en natuurrampen). Voor de informatiebeveiliging wordt het steeds belangrijker om Security by Design toe te passen.
Dit betekent dat bij de ontwikkeling en onboarding van nieuwe systemen in een vroeg stadium met de security-eisen rekening wordt gehouden. Ook dient VNOG rekening te houden met de gevolgen van de verwachte landelijke vitaal-verklaring van de processen van de veiligheidsregio’s. De eisen die aan organisaties en daarmee ook aan veiligheidsregio’s worden gesteld als het gaat om privacy en security worden verder aangescherpt, mede in het licht van steeds toenemende cyberdreigingen. Voor het terrein van de gegevensbescherming wordt het steeds belangrijker om Privacy by Design toe te passen, vergelijkbaar met Security by Design voor informatiebeveiliging. Privacy by Design 5 BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming
Pagina 51 van 71
houdt in dat in een vroeg stadium, bij de ontwikkeling van producten en diensten, zowel technisch als organisatorisch, een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens wordt afgedwongen. Dit brengt risico’s vooraf in beeld waardoor achteraf geen reparatie hoeft plaats te vinden. De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) in samenhang met het beheer van het verwerkingsregister hoort daarbij.
Pagina 52 van 71
5.6. Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties heeft VNOG geen verbonden partijen. VNOG heeft wel bestuurlijke òf financiële belangen bij de volgende partijen: de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), onder anderen de directeur van VNOG.
De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV is vanaf januari 2022 aan de slag om namens de besturen van de veiligheidsregio’s te onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De vereniging is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren, via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Onder meer door een versterkte onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak, is een toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen op het werk. In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden.
Hiernaast kwam de verzekerbaarheid onder druk te staan doordat het aantal aanbieders afnam, de premies stegen en de voorwaarden versoberd werden. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Dit alles leidde tot (de wens tot) meer samenwerking op het verzekeringsdossier. Deze samenwerking tussen de veiligheidsregio’s heeft vorm gekregen in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren.
Pagina 53 van 71
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft.
Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden.
De deelnemende gemeenten in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.
Pagina 54 van 71
5.7. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 (van de Woo) is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2025 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die worden ondernomen om de wettelijk verplichte informatie actief openbaar te maken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie (buiten de verplichte categorieën) op eigen initiatief openbaar te maken. Momenteel worden vanuit de verplichte categorieën de volgende gegevens gepubliceerd conform de wettelijke eisen: 1. Bereikbaarheidsgegevens van VNOG op de website; 2. Vergaderstukken van het algemeen bestuur (incl. ingekomen stukken) op de website; 3. Officiële bekendmakingen in het Blad gemeenschappelijke regeling; 4. Besluitenlijsten DB. Woo-verzoeken worden op de website gepubliceerd.
Gezocht wordt naar een methode om beslissingen op Woo-verzoeken te publiceren (onderzocht wordt of de methode die de provincie hanteert ook voor VNOG werkbaar is). De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan de verplichte categorieën (artikel 3.1 Woo) Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft en zullen de landelijke ontwikkelingen rond de Verwijsindex (dit is de vervanger van de eerdere landelijke applicatie ‘PLOOI’) gevolgd worden. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo) De openbaarmaking van de in de artikelen 3.3 en 3.3a genoemde documenten geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze via de Verwijsindex. Het is de bedoeling dat VNOG haar openbare informatie koppelt aan het platform, zodat iedere inwoner in de regio alle overheidsinformatie (van Nederland) via die plek kan vinden. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek. En verzoek om openbaarmaking zal volgens de daarvoor geldende regels uit de Woo worden afgehandeld.
De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen de VNG gevolgd. Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft voortdurend onze aandacht. VNOG geeft uitvoering aan de bepaling uit de (huidige) Archiefwet dat overheidsorganisaties documenten in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren, en zorg moeten dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. In het kader van de Woo ligt hierbij de nadruk op de digitale archiefbescheiden. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Per 1 mei 2022 is bij de VNOG een Woo- contactpersoon aangewezen. Pagina 55 van 71
5.8. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (inzet BDuR-ophoging) Inleiding In de periode 2023 t/m 2026 verhoogt het Rijk stapsgewijs structureel de bijdrage aan de veiligheidsregio’s. Dit betreft de BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding). De doelstellingen achter deze ophoging van de BDuR zijn: versterking van crisisbeheersing (inclusief inbouwen/vergroten flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (inclusief informatie-uitwisseling/samenwerking). Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich namelijk op het bovenregionale, landelijke en nationale niveau; daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Het Rijk heeft expliciet aangegeven dat de extra BDuR-middelen voor crisisbeheersing en informatievoorziening moeten worden ingezet en niet voor iets anders. De verhoging komt in vier tranches. De tranches voor 2023 en 2024 zijn uitgekeerd. In juni van elk jaar geeft het Rijk steeds definitieve duidelijkheid voor de tranche van het komende volgende jaar. Dus pas in juni 2024 wordt zeker of de plannen voor 2025 doorgang kunnen vinden. Dat is een belangrijk voorbehoud. Uitvoering VNOG heeft een meerjarig bestedingsplan opgesteld voor de totale (verwachte) BDuR-ophoging.
Dit bestedingsplan is in maart 2023 door het AB vastgesteld en per 2023 in uitvoering genomen. De onderwerpen in het bestedingsplan zijn over meerdere jaren opvolgend ingepland, zodat er een geleidelijke, op elkaar afgestemde opbouw plaatsvindt. De acties in het kader van BDuR-ophoging worden in diverse afdelingen van VNOG uitgevoerd: in de afdeling RCB, in de afdeling GHOR en in de afdeling Bedrijfsvoering, alsmede wordt verbinding gelegd met de afdeling Brandweerzorg. Er is ingezet op synergie over afdelings- en teamgrenzen heen. Door de doelen, activiteiten en middelen in deze separate paragraaf van de begroting op te nemen, kan de voortgang de komende jaren worden gemonitord. Daartoe zijn ook evaluatiemomenten voorzien, onder andere gedurende de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus. Zo kunnen plannen waar nodig worden bijgesteld, mocht de actualiteit (bijvoorbeeld de langdurige crisis die zich dan voordoet) daarom vragen. De BDUR-ophoging versterkt de volgende Opgaven van VNOG: 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Doelen van de BDUR-ophoging per Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a.
VNOG is beter in staat om zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises en om deze te managen als ze zich voordoen, doordat de betrokken teams op sterkte zijn gebracht. b. Burgers, bedrijven, mede-overheden en partners krijgen een handelingsperspectief voor, tijdens en na (langdurige) rampen en crises. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van inwoners, bedrijven en instellingen met behulp van (innovatieve) risico- en crisiscommunicatie.
Pagina 56 van 71
2. Vakbekwaam en deskundig a. Vergroten van de kennis en vaardigheden van de betrokken medewerkers, door te investeren in capaciteiten, opleiden, trainen en oefenen. 3. Sterke informatiepositie a. Inrichten van een gegarandeerd Veiligheids Informatie en Coördinatiecentrum (VICC) met 24/7 inzicht in een dynamisch risicobeeld dat de besluitvorming voor en tijdens crises ondersteunt en informatie uitwisselt met netwerkpartners (zowel bemensing VICC, als bemensing (technische) ondersteuning daarvan, als de onderliggende informatiesystemen). b. Bijdragen aan de landelijke gezamenlijke informatiepositie, waarvan de inrichting is neergelegd bij het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en het Rijk. c. Bijdragen aan de inrichting van 24/7 landelijke ondersteuning in coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners, waarvan de inrichting is belegd bij het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk (KCR-2). Activiteiten De besteding van de derde tranche van de BDUR-ophoging in 2025 volgt uit het meerjarige bestedingsplan dat in 2023 is gestart; de besteding sluit aan op de trajecten die in 2023 en 2024 zijn ingezet. 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. VNOG bereidt zich voor. b. VNOG biedt handelingsperspectief.
RCB: − breidt ondersteuning van gemeentelijke Bevolkingszorgprocessen verder uit; − versterkt de Multi Operationele crisisorganisatie verder, in aansluiting op de stappen die in 2023/2024 hiervoor zijn gezet (o.a. doorontwikkeling scenariodenken en ontwikkeling kwaliteitszorgsysteem); − versterkt de planvorming door een netwerk op te bouwen en in stand te houden, waaronder meer aandacht voor afstemming met buurregio’s, landelijke afstemming maar ook grensoverschrijdend, bijv. in het kader van klimaatverandering, energietransitie en cyberveiligheid. 1. Zelfredzaam en risicobewust − RCB en Bedrijfsvoering verzorgen de (regie en verbinding van) risico- en crisiscommunicatie, in aansluiting op de stappen die in 2023/2024 hiervoor zijn gezet. 2. Vakbekwaam en deskundig RCB: − werkt samen met de GHOR, Brandweerzorg en met de gemeentelijke Bevolkingszorg om te komen tot synergie en verdere onderlinge versterking; − voorziet in een ketenoefening om de interactie tussen de teams te beoefenen; − voorziet in trainingsmogelijkheden voor de flexibele schil die bij langdurige crises zou kunnen worden ingezet; − stemt af met partners om te komen tot interregionale, landelijke en internationale oefeningen; − ontwikkelt de oefeningen door naar een innovatief opleidingsprogramma; − beheert, verrijkt en ontsluit een kennis- en oefenbank.
Pagina 57 van 71
3. Sterke informatiepositie RCB en Bedrijfsvoering: − werken verder aan de inrichting van het informatieknooppunt (VICC), in aansluiting op de stappen die in 2023 en 2024 hiervoor zijn gezet; − leveren een bijdrage aan het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5, in aansluiting opKCR2; − voorzien in de technische ondersteuning van het VICC en de onderliggende systemen (o.a. datawarehouse), in aansluiting op de stappen die in 2023 en 2024 hiervoor zijn gezet; − treffen een doorontwikkeling op de digitwin op de multi thema’s (tool voor het informatieknooppunt VICC), in aansluiting op de stappen die in 2023 en 2024 zijn gezet. Middelen 2025 uitgaven
2026
inkomsten uitgaven
2027
inkomsten uitgaven
inkomsten
Programma bedrijfsvoering Loonkosten (uitbreiding formatie) en bedrijfsvoeringskosten
463.840
463.840
463.840
Crisiscommunicatie
30.000
30.000
30.000
Programma risico- en crisisbeheersing Scenariodenken
90.000
90.000
90.000
Vicc/Risq
200.000
200.000
200.000
Loonkosten (uitbreiding formatie)
1.018.700
1.018.700
1.018.700
Stelpost flexibel exploitatie budget
150.000
150.000
150.000
Nog exact in te vullen extra middelen
520.060
855.760
855.760
Vakbekwaamheid
25.000
25.000
25.000
Loonkosten (uitbreiding formatie)
53.000
53.000
53.000
Programma GHOR
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Verhoging Brede Doeluitkering Rampenbestrijding totaal
2.550.600
2.886.300
2.550.600 2.550.600
2.886.300 2.886.300
Pagina 58 van 71
2.886.300 2.886.300
2.886.300
Bijlage 1. Kerngegevens Aantal inwoners (per 1 januari 2023)
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
Gemeente Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen
Inwoners 27.244 167.191 44.022 36.277 21.105 59.195 24.037 33.283 27.496 48.906 12.563 19.214 34.314 36.882 28.731 24.264 29.846 39.613 24.904 25.215 29.253 48.510 842.065
Deze cijfers komen uit de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2023.
Pagina 59 van 71
Bijlage 2. Gemeentelijke bijdragen 2025 en prognose 2026-2028 Het totaalbedrag aan gemeentelijke bijdrage voor 2025 is gebaseerd op de totaalbijdrage voor 2024 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2025. Vervolgens, bij de verdeling van deze gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten, wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG. Als verdeelsleutel geldt de procentuele verdeling tussen de gemeenten die gebaseerd is op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Volgens de gemeenschappelijke regeling VNOG vindt een dergelijke herijking éénmaal per vier jaar plaats. In 2024 heeft dan ook een tweede herijking plaatsgevonden die ingaat vanaf 2025. De percentages van het verdeelmodel in navolgende tabel gelden dus vanaf 2025 voor vier jaren. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029 het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden.
In het meerjarenoverzicht is geen rekening gehouden met de effecten van de nog komende jaarlijkse Kadernota’s (dat kan ook niet, want ze zijn nog niet verschenen). Dus onder andere de gebruikelijke nog komende jaarlijkse loon- en prijsindexen (die in de Kadernota’s staan) zijn niet verwerkt in het meerjarenoverzicht. Ook niet verwerkt in het meerjarenoverzicht is het toevoegen van de facilitaire kosten (demarcatie bijlage 3) vanaf 2027 aan het verdeelmodel in plaats van het afzonderlijk per gemeente te verrekenen, zoals nu nog gebeurt. Het meerjarenoverzicht toont niet de ontwikkeling van programma 8 (zie bijlage 3); programma 8 komt nog separaat per gemeente erbij.
Pagina 60 van 71
Bijlage 3. Overzicht programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf 5.5.) conform de Regeling demarcatie. − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. − De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen. − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend.
Gemeente Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen
Faciliaire kosten (demarcatie) 33.000 372.000 56.000 58.000 25.000 183.000 41.000 49.000 20.000 125.000 14.000 27.000 65.000 30.000 34.000 33.000 71.000 47.000 19.000 33.000 21.000 125.000 1.481.000
Overgangsrecht
Aanvullende overeenkomst gemeente Apeldoorn
940.000
991.000
10.000
950.000
991.000
Pagina 61 van 71
Totaal 33.000 2.303.000 56.000 58.000 25.000 193.000 41.000 49.000 20.000 125.000 14.000 27.000 65.000 30.000 34.000 33.000 71.000 47.000 19.000 33.000 21.000 125.000 3.422.000
Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen
Voorlopig rekeningresultaat 2023
Voorlopige stand + of -/- 2024 jaarrekening 2023 2.831.788
-2.831.788
Geraamde stand begroting 2025 (1-1)
+ of -/- 2025
Geraamde stand begroting 2026 (1-1)
+ of -/- 2026
Geraamde stand begroting 2027 (1-1)
+ of -/- 2027
Geraamde stand begroting 2028 (1-1)
+ of -/- 2028
Geraamde stand begroting 2029 (1-1)
0
Bestemmingsreserves Algemene Reserve Jeugdbrandweer Oost-Gelre Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen *)
1.135.114 5.436
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
5.436
5.436
5.436
5.436
756.000
-756.000
0
9.074.243
682.105
9.756.348
-1.964.465
7.791.883
-3.833.775
3.958.108
500.000
-500.000
0
-2.378.895
1.579.213
1.135.114 5.436 -319.295
1.259.918
Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO
500.000
500.000
Reserve incidentele veranderkosten
99.126
99.126
Reserve frictiekosten risicobeheersing
125.000
-125.000
0
Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan
152.750
-40.000
112.750
22.750
22.750
Reserve vervanging operationeel uniform
308.264
308.264
308.264
308.264
308.264
308.264
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
345.456
345.456
345.456
345.456
345.456
345.456
Reserve zelfredzaamheid en risicobewust Bestemmingsreserve frictiekosten RBS
0
0
0 -30.000
82.750
0
-30.000
0
52.750
-30.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Reserve duurzaamheid
45.000
45.000
45.000
45.000
45.000
45.000
Bestemmingsreserve SOS-toegang en hogedrukleiding
235.000
-16.000
-38.000
153.000
153.000
153.000
416.000
Bestem.res gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheer
219.000
-28.000
191.000
-416.000
0
Egalisatiereserve MKON
373.411
373.411
373.411
Bedrijfsvoeringreserve
2.587.368
-400.850
2.186.518
-235.850
1.950.668
40.150
1.990.818
367.650
2.358.468
2.358.468
16.158.170 18.989.958
-1.071.745
15.086.425 15.086.425
-2.258.315
12.728.984 12.728.984
-4.361.625
8.367.359 8.367.359
-2.041.245
6.326.114 6.326.114
totaal bestemmingsreserves Totaal reserves
0
373.411
0
373.411
0
373.411
0
-319.295
6.006.819 6.006.819
Voorzieningen voor risico's en verplichtingen Voorziening spaarverlof
220.400
Voorziening noodfonds crisisbeheersing
884.103
Voorziening binenschilderwerk kazernes
158.431
Voorziening verlofsparen MKON
32.089
Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem Totaal voorzieningen
746.772 2.041.795
220.400
220.400
884.103 150.000
-746.772
308.431
220.400
884.103 150.000
458.431
220.400
884.103 150.000
608.431
220.400
884.103 150.000
758.431
884.103 150.000
908.431
32.089
32.089
32.089
32.089
32.089
0 1.445.023
1.595.023
1.745.023
1.895.023
2.045.023
* bij de mutatie in het saldo 2024 van de egalisatiereserve is rekening gehouden met toevoeging van (per saldo) € 682.000, op basis van het verwachte resultaat op de kapitaallasten 2024
Uit dit overzicht blijkt dat de totale omvang van de reserves in de komende jaren zal dalen van ongeveer 19 miljoen naar 6 miljoen euro. 1. Algemene Reserve − Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre). − Duur: geen einddatum − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Tijdelijke reserve − Doel overheveling budgetten naar het volgende dienstjaar door middel van een AB-besluit 4. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel6 (= bestaand beleid).
Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum. 6
verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis
Pagina 62 van 71
− −
Duur: geen einddatum. Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling.
5. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). − Duur: 2020-2026. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) − Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. − Duur: tot eind 2024; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 7. Reserve frictiekosten Risicobeheersing (frictiekosten Omgevingswet/RB) − Doel: dekken personele frictiekosten transitie Risicobeheersing i.r.t. Omgevingswet. − Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020. − Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opleidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers. − Mutaties: via AB besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen. − Reserve wordt opgeheven op 31-12-2024. 8.
Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). − Hoogte: € 360.000. − Duur: tot eind 2027. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 9. Egalisatiereserve vervanging operationeel uniform (dienstkleding) − Doel: egaliseren vervanging dienstkleding. − Hoogte: n.v.t. − Duur: 2020-2025. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie. Wanneer iedereen voorzien is van een nieuwe uniform valt het restant vrij. 10. Egalisatiereserve inzetten (uitruk) − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. 11. Reserve duurzaamheid − Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen in de bedrijfsvoering van VNOG − Hoogte: max. € 100.000. − Duur: 2022-2026 (ingesteld in december 2022 met een looptijd van vier jaar (2022 t/m eind 2026) − Mutaties: AB besluit
Pagina 63 van 71
12. RCB SOS-toegang/hogedruk blusleiding − Doel: dekking van de eenmalige opstartkosten voor SOS-toegang en eenmalige aanpassingen panden met hogedruk blusleiding − Hoogte: € 235.000, vanuit de post Onvoorzien incidenteel hierin gestort, AB-besluit 14 december 2023 − Duur: looptijd van 5 jaar, t/m eind 2027 − Mutaties: AB-besluit 13. Bijdrage VNOG gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandrisico − Doel: dekking van de projectkosten spoor 1 van de interregionale gebiedsgerichte aanpak natuurbrandrisico, waaronder inhuur en vervanging van personele capaciteit en hierbinnen € 50.000 te reserveren voor incidentele projectkosten waaronder ICT − Hoogte: De maximale hoogte is € 780.000, vanuit de post prijscompensatie is incidenteel € 416.000 gestort, AB-besluit 14 december 2023 − Duur: t/m eind 2026 − Mutaties: AB besluit 14. Egalisatiereserve Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking − Doel: met het afsluiten van het convenant tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel over de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (onderdeel: Meldkamer Brandweer/Multi, MKON-MKBM) is besloten tot het instellen van een egalisatiereserve voor de gedeelde kosten.
In het convenant is daarover het volgende opgenomen: “Het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken aan de bestemde reserve MKON-MKBM.” Dit convenant is door alle vijf betrokken algemeen besturen in 2023 bekrachtigd. Deze egalisatiereserve wordt gevormd uit de middelen die door de vijf veiligheidsregio’s worden ingezet ter dekking van de kosten van de MKON-MKBM. − Hoogte: niet bepaald − Duur: geen einddatum − Mutaties: het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken 15. Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. − Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten
Pagina 64 van 71
Bijlage 5. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren uitgaven
inkomsten
Begroting 2025
Begroting 2025
Taakveld
Omscrhrijving taakveld
0.1
Bestuur
0.4
Overhead
14.352.342
244.000
0.5
Treasury
1.088.500
1.088.500
0.8
Overige baten en lasten
3.437.258
0.10
Mutaties reserves
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
TOTAAL
20.000
335.150
2.593.465
59.699.155
75.006.440
78.932.405
78.932.405
De transitie/organisatie veranderaanpak binnen VNOG is inmiddels afgerond. Van de functies moet opnieuw bepaald worden of deze volgens de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording onder het taakveld 0.4 Overhead vallen of onder het taakveld 1.1 Crisisbeheersing en brandweer. Dit wordt opgepakt zodat in 2026 voldaan wordt aan de nieuwe notitie van de commissie BBV over de overhead. Beleidsindicatoren In de voorschriften van het BBV is een basisset van 39 beleidsindicatoren opgenomen. De beleidsindicatoren zijn niet genormeerd door het rijk. De volgende indicatoren moet de VNOG opnemen: Indicator Formatie: aantal FTE per 1.000 inwoners Bezetting: aantal FTE per 1.000 inwoners Apparaatskosten: kosten per inwoner
begroting 2024
begroting 2025
0,40
0,45
0,40
0,37
€ 15,88
€ 17,04
Externe inhuur: kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
0,50%
0,53%
Overhead: % van totale lasten
22,44%
18,18%
Ook hier zal het percentage overhead wijzigen door de verdeling van salarissen tussen overhead en crisisbeheersing en brandweer.
Pagina 65 van 71
Bijlage 6. Geprognotiseerde meerjarenbalans In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans moet worden opgenomen in de begroting (artikel 22 en 23 – BBV): Begrotingsjaar T
2025
bedrag x 1000 Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2 31-12-2023 34.721
T-1 31-12-2024 59.044
T 31-12-2025 76.773
T+1 31-12-2026 93.323
T+2 31-12-2027 84.358
T+3 31-12-2028 77.348
34.721
59.044
76.773
93.323
84.358
77.348
Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
5.082 375 4.832 10.288
1.232 375 4.832 6.438
2.259 375 4.832 7.466
750 375 4.832 5.957
591 375 4.832 5.798
496 375 4.832 5.703
Totaal Activa
45.009
65.483
84.238
99.279
90.155
83.051
31-12-2023 18.990 2.042 14.570 35.602
31-12-2024 17.925 2.042 36.109 56.076
31-12-2025 15.667 2042 57.123 74.832
31-12-2026 11.305 2.042 76.525 89.872
31-12-2027 9.264 2042 69.442 80.748
31-12-2028 8.945 2042 62.658 73.644
4.155 5.252 9.407
4.155 5.252 9.407
4.155 5.252 9.407
4.155 5.252 9.407
4.155 5.252 9.407
4.155 5.251 9.406
45.009
65.483
84.238
99.279
90.155
83.051
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
Pagina 66 van 71
Bijlage 7. Kredieten 2025-2028 bedrag in € Soort activa
Materieel
Inventaris
PBM Comm.
Paraat
Kredietomschrijving Voertuigen, aanhangers en boten
Piket
Voertuigen AC/OIV/AGS/FBO/TBO/(H)OvD/CvD
Dienst
Voertuigen en aanhangers (aggregaten)
Overig
Logistieke hulpmiddelen
Tankautospuit HV
(Red)gereedschappen, apparatuur, armaturen e.d.
(H)OvD, CvD, AGS, FBO, TBO
Inventaris AGS, apparatuur
WVD/Vakbekw.heid
jaar 2025 20.002.150
0
totaal 41.320.150
0
45.000
0
841.000
886.000
735.000
85.000
360.000
1.836.000
118.000
0
0
0
118.000
1.949.000
1.248.000
33.000
0
3.230.000
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Apparatuur PPMO
142.000
0
16.500
0
158.500
Personeel
Pakken, laarzen, helmen
620.000
130.000
43.000
43.000
836.000
0
19.000
63.000
61.000
143.000
27.000
27.000
27.000
627.000
708.000
16.000
15.000
0
45.000
76.000
Ademlucht(apparatuur), was-/droogapparatuur
0
0
0
0
0
Slangen(apparatuur)
0
0
0
0
0
60.000
65.000
800.000
70.000
995.000
WO C2000 PBM W atervoeren-de armaturen
Duikuitrusting en -apparatuur Verbindingsapparatuur, schermen e.d.
Werkstat. (w.o.MON) Gebruikersmiddelen ICT Gis.comp. Infrastruc./ Server/ Netwerk
GHOR appl.syst.
Apparatuur
30.000
18.000
0
0
48.000
ICT: infrastructuur, applicatiesoftware e.d.
720.000
263.000
0
973.000
1.956.000
GHOR voertuigen (Citty Giss)
Telefonie (w.o.MON) ICT Smartphones GBM GHOR C2000 Bouw/renovatie
Facilitair
jaar 2028
PPMO baan
Werkplaats
Huisvesting
jaar 2027 107.200
656.000
Auto/ techniek/ metaal Compressoren, hefbrug, diagnose apparatuur
Comm. / ICT
jaar 2026 21.210.800
43.000
0
30.000
73.000
140.500
115.000
120.000
485.500
Verbindings(apparatuur)
0
0
0
0
0
Aanpassing gebouwen, zeecontainers
0
155.000
0
76.000
231.000
280.000
600.000
297.000
0
1.177.000
0
37.000
0
0
37.000
31.000
31.000
31.000
31.000
124.000
Demarcatie
Inrichting/meubilair kazarnes, toegangsbeheer
Tech.install.
Aanpassing installaties
Audio.V.M.
Krediet jaarlijkse vervanging
Meubilair
Jaarlijkse vervanging en overig meubileir
Totaal kredietaanvraag
0 110.000
40.000
391.000
40.000
40.000
511.000
24.801.150
25.173.300
1.657.700
3.317.000
54.949.150
Pagina 67 van 71
Bijlage 8. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorza ken 1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS). De VNOG ra a kt de hui di ge taa k en s ys temen kwi jt. Het ri s i co i s da t ni et a l l e medewerkers i ngepa s t kunnen worden i n de forma tie. De zekerhei d da t deze wi ns tgevende a ctivi tei t ui t de begroting va l t i s a l s a utonome ontwi kkel i ng met s tructureel effect opgenomen i n eerdere bel ei ds s tukken.
Beheersmaatregelen Ti jdi g a ntici peren, door de medewerkers een pl ek te geven i n de forma tie. De ka ns da t da t ni et l ukt (zonder meerkos ten) neemt met de ja ren a f en wordt i nges cha t op gemi ddel d 50%. Tegel i jk wordt da a rbi j gekeken na a r het mogel i jk behoud va n de i nforma tiepos i tie va nui t het bra ndmel ds ys teem.
2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote di vers i tei t i n ui tvoeri ng/i nvul l i ng door gemeenten t.o.v. het kwa l i tatieve en kwa ntitatieve a a nbod va n de VNOG.
3 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Door vergri jzi ng i s ui ts troom va n vri jwi l l i gers te verwa chten. Da a rna a s t i s er meer verl oop onder bra ndweervri jwi l l i gers en zi jn zi j dus mi nder l a ng a a n een bra ndweerkorps verbonden (di t i s een ma a ts cha ppel i jke trend bi j vri jwi l l i gers i n het a l gemeen). Ook i s er s pra ke va n s cha a rs te bi j het vi nden va n ni euwe vri jwi l l i gers door (a l gehel e) kra pte op de a rbei ds ma rkt, met a l s gevol g a l terna tieve keuze mogel i jkheden en - druk voor de mens en. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). Bi j een a a ntal ka zernes (w.o. bi j ka zerneri ng) i s s pra ke va n onvol doende pers onel e repres s i eve ca pa ci tei t (m.n.vri jwi l l i gers ). 5 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) en vooral m.b.t. brandweermaterieel en -materiaal. Werel dwi jde ontwi kkel i ngen (v.a. 2021) va n een toenemende vra a g i n s a menha ng met s cha a rs te va n a a nbod, doen de (gronds tof)pri jzen w.o. di e va n energi e en ka toen, s tijgen. Hogere kos ten bl i jven da n voor de VNOG, omda t er geen mogel i jkhei d i s va n na ca l cul a tie.
De pri js s tijgi ngen kunnen worden vers terkt door een gebrekki ge ma rktwerki ng voor (s peci fi ek) bra ndweerma teri eel en -ma teri a a l . 6 Niet tijdig realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten. Vertra gi ng verva ngi ng (m.n. door pri js s tijgi ngen en s cha a rs te va n gronds toffen) en voorts chri jdende i nzi chten bi j verva ngi ng ma teri eel , l ei den tot l a tere bes pa ri ngen op de expl oi tatiekos ten. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren t.a.v. aantallen vrijwilligers. De kri mp va n het repres s i ef beroeps pers oneel en/of de vri jwi l l i gers i s mi nder groot door voors chri jdende i nzi chten betreffende het benodi gd e a a ntal mens en (vri jwi l l i gers ) voor repres i eve i nzet (per ka zerne) i n s a menha ng met de i nzet/hers chi kki ng va n het bes chi kba re/benodi gde ma teri eel .
Effect in euro's Weertoelichting berekening standsPers onel e - en ma teri ël e kos ten a fbouw 50.000 ja ren: € 200.000, rekeni ng houdend met res erveri ng fri ctiekos ten, opnemen € 100.000
Kans in % 50%
bedrag 100.000
In het na ja a r 2023 vi ndt a fs temmi ng pl a a ts tus s en de VNOG en de gemeenten t.a .v. de ui t te voeren di ens tverl eni ng (tempo en i nhoudel i jk). Voor een peri ode (va n 2 ja a r), va na f 2024, wa a ri n er nog onvoel de erva ri ng i s met de ni euwe wet, rekeni ng houden met i nhuur extra pers oneel om (tijdel i jk) s ynchroom oude - (preventis t) en ni euwe taken ui t te voeren en met gemeenten a f te s temmen over a fbouw/overga ng taken. Na a s t orga ni s eren en pa rtici peren i n a ctivi tei ten en a cties di e de bi ndi ng va n vri jwi l l i gers bevorderen, i s het ops tel l en en ui tvoeren va n s tra tegi s ch pers oneel s pl a nni ng (l eeftijds opbouw, ges preks -cycl us , opl ei di ngs pl a n), per di s tri ct en per pos t, va n bel a ng.
50%
400.000
Inhuur 2 fte (à € 100.000) voor ui tvoeri ng s ynchroon va n taken oud en ni euw bi j i nvoeri ng per 1-1-2024 va n de Omgevi ngs wet, voor 2 ja a r.
200.000
70%
408.000
Kos ten opl ei den 10% meer te werven vri jwi l l i gers : 8 per ja a r. Opl ei di ngs - en bi jkomende kos ten € 17.000 per ja a r, voor 3 ja a r.
286.000
Na a s t s turi ng op vol doende i nzet repres s i eve ca pa ci tei t (vri jwi l l i gers ); ui t-/doorvoeren ni euwe da gdi ens tregel i ng (beroeps )medewerkers . Ontwi kkel i ng ri s i co houdt verba nd met ui twerki ng bouws teen Verpl i chtend Ka ra kter (vri jwi l l i gers ). Doorrekenen fi na nci ël e gevol gen (voor weers tands ca pa ci tei t) va n mogel i jke pri js s tijgi ngen va n (gebrui ks )goederen (w.o. bra nds tof en kl edi ng). Mogel i jke pri js s tijgi ngen va n te verva ngen (bl us )voertui gen zi jn s epa ra a t opgenomen. Bi j grotere vol umes en ei gen ei s en, ka n de VNOG zel fs tandi g a a nbes teden i .p.v. i n NIPV verba nd. Doorrekenen i nci dentel e fi na nci ël e gevol gen (voor weers tands ca pa ci tei t) t.a .v.ui tges tel de rea l i s a tie bes pa ri ngs mogel i jkheden ma teri ël e kos ten bi j vertra gi ng ui tvoeri ng MSP.
10%
50.000
Mogel i jke boete i .h.k.v. de a rbei ds tijdenwet. Berek.: ma x. 50 medew., boete € 200 per da g (ma x. 5 da gen).
5.000
70%
650.000
455.000
50%
160.000
Na ga a n/vol gen of de mi nder grote kri mp va n de vri jwi l l i gers bezetti ng ka n worden opgeva ngen bi nnen de l opende budgetten/begrotingen.
70%
300.000
Stijgi ng pri jzen goederen en ma teri a l en (w.o. energi e-, bra nds tofkos ten en kl edi ng) boven regul i ere i ndex. Kos ten per ja a r 11 ml n., onders chei den na a r s tijgi ngs perc. va n 15%, 4% en 2,5% voor res p. 2,5 ml n., 4ml n. en 4,5 ml n. Bes pa ri ngen op ma teri ël e kos ten onts taa n l a ter bi j ops chui vi ng verva ngi ngs pl a n ma teri eel va n 2022-2025 na a r 2024-2027. Eenma l i g ni et gerea l i s eerde bes pa ri ng (onderhouds kos ten) 2025 en 2026. Berekeni ng extra kos ten vri jwi l l i gers bi j mi nder grote kri mp a a ntal (76 i .p.v. 118) . Kos ten vergoedi ngen, opl ei di ngen en tra i ni ngen voor 2 ja a r.
Pagina 68 van 71
80.000
210.000
8 Uitval voor repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. Defect ma teri eel ka n ni et ti jdi g gerepa reerd worden, omda t onderdel en ni et voorra di g zi jn. Heeft verba nd met s cha a rs te gronds toffen en een beperkt a a nta l (overgebl even) l evera nci ers va n bra ndweerma teri eel en -ma teri a a l .
Op voorra a d zetten/houden en a l l oceren va n extra (verva ngend) ma teri eel (w.o. onderdel en) voor bra ndbes tri jdi ng.
30%
90.000
Berekeni ng i nhuurkos ten (voor 3 ja a r) benodi gd voor verva ngend ma teri eel €. 30.000 per ja a r.
27.000
9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra pri js s ti jgi ngen va n bl us ma teri eel l ei den tot hogere ka pi ta a l s l a s ten c.q. eerdere ui tputti ng va n de (gevormde) ega l i s a ti eres erve.
Na a s t de fi na nci ël e gevol gen (voor de ega l i s a ti eres erve) va n de hui di ge (na ja a r '23) bekende en verwa chte pri js s ti jgi ngen - wel ke zi jn/worden verwerkt i n de Ka dernota / Begroti ng 2025 - extra pri js ti jgi ngen voor nog a a n te s cha ffen ma teri eel , a l s ri s i co doorrekenen (voor weers ta nds ca pa ci tei t).
50%
150.000
Berekeni ng ka pi ta a l s l a s ten voor 3 ja a r bi j een (extra ) s ti jgi ng va n 5% va n de pri jzen voor de verva ngi ngen (15 ml n.) va n nog a a n te s cha ffen ma teri eel .
75.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden voor oefenen onder realistischer omstandigheden voor VNOG i s bezi g de voorwa a rden i n te vul l en wa a rdoor de Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. va kbekwa a mhei ds pl ei nen (weer) vol doen a a n de ei s en. Oefenmogel i jkheden op VNOG-va kbekwa a mhei ds pl ei nen worden beperkt bi j het ni et Wa a r nodi g (ti jdel i jk) gebrui k ma ken va n (a ndere) externe vol doen a a n ei s en va n RI&E (omi s s i es va s tges tel d voor ASK). Bi j onvol doende l oca ti es . mogel i jkheden om met ei gen fa ci l i tei ten de va kbekwa a mhei d op pei l te houden, zou gekeken kunnen/moeten worden na a r het gebrui k va n externe l oca ti es . Di t brengt extra kos ten met zi ch. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken Ui tvoeri ng geven a a n de bes tuurl i jke bes l ui tvormi ng en/of (wettelijke) eisen (w.o. de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E)). Zol a ng nog ni et a l l e (dec.'21) over de dema rca ti e en de da a rop geba s eerde (gemeentel i jke) ka zernes vol doen a a n de wettel i jke verei s ten, i s onzeker wi e de kos ten verdere ui twerki ng (w.o. het project TIELD). Voor mogel i jke voor mogel i jke (s poedei s ende) a a npa s s i ngen ga a t beta l en. s poedei s ende a a npa s s i ngen/ kos ten, fi na nci ël e mi ddel en opnemen.
30%
25.000
Inci denteel extra kos ten ter overbruggi ng i .v.m. vol doen va kbekwa a mhei ds l oca ti es a a n ei s en.
8.000
50%
84.000
Ka pi ta a l s l a s ten: verei s te a a npa s s i ngen (a l a rm)i ns ta l l a ti es en overi ge a a npa s s i ngen voor 3 ja a r.
42.000
12 Hogere kosten uitvoering (voorgenomen) beleid rond duurzaamheid. Het onderhoud va n de voorgenomen en verpl i chte verva ngi ng va n di ens t- en pi ketvoertui gen i n el ektri s che ui tvoeri ng, ka n hoger ui tva l l en m.n. door een kortere l evens duur va n a ccu's i n s a menha ng met de wi jze va n gebrui k door VNOG. Di t gel dt ook voor mogel i jke a ndere (verpl i chte) duurza a mhei ds ma a tregel en. 13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. De benodi gde ti jdel i jke hui s ves ti ng i n de peri ode ter overbruggi ng vertrek Europa weg en de ni euwe a ccomoda ti e (hui s ves ti ng 1-pos t.), verei s en a a npa s s i ngen benodi gde fa ci l i tei ten voor o.a . de cri s i s orga ni s a ti e en het werken op ka ntoor en thui s .
De (externe) ontwi kkel i ngen rondom duurza a mhei d en de da a rbi j behorende verei s ten, verta l en i n concreet ei gen - en pa s s end VNOG bel ei d en de da a rop ui t te voeren pl a nnen.
50%
400.000
Berekeni ng: vervroegd verva ngen a ccu's va n 40 voertui gen à € 10K per voertui g
200.000
Het bel ei d voor thui s werken i s ui tgewerkt en de mogel i jkheden da a rtoe worden gefa ci l i teerd. De verwa chti ng i s da t de medewerkers va n VNOG gemi ddel d ongeveer voor de hel ft va n de ti jd thui s zul l en werken. In de peri ode va n overbruggi ng (na vertrek Europa weg en voor het betrekken va n de ni euwe l oca ti e i n Apel doorn) za l ook de cri s i orga ni s a ti e el ders ti jdel i jk moeten worden gehui s ves t. Verwa chte meerkos ten voor (extra ) verbi ndi ngen en thui s werken opnemen i n weers ta nds ca pa ci tei t.
70%
200.000 Berekeni ng kos ten (meer) thui s werken voor 50% va n (300) medewerkers . Aa npa s s i ngen/extra fa ci l i tei ten thui s werkpl ek (€ 500 over 3 ja a r). Extra kos ten verbi ndi ngen t.b.v. cri s i s orga ni s a ti e € 125.000.
140.000
14 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Bel emmerd worden i n de ui tvoeri ng va n cri s i s - en i nci dentbes tri jdi ngs a cti vi tei ten en onders teunende/bedri jfs ma ti ge a cti vi tei ten door vers tori ng va n de s ys temen voor de i nforma ti e- en tel ecommuni ca ti etechnol ogi e. ICT omgevi ng wordt gera a kt door defecten i nfra s tructuur of ha rdwa re, l evera nci er ka n ni et l everen, cybercri me.
Va nui t het pl a n va n a a npa k Ba s el i ne i nforma ti evei l i ghei d (BIO) wordt i n de toekoms ti ge i nves teri ngs pl a nnen voorzi en i n ui twi jkmogel i jkheden voor ui tvoeri ng va n kri ti s che ICT proces s en en centra l i s a ti e va n beheer bi j de toega ng va n mens en en s ys temen tot fa ci l i tei ten. Voor externe onders teuni ng bi j moni tori ng en bevei l i gi ng va n ICTs ys temen werkt VNOG l a ndel i jk s a men met col l ega 's . Da a rmee wordt het ri s i co óp en de i mpa ct vá n een vol gende ha ck vermi nderd ma a r bl i jft wel bes ta a n. Da a rna a s t ontwi kkel t cybercri me zi ch s nel en wordt ook s teeds vernufti ger zoa l s bl i jv. bl i jkt ui t mi s brui k va n Arti fi ci a l Intel l i gence (AI).
30%
500.000 Kos ten opheffen gi jzel i ng c.q. gevol gen ha cks e.d. (o.b.v. ci jfers ha ck 2020).
150.000
Pagina 69 van 71
15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjui s te (a a ns l ui ting) ba s i s gegevens ; onjui s te toepa s s i ng ca o -/fi s ca l e regel i ngen en onvol doende control es / - kenni s , kunnen berekende s a l a ri s s en/vergoedi ngen te hoog zi jn en/of l ei den tot boetes / ei ndheffi ng (ATW, WKR, Loonheffi ng, rei s kos ten, IKB).
Doorvoeren i nterne control e -/beheers ma a tregel en, proces bewa ki ng, procedureva s tleggi ngen en kenni s verbeteri ng medewerkers . Ui ts pl i ts en benoemde (oorza ken) ri s i co's . Voor FLO-ui tvoeri ng i s externe onders teuni ng a a ngetrokken. De ui tvoeri ng va n de (fi s ca l e) Werkkos tenregel i ngen kri jgt s peci fi eke a a nda cht i n (de 2e hel ft) va n 2023. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. bij aanbestedingen). De Bel ei d en (centra l e) s turi ng op het i nkoop(proces ) res p. i nkoopdi s ci pl i ne wordt ni et a l tijd tijdi g en jui s t betrokken i n het proces va n i nkoop en verdui del i jken en verbeteren en VNOG-breed i nzi chtel i jk i nhuur. De gevol gen hi erva n zi jn mogel i jke cl a i ms va n l evera nci ers . Ook i s er ri s i co op ma ken bi j wel ke i nkopen er s pra ke i s /ka n zi jn mogel i jke onrechtma tighei d bi j mogel i jke (ni et jui s te) a a nbes tedi ngen. a a nbes tedi ngs pl i cht. Voorkomende cl a i ms zi jn, met i nzet va n externe juri s ten, tot op heden onterecht gebl eken. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging verzekeringspremie.